Pagina's

vrijdag 25 april 2014

Nood zoekt troost

De koortskapel op de Westhoek


Lang geleden stond er op de Westhoek te Zonnebeke een kapelletje van plak en stak, met een strooien dak en een klein houten lievevrouwbeeldje. Dat kapelletje stond langs de Frezenbergstraat, recht tegenover het kasteeltje van jonkheer Charles Debouck en zijn trouwe dienstmeid juffrouw Louise Cools. In de jaren 1870 was er overal zwarte armoede. Zelfs 'Meneerke Bouck' zoals hij in de volksmond werd genoemd, had het moeilijk en samen met de buurtbewoners kwam hij bij het Lieve Vrouwbeeldje zijn nood klagen. Charles deed daar belofte om op dezelfde plaats van het oud kapelletje een nieuwe grote kapel te laten bouwen, mocht hij verhoord worden. De crisisjaren gingen voorbij en rond 1880 verrees inderdaad op de Westhoek een prachtige gotische kapel toegewijd aan O.L.V. Nood zoekt troost.

De koortskapel
In die tijd stierven heel veel kinderen aan kraamkoorts en O.L.V. van de Westhoek kreeg als voorspreekster zo'n grote faam dat de kapel herdoopt werd tot koortskapel. Ze werd vermaard tot ver in de omtrek. In het portaal van de kapel kon men offerkaarsen kopen bij juffrouw Louise. Haar winst deelde ze aan de armen uit. Zodra de mensen langs de dubbele houten deur de kapel binnenkwamen werden ze aangegrepen door de gewijde sfeer die er hing. Iedereen knielde neer op de zwartgeschilderde banken om te kunnen opkijken naar het met een witzijden mantel vol schitterende edelstenen geklede O.L.Vrouwbeeld met het Kind Jezus op de arm.

Ommegangkermis
Iedere zondag van de maand mei stelden marktkramers naast de koortskapel hun kramen op. Daar was alles te koop: koeken en pekken, mentebollen en babbelutten, stokvis en macrons tegen één cent het blad. De herbergiers van de Westhoek deden gouden zaken met de bedevaarders want na 'gediend' te hebben moest de inwendige mens immers worden versterkt.
Op de laatste zondag van mei kwam het muziek van Zonnebeke een wandelconcert ten beste geven. Na de optocht trakteerde Meneer Charles de muzikanten in de herberg 'De Lanse' met een pint bier en een boterham. En zo gebeurde het vele jaren.

En toen kwam de oorlog
Een jaar lang bleef de kapel ongeschonden, maar van bedevaarten was er geen sprake meer, want de Engelse soldaten hielden er hun verblijf in. In april 1915 begon de toestand te verergeren en Juffrouw Louise haalde het beeld van O.L.Vrouw uit de kapel en vluchtte ermee naar Dadizele. Nog dezelfde maand begon men Zonnebeke te bombarderen. Een voltreffer sloeg in en vernielde de kapel grotendeels.




Een wonderbare genezing
Twee kleine stokken opgehangen in de koortskapel getuigen nog van een wonderbare genezing. Op 29 april 1915 werd Martha Bryon zwaar gekwetst gedurende het vreselijke bombardement van de Westhoek. Franse soldaten brachten haar naar het hospitaal te leper. Vandaar werd zij overgebracht naar Poperinge en dan naar De Panne tot ze eindelijk belandde te Montreuil-Sur- Mont. Daar werd zij nog veertien maanden verpleegd in het hospitaal.
Niemand kon vermoeden dat Martha nog ooit zou kunnen gaan zonder krukken. Maar ... teruggekeerd uit Frankrijk nam zij haar toevlucht tot OLV Nood zoekt troost en beloofde haar stokken in de kapel te hangen als ze mocht genezen. Tegen alle verwachtingen in genas het gekwetste been en Martha hield haar belofte.

De wederopbouw en inhuldiging
Het begon in 1925 – onder impuls van pastoor Lammens – met het bouwen van een schoolgebouwtje op de Westhoek met vier klassen. Daar tegenaan werd de kapel geplaatst. Op tweede Sinksendag was het volop feest en beweging. De straten waren met bloemen bestrooid en met gouden poorten versierd. Iedereen was op de been. Al de paarden op hun beste van kop tot teen, met bloemen en kransen getooid. De mensen was opgetogen en tevreden omdat O. L. Vrouw terugkwam naar de Westhoek. De wijding van het nieuwe beeld op Pinksterenmaandag begon om 14.30 u. in de parochiekerk van Zonnebeke om daarna in stoet onder het luiden van de klokken, biddend en zingend naar de koortskapel gedragen te worden. Achter de groep ruiters en de muziekmaatschappij volgden processiegroepen en de leden van de Maria Congregatie en heel veel mensen van Zonnebeke en van de omliggende parochies. Tenslotte kwam de hemelwagen die geheel met goudbloemen omhangen was. Langs heel de doortocht waren de huizen versierd en gevlagd en van opschriften voorzien. Terwijl de mensen zich aansloten werd de stoet steeds maar langer. De koortskapel was veel te klein en de samengepakte menigte volgde de vespers het sermoen en het lof tot op de straat.




Dank aan O.L.Vrouw van de Westhoek
Vooral gedurende de meimaand was de toeloop enorm. Op de laatste zondag van mei 1931 noteerde pastoor Lammens niet min dan 2000 bedevaarders. De vele witmarmeren gedenkplaatjes getuigen van dank om bekomen gunsten. Waar de geneeskunde van die tijd machteloos stond, bracht de Lieve Vrouwe redding.

Vernieuwing en neergang
In de jaren '60 kwam de vernieuwing in de liturgie met het achterwege laten van het gregoriaans, met de invoeging van nederlandstalige misgebeden en liederenen vooral met het draaien van de altaren. In 1980 was er deviering van het honderdjarig bestaan van de koortskapel. Eertijds als de gelovigen ergens op bedevaart waren geweest, brachten zij een litanie, een medaille en een bedevaartvaantje mee naar huis. Dat was een bewijs dat zij in het oord geweest waren. Dat vaantje werd op de schouw gezet of boven een staldeur vastgemaakt. De litanie werd in het gebedenboek geschoven naast vele andere bidprentjes Pas het jaar daarop na de vernieuwde bedevaart mocht het oude vaantje verdwijnen. Ter gelegenheid van het jubileumjaar 1980 ontwierp kunstenaar Luc Ameel uit Poperinge een bedevaartvaantje. Guido Vermeulen, heemkundige zorgde voor de nodige documentatie.
Op tijd en stond werden de hoogstnodige restauratiewerken uitgevoerd en tussentijds met de hulp van toegewijde vrijwilligers kreeg de kapel een opknapbeurt.

Weer lacht de blijde mei ons tegen
Het tekort aan parochiepriesters en het teruglopen van het aantal kerkgangers zorgde in 2004 o.a. voor het definitief sluiten van de kapel van de Molenaarlest en gelijklopend het stopzetten van zondagsmissen in de Westhoekkapel. Maar traditiegetrouw verzorgt pastoor Geert Roseeuw er in de meimaand enkele eucharistievieringen:
op dinsdag 6 mei om 8.00 u.
op dinsdag 13 mei om 19.00 u.
en op dinsdag 20 mei om 8.00 u.
Op woensdag 28 mei om 14.30 u. komt Ziekenzorg uit Sint-Juliaan langs.
En op donderdag 29 mei (Hemelvaart) is er om 15.00 u. de bedevaart vanuit Sint-Juliaan.
Uiteraard kan het traditionele 'dienen' onverminderd blijven doorgaan en dit het hele jaar door.

Inlichtingen bij
Philiep Vandoolaeghe
0475 40 84 73
philiep.vandoolaeghe@gmail.com
Chantal Deprez
0498 52 84 93

woensdag 23 april 2014

Heiligen, spiegels of vensters

Terwijl de kerkbetrokkenheid daalt en de deelname aan zondagsvieringen vermindert, behouden mariale bedevaartsplaatsen hun aantrekkingskracht. De camino naar Santiago de Compostela is immens populair, ook bij niet-kerkelijken. Onderweg brandt bij elk beeld van de heilige Jacobus een zee van kaarsen. De Heilige Damiaan werd enkele jaren geleden verkozen tot grootste Belg aller tijden. De heilige Pater Pio, de heilige Rita van Cascia en klein Trezeke van Lisieux, de heilige Antonius van Padua en zovele andere sinten, Jozef, Franciscus, Augustinus ... ja zelfs Sint-Maarten en -Niklaas. Ze blijven om uiteenlopende redenen een bron van inspiratie. Wat maakt de heiligen zo geliefd? Dreigt die hele santenboetiek niet te ontsporen?

Heiligenverering leeft
De heiligenverering kent wellicht een bloei omdat ze beantwoordt aan diepmenselijke behoeften.Mensen hebben nood aan voorbeelden, aan personen naar wie ze opkijken en door wie ze zich laten inspireren. Die voorbeelden zijn best niet al te gewoon, maar ook weer niet te bijzonder. Mensen identificeren zich slechts met iemand in wie ze iets van zichzelf herkennen en wat ze gedeeltelijk ook zelf kunnen realiseren. Sommige mensen hebben het moeilijk om zich rechtstreeks te richten tot God, de Vader en tot Jezus Christus. Ze hebben nood aan tussenpersonen, aan bemiddelaars die de weg banen en hun voorspreker zijn. God is voor hen zo vaag en onzichtbaar. De heiligen daarentegen hebben een concreet gelaat. Je kan hun beelden zien en aanraken.Heiligen zijn wellicht ook populair omdat ze Jezus' voorbeeld volgen en tonen dat gelovigen Jezus' woorden en daden ook in de verdere loop van de geschiedenis kunnen blijven waarmaken en beleven. Geïnspireerd door Jezus kwamen ze in hun tijd op voor de kleine en kwetsbare mensen. Of ze gaven net als Jezus hun leven voor de verkondiging van het evangelie. Zo dagen zij ook nu nog mensen uit om Jezus' boodschap te vertalen en te concretiseren. Heiligen spreken vandaag wellicht ook aan omdat ze helpen om te gaan met de broosheid van het menselijk leven. Ondanks het feit dat mensen veel weten en kunnen, ervaren ze dat ze lang niet alles zelf kunnen bepalen of in de hand hebben of houden. Veel mensen voelen dan ook een nood aan zegen, bescherming en zelfs 'genezing'. En wie zou daarvoor beter kunnen zorgen dan zij die vaak al eeuwenlang heil, geluk en zegen schenken aan velen? Het succes van de heiligenverering heeft mogelijk ook te maken met het feit dat het een eenvoudige en toegankelijke vorm van geloofsbeleving is. Voelen en doen staan daarbij centraal. Woorden en moeilijke gedachten zijn van secundair belang. Sommigen knielen voor het beeld van de heilige, raken het aan. Anderen laten een briefje of een boodschap achter, nog anderen ontsteken een kaarsje en bidden een vast gebed. Ieder kan de heilige vereren op een wijze die hem of haar aanspreekt.

Heiligen geen doel op zich
De Kerk verklaart mensen heilig en wil op die wijze benadrukken dat de Geest van God in deze mensen werkzaam was. Heiligen openen zich met hart en ziel voor God en zijn als het ware zijn handen en voeten. Ze hebben geleefd als leerlingen van Jezus, delen in zijn Pasen op weg naar het volle Leven. Heiligen nodigen anderen uit om God ook in hen te laten wonen en werken. Ze wijzen anderen de weg naar de Heer, de Bron van alle leven. Als heiligen in veel gevallen door toedoen van de mensen zelf niet meer doorverwijzen naar Christus, als ze eerder spiegels dan vensters zijn, dan komt de heiligenverering los te staan van het uiteindelijke doe. Dat is de aanbidding en navolging van de Heer. Soms functioneren heiligen inderdaad niet meer als 'wegwijzer', maar als 'einddoel'. Mensen blijven dan rond een heilige cirkelen, zonder nog verdere stappen te zetten in het geloof. Dan ontstaan soms legenden die een eigen leven gaan leiden. Verhalen over wonderen en genezingen waarin God minder of helemaal niet meer ter sprake komt. In plaats van God dichterbij te brengen, komt de heilige centraal te staan en verdwijnt de Heer naar de achtergrond. Hoe meer een heilige in de schijnwerpers staat, des te meer Christus verduisterd wordt. Vooral wanneer het vereren van heiligen losgemaakt wordt van de werking van de Geest duiken er ook vormen van bijgeloof en magie op.


Heiligen evangeliseren
De huidige heiligenverering brengt mensen niet altijd tot bij God, de Bron van hun leven. Het is van belang om de heiligenverering steeds in een juist blikveld te beleven. In het perspectief van het geloof in God, de navolging van Jezus en de werkzaamheid van de heilige Geest. Dit kan gebeuren door in gebeden, gericht tot de heiligen, in liturgische teksten en bij herdenkingen steeds expliciet te verwijzen naar hun band met God. In plaats van alle nadruk te leggen op hun goede of wondere daden, is het minstens van even groot belang om het waarom en het hoe ter harte te nemen. Stil te blijven staan 'vanuit welke kracht en inspiratie' zij werkzaam waren. Heiligenverering is ook verre van vrijblijvend. Voorbeelden vragen om navolging. Heiligen zetten mensen niet alleen aan om 'goede dingen te doen' en 'moedig en sterk te zijn', maar ze dagen ook uit om hun voorbeeld te volgen in gebed en navolging van Christus. Even sterk als hun daden is ook hun gebeds- en geloofsleven. Zo zie we dat bijvoorbeeld gebeuren in de devotie rond de Heilige Pater Pio in Zandvoorde en op andere plaatsen. In de verering wordt uitdrukkelijk de rozenkrans gebeden, eucharistie gevierd en wordt het Heilig Sacrament van het altaar aanbeden en bewierookt. Z'n leven lang is één grote verwijzing naar het offer van de Heer en z'n brood van eeuwig leven dat Hij met ons wil delen. Kunnen we daar nog naast kijken. In feite heeft Pater Pio slechts één boodschap: vier eucharistie en handel ernaar! Doe het samen met mij als dat jou kan helpen en niet ik genees maar Christus de Heer, geef je aan Hem over en laat je door Zijn liefde overweldigen. En zo is dat met iedere heilige, die bezield met Gods Geest, jou vanuit z'n persoonlijk charisma of aantrekking kan raken.Patroonsfeesten in parochies of instellingen zijn uitzonderlijke gelegenheden om juist ook stil te staan bij de roeping van alle gedoopten om, net zoals die heilige, God ook te laten wonen en werken in het eigen hart. Ook naamfeesten bieden kansen om elkaar als gelovige te feliciteren en uit te dagen. Om net zoals die heilige, te groeien in verbondenheid met de Heer. Hoe mooi is het om steeds meer te worden wie je worden kan, om net zoals je naamheilige steeds meer gelijkvormig te worden aan Christus.

dinsdag 15 april 2014

Alleluia


Alleluia, alleluia Pasen, 't is Pasen …
Net zoals bij Kerstmis, de kerstman de seculiere, commerciële ersatz voor Christus is geworden, zien we nu de paashaas 'doodleuk' opdraven. Ook al zo'n schertsfiguur omdat hij geen enkele inhoud of boodschap vertegenwoordigt en dus volkomen aanvaardbaar is voor onze samenleving. Paaseieren, paaskuikentjes, paasbloemen en in mindere mate paasklokken maken ons er attent op dat het zondag weer Pasen is. Meer moet dat niet zijn, of toch!? Waarom gaat onze maatschappij straal aan de essentie van dit gebeuren voorbij?

Het oorspronkelijke paasgebeuren is eigenlijk een Joods feest. Sinds de uittocht uit Egypte o.l.v. Mozes vieren de Joden jaarlijks de bevrijding uit de slavernij en de tirannie van de farao. Ook vandaag nog is dit het belangrijkste van alle Joodse feesten. Sinds Jezus Christus heeft Pasen een heel nieuwe betekenis gekregen. Precies op het Joodse paasfeest hield Jezus met zijn twaalf leerlingen zijn laatste avondmaal op aarde. De dag erop gaf Hij de geest aan het kruis. Hoewel Kerstmis sentimenteler is en veel meer gevierd wordt, is Pasen inhoudelijk veel belangrijker. De christelijke betekenis ervan is nog min nog meer revolutionair: het geloof in de opstanding uit de doden.

Hier knelt natuurlijk tegelijk het schoentje. De moderne mens kan hier helemaal niet mee uit de voeten, want leert de wetenschap ons niet dat dat onmogelijk is? Veronderstel dat Hij bestaat, mag God dan wel zijn eigen natuurwetten overtreden door Jezus uit de doden op te wekken? Laat staan dat wij daar enige zeggingschap zouden over hebben. Voor velen is dit verhaal nog min of meer een in scene gezet bijgeloof. Het stamt uit oude tijden 'toen de mensen nog naïef waren en je ze nog van alles kon wijsmaken'. Zelfs de 'moderne theologie' legt het paasverhaal al tientallen jaren anders uit. Nee, een lichamelijke verrijzenis kan natuurlijk niet, dit is maar een manier van spreken om uit te drukken dat Jezus' ideeën na zijn dood verder leven. De apostelen hebben hier later een verhaal rond geweven maar dit nooit letterlijk bedoeld. Deze gedachte is intussen wijdverspreid onder katholieken en protestanten.

Maar houdt dit wel steek? Waar is Jezus' lijk dan? Het zou voor de talrijke tegenstanders heel makkelijk geweest zijn om dat lijk op te sporen en het jonge christendom te ontmaskeren als volksverlakkerij. En zelfs als het lijk door de apostelen héél goed weggemoffeld was geweest, waarom zouden zij dan allemaal hun leven geven voor een zelfgecreëerde, met leugens in elkaar gestoken, nieuwe religie? Hadden de apostelen behoefte om Jezus groter te maken dan Hij was? Ze konden bij zijn leven zelf, al niet eens bevatten wie Hij was! De vraag hier is dus: is het verrijzenisverhaal letterlijk op te vatten of niet?
Tegenstanders wijzen dan op de ongelooflijke naïviteit van hen die dit geloven. Maar zijn alle gelovigen dan gewoon dom en blind voor de realiteit? Alsof zij zelf niet weten dat zoiets 'normaal' niet kan!? Natuurlijk tart de opstanding alle natuurwetten. Voor Jezus' apostelen was dit beslist niet anders. In eerste instantie deden ze het af als kletspraat, beuzelarij van in verdriet doorgeslagen vrouwen. Maar dát dit de natuurwetten overstijgt is juist de kern van de zaak! Pasen verkondigt precies het geloof in het onmogelijke. De natuurwetten hebben niet het laatste woord! Het punt is niet dat christenen de natuurwetten negeren. Nee, het is dat zij daarnaast geloven in hogere en sterkere wetten. Reeds in het Oude Testament vinden we al, 750 jaar voor Christus, merkwaardige uitspraken van oude profeten zoals Jesaja en Hosea. 'Hij zal de dood voor altijd verslinden' (Jesaja 25:8), en 'Ik zal hen verlossen uit de macht van het graf. Ik zal hen vrijkopen uit de dood. Dood, waar zijn uw pestziekten? Graf, waar is uw verderf?' (Hosea 13:14). Wat een visionaire kracht, wat een profetische durf, dit spotlied op de dood. 'Haha, dood, jij maakt me niet meer bang meer, je bent verslagen, je schrikbewind is over, je tanden zijn gebroken, je klauwen geknipt, je angel is eruit getrokken'. Een christen gelooft immers in het Léven, niet in de dood. De dood, ook al blijft die een realiteit, is niet angstaanjagend meer. Het vergt een dosis geloof om dit te kunnen 'snappen', een manier van anders naar de werkelijkheid te kijken.

Of iemand gelooft dat opstanding mogelijk is of niet, hangt helemaal af van zijn wereldbeeld. Sinds de Verlichting begon de moderne mens meer en meer moeite te krijgen met wonderen, omdat men de natuurwetten ontdekte. In de euforie van die tijd dacht men, eigenlijk heel naïef, 'Nog eventjes zoeken en binnenkort kunnen we alles verklaren en oplossen'. Wel, dat 'eventjes' duurt nu al 300 jaar en we stuiten op steeds meer raadsels. De natuurwetten blijken al veel complexer te zijn dan ze eerst geformuleerd werden. De wereld is niet zo rationeel, simpel en verklaarbaar. En wetenschap maakt God ook niet kleiner dan vroeger. Door de ontdekking van de gigantische afmetingen van het heelal krijgt de gelovige zelfs nog meer ontzag voor de grootsheid van de Schepper. Ook de moderne theologie steunt vaak op dit ouderwetse, gesloten, deterministische wereldbeeld. Het is ook wel bijzonder arrogant om ervan uit te gaan dat de mensen vroeger zo ongelooflijk dom waren. Dat ze eertijds het verschil niet kenden tussen ordinair boerenbedrog en zichtbare feiten. De moderne mens tart soms alle verbeelding. Het is zelfs onthutsend dat dit 'verlichte' wezen met al z'n kennis de wereld op velerlei vlak naar de verdoemenis helpt.

De echte paasboodschap is dat het onmogelijke mogelijk is. De dood is niet het einde. Hopeloze situaties zijn niet hopeloos als je ze met andere ogen kan bekijken. Er is véél meer dan we met onze fysische ogen kunnen zien. Er is een hele dimensie boven ons dat ons bevattingsvermogen mateloos overstijgt. Er zijn geestelijke wetten die nog sterker zijn dan de gekende natuurwetten. Liefde is sterker dan de dood. Het geloof in zulke God is een onuitputtelijke bron van hoop. Ons leven is niet gedetermineerd en de wereld is niet op slot. Geloven in een leven na de dood (een 'hiernamaals') maakt het leven vóór de dood (het 'hiernumaals') niet onbelangrijk. Integendeel, het geeft er oneindig veel meer zin en betekenis aan. De kleine dingen die we hier doen, krijgen zo eeuwigheidswaarde. Geloven is het beste medicijn tegen de zinloosheid, de leegte, de absurditeit en het nihilisme die onze huidige maatschappij overwoekert. Zo veel meer dan het geloof, doet het ongeloof bij sommige mensen de stoppen doorslaan.

De betekenis van Pasen voor elk van ons is nog véél rijker en dieper dan hier in kort bestek kan weergegeven worden. Het heeft inderdaad alles te maken met geloof. Geloof is zoals een kleine sleutel die een grote, onnoemelijke zware poort doet opengaan naar een heel nieuwe wereld vol oneindige mogelijkheden. Geloven is een keuze, een ingesteldheid, net zoals niet-geloven. Is geloven dan zo moeilijk als sommigen denken? In feite is het niet moeilijker dan een leesbril vervangen door een verrekijker of telescoop. Het is een kwestie van het perspectiefwissel, van focus en zekerheden durven los te laten. Daarom zijn kinderen voor ons een voorbeeld in geloof, zegt Jezus. Voor kinderen is het niet moeilijk om te geloven dat iemand opstaat uit de dood. In vergelijking met hen zijn volwassenen vaak vastgeroest, hardleers, fantasieloos, bijziend en eigenzinnig. Europa wordt vaak cynisch vergeleken met een oud en ziek continent. Het zou een geestelijke heropstanding zeer goed kunnen gebruiken en die houdt geen negatie is van de werkelijkheid! Het is niet het een of het ander, veeleer het het een en het ander. 'Out of the box' gaan leven en zelfs 'the sky' is niet langer 'the limit'.
Een gezegend Pasen gewenst.

Lees het oorspronkelijke artikel van Ignace Demaerel
Pasen en de opstanding: de kern van het christelijk geloof of naïef sprookje?
http://www.knack.be/nieuws/pasen-en-de-opstanding-de-kern-van-het-christelijk-geloof-of-naief-sprookje/article-opinion-82923.html

vrijdag 4 april 2014

Over sacramenten en catechese



Op de theologische studiedag van maandag 31 maart voor de decanaten Ieper en Poperinge in het Instituut 'De Lovie' in Proven bogen priesters, diakens, parochie-assistenten en verantwoordelijke stuurgroepleden zich o.l.v. professor Philippe Hallein over het thema van 'De sacramenten van de christelijke initiatie bij kinderen en jongeren vandaag. Oriëntatie voor een missionaire vernieuwing.' Het ging m.a.w. over het doopsel, de eucharistie (eerste communie) en het vormsel. En in het bijzonder over hoe het christelijke geloof en de bijbehorende sacramenten in deze tijd tot bij de mensen komt. Op dit laatste bomen wij graag wat verder voort. 

Het is een open deur intrappen als we er op wijzen dat er zowel bij de vrijgestelde als bij de vrijwillige medewerkers in de Kerk, binnen de parochies, er nogal wat vragen en kopzorgen zijn rond catechese. Tot voor kort verliep dit alles nog vrij vanzelfsprekend. Het christelijk geloof met zijn leer, zijn liturgische feesten en zijn morele gedragscodes waren gemeengoed.

Het werd vanaf de geboorte in de gezinnen met de paplepel ingelepeld en verder aangeleerd en geoefend op school en in de parochie. Bij wijze van spreken ging iedereen hierin mee. We noemen deze vorm van geloofsoverdracht met een geleerd woord 'socialisatie'. Dat is nu beduidend minder het geval net zoals het sociaal-culturele leven ook niet meer rond de kerktoren draait. Langs alle kanten word je als gelovige gewaar dat het geloof in God voor de samenleving niet meer wezenlijk is. Je voelt je dan als christen eerst en vooral wat wankelmoedig. Nogal wat zekerheden komen op de helling te staan. Het is misschien boeiend en uitdagend om in die situatie christen te zijn maar het is er beslist niet gemakkelijker op geworden. Er zijn blijkbaar geen pasklare antwoorden of recepten om het tij te keren. Er is de laatste tientallen jaren al heel wat geëxperimenteerd. Hoe komt het dan dat we er zo moeilijk in slagen het geloof door te geven aan de volgende generaties? En paradoxaal blijven die komen met hun vragen. Hoewel ze amper of niet deelnemen aan het kerkelijk leven worden een groot deel van hun kinderen nog steeds gedoopt, velen ontvangen het vormsel en worden erop voorbereid, de meesten krijgen godsdienstles op school. Waarom dan niet met het verhoopte resultaat? En wie draagt hiervoor verantwoordelijkheid? Wie de schuld? 

We moeten erg voorzichtig zijn met dergelijke vragen. Het gaat hier allereerst om een veranderde situatie, een andere manier van leven of geleefd worden, een cultuuromslag en daar kun je als individu uiteindelijk niet tegen op. We mogen onze situatie ook niet voortdurend vergelijken met vroeger. Het ging toen ook niet altijd van harte of probleemloos. We moeten nuchter blijven en de situatie aanvaarden zoals ze is en van daaruit vol vertrouwen aan de slag gaan. Blijven nadenken en verder creatieve wegen gaan. En misschien ook onze tomeloze verlangens wat matigen. Samen gaan zoeken hoe we het geloof en het leven volgens het evangelie zo ter sprake kunnen brengen dat het goed nieuws is voor mensen van deze tijd.

Vragen die we ons daarbij kunnen stellen? Zijn de sacramenten nog voldoende ingebed in een christelijke gemeenschap? Is het zoals een doopsel enkel nog een strikt persoonlijk, privé-gebeuren? Hoe denken ouders op vandaag hun engagement om hun kinderen gelovig op te voeden waar te maken? In hoeverre is de 'eerste communie' nog verankerd in de zondagse eucharistie? Het is ook een dwingende vraag naar de praktiserende parochianen: Waarom mijden jullie vieringen die gelinkt worden aan 'eerste communie' en 'vormsel'? Zijn doopsel, eerste communie en vormsel in de feiten niet veeleer overgangsriten dan een stap-vooruit-in-het-geloof? Het vormsel blijkt voor veel mensen een eindstation te zijn voor hun geloof. Dan stappen ze het af en bekijken hun verdere volwassen leven het geloof als iets voor kinderen. Iets dat ze dus best achterwege laten. Als het vroegere model van geloofsoverdracht niet meer voldoet, waarom steekt men dan de kop in het zand, maakt men zichzelf en de anderen iets wijs, en doet men verder alsof er niets aan de hand is? 

Allemaal terechte opmerkingen maar toch eerst dit. De Kerk en zijn vele ingezetenen – of ze nu vooruitstrevend zijn of niet, actief of lauw – is een erg log en moeilijk ineens te maneuvreren ding. Veranderingen op gelijk welk vlak vragen net zoals in de politiek (milieu, mensenrechten, ... ) veel tijd en volgehouden gemanoeuvreer en getouwtrek. Veranderingen wekken altijd weerstand op. Meestal begint men ook pas als het al vijf voor twaalf is of daarna. Het echter nooit te laat of vergeefs om aan te kar te blijven trekken. Het is ook nooit een 'of-of-' maar steeds een 'en-en-verhaal'. Je kunt vooruitlopen maar je moet steeds blijven achteruit kijken om voorgoed geen voeling te verliezen. Dat is lastig en soms zie je het niet meer zitten, maar gedreven door de Geest geeft een gelovige het nooit op, zelfs als hij wanhoopt ooit het resultaat van z'n inzet te zullen aanschouwen. Het is een werk van heel lange adem! 

Tot slot nog een paar belangrijke oriëntaties. In het licht van de sacramenten moet eerst en vooral 'het geloof' aangeboden worden als een levensweg in het voetspoor van Christus. Er moet verduidelijkt worden welke etappes er zijn op die levensweg, hoe ze liturgisch gevierd worden en wat de rijkdom is van het evangelie voor het hele menselijk bestaan. Het gaat in een sacrament in wezen telkens om een ontmoeting met de verrezen Christus, die ons aanspreekt en uitnodigt ons leven op Hem af te stemmen. Bij dit alles zijn vormen en kansen van 'eerste verkondiging' van groot belang. Uit respect voor de andere, zou een gelovig iemand bereid moeten zijn uit te spreken wat hem te diepste toe beweegt. Dat kan een vader, een moeder, grootouder, vriend ... of gewoon iemand zijn die je pad kruist. Naast zo'n getuigenis kan dat ook een moment van ontroering zijn in de liturgie, een schriftwoord dat plots opengaat en als Woord van God gaat klinken … Natuurlijk kunnen we zoiets niet feilloos gaan sturen maar het helpt wel als er zowel in liturgie als in de catechese een kwalitatief aanbod is. Liturgie en catechese horen daarom gelinkt te zijn. De liturgie kan voor velen een plaats van herbronning zijn waarop de catechese nadien verder kan bouwen. Een liturgische ruimte, een kerk of een kapel, leent zich trouwens vanuit haar eigenheid uitstekend tot verkondiging. Bij dit alles mag een levendige, plaatselijke gemeenschap niet de grote, illustere afwezige zijn. Wat ben je met je geloof als je het niet met medemensen kan delen en beleven? 

Al die zaken gebeuren – zoals het eertijds leek – niet vanzelf. In deze tijd behelst het zoveel meer dan zonder veel omhaal een afspraak te maken van waar en wanneer, voor wie en door wie het sacrament wordt toegediend. Elk sacrament moet gedragen worden door geloof. Welke geloofsweg wordt er dan aangeboden? In hoeverre worden ouders, peters en meters betrokken als het om kinderen en jongeren gaat? Is er in de omgeving een specifiek aanbod voor hen waar ze terecht kunnen met geloofsvragen? Het is duidelijk dat deze opdracht een het vermogen van een enkele priester, diaken of parochie-assistent in de mega-parochies-van-straks te boven gaat. Dat moet samen met geëngageerde leken doordacht en georganiseerd worden. Die zijn er nu nog, maar ook bij hen loert de vergrijzing achter het hoekje. Bovendien schrikken velen van hen ervoor terug de oude vertrouwde paden te verlaten en verkiezen ze eerder ongemoeid hun termijn uit te doen. Als alles zo op z'n beloop wordt gelaten, waar kunnen mensen in de toekomst dan nog terecht met hun vragen? Bij 'rent-a-priest' of gehaaide rituelenbureau's? 

Mensen hebben recht – al hebben ze daar vaak schrik van en is enige moeite er dikwijls teveel aan – op een gedegen voorbereiding op een sacrament. Ook nadien moeten er initiatieven voor handen zijn om het prille geloof verder en liefst samen met anderen uit te diepen. Let wel, mag het al of niet aanvaarden van zo'n pastoraal aanbod nooit uitsluitend zijn. Maar op plaatsen waar men het nu al probeert gaan zowat gemiddeld een derde van de aanvragers hierop in. Het proberen waard dus en in de feiten een reuzenstap vooruit!