Pagina's

Posts tonen met het label Adem-Tocht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Adem-Tocht. Alle posts tonen

donderdag 7 juni 2018

Gem-eenzaam oud



De eenzaamheid van mensen, en vooral van vele ouderen in onze samenleving vandaag moet ons aller zorg zijn! In een eerste bijdrage (vorig nummer) hadden we het met Ria Grommens – gezins- en levenslooppsychologe (volwassenheid en ouderdom) over de vele gezichten van eenzaamheid. Deze keer hebben we het dan verder over gem-eenzaam oud worden of hoe wij deze eenzaamheid enigszins kunnen doorbreken en waar mogelijk die ook positief kunnen beleven.

Natuurlijk zijn actief-zijn en tussen de mensen leven belangrijke troeven tegen eenzaamheid. Maar op voorwaarde dat de activiteit ook als zinvol beleefd wordt en de contacten ook als echte ontmoetingen. Niet alleen elkaar horen of zien maar in dat contact ook toekomen aan wat het hart echt beroert, mogen delen in elkaars dromen en plannen, maar ook in elkaars twijfels en pijn. Ontmoeting vraagt aandacht en aanwezigheid. Ze vraagt tijd om woorden te laten komen.

Voor de dingen van het hart en de noden van de ziel zijn de woorden schaars en arm. De eenzaamheid van ouderen heeft vaak te maken met zich niet meer gehoord en begrepen voelen in meestal goedbedoelde, maar o zo vluchtige en oppervlakkige contacten met de jongere generatie. Er is bij ouderen ook een schroom om die jongeren met hun gevoelens en vragen te belasten. Zo groeit een stille verwijdering, een vereenzaming die inherent lijkt aan het ouder worden en - zo menen sommigen - uiteindelijk ook heilzaam is.

Aanwezigheid en tederheid zijn broodnodig
Maar het is gevaarlijk de eenzaamheid zo snel te gaan spiritualiseren. Mensen hebben andere mensen nodig, zo nodig als brood! Zoals noch eten noch drinken een antwoord kunnen zijn op een tekort aan genegenheid, zo kan ook God niet de leegte vullen na het overlijden van een geliefde.

Henriette Roland Holst - van der Schalk verwoordde dit op haar manier ontroerend mooi:
Ik weet dat zeker, zo de dood niet is vernietiging, maar overgang, aleer ik verder streve in een wijder sfeer mijn hart zich laven zal van lang gemis en voelen ’t blij hervinden na de scheiding en de vertrouwdheid en de koestering en daarom is voor mij licht-neveling om het uur van de donkere over-glijding.

De nood aan de andere is een op zich zelf staand verlangen. Mensen hebben nood aan iemand zien en gezien worden, aan aangesproken worden en zelf mogen spreken, aan kunnen strelen en gestreeld worden, aan geliefd zijn en kunnen liefhebben. Dat is een diepmenselijke ervaring die ook vanuit de wetenschap en de antropologie wordt bevestigd. In het scheppingsverhaal is er die mooie passage waarin God merkt dat Adam in de tuin van Eden toch niet heel gelukkig is totdat hij Eva ontmoet, vlees van zijn vlees ... En God zag dat het goed was …

Ouderen horen erbij
De eenzaamheid van vele mensen van alle leeftijden, niet in het minst van ouderen vandaag, moet een zorg van iedereen zijn. Laat ons een samenleving bouwen waarin ouderen betrokken kunnen en mogen blijven bij het grote gebeuren en niet opgeborgen worden of uit beeld gaan omdat zij stille en kwetsbare mensen geworden zijn. Laat ons niet blijven steken in oppervlakkige activiteiten en vluchtige contacten, maar doorstoten naar het hart van medemensen, vaak zonder woorden, met tederheid en authentieke aanwezigheid.

Laat ons ook zelf bij het ouder worden niet afglijden naar een in zichzelf gekeerd afwachten of anderen ons wel komen opzoeken, maar zelf blijven anderen tegemoet treden, gevoelig voor het appel dat van hen uitgaat. “Laat ons steeds minder bezig zijn met wat wij van het leven kunnen krijgen”, zegt A. Heschel, “en steeds meer met wat wij aan het leven kunnen bieden.”

De eenzaamheid als spirituele weg
Eenzaamheid is een pijn die kan verlicht worden door begripsvolle nabijheid. Maar eenzaamheid kan nooit helemaal weggewerkt worden. Ze behoort tot ons menselijk bestaan op elke leeftijd. Altijd weer voelt de mens zich op zichzelf teruggeworpen, altijd weer hunkert het hart naar diepere eenheid. Meestal wordt dit verlangen weggeduwd onder drukke activiteit of vlucht naar buiten. Toch is er geen andere weg naar echte levensvervulling dan dat soort eenzaamheid toe te laten en te leren dragen. Hoe ouder je wordt, hoe meer dit een ontwikkelingstaak wordt.

Die diepe eenzaamheid wordt de motor achter het zoeken van de weg naar binnen, de weg naar die ene Andere die wel een antwoord bieden kan. Nu is die ene andere niet meer de jongen of het meisje van mijn dromen, maar het levensmysterie dat wij God noemen. “Onrustig is mijn hart”, zegt Augustinus, “totdat het rust in U.” Die Aanwezigheid ervaren is wat monniken vroeger zochten in de woestijn of vandaag zoeken in de stilte van het contemplatieve leven. Die Aanwezigheid kunnen ook ouderen ontdekken in hun soms gedwongen eenzaamheid.

De weg naar binnen – een weg die om afzondering vraagt – is een kostbare weg. Hij laat je eindelijk toekomen aan wie je echt bent, aan de gevoelens, gedachten en herinneringen die je innerlijke wereld bevolken. Er is geen nood meer noch een noodzaak om je in de buitenwereld te bewijzen. Je mag gewoon zijn wie je ten diepste bent. Je hebt ook genoeg aan de vreugde van de gewone dingen, aan de vrijheid om te zeggen waar het voor jou op aankomt.

Het urenlang mijmeren hoeft dus niet altijd verveling te zijn. Het kan evenzeer een stil verwijlen zijn bij het wonder van het leven dat stilaan zijn geheim openbaart. Het is moeilijk om hiervoor woorden te vinden. De dichter Felix Timmermans reikt er ons aan. “En luister nu, hoe alle dingen zingen, en alles zingend in elkaar vervliet, de mensen en de dingen, de vreugd, het kwaad en het verdriet, lijk duizend schoon akkoorden van een en ’t zelfde lied!
O zalig uur, waarop de ziel, gerijpt van zangen , zonder beeld of woorden,
Gods wil begrijpt!

Ook kardinaal Suenens spreekt van die ervaring in zijn memoires: “Het zien versmelten van heden, verleden en toekomst in de eeuwigheid van God, die ten volle ‘aanwezig’ is. Ik voel sterk de actualiteit van het verleden dat ik in mij draag – de actualiteit van de mirabilia (wonderen) van God voor mij - de actualiteit van elke etappe van het verleden. Ik voel dat mijn heden gevoed wordt door dit alles, dat het leven krijgt door de werkzame tederheid van God. Ik voel ook dat de toekomst reeds daar is, dat de eeuwigheid een aanvang genomen heeft ...” (p.291).

Eenzaamheid is als de woestijn, een desolate plek van verlatenheid en nood maar ook de plek waar God spreekt tot het hart van de mens, niet met veel gedruis, maar als een zachte bries ...
Eenzaamheid laat je toe en nodigt je uit naar binnen te keren. Dit leidt geenszins tot isolement maar verbindt je met alles en allen. ‘Gerotranscendentie’ noemen gerontologen deze levenshouding. Op elk moment en in je beperkte levensruimte draag je als oudere de wereld en de mensen in je hart. Maar ze verstoren je niet meer. Je blijft doorheen alles één en geborgen, rustend in jezelf, rustend in God.

Eenzaam oud



“Ik ben zo eenzaam zonder jou ...” Jaren geleden zong Will Tura die geweldige hit. Jonge mensen herkenden zich in dit eenvoudige lied van onstilbaar verlangen naar die ene andere. Nu, decennia later en een stuk ouder geworden, duikt die eenzaamheid opnieuw op. Voor sommigen is ze misschien nooit weg geweest. Maar bij het ouder worden werpt ze steeds vaker haar schaduw over het leven van elke dag. Weinige ouderen ontsnappen eraan, ook al spreken ze er niet zo gemakkelijk over. Soms verduistert eenzaamheid zo sterk het bestaan dat mensen levensmoe worden. Eenzaamheid is één van de voornaamste redenen van de vraag naar euthanasie bij ouderen, … bijna een noodkreet. De eenzaamheid van mensen, en vooral van vele ouderen in onze samenleving vandaag moet ons aller zorg zijn! In een eerste deel exploreren we met Ria Grommens – gezins- en levenslooppsychologe (volwassenheid en ouderdom) de vele gezichten van eenzaamheid. Volgende keer hebben we het dan verder over gem-eenzaam oud.

Een onderschat probleem
Niet iedereen zal (h)erkennen dat vele ouderen eenzaam zijn. Er worden in gemeentes en verzorgingstehuizen met veel zorg en soms ook wat professionele zelfvoldaanheid tal van activiteiten opgezet om de ouderen een bezigheid en gezelschap te geven. Misschien pochen we zelf wel eens: wij hebben geen tijd om ons eenzaam te voelen! Vele vitale gepensioneerden zijn inderdaad druk bezig met de opvang van de kleinkinderen, het volgen van cursussen, het organiseren van bijeenkomsten, het klussen aan hun huis of aan dat van de kinderen, op reis gaan …

Maar als ze door ziekte of hoge leeftijd minder mobiel worden, hulpbehoevend worden, hun partner verliezen, steeds meer leeftijdsgenoten en vrienden moeten missen, klinkt wel een echo van eenzaamheid door voor wie het kan en wil horen. Toch verbergen mensen ook dan nog vaak deze pijn. Ze stellen dapper hun verwachtingen bij: “Ik heb alles wat ik nodig heb. De kinderen hebben het zwaar en ze doen wat ze kunnen. Ik mag niet klagen. Ik ben goed verzorgd...”

Om de eenzaamheid te herkennen moet je daar doorheen proberen te kijken, naar het hart van mensen gaan en ‘luisteren’ met al je zintuigen. Dan zal je ontdekken dat eenzaamheid vele gezichten heeft en zeker niet hetzelfde is als alleen zijn. Toch gaat eenzaamheid van ouderen vandaag vaak samen met een verschraling van hun contacten, zowel naar aantal als naar kwaliteit. Maar zij heeft ook te maken met een verdwijnen van elke vorm van zingeving.

Eenzaamheid heeft vele gezichten.
Het meest vertrouwde en inleefbare beeld, is dat van het sociaal isolement. Talrijk en onzichtbaar zijn de ouderen die alleen en teruggetrokken leven, verarmd zijn, weinig contacten hebben, verlaten en vergeten lijken door hun omgeving. Hoe anoniemer de samenleving wordt, hoe schrijnender hun situatie wordt. Alleen een samenleving waarin mensen persoonlijk en als gemeenschap aandacht hebben voor de buur, de medemens naast ons, élke medemens, kan het risico op dit soort eenzaamheid verkleinen.

Er is ook veel verborgen eenzaamheid bij mensen die het wel goed doen in het leven en misschien zelfs een druk sociaal leven hebben, maar toch leven met een groot gemis. Vaak is het verlies van een vriend of een geliefde, hun partner met wie zij jarenlang intens het leven hebben gedeeld, een niet te stelpen bron van eenzaamheid. Er is de grote leegte van het hart, het gemis aan koestering en nabijheid, van het ‘mekaar met een half woord verstaan’, van het samen dromen en samen werken. Er zijn ook de talrijke kleine momenten elke dag waarop er geen klankbord meer is voor je ervaringen, geen wederwoord als je met verhalen van buiten thuis komt. Voor dit verdriet is er gelukkig wel vaak aandacht en meeleven vanuit de omgeving, althans in het begin, maar met de tijd vervagen die en dringt de eenzaamheid pas echt door.

Moeilijker te horen is de pijn van de onvervulde wensen binnenin relaties, van allerhande verwachtingen van begrip en bevestiging en warmte die niet ingelost worden. De partner is er nog, de kinderen komen op bezoek, er zijn de kaartnamiddagen, en nog zoveel meer, maar nergens is er oog en oor voor wat hen eigenlijk bezig houdt – althans zo voelen zij het.

Eenzaamheid schuilt er ook in het hart van mensen die na het verlies van hun job of een taak, hoe klein ook, het gevoel hebben er niet meer bij te horen, niet meer nuttig te zijn, zonder betekenis voor iets of iemand. Of die zich gewoon vervelen en geen zin meer hebben in het leven van alledag.

Eenzaamheid is er bij vele ouderen die zich verloren voelen in de tijd, geen aansluiting meer vinden bij het denken en doen van de huidige generaties. Zij lijden eronder dat de idealen en waarden, waarvoor zij in hun leven zoveel over hebben gehad, nu niet meer gelden of zelfs van tafel geveegd worden. Zij lijden eronder dat zij steeds minder hun eigen geschiedenis kunnen delen met generatie- en geestesgenoten. Zij lijden soms onder het verlies van de ultieme levenszin en voelen zich verloren en eenzaam in het bestaan. Als er zoveel wegvalt dat het leven van een mens zin geeft, als er geen plaats is in de samenleving voor een bestaan zoals het hunne, voor afhankelijk en kwetsbaar zijn, als zingeving vanuit het geloof in de altijd weer levengevende Liefde die wij God noemen, niet meer vanzelfsprekend is, dan kunnen of willen mensen sterven aan eenzaamheid.

Alleen en eenzaam
Eenzaamheid heeft vele gezichten en is dus duidelijk niet enkel gekoppeld aan alleen zijn. Je kan je eenzaam voelen te midden van vele mensen, zo erg soms datje meteen weg wil. Omgekeerd kan je veel alleen zijn en je toch niet eenzaam voelen. Je hebt altijd wel iets te doen of iets om van te genieten. Er is rust in je hart. Je ‘rust’ in het leven, je voelt je er ten diepste in geborgen.
Het lijkt erop dat wij vandaag steeds moeilijker op die manier alleen kunnen zijn, ook de ouderen. Wij worden voortdurend geappelleerd, bestookt met boodschappen van buitenaf, en wij zijn zelf ook voortdurend in de weer om onze bekenden via mail en sms en telefoon te contacteren. Netwerken heet dat en daarmee vullen wij een groot stuk van onze tijd.

Soms groeit daardoor een grote verbondenheid met mensen dichtbij en veraf: de wereld wordt ons dorp. Die verbondenheid maakt dat je je niet eenzaam voelt, ook al ben je alleen. Internet met al wat het aan contactmogelijkheden biedt is voor vele senioren een nuttig kanaal om afstanden te overbruggen en vlot verbonden te blijven met velen. Maar vaak wordt die virtuele bedrijvigheid een zuchtig zoeken naar bevestiging, een rusteloos toetsen of de andere er nog wel is en vooral of de andere je niet vergeten is. Mensen zitten elkaar zo wel dicht op de huid, maar ontmoeten zij elkaar wel? Bieden zij elkaar wel geborgenheid? Biedt het leven hen wel voldoende geborgenheid? Daarvoor is er meer nodig.

woensdag 14 maart 2018

Diepgang in het dagelijks leven


Als er over ‘diepgang’ – wat bewuster gaan leven – gesproken wordt, denken we algauw aan zweverige toestanden voor mensen die niet weten wat doen. En toch zijn er heel wat actieve mensen op zoek naar ‘wat echt telt’, naar zingeving die gelukkig maakt. Het groeiende succes van mindfulness, de hype van yoga, de toenemende aandacht voor allerlei vormen van meditatie, … en het zoeken naar heelheid en harmonie zijn er maar enkele voorbeelden van. Reclameboodschappen zijn ervan doordrongen. Films en romans alluderen erop. Weekbladen wijden er artikels aan. Zelfs bedrijven bieden dergelijke trainingen aan. Waar gaat het eigenlijk over? Benedict Lemmelijn (foto), bijbelwetenschapper aan de KU Leuven, schreef er een artikel over voor Adem-Tocht, de spiritualiteitsbeweging voor 60-plussers. Hierbij onze samenvatting.

Drie centrale elementen
Vooreerst lijkt het belangrijk om opnieuw met aandacht in het nu-moment te gaan staan. Het voortdurend vooruitlopen en plannen los te laten en beseffen dat het leven zich hier en nu afspeelt. Daarnaast blijkt het even belangrijk dat we ons opnieuw bewust worden van het feit dat we geen geïsoleerde wezens zijn, maar ook met de ons omringende natuur, wereld en zelfs met een grotere, overstijgende werkelijkheid verbonden zijn. Het nastreven van steeds sneller, steeds meer en steeds beter, lijkt alleen opgejaagde en steeds minder tevreden mensen op te leveren ... Met andere woorden, worden we ons steeds sterker bewust van het belang van zingeving als voorwaarde van diep geluk.

Op zoek naar religie?
Dit aandachtig en verder kijken dan de werkelijkheid houdt feitelijk verband met een oer-religieus bewustzijn, dieper en verder dan alle concrete vormen van religies en godsdiensten ook. Het gaat om de verbondenheid met het ‘transcendente’ of ‘overstijgende’ karakter van onze gehele werkelijkheid, die groter is dan onszelf en ruimer dan wat we direct kunnen waarnemen.

Religie komt van het Latijnse woord re-ligare, wat sterk verbinden betekent. We kunnen het ook in verband brengen met het woord re-legere, een zorgvuldig lezen van de werkelijkheid. Het gaat in die verbondenheid met andere woorden om heelheid, innerlijke vrede, gedragenheid, diepe geborgenheid ook.

Ver weg en dichtbij
Veel zin- en gelukszoekers associëren dat alles meestal met verre oosterse tradities. En dat is goed en beslist leerrijk. Toch is het opmerkelijk dat we er ons niet genoeg van bewust zijn dat veel van die parels al eeuwenoud joods-christelijk gedachtegoed zijn. Ze liggen voor het rapen in de monastieke traditie (bv. Benedictus van Nursia), in de middeleeuwse mystiek (bv. Ruusbroec), maar ook in vormen van ‘christelijke meditatie’ (bv. John Main). Al die wijsheden gaan overigens reeds terug op de christelijke ‘woestijnvaders’ uit de derde eeuw, de voorlopers van de monniken.

Met beide voeten in de werkelijkheid
Nogmaals, gaat het hier om wereldvreemde dingen die ons petje te boven gaan? Helemaal niet ... Het smalend wegwuiven van dit groeiende bewustzijn verraadt enkel onbegrip. Anders en bewuster waarnemen en leven leidt niet tot een teruggetrokken bestaan maar integendeel juist tot een geëngageerd in de wereld staan. Benedictijn Anselm Grün noemt een ‘geaarde spiritualiteit’: diepgang met beide voeten in de werkelijkheid!


Op zoek naar balans
Inderdaad, de grote leuze van Benedictus ‘ora et labora – bid en werk’ staat nog tot op
vandaag borg voor een evenwichtige levenshouding. En hoe tegenstrijdig het ook mag klinken: Benedictus' innerlijke rust brengt hem tot levendigheid en een dynamiek, die uitloopt in Liefde. Inkeer loopt uit op toekeer… Niet enkel zweven en ook niet enkel doodwerken en alle perspectief verliezen.

Diepgang elke dag
Maar ik hoor het je denken: hoe doen we dat in ons dagelijks leven? Welnu, het blijft niet bij mooie woorden alleen. Die fundamentele gerichtheid op liefde en goedheid valt namelijk niet zomaar ‘te zeggen’, maar vooral ‘te doen’, elke dag opnieuw. En precies dat vinden we al in de Bijbel. Paulus stelt in zijn brief aan de Galaten (5,22-23) dat een leven onder inspiratie van de Heilige Geest uitmondt in “liefde, vreugde, vrede, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en ingetogenheid”. En dezelfde boodschap geeft hij mee in zijn hooglied over de liefde in 1 Korintiërs 13. Al wat men kan verworven hebben aan verstand, aan andere kwaliteiten, aan nog zo fantastische eigenschappen, als het niet uit liefde gebeurt en de liefde niet dient, dient het tot niets.

Vindplaatsen van God
Wellicht komt God in zijn ondoorgrondelijke werkelijkheid inderdaad het meest aanwezig in wat wij Zijn Geest noemen, een aanwezigheid die ‘vruchten’ draagt in het concrete leven van elke dag. Hij is dan wel degelijk vindbaar, zonder dat je daarvoor een ingewikkelde lange weg hoeft te gaan, maar daarom door onze ik-zucht nog niet zonder moeite.

God ontmoet je in het goede, het lieve, het zachte, het zorgzame, het tedere, het nederige, het dienstbare, het zachtmoedige van elke dag. Misschien is Hij ook wel te vinden in al wat in ons leven ‘iets meer’ of een ‘surplus’ doet ontstaan. Alles wat ‘schoon’, ‘waar’ en ‘goed’ is zoals kerkvader Augustinus het ons voorhoudt. Het is vaak héél nabij en toch overstijgt het ons.

Schoonheid
Schoonheid is inderdaad zoiets ‘onvatbaar’ en ‘extra’. Het is nergens voor nodig en van geen nut. Tegelijkertijd is schoonheid ook heel kwetsbaar en uiterst broos. Ze schuilt in eenvoud. Ze behoeft geen ‘krullen’, is niet ‘maakbaar’ en ze toont zich dikwijls ‘onverhoeds’ wat haar wezenlijke, overstijgende of transcendente karakter alleen maar bevestigt.

Op die wijze kan schoonheid zelfs troost zijn in diepe eenzaamheid. Ze kan ons doen opstijgen te midden van banaliteit, verdriet en gebrokenheid. En ja, je moet er aandacht voor hebben en op dergelijke ogenblikken zie je heel even dat ‘méér’, diepgang in het simpele hier- en-nu, vaak geheel onverwacht. Misschien is het dan ook zo dat God binnentreedt ... oeverloos kwetsbaar, maar onstuitbaar aanwezig.

Van schoonheid naar mildheid en mededogen
Schoonheid is dat ‘extra’ in de werkelijkheid, wat ook ‘mededogen’ en ‘mildheid’ kunnen zijn in onze verhoudingen. Het grootmoedig over kleinheid heen stappen, het ‘ondanks alles’ blijven dragen, zorgen, vergeven, doen groeien ...

Grootmoedigheid staat tegen kleinzieligheid. Wie kleinzielig verbeten zichzelf en anderen zijn grote gelijke moet etaleren is hard, berekend rechtvaardig en loopt constant onrustig rond. Wie rustig zichzelf aanvaardt met zijn grote en kleine kanten en die zich in Liefde geborgen weet, kan zelf van dat mededogen en van die liefdevolle geborgenheid delen. Dat is concrete 'transcendentie'. Want “onrustig is ons hart, tot het rust vindt in U God”, zoals Augustinus het verwoordde.

Tederheid
Een aparte dimensie die hierbij aansluit, is de ‘tederheid’. Het is geen zwak, zeemzoeterig gevoel. Het is liefde in een zichzelf overtreffende trap: die van zachtheid en van van delicate aandacht. Ze overstijgt wat gewoon ‘zorgen voor’ of gewoon ‘om iemand geven’ is. Ze biedt zuurstof aan de liefde in al haar vormen. In die zin is ook tederheid transcendent. Ze overstijgt de ‘kleinmenselijke’ werkelijkheid en brengt iets tot stand wat op een ‘neutrale’, ‘rationele’ en ‘berekende’ manier niet mogelijk is. En daarin en daardoor is ze ook een stuk wegwijzer naar God.


God is Liefde
Wat echt telt, is dus ‘goddelijke’, ‘mensoverstijgende’ en toch in en door mensen met handen en voeten gegeven Liefde. En die gebeurt in onze heel ‘gewone’ werkelijkheid. Inkeer wordt toekeren. Diepgang reikt naar inzet. Het eenvoudig oprechte leven in het nu-moment, het rustig beleven van alle gewone dingen, het zorgen voor een kind en het alles leren, met mensen op je weg praten en ze bemoedigen, het inspringen bij een klein of groot probleem, tijd maken ondanks een gevulde agenda … Het zijn allemaal ontegensprekelijk dingen die misschien niet in het groot toekomstbepalend zijn. Maar hier-en-nu – en dat is uiteindelijk toch de enige tijd die we leven – maken ze dat leven aangenaam en ‘waardevol’. Meer nog, ze zijn er de voorwaarde toe.

Uitgaande van het feit dat alle goede dingen ‘waarde’ bezitten, kan men wellicht stellen dat ze ook maar ‘zin’ verwerven in het enige perspectief wat telt en dat is de Liefde. De Bijbel leert het ons ook wanneer ze beide ‘de liefde tot God’ en ‘de liefde tot de naaste’ evenwaardig aan elkaar centraal stellen, als het hoogste gebod. Of zoals ook Johannes het heel kort en bondig affirmeert: “God is Liefde” (1 Joh 4,8).