Elke
cultuur kent z'n overgangsriten, een manier om stappen vooruit te
zetten in het leven.
We
hebben er vast al over gehoord bij Afrikaanse of Indiaanse stammen.
Vaak zijn het bizarre gebruiken die verwondering, soms ook afschuw
wekken omdat we ze niet ten volle snappen. Maar ook wij kennen
dergelijke tradities in het Westen. Eerste
Communie en
Vormsel
zijn gelegenheden waar geuit wordt dat kinderen groot worden. Maar
het is ook méér dan dat, ze zijn ingebed in een geloofspraktijk.
Maar die traditie stokt en mankt vandaag. Het vormelijke blijft
overeind maar wat steekt erachter? Eigenlijk zijn jonge ouders daar
niet mee bezig. Ze hebben als dertigers, soms prille veertigers hun
hoofd en handen vol met materiële beslommeringen. Ze worden
opgeslorpt en opgejaagd door hun carrière en financiële kopbrekens.
De waarom-vraag, waarom ze zo bezig zijn en waartoe het allemaal
leidt kan voorlopig niet op tegen de harde realiteit. Het is een
periode waar we allemaal doorgaan.
Zo
kinderen opvoeden is niet gemakkelijk. Gelovig opvoeden, al helemaal
niet want je hebt er (nog) geen taal voor, het is schimmig, je kan
het het niet plaatsen en het lijkt in tegenspraak met de dingen die
er nu toe doen. Zo'n ouderavond is geen verplicht nummertje. Je kan
als ouder doorheen het parcours van de Eerste Communie en het Vormsel
slalommen zonder je ook maar een moer aan te trekken van het geloof
zelf. The show must go on!
We
opteren op zo'n geloofsavond niet te spreken over praktische zaken.
Zo van, 'wanneer start de viering … mooi dan kan ik nu al op tijd
een afspraak maken met de coiffeuse om m'n haar te doen'. Niet dat
die vragen niet mogen gesteld worden, maar op een geloofsavond zijn
ze niet terzake. Het is dan ook bewonderenswaardig dat toch nogal wat
ouders – een minderheid weliswaar – op onze uitnodiging ingaan.
Dit jaar nodigden we Inge
Cordemans
uit om samen met haar op dat vlak onze weg wat te zoeken. Want daar
komt het op aan. Je hoeft als Inge geen theoloog te zijn om het
geloof door te geven. Het begint met op te staan en bescheiden
stappen te zetten op de weg van het geloof. Augustinus
zei: “Bemin
en doe wat je wil!”
M.a.w. als je liefde oprecht is, kan je gerust je intuïtie volgen.
Als ouders van eerste communicanten en vormelingen uit Beselare,
Geluveld
en Zandvoorde
kwamen we samen in de parochiekerk van Geluveld. Een knusse ruimte
die tot inkeer wekt.
Bij
overgangsrituelen valt ons leven even stil, we kunnen ons dan
verwonderen, ook dankbaar zijn om het gegeven leven, z'n ontstaan en
z'n voortgang. Hoewel we veel weten kan het ons verstand te boven
gaan. Niet dat we stom of achterlijk zijn. Integendeel we proberen
'out of
the box'
te denken en zoeken zin buiten onszelf. We hebben niet alles in
handen, we vermoeden dat 'meer' dat 'iets' of die 'Iemand' en we
verbinden ons ermee, niet altijd zo bewust en zo kunnen we bij God
terecht komen.
In
het doopsel
bevestigen we in een plechtigheid nadrukkelijk onze, meer nog God's
liefde voor onze kinderen. Het beste is werkelijk nog niet goed
genoeg. Ook dat zou een omschrijving van het goddelijke kunnen zijn.
Met de Eerste
Communie
drukken wij opnieuw onze liefde uit en niet toevallig door onze
kinderen voor het eerst te laten deelnemen aan de eucharistie. De
betekenis van de eucharistie wordt duidelijk als we de Bijbel ter
hand nemen. Wie de Schrift benadert als een verzamel verzinsels
ontgaat de inhoud compleet. Het is een allesomvattend liefdesdrama
met alles erop en eraan, in goede en kwade dagen, niets menselijks is
de Bijbel vreemd. Het is het verhaal van God die langs de Wet en de
Profeten de mensen in hun onvolkomenheid nabij is.
Hij
drijft het zelfs zover om in Jezus zelf mens te worden en te tonen
wat liefde eigenlijk is:
zich
klein maken
(het stalleke) alles
delen
(het Laatste Avondmaal) en z'n
leven geven voor de mensen die hem gegeven waren (de
Kruisdood). Op het eerste zicht leek het een fiasco, achteraf leek er
een ontzettende kracht van uit te gaan (de Verrijzenis en
Pinksteren). En zo blijft God door zijn Geest tot ons spreken via het
Vormsel
in duizend kleine dingen en mensen, niet in het minst door onze
kinderen. Zij zijn het die ons bij de zaak en bij het geloof houden.
God
kan je net als het leven ook vergelijken met een puzzel.
Wanneer je snel en succesvol een puzzel wil bijeen leggen zoek je
eerst de kantjes om tot de omtrek, het kader te komen. Dat
levenskader is bij uitstek dat wat ouders doen. Wat vinden we
belangrijk in het leven, waar bouwen we op voort, wat willen we
daarvan doorgeven aan onze kinderen? Vertrouwen? Respect voor
anderen? Solidariteit? Geleidelijk aan lost het leven zich op en
weten we een plaats te geven aan fraaie en minder fraaie
gebeurtenissen in ons bestaan. Het tafelblad, die de puzzelstukken
draagt is de vastheid die God ons biedt, Hij is de grond van ons
bestaan.
We
kunnen reuzenstappen zetten in ons geloof als we God
elke dag
zouden proberen te danken
voor drie dingen.
Het kan je leven grondig veranderen in de manier waarop je naar
mensen en dingen kijkt omdat je dan pas echt gaat beseffen wat ze
voor jou betekenen en dat ze je zomaar gegeven zijn. Zo kweek je ook
met vallen en opstaan vertrouwen
in het leven. Je ervaart lijfelijk dat er voor jou wordt gezorgd!
Hoe
kunnen we leven als christen?
Ook
op deze vraag kunnen we ons voordeel doen met een ongewone
vergelijking. Inge schotelt ons drie biermerken voor. Een Brugse
zot,
een Leffe
en een Trappist.
Wie
vandaag nog gelooft moet wel zot
zijn.
Wie straks op het werk vertelt dat hij op een dinsdagavond in de kerk
vertoefde, wordt half gek verklaard. Had je niets beters te doen? Je
moet ook verdorie wel wat lef
hebben
om daar voor uit te komen of om vanuit je geloof bepaalde zaken aan
de kaak te stellen of om je gewoon belangeloos voor niets in te
zetten voor mensen. Tenslotte kunnen we veel leren van een trappist.
Hij staat midden in de nacht op om te bidden.
Dat is z'n werk. Net zoals bakkers, postbodes, zorgkundigen en
verpleegsters 's nachts in de weer zijn voor mensen. Gans zijn leven
is hij op
zoek naar God.
We hoeven geen zeven maal daags te bidden. Die aandacht zit hem vaak
in kleine dingen en momenten van dankbaarheid of een schietgebed om
steun. Een trappistenbier is lekker omdat het een tijd kan gisten en
rijpen. Christenen zijn ook maar smaakvolle mensen als ze in stilte
de tijd nemen om hun geloof te laten bezinken. Biddende mensen zijn
vaak ook mensen van grote inzet omdat ze er kracht uit putten in
uitzichtloze situaties.
Geloof
groeit als een mosterdzaadje
Deze vergelijking komt van Jezus zelf. Je kan
ontzettend klein beginnen, ook als ouders zonder veel bagage. Als je
het geloof toelaat, kan het uitgroeien tot een grote wijd vertakte
boom die soelaas biedt aan al wie er zich komt in nestelen. Geloof
kan bergen verzetten. Het is het proberen meer dan waard!




