Op maandagnamiddag 22
februari was Gaby Demeulenaere (°1941),
gevangenisaalmoezenier-op-rust, te gast bij OKRA-Passendale in PC De
Craeye. Gaby is Scheutist en was in die hoedanigheid ook als
missionaris actief in Guatemala. Ruim 20 jaar was hij pastor in het
gevangeniswezen, waarvan 15 jaar in het arresthuis te Ieper. Het kan
een vreemde carrièrewending lijken. Maar nog meer dan elders word je
daar geconfronteerd met een cultuur, die haaks staat op het milieu
waarin jezelf bent opgegroeid. Je geloof wordt er op het scherp van
de snee uitgedaagd. Een gevangenisdirecteur zei eens over hem dat hij
er ondanks alles, telkens weer in slaagde nog iets goeds te zien in
een gedetineerde. Dat is het mooiste compliment dat je als een
gevangenisaalmoezenier kan krijgen.
Een gevangenis is zelden een
plaats die je berouwvol, gelouterd en succesvol met de beste
voornemens verlaat. Dikwijls pakt zo'n gedwongen verblijf averechts
uit. Je leert er alles wat je beter niet weet en verleert wat je
beter niet vergeet. Het is de universiteit-bij-uitstek van de
smeerlapperij zelf. Toch biedt ze kansen tot inkeer en verdieping
maar die leiden zonder ondersteuning zelden tot bekering. Iemand
schreef: “Als ik op mijn leven terugkijk, dan zie ik waar het
fout liep. Bij de scheiding van m'n ouders werd ik op jonge leeftijd
opgedeeld met de meubels en wist niet meer waar ik bijhoorde. Later
kwam ik in een tehuis terecht. Ik zwoer dat ik mijn kinderen zoiets
nooit zou aandoen. Intussen ben ik zelf gescheiden en m'n twee
kinderen leven in een tehuis.” En hij voegde er biddend
aan toe: “Heer, ik wilde het echt beter doen maar het lukte
me niet. Ben ik in uw ogen ook een mislukkeling?”
Wie zijn ze?
De gevangenis van Ieper is een
arresthuis, waar gedetineerden in voorarrest verblijven, in
afwachting van een proces. Dat varieert van één tot meerdere
maanden naargelang de complexiteit van hun zaak en de mogelijkheid
van een voorlopige invrijheidstelling. Thuisloze vreemdelingen hebben
die faciliteiten niet waardoor hun concentratie in de inrichting
groter is. Daar mogen dus niet te gauw overhaaste conclusies uit
getrokken worden alsof criminaliteit in hoofdzaak een allochtone
aangelegenheid zou zijn. 70% van de gevangenen zijn jonge mensen
tussen 20 en 35 jaar. In vele gevallen gaat het om drugsdelicten of
daaraan gerelateerde feiten.
Vaak zijn ze bang voor wat hen te
wachten staat. Ze zijn geschrokken van de kwalificatie van hun
misdrijf. Die in hun ogen wat uit de hand gelopen caféruzie wordt
'poging tot doodslag', die handtassendiefstal wordt 'overval met
geweld', met straffen van één tot vijftien jaar. Ze zijn verder
bang om de cel te moeten delen met moordenaars of echte zware
jongens. Er is de angst dat de omgeving hen laat vallen, over hoe het
nu verder moet op allerlei vlak. Er is de onzekerheid over hoelang
het vooronderzoek en de bijbehorende opsluiting loopt. Er is de
frustratie dat de feiten vaak onherroepelijk zijn en niet meer
ongedaan kunnen gedaan. Er is schaamte, veel meer dan schuld, want in
eerste instantie wordt alles – ook in functie van de strafbepaling
– en met behulp van advocaten zoveel mogelijk geminimaliseerd.
Eenmaal gestraft, verschuilen ze zich dan vaak achter de boete van
die straf.
Vijfsterren hotel
Zo stellen mensen het verblijf in
een gevangenis wel eens voor. En ja, ze hebben onderdak, eten,
medische verzorging, sportfaciliteiten, werk, tv op de cel, een
kleine ruimte die ze wel met meerderen moeten delen … maar vooral
de neveneffecten van een vrijheidsberoving zijn niet alleen voor de
gedetineerde maar ook voor z'n directe omgeving meestal desastreus.
De onderlinge relaties komen zwaar onder druk te staan, verhoudingen
lopen stuk, ouder-kindrelaties stellen nog weinig voor, de reputatie
is naar de vaantjes, het materiële inkomen valt weg, job kwijt.
Meestal gaat het ook nog over mensen zonder spaarpot waardoor de
eerstvolgende maand de huur al niet meer kan worden betaald, woning
kwijt … Zo zorgeloos is het allemaal niet. In de gevangenis verlies
je elke vorm van privacy. Alles gaat er ten koste van de veiligheid.
Voor alles moet 'kruiperig' toestemming worden gevraagd en extra
betaald worden. En zit je daar voor enkele jaren dan wordt
reïntegratie bijzonder moeilijk. Je sociale netwerk is afgebrokkeld.
Zonder begeleiding en houvast ben je algauw een vogel voor de kat in
het vertrouwde misdaadmilieu.
'Ik zal er zijn voor u'
De aalmoezenier geniet een
bijzonder statuut onder het personeel in de gevangenis. Hij heeft
geen meldingsplicht en dat is een grote meerwaarde. Bij hem vinden de
gedetineerden een vrijplaats waar ze zonder schroom zichzelf kunnen
zijn. Niets hoeft. Bij hem kunnen ze bij wijze van gebed uithuilen of
vloeken al wat ze maar willen. Los van een oordeel zijn ze welkom met
hun verhaal, hun gebrokenheid, hun vragen over zin en onzin, schuld
en schaamte, God en z'n gebod. 90% van z'n tijd gaat op in
persoonlijke gesprekken. De aalmoezenier is er aanwezig met z'n ganse
wezen. Ook met z'n geloof en dat mogen ze voelen als hij de naam van
God onder hen probeert waar te maken: 'Ik zal er zijn voor u'. Hij is
in Christus, een broeder, zoals met de goede moordenaar aan het
kruis.
Dat vraagt heel wat empathie,
inlevingsvermogen, niet te verwarren met sympathie. Hun daden zijn
allerminst goed te keuren maar je kunt proberen te begrijpen hoe het
zo ver is kunnen komen en de mens te zien los van z'n vergrijp. De
plaats waar je wieg heeft gestaan, de kansen die je al of niet
gekregen hebt, gekoppeld aan karakterzwakte, zijn vaak bepalend voor
je toekomst. Als pastor kun je niet afstandelijk optreden, nabijheid
is de enige optie. Hun onmacht blijft aan je kleven. Het is zoals
Jezus 'eten met hoeren en tollenaars'. Maar zoals Paus Franciscus het
eens heel plastisch uitdrukte moet een herder de stank van z'n kudde
meedragen en verdragen. In 'De Gebroeders Karamazov', het
baanbrekende werk van Dostojevski, confronteert de starets, de
geestelijke Zosima z'n monniken met de volgende uitspraak: “Hebt
geen angst voor de zonden van de mensen. Bemint de mens ook in z'n
zonde want dergelijke liefde komt de liefde Gods nabij en is de
hoogste vorm van liefde op aarde”.
De vaak Bijbelse
benadering van Gaby kan alleen maar bewondering afdwingen. Zeker in
een tijd waar de maatschappij onnoemelijk verhardt. Onze vaak
ongenuanceerde uitspraken doen daar nog dikwijls een schepje bovenop.
Z'n betoog zet aan het denken en voert ons bescheiden terug naar de
kern van ons verre van vanzelfsprekende christelijk geloof. In naam
van de leden en het bestuur bedankte voorzitster Henriette De Meyer
hem met een overheerlijke mand lekkers!









