Elk
jaar opent het Memorial Museum Passchendaele 1917 in Villa Zonnedaele
op het Kasteeldomein een tijdelijke tentoonstelling. Dit jaar focust
het MMP1917 met ‘Bouwen aan het Front’ op het Duitse verhaal.
Terwijl in 1916 de grote offensieven in Frankrijk liggen (de Somme en
Verdun), maken de Duitsers in Vlaanderen van de ‘stille periode’
gebruik om hun verdedigingsnetwerk uit te werken. Ze bouwen stevige
verdedigingslinies die bestaan uit prikkeldraad, mitrailleursnesten,
bunkers en betonnen schuilplaatsen. Daarvoor doen ze beroep op
ongewapende dienstplichtigen. Maar ook speciale eenheden,
krijgsgevangenen en Belgische burgers of ‘Zivilarbeiter’ worden
ingezet als werkkrachten. Wanneer hier midden 1917 de strijd weer
losbarst, zijn de stellingen nog niet helemaal afgewerkt. Toch bijten
de geallieerden er meer dan hun tanden op stuk.
Na
de Tweede Slag bij leper in 1915 schuift het front dichter naar leper
toe. Zonnebeke en Passendale liggen van dan af in het Duitse
hinterland. De periode die hierop volgt, is een relatief 'rustige'
periode aan het front in Vlaanderen. Hoewel de krijgsverrichtingen
hier in 1916 beperkt blijven, is er toch veel beweging en
bedrijvigheid. De Duitsers gaan dan over tot het uitbouwen van een
heus verdedigingsnetwerk in de diepte. Het aanvalsgerichte denken
heeft plaats gemaakt voor handhaving van het verworven terrein.
Speciale Pioniere
of
genietroepen worden daarop belast met het uitbouwen van opeenvolgende
verdedigingslinies.
Ingenieus
verdedigingsnetwerk
Talloze
rijen prikkeldraad, mitrailleursnesten en bunkers worden strategisch
aangebracht in het landschap. Terwijl de geallieerden eerder geloven
in ondergrondse schuilplaatsen, zetten de Duitsers volop in op
betonnen schuilplaatsen. Waar het enigszins mogelijk is, richt men
bunkers in binnen bestaande en relatief onbeschadigde gebouwen. Om de
geallieerde vliegtuigen te misleiden, herstelt men de daken van de
huizen of vermommen ze de niet-ingekapselde bunkers als huizen door
ramen en deuren te schilderen en puntdaken te maken van vlechtwerk.
Tussen
het front en Passendale liggen vier actieve stellingen. De Albrecht-
en Wilhelm-Stellung
zijn
volledig uitgebouwd tot een netwerk van loopgraven en schuilplaatsen,
de twee Flandern-Stellungen
zijn
eerder bunkerlinies. Ook met valse loopgraven gaat men de
luchtverkenners om de tuin leiden. Riegels
of
kleinere verbindingsstellingen vormen daarenboven versterkte bruggen
tussen de eigenlijke stellingen. Op die manier kunnen de Duitsers bij
een geallieerde aanval telkens terugplooien op een nieuwe
verdedigingslinie en van daaruit een tegenaanval organiseren. In 1917
zal dit een cruciale rol spelen tijdens de Derde Slag bij leper.
Gigantische
logistiek
Voor
de uitbouw van de verdedigingslinies en de constructies is de
logistieke aanvoer van manschappen en materieel natuurlijk een
belangrijke voorwaarde. De belangrijkste bouwmaterialen zoals hout,
ijzer, cement en zandzakken moeten van overal worden aangevoerd om te
voldoen aan de nood. Zo wordt bijvoorbeeld opdracht gegeven om het
ijzeren hekken rondom het kasteelpark van Zonnebeke te slopen. Ook
eiken balken en arduinsteen, die zich nog in Zonnebeke bevinden, zijn
waardevol materiaal en worden gebruikt voor de bouw.
Vanaf
1915 gebruiken de Duitsers prefab-blokken van gewapend beton. Gegoten
betonconstructies met ijzeren vlechtwerk, komen vanaf 1916 vaker
voor, maar dicht bij het front is dit geen optie en blijft men
betonblokken gebruiken.
De
bouwmaterialen worden voornamelijk aangevoerd via een complex netwerk
van spoorwegen. De vooroorlogse trambaan leper-Menen speelt hierin
bijvoorbeeld een cruciale rol. Bij nacht dendert de zwaarbeladen tram
met materiaal tot aan het Pionier-Park Veldhoek. Pionier-Parken,
waarvan
er veel te vinden zijn in de streek, zijn depots of stockageplaatsen
waar het bouwmateriaal verzameld wordt dat voornamelijk vanuit
Roeselare en Menen wordt aangevoerd. Van hieruit wordt het materiaal
over allerhande wegen en smalsporen naar de stellingen gebracht.
In
Passendale, dat tot de zomer van 1917 nog vrij onbeschadigd is,
Dadizele en Moorslede zijn er rustkwartieren voorzien voor de Duitse
soldaten, die voor wat vertier zorgen in na de vermoeiende karweien.
Naast een populaire cinema is er ook een zwemgelegenheid, zijn er tal
van cafés en is er zelfs een casino ingericht. De vele soldaten en
arbeiders die rond Zonnebeke en Passendale druk in de weer zijn,
hebben uiteraard nood aan een slaapgelegenheid. Er rijzen dan ook
verschillende barakkenkampen uit de grond, doorgaans gelegen aan
hofsteden of verscholen in stukken bos. De kampen worden voorzien van
elektriciteit en van winkels, kantoren en ziekenkamers.
Zivilarbeiders
en krijgsgevangen
Naast
materiaal en transport is arbeid een belangrijke factor in de bouw
aan het front. Het Duitse leger beschikt hiervoor over
Armierungstruppen,
ongewapende
dienstplichtigen die niet geschikt zijn voor militaire frontdienst.
Daarnaast worden ook burgers, Zivilarbeiters opgeëist en
ingezet
als werkkrachten. Meer dan 100.000 Belgen ondergaan dit lot. Naast
landgenoten worden ook eerst Russische en later Italiaanse
krijgsgevangen ingezet.
Ze werken vaak in erbarmelijke omstandigheden en krijgen maar kleine
rantsoenen. Velen sterven door ontbering of ziekte.
Een
permanente buitententoonstelling
loopt
naast de de tijdelijke (Villa Zonnedaele).
Ze
brengt hetzelfde
verhaal maar dan in het landschap zelf. Deze expo kan je bezoeken op
het slagveld waardoor het een echte ‘experience’ wordt. Men
wandelt
(wandelroute Pionier – 11,7 km) of fietst
(fietsroute
Pionier – 38 km) langs enkele stille getuigen die jaren lang uit
het oog verdwenen zijn. Bij de bunkers zijn tentoonstellingspanelen
met de nodige historische en toeristische informatie voorzien.
Aansluitend rijdt
je
ook
de Pionier-autoroute, 75 km lang en bewegwijzerd, die je voert
doorheen delen van Vlaanderen, Wallonië en Noord-Frankrijk. Onderweg
kom je diverse sites tegen met een Duits verhaal: musea,
begraafplaatsen en relicten in het landschap zoals de befaamde
commandobunker in Zandvoorde. De begeleidende brochures en kaartjes
zijn verkrijgbaar bij de Dienst Toerisme in het kasteel van
Zonnebeke.
Praktische
gegevens en publicaties
Tentoonstelling
Bouwen aan het Front
23
april – 15 november
Villa
Zonnedaele, kasteeldomein Zonnebeke, parking ter hoogte van Berten
Pilstraat 5C
Dagelijks
open van 10.30 – 17.30 u.
Gratis
toegankelijk
Bij
de dubbeltentoonstelling hoort ook een handige bezoekersgids
(gratis
verkrijgbaar bij de Dienst Toerisme).
Bij
de tentoonstelling hoort een boek
en een catalogus.
Ze zijn het eindresultaat van intensief research-werk van Kristof
Blieck
en Jan
Vancoillie
over dit tot nog toe nogal onbelicht thema in de literatuur van de
Eerste Wereldoorlog. Beide publicaties met dezelfde titel ‘Bouwen
aan het front’ zijn te koop voor respectievelijk 29,95 en 10 euro
in de museumshop.






