Pagina's

maandag 30 december 2013

Kerstmis zonder Jezus?


Onze manieren om Kerstmis te vieren zijn enorm veranderd. Het is verbazingwekkend hoe snel diepgewortelde tradities sneuvelen. Zo is Kerst geëvolueerd van een diep-christelijk naar een werelds en zwaar gecommercialiseerd feest. De kerstman domineert het straatbeeld. De geboorte van Jezus - de echte reden van kerst - is in onze contreien veeleer nog een fait divers, ondergesneeuwd door kerstballen en cadeautjes. De verhalen rond de geboorte van Jezus worden afgedaan als niet historisch en onwetenschappelijk. Maar dat die kerstman, een en al fictie en het summum van naïviteit is, is blijkbaar geen punt.

Puinhoop
Het woord 'kerst' zelf komt van 'Christus', maar Christus wordt sinds enkele decennia als het ware weg 'gephotoshopt' uit onze cultuur. In Amerika stuurt men, als men op een neutrale manier kerst wil vieren, kaartjes rond met 'Merry X-mas'. Zijn die zes letters 'Christ' dan zo aanstootgevend dat men ze vervangt door 'X'? Zijn hun ongelovige of atheïstische vrienden dan zo intolerant? Om helemaal op veilig te spelen wenst men elkaar 'season's greetings'. Ook bij ons vervaagt de eeuwenoude wens 'zalig kerstfeest' tot zoiets als 'prettige feestdagen'. Het kerstfeest wil iedereen uitbundig vieren, maar gemakshalve wordt de christelijke oorsprong er afgeknipt. De commerce prefereert neutraliteit om toch maar geen enkele klant voor het hoofd te stoten. De heilige verkoopscijfers gaan boven alles, de winst dicteert de wetten, economie staat ver boven godsdienst en waarden. 2014 wordt om dezelfde reden het jaar dat de zondagsrust ten volle met voeten wordt getreden. Het feest of de dag willen we ten allen 'prijze' behouden maar de reden ervoor heeft al lang geen belang meer. Het enige wat je van 'feesten-om-te-feesten' overhoudt is een kater, feestmoeheid en een nog sterker gevoel van eenzaamheid. Raak gezegd: “Zonder Jezus is Kerst mis” of 'Christmas without Christ is a mess', een puinhoop.

Beeldenstorm
Toegegeven, het is een uitdaging om vandaag op een zinvolle manier kerst te vieren. Het is tegen de stroom oproeien. Het vraagt een bewuste klik in ons denken om tenminste even stil te staan bij wát we vieren en waaróm. Waarom niet eens een Bijbel van onder het stof halen en gewoon eens de oorspronkelijke Bijbelverhalen lezen rond Jezus' geboorte? Het zijn slechts vier hoofdstukken in het evangelie van Mattheüs en van Lukas. Het zijn eenvoudige verhalen die na 2000 jaar nog steeds aanspreken. Hoe vaker je ze leest, hoe meer betekenissen ze prijsgeven. Of lees een inhoudelijk sterk kerstverhaal. Er zijn er duizenden. Geniet van een goede verfilming van het kerstgebeuren. Ga naar een 'echt' kerstconcert. Ga helpen bij een kerstfeest voor minder begoeden of ga op bezoek bij eenzamen. Kerst is méér dan kalkoen en hopen cadeautjes onder een plastieken kerstboom. Jezus schrappen uit onze cultuur is pure geschiedenisvervalsing te vergelijken met de praktijken van de oude communistische regimes die in ongenade gevallen leiders uit de groepsfoto's wegknipten. Verwijder alle christelijke referenties uit onze cultuur, en je moet een beeldenstorm organiseren die misschien de helft en meer van ons cultureel erfgoed aan diggelen slaat. Je vindt Jezus overal terug in de kunst, muziek, literatuur, schilder- en beeldhouwkunst, architectuur, film en filosofie: Mozart, Bach en Beethoven, Rubens, Van Eyck en Rembrandt, Michelangelo en Da Vinci, Erasmus en Newton, kerkgebouwen, kloosters en kathedralen, kruisen en fresco's ... Ook onze taal is doorspekt van spreekwoorden en zegswijzen die rechtstreeks uit de Bijbel komen. Zelfs onze jaartelling is naar Jezus genoemd en ook daarmee hebben sommigen het al behoorlijk moeilijk.

Wedergeboorte
De Renaissance begon met de roep 'terug naar de bronnen', maar vandaag is de leuze: 'Weg met die bronnen!'. Onze beschaving is er een die haar eigen wortels afzaagt, haar afkomst te grabbel gooit, haar erfenis minacht, de ultieme vadermoord pleegt. Jezus wordt doodgezwegen, het christendom beschuldigd van alle westerse kwalen, gelovigen de mond gesnoerd en de Kerk is vandaag de ideale zondebok. Onze moderne maatschappij is cultureel ontworteld, is haar ziel en identiteit kwijt. Moet het ons dan verbazen dat onze psychiatrische instellingen overvol zitten? In dit opzicht heeft onze cultuur een echte spirituele renaissance of wedergeboorte nodig, om weer hoogte te krijgen met wat het westen groot gemaakt heeft, en dan kunnen we niet om de persoon van Jezus heen. Er zijn zonder twijfel al ontelbaar veel boeken geschreven over die timmermanszoon uit Nazareth. En nog zijn we niet klaar. De mensheid is nog altijd bezig hem te proberen te doorgronden. Ontelbare liederen zijn al over hem gecomponeerd in alle genres en nog raakt men niet uitgezongen over hem.

Explosieve boodschap
Vele mensen hebben natuurlijk moeite met Jezus omwille van wat de Kerk gedaan heeft in de loop der eeuwen. Zij denken: “We hebben toch Jezus geprobeerd, en het heeft niet geholpen”. Een begrijpelijke reactie maar men schiet hier jammer genoeg op de verkeerde. De Kerk heeft het fout gedaan juist in de mate dat ze níet (!) deed wat Jezus leerde (geldzucht, machtsmisbruik, onderdrukking, geweld, ...). Hoeveel zouden christenen eigenlijk al van Jezus' woorden in praktijk gebracht hebben? Het is oneerlijk Jezus de schuld te geven van wat zijn volgelingen, tégen zijn wil in, mispeuterd hebben. Jezus is niet de bron van alle misbruik van godsdienst, hij is juist de remedie! We zouden pas de volledige vrucht van zijn woorden kunnen zien als we zijn onderwijs eens echt, onvermengd, tot het einde zou toepassen, maar... daar is er véél karakter en volharding voor nodig! De sterkste remedie tegen godsdienstmisbruik zijn christenen die zoals Christus proberen te leven. Zijn woorden zijn dynamiet en ze onversneden naleven moet revolutionaire resultaten geven. Dat zien we in het leven van een Franciscus van Assisi, pater Damiaan of moeder Teresa.

Ecce Homo
Jezus blijft in alle opzichten een man buiten categorie. Hij blijft intrigeren en irriteren. Wat Jezus deed en zei was op vele manieren uniek en onovertroffen. Hij blonk uit in dé wezenlijke dingen die een mens echt méns maken. In karakter, liefde, toewijding, offerbereidheid, volharding, onbevreesdheid, incasseringsvermogen. Met kop en schouders steekt hij boven ons allemaal uit. We komen zelfs niet eens tot aan zijn enkels! Het is een beetje ironisch dat het humanisme de méns in het middelpunt wil plaatsen en daarbij elke godsdienst bestrijdt, terwijl Jezus 'dé mens' genoemd wordt. “Ecce homo”. Wie was ooit humaner, menslievender?

Jezus, de man die reeds op zijn 33 jaar zijn leven gaf, telt vandaag makkelijk twee miljard volgelingen. Niemand, geen andere religieuze of politieke leider in de wereldgeschiedenis heeft ooit zoveel aanhangers gehad, en dit aantal groeit nog elke dag. De meest gruwelijke vervolgingen door de meest meedogenloze regimes hebben het christendom eigenlijk alleen maar doen groeien, en nog dagelijks zijn er die hun leven voor hem geven, in gevangenissen of erger. Daarom kunnen we gerust zeggen dat Jezus de grootste bevrijdingsbeweging uit de wereldgeschiedenis in gang gezet heeft: de meeste vrijheid ter wereld vinden we vandaag in de christelijke landen, en christenen hebben voorop gelopen in de afschaffing van slavernij, in het omvergooien van dictaturen, rassendiscriminatie, politieke en sociale onderdrukking, in ontvoogding van zwakken, zorg voor zieken en gehandicapten... We kunnen ons gewoon niet meer voorstellen hoe onze wereld eruit zou zien zonder zijn invloed. En dat voor een boreling in een voederbak in een stal verloren op de buiten. Is een klein beetje dankbaarheid of erkentelijkheid dan hier niet op zijn plaats? Ook al zou het maar één keer per jaar zijn?
Erasmus, 'de prins van het humanisme' schreef: “Door een Timmerman werd de mensheid gemaakt en alleen door deze Timmerman kan de mensheid hersteld worden”. Dat brengt ons tegelijk weer een beetje terug bij Kerst ...

Lees het oorspronkelijke artikel van Ignace Demaerel


woensdag 18 december 2013

De bestanden

Kerstmis aan het front


De gelijknamige concerten herdenken de Kerstbestanden van 1914 in de Westhoek en de Paasopstanden in 1916 in Polen. Zowel in de Westhoek als in Polen volgde een korte maar broze vrede. Doden werden begraven, geschenken uitgewisseld, er werd voetbal gespeeld, kerstliederen gezongen... Maar vrij snel ging men over tot de orde van de dag. Er moest gevochten worden. Drie voorstellingen (Wervik, Geluveld en Merkem) en drie invalshoeken kleurden de vierde editie. In Geluveld grasduinden Vera Coomans, Piet Van Den Heuvel, Frank Tomme en Jokke Schreurs als 'Oorlogsgeleerden' in het rijke repertoire van de populaire muziek van de negentiende en twintigste eeuw. Een lichtvoetige maar toch erg beklijvende benadering van de afkeer voor oorlog en de hunker naar vrede. Peace will come!



Op 24 december 1914 verspreidde het Geallieerde Militair Hoofdkwartier in St. Omer volgend bericht aan alle eenheden: 'Het wordt mogelijk geacht dat de Duitsers een aanval overwegen gedurende Kerstmis of Nieuwjaar. Extra waakzaamheid is geboden.' Een dag
later op Eerste Kerstdag vertelt de Duitse luitenant Johannes Niemann: 'Het was een koude nacht vol sterren. Nog geen honderd meter van ons vandaan lagen de Schotse Hooglanders in hun loopgraven, net als wij tot aan de knieën in de blubber. We hadden een kerstboom in de loopgraaf neergezet en we zaten te genieten van de ongewone rust. Plotseling, zonder enige reden, begon de vijand op ons te schieten. Onze mannen hadden kerstboompjes met kaarsjes boven de loopgraven gehangen en de vijand dacht kennelijk dat wij een verrassingsaanval in de zin hadden. Tegen middernacht werd het weer rustig.'

Blote billen
Het Westelijk Front is meer dan 1500 km lang. De loopgraaf van luitenant Niemann ligt even ten zuiden van het Ieper. Als het licht wordt op die ochtend van de Eerste Kerstdag 1914, duurt het lang voordat de mist optrekt. Niemann zit een beetje te dommelen als plotseling zijn ordonnans bij hem in de loopgraaf springt. Hij riep dat zowel de Duitse als de Schotse soldaten uit hun loopgraven waren gekomen en zich overal langs het front verbroederden. De luitenant greep zijn verrekijker, keek voorzichtig over de borstwering en zag de ongelofelijke aanblik van onze soldaten die sigaretten, schnapps en chocolade ruilden met de vijand.
Mannen die elkaar enkele uren eerder nog naar het leven stonden, schudden elkaar nu de hand en slaan elkaar op de schouder. Een Schotse soldaat haalt uit het niets een voetbal te voorschijn en paar minuten later zijn de Schotten en Duitsers op het slagveld aan het voetballen.

Luitenant Niemann: “Wij brulden van de lach toen een windvlaag onthulde dat de Schotten geen onderbroeken aan hadden onder hun kilt. We jouwden en floten als we een glimp opvingen van een bloot achterwerk van onze vijand van gisteren. We voetbalden een uur lang, tot onze commandant beval dat we een eind aan de verbroedering moesten maken. En o ja, Fritz won van Tommy met 3 tegen 2.”

Er bestaat geen Schots ooggetuigeverslag van deze ontmoeting. Maar een eindje verderop langs hetzelfde front gebeurde iets soortgelijks. De Britse kanonnier Herbert Smith schreef in een brief naar huis: 'Op kerstavond hadden de Duitsers een kerstboom in hun loopgraven gehangen en overal langs hun borstweringen hingen Chinese lantarens. Na een poosje begon een Duitser te roepen: “Come over, I want to speak to you.” Een of andere gek van onze regiment klom uit de loopgraaf en liep naar de Duitse linie. De Duitser ontmoette hem halfweg en zij schudden elkaar de hand. Na een poosje kwam die gek terug en vertelde er over. Toen gingen er meer, om de beurt. Onze commandant stond niet toe dat er meer dan drie tegelijk gingen. Kanonnier Smith ging zelf ook en ruilde sigaretten voor sigaren: 'De Duitser die ik ontmoette was kelner geweest in Londen en hij drukte mijn hand alsof hij mijn vingers wilde fijnknijpen. Hij zei dat hij en de anderen eigenlijk helemaal niet wilden vechten. Ik denk dat hij de waarheid sprak omdat we in die tijd niet half zo veel kogels kregen als gewoonlijk.'

Belgische sector
Ook langs de Franse en Belgische sectoren van het front vinden verbroederingen plaats, maar op kleinere schaal. Rik Reynaerts, oorlogsvrijwilliger uit Tienen, vertelde na de oorlog dat de Duitsers op de dag voor Kerstmis een bordje boven hun loopgraaf hadden geplaatst. Ze vroegen om een gezamenlijke kerstviering van één uur. Zo werd de Kerstnacht in een broederlijke stemming gevierd. De Duitsers brachten fijne dingen mee. Ook wijn hadden ze volop. Onze soldaten konden er niets voor in de plaats geven. Toen het uur voorbij trok iedereen weer naar zijn loopgraaf en spoedig knetterde het geweervuur weer over het Niemandsland. Het zat, vertelt Reynaerts, de Belgen toch niet lekker dat zij, vergeleken met de Duitsers, zulke arme drommels waren. Er werd druk over gesproken. De andere soldaten hoorden er ook van en tenslotte kwam ook de commandant het te weten. Er werd een onderzoek ingesteld, de krijgsraad kwam er aan te pas en de postoverste werd ter verantwoording geroepen. Onderluitenant Naviau, een Waal, werd gedegradeerd. De soldaten liet men met rust.

Kortstondig?
Terwijl de militaire rapporten aan de respectievelijke hoofdkwartieren vermelden dat de kerst-verbroederingen slechts 'enkele kortstondige incidenten' betroffen, vertellen betrokkenen soms een ander verhaal. Vijf dagen na Kerstmis, op 30 december, schrijft de Britse tweede luitenant J.D. Wyatt in zijn dagboek: 'Zelfde sleur als hiervoor. Nog steeds geen oorlog! Tegen lunchtijd lieten de Duitsers weten dat vanmiddag hun generaal langskomt, dus dat we beter ons hoofd kunnen intrekken, want ze moeten wat schieten om het ergens op te doen lijken. En dit noemen ze oorlog! We deden wat ze vroegen, en inderdaad kwamen rond half vier een paar schoten over.' Naarmate het illegale kerstbestand langer duurt neemt hij merkwaardige vormen aan. Natuurlijk worden alle lijken die in Niemandsland liggen verzameld en begraven. De vijanden delen hun maaltijden, hun rum en hun schnaps. Souveniers worden uitgewisseld, en adressenvoor na de oorlog. Na een week vrede wordt bij St. Yvon een Britse soldaat gedood door een verdwaalde Duitse kogel. Luitenant Cyril Drummond noteert: 'De Saksen stuurden onmiddellijk iemand over hun om excuses aan te bieden'. De dag na Nieuwjaar krijgt luitenant Drummond orders om de volgende dag het vuur te openen op een boerderij die de Duitsers in gebruik hadden. 'We stuurden iemand naar de Moffen om ze te waarschuwen en de volgende ochtend om elf uur pompte onze batterij twaalf salvo's in die boerderij, maar daar was toen natuurlijk niemand meer. Maar het brak de wapenstilstand, althans bij ons.

Een jaar later
Een jaar later - Kerstmis 1915 - ligt het front nog steeds op vrijwel dezelfde plaats: vanaf de zee bij Nieuwpoort, langs Diksmuide, Ieper, Arras, Compiegne, Soissons, Reims, Verdun, Nancy en zo verder richting Zwitserland. De loopgraven van de strijdende partijen bevinden zich op paar honderd meter afstand tegenover elkaar, soms zelfs minder. Vele duizenden zijn inmiddels gedood, ontelbare lijken liggen onbegraven in dat smalle strookje Niemandsland.
Op 19 december 1915 stuurt de Britse Generale Staf het volgende 'vertrouwelijke bericht' aan alle frontcommandanten: 'Wij herinneren u aan de illegale wapenstilstand op Kerstmis vorig jaar. Wij prenten u in dat niets daarvan dit jaar kan worden getolereerd. De artillerie dient vanaf zonsopkomst kanonvuur af te geven op alle vijandelijke loopgraven. Iedere kans moet worden benut om verliezen toe te brengen aan de vijand zodra die zich vertoont. Dat order werd vrijwel overal langs het front genegeerd en met Kerstmis zwegen de kanonnen. Aan beide zijden geven de soldaten zich over aan mijmeringen. Hier en daar zingen ze in de loopgraven hun kerstliedjes.
De Duitse soldaat Ernst Bergner schrijft in zijn dagboek: ''We zitten tot aan onze knieën in het ijskoude water. Sneeuw bedekt de aarde, ik heb heimwee. Het is Kerstmis. Langs het front is het rustig, alleen een enkele geweerkogel striemt door de lucht.'
En weer zijn het de Duitsers die zich als eersten blootgeven. Ernst Bergner doet dat om drie uur in de middag. Ik wil een kerstboom ! Zonder kerstboom is het geen Kerstmis. Ik vul mijn pijp, pak mijn houweel en spring over de borstwering. Niemand schiet. Ik zoek de mooiste boom uit en kap hem om. Een wonderlijke winterdag, zo met die vreemde, vredige stilte over het front.

Alarm
Enkele tientallen kilometers verderop, zit de Britse korporaal C. Coles die ochtend in zijn loopgraaf rustig zijn kerstontbijt op te eten. Plotseling ziet een schildwacht Duitse soldaten uit hun loopgraven klimmen. Hij vreest een aanval en slaat alarm: “They're over the top!'”
Coles en zijn mannen rennen met hun geweren naar de borstwering. En daar kwamen de Duitsers maar dan zonder wapens! Ze zwaaiden en liepen op ons af. Een paar jongens van ons deden dat toen ook. Midden in het Niemandsland gaven ze elkaar een hand. De Duitsers zeiden: “We moeten blijven schieten, maar we zullen hoog richten” En heel hoog boven ons hoofd kon je het ping ping horen. De verbroedering duurde de hele Kerst. De soldaten lopen over en weer. Er deed, herinnert korporaal Coles zich, ook één Britse luitenant aan mee. Hij begaf zich samen met zijn mannen naar de Duitsers. Later werd hij met schande beladen en naar huis gestuurd. Coles is verontwaardigd over de houding van de collega's van deze luitenant: 'Die andere officieren wilden er niks van weten. Zij stuurden na een poos een bericht naar de artillerie en die begon met 18-ponders te schieten, precies naar de plaats waar wij ons bevonden. De Duitsers keerden toen maar om en ook wij gingen weer terug in de loopgraven'. Maar die avond keek Coles naar de vijand en zag hoe de Duitsers komforen met gloeiend houtskool langs hun loopgraven plaatsten. 'Toen deden wij hetzelfde en het was net Fleet Street in Londen op Kerstavond. Het was een prachtig, een wonderlijk gezicht. Ik zal het nooit vergeten.'
Minder tevreden was de Britse generaal-majoor Frederick Lambart Earl of Cavan. Deze edelman en ijzervreter rapporteert op 25 december 1915 aan het geallieerde hoofdkwartier:
'Het spijt me zeer dat ik moet melden dat er ondanks mijn speciale bevelen toch contacten zijn geweest tussen onze linies en de Duitsers. Ik heb een volledig onderzoek gelast naar de vraag waarom mijn orders zijn genegeerd. Grote aantallen Duitsers waren de eersten die verschenen, maar dat is geen excuus en ik betreur het incident meer dan ik kan zeggen.

Executiepeloton
Als het - weer een jaar later, in 1916 - wederom Kerstmis wordt, is de situatie aan het front vrijwel onveranderd - alleen zijn er honderdduizenden doden bijgekomen. Verdun, de Somme, Ieper, het gifgas, de modder, elke dag vallen er duizenden. Het opperbevel bedreigt dit jaar iedereen die zich wil verbroederen met krijgsraad en executiepeloton. Dat mist zijn uitwerking niet. De Britse kolonel W.N. Nicholson bevindt zich aan het front: 'Toen de Duitsers in hun loopgraven kerstliedjes begonnen te zingen bestookten wij ze met granaten', noteert hij grimmig in zijn dagboek. De kolonel ziet goed in dat er iets mis is: 'Het is een teken aan de wand dat onze bevelvoerders zo benauwd zijn voor vriendschap tussen de soldaten van beide kanten. Onze mannen hebben geen ruzie met Fritz, behalve dan misschien in het vuur van de strijd.' De kolonel komt tot een schokkende conclusie: 'Als beide legers zich weer zouden verbroederden, zou dat de politici aan beide kanten pijnlijk in de problemen brengen. Ik acht het niettemin goed mogelijk dat de oorlog zou eindigen als we in de loopgraven twee weken lang zo`n wapenstilstand zouden hebben - maar wat zouden ze daar thuis wel niet van zeggen?


Kerstverbroederingen hebben zich dat jaar, en in 1917 niet meer voorgedaan. De slachting ging ongehinderd door en eiste in totaal meer dan tien miljoen levens.

Open deuren

naar een leven zonder armoede


Uit verhalen en cijfers blijkt dat de gevolgen van de crisis nu pas volop duidelijk worden.
Al leven wij nog altijd in een land waar het beter leven is dan in het zuiden - zelfs het zuiden van Europa - toch gaan we vaak voorbij aan het feit dat ook bij ons steeds meer mensen geen waardig leven kunnen leiden. We gaan eveneens voorbij aan het feit dat onze samenleving niet meer in staat is aan iedere inwoner het recht op basisvoorzieningen te garanderen.
Armoede op het platteland toont dat pijnlijk duidelijk. Mensen in armoede die op het platteland leven, hebben niet meer de beschikking over een voldoende uitgebouwd openbaar vervoer, hebben geen gemakkelijke toegang tot dienstverlening en worden geconfronteerd met een terugtredende middenstand en verenigingsleven. Dat armoede naast een tekort aan middelen om menswaardig te leven, ook te maken heeft met uitsluiting op andere terreinen, hoeven we ook niet meer te vertellen. Het is een open deur intrappen. Open deuren naar een leven zonder armoede, ook op den buiten, is heel concrete vragen stellen. Daarom vragen wij:

Toegankelijke diensten in elke gemeente
Mensen in armoede hebben nood aan toegankelijke dienstverlening. In landelijke gemeenten komen de moeilijkheden door de afstand tot diensten extra naar voor. Dit is voor mensen in armoede en mensen met een beperkte mobiliteit een grote drempel. Het is noodzakelijk dat elke gemeente een goed toegankelijkheidsbeleid ontwikkelt in samenspraak met mensen in armoede. Bestaande diensten kunnen hierin een rol spelen om mee creatieve oplossingen te bedenken. Via brievenbussen of bodes kunnen vragen of documenten naar centrale
diensten gebracht worden. Elke burger moet een zo goed mogelijk antwoord krijgen op zijn vragen. Moeilijkere hulpvragen moeten op maat aangepakt worden, waarbij diensten bij de mensen aan huis gaan.

Basismobiliteit van mensen in armoede
Veel mensen in armoede op het platteland zijn vervoersarm. Door een beperkte mobiliteit blijven heel wat openbare diensten en maatschappelijke rechten voor hen buiten bereik. Basismobiliteit is een recht voor iedereen, ook op het platteland. Het openbaar vervoer, en in het bijzonder de belbus, speelt daarbij een belangrijke rol. Welzijnszorg vraagt
- dat de belbus gereserveerd kan worden via een gratis nummer en dat ook andere vragen over openbaar vervoer via dit nummer beantwoord worden;
- dat cruciale haltes beter bereikbaar en deelgemeenten beter verbonden worden. Dit onder meer door het flexibeler maken van belbusgebieden in functie van de mobiliteit van kwetsbare
groepen;
- dat er een 'sociale taxi'-systeem komt met een sociaal tarief om occasioneel vervoer van mensen in armoede mogelijk te maken. Voor de uitbouw kan beroep gedaan worden op
mindermobielencentrales, vervoersdiensten, PWA-diensten, lokale dienstencentra of buurt- en
nabijheidsdiensten …

Extra middelen in het plattelandsfonds specifiek voor kwetsbare groepen
Plattelandsgemeenten hebben nood aan extra ondersteuning en financiering. Zij kampen met lage inkomsten (weinig bedrijven, relatief arme bevolking) en grote noden (grote oppervlakte, onderhoud van de infrastructuur, toegankelijke dienstverlening verzekeren …). De Vlaamse Regering heeft het plattelandsfonds opgericht om landelijke gemeenten financieel te steunen. Ook de aandacht voor kwetsbare groepen moet met steun van dit fonds verhogen. Welzijnszorg vraagt dat het fonds versterkt wordt met een extra investering van 2 miljoen euro bovenop de 8 miljoen euro die het fonds nu bevat en dat deze extra middelen gedurende de volgende regeerperiode specifiek ingezet worden voor kwetsbare groepen op het platteland. Zo kunnen gemeenten duurzaam inzetten op deze doelstelling. Op termijn moet de financiering van landelijke gemeenten structureel aangepakt worden.

Uitbreiden van het betaalbaar, kwalitatief woningaanbod
Het recht op wonen blijft voor veel mensen in armoede dode letter. Onbetaalbare huizen, woningen van slechte kwaliteit, discriminatie op de huizenmarkt… Deze problemen zijn niet nieuw maar blijvend actueel. Welzijnszorg vraagt:
- forse uitbreiding van het aantal sociale huurwoningen. Meer dan 91000 gezinnen die gemiddeld 1089 dagen moeten wachten op een woning, dat kan niet langer. De beloofde inspanning, 43000 extra woningen tegen 2023, moet versneld en verhoogd worden;
- een echte huursubsidie voor iedereen op de wachtlijst moet deze periode overbruggen,

- sociale verhuurkantoren (SVK’s) moeten in alle gemeenten in Vlaanderen actief zijn. Hiervoor moeten lokale besturen aansluiting zoeken bij een bestaand SVK of indien nodig meewerken aan de oprichting van een SVK met andere partners. De overheid moet de sector ondersteunen en verder bekendmaken bij huurders en eigenaar-verhuurders. 

Verkiezing Kerkraden

Oproep tot kandidaten 
voor het lidmaatschap van de kerkfabrieken

Overeenkomstig artikel 7§1 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, wordt aan alle belangstellenden meegedeeld dat er 3 vacatures zijn binnen de vijf kerkraden van de federatie St.-Augustinus Zonnebeke.

Enkel de personen die beantwoorden aan de hierna volgende voorwaarden,
komen in aanmerking om lid te zijn van de kerkraad:
1) rooms-katholiek zijn;
2) de volle leeftijd van 18 jaar hebben bereikt op het ogenblik van de aanstelling;
3) in de bevolkingsregisters ingeschreven zijn van de gemeente Zonnebeke.

Uitsluitend schriftelijke kandidaturen komen in aanmerking.
Zij moeten voor 1 februari 2014 ingediend zijn bij:
Kerkraad St.-Martinus Beselare en
Kerkraad St.-Margaretha Geluveld
t.a.v. diaken Lode Caes, De Monstraat 21, 8900 Ieper.
Kerkraad St.-Bartholomeüs Zandvoorde
t.a.v. pastoor Valeer Cools, Berg 8, 8980 Beselare.
Kerkraad St.-Audomarus Passendale
t.a.v. pastoor Geert Roseeuw, Berten Pilstraat 36A, 8980 Zonnebeke
Kerkraad OLV Zonnebeke
t.a.v. pastoor Geert Roseeuw, Berten Pilstraat 36A, 8980 Zonnebeke

De poststempel of de datum van ondertekening voor ontvangst geldt hierbij.
Kandidaturen dienen vergezeld te zijn van een kopie van de identiteitskaart
(voor en achterzijde).

Na 1 februari zullen de naam, voornaam en volledig adres van de kandidaten bekendgemaakt worden door uithanging in de respectievelijke parochiekerken van de federatie St.-Augustinus Zonnebeke.

Opgemaakt te Zonnebeke op 15 december 2013 Zonnebeke,

diaken Lode Caes,
pastoor Valeer Cools
pastoor Geert Roseeuw,

als door de bisschop aangestelde verantwoordelijken.

vrijdag 6 december 2013

De adventskrans

Een adventskrans is zoveel meer dan een aardig bloemstukje, goed voor wat sfeerschepping in duistere dagen. Je hebt ze in velerlei vormen en maten en er wordt heel creatief mee omgesprongen. Het oogt mooi maar de oorspronkelijke, betekenisvolle symboliek dreigt er bij verloren te gaan. We willen hem hier even in z'n traditionele vorm centraal stellen: een groene krans met vier rode kaarsen, een rood lint en versierd met vruchten. De vier kaarsen symboliseren de opgang naar het Licht van Kerstmis. Het groen en de vruchten (noten, appels, sparappels en kastanjes) verwijzen naar den buiten, het platteland en zo meteen ook naar de actuele aandachtspunten die Welzijnszorg in deze advent aanreikt.

De Germaanse oorsprong
De oorsprong van de adventskrans is te zoeken bij onze Germaanse voorouders. Levend op het ritme van de natuur raakte eind december de oogst stilaan uitgeput. De dagen werden korter, het zonlicht zwakker. Het leek zelfs alsof de zon rond 22 december een aantal dagen stil bleef staan. Voor de Germanen was dit het moment voor 'de winterzonnewende', het heiligste feest van het jaar. Uit eerbied voor de zon die stil bleek te staan, lieten de Germanen ook alle arbeid rusten. Geen wagen- of spinnewiel mocht nog draaien. Symbolisch werd dit uitgedrukt door een met bosgroen versierd wagenrad aan het plafond van de woning te hangen. Als ondersteuning voor het zwakke licht, maar tevens om de hoop en de verwachting naar licht uit te drukken, brandden de Germanen grote vuren. Dergelijke vuren waren bedoeld als grondige reiniging van zichzelf en van huis en haard, als afweermiddel tegen boze geesten van de duisternis, als onderstreping van het welkom zijn van het nieuwe jaar en de nieuwe zon. Met dezelfde bedoeling trok men ook rond met brandende fakkels.Tevens maakte men van takken en stro een rad, dat als symbool van de zon en van de eeuwige cirkelgang, brandend van een helling werd gerold. Daarmee drukte men de hoop en het verlangen uit naar meer licht en leven. Het rad van de zon symboliseerde ook de eeuwige wederkeer van de seizoenen, de steeds herlevende vruchtbaarheid van het groene gewas. De cirkel van geboren worden, groeien, bloeien, vrucht en zaad dragen en weer sterven om nadien weer op te rijzen. Vandaar dat vele adventskransen met vruchten en zaden worden bekleed: appels, sparappels, noten, kastanjes ...

Christelijk symbool
Het gebruik van de adventskrans zoals we dit vandaag kennen is afkomstig van een gebruik in kloosters waar men in de duistere kamers extra licht creëerde voor de advent. Voor de gelegenheid werd de lichtboog met groene takken en kaarsen versierd. Met Kerstmis werd de krans omhoog getrokken als een kroonluchter. De adventskrans is door de tijden heen een christelijke, symbolische, beeldende uitdrukking van verwachting en hoop, van uitzien naar licht geworden. Wij noemen Jezus 'het licht van de wereld'. Advent is een tijd van verwachten, van voorbereiden en leven naar Kerstmis toe. We maken ons klaar opdat Jezus ook in ons eigen leven geboren kan worden. Wij laten Jezus toe als hèt Licht in ons leven, in Hem herkennen we Gods licht voor de mensen, met een voorkeur voor wie zwak is ... De eerste zondag van deze advent spreekt de tweede lezing van dit verlangen naar licht: “De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan"”(Rom. 13,12).



Een groene krans met rode kaarsen, een rood lint en vruchten
De meest gekende adventskrans is de groene krans met de vier rode kaarsen en het rode lint, tekens van leven en liefde, hoop op licht. Elke zondag van de advent wordt er telkens één rode kaars meer aangestoken. Het symboliseert de toename van het licht, het overwinnen van de duisternis, het groeien van de hoop en de verwachting naar de komst van de Messias. Vlak voor Kerstmis branden dan vier kaarsen. Omdat planten en bomen overweldigend in groen aanwezig zijn en onontbeerlijk voor het menselijk leven, symboliseert de groene kleur het leven op aarde. Door het afnemende licht en de toename van duisternis en koude is die kleur bijna 'letterlijk' bij het vallen van de bladeren weggevallen. De hoop op nieuw leven, op het herstel van het groen wordt uitgedrukt in het ophangen en neerplanten van takken die toch nog groen blijven in de winter. Ze zijn blijkbaar van een bijzondere kracht voorzien. Ze symboliseerden voor onze Germaanse voorouders dan ook bij uitstek de verwachting naar nieuw leven, vruchtbaarheid en licht. Ook vandaag nog laten de groene takken van de den, de ceders en de spar, de hulst en de maretak deze hoop op nieuw beginnend leven zien.

Christenen hebben deze gebruiken overgenomen. Ze hebben daar hun eigen verhalen en geloof aan verbonden. Christenen verwijzen met de groene kleur voor de hoop op nieuw leven vaak naar de duif in het verhaal van Noach die na de zondvloed op zoek gaat naar nieuw, beginnend leven en terugkeert met een kleine groene olijftak. Op de eerste adventszondag wordt naar Noach verwezen (Matteüs 24, 37). De groene twijgen worden ook verbonden met de verwachting van de profeet Jesaja, zoals we de tweede zondag van deze advent horen: “Een twijg ontspruit aan de stronk van Isaï, een telg ontbloeit aan zijn wortel.” (Jes 11,1-10).

Rond de krans wordt een rood lint gewikkeld en op de krans worden vier rode kaarsen geplaatst. De rode kleur is de kleur van het leven. Ze verwijst naar de kleur van het bloed, en ook van de liefde en de hartstocht. Ook rijpe vruchten en bessen zijn vaak rood. Daarom is rood ook een feestkleur, want feesten wijzen op de overvloed van levensvruchten en vreugde. Rood verwijst verder naar warmte, het vuur en de zon. De rode kleur van de eeuwige levensstroom wordt gesymboliseerd door het aanbrengen van een rood lint dat omheen de krans wordt gewikkeld. De vier kaarsen spreken van het verlangen naar licht, doen ons uitzien naar de komst van het Licht der wereld.

Bij onze Germaanse voorouders geraakte eind december de voedselvoorraad op. De laatste resterende vruchten werden gekoesterd. Er werd spaarzaam met voedsel omgegaan. De vruchten dragen de kiemen van nieuw leven in zich. Zaden en vruchten werden bewaard om in het voorjaar in de grond te stoppen, te laten ontkiemen, om op hun beurt voor nieuw voedsel te zorgen. We versieren onze adventskrans met deze vruchten.

Het harde omhulsel van noten beschermt het zachte, kwetsbare leven. Noten zijn voedzaam en kunnen goed bewaard worden. Noten dragen nieuw leven in zich. Met Welzijnszorg focussen we ons dit jaar op het kwetsbare leven op het platteland. Mensen in armoede zijn kwetsbaar, hun armoede vraagt een stevige aanpak!

Appels zijn bij uitstek het symbool van de vruchtbaarheid. De pel en het vruchtvlees beschermen het klokhuis waar de zaden voor het nieuwe leven zich bevinden. Het doet ons ook denken aan 'appeltjes van oranje' en dus aan Sinterklaas. Mensen in armoede zijn kwetsbare mensen. Alleen kunnen zij hun problemen niet aan. Maar als je met hen op weg gaat ontdek je in hun kern heel vaak een sterke veerkracht die met een flinke hap solidariteit een nieuwe weg kan banen!

Onze kerstbomen zijn meestal sparren. De zaden van deze bomen vind je in hun sparappels.
Opnieuw gaat het om goed beschermd nieuw leven dat binnenin een hard omhulsel zit.
Sparappels zijn het overlevingsvoedsel voor dieren in het bos. Door de mensen worden ze gebruikt als versiering of om het haardvuur mee aan te steken, om warmte te brengen in huis.
Op het platteland is er grote nood aan sociale woningen. Mensen in armoede vluchten de stad uit omwille van de hoge huurprijzen. Maar op het platteland zijn de goedkope woningen even kil en koud, nat en ongezond. Mensen in armoede 'overleven', en zouden even graag zoals de meesten van ons 'leven'.

Gepofte kastanjes in het vuur doen denken aan winterse avonden, aan gezelligheid, aan samenzijn. Het is immers bijna Kerstmis ... Mensen in armoede zijn vaak ook eenzame mensen. Op het platteland komt er nog bij dat mensen buiten de dorpskom verder uit elkaar wonen. Zomaar eens bij de buren binnen lopen zit er niet in. Er zijn ook minder Welzijnsorganisaties op het platteland, minder groepen die aandacht hebben voor mensen in armoede. De gezelligheid van warme winterse avonden met gepofte kastanjes in het vuur, is niet voor iedereen een evidentie.