Op
woensdag 21 maart nam onze bisschop Mgr. Lode Aerts
– in de kapel van de zusters karmelietessen in Vlamertinge – ons
bij wijze van decanale vastenbezinning mee in een
reflectie over ‘de gezindheid van Jezus’. Dat deed hij aan
de hand van een heel mooie passage uit één van de brieven van
Paulus, namelijk Fil. 2,6-11, beter gekend als de ‘Filippenzen-
of Christushymne’. Hierbij een verwerking.
We
staan hier stil bij een van de oudste teksten over Jezus uit een
brief van Paulus aan de christenen van Filippi. Daarin lezen we een
lofzang, een soort credo avant-la-lettre. Deze passage is voor
sommigen wellicht geen onbekende tekst, want ze wordt ieder jaar
opnieuw op Palmzondag gelezen, vlak voordat het Passieverhaal wordt
voorgedragen. Ze dringt werkelijk door tot de kern van het hele Goede
Weekgebeuren. Daarin roept de apostel ons op de gezindheid van Jezus
ook tot de onze te maken.
Christus
eren in mekaar
De
tekst wordt ingeleid met een oproep tot eenheid in de liefde, door
eensgezindheid in voelen en denken, samenhorigheid, gemeenschap van
Geest, samengevat de gezindheid van Jezus Christus zelf. (Fil 2,1-5).
Paulus drukt de gelovigen – en meteen ook ons – op het hart
elkaar graag te zien, niet toe te geven aan ijdelheid of eigenbelang,
de ander altijd wat hoger te achten dan zichzelf. Christus spreekt
tot ons vanuit onze diverse kwaliteiten. Al die positieve
eigenschappen – charisma's – mogen we vanuit Hem bij elkaar
waarderen. Als we al die gegeven positiviteit dan nog eens
samenvoegen, elkaar aanvaarden zoals we zijn, worden we één en
komen we beduidend sterker voor de dag dan anders.
Dat
is geen kwestie van moraal (doen omdat het zo moet) maar van ethiek
die voortkomt uit mystiek (éénwording), dixit Kardinaal Danneels.
Hoe eensgezinder we zijn hoe meer Jezus in ons tot leven komt en wij
in hem. Dat geldt evenzeer in een relatie, werk-, verenigings- of
pastoraal verband. Zo komen we tot de (eens-)gezindheid van Jezus
zelf. Daarmee eren en loven we Hem ook in ons gezamenlijk handelen.
De
gezindheid – zijn manier van zijn en bestaan of mindset – van
Jezus wordt verder vertolkt in voornoemde filippenzenhymne. (Fil
2,6-11)
We
vinden ze
trouwens in varianten tot tweemaal toe in ons zangboek Zingt Jubilate
(364
en 382).
[6]
Hij
die bestond in de gestalte van God heeft er zich niet aan willen
vastklampen gelijk aan God te zijn.
[7]
Hij
heeft zichzelf ontledigd en de gestalte van een slaaf aangenomen.
Hij is aan de mensen gelijk geworden.
[8]
En
als mens verschenen heeft Hij zich vernederd. Hij werd gehoorzaam tot
de dood, de dood aan een kruis.
[9]
Daarom
ook heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend die boven
alle namen staat,
[10]
opdat
in de naam van Jezus iedere knie zich zou buigen,
in
de hemel, op aarde en onder de aarde,
Het
lied beschrijft als het ware een kosmische reis – heen en terug –
een duikvlucht vanuit de hoge hemel naar de diepste diepte en
dan weer steil omhoog, want
zover reikt Gods liefde in wie Hij is. Wie iemand liefheeft, die
blijft ook niet passief
zitten
maar wil naar zijn geliefde toe en wil hem of haar voor zich winnen.
Daarom
is God
in Jezus mens geworden
en
is Hij
onder
ons komen wonen.
Hij
heeft niet genoeg aan zichzelf en is niet zelfzuchtig. Hij
trekt geen muren op. Kerkvader
Augustinus
(354-430)
verwoordt
het mooi en helder in deze zin: “Wie
begint lief te hebben, begint uit zichzelf te treden”.
Zo is God en in Jezus komt Hij naar ons toe. Paus
Benedictus
XVI
schrijft dat God zich in Jezus buiten haakjes zet om onder ons als
mensen te kunnen zijn. Hij cijfert zich dus
weg
zoals ook
ouders
dat doen voor hun kinderen. Want
wie
teveel op zijn strepen gaat staan komt
gemakkelijk tot onverschil.
Voor
de fijnproevers: Adam
maakt in het scheppingsverhaal precies
de
omgekeerde beweging van Jezus en
denkt hetzelfde te kunnen
bereiken:
één te worden met God.
Hij laat zich door de ‘slang’ in de (zonde)val
strikken en
wil slechts
uit
pure, aangewakkerde
ik-zucht aan God gelijk worden. Een ander beeld van
hoe Jezus zich geeft is
dat van van de rivier de Jordaan. Die
van het visrijke meer van Genesareth (Galilea) zuidwaarts voorbij
Jeruzalem afwatert naar de Dode Zee, het laagst gelegen meer ter
wereld waar
alle leven ophoudt.
Geven
maakt gelukkig, tot
in de dood zelf. Dat
is ook de paradox van de liefde.
Waarom
en hoever Jezus wil gaan in dat geven of ‘zichzelf ontledigen’,
schrijft dezelfde Paulus in hoofdstuk
8 vers 9 in
de tweede brief aan de Korinthiërs : “Want
u kent de genade van onze Heer Jezus Christus, dat Hij omwille van u
arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk
zou worden.”
Het
is meteen menens want Hij wordt geboren in een stal in een uithoek
van het Romeinse rijk. Alleen enkele herders zijn er in de marge
getuige van.
Erfzonde
Meer
nog: ‘Hij neemt de gestalte aan van een slaaf.’ Paulus
verbindt slavernij vaak met zondigheid, onvrijheid of verslaving, het
onderworpen zijn aan het kwaad. Het kwaad is in Satan een duivelse
kracht. Het komt niet alleen uit onszelf, kan ons gaandeweg
overmeesteren en ons meesleuren in een spiraal van geweld.
De
Engelse schrijver Gilbert
Keith Chesterton
(1874-1936) schreef ooit dat de erfzonde de enige christelijke
geloofswaarheid was die zich empirisch laat bewijzen. Om de
geneigdheid van de mens tot het kwade te zien – ondanks al zijn
pogingen om
het goede te doen –
hoef je maar om je heen te kijken. De
bewijzen hiervan zijn legio en onomstotelijk.
Je
kan
kiezen uit een enorme hoeveelheid beschrijvingen door overlevenden
van de vernietigingskampen van de nazi’s, van Stalins goelag en van
de talloze imitaties hiervan in onze wereld tot op de dag van
vandaag. Of,
gewoon
met
de apostel Paulus, in je eigen hart gaan
kijken:
“Ik
doe niet het goede dat ik wil, maar het kwade dat ik niet wil”
(Romeinen 7,19). Jezus,
de enige mens, die zonder zonde is verwerpt dan wel de zonde maar
nooit de zondaar zelf.
God
lijdt met
ons
![]() |
| (Aan de voeten van de gekruisigde - Jaap Schruers) |
Meer
nog: Hij gaat zelfs zover dat hij zich in
gehoorzaamheid – uit
vrije wil – vernedert
tot de marteldood
aan het kruis. Gruwelijk
als die was en boosaardig
gericht
op het eindeloos rekken van het lijden was dergelijke
vorm van executie
een ondenkbaar, onuitsprekelijk vonnis voor elke Romeinse – wat
meer
mens dan een andere – burger. Een straf, enkel
voorbehouden voor slaven, vreemdelingen,
gepeupel
of
godloochenaars in
de ogen van de toenmalige religieuze leiders.
Maar
God
blijft in Jezus, mensen
– wat
ze ook tot
hun eigen schande gedaan
hebben – nabij tot in hun diepste ellende, lijdt zelfs
fysiek
met hen mee en
beantwoordt het minste greintje berouw met zijn liefde.
Kerkvader
Origenes
(185-254) schrijft daarover: “Beseft
gij niet dat wanneer God zich inlaat met de avonturen van de mensen,
Hij
dan ook menselijk lijden aanvoelt. De Heer uw
God
droeg u zoals iemand zijn kinderen. God neemt onze manier van leven
in de wereld op zich, juist als Jezus ons leven op zich neemt. God is
echt niet ongevoelig. Als
we tot Hem
bidden heeft hij altijd mededogen. Hij
lijdt met ons mee.”
Gods
liefde gaat
alles te boven
Met
deze
hymne wil Paulus
ons
binnenvoeren in het mysterie van Jezus Christus. Jezus hoort tot de
wereld van het goddelijke, maar Hij laat zich daarop niet voorstaan.
Hij stelt zich juist dienstbaar op, als een slaaf, en aanvaardt in
alle vrijheid het ergste lijden en een vreselijke dood. Het is een
extreem bewijs van trouw en het toppunt van liefde, als je dit
allemaal voor God, voor het volk en voor de hele mensheid overhebt.
Omdat
God zelf de bron van alle liefde is, heeft Hij Hem hoog
verheven
en heeft Hij zijn naam aan Jezus’ naam verbonden. In bijbelse taal
betekent dat de hoogst denkbare plaats en waardigheid. Met verwijzing
naar Jesaja 45, 23 wordt Hem nu alle eer toegeschreven in de hemel en
op aarde en
zelfs daaronder.
Hem wordt een naam gegeven die boven alle namen is: ‘Jezus
Christus is de Heer’.
Wie dit ziet – zoals
zo vaak bekeerlingen – zal
Hem erkennen
als
zijn Heer en als de gezondene van God. Zelfs
de duivel, de verpersoonlijking van het kwaad, kan
hier niet tegenop. Zo
voert de hymne ons binnen in het geheim van de liefde zoals dit in
het lijden, de dood en de verrijzenis van Jezus wordt geopenbaard.
De
Goede Week nodigt ons uit stil te staan bij de kern van ons geloven. Het verhaal over
Jezus Christus, dat zich in
de verschillende vieringen voor
ons afspeelt,
maakt ons tot getuigen van iets waarvoor wij geen woorden hebben. De
Goede Week aandachtig meevieren kan ons niet echt alles uitleggen,
maar ons misschien wel verder
tot
de kern doen naderen.










