Pagina's

Posts tonen met het label Leerhuis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Leerhuis. Alle posts tonen

vrijdag 19 mei 2017

Girl power


Op dinsdag 16 mei vond in de Heilige-Godelievekerk in Roeselare de slotbijeenkomst plaats van het Leerhuis rond het thema ‘Bijbelse vrouwen’. Bisschop Lode Aerts reikte ons eerst enkele waardevolle suggesties aan om verder vruchtbaar te blijven bijbellezen. Hans Debel blikte terug op de teksten die we samen gelezen hebben en op de nieuwe perspectieven die ze hebben geopend. Adrie Oosterling en Jozef Sercu rondden het geheel af met een roerende muzikale terugblik op de zeven beurten.

Bisschop Lode Aerts drukt ons op het hart dat de kunst van het bijbellezen er in bestaat, die teksten zo te lezen dat die verhalen en figuren, zelfs in een heel andere tijd of taal, opnieuw tot leven komen. Dat kan alleen als we ze in een bepaalde geest lezen. De Geest die deze teksten deed ontstaan. Wakkere mensen kwamen niet door fantasie, maar door het geleefde leven zelf tot geloof. Ze zagen dat het leven meer bood dan alleen maar kommer en kwel. Dat er een rode draad doorheen loopt en dat er Iemand is die het goed met ons mensen meent. Iemand die ons niet in de steek laat, graag onder ons is en contact zoekt.



Een Woord dat werkt
Een eerste hinderpaal om in die teksten binnen te dringen, is dat hij gelezen wordt. In een beeldcultuur als de onze is dat niet meer zo evident. Het vraagt van ons immers het nodige geduld en de oefening om in deze overweging het woord van God op het spoor te komen. We mogen ons daarbij ook niet tevreden stellen met wat ons onmiddellijk zelf zint. Het hele plaatje is van belang. Zo komen we stilaan tot begrip en ontdekken we verbanden. Het ene woord verheldert het andere en kan ons raken. Er licht een boodschap uit op, die ons ook op vandaag kan inspireren.

God spreekt nog steeds door die oude teksten. En als Hij dat dan doet, dan kunnen wij daarop biddend antwoorden met dezelfde woorden die ons gegeven zijn én met ons leven. Zo komen we in relatie, horen en volbrengen we zijn werkzaam Woord.

In haar befaamde Magnificat citeert Maria bijvoorbeeld veel oudere tekstfragmenten uit de profeet Ezechiël en uit de geschriften van Jezus Shirach, die ze tot de hare maakt: “Mijn hart verheft hoog de Heer… machtigen haalt Hij omlaag van hun troon, eenvoudigen brengt Hij tot aanzien...” Een manier van spreken waarbij ze aangeeft dat ze beschikbaar is. Zo komt de Heer in haar leven tot leven. Door zijn Woord kan Hij dat ook vandaag in ons leven.


Vrouwonvriendelijk
“De Bijbel lijkt een vrouwonvriendelijk boek” steekt Hans Debel van wal. Zegt God al niet in het eerste boek tot de allereerste vrouw: “Naar je man zal je begeerte uitgaan en Hij zal over je heersen”. In de tien woorden of geboden, wordt de vrouw van je naaste al in één adem genoemd met de rest van zijn bezittingen. Het klopt dat de Bijbel zo meerdere van die passages bevat die in de loop van de geschiedenis schaamteloos zijn misbruikt. Maar daarmee is niet het hele verhaal verteld. De Bijbel is dan wel een verzameling boeken, dat de sporen draagt van een door mannen gedomineerde samenleving, maar ze laat ons ook kennis maken met nogal wat vrouwen waarin Gods verhaal met de mensen zich ontvouwt.

Spiegel
In het Johannes-evangelie bijvoorbeeld vervult Maria Magdalena een sleutelrol. Als we haar ontdoen van de ballast van heel wat interpretatie-traditie, als we ons houden aan wat het evangelie zelf over haar verteld, dan ontmoeten we een mens zoals wij. Een vrouw die zich eerst nog wil vastklampen aan een verheerlijkt verleden dat onherroepelijk voorbij is. Een vrouw die ondanks haar angsten door Jezus’ toedoen toch durft te getuigen van haar onvoorstelbare geloofservaring: ‘Ik heb de Heer gezien’. Op die manier houdt dit evangelie ons met haar een spiegel voor. Daar kunnen we de contouren in zien van de Kerk van morgen. Een Kerk die zich niet vastgrijpt aan wat voorbij is, maar zonder complexen uitkomt voor wat ze gelooft.

Recht op kromme lijnen
De figuur van Tamar is dan weer een goed voorbeeld van hoe God recht kan schrijven op kromme lijnen. Ze moest de grenzen van het toelaatbare aftasten. In haar herkennen we ook in onze tijd de bittere strijd van mensen om te overleven van al wie in de marge van de samenleving is terecht gekomen.

Beschikbaar
Maria, de moeder van Jezus, is in de loop van de eeuwen bedacht met hoogdravende titels als ‘Koningin van de Hemel’ en de ‘Moeder Gods’. Maar in de ogen van de evangelist Lucas leren we haar kennen als een eenvoudig meisje, dat zegt: “Hier ben ik, laat met mij gebeuren wat U hebt gezegd.” In het Magnificat laat Lucas verwoorden wat zo vaak gebeurt in de Bijbel. Dat God zich het lot van kleine en eenvoudige mensen aantrekt. Dat uitgerekend deze eenvoudige vrouw het beeld van de Kerk is geworden, nodigt haar vandaag uit om opnieuw dienstbaar en beschikbaar te zijn voor mensen in verdrukking.

Vreemd maakt toekomst
Dienstbaar zijn, is ook het waarmerk van Ruth in het boek dat haar naam draagt. Zij is een vreemdeling, een heidense, die haar lot aan dat van haar Joodse schoonmoeder – beiden weduwen – verbindt en zegt: “Jouw volk is mijn volk en jouw God is mijn God!” In een tijd waar Israël in de ban van de angst vertoefde voor het vreemde en de vreemdeling en zich op de eigen gemeenschap terugplooide, zet haar verhaal de lezers aan het denken over de eigen identiteit. Niet iemands afkomst is doorslaggevend maar wel zijn trouw aan de mensen en aan God.

Samen botsen op grenzen
Dat lijkt nu wel het laatste wat we kunnen zeggen van Eva, de allereerste vrouw die we in de Bijbel ontmoeten. Haar naam hangt samen met beladen termen als zondeval en erfzonde. Maar als we zonder vooringenomenheid haar lotgevallen in de tuin beschouwen dan zien we twéé mensen, een vrouw én een man. Samen botsen ze op de grenzen en de beperkingen van het menselijk bestaan. Twee mensen die niet kunnen weerstaan aan het verlangen om gelijk te worden aan God. Maar toch zijn ook zij het, die uiteindelijk Gods opdracht zullen waarmaken om vruchtbaar en talrijk te worden.

Levensruimte scheppen
Het boek Exodus vertelt dan weer over de doortocht van de Israëlieten van slavernij naar een nieuw bestaan. Dat dit heilsgebeuren kan plaatsvinden is te danken aan enkele naamloze vrouwen die zich verzetten tegen het moordende regime van Farao. Ondanks alles blijven zij opkomen voor het leven en zo levensruimte scheppen voor Mozes. Achter die sterke man staan ook enkele sterke vrouwen.

Opstanding en leven
Het contrast tussen dood en leven wordt ook de leidraad voor een verkenning van het relaas van Martha en Maria in het Johannes-evangelie. Het hele verhaal over het teken van de opwekking van Lazarus verbeeldt het ‘Ik ben’-woord dat Jezus hier spreekt: “Ik ben de opstanding en het leven”. Dat Martha Hem onmiddellijk herkent als de Messias is voor ons een uitnodiging om tot dat zelfde geloof te komen. Maria ‘zalft’ dan weer Jezus’ voeten met olie, wat eens te meer een uitbeelding is van hetzelfde geloof, dat Hij de ‘gezalfde’ is.

Weg uit onze comfortzone
Al deze verhalen van bijbelse vrouwen zijn lang niet zo eenvoudig als ze op het eerste gezicht lijken. Om door te dringen in hun diepere betekenislagen moeten we bepaalde vooronderstellingen durven loslaten. Ze leveren ons niet zozeer een venster op het verleden maar veeleer een spiegel voor het heden. Deze verhalen halen ons uit onze comfortzone en confronteren ons met de vraag waar wij zelf staan in het leven.

Toekomst brengen
In de manier waarop deze vrouwen zijn voorgesteld als verleidsters of zelfs hoeren, herkennen wij onze eigen vooroordelen tegenover mensen, die niet meteen beantwoorden aan onze verwachtingen. Tegelijk laten ze ons iets zien over Gods verwachtingen met mensen. Door al die teksten tekent zich een onmiskenbare lijn af. Eén voor één brengen deze vrouwen nieuw leven voort.




Met haar getuigenis blaast Maria Magdalena de uitgebluste apostelen nieuw leven in. Tamar wordt de moeder van een tweeling, wat voor een schijnbaar uitgerangeerde weduwe als zij een nieuw begin betekent. Maria wordt tot haar eigen verbazing moeder van een mens die tot Martha en Maria zegt dat Hij ‘de opstanding en het leven’ is. Ruth brengt een kind ter wereld dat haar dienstbaarheid belichaamt en de verbitterde Naömi op haar oude dag doet herleven. Eva wordt ondanks het gebeuren in de tuin de moeder van alle levenden. En de vrouwen die ingingen tegen Farao’s cultuur van de dood, maakten niet alleen voor Mozes maar voor het hele volk nieuw leven mogelijk in een nieuw land.

Eigenlijk klinkt het als een torenhoog cliché: vrouwen die staan voor het voortbrengen van nieuw leven. En toch gaat dit over wat de Bijbel ten diepste is: een bibliotheek met als rode draad, het schenken van nieuwe levenskansen.

Steeds weer horen we in die eeuwenoude verhalen hoe God mensen en mensen elkaar nieuwe levenskansen willen geven of die elkaar niet ontzeggen. Zeggen dat God een god van levenden is en niet van doden, gaat daarmee hand in hand. En zo inspireren deze verhalen ons nog atijd tot nieuw en betekenisvol leven.

SANTIAGO DE COMPOSTELLA


Adrie Oosterling maakt al meer dan 20 jaar kleinkunstprogramma’s in het Nederlandse taalgebied, waarmee hij de traditie voortzet van de groep kleinkunstenaars rondom Wim Sonneveld. Samen met Jozef Sercu en met zangeres Inge Zutterman, die er dinsdagavond 16 mei wegens ziekte niet bij was in Roeselare, brengt hij met een grote taalgevoeligheid, humor en zin voor zelfrelativering, sfeervol eigen teksten en nummers. Een nummer als Santiago de Compostella bijvoorbeeld. Als uitsmijter ...

We leven in een cultuur waarin een mens zegt: “Ik ben wel even toe aan iets anders. ik moet er even uit. Ik neem een ‘sabbatical’.” Maar neen, dat kan niet want dan komt mijn inkomen te laag. Ja, maar dan moet ik wel iets kalmerends krijgen van de dokter want het wordt me allemaal iets teveel. Ik transpireer ‘s nachts en … zo kan het gaan in het leven. Wat doe je dan?

Ik was er echt aan toe. Een beetje aan het eind van mijn Latijn. Een beetje vastgelopen, door er maar voor altijd voor iedereen te zijn. Dus ik dacht voor dat ik helemaal de mist inga: Santiago de Compostella!

Ah, u herkent het toch. U bent er al geweest en er ook van opgeknapt, zie ik wel!

Ik was er echt aan toe, uiteindelijk behoorliijk doorgedraaid. Zo fietste ik de hoek om nadat iedereen me had uitgezwaaid en ik dacht, goed, dat ik helemaal in m’n uppie ga: Santiago de Compostella!

Spirituele groei, ik trapte naar mijn pelgrimsgevoel toe, goed, toegegeven na tweeduizend kilometer was ik best wel moe, maar ik dacht, straks komt de vreugde zonder meer: Santiago de Compostella!

Verdieping van de geest, de berg der vreugde op voor de eerste plicht, Santago in de morgen, de vervoering waar ik al die tijd op mikte, dus ik denk wat een groots moment, nu ik het onderga: Santiago de Compostella!

En dan de werkelijkheid, het opdoemende voetbalstadion, mijn geestelijke hoogtepunt dat verschrompelde en leegliep als een ballon en Japanners waar ik als Hollandse fietser mee op de foto ga: Santiago de Compostella!

Ja, ah, na drie weken kwam ik terug thuis. Jacqueline stond gereed met de thee. We waren heel blij dat we elkaar zagen. Het was een innig weerzien en we hadden uitgebreid … en ze ging naar haar beste vriendinnen en ze zei: “Ho, hij is weer thuis … he, er is niks veranderd!”

donderdag 22 september 2016

Sterke vrouwen in het leerhuis


Dinsdag 20 september startte het Leerhuis editie 2016-2017 met een gezamelijke bijeenkomst in het Diocesaan Centrum Groenhove in Torhout. 450 deelnemers schreven zich in om samen met 70 monitoren een heel jaar lang werk te maken van bijbellezen in het gezelschap van heel markante bijbelse vrouwen: Maria-Magdalena, Tamar, Eva, Ruth, Maria-de-moeder-van-Jezus, de vrouwen rond Mozes en de zussen Martha en Maria. Allemaal moedige vrouwen met een groot geloof. Sterke voorbeelden die ons kunnen inspireren. Hans Debel (32), doctor in de theologie en professor aan het Groot Seminarie in Brugge, leidde ons in, bij wijze van smaakmaker voor de eerste beurt, o.a. in de wondere wereld van Maria Magdalena.

De Bijbel is niet meteen het meest vrouwvriendelijke boek uit de wereldliteratuur. Volgens Paulus in z’n eerste brief aan de Korinthiërs, houden vrouwen maar beter hun mond tijdens de bijeenkomsten. In zijn eerste brief aan Timotheüs heet het dan weer, dat ze hun plaats moeten kennen, en willen ze toch iets te weten komen, ze dan maar rustig moeten luisteren naar hun man … want Adam werd niet misleid maar het was de vrouw die daar in de fout ging. Dergelijke passages hebben ons opgezadeld met een soort van erfzonde waarvan de Kerk zich in de laatste jaren moeizaam en aarzelend aan het bevrijden is. Maar die weg is nog lang.

Sterke bijbelse vrouwen

Toch bevat de Bijbel niet enkel kommer en kwel als het om vrouwen gaat. Je vindt er ook na enig speurwerk minder bekende maar toch ‘sterke’ vrouwen. In het boek Ruth treffen we er zo twee aan, vluchtelingen eigenlijk, die zich niet zomaar willen neerleggen bij hun situatie en die op zoek gaan naar een beter leven. In het boek Judith slaagt één vrouw in wat duizenden mannen niet hebben gekund, een groot leger verslaan. Ze maakt gewoon gebruik van twee typische mannelijke zwakheden ‘drank en vrouwelijk schoon’. Eva wordt in het boek van de Schepping uitdrukkelijk ‘de moeder van de levenden’ genoemd. In het boek Exodus ontsnapt de kleine Mozes in Egypte aan kindermoord door het gedurfde optreden van vrouwen die niet eens bij naam worden genoemd. Zonder hen geen exodus of uittocht, toch bepalend voor de geschiedenis van Israël. Tamar, nota bene een Kanaänitische vrouw, leert dan weer haar schoonvader Juda (zoon van van Jakob, zoon van Isaäk, zoon van Abraham) een lesje in rechtvaardigheid. Zonder haar buitenissige optreden geen sprake van koning David, Salomon en uiteindelijk Jezus Christus wiens oermoeder zij is. Allemaal vrouwen die het verdienen uit de schaduw te worden gehaald.


Maria-Magdalena levende legende

Daartegenover staan ongetwijfeld bekende vrouwen als Maria, de moeder van Jezus en Maria-Magdalena. Eerder dit jaar werd de naamdag van deze laatste door Paus Franciscus opgewaardeerd van een gewone gedachtenis tot een kerkelijk feest. Daardoor komt ze in rang op dezelfde hoogte te staan als de apostelen. Maar het het is niet omdat ze wat bekender zijn dat de doorsnee gelovige weet wat er nu al of niet werkelijk over hen in de Bijbel staat. Ga maar eens te rade op de zoekmachine Google op het internet. Daar leer je mede door de hype rond het boek van Dan Brown ‘De Da Vinci Code’ dat Maria-Magdalena getrouwd was met Jezus en met hem zowaar een kind had. Niets daarvan in de Bijbel. Maar de Kerk zou dan ook alles in het werk hebben gesteld om de sporen daarvan uit te wissen.

Dat soort van creatieve beeldvorming rond Maria-Magdalena is helemaal niet nieuw. Eeuwenlang al worden verhalen ongegrond gesponnen rond haar figuur, maar vaak op basis van bijbelse elementen. In de Middeleeuwen ging het verhaal dat zij na de verrijzenis van Jezus terecht kwam in het zuiden van Frankrijk, dat ze daar het evangelie verkondigde, heel wat wonderen verrichtte om zich dan uiteindelijk terug te trekken als een kluizenares in een grot. Daar werd ze dertig jaar lang dagelijks door engelen ten hemel gevoerd om er de heilige Communie te ontvangen. Op het einde van haar leven werd ze met het oog op haar begrafenis gevonden door een priester, die God hem haar schuilplaats had geopenbaard. Pikant detail: ze verbleef naakt in die grot. Een naaktheid die ze verhulde met haar lange haren. Van die legendes zijn ook heel wat uitingen te vinden in de kunst. Die afbeeldingen geven ons verder een idee over hoe mensen haar in de loop van de eeuwen hebben voorgesteld.

Niet toevallig duiken vanaf toen ook diverse relikwieën op, met name in Vezelay, een notoir en lucratief bedevaartsoord. Het is ook een vorm van volksvroomheid. Maria-Magdalena is geen verheven wezen maar een vrouw van vlees en bloed aan wie we ons kunnen spiegelen.


Bekeerde prostituee

Tijdens de renaissance en later wordt in de schilderkunst zonder veel schroom haar lichamelijke schoonheid dik in de verf gezet. Tegelijkertijd wordt ze dikwijls opgevoerd als een ingetogen vrouw die zich bezint over haar verleden, de vergankelijkheid van het bestaan en schuldbewust boete doet. Dit vanuit de opvatting dat zij een bekeerde prostituee is. Dit soort voorstellingen gaan niet in tegen de kerkelijke traditie. Maar waar komt dat idee vandaan?

Het staat niet met zoveel woorden in de Bijbel maar het is wel gebaseerd op enkele gegevens daarin. Eigenlijk is dat het resultaat van de versmelting van drie bijbelse vrouwen. Met Maria-Magdalena krijg je bij wijze van spreken drie vrouwen voor de prijs van één. De eerste van de drie is uiteraard Maria-Magdalena zelf. In drie van de vier evangelies komt ze enkel op het einde naar voor in de context van Jezus’ lijden, dood en verrijzenis.

Lucas vermeld al eerder dat zij zich bij de groep van leerlingen aansloot nadat Jezus bij haar zeven demonen uitdreef. Vlak daarvoor vertelt dezelfde Lucas nog het verhaal van een bekeerde zondares die de voeten van Jezus afdroogt. Dat verhaal is verwant aan dat wat we ook in andere evangelies aantreffen. Marcus en Matteüs vertellen over een ‘naamloze’ vrouw die een albasten flesje met balsem ledigt over Jezus’ hoofd. Dat gebeurt in Judea, kort voor het paasfeest. Een verhaal dat al anticipeert op Jezus’ begrafenis. Lucas vertelt een heel eigen versie, dat zich afspeelt in Galilea, waar zij niet zijn hoofd maar z’n voeten zalft en met de haren afdroogt. Lucas vermeldt verder dat ze als een zondares bekend stond. De link tussen beide taferelen is gauw gelegd dat het om één en dezelfde persoon zou gaan. Ook Johannes bericht hierover in zijn evangelie. Daar versmelten beide verhalen. Het speelt zich af in Judea, kort voor het paasfeest. In zijn bewerking zalft ze dan weer niet zijn hoofd maar zijn voeten, die ze met haar haren afdroogt. Hij noemt haar Maria, niet Maria-Magdalena maar Maria van Bethanië de zuster van Martha en … Lazarus, die Jezus uit de dood had opgewekt. Op die manier raakte ze vereenzelvigd met Maria de Magdaleense, de Maria uit Magdala in Galilea. Hopelijk kunt u nog volgen.

Aan het einde van de zesde eeuw verwerkte Paus Gregorius de Grote die versmelting tot een rolmodel voor al wie zich tot het christendom bekeerde. Wat je ook gedaan hebt, als je je oprecht bekeert, kunnen je zonden – zoals bij Maria-Magdalena – vergeven worden. Die zeven uitgedreven demonen verwijzen dan voor hem naar de ‘zeven hoofdzonden’ met als summum ‘de onkuisheid’. Op die manier ontstond dus de interpretatie dat Maria-Magdalena wel een bekeerde prostituee moest zijn.


De bijbelse Maria-Magdalena

Laten we nu die opgebouwde traditie even buiten beschouwing laten en ons afvragen wat de Bijbel dan ondubbelzinnig over haar leert? En hoe dat ons gelovig handelen kan voeden? De vier evangelies zijn het er over eens dat Jezus naast de twaalf apostelen ook andere leerlingen had, waaronder een aantal vrouwen die Hem vanuit Galilea waren gevolgd om Hem te dienen. Maria-Magdalena was een van hen. In de evangelies van Marcus, Matteüs en Lucas speelt ze – met naam genoemd – vanop afstand eerder een bescheiden maar zeker niet onbelangrijke rol in het passieverhaal.

Haar handelen kan ons in de eerste plaats inspireren om een ‘dienende’ Kerk te zijn. Net zoals zij kunnen we Jezus volgen. Ook als wij daarvoor al eens de gekende paden moeten verlaten. Ze is getuige van zijn kruisiging. Worden ook wij nog steeds niet geroepen om de gekruisigde te aanschouwen die voor ons de zonden van de wereld op zich neemt? Worden ook wij niet geroepen om aandacht te hebben voor de lijdende mens? Niet alleen passief maar ook om zoals Maria-Magdalena niet te verzaken aan het weinige dat we soms nog kunnen doen. Zij ging naar het graf om bij zijn dode lichaam te verwijlen en het te balsemen. Bij lijdende mensen kunnen ook wij liefdevol aanwezig zijn, hun wonden verzorgen, hun pijn delen …

De vierde evangelist Johannes schets nog een ander beeld van haar. Zij laat Hem samen met de andere vrouwen, in tegenstelling met de mannelijke leerlingen, niet in de steek. Zij stond prominent onder het kruis samen met de moeder van Jezus en weliswaar ook de geliefde leerling. Op de eerste dag van de week gaat zij nog voor het ochtendgloren en alleen naar het graf. Er vind daar een emotionele ontmoeting plaats tussen haar en de verrezen Jezus in wie ze eerst een tuinman meende te herkennen. Jezus bezweert haar Hem niet aan te raken of vast te houden en draagt haar op Zijn verrijzenis te verkondigen. Zo wordt ze de apostel der apostelen.

Ook dat mag ons inspireren. Ze doet hier precies wat ook onze huidige paus Franciscus ons voorhoudt als de eerste opdracht van de Kerk, nl. het evangelie verkondigen, het onvoorstelbare, blijde nieuws gaan brengen ook al is deze boodschap verre van evident in de huidige samenleving waar heel wat vooroordelen het geloof bemoeilijken. Wat doet het geloof met ons? Kunnen wij er complexloos over getuigen zonder ons al te veel te bekommeren over de negatieve reacties? In de hoop dat er toch nog enkelingen ons daarin willen volgen. Jezus bij haar te weten en met Hem het verleden toch te moeten loslaten, kostte haar grote moeite. Ook wij moeten ons ervoor hoeden ons niet vast te klampen aan een Kerk van gisteren.

Op die manier verbeeldt Maria-Magdalena wellicht de Kerk van de eenentwintigste eeuw, die we moeten worden. Niet als de zogenaamde vrouw van Jezus, wat men er van gemaakt heeft,
maar als een geloofsgetuige. Iemand die vertelt over haar geloof, ook in een omgeving waar het er naar uitziet dat men haar niet zal geloven. Maar het is dank zij haar verkondiging dat ‘het blijde nieuws’ uiteindelijk kan worden verder verteld.

Wie er meer van wil weten, kan nog altijd aansluiten bij het Leerhuis. Wel niet bij de groep van Zonnebeke zoals was voorzien maar bij de groep van Ieper waarmee wij samengaan.

Info:
Lode Caes – 0478 325 255 – lode.caes@telenet.be
Hans Debel – hans.debel@grootseminarie.be

zaterdag 11 juni 2016

Leerhuis Bijbelse Vrouwen

In Leerhuis 8 staan een aantal vrouwen uit de Bijbel centraal. Zowel uit Oud als Nieuw Testament. Bekend en minder bekend. Moedige vrouwen met een groot geloof. Sterke vrouwen die voor ons een voorbeeld zijn. In dit Leerhuis willen we die vrouwen beter leren kennen en ook ontdekken hoe zij vandaag ons geloofsleven kunnen inspireren. In de zeven groepsbijeenkomsten komen volgende figuren aan bod: Maria van Magdala, Tamar, Maria, Ruth, Eva, de vrouwen rond Mozes, Martha en Maria.

Ook in het nieuwe werkjaar ben je hier in de federatie weer welkom in het Leerhuis als je je Bijbelse kennis wil verdiepen of als je wil kennismaken met enkele teksten uit Oud en Nieuw Testament. We gaan samen zeven beurten op weg. Er is ook een start- en een slotbijeenkomst voorzien met alle deelnemers van het Leerhuis in het bisdom.

Verloop:
Elke bijeenkomst in de groep verloopt volgens eenzelfde stramien. Eerst maken we tijd om met veel aandacht enkele Bijbelteksten te lezen. We willen rustig op het spoor komen van wat geschreven staat. Na een eerste uitwisseling is er tijd voor uitleg en duiding. De groepsbegeleider brengt de nodige achtergrondinformatie en schetst de context zodat we de Bijbelteksten zo goed mogelijk begrijpen. Daarna is er tijd voor gesprek en uitwisseling. Via diverse methodieken willen we dieper in de teksten doordringen. Er wordt nagegaan hoe ze ons inspireren om vandaag als christen te leven. Elke beurt wordt afgerond met een moment van samen bidden. Alle deelnemers krijgen een werkmap met teksten, uitleg en achtergrondinfo, vragen en suggesties voor de uitwisseling en gebedsteksten.

Doelpubliek:
Het Leerhuis staat open voor een breed publiek: voor wie zelden of nooit in de Bijbel lezen, voor jongeren en volwassenen die zich afvragen wat de Bijbelwoorden met hun leven te maken hebben, voor wie vertrouwd zijn met de Bijbel en op zoek zijn naar meer inzicht, voor wie inspiratie zoeken om te verkondigen…

“De studie van de Heilige Schrift dient voor alle gelovigen vlot toegankelijk te zijn”, schrijft paus Franciscus in Evangelii gaudium (175). Het Leerhuis voor geloof en pastoraal wil de kans bieden om zich te vormen in het beluisteren van Gods Woord. We willen ingaan op de vraag van de paus om ons hart te openen voor de zo kostbare schat van het geopenbaarde Woord.

Bijeenkomsten voor alle groepen samen:
In het Diocesaan Centrum Groenhove, Bosdreef 5, 8820 Torhout.
– Start bijeenkomst dinsdag 20 september om 19.30 u.
– Slotbijeenkomst dinsdag 16 mei 2017 om 19.30 u.

Bijeenkomsten Groep federatie Sint-Augustinus Zonnebeke:
Plaats van bijeenkomst: Pastorie, Ieperstraat 4, Zonnebeke
Data bijeenkomsten:
– Beurt 1: maandag 3 oktober om 19.30 u.
– Beurt 2: maandag 7 november om 19.30 u.
– Beurt 3: maandag 5 december om 19.30 u.
– Beurt 4: maandag 23 januari 2017 om 19.30 u.
– Beurt 5: maandag 20 februari 2017 om 19.30 u.
– Beurt 6: maandag 20 maart 2017 om 19.30 u.
– Beurt 7: maandag 24 april 2017 om 19.30 u.

Begeleider:
Diaken Lode Caes

Inschrijven:
Stuur volgende gegevens naar lode.caes@telenet.be:
Naam en voornaam, Straat en nummer, Postcode en gemeente, 
Telefoonnummer/gsm en Email
Je bent pas ingeschreven na betaling:
Prijs 25 euro op rekening BE22 4675 0811 1147 CCV, p/a Geldenaaksebaan 277, 3001 Heverlee
Mededeling: Leerhuis 8 Federatie Zonnebeke en je voor- en familienaam

woensdag 9 september 2015

Leerhuis Augustinus



Bekering tot gemeenschap


“De Kerk heeft herders nodig. Augustinus was één van hen en hij heeft aan de Kerk een model van herderschap doorgegeven dat tot op vandaag nawerkt. Hij was een echte zielzorger. Het herdersbeeld dat hij ons heeft nagelaten was tijdloos en toch geworteld in zijn eigen tijd. Hij heeft de unieke combinatie uitgedacht van het samengaan van contemplatief leven in gemeenschap en het actieve herderschap van de kudde. Dit ideaal is ook heden nog onmisbaar en aantrekkelijk. In een tijd waar werken en doen het vaak haalt van bidden en denken en waar het 'ik' verheerlijkt wordt en zijn inbedding in een gemeenschap dreigt te verliezen, is dit augustijns ideaal van het herderschap niet zonder aantrekkingskracht. Elke tijd zoekt zijn eigen herdersbeeld in de Kerk.”
(Kard. Godfried Danneels).

In de Kerk, in de federatie, in de parochie zijn heel wat mensen verdienstelijk pastoraal-herderlijk actief: de priester, de diaken, een teamlid, een catechist, een lector, een voorganger in gebed, een ziekenbezoeker, vrijwilligers Maar ze zitten ook vaak onbewust opgesloten in hun taak of activisme. Wat hun inspireert of drijft wordt uitgesproken noch gedeeld. Zelfs de diepte van een gezamelijke beleefde liturgie gaat vaak verloren. Er is zoveel om op te letten, dat fout kan gaan. Wie op het voorplan komt, verantwoordelijkheid neemt moet ook kunnen incasseren. Ook vreugde en verdriet moet je kunnen delen. Anders blijft het aan je vreten.


Dit jaar geen klassiek CCV-leerhuis maar een gelegenheid om ons opnieuw te verdiepen in de spiritualiteit van kerkvader Sint-Augustinus (354-430), de patroonheilige van onze federatie van parochiegemeenschappen in Zonnebeke. Christelijke spiritualiteit heeft te maken met de navolging Jezus Christus zelf. Elke tijd in de geschiedenis stelt z’n specifieke uitdagingen om in het voetspoor van Jezus te treden. Er is de tijdsgeest, allerhande evoluties en verschuivingen en de gevolgen daarvan voor de mensen, gelovig of niet. Het is vandaag niet anders. Augustinus’ tijd en wereld vertoont grote gelijkenissen met de onze ... grote migratiegolven, multiculturaliteit en –religiositeit. Hij is kritisch en individualistisch ingesteld maar steeds gedreven op zoek naar de waarheid achter de dingen. Hij kan zichzelf daarbij niet overstijgen en dat gebeurt pas wanneer de Heer hem zelf aanraakt. Geen spectaculair verhaal, een bekering uit de duizend, heel herkenbaar en geloofwaardig, maar niet minder efficiënt. Hij zoekt naar wegen om Jezus te volgen en inspireert zich op de Handelingen van Apostelen. Hij schrijft een regel, die zowel religieuzen als leken tot op vandaag blijft inspireren. Hij beleeft het geloof, niet los van de wereld, vanuit de hoogte maar in dialoog met de wereld, tussen de mensen zelf. Ondanks z’n briljant intellect is hij geen kamergeleerde. Hij probeert het geloof te verhelderen, door te geven en te vieren, het te beleven in woord en daad. In wezen hetzelfde wat nog elke parochie te doen staat. Gemeenschap vormen rond de levende Heer is in wisselende tijden, de kern, de permanente uitdaging van z'n geloofsleven. Opnieuw heel herkenbaar voor onszelf.

Het Leerhuis Augustinus is een toevlucht, een groep waar je vanuit je geloof op verhaal kunt komen bij anderen. Een plaats waar je om de Handelingen te citeren 'Eén van ziel en één van hart, samen op weg kunt gaan naar God' kunt zijn. Dat kan door studie, gebed, samen een boek of een tekst te lezen, een film te bekijken, zang, een uitstap, een maaltijd, contact met gelijkgezinde groepen... Vriendschap is een kernbegrip in de spiritualiteit van Augustinus. De Familia brengt gelovigen anders dan anders samen en bemoedigt elkaar in het engagement op het terrein.

Augustijnse kalender, enkele data:
Maandag 28 september, 26 oktober, 23 november, 28 december 2015 en 25 januari, 29 februari, 25 april samenkomst in OC Santforde in Zandvoorde.
Zaterdag 10 oktober, FAN-dag in de Augustinus-parochie in Amsterdam. Samenkomst met de Nederlands Augustijnse Lekengroepen.
Zaterdag 24 oktober, Ontmoetingsdag van de Augustijnse Beweging Nederland bij de zusters Kanunnikessen in Maarssen.
Zaterdag 27 februari 2016, FAN-dag in ... Samenkomst met de Nederlands Augustijnse Lekengroepen.
Zaterdag 23 april 2016, (Nog onder voorbehoud) Extra-ontmoetingsdag in het Augustijnenklooster in Gent. Samenkomst met de Nederlands Augustijnse Lekengroepen.
Vrijdag 20 mei 2016, Studiedag in Leuven. 'Leven in gemeenschap met Augustinus. Gemeenschappen, toen en nu.' i.s.m. Het Augustijns Historisch Instituut (Heverlee) en het Academisch Centrum voor Praktische Theologie.

Info: diaken Lode Caes
Tel. 0478 32 25 55
Email lode.caes@telenet.be

woensdag 12 augustus 2015

Terugblik Leerhuis

Jesaja's Blijde Boodschap vandaag

Tijdens het afgelopen werkjaar kwamen overal in ons bisdom groepjes van het tweejaarlijks ingerichte 'Leerhuis' bijeen. Dat was ook het geval binnen
onze parochiefederatie in Zonnebeke. Dit jaar stond het in het teken van het Bijbelboek Jesaja. Zeven bijeenkomsten lang werden zeven teksten uit Jesaja besproken. De reeks begon in september 2014 met een gezamenlijke bijeenkomst in Centrum Groenhove te Torhout waar het boek Jesaja werd voorgesteld en de bisschop de deelnemers aan het Leerhuis op weg stuurde. Op 26 mei 2015 vond in de Godelievekerk te Roeselare een grote feestelijke slotbijeenkomst plaats, waar Hans Debel ter afsluiting een synthese presenteerde en het koor 'De Colores' vervolgens bij elk van de zeven beurten enkele passende liederen zong.

Hans Debel en Inge Cordemans

Tijdens de voorbije maanden hebben we dus in ons Leerhuis een hele weg afgelegd doorheen het omvangrijke boek op naam van de profeet Jesaja, waaraan tientallen schrijvers gedurende honderden jaren lang hebben gewerkt. Gaandeweg en niet zonder moeite, hebben we ons doorheen de rijkdom van deze profetische traditie in het Oude Testament geworsteld. Het is ook vanuit die overlevering dat de eerste christenen Jezus' woorden en daden hebben proberen te begrijpen. Ook Jezus maakte zich immers in naam van God kwaad om het onrecht dat Hij zag. Hij wilde ontredderde mensen nieuwe moed inspreken en gebruikte net zoals de profeten voor hem soms raadselachtige beeldspraak om de toekomst richting te geven. We mochten ons dan ook meteen uitgedaagd weten in ons christen-zijn vandaag.

Betrokken op de wereld
We lazen hoe een man zich geroepen wist door God, hoe hij het uitschreeuwde dat hij zichzelf niet waardig vond om Gods Woord te spreken, en hoe hij uiteindelijk dan toch zei: 'Hier ben ik, stuur mij'. Zo hebben mensen van alle tijden hun roeping ervaren. We voelen ons overdonderd en vragen ons af wat uitgerekend óns geschikt zou maken om in naam van God te spreken tot onze wereld. Die taak lijkt zo groot, zo omvangrijk, zo moeilijk dat we liever zouden willen dat een ander het doet. Kan God dan niet zélf rechtstreeks tot de wereld spreken? Zou Hij dan niet meer gehoor vinden? Doorheen ons getob groeit echter de overtuiging dat God zich in deze wereld slechts door mensen kan laten zien, en dus onze handen, onze voeten en onze stem nodig heeft. En dan fluisteren we aarzelend die zelfde woorden 'Hier ben ik, stuur mij' en trekken ondanks onze twijfels op weg om Gods Woord te verkondigen.

In de verkondiging van de oudtestamentische profeten komt twijfel slechts zelden voor. Onvermoeibaar klagen ze in niet mis te verstane bewoordingen het onrecht aan dat ze zien. Hoe is het mogelijk dat de leiders van het volk zich bezatten en feestvieren terwijl het recht onder hun ogen wordt verkracht? Woedend dreigt de profeet dat God het hele volk zal vernietigen als het op deze weg verder gaat. God verwacht immers zo veel van dit volk! In de beeldrijke taal van Jesaja is het volk God zo dierbaar als een wijngaard. Dat is zowat het meest kostbare bezit dat iemand in die tijd kon hebben. De wijngaard blijkt echter slechts rotte, stinkende druiven voort te brengen. Geen enkele wijngaardenier doet nog moeite voor een dergelijke wijngaard. Hoe kan dit volk dan verwachten dat God nog naar hen zal omzien? Het kan toch niet dat God een wereld wil waarin kinderen op straat liggen te sterven, onschuldigen worden gefolterd en gedood, of mensen omkomen terwijl ze op zee naar een beter bestaan zoeken! De profetische woede is geworteld in een diepmenselijk rechtvaardigheidsgevoel, maar ook in het besef dat geloven consequenties heeft voor de manier waarop we in de wereld staan. Een geloof dat niet actief betrokken is op de wereld en zich beperkt tot de voorgeschreven offers in de tempel, is een dood geloof. Even dood is het geloof dat zich zou beperken tot een fysieke aanwezigheid in de zondagseucharistie.

Het koor 'De Colores'

Hoop ondanks alles
Opeens echter verandert alles in het Oude Israël. Bij de inval van de Babyloniërs aan het begin van de zesde eeuw komt het koninkrijk ten val en begint de ballingschap. Het onvoorstelbare is werkelijkheid geworden. Alles waar dit volk in geloofde, komt op losse schroeven te staan. Sommigen zeggen dat het zijn verdiende loon heeft gekregen voor zijn wangedrag. Anderen schreeuwen wanhopig hun onmacht, ongeloof en verdriet uit en zien geen toekomst meer. Maar dan staan er opnieuw mensen op die weigeren te geloven dat dit het einde is. Ze zijn ervan overtuigd dat God het volk zal troosten en van daaruit de weg naar een nieuwe toekomst zal wijzen. Een toekomst die helemaal anders zal zijn dan het verleden. Dat geloof doet hen op een nieuwe manier tegen God zelf aankijken. En van daaruit gaan ze ook hun eigen roeping opnieuw begrijpen, als die van een volk dat de wereld deze liefdevolle God moet leren kennen.

Hadden wij ons ooit – twintig, dertig, veertig jaar geleden – kunnen voorstellen dat wat wij nu meemaken de toekomst van de Kerk zou zijn? In sommige parochiekerken komt nauwelijks nog iemand binnen. Bepaalde uitgeleefde structuren zijn hun ziel kwijt. Voor steeds meer mensen in onze samenleving is God dood. En ook nu zeggen sommigen dat de Kerk haar verdiende loon krijgt voor het kwaad dat zij in het verleden heeft aangericht, voor het geschonden vertrouwen, voor de onherstelbare schade die onschuldige kinderen is aangedaan. Dat alles vult ons met verdriet. Ons geloof wordt tot in zijn diepste fundamenten geraakt. We zien het niet echt meer zitten en we durven niet langer te vertrouwen op wat komen zal. Weemoedig denken we aan wat voorbij is. Soms wensen we heimelijk dat het weer wordt als vroeger. Moeten ook wij niet ophouden met te kijken naar het verleden en durven vooruitblikken naar een toekomst waarin we getroost zullen worden? Misschien moeten ook wij op zoek gaan naar de stem die roept: 'Baan voor de Heer een weg door de woestijn'. En misschien moeten ook wij ons gaan afvragen of God niet anders is dan we eeuwenlang gedacht hebben, anders, maar zeker niet dood! Geloven wij immers niet in een levende God die ook ons nog steeds roept om uit te zien naar een toekomst waarin verslagen harten nieuwe hoop krijgen, aan armen blij nieuws wordt gemeld, en iedereen die treurt wordt getroost? Het is dezelfde 'blijde boodschap', het evangelie waarover we in het boek Jesaja lezen.

We beseffen echter maar al te goed hoe moeilijk het is om vanuit een dergelijk vertrouwen te leven wanneer we ons in de steek gelaten voelen en er geen einde lijkt te komen aan de ballingschap. Het is moeilijk om in God te blijven geloven in een wereld die zich niet om God lijkt te bekommeren. Wanneer je omwille van Hem scheef bekeken en verguisd wordt. Net daarom voert de profeet een nieuwe figuur ten tonele: een 'anonieme dienaar' in wie God vreugde vindt. In die 'lijdende dienaar' kan het volk zichzelf herkennen, want ook hij denkt dat het allemaal tevergeefs is geweest en dat hij zijn krachten voor niets heeft gebruikt. Uitgerekend die dienaar wordt opnieuw geroepen om Gods liefde aan de wereld te laten zien. Hij verzet zich niet. Hij stelt zijn rug bloot aan zijn folteraars en biedt zijn wangen aan wanneer ze hem de baard uitrukken. Hij, een schijnbaar onopvallend figuur, weet zich geroepen om moedelozen op te beuren, om zich geweldloos te blijven verzetten en zo recht te verschaffen aan velen, ook als hij zichzelf daarvoor moet vernederen. Door de eeuwen heen hebben zo vele mensen zich met deze dienaar vereenzelvigd door zich radicaal in te zetten voor het goed van anderen en de gevolgen van die keuze te dragen. Ongetwijfeld heeft ook Jezus zelf zijn leven zo beleefd als een totale dienstbaarheid aan kwetsbare mensen, zelfs als Hij daarvoor de dood van een slaaf moest sterven.

Een droom die richting geeft
Toen een terugkeer naar het eigen land eindelijk mogelijk werd, botsten hun hoopvolle verwachtingen over een nieuwe toekomst meteen op de weerbarstige realiteit. Maar veeleer dan zich daardoor te laten ontmoedigen, werd de profetische stem daarop nog krachtiger en hoopvoller, tot ze haast wel utopisch klonk: 'Er zal geen geween of geklaag meer zijn, geen zuigeling zal de honderd jaar niet halen, de wolf en het lam zullen samen eten, niemand zal nog kwaad doen'. Een dergelijke toekomst klinkt ongelooflijk, en toch is zij geen verre fantasie. Het is integendeel een droom om vanuit te leven, een kompas waarop mensen zich kunnen oriënteren, een uitnodiging om te streven naar wat ondenkbaar lijkt. Daaruit kan veel goeds voortkomen. Zo wijst het profetische visioen ons een richting naar de toekomst.

Misschien is dat wel waar onze Kerk tegenwoordig het meeste nood aan heeft. De durf om dit soort dromen uit te spreken. Zoals tientallen schrijvers het boek Jesaja door de eeuwen heen hebben voortgeschreven, zo worden ook wij persoonlijk uitgenodigd om in het spoor van Jesaja te treden en zelf verkondigers van Gods Woord te worden. Mensen die zich kunnen opwinden over het onrecht dat zij zien, die troost bieden aan wie ontmoedigd is, die durven dromen van een nieuwe toekomst voor deze wereld en voor onze Kerk. Mensen die op weg trekken om die toekomst te helpen waarmaken, net als ook Jezus het heeft gedaan. Als we immers geloven dat Gods Woord een 'blijde boodschap' is die vreugde schenkt, dan kunnen we niet anders dan die vreugde van het evangelie met anderen te willen delen.

donderdag 7 augustus 2014

In het spoor van Jesaja

Leerhuis 2014-2015
Verkondigen, toen en nu

“De Schrift is bron van evangelisatie. Daarom moet men zich voortdurend vormen in het luisteren naar het Woord.” Zo schrijft paus Franciscus in Evangelii gaudium (174). En hij voegt eraan toe: “Een Kerk evangeliseert niet als ze zich niet voortdurend laat evangeliseren.” Het Leerhuis voor geloof en pastoraal wil aan die oproep beantwoorden. Daarom wil ik het ook met grote overtuiging aanbevelen.
Velen zijn vervreemd geraakt van het geloof of vinden dat ze het wel allemaal al weten. Maar wie zich de moeite troost de Schrift te openen en aandachtig te lezen wat er staat, weet wel beter. Men is verrast door wat men niet had vermoed. Ogen gaan open en ook het hart wordt geraakt. Dat geldt zeker voor Jesaja. Hij brengt ons binnen in het hart van het geloof. Men vermoedt dat het boek Jesaja ook voor Jezus zelf veel heeft betekend. Het evangelie klinkt er al in door. In deze tijd van herbronning kunnen deze Bijbelse woorden ook voor ons vandaag veel betekenen. Het Leerhuis helpt ons daarbij. Daarvoor zijn we heel dankbaar.
+ Jozef De Kesel

Je bent welkom in het Leerhuis, als je je Bijbelse kennis wil verdiepen of als je wil kennismaken met enkele Bijbelse profetische teksten.
Ook in onze federatie kan je terecht bij een groepje.We gaan samen zeven beurten op weg.
Tijdens deze beurten wordt samen in de Bijbel gelezen, wordt nagedacht over de actuele betekenis van deze Bijbelverhalen en wordt er samen gebeden.

Aan de hand van zeven aspecten van Jesaja ontdekken en staan we stil bij het verkondigen toen en nu:
1) Roeping en zending van een profeet
2) Een lied en een aanklacht
3) Nieuwe wegen banen
4) Verkondiging in woord en daad
5) Een dienaar staat op
6) Het lijden van de dienaar
7) Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

Diaken Lode Caes zorgt voor de nodige achtergrondinformatie en voor een goed verloop van de bijeenkomsten. Daarnaast zijn er twee momenten voorzien waarop de deelnemers van alle groepen samenkomen.

Het Leerhuis staat open voor een breed publiek:
- voor wie zelden of nooit in de Bijbel lezen
- voor jongeren en volwassenen die zich afvragen wat de Bijbelwoorden met hun leven te maken hebben
- voor wie vertrouwd zijn met de Bijbel en op zoek zijn naar meer inzicht
- voor wie inspiratie zoeken om te verkondigen

We willen samen herbronnen en luisteren naar Bijbelse profetische stemmen.

Praktisch:
Data en plaats bijeenkomsten
Startbijeenkomst
op dinsdag 23/9/14 om 19.30 u. in Centrum Groenhove Torhout
Beurten op maandagavond 19.30 - 21.30 u.
op 29/9 - 3/11 - 8/12/2014 en
12/1 - 9/2 - 9/3 en 27/4/2015
in de bovenzaal van OC Santforde in Zandvoorde
Slotbijeenkomst
op dinsdag 26/5/15 om 19.30 u. in Centrum Groenhove Torhout

Inschrijven
Je schrijft in tegen uiterlijk 31 augustus 2014 bij diaken Lode Caes,
lode.caes@telenet.be of 0478 325 255.
En je schrijft 25 euro over op rekening BE22 4675 0811 1147 van CCV in het bisdom Brugge, p/a Geldenaaksebaan 277, 3001 Heverlee,
met de vermelding 'Leerhuis + naam deelnemer'.