Als
er
over
‘diepgang’
– wat
bewuster gaan leven –
gesproken wordt,
denken
we
algauw aan
zweverige
toestanden voor
mensen die niet
weten wat doen.
En
toch zijn er
heel
wat actieve
mensen
op
zoek
naar ‘wat echt telt’,
naar
zingeving die
gelukkig maakt.
Het groeiende succes van
mindfulness,
de hype van yoga, de toenemende aandacht voor allerlei vormen van
meditatie, … en
het zoeken naar heelheid en harmonie zijn er maar enkele voorbeelden
van. Reclameboodschappen
zijn ervan doordrongen. Films en romans alluderen erop. Weekbladen
wijden er artikels aan. Zelfs
bedrijven
bieden dergelijke
trainingen
aan. Waar
gaat het eigenlijk over? Benedict
Lemmelijn (foto),
bijbelwetenschapper
aan de KU Leuven, schreef
er een artikel over voor Adem-Tocht,
de spiritualiteitsbeweging voor 60-plussers. Hierbij onze
samenvatting.
Drie
centrale elementen
Vooreerst
lijkt het belangrijk om
opnieuw
met aandacht
in het nu-moment
te
gaan staan. Het voortdurend
vooruitlopen
en plannen los te laten en beseffen dat het leven zich hier en nu
afspeelt. Daarnaast blijkt het even belangrijk dat we ons opnieuw
bewust worden van het feit dat
we geen
geïsoleerde
wezens zijn,
maar ook met de ons omringende natuur, wereld en zelfs met een
grotere, overstijgende werkelijkheid verbonden
zijn.
Het nastreven van steeds sneller, steeds meer en steeds beter, lijkt
alleen opgejaagde en steeds minder tevreden mensen op te leveren ...
Met andere woorden, worden
we ons steeds
sterker bewust van het belang
van zingeving
als voorwaarde van diep geluk.
Op
zoek naar religie?
Dit
aandachtig en verder kijken dan de werkelijkheid houdt feitelijk
verband met een
oer-religieus
bewustzijn, dieper en verder dan alle concrete vormen van religies en
godsdiensten ook.
Het gaat om de verbondenheid met het ‘transcendente’
of
‘overstijgende’
karakter
van onze gehele werkelijkheid,
die groter is dan onszelf en ruimer
dan wat we direct kunnen
waarnemen.
Religie
komt van het Latijnse woord re-ligare,
wat sterk
verbinden
betekent. We
kunnen het ook
in verband
brengen met het woord
re-legere,
een zorgvuldig
lezen van de werkelijkheid. Het
gaat in die verbondenheid met andere woorden om heelheid, innerlijke
vrede, gedragenheid, diepe geborgenheid ook.
Ver
weg en dichtbij
Veel
zin- en gelukszoekers associëren dat alles
meestal
met
verre oosterse tradities. En dat is goed en beslist
leerrijk.
Toch
is het opmerkelijk dat we er
ons niet genoeg van bewust zijn dat
veel van die parels al
eeuwenoud joods-christelijk gedachtegoed zijn. Ze
liggen voor het rapen in
de monastieke traditie (bv.
Benedictus
van Nursia), in de middeleeuwse mystiek (bv.
Ruusbroec),
maar ook in vormen
van
‘christelijke meditatie’ (bv.
John
Main).
Al
die wijsheden gaan
overigens reeds terug op
de christelijke ‘woestijnvaders’ uit de derde eeuw, de voorlopers
van de monniken.
Met
beide voeten in de werkelijkheid
Nogmaals,
gaat het hier om wereldvreemde dingen die ons petje te boven gaan?
Helemaal niet ... Het smalend wegwuiven van dit groeiende bewustzijn
verraadt enkel onbegrip. Anders en bewuster waarnemen en leven leidt
niet tot een teruggetrokken bestaan maar integendeel juist tot een
geëngageerd in de wereld staan. Benedictijn Anselm Grün noemt een
‘geaarde spiritualiteit’: diepgang met beide voeten
in de werkelijkheid!
Op
zoek naar balans
Inderdaad,
de grote leuze van Benedictus ‘ora et labora – bid en werk’
staat nog tot op
vandaag
borg voor een evenwichtige levenshouding. En hoe tegenstrijdig het
ook mag klinken: Benedictus' innerlijke rust brengt hem tot
levendigheid en een dynamiek, die uitloopt in Liefde. Inkeer
loopt uit op toekeer… Niet enkel zweven en ook niet enkel
doodwerken en alle perspectief verliezen.
Diepgang
elke dag
Maar
ik hoor het je
denken:
hoe doen we dat in ons dagelijks leven? Welnu, het blijft niet bij
mooie woorden alleen. Die fundamentele gerichtheid op liefde en
goedheid valt namelijk niet zomaar ‘te
zeggen’,
maar vooral
‘te doen’,
elke dag opnieuw. En precies dat vinden we al in de Bijbel. Paulus
stelt in zijn brief aan de Galaten (5,22-23) dat een leven onder
inspiratie van de Heilige Geest uitmondt in
“liefde,
vreugde, vrede, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en
ingetogenheid”.
En dezelfde boodschap geeft hij mee in zijn hooglied
over de liefde in 1 Korintiërs 13. Al wat men kan verworven hebben
aan verstand, aan andere kwaliteiten, aan nog zo fantastische
eigenschappen, als het niet uit
liefde gebeurt
en de liefde niet dient, dient
het tot niets.
Vindplaatsen
van God
Wellicht
komt God in zijn ondoorgrondelijke
werkelijkheid inderdaad het meest aanwezig in wat wij Zijn Geest
noemen, een
aanwezigheid die
‘vruchten’ draagt in het
concrete leven
van
elke dag. Hij is dan
wel
degelijk vindbaar, zonder dat
je daarvoor een ingewikkelde
lange weg hoeft
te gaan, maar
daarom door
onze ik-zucht nog niet
zonder moeite.
God
ontmoet je in het goede, het lieve, het zachte, het zorgzame, het
tedere, het nederige, het dienstbare, het zachtmoedige van elke dag.
Misschien is Hij ook wel te vinden in al wat in ons leven ‘iets
meer’ of een ‘surplus’ doet
ontstaan. Alles wat ‘schoon’, ‘waar’
en ‘goed’ is zoals kerkvader Augustinus het ons
voorhoudt. Het is vaak héél nabij en toch overstijgt het ons.
Schoonheid
Schoonheid
is inderdaad zoiets ‘onvatbaar’ en
‘extra’. Het is nergens voor nodig en van geen nut.
Tegelijkertijd is schoonheid ook heel kwetsbaar en uiterst broos. Ze
schuilt in eenvoud. Ze
behoeft geen ‘krullen’, is niet ‘maakbaar’ en ze toont zich
dikwijls ‘onverhoeds’ wat haar wezenlijke, overstijgende of
transcendente karakter alleen maar bevestigt.
Op
die wijze kan schoonheid zelfs troost zijn in diepe eenzaamheid. Ze
kan ons doen opstijgen te midden van banaliteit, verdriet en
gebrokenheid. En ja, je moet er aandacht voor hebben en op dergelijke
ogenblikken zie je heel even dat ‘méér’, diepgang in het
simpele hier- en-nu, vaak geheel onverwacht. Misschien is het dan ook
zo dat God binnentreedt ... oeverloos kwetsbaar, maar onstuitbaar
aanwezig.
Van
schoonheid naar mildheid en mededogen
Schoonheid
is dat ‘extra’ in de werkelijkheid,
wat ook
‘mededogen’
en ‘mildheid’ kunnen
zijn
in onze verhoudingen. Het
grootmoedig over kleinheid heen stappen, het ‘ondanks alles’
blijven dragen, zorgen, vergeven, doen groeien ...
Grootmoedigheid
staat tegen kleinzieligheid. Wie
kleinzielig verbeten zichzelf en
anderen zijn
grote
gelijke moet etaleren
is hard, berekend rechtvaardig en loopt constant onrustig rond. Wie
rustig zichzelf aanvaardt met zijn grote en kleine kanten en die zich
in Liefde geborgen weet, kan zelf van dat mededogen en van die
liefdevolle geborgenheid delen. Dat is concrete 'transcendentie'.
Want “onrustig is ons hart, tot het rust vindt in U God”,
zoals Augustinus het verwoordde.
Tederheid
Een
aparte dimensie
die hierbij aansluit, is de ‘tederheid’. Het
is geen zwak, zeemzoeterig
gevoel. Het is liefde in een zichzelf overtreffende trap: die van
zachtheid en
van van
delicate aandacht. Ze overstijgt wat gewoon ‘zorgen voor’ of
gewoon ‘om iemand geven’ is. Ze biedt zuurstof aan de liefde in
al haar vormen. In die zin is
ook tederheid
transcendent. Ze overstijgt
de ‘kleinmenselijke’ werkelijkheid en
brengt iets tot stand wat op een ‘neutrale’,
‘rationele’
en ‘berekende’
manier niet
mogelijk is. En daarin
en daardoor is
ze ook
een stuk wegwijzer naar God.
God is Liefde
God is Liefde
Wat
echt
telt,
is dus ‘goddelijke’, ‘mensoverstijgende’ en toch in en door
mensen met
handen en voeten gegeven
Liefde. En die gebeurt in onze heel ‘gewone’ werkelijkheid.
Inkeer
wordt toekeren. Diepgang
reikt naar inzet. Het eenvoudig oprechte leven in het nu-moment, het
rustig beleven van alle gewone dingen, het zorgen voor een kind en
het alles leren, met mensen op je weg praten en ze bemoedigen, het
inspringen bij een klein of groot probleem, tijd maken ondanks een
gevulde agenda … Het zijn allemaal ontegensprekelijk dingen die
misschien niet in het groot toekomstbepalend zijn. Maar hier-en-nu –
en dat is uiteindelijk toch de enige tijd die we leven – maken ze
dat leven aangenaam en ‘waardevol’. Meer
nog, ze zijn er de voorwaarde toe.
Uitgaande
van het feit dat alle goede dingen ‘waarde’ bezitten, kan men
wellicht stellen dat ze ook maar ‘zin’ verwerven in het enige
perspectief wat telt en dat is de Liefde. De Bijbel leert het
ons ook wanneer
ze beide ‘de liefde tot God’ en ‘de liefde tot de naaste’
evenwaardig aan elkaar centraal stellen, als het hoogste gebod. Of
zoals
ook
Johannes
het
heel kort en bondig affirmeert:
“God is Liefde”
(1 Joh 4,8).



