Op dinsdag 16 mei vond in de Heilige-Godelievekerk in Roeselare de slotbijeenkomst plaats van het Leerhuis rond het thema ‘Bijbelse vrouwen’. Bisschop Lode Aerts reikte ons eerst enkele waardevolle suggesties aan om verder vruchtbaar te blijven bijbellezen. Hans Debel blikte terug op de teksten die we samen gelezen hebben en op de nieuwe perspectieven die ze hebben geopend. Adrie Oosterling en Jozef Sercu rondden het geheel af met een roerende muzikale terugblik op de zeven beurten.
Bisschop
Lode Aerts drukt
ons op het hart dat de kunst
van het bijbellezen er in bestaat, die teksten zo te lezen dat die
verhalen en figuren, zelfs in een heel andere tijd of taal, opnieuw
tot leven komen. Dat kan alleen als we ze in een bepaalde geest
lezen. De Geest die deze teksten deed ontstaan. Wakkere mensen kwamen
niet door fantasie, maar door het geleefde leven zelf tot geloof. Ze
zagen dat het leven meer bood dan alleen maar kommer en kwel. Dat er
een rode draad doorheen loopt en dat er Iemand is die het goed met
ons mensen meent. Iemand die ons niet in de steek laat, graag onder
ons is en contact zoekt.
Een
Woord dat werkt
Een
eerste hinderpaal om in die teksten binnen te dringen, is dat hij
gelezen wordt. In een beeldcultuur als de onze is dat niet meer zo
evident. Het vraagt van ons immers het nodige geduld en de oefening
om in deze overweging het woord van God op het spoor te komen. We
mogen ons daarbij ook niet tevreden stellen met wat ons onmiddellijk
zelf zint. Het hele plaatje is van belang. Zo komen we stilaan tot
begrip en ontdekken we verbanden. Het ene woord verheldert het andere
en kan ons raken. Er licht een boodschap uit op, die ons ook op
vandaag kan inspireren.
God spreekt nog steeds door die
oude teksten. En als Hij dat dan doet, dan kunnen wij daarop biddend
antwoorden met dezelfde woorden die ons gegeven zijn én met ons
leven. Zo komen we in relatie, horen en volbrengen we zijn werkzaam
Woord.
In
haar befaamde Magnificat citeert Maria bijvoorbeeld veel oudere
tekstfragmenten uit de profeet Ezechiël en uit de geschriften van
Jezus Shirach, die ze tot de hare maakt: “Mijn
hart verheft hoog de Heer… machtigen haalt Hij omlaag van hun
troon, eenvoudigen brengt Hij tot aanzien...”
Een manier van spreken waarbij ze aangeeft dat ze beschikbaar is. Zo
komt de Heer in haar leven tot leven. Door zijn Woord kan Hij dat ook
vandaag in ons leven.
“De
Bijbel lijkt een vrouwonvriendelijk boek” steekt Hans
Debel
van wal. Zegt God al niet in het eerste boek tot de allereerste
vrouw: “Naar
je man zal je begeerte uitgaan en Hij zal over je heersen”.
In de tien woorden of geboden, wordt de vrouw van je naaste al in één
adem genoemd met de rest van zijn bezittingen. Het klopt dat de
Bijbel zo meerdere van die passages bevat die in de loop van de
geschiedenis schaamteloos zijn misbruikt. Maar daarmee is niet het
hele verhaal verteld. De Bijbel is dan wel een verzameling boeken,
dat de sporen draagt van een door mannen gedomineerde samenleving,
maar ze laat ons ook kennis maken met nogal wat vrouwen waarin Gods
verhaal met de mensen zich ontvouwt.
Spiegel
In
het Johannes-evangelie bijvoorbeeld vervult Maria
Magdalena
een sleutelrol. Als we haar ontdoen van de ballast van heel wat
interpretatie-traditie, als we ons houden aan wat het evangelie zelf
over haar verteld, dan ontmoeten we een mens zoals wij. Een vrouw die
zich eerst nog wil vastklampen aan een verheerlijkt verleden dat
onherroepelijk voorbij is. Een vrouw die ondanks haar angsten door
Jezus’ toedoen toch durft te getuigen van haar onvoorstelbare
geloofservaring: ‘Ik heb de Heer gezien’. Op die manier houdt dit
evangelie ons met haar een spiegel voor. Daar kunnen we de contouren
in zien van de Kerk van morgen. Een Kerk die zich niet vastgrijpt aan
wat voorbij is, maar zonder complexen uitkomt voor wat ze gelooft.
Recht op kromme lijnen
De
figuur van Tamar
is dan weer een goed voorbeeld van hoe God recht kan schrijven op
kromme lijnen. Ze moest de grenzen van het toelaatbare aftasten. In
haar herkennen we ook in onze tijd de bittere strijd van mensen om te
overleven van al wie in de marge van de samenleving is terecht
gekomen.
Beschikbaar
Maria,
de moeder van Jezus, is in de loop van de eeuwen bedacht met
hoogdravende titels als ‘Koningin van de Hemel’ en de ‘Moeder
Gods’. Maar in de ogen van de evangelist Lucas leren we haar kennen
als een eenvoudig meisje, dat zegt: “Hier
ben ik, laat met mij gebeuren wat U hebt gezegd.”
In het Magnificat laat Lucas verwoorden wat zo vaak gebeurt in de
Bijbel. Dat God zich het lot van kleine en eenvoudige mensen
aantrekt. Dat uitgerekend deze eenvoudige vrouw het beeld van de Kerk
is geworden, nodigt haar vandaag uit om opnieuw dienstbaar en
beschikbaar te zijn voor mensen in verdrukking.
Vreemd maakt toekomst
Dienstbaar
zijn, is ook het waarmerk van Ruth
in
het boek dat haar naam draagt. Zij is een vreemdeling, een heidense,
die haar lot aan dat van haar Joodse schoonmoeder – beiden weduwen
– verbindt en zegt:
“Jouw volk is mijn volk en jouw God is mijn God!” In
een tijd waar Israël in de ban van de angst vertoefde voor het
vreemde en de vreemdeling en zich op de eigen gemeenschap
terugplooide, zet haar verhaal de lezers aan het denken over de eigen
identiteit. Niet iemands afkomst is doorslaggevend maar wel zijn
trouw aan de mensen en aan God.
Samen
botsen op grenzen
Dat
lijkt nu wel het laatste wat we kunnen zeggen van Eva,
de allereerste vrouw die we in de Bijbel ontmoeten. Haar naam hangt
samen met beladen termen als zondeval en erfzonde. Maar als we zonder
vooringenomenheid haar lotgevallen in de tuin beschouwen dan zien we
twéé mensen, een vrouw én een man. Samen botsen ze op de grenzen
en de beperkingen van het menselijk bestaan. Twee mensen die niet
kunnen weerstaan aan het verlangen om gelijk te worden aan God. Maar
toch zijn ook zij het, die uiteindelijk Gods opdracht zullen
waarmaken om vruchtbaar en talrijk te worden.
Levensruimte scheppen
Het
boek Exodus vertelt dan weer over de doortocht van de Israëlieten
van slavernij naar een nieuw bestaan. Dat dit heilsgebeuren kan
plaatsvinden is te danken aan enkele
naamloze
vrouwen die
zich verzetten tegen het moordende regime van Farao. Ondanks alles
blijven zij opkomen voor het leven en zo levensruimte scheppen voor
Mozes. Achter die sterke man staan ook enkele sterke vrouwen.
Opstanding
en leven
Het
contrast tussen dood en leven wordt ook de leidraad voor een
verkenning van het relaas van Martha
en Maria
in het Johannes-evangelie. Het hele verhaal over het teken van de
opwekking van Lazarus verbeeldt het ‘Ik ben’-woord dat Jezus hier
spreekt: “Ik
ben de opstanding en het leven”.
Dat Martha Hem onmiddellijk herkent als de Messias is voor ons een
uitnodiging om tot dat zelfde geloof te komen. Maria ‘zalft’ dan
weer Jezus’ voeten met olie, wat eens te meer een uitbeelding is
van hetzelfde geloof, dat Hij de ‘gezalfde’ is.
Weg uit onze comfortzone
Al
deze verhalen van bijbelse vrouwen zijn lang niet zo eenvoudig als ze
op het eerste gezicht lijken. Om door te dringen in hun diepere
betekenislagen moeten we bepaalde vooronderstellingen durven
loslaten. Ze leveren ons niet zozeer een venster op het verleden maar
veeleer een spiegel voor het heden. Deze verhalen halen ons uit onze
comfortzone en confronteren ons met de vraag waar wij zelf staan in
het leven.
Toekomst brengen
In
de manier waarop deze vrouwen zijn voorgesteld als verleidsters of
zelfs hoeren, herkennen wij onze eigen vooroordelen tegenover mensen,
die niet meteen beantwoorden aan onze verwachtingen. Tegelijk laten
ze ons iets zien over Gods verwachtingen met mensen. Door al die
teksten tekent zich een onmiskenbare lijn af. Eén
voor één brengen deze vrouwen nieuw leven voort.
Met
haar getuigenis blaast Maria Magdalena de uitgebluste apostelen nieuw
leven in. Tamar wordt de moeder van een tweeling, wat voor een
schijnbaar uitgerangeerde weduwe als zij een nieuw begin betekent.
Maria wordt tot haar eigen verbazing moeder van een mens die tot
Martha en Maria zegt dat Hij ‘de opstanding en het leven’ is.
Ruth brengt een kind ter wereld dat haar dienstbaarheid belichaamt en
de verbitterde Naömi op haar oude dag doet herleven. Eva wordt
ondanks het gebeuren in de tuin de moeder van alle levenden. En de
vrouwen die ingingen tegen Farao’s cultuur van de dood, maakten
niet alleen voor Mozes maar voor het hele volk nieuw leven mogelijk
in een nieuw land.
Eigenlijk
klinkt het als een torenhoog cliché: vrouwen die staan voor het
voortbrengen van nieuw leven. En toch gaat dit over wat de Bijbel ten
diepste is: een bibliotheek met als rode draad, het schenken van
nieuwe levenskansen.
Steeds
weer horen we in die eeuwenoude verhalen hoe God mensen en mensen
elkaar nieuwe levenskansen willen geven of die elkaar niet ontzeggen.
Zeggen dat God een god van levenden is en niet van doden, gaat
daarmee hand in hand. En zo inspireren deze verhalen ons nog atijd
tot nieuw en betekenisvol leven.
SANTIAGO DE COMPOSTELLA
Adrie
Oosterling
maakt al meer dan 20 jaar kleinkunstprogramma’s in het Nederlandse
taalgebied, waarmee hij de traditie voortzet van de groep
kleinkunstenaars rondom Wim Sonneveld. Samen met Jozef
Sercu
en met zangeres Inge
Zutterman,
die er dinsdagavond 16 mei wegens ziekte niet bij was in Roeselare,
brengt hij met een grote taalgevoeligheid, humor en zin voor
zelfrelativering, sfeervol eigen teksten en nummers. Een nummer als
Santiago de Compostella bijvoorbeeld. Als uitsmijter ...
We
leven in een cultuur waarin een mens zegt: “Ik ben wel even toe aan
iets anders. ik moet er even uit. Ik neem een ‘sabbatical’.”
Maar neen, dat kan niet want dan komt mijn inkomen te laag. Ja, maar
dan moet ik wel iets kalmerends krijgen van de dokter want het wordt
me allemaal iets teveel. Ik transpireer ‘s nachts en … zo kan het
gaan in het leven. Wat doe je dan?
Ik
was er echt aan toe. Een beetje aan het eind van mijn Latijn. Een
beetje vastgelopen, door er maar voor altijd voor iedereen te zijn.
Dus ik dacht voor dat ik helemaal de mist inga: Santiago de
Compostella!
Ah, u herkent het toch. U bent er
al geweest en er ook van opgeknapt, zie ik wel!
Ik
was er echt aan toe, uiteindelijk behoorliijk doorgedraaid. Zo
fietste ik de hoek om nadat iedereen me had uitgezwaaid en ik dacht,
goed, dat ik helemaal in m’n uppie ga: Santiago de Compostella!
Spirituele
groei, ik trapte naar mijn pelgrimsgevoel toe, goed, toegegeven na
tweeduizend kilometer was ik best wel moe, maar ik dacht, straks komt
de vreugde zonder meer: Santiago de Compostella!
Verdieping
van de geest, de berg der vreugde op voor de eerste plicht, Santago
in de morgen, de vervoering waar ik al die tijd op mikte, dus ik denk
wat een groots moment, nu ik het onderga: Santiago de Compostella!
En
dan de werkelijkheid, het opdoemende voetbalstadion, mijn geestelijke
hoogtepunt dat verschrompelde en leegliep als een ballon en Japanners
waar ik als Hollandse fietser mee op de foto ga: Santiago de
Compostella!
Ja,
ah, na drie weken kwam ik terug thuis. Jacqueline stond gereed met de
thee. We waren heel blij dat we elkaar zagen. Het was een innig
weerzien en we hadden uitgebreid … en ze ging naar haar beste
vriendinnen en ze zei: “Ho, hij is weer thuis … he, er is niks
veranderd!”








