Pagina's

Posts tonen met het label Euthanasie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Euthanasie. Alle posts tonen

maandag 16 maart 2015

De goede dood


Er is een vreemds aan de gang in onze samenleving. Enerzijds zijn ziekte en dood uit het dagelijkse leven gebannen richting woonzorgcentra en ziekenhuizen. Anderzijds lopen we storm voor emotionele rouwdiensten en hebben we de mond vol over hoe we willen sterven. We lijken wel gefascineerd door de 'goede dood' en in dat maatschappelijk spreken lijkt euthanasie een evidentie geworden. Het is op korte tijd voor heelwat mensen geruisloos het prototype geworden van die mooie dood. Over euthanasie en over het omgaan met de vraag ernaar in de pastoraal had een studiedag plaats op maandag 2 maart in 'De Lovie' in Proven. Priester Philippe Hallein gaf de inleiding, ziekenhuispastor Miguel Dehondt (Jan Ypermanziekenhuis) en Marian Vanacker (Psychiatrisch ziekenhuis Heilig Hart) in Ieper getuigden vanuit de praktijk. Enkele beschouwingen ...

Is euthanasie een evidentie?
Euthanasie vragen is in België sinds 2002 een wettelijk erkend recht waarbij een zieke onder welomschreven voorwaarden - zoals o.m. een medisch uitzichtloze situatie, aanhoudend lichamelijk en/of psychisch lijden - kan verzoeken om levensbeëindiging met de hulp van een arts. Men kan ook zijn wil over het levenseinde uitdrukken in een wilsverklaring die eveneens aan bepaalde voorwaarden moet voldoen. Geregeld duiken pleidooien op voor uitbreiding van de euthanasieregeling naar andere groepen zoals naar wilsbekwame minderjarigen (wat in 2014 werd gestemd en veel kritiek wereldwijd opleverde), of naar dementerenden, of naar niet behandelbare geïnterneerden of gewoon naar ouderen die hun leven als voltooid ervaren en het mooi willen afsluiten.

Feitelijk neemt het aantal euthanasiegevallen toe. In 2013 werden in België 3239 gevallen van euthanasie geregistreerd. In 73% van de gevallen ging het om kankerpatiënten, in 87% om patiënten die 'kennelijk binnen afzienbare tijd zouden sterven'. Slechts een kleine minderheid (13%) betrof mensen die nog een lange levensverwachting hadden . 61% van de patiënten die in 2013 euthanasie kregen was ouder dan 70. Merkwaardig is echter dat - zoals uit onderzoek blijkt - de meeste mensen die over euthanasie spreken, zich uiteindelijk niet laten euthanaseren.



De euthanasievraag als vraag naar een gesprek over levenseinde
Achter dat nogal vlotjes vragen naar het verlossende spuitje blijken diepe angsten en zinvragen schuil te gaan. In het spreken over euthanasie zit maar al te dikwijls een vraag om het eigen levenseinde bespreekbaar te maken. Er is de angst voor nutteloze therapieën of voor pijn en verstikking. Er is de twijfel of men het wel zal aankunnen de hele weg ten einde te gaan. Het verlangen gespaard te worden voor lijden is van alle tijden. Als de arts kan informeren hoe die ongemakken medisch verholpen kunnen worden, verdwijnt vaak de onrust. Dan komt er weer openheid voor wat er nog aan kleine mooie dingen te beleven valt. Maar naast de louter medische zorg blijft in die beklemmende momenten ook menselijke nabijheid en deskundige ondersteuning broodnodig. Zowel in thuissituaties als op palliatieve diensten merk je de weldoende invloed van die zorgende en respectvolle aanwezigheid.

Angst voor afhankelijkheid
De vraag naar euthanasie gaat vandaag echter verder dan alleen maar in situaties van ondraaglijk lichamelijk lijden bij terminale patiënten. Mensen zijn ook bang voor de aftakeling die de ouderdom zou kunnen meebrengen. Ze willen niet afhankelijk worden van anderen of zijn bang hun geliefden tot last te zijn. 'Dat is toch geen leven meer', klinkt het dan. Maar welk beeld van mens-zijn en van zinvol leven schuilt daarachter? Waarom hebben velen het zo moeilijk om anderen nodig te hebben? Is heel ons bestaan niet verweven met dat van anderen? Hebben ze dan zelf niet vaak met heel veel genegenheid en toewijding voor anderen zorg gedragen? Waarom laten ze niet toe dat anderen dat ook voor hen willen doen? Is het zo moeilijk om te ontvangen?

Levensmoe of het voltooide leven
Steeds vaker hoor je de vraag naar euthanasie ook bij mensen die levensmoe zijn, mensen die zichzelf als het ware overleven. Ze horen er niet meer bij, hebben niets meer te verwachten van het leven. Ze kwijnen weg in een eentonig en eenzaam bestaan, thuis of in een woonzorgcentrum. Hun betekenis lijkt verengd tot een zorglast en een zorgkost. Heeft onze samenleving geen ander antwoord op die levensmoeheid dan de zachte dood? Deze vraag wordt nog schrijnender bij dementerenden. Een man werd aangesproken op het feit dat hij zijn dementerende echtgenote dagelijks ging bezoeken. Het kostte hem moeite, ja. Hij moest daarvoor ook een en ander opofferen. 'Je moet dat niet zo vaak doen', raadde men hem welwillend aan. 'Zij kent je toch niet'. 'Dat is waar', antwoordde hij, 'maar ik ken haar wel'! Maakt zo'n antwoord niet duidelijk dat ons bestaan zijn betekenis mede ontleent aan de koestering, de erkenning en de waardering van de andere? Mogen we niet geloven dat elke mens ook zo ten diepste door God gekend en bemind is?



De euthanasievraag als vraag naar de ultieme zin
Achter al die bekommernissen schuilt de vraag naar wat zinvol leven is, naar de zin van het lijden, naar je betekenis als mens. Durven en kunnen we doorstoten naar die diepste diepte van ons bestaan? Soms is sterven een kortstondig moment maar meestal is het een min of meer langdurig proces. Het is een stukje leven dat nog iets waardevols kan toevoegen aan wie je bent. Het kan zelfs nog een ander mens van je maken. Het kan verzoening en vergeving bewerken. Het kan je helpen om het levengevende woord te spreken waarvan wie achterblijft nadien kan leven. Het kan je leven vervullen. Deze kijk op sterven staat haaks op de wens of de praktijk om het sterven te bewerken of te versnellen. Vaak is de motor achter de aanhoudende euthanasievraag het verlangen om de regie over het eigen leven te behouden en het zelfbeeld overeind te houden. Het vraagt inderdaad moed om de confrontatie met beperkingen en onmacht aan te gaan. Het is niet evident om midden vele verlieservaringen nog een weg naar levensvervulling te ontdekken. Dat vraagt tijd. Dat vraagt ook steun en nabijheid van je omgeving. Dat vraagt soms ook geloof.

Sterven als relationeel gebeuren
Merk op dat in het woord om-geving de term geven besloten ligt. Sterven is de levensfase bij uitstek waar je kan ontdekken wat je in het leven allemaal 'gegeven' is. Ze kan je laten ervaren dat je niet alles in handen hebt, dat je niet almachtig bent maar dat dit ook niet nodig is. Ze kan je immers ook laten ontdekken dat je betekenis verder reikt dan je eigen levensproject, dat je waardevol en geliefd bent om wie je bent, zomaar, ook in je kwetsbaarheid en hulpbehoevendheid. Kan je je aan die verbinding met je omgeving toevertrouwen? Of kies je ervoor om in de euthanasie toch je autonomie door te drukken onder het motto 'het is toch mijn leven'? Besef je dan dat de eenzijdige klemtoon op je eigen autonomie een inbreuk kan zijn op de autonomie van je omgeving? Als je euthanasie krijgt, is jouw probleem wel opgelost, maar voor de geliefden die achterblijven is het soms moeilijk om weer voluit aan te knopen bij het leven. Sterven is ook een appel aan de omgeving. Kan en wil de omgeving de duistere weg van het laatste lijden meegaan of wordt haar roep om het sterven te doen vooruitgaan zo dwingend dat aan de stervende zijn eigen parcours ontzegd wordt? Kunnen stervende en omgeving elkaar in onmacht nabij zijn, geduldig en warm? Kunnen ze elkaars hand vasthouden? Er is ook een werkelijkheid die je eigen leven en sterven overstijgt en waarin je een kleine maar niet anonieme schakel bent. Voor wie gelooft, is die dragende grond van je bestaan Iemand die tot je zegt: 'Vrees niet, Ik ben er'.

Waken en bidden

Sterven is triest. Sterven doet pijn. Lijden op zich is niet zinvol en moet zoveel mogelijk verlicht worden. Maar er is ook veel menswaardigheid in het lijden als het samen gedragen wordt, als mensen elkaar nabij zijn, ook als ze niets meer kunnen doen. Als je het hebt meegemaakt kun je daarover niet zwijgen. Op de weg door het lijden keek Jezus uit naar de steun van zijn vrienden: 'Waak en bid hier met mij'. Hij riep ook om de trouw van zijn Vader: 'Waarom heb je mij verlaten?' Misschien moeten wij de kracht herontdekken van het waken en bidden bij de stervende mens.

donderdag 13 februari 2014

Dood-eng

Bij verschijnen van dit artikel is de uitbreiding van de euthanasiewet tot minderjarigen allicht al door een wisselmeerderheid van NVA-GROEN-SPA-OpenVLD, PS, MR en Ecolo in het Belgische parlement goedgekeurd. Even voordien verklaarde pleitbezorger Dr. Distelmans nog dat tachtig procent van de mensen niet tegen de wet is en in één adem luidt het ook dat de tegenstanders 'intellectueel oneerlijk' zijn en zich bezondigen aan 'profileringsdrang'.

Zoals meestal is er onder de bevolking een kleine groep voorstanders die fel tekeer gaat en een kleine groep tegenstanders die hevig verzet aantekent. De grote massa heeft nauwelijks een gefundeerde mening of laat zich leiden door het buikgevoel. De voorstanders krijgen véél media-aandacht en worden steevast voorgesteld als barmhartige samaritanen. Mensen worden overdonderd met beelden en verhalen van euthanasieaanvragen omwille van een mislukte operatie, een langdurige gevangenisstraf, het nakend verlies van een tweelingbroer of partner of het geplande afscheidsfeestje van een oude glorie met champagne op televisie. De tegenstanders worden soms in de hoek gedrumd als harteloze zuurpruimen, die omwille van een achterhaalde lijdensmoraal terminaal zieken nog onnodig willen doen afzien.

Op wereldvlak is het weldenkende België in 2002 het tweede land – na Nederland – waar euthanasie onder bepaalde voorwaarden wordt toegestaan. De tegenstanders vreesden toen dat met de wet de doos van Pandora werd geopend. Die vrees wordt stilaan reëel. Na de minderjarigen zijn binnen afzienbare tijd, zonder veel twijfel, die andere kwetsbaren, onze dementerende medemensen, de gegadigden. René Stockman, generale overste van de Broeders van Liefde, stelt in een opinie-bijdrage in de krant 'De Standaard' dat sedert abortus is toegelaten, wij al de facto naar hartelust euthanasie plegen op wilsonbekwame minderjarigen. Een foetus waaraan een gebrek wordt vermoed of vastgesteld tijdens een prenataal onderzoek wordt in de regel genadeloos geaborteerd. We kunnen over abortus en euthanasie urenlang discussiëren op technisch, medisch, juridisch of op politiek vlak, maar de diepere, fundamentelere vragen komen daarbij zelden of nooit aan bod. Namelijk, welk mensbeeld schuilt hierachter en in welk soort maatschappij komen we ermee terecht?

Het draait allemaal rond een beginsel, een 'heiligverklaard' principe dat luistert naar de naam 'zelfbeschikking' of 'autonomie', een ideologische uitloper van de ideologie van de absolute vrijheid. Het is een verworvenheid, zo klonk het uit de mond van een parlementariër, waar nooit meer aan geraakt kan worden! Kan het eigenlijk nog hoge-priesterlijker? Kunnen we dan tegen zelfbeschikking zijn? Neen, maar wel tegen de verabsolutering ervan. Want dan hoef je je op termijn ook niet meer te bekommeren om anderen. Kunnen we ons wel inbeelden naar welke maatschappij we aan het evolueren zijn, als iedereen alleen nog maar met zijn eigenbelang bezig is? We mogen ons stilaan zorgen maken over de vraag of we in een niet zoverre toekomst finaal nog legitiem zullen kunnen beslissen of we willen blijven leven, als ons leven niet meer zal voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen, of als onze verzorging te veel gaat kosten aan de maatschappij? We zullen ons steeds meer zedelijk verplicht voelen te kiezen voor euthanasie als we de omgeving niet meer tot last willen zijn en we paradoxaal genoeg daarmee onze zelfbeschikking juist gaan verliezen. Voor zo’n maatschappij kiezen wij christenen niet, want wij willen graag in alle omstandigheden volop mens en medemens blijven. Wij willen ook kunnen blijven rekenen op de medemenselijkheid van de anderen. Daarom is ook een onvoorwaardelijke eerbied voor alle leven van levensbelang.

Is het nu tragisch of grappig dat voor- en tegenstanders de menselijke waardigheid claimen te verdedigen? In een ander opiniestuk in Knack haalt Ignace Demaerel, godsdienstleraar volgend praktijkvoorbeeld aan. “Een goede vriend van mij kreeg in 2009 te horen dat zijn vrouw kanker had. Acht maanden heeft ze er uit alle macht tegen gestreden, maar helaas de strijd verloren. Ik heb het van dichtbij meegemaakt. Aan het einde was ze inderdaad vermagerd, verzwakt en kortademig, maar op haar laatste levensavond heeft ze al haar vijf kinderen en acht kleinkinderen rond zich gehad, en heeft elk van hen apart en persoonlijk 'op grootmoederlijke wijze' toegesproken. Voor hen waren het onvergetelijke woorden. Enkele uren later is ze in coma gegaan, en de volgende morgen – exact op kerstdag! – overleden. Bij de begrafenis ging mijn vriend vooraan in de bomvolle kerk staan en zei rustig: 'Mijn vrouw is waardig gestorven!' Het sloeg in als een bom. Hij had het niet beter kunnen verwoorden.”


Wat scheelt er met onze maatschappij? Een Congolese man verwoordt het zo: “Ik begrijp dit echt niet. Leg me eens uit waarom men in België zo graag euthanasie wil. Hier bij ons in Afrika zijn zoveel méér zieken en zoveel minder medicamenten en pijnstillers en hier is niemand die om euthanasie vraagt. Waarom bij jullie dan wel?”

Het mag duidelijk zijn dat de grote religies in ons land unaniem tégen zijn. Op 6 november 2013 werd een gezamenlijke verklaring ondertekend door alle christelijke kerken samen (katholiek, protestants, evangelisch, anglicaans en orthodox) én joden én moslims. Een staaltje van eenheid, waar iedereen roept dat godsdiensten alleen maar verdeeldheid zaaien. Ook daarom is het weeral merkwaardig dat deze verklaring zo goed als géén aandacht kreeg in de pers. De verklaring spreekt over 'de banalisering van een zo zwaarwichtige aangelegenheid' en 'het ondergraven van de fundamenten van de samenleving', en stelt dat 'euthanasie van kwetsbare mensen, kinderen of mensen met dementie, radicaal in strijd is met hun menselijke waardigheid'.

Waarom worden in de media zij die voor euthanasie kiezen afgeschilderd als de dapperen, en zij die tot het einde doorvechten als ... Waarom werd Hugo Claus, die in 2008 voor euthanasie koos, bijna euforisch vereerd als een held? Betekent dat dan dat zij die vechten tot het einde lafaards zijn, bang van de dood? Zijn we hier de zaken niet aan het omkeren? Er zijn zonder twijfel duizenden mensen in deze wereld die waarschijnlijk in veel moeilijker omstandigheden lijden en toch tot het uiterste knokken voor het leven. Wie geeft hier de moed op?

Maar als alle grote religies tégen zijn, wie zijn dan de voorstanders? De humanisten? 'Humanisme' betekent dat de mens (en niet God) in het centrum geplaatst wordt. Het is ontstaan in de zestiende eeuw als reactie tegen de onmenselijkheden die in die tijd door de Kerk werden bedreven in naam van God (godsdienstoorlogen, inquisitie, ketterverbrandingen...). Nu zou je toch verwachten dat humanisten bij uitstek vóór de mens kiezen, voor het léven. Maar je ziet in onze maatschappij precies het omgekeerde gebeuren. Sinds we in de 'postchristelijke tijd' leven en de waarden in feite door de méns bepaald worden, wordt het menselijk leven gedevalueerd. Aan het begin en aan het einde wordt er schaamteloos beknibbeld op het leven (abortus, euthanasie...), 'in naam van de menselijke waardigheid'. Het is spijtig te moeten vaststellen dat het humanistisch mensbeeld finaal de waarde van het leven devalueert. Oude mensen en mindervaliden moeten zich bijna verontschuldigen dat ze nog blijven leven en stilaan tot 'last' zijn voor hun familie en de maatschappij. Maar hierachter zit een verschillende visie op wat 'kwaliteit van leven' en 'medemenselijkheid' is. Wordt het niet 'doodeng' als men dit oordeel louter in de handen van overmoedige ménsen gaat leggen?


Op dinsdag 11 februari, Wereldziekendag, werd in de kathedraal van Luik gebeden om het geweten van de mensen wakker te schudden en een ultiem maatschappelijk debat uit te lokken over de uitbreiding van de euthanasiewet tot minderjarigen. Mgr. Jean-Pierre Delville, de bisschop van Luik, vestigde in zijn homilie de aandacht op de gevaren van de voorliggende wet: “In plaats van de solidariteit met de zieken en de zwakken te versterken, wordt veeleer de basis gelegd voor wantrouwen en afwijzing.” Volgens de bisschop dreigt de wet het einde in te luiden van de solidariteit en dreigt hij een nieuw concept over de menselijke waardigheid in te voeren. Waardigheid wordt niet langer van bij aanvang geschonken, maar zij wordt het resultaat van een 'puur subjectief oordeel', dat wordt voorgesteld als 'keuzevrijheid'. Hij hoopt en wij met hem dat de stemming in de Kamer van Volksvertegenwoordigers gelovigen en alle mensen die zieken en stervenden begeleiden, aanspoort tot nog meer solidariteit, in het bijzonder met zieken en andere zwakke mensen in de samenleving.