De
eenzaamheid van mensen, en vooral van vele ouderen in onze
samenleving vandaag moet ons aller zorg zijn! In een eerste bijdrage
(vorig nummer) hadden we het met Ria
Grommens
– gezins- en levenslooppsychologe (volwassenheid en ouderdom) over
de vele gezichten van eenzaamheid. Deze keer hebben we het dan verder
over gem-eenzaam
oud
worden of hoe wij deze eenzaamheid enigszins kunnen doorbreken en
waar mogelijk die ook positief kunnen beleven.
Natuurlijk
zijn actief-zijn
en tussen
de mensen leven
belangrijke troeven tegen eenzaamheid. Maar op
voorwaarde dat de activiteit ook als zinvol beleefd wordt en de
contacten ook als echte ontmoetingen.
Niet alleen elkaar horen of zien maar in dat contact ook toekomen aan
wat het hart echt beroert, mogen delen in elkaars dromen en plannen,
maar ook in elkaars twijfels en pijn. Ontmoeting vraagt aandacht en
aanwezigheid. Ze vraagt tijd om woorden te laten komen.
Voor
de dingen van het hart en de noden van de ziel zijn de woorden
schaars en arm. De eenzaamheid van ouderen heeft vaak te maken met
zich niet meer gehoord en begrepen voelen in meestal goedbedoelde,
maar o zo vluchtige en oppervlakkige contacten met de jongere
generatie. Er is bij ouderen ook een schroom om die jongeren met hun
gevoelens en vragen te belasten. Zo groeit een stille verwijdering,
een vereenzaming die inherent lijkt aan het ouder worden en - zo
menen sommigen - uiteindelijk ook heilzaam is.
Aanwezigheid
en tederheid zijn broodnodig
Maar
het is gevaarlijk de eenzaamheid zo snel te gaan spiritualiseren.
Mensen hebben andere mensen nodig, zo nodig als brood! Zoals noch
eten noch drinken een antwoord kunnen zijn op een tekort aan
genegenheid, zo kan ook God niet de leegte vullen na het overlijden
van een geliefde.
Henriette
Roland Holst - van der Schalk
verwoordde dit op haar manier ontroerend mooi:
Ik
weet dat zeker, zo de dood niet is vernietiging, maar overgang, aleer
ik verder streve in een wijder sfeer mijn hart zich laven zal van
lang gemis en voelen ’t blij hervinden na de scheiding en de
vertrouwdheid en de koestering en daarom is voor mij licht-neveling
om het uur van de donkere over-glijding.
De
nood aan de andere is een op zich zelf staand verlangen. Mensen
hebben nood aan iemand zien en gezien worden, aan aangesproken worden
en zelf mogen spreken, aan kunnen strelen en gestreeld worden, aan
geliefd zijn en kunnen liefhebben. Dat is een diepmenselijke ervaring
die ook vanuit de wetenschap en de antropologie wordt bevestigd. In
het scheppingsverhaal is er die mooie passage waarin God merkt dat
Adam in de tuin van Eden toch niet heel gelukkig is totdat hij Eva
ontmoet, vlees van zijn vlees ... En God zag dat het goed was …
Ouderen
horen erbij
De
eenzaamheid van vele mensen van alle leeftijden, niet in het minst
van ouderen vandaag, moet een zorg van iedereen zijn. Laat ons een
samenleving bouwen waarin ouderen betrokken kunnen en mogen blijven
bij het grote gebeuren en niet opgeborgen worden of uit beeld gaan
omdat zij stille en kwetsbare mensen geworden zijn. Laat ons niet
blijven steken in oppervlakkige activiteiten en vluchtige contacten,
maar doorstoten naar het hart van medemensen, vaak zonder woorden,
met tederheid en authentieke aanwezigheid.
Laat
ons ook zelf bij het ouder worden niet afglijden naar een in zichzelf
gekeerd afwachten of anderen ons wel komen opzoeken, maar zelf
blijven anderen tegemoet treden, gevoelig voor het appel dat van hen
uitgaat.
“Laat ons steeds minder bezig zijn met wat wij van het leven kunnen
krijgen”,
zegt A.
Heschel,
“en
steeds meer met wat wij aan het leven kunnen bieden.”
De
eenzaamheid als spirituele weg
Eenzaamheid
is een pijn die kan verlicht worden door begripsvolle nabijheid. Maar
eenzaamheid kan nooit helemaal weggewerkt worden. Ze behoort tot ons
menselijk bestaan op elke leeftijd. Altijd weer voelt de mens zich op
zichzelf teruggeworpen, altijd weer hunkert het hart naar diepere
eenheid. Meestal wordt dit verlangen weggeduwd onder drukke
activiteit of vlucht naar buiten. Toch is er geen andere weg naar
echte levensvervulling dan dat soort eenzaamheid toe te laten en te
leren dragen. Hoe ouder je wordt, hoe meer dit een ontwikkelingstaak
wordt.
Die
diepe eenzaamheid wordt de motor achter het zoeken van de weg naar
binnen, de weg naar die ene Andere die wel een antwoord bieden kan.
Nu is die ene andere niet meer de jongen of het meisje van mijn
dromen, maar het levensmysterie dat wij God noemen. “Onrustig
is mijn hart”,
zegt Augustinus,
“totdat
het rust in U.” Die
Aanwezigheid ervaren is wat monniken vroeger zochten in de woestijn
of vandaag zoeken in de stilte van het contemplatieve leven. Die
Aanwezigheid kunnen ook ouderen ontdekken in hun soms gedwongen
eenzaamheid.
De
weg naar binnen – een weg die om afzondering vraagt – is een
kostbare weg. Hij laat je eindelijk toekomen aan wie je echt bent,
aan de gevoelens, gedachten en herinneringen die je innerlijke wereld
bevolken. Er is geen nood meer noch een noodzaak om je in de
buitenwereld te bewijzen. Je mag gewoon zijn wie je ten diepste bent.
Je hebt ook genoeg aan de vreugde van de gewone dingen, aan de
vrijheid om te zeggen waar het voor jou op aankomt.
Het
urenlang mijmeren hoeft dus niet altijd verveling te zijn. Het kan
evenzeer een stil verwijlen zijn bij het wonder van het leven dat
stilaan zijn geheim openbaart. Het is moeilijk om hiervoor woorden te
vinden. De dichter
Felix Timmermans
reikt er ons aan. “En
luister nu, hoe alle dingen zingen, en alles zingend in elkaar
vervliet, de mensen en de dingen, de vreugd, het kwaad en het
verdriet, lijk duizend schoon akkoorden van een en ’t zelfde lied!
O
zalig uur, waarop de ziel, gerijpt van zangen , zonder beeld of
woorden,
Gods
wil begrijpt!
Ook
kardinaal
Suenens
spreekt van die ervaring in zijn memoires:
“Het zien versmelten van heden, verleden en toekomst in de
eeuwigheid van God, die ten volle ‘aanwezig’ is. Ik voel sterk de
actualiteit van het verleden dat ik in mij draag – de actualiteit
van de mirabilia (wonderen) van God voor mij - de actualiteit van
elke etappe van het verleden. Ik voel dat mijn heden gevoed wordt
door dit alles, dat het leven krijgt door de werkzame tederheid van
God. Ik voel ook dat de toekomst reeds daar is, dat de eeuwigheid een
aanvang genomen heeft ...” (p.291).
Eenzaamheid
is als de woestijn, een desolate plek van verlatenheid en nood maar
ook de plek waar God spreekt tot het hart van de mens, niet met veel
gedruis, maar als een zachte bries ...
Eenzaamheid
laat je toe en nodigt je uit naar binnen te keren. Dit leidt
geenszins tot isolement maar verbindt je met alles en allen.
‘Gerotranscendentie’ noemen gerontologen deze levenshouding. Op
elk moment en in je beperkte levensruimte draag je als oudere de
wereld en de mensen in je hart. Maar ze verstoren je niet meer. Je
blijft doorheen alles één en geborgen, rustend in jezelf, rustend
in God.



