Pagina's

Posts tonen met het label Spiritualiteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Spiritualiteit. Alle posts tonen

woensdag 14 maart 2018

Diepgang in het dagelijks leven


Als er over ‘diepgang’ – wat bewuster gaan leven – gesproken wordt, denken we algauw aan zweverige toestanden voor mensen die niet weten wat doen. En toch zijn er heel wat actieve mensen op zoek naar ‘wat echt telt’, naar zingeving die gelukkig maakt. Het groeiende succes van mindfulness, de hype van yoga, de toenemende aandacht voor allerlei vormen van meditatie, … en het zoeken naar heelheid en harmonie zijn er maar enkele voorbeelden van. Reclameboodschappen zijn ervan doordrongen. Films en romans alluderen erop. Weekbladen wijden er artikels aan. Zelfs bedrijven bieden dergelijke trainingen aan. Waar gaat het eigenlijk over? Benedict Lemmelijn (foto), bijbelwetenschapper aan de KU Leuven, schreef er een artikel over voor Adem-Tocht, de spiritualiteitsbeweging voor 60-plussers. Hierbij onze samenvatting.

Drie centrale elementen
Vooreerst lijkt het belangrijk om opnieuw met aandacht in het nu-moment te gaan staan. Het voortdurend vooruitlopen en plannen los te laten en beseffen dat het leven zich hier en nu afspeelt. Daarnaast blijkt het even belangrijk dat we ons opnieuw bewust worden van het feit dat we geen geïsoleerde wezens zijn, maar ook met de ons omringende natuur, wereld en zelfs met een grotere, overstijgende werkelijkheid verbonden zijn. Het nastreven van steeds sneller, steeds meer en steeds beter, lijkt alleen opgejaagde en steeds minder tevreden mensen op te leveren ... Met andere woorden, worden we ons steeds sterker bewust van het belang van zingeving als voorwaarde van diep geluk.

Op zoek naar religie?
Dit aandachtig en verder kijken dan de werkelijkheid houdt feitelijk verband met een oer-religieus bewustzijn, dieper en verder dan alle concrete vormen van religies en godsdiensten ook. Het gaat om de verbondenheid met het ‘transcendente’ of ‘overstijgende’ karakter van onze gehele werkelijkheid, die groter is dan onszelf en ruimer dan wat we direct kunnen waarnemen.

Religie komt van het Latijnse woord re-ligare, wat sterk verbinden betekent. We kunnen het ook in verband brengen met het woord re-legere, een zorgvuldig lezen van de werkelijkheid. Het gaat in die verbondenheid met andere woorden om heelheid, innerlijke vrede, gedragenheid, diepe geborgenheid ook.

Ver weg en dichtbij
Veel zin- en gelukszoekers associëren dat alles meestal met verre oosterse tradities. En dat is goed en beslist leerrijk. Toch is het opmerkelijk dat we er ons niet genoeg van bewust zijn dat veel van die parels al eeuwenoud joods-christelijk gedachtegoed zijn. Ze liggen voor het rapen in de monastieke traditie (bv. Benedictus van Nursia), in de middeleeuwse mystiek (bv. Ruusbroec), maar ook in vormen van ‘christelijke meditatie’ (bv. John Main). Al die wijsheden gaan overigens reeds terug op de christelijke ‘woestijnvaders’ uit de derde eeuw, de voorlopers van de monniken.

Met beide voeten in de werkelijkheid
Nogmaals, gaat het hier om wereldvreemde dingen die ons petje te boven gaan? Helemaal niet ... Het smalend wegwuiven van dit groeiende bewustzijn verraadt enkel onbegrip. Anders en bewuster waarnemen en leven leidt niet tot een teruggetrokken bestaan maar integendeel juist tot een geëngageerd in de wereld staan. Benedictijn Anselm Grün noemt een ‘geaarde spiritualiteit’: diepgang met beide voeten in de werkelijkheid!


Op zoek naar balans
Inderdaad, de grote leuze van Benedictus ‘ora et labora – bid en werk’ staat nog tot op
vandaag borg voor een evenwichtige levenshouding. En hoe tegenstrijdig het ook mag klinken: Benedictus' innerlijke rust brengt hem tot levendigheid en een dynamiek, die uitloopt in Liefde. Inkeer loopt uit op toekeer… Niet enkel zweven en ook niet enkel doodwerken en alle perspectief verliezen.

Diepgang elke dag
Maar ik hoor het je denken: hoe doen we dat in ons dagelijks leven? Welnu, het blijft niet bij mooie woorden alleen. Die fundamentele gerichtheid op liefde en goedheid valt namelijk niet zomaar ‘te zeggen’, maar vooral ‘te doen’, elke dag opnieuw. En precies dat vinden we al in de Bijbel. Paulus stelt in zijn brief aan de Galaten (5,22-23) dat een leven onder inspiratie van de Heilige Geest uitmondt in “liefde, vreugde, vrede, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en ingetogenheid”. En dezelfde boodschap geeft hij mee in zijn hooglied over de liefde in 1 Korintiërs 13. Al wat men kan verworven hebben aan verstand, aan andere kwaliteiten, aan nog zo fantastische eigenschappen, als het niet uit liefde gebeurt en de liefde niet dient, dient het tot niets.

Vindplaatsen van God
Wellicht komt God in zijn ondoorgrondelijke werkelijkheid inderdaad het meest aanwezig in wat wij Zijn Geest noemen, een aanwezigheid die ‘vruchten’ draagt in het concrete leven van elke dag. Hij is dan wel degelijk vindbaar, zonder dat je daarvoor een ingewikkelde lange weg hoeft te gaan, maar daarom door onze ik-zucht nog niet zonder moeite.

God ontmoet je in het goede, het lieve, het zachte, het zorgzame, het tedere, het nederige, het dienstbare, het zachtmoedige van elke dag. Misschien is Hij ook wel te vinden in al wat in ons leven ‘iets meer’ of een ‘surplus’ doet ontstaan. Alles wat ‘schoon’, ‘waar’ en ‘goed’ is zoals kerkvader Augustinus het ons voorhoudt. Het is vaak héél nabij en toch overstijgt het ons.

Schoonheid
Schoonheid is inderdaad zoiets ‘onvatbaar’ en ‘extra’. Het is nergens voor nodig en van geen nut. Tegelijkertijd is schoonheid ook heel kwetsbaar en uiterst broos. Ze schuilt in eenvoud. Ze behoeft geen ‘krullen’, is niet ‘maakbaar’ en ze toont zich dikwijls ‘onverhoeds’ wat haar wezenlijke, overstijgende of transcendente karakter alleen maar bevestigt.

Op die wijze kan schoonheid zelfs troost zijn in diepe eenzaamheid. Ze kan ons doen opstijgen te midden van banaliteit, verdriet en gebrokenheid. En ja, je moet er aandacht voor hebben en op dergelijke ogenblikken zie je heel even dat ‘méér’, diepgang in het simpele hier- en-nu, vaak geheel onverwacht. Misschien is het dan ook zo dat God binnentreedt ... oeverloos kwetsbaar, maar onstuitbaar aanwezig.

Van schoonheid naar mildheid en mededogen
Schoonheid is dat ‘extra’ in de werkelijkheid, wat ook ‘mededogen’ en ‘mildheid’ kunnen zijn in onze verhoudingen. Het grootmoedig over kleinheid heen stappen, het ‘ondanks alles’ blijven dragen, zorgen, vergeven, doen groeien ...

Grootmoedigheid staat tegen kleinzieligheid. Wie kleinzielig verbeten zichzelf en anderen zijn grote gelijke moet etaleren is hard, berekend rechtvaardig en loopt constant onrustig rond. Wie rustig zichzelf aanvaardt met zijn grote en kleine kanten en die zich in Liefde geborgen weet, kan zelf van dat mededogen en van die liefdevolle geborgenheid delen. Dat is concrete 'transcendentie'. Want “onrustig is ons hart, tot het rust vindt in U God”, zoals Augustinus het verwoordde.

Tederheid
Een aparte dimensie die hierbij aansluit, is de ‘tederheid’. Het is geen zwak, zeemzoeterig gevoel. Het is liefde in een zichzelf overtreffende trap: die van zachtheid en van van delicate aandacht. Ze overstijgt wat gewoon ‘zorgen voor’ of gewoon ‘om iemand geven’ is. Ze biedt zuurstof aan de liefde in al haar vormen. In die zin is ook tederheid transcendent. Ze overstijgt de ‘kleinmenselijke’ werkelijkheid en brengt iets tot stand wat op een ‘neutrale’, ‘rationele’ en ‘berekende’ manier niet mogelijk is. En daarin en daardoor is ze ook een stuk wegwijzer naar God.


God is Liefde
Wat echt telt, is dus ‘goddelijke’, ‘mensoverstijgende’ en toch in en door mensen met handen en voeten gegeven Liefde. En die gebeurt in onze heel ‘gewone’ werkelijkheid. Inkeer wordt toekeren. Diepgang reikt naar inzet. Het eenvoudig oprechte leven in het nu-moment, het rustig beleven van alle gewone dingen, het zorgen voor een kind en het alles leren, met mensen op je weg praten en ze bemoedigen, het inspringen bij een klein of groot probleem, tijd maken ondanks een gevulde agenda … Het zijn allemaal ontegensprekelijk dingen die misschien niet in het groot toekomstbepalend zijn. Maar hier-en-nu – en dat is uiteindelijk toch de enige tijd die we leven – maken ze dat leven aangenaam en ‘waardevol’. Meer nog, ze zijn er de voorwaarde toe.

Uitgaande van het feit dat alle goede dingen ‘waarde’ bezitten, kan men wellicht stellen dat ze ook maar ‘zin’ verwerven in het enige perspectief wat telt en dat is de Liefde. De Bijbel leert het ons ook wanneer ze beide ‘de liefde tot God’ en ‘de liefde tot de naaste’ evenwaardig aan elkaar centraal stellen, als het hoogste gebod. Of zoals ook Johannes het heel kort en bondig affirmeert: “God is Liefde” (1 Joh 4,8).

donderdag 1 februari 2018

De Kerk als klooster


Zonnebeke mag terecht trots zijn en uitpakken met zijn heerlijk verleden. We hebben het dan vooral over het wel én het wee van de voormalige augustijnerabdij op zijn grondgebied waarover we het in het vorige nummer (5) van dit blad hebben gehad. Iets verder betoogde hoofdredacteur Luc Vanmaercke in zijn standpunt over het religieuze leven dat “Geen enkele plaats zo sterk beantwoordt aan hedendaagse behoeften als kloosters en abdijen”. Alleen wat moet je ermee als vele gemeenschappen op punt staan te verdwijnen? Kunnen we als Kerk op vandaag hun charisma in ons voordeel aanwenden, zelfs als ze materieel niet eens voorhanden zijn? Vanmaercke besluit met de opmerking dat “we gerust nostalgisch mogen zijn, maar nooit wanhopig. Gods plantgoed vindt altijd wel ergens een nieuwe bodem ...”

In 2009 publiceerde – nota bene – de Nederlandse dominee Jeroen Jeroense niet zonder gevolg een uitgebreid pamflet met de titel ‘De Kerk als klooster – een zicht op de toekomst’ die een antwoord betracht op deze vraag en die ook samenhangt met het afscheid van de volkskerk. De plattegrond van een klooster kan de blauwdruk zijn voor allerlei gerelateerde activiteiten. Vraag is ook of de augustijnse spiritualiteit enig soelaas kan bieden? In de Nijmeegse Boskapel, dat onder impuls van de Augustijnen een belangrijke rol speelde in de liturgische vernieuwing na Vaticanum II, vinden ze alvast van wel. Ook zij zien veel in het tot stand komen van een 'stadsklooster':
http://www.boskapel.nl/rubriek/stadsklooster/

Wij zijn van mening dat mensen, of ze nu geloven of niet of gewoon anders in het leven staan altijd de behoefte zullen hebben aan ontmoetingen die zingeving faciliteren. Ieder mens zal in zijn leven betekenis moeten geven aan de dingen die er werkelijk toe doen: geboorte, liefde, verlies, ziekte en dood. Als Kerk dragen we daar al heel lang toe bij. Het gebeurde vooral via de volkskerk, het parochiale model dat na de Tweede Wereldoorlog twee decennia van hoogbloei heeft gekend maar nadien steeds verder afbrokkelde.

Mensen zijn gaan shoppen, ook op de religieuze en spirituele markt. Daar wordt vaak wat laatdunkend over gedaan, maar waarom? Je moet mensen serieus nemen in hun ideeën en gevoel. De gelovige emancipeert zich. Die ontwikkeling doet recht aan de verantwoordelijkheid van mensen zelf. Ook God zelf krijgt door de secularisatie een andere positie. De joodse filosoof Levinas meent in dit verband dat God zich terughoudend opstelt om mensen in hun volle verantwoordelijkheid te zetten.

‘God mij dichterbij dan ik mijzelf’
We leven dus in een tijd waar het individu ontzettend belangrijk is geworden. Helemaal jezelf worden, jezelf kunnen uiten, je eigen geaardheid tenvolle kunnen beleven. Het zijn belangrijke waarden geworden
in onze samenleving. Maar veel mensen verliezen zich daarbij wel eens in een doorgeschoten individualisme. De augustijnse spiritualiteit sluit hier heel goed aan bij dat hedendaagse verlangen. Augustinus zelf mocht ervaren dat hoe meer je op weg gaat naar jezelf, hoe meer kans je hebt God te ontmoeten. ‘Keer terug naar je hart en herken in dit beeld de schepper ervan.’

Tegelijkertijd is er een groot verlangen naar het overstijgende. Maar dan niet in het keurslijf van het kerkelijk instituut. De meeste mensen zoeken niet meer een door de Kerk ‘bemiddeld’ contact met God. Zij verlangen naar een ‘onmiddellijke’ ontmoeting met het hogere. En uiteraard weet Augustinus ook hier raad mee. Door God zo dicht bij de mensen te brengen – ‘mij dichter bij dan ik mijzelf’ – toont hij de weg ernaar. De Kerk krijgt daardoor weer de rol waarvoor zij ooit bedoeld was. Geen instantie die tussen God en de mensen in staat, maar een gemeenschap van mensen die in elkaar God willen eren, en één van hart en één van ziel zijn omdat God in hen oplicht.

Wanneer we niet langer in vals sentiment omkijken, kan er ruimte ontstaan om de huidige situatie te aanvaarden en als een uitdaging te beschouwen, om op een vernieuwende manier naar de geloofgeheimen op zoek te gaan. Dat vraagt om lef, creativiteit en moed die op vele plaatsen ontbreekt.

Kerkvader Augustinus hield juist daarom zijn toehoorders voor: ‘Trek steeds verder, maak steeds vooruitgang. Want zodra je zelfgenoegzaam zegt het is genoeg, ga je ten onder’ (Preek 169,18).

Bezielde huizen
In het boekje ‘Jij die mij ik maakt’ van Huub Oosterhuis spreekt hij zijn hoop uit dat er huizen van een ‘bezield verband’ zouden worden opgericht om de ontkerkelijking tegen te gaan. Een pakkend citaat uit dit boek:
‘Ooit is de West-Europese beschaving gered door een keten, een netwerk van kloosters,
van waaruit het landschap in cultuur werd gebracht, akkers aangelegd, bronnen geslagen.
En waar de heilige Schriften werden overgeschreven en vertaald en doorgegeven. In de eenentwintigste eeuw zou er een keten van bezield-verband-huizen moeten ontstaan die het grote bijbelse verhaal bewaren en alle kunst en cultuur die aan dat verhaal ontbloeid is, in leven houden.’

Het woord ‘klooster’ kan gedachten oproepen aan een gemeenschap die zich van de wereld afsluit. Maar hier willen we uitdrukkelijk openstaan naar de wereld toe en gelegenheden creeëren die allerlei nieuwe ontmoetingen zal opleveren om ideeën en ervaringen te delen.
Zo ontstaan er ook allerlei interessante kruisbestuivingen. Het is de uitdaging om zich om te vormen tot een bezield huis, anders gezegd ‘een Kerk als klooster’ een pleisterplaats voor de gelovige (pelgrim) ter plaatse, de mens onderweg en toch thuis.

Als we als Kerk dergelijke ontmoetingen willen stimuleren, zullen we hen ook letterlijk plaatsen moeten aanbieden. Nee we hoeven niet opnieuw te gaan bouwen. Dat kan perfect binnen de nog bestaande kerkerlijke infrastructuur en – mits goede afspraken – evengoed daarbuiten in private of openbaar toegankelijke gebouwen of plaatsen. We merken immers dat God inderdaad op allerlei plekken oplicht, misschien nu zelfs nog meer buiten dan in de Kerk.

Overal beginnen werkgevers, overheden, scholen, zorgaanbieders, ... naar wegen te zoeken om op het gebied van zingeving een rol te spelen. In tijden dat we alleen naar economische groei kijken en naar materieel resultaat is er ontegensprekelijk een groot verlangen ontstaan naar een overstijgend perspectief. Dat biedt heel veel kansen om bruggen te slaan naar al die plekken waar we God zien oplichten in mensen.




Om te weten over welke ruimtes het dan exact gaat, over wat ons daarbinnen precies te doen staat, kunnen we best even een plattegrond van het aloude klassieke klooster raadplegen. Ze bevatten nl. een blauwdruk voor tal van christelijk geïnspireerde ontmoetingen. Met een beetje fantasie vinden we ze gemakkelijk verspreid terug in onze omgeving.

De refter
We starten bewust niet met de kapel of gebedsruimte. Samen een maaltijd organiseren doet op zich al wonderen. Kerkelijk, niet-kerkelijk, zoekers, vinders, twijfelaars, aan tafel worden alle gasten één. Een goed concept is het verbinden van een maaltijd met een activiteit. Bv. een ‘film die er toe doet’.

Het scriptorium
al eeuwen lang zijn mensen op zoek naar de zin van het bestaan. In het scriptorium kan er naar hartenlust worden gegrasduind in alles wat met zingeving te maken heeft. Het kan een openbare bibliotheek zijn, waar vaak ook lezingen en debatten over het gewone leven worden georganiseerd en bediscussieerd.

Het poortgebouw
Het poortgebouw kan een atrium zijn, een inloopruimte waar alle bezoekers gastvrij worden ontvangen en de weg gewezen. We denken aan velerlei vormen van kerkonthaal en -toerisme.
Ook hier liggen kansen voor ‘wisselende contacten’, vaak verrassend, inspirerend en soms ontroerend.

De tuin
Dat kan een park zijn, met her en der bankjes, een stilteplaats met een waterpartij waar
je in alle rust kunt mijmeren en je spiritueel laven.

De kapittelzaal
een pastorale vergaderruimte waar je kunt overleggen met voorgangers, vrijgestelden en vrijwilligers. Hier onstaan nieuwe ideeën en vooral minder communicatiestoornissen.

Het noviciaat
een speciale plek waar jongeren thuis zijn, speels en uitdagend. Daar organiseren ze eventueel ook al dan niet onder begeleiding hun eigen zingevingsmomenten.

Het gastenkwartier
Een klooster is van oudsher een plek waar mensen gastvrij onderdak kunnen vinden. In dat specifieke geval kun je bv. gastgezinnen voorzien voor wie op zoek is naar een bed voor de nacht. Ook de werking van een ‘welzijnsschakel’ kun je hieronder verstaan. In de eerste plaats gaat het natuurlijk om de beleving van gastvrijheid.

De Kerk kan van deze grondhouding veel leren. Het is niet de bedoeling de argeloze gast met een zekere bekeringsdrang te benaderen. Hem met allerlei geloofsvragen te confronteren die tot het terrein van de persoonlijke intimiteit behoren. Principieel zal ‘de Kerk als klooster’ een welgemeende gastvrijheid moeten bieden. Of een gast zich nader wil verdiepen in geloof en leven, ligt aan deze zelf. Wie vraagt, krijgt zeker antwoord, maar wie gewoon de kat uit de religieuze boom wil kijken, mag ook vrijuit zijn gang gaan.

De kapel
Finaal een plek om stil te zitten, te mediteren, een getijdengebed, een woorddienst of een eucharistieviering. Vrijwilligers houden deze vieringen mede draaiende.

…

Regionaal
Een ander aspect van ‘de Kerk als klooster’ en die met gastvrijheid samenhangt is de ‘regionale functie’ ervan. Ze ontvangt gasten van ver of dichtbij. En wie langskomt is geenszins verplicht zich aan die bepaalde communiteit te binden. Niet de plaats waar je woont is bepalend om eens een klooster binnen te stappen, maar de interesse van de gast. Kerken houden helaas vaak nog teveel vast aan een soort territoriaal model en een eigen-kerk-eerst-mentaliteit waar enkel de liturgie primeert. Maar in een tijd, waarin mensen meestal heel mobiel zijn, maken ze zelf wel uit waar het hun specifiek om te doen is en tot welke gemeenschap ze willen behoren.