Het
wordt een late Pasen dit jaar, 20 april. We hebben dus nog enig
respijt voor de Vasten op Aswoensdag 5 maart aanvangt. Alleen wat
moeten wij ermee? Christenen schijnen het op dat vlak te moeten
afleggen tegen de Moslims. De Ramadan (28 juni – 27 juli) lijkt
maatschappelijk zo veel mediatieker en dus performanter. Is dat wel
zo? Ook Jezus kreeg die vervelende vraag voor de voeten geworpen.
“Waarom vasten de leerlingen van Johannes en de farizeeën wel,
maar doen de uwe dat niet?” (Mc 2,18) Omdat de jezuïeten met Paus
Franciscus een nieuwe wind door de kerk laten waaien, gingen we bij
een van hen te rade. Op de diocesane startavond van de Vasten op
dinsdag 28 januari in Centrum Groenhove, sprak pater Wauthier de
Mahieu over het wezen van de christelijke vasten. Een voorbeschouwing
op de veertigdagentijd of hoe wij het hebben begrepen.
Vasten
wij Christenen dan echt niet, of minder vurig of misschien anders?
Waarom vasten wij bescheidener, losser, lauwer of minder strikt dan
de Moslims? De Ramadan, de negende maand van de Islamitische kalender
waarin gevast wordt, is voor hen een intens 'sociaal' gebeuren. De
maaltijd waarmee elke dag na zonsondergang het vasten gezamelijk
beëindigd wordt is een sfeervolle, feestelijke aangelegenheid. Idem
dito het Suikerfeest waarmee de gehele vastenperiode wordt
afgesloten. De Ramadan is vooral een oefening in wilskracht,
zelfbeheersing om zich aldus gemakkelijker te kunnen onderwerpen aan
de eisen van de wet van God. Jezus daarentegen isoleert het vasten en
zelfs het bidden heel duidelijk uit de sfeer van de eredienst en zijn
sociale context. Hij maakt er in de eerste plaats een uiterst intiem
en persoonlijk gebeuren van tussen de vastende, Jezus zelf (de
bruidegom) en God. Hij draagt de mens op, om er vooral niet mee te
koop te lopen. “Uw Vader, die in het verborgene is, die zal het
u vergelden”. Later voegt hij er aan toe “Er komt een tijd
– en die is er al – dat de ware aanbidders God zullen aanbidden
in geest en in waarheid.” Niet noodzakelijk dus in een daartoe
bestemd gebouw, tempel of kerk. Op die manier wordt de cultus door
Hem uit de publieke sfeer gelicht. Fundamenteel voor Hem is, dat
religie vertrouwelijk en authentiek beleefd wordt.
Een
privé-zaak?
Vandaag
horen we ook steeds vaker stemmen opgaan, die onder het voorwendsel
van neutraliteit of (in)tolerantie, beweren dat de godsdienst uit het
openbaar leven moet worden gebannen. Vinden zij dan in Jezus een
medestander? Als ze dat al zouden kunnen verdragen, ja én nee. Het
is Jezus er helemaal niet om te doen om de sociale dimensie van de
religie af te schaffen, integendeel Hij wil ons vooral doen inzien
dat onze persoonlijke liefdesverhouding tot God fundamenteel is.
Zonder die relatie is elk sociaal engagement uiteindelijk zonder
grond, hangt ze af van opgelegde wetten die op straffe van
(GAS)-boetes of uitsluiting afgedwongen worden. Zo was het destijds
bij de Joden, zo zien we ook hier de maatschappij in snel tempo
juridiseren. Als onze verhouding tot God verzwakt, zijn we spijts al
onze goede bedoelingen vooral subtiel naar onszelf
(macht-bezit-prestige) op zoek. Het eerste slachtoffer daarvan zijn
onze medemensen.
Voor
Jezus zijn zowel het 'gebed', de 'hulp aan noodlijdenden' en het
'vasten' van essentieel belang. Wanneer Jezus bidt gaat Hij meestal
niet naar de tempel, Hij trekt zich terug in de stilte van de natuur.
Heel de Joodse godsdienst was zodanig in de publieke sfeer opgenomen
en daarin ook verzand in uiterlijkheden. Hij kon voor zichzelf niet
anders dan het roer radicaal om te gooien wilde Hij de intieme
verbondenheid met God bewaren. Hij deed dit met zo'n
overtuiging dat Hij voortdurend op gespannen voet leefde met de
religieuze autoriteiten. Dat neemt niet weg dat Jezus zomaar
voorbijging aan een gezamelijke godsdienstbeleving. Bij zijn doop in
de Jordaan stond Hij edelmoedig, nederig en geduldig in de rij en nam zo deel aan een bekeringsbeweging. Ook bij het Laatste Avondmaal is
overduidelijk, hoe zeer Hij er aan hield het Paasfeest samen met z'n
vrienden te vieren. Maar voor Hem heeft dit alles niet de minste zin
als het niet gedragen wordt door een innerlijke verbondenheid met
God.
Van
God los!
Voor
Jezus aan z'n openbaar leven begint, trekt Hij zich veertig dagen
terug in de woestijn. Net zoals Mozes zich vroeger terugtrok op de
berg Sinaï, om zich daar tenvolle bewust te worden van de 'tien
godswoorden' en de ultieme consequenties daarvan, zet ook Jezus alles
op een rijtje. Hij neemt afstand van z'n maatschappelijke omgeving
om het sociale spel beter te doorgronden. De bekoringen die dan
opduiken, zuiveren zijn inzichten. De verleidingen van toen zijn nog
altijd brandend actueel. “Verander deze stenen in brood ...”,
versta “Zorg eerst voor jezelf, pas dan kun je er eventueel
aan denken anderen te helpen”. Of het streven naar
persoonlijk bezit, dat alles voorafgaat. “Spring van deze
tempelpoort ...” versta “Zoek het spektakel, handel ernaar
en de mensen zullen aan je lippen hangen, succes verzekerd”.
Of het streven naar prestige dat het ego streelt. “Laat God los en
de wereld zal aan je voeten liggen.” versta “Streef naar macht en
gebruik die om je zending te volbrengen”. Of het streven
naar macht en controle over medemensen. Bekoringen waar wij zo vaak
aan bezwijken, redeneringen die wij allen gebruiken om onze zwakheden
goed te praten. Wij zeggen God te zoeken, doen het zogezegd in Gods naam maar
zoeken eerst onszelf en doen het voor eigen rekening. Zo doe ik het beslist
'niét', zegt Jezus omdat ik me dan van God afwendt. Het gaat niet om
mezelf maar in God voor de ander! Mocht de Kerk in de loop van de
eeuwen die boodschap maar beter gehoord hebben.
Naar
geest en waarheid
Onze
vasten moet dan ook in de eerste plaats een gelegenheid, een kans
zijn om ons zoals Jezus los te maken, vrij te maken van het
maatschappelijk spel van elk-voor-zich-en-God-voor-allen, een oude
variant ook van de
winsten-te-privatiseren-en-de-schulden-naar-de-gemeenschap-toe-te-schuiven.
Wie de band met God aanhaalt, in alle vrijheid kind van de Vader wil
worden omwille van de anderen, krijgt wat hij in eerste instantie
dreigt te verliezen in veelvoud terug. Denk aan het verhaal van de
broodvermenigvuldiging. Als ieder het zijne achterhoudt dreigt er
tekort, maar wanneer mensen 'broederlijk' gaan 'delen' naar behoefte
is er overschot, kan het zelfs niet op. Jezus had zelfs zijn leven
veil voor deze overtuiging. Hij werd ons lijfelijk ontnomen maar zijn
geest begaf niet omdat Hij naar waarheid heeft gehandeld. Zo heeft
het christelijk vasten een grote spirituele diepgang, is het meer dan
het rigide afhaspelen van sociaal-religieuze verplichtingen zoals
dat vroeger in hogere mate het geval was. Het is niet omdat je het
niet ziet, dat er niet meer wordt gevast. We zijn ook niet naiëf en
beseffen ook wel dat met het verdwijnen van de regels veel mensen in
het geheel niet meer aan vasten toekomen en in eerste instantie
definitief voor zichzelf-los-van-God gaan kiezen voor anderen een
faire kans krijgen. Welbegrepen eigenliefde heet dat boven de liefde
zelf.
















