Pagina's

woensdag 28 februari 2018

Help honger de wereld uit!




De campagne van Broederlijk Delen dit jaar staat in het thema ‘Help honger de wereld uit’ en gaat over hongerbestrijding op lange termijn. Voor 815 miljoen mensen is honger een dagelijkse realiteit. Drie vierde van de mensen die honger hebben, woont op het platteland. Het zijn veelal boeren uit ontwikkelingslanden. Eén van die landen is Oeganda, en daar focust de campagne van Broederlijk Delen zich dit jaar op.

Oeganda: parel van Afrika?
Oeganda, gelegen in Oost-Afrika, wordt ook wel eens ‘de parel van Afrika’ genoemd. Vooral in de regio van het Rwenzorigebergte met zijn groene heuvels, microklimaat en vruchtbare gronden, verwacht je overvloed. Maar schijn bedriegt. Door de grote bevolkingsgroei bezitten de meeste boeren er steeds kleinere stukken grond. Het wordt moeilijker om alle monden in het gezin te voeden. Bovendien produceren ze vaak teveel koolhydraatrijke voeding, weinig groenten en fruit, wat een bedreiging is voor de gezondheid.

De Oegandese overheid investeert vooral in marktgewassen zoals koffie, thee of cacao. Boeren kunnen er meer geld voor krijgen. Bij een slechte oogst of lage marktprijzen hebben ze echter niks om op terug te vallen. En slechte oogsten komen jammer genoeg steeds vaker voor door de klimaatverandering. Ook onaangepaste landbouwtechnieken maken dat de eens zo groene heuvels in onvruchtbare kale bergen veranderen waardoor de oogsten dalen. Jongeren staan dus niet te springen om nog te boeren. Zij zoeken andere mogelijkheden om geld te verdienen. Helaas liggen lucratieve jobs zelfs voor geschoolde jongeren niet voor het rapen.


Het verhaal van Grace
Grace Ninseka (41) leeft met haar man en zeven zonen in een lemen huis op een klein lapje grond. Een diploma heeft ze niet. In april 2015 kwam ze in contact met COSIL, een lokale organisatie waarmee Broederlijk Delen samenwerkt. COSIL identificeerde het gezin van Grace toen als een heel arm gezin. Grace en haar man werkten dagelijks lange uren op het land van iemand anders voor een hongerloon. Daarbovenop dronk haar man zijn zorgen weg.

Het contact met COSIL zorgde voor een keerpunt in hun leven. COSIL ging in gesprek met Grace en haar man. Samen kregen ze op die manier zicht op hoe de situatie kon verbeteren. Grace kreeg zicht op de belangrijkste uitdagingen voor haar gezin en zag terug mogelijkheden om uit de armoede te geraken. De bescheiden vrouw kreeg hoop en durfde dromen van een eigen onderneming. Bij de boeren uit het dorp koopt ze nu maniok aan die ze verwerkt tot meel en verkoopt aan winkels met winst. Grace beslist zelf waaraan ze haar verdiende centjes uitgeeft en die komen in de eerste plaats haar kinderen ten goede.

Samenleggen voor een spaarpotje
Grace verkoopt niet alleen maniokmeel. Ze werkt regelmatig tegen betaling op het veld van andere boeren. Het geld dat ze verdient is echter onvoldoende om haar onderneming uit te breiden. Een lening bij een gewone bank is voor vele Oegandese boerenfamilies niet haalbaar door de hoge rente. Daarom sloot Grace zich – op aanraden van COSIL – aan bij een lokale spaar- en kredietgroep. Dankzij de spaargroep kan Grace geld opzijleggen om te investeren in haar onderneming of om medische kosten of schoolgeld te betalen.

Milieuvriendelijk koken
Houtkap is een groot probleem in Oeganda. Veel gezinnen gebruiken namelijk stapels hout om maaltijden te bereiden. COSIL leerde de leden van de spaargroep koken op een houtbesparend kookvuur. Dat vraagt tot de helft minder brandhout en is tegelijk minder schadelijk voor de gezondheid.


Buurvrouw Claire
Claire (44), de buurvrouw van Grace, werd met haar gezin tien jaar geleden al ondersteund. Claire spoorde Grace aan om naar de wekelijkse bijeenkomsten van de spaargroep te komen. Ze hielp haar ook met het vinden van boeren die hun maniok wilden verkopen en inspireerde haar om te beginnen met een moestuin. Groenten uit die moestuin zijn een belangrijke aanvulling op de anders eenzijdige samenstelling van de maaltijden. COSIL leerde Claire composteren en hoe ze haar veldje moest irrigeren. Dankzij de steun van Broederlijk Delen en zijn partnerorganisatie eten de gezinnen van de twee buurvrouwen nu ook zelf gekweekte groenten, zoals witte kool, aubergine en spinazie.

De nieuwe droom van Grace
Voor de energieke Grace stopt dit verhaal echter niet. Ze kreeg beter grip op haar leven en daar hoort een nieuwe droom bij: ze wil volgend jaar extra geld verdienen met het kweken van kippen. Door de begeleiding van COSIL staat Grace er niet meer alleen voor. Zoals buurvrouw Claire voor haar een inspiratiebron was, is Grace nu zelf een voorbeeld voor vele vrouwen die vastzitten in armoede.

PETITIE
Zet een ander landbouw- en voedselsysteem op de politieke agenda
Zowel in Vlaanderen als in Oeganda houden boeren amper het hoofd boven water. De grootschalige, op export gerichte manier waarop we nu wereldwijd voedsel produceren legt enorme druk op het milieu en de boeren. Dit is niet langer houdbaar. Grondstoffen en kleine boerderijen verdwijnen aan een snel tempo.

Het kan echter anders. Door voedsel op een duurzame manier te produceren, met respect voor mens. dier en natuur. Agro-ecologische landbouw is dé sleutel om de grote uitdagingen waar we voor staan aan te pakken.
Broederlijk Delen vraagt Vlaamse, Belgische en Europese politici om wereldwijd werk te maken van een voedsel- en landbouwbeleid dat:
– goed is voor natuur en klimaat;
– wereldwijd een eerlijk loon garandeert voor landbouwers;
– investeert in boeren die produceren voor de lokale markt;
– de productie van gezond, gevarieerd en betaalbaar voedsel aanmoedigt voor iedereen.

Zet onze eisen kracht bij: zet jouw handtekening onder de petitie en vraag
jouw vrienden en familie om hetzelfde te doen: www.watishonger.be

zondag 25 februari 2018

Let It Shine



Het is stilaan een traditie geworden in ons bisdom. Tijdens de krokusvakantie zorgt ‘Let It Shine’ voor een hoogtepunt in de voorbereiding op het vormsel. ‘Let It Shine’ staat voor een muzikale avond, met veel enthousiasme, getuigenissen, een moment van gebed en vooral veel muziek voor vormelingen. 7 voorstellingen voor samen ruim 3.000 vormelingen. Deze keer ook 2 opvoeringen in een bomvolle Onze-Lieve-Vrouwekerk in Zonnebeke.

In Vichte, Zonnebeke en Knokke stonden in deze week de kerkdeuren wijd open om het jonge volkje te ontvangen. Samen met hun begeleiders beleven vormelingen tijdens ‘Let It Shine’ een heel sterke avond. Op het programma staat veel muziek, samen bidden en stilvallen bij de betekenis van het vormsel. De jonge muzikanten en zangers in de Let-It-Shineband nemen de jongens en meisjes op sleeptouw. Samen zingen is tweemaal bidden en dat ervaar je op een bijzondere manier op zo’n avond.


Tattoo Tom
Voor vele vormelingen is hét hoogtepunt een getuigenis van Tattoo Tom die het vorig jaar tot in de halve finales van ‘The Voice’ schopte. Ja, hij heeft tattoos en gaat elke zondag naar de kerk. Op het eerste zicht is het wat ongewoon, maar Tattoo Tom die in Kortrijk een tattooshop shop uitbaat, gaat wekelijks naar de kerk.

Hij voelt zich thuis in zijn parochie in Vichte: “Ik ben altijd al gelovig geweest, maar ging pas terug naar de kerk sinds ik hier eens kwam voor een viering met de kinderen. Vroeger zat ik op de laatste rij, achteraan in de kerk. Ik wilde zo weinig mogelijk opvallen. Nu voel ik me vrij en zet ik me gewoon tussen de andere mensen.“Al moet ik wel bekennen dat sommige oudere parochianen even schrikken als ze me zien met mijn neuspiercing en mijn tattoos”, lacht Tom. “Geloven is niet evident”,vertelt hij nog aan de vormelingen. “Mensen stellen vaak vragen: meen je dat nu echt dat jij naar de kerk gaat? Ja, ik meen het. En ik heb daar echt deugd van!”


Openstellen, ook al begrijp je het niet goed
Op het slot van de avond spreekt Nathalie Verstraete, bisschoppelijk gedelegeerde voor jongerenpastoraal, de vormelingen rechtstreeks aan: “Toen ik gevormd werd, begreep ik het allemaal nog niet zo goed. Maar ik herinner me wel nog dat ik bij het begin van de viering dacht: God, ik snap het eigenlijk niet. Wat is dat toch die Geest van Jou? Maar ik wil wel mijn hart helemaal openstellen voor wat zal gebeuren”.


Achter de schermen
Voor en achter de schermen van ‘Let It Shine’ werken een 20-tal vooral jonge mensen mee. Je herkent ze gemakkelijk aan hun flashy groene IJD-truien. IJD zou je de jeugdbeweging van de Kerk kunnen noemen. Net als KSA, Chiro en Scouts organiseren ze activiteiten voor jongeren maar dan bijzonder vanuit het geloof. Zij staan in voor het programma, de muziek, de filmpjes … Ook zij zijn geraakt door de avonden. “Het samenzingen, de intense verbondenheid onder elkaar”, treffen me, klinkt het achter de schermen. Kortom, opnieuw een sterk gebeuren!


Een jonge Let-It-Shineband
Het hele gebeuren van ‘Let It Shine’ betekent veel voor de vormelingen, maar evengoed voor de velen die eraan meewerken. We laten drie muzikanten aan het woord:

“Ik zit in de LIS-band omdat ik uiteraard van muziek en van kinderen hou, maar daarbij vind ik ook dat spiritualiteit en geloof zeker voor jongeren heel waardevol kan zijn. Het bijzondere aan die avonden is dat de kinderen op een hedendaagse manier en door jonge mensen meer te weten komen over het vormsel dat hen te wachten staat. Op een luchtige manier worden de kinderen warm gemaakt om te geloven, te zingen en te bidden”. (Ulrieke)

“Ik vind het zo fantastisch om met zo veel samen te kunnen spelen, zingen en plezier maken. We zijn al één grote hechte groep geworden! Het is een superunieke ervaring om mee te doen aan ‘Let It Shine’!” (Ruth)

“Ik doe mee met ‘Let It Shine’ omdat zingen mijn leven is. Mijn nicht Sofie presenteert en organiseert het. Het is een leuke vakantiebezigheid.” (Willem)

Het jonge volkje is onder de indruk van het gebeuren. Ze zingen uit volle borst mee. Ze vallen stil tijdens het gebedsmoment waarin gebeden wordt om Gods Geest. En het slotmoment met de glowsticks en de titelsong Let It Shine laat niemand onberoerd. Vol inspiratie verlaten ze de kerk.

Youtube


Wie het nog allemaal eens opnieuw wil bleven kan terecht op Youtube via deze link https://www.youtube.com/watch?v=n29c7vgrIKo. De opname (Knokke) is ook te vinden op onze website www.kerkinzonnebeke. Zo kunnen ook thuisblijvers en alle geïnteresseerden eens proeven van ‘Let It Shine’.



donderdag 8 februari 2018

Verdiepen en verbinden



Dat is de titel die bisschop Lode Aerts meegaf aan zijn eerste pastorale beleidsbrief, waarin hij een lans breekt voor ‘eenheidspastoraal’. We lazen mee met Geert De Cubber in het Tertio-dossier ‘Gemeenschapsopbouw in een seculiere cultuur’ (2018/938) en lichten de krachtlijnen van zijn pastorale beleid toe.

Aan het einde van zijn eerste volledige jaar als bisschop van Brugge valt Lode Aerts met de titel van zijn beleidsbrief ‘Verdiepen en verbinden’ met de deur in huis. De woorden vatten de twee zwaartepunten van zijn visie samen. Op de gespreksbrief die hij voorafgaand in september rondstuurde, reageerden 500 mensen. Uit de antwoorden kwamen twee lijnen duidelijk naar voor: mensen willen hun geloof verdiepen en verlangen ze naar een verbindend leven in de breedte.

Kostbaar
“We mogen als kerkgemeenschap zelf het evangelie herontdekken”, vindt hij. “Er is Iemand die naar ons omziet, niet omdat we zo vroom of ijverig zijn, maar gewoon omdat we zijn wie we zijn. Die vriendschap met Jezus mogen we gerust cultiveren. Elke mens is kostbaar in zijn ogen. Hoe meer verdieping, hoe meer de deur naar anderen opengaat.”

Het Tweede Vaticaans Concilie wees erop dat de Kerk de banden best binnen en buiten haar muren aanhaalt. Bruggen slaan en muren afbreken. Dat betekent meer samenwerken binnen de Kerk zelf en ook niet bang zijn naar buiten te gaan, in een sterk veranderde en veranderende omgeving. 

Concreet zagen we bijvoorbeeld dat de gelovigen – toen iedereen nog massaal ter kerke trok – versnipperd raakten volgens geslacht, leeftijd en (toes)standen in allerlei bewegingen en instellingen. Hoewel daar nog steeds heel veel goeds gebeurt, ging iedereen vaak z’n eigen weg en werd de band met de parochie steeds losser en beperkte deze laatste zich steeds vaker tot loutere liturgie.

Missionair
Met zijn beleidsbrief ziet de bisschop mogelijkheden. “Mijn eerste indruk is dat we – zoals paus Franciscus zegt – missionair worden. Het evangelie is goed nieuws voor iedereen. Het geeft ons de kans meer Kerk te zijn. Om het met de woorden van de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer te zeggen: ze is er voor de anderen. Daar zit een zekere broosheid in, maar dat maakt het ook mooi. We stellen vast dat de begeleiding van catechumenen – mensen die op volwassen leeftijd vragen om het doopsel – nieuw leven geeft. Zij houden ons een spiegel voor: hoe zit het met ons gelovige leven?”


Uitdaging
Dat de kerk die missionaire taak opnieuw tracht op te nemen, hebben we eveneens aan de huidige paus te danken. “En om die Kerk meer Kerk te maken, moeten we ons bij alles in de Kerk afvragen: helpt het of hindert het veeleer om het evangelie door te geven? Zeker in een cultuur die het goed doet zonder God en waar geloof niet te veel in de bredere samenleving mag binnenkomen, is dat een grote uitdaging. Toch is het onze roeping dat ook gelovigen de samenleving kunnen inspireren, zonder zich op te dringen.”

Vieren, zeggen, doen
“Bovendien is het christelijke geloof ook bij gelovigen zelf niet zo goed bekend”, klinkt het verrassend. “Daarom zetten we volop in op vorming. Zonder te oordelen over hoe het vroeger was: we moeten het hart van het evangelie leren kennen.”

Daarvoor wil hij verder inzetten op wat hij in zijn beleidsbrief ‘eenheidspastoraal’ noemt. In de praktijk van lokale geloofsgemeenschappen ziet de bisschop verschillende manieren om tot een grotere eenheid te komen. “Er is nood aan eenheid tussen vieren, zeggen en doen. Die horen veel meer samen. Het hart van het geloof maak je mee in de liturgie, maar is ongeloofwaardig zonder zorg voor anderen. Daarnaast moeten we het geheel van de pastorale zorg zoveel mogelijk afstemmen op het concrete leven van de mens, in de meanders van zijn bestaan. Goede eenheidspastoraal heeft aandacht voor banden doorheen het leven van mensen, van jong tot oud.”

Beloftevol
Tijdens zijn eerste bisschopsjaar bezocht bisschop Lode de decanaten. “We hebben daar nog een vorm gezien van eenheidspastoraal”, getuigt hij. “Het gaat over de samenwerking tussen sommige pastorale eenheden en instellingen. Die is beloftevol. Nu mensen steeds korter worden opgenomen in het ziekenhuis, zijn goede contacten tussen de pastorale dienst van de zorginstelling en de pastorale eenheid uitermate belangrijk. Vaak zien we dat de zinvragen naar boven komen als het vertrouwen gegroeid is en als er – na een soms intensieve behandeling in het ziekenhuis – wat meer tijd is daarbij stil te staan als mensen opnieuw in hun vertrouwde thuisomgeving komen.”

Huwelijk en doop
Voor de sacramentenvoorbereiding pleit hij in zijn brief voor een ‘geleidelijke vernieuwing’. Hij wil eerst en vooral de huwelijks- en doopvoorbereiding verder uitbouwen. “Omdat het een voorsmaak geeft van hoe het steeds meer zal gaan: jonge koppels of ouders komen in alle vrijheid naar de kerk en verwachten onze hulp. Hun vragen dagen ons uit. Hoe steunen wij, christenen, hun broze relatie? Wat mogen ze verwachten van een doopsel in onze
parochiegemeenschap? Hoe meer we dan verbinden, hoe meer we zelf verdiepen.” “Dat doop en huwelijk voorrang krijgen, heeft ook een praktische aanleiding”, benadrukt de bisschop.

“Er waren de twee grote kerkvergaderingen en de tekst van de paus: de synodes over het gezin en Amoris Laetitia. Daarin staat dat de lokale kerkgemeenschap haar verantwoordelijkheid dient te nemen. We mogen de huwelijksvoorbereiding niet te lichtzinnig opvatten en mogen ons na het huwelijk ook niet zomaar wegtrekken van het pas gehuwde koppel. In een tijd waarin relaties niet zomaar standhouden, is ondersteuning eveneens een maatschappelijke zorg.”

Niet sluiten, maar ontsluiten
Vanaf september genieten de Brugse seminaristen het grootste deel van hun opleiding in Leuven, samen met de kandidaat-priesters van de andere Vlaamse bisdommen. “Voor de priesters van de toekomst is het beter samen de opleiding te volgen. We delen in elkaars rijkdom voor de vormingsploeg. En Leuven is een grote studentenstad. Dat de seminaristen met andere kerkvisies geconfronteerd worden, vind ik ook positief. We profiteren van de ervaring van andere bisdommen die al samenwerkten. De band met het eigen bisdom moet evenwel behouden blijven.”

Dat de seminaristen in Leuven studeren, betekent ook niet dat het Brugse seminarie sluit. Het wordt ontsloten als een diocesaan huis voor vorming en ontmoeting en het biedt een thuis aan wie de priesteropleiding volgt. “De begeleiding van hieruit blijft en ook de stage – de praktische opleiding – wordt vanuit het thuisbisdom aangestuurd. Die goede mix van de band met Brugge en genieten van het grotere geheel bereidt de kandidaat-priesters beter voor op de kerk van morgen.”

Werken aan professionaliteit
De beleidsbrief beklemtoont een ‘waarderend medewerkersbeleid’. “Het valt op”, vindt de bisschop, “dat in de reacties op de gespreksbrief vaak klonk dat er nood is aan een professioneel personeelsbeleid. Mensen ervaren dat als urgent. Voor de kerk is het zoeken hoe we kunnen groeien in professionaliteit. En hoe we daarbij respect tonen voor ieders roeping en zending. Wie zijn leven vanuit zijn geloof aan de Kerk geeft, verdient ook goede begeleiding. We willen zoeken naar vormen van zo'n begeleiding en daarbij de verschillen respecteren en mensen spiritueel ondersteunen.”


Initiatieven aanmoedigen
Een laatste hoofdstuk in de beleidsbrief behandelt de jongerenpastoraal. “Zelfs zonder een volledig uitgewerkt stappenplan is de oriëntatie duidelijk. We willen – opnieuw – bruggen slaan en bijvoorbeeld onderwijs en jongerenpastoraal met elkaar in contact brengen. Beide kunnen elkaar alleen maar versterken. Ik neem graag het voorbeeld van Nederland. Daar zijn veel minder katholieke scholen. Toch rijden vanuit die scholen bussen naar Taizé. Niet dat we in Vlaanderen de katholieke scholen onder druk moeten zetten, maar we mogen die initiatieven wel aanmoedigen.

En ik vermeld graag nog de ‘actie Sjaal voor de kathedraal’ van IJD Brugge in het kader van de Warmste Week. Veel jongeren deden met een groot hart mee. Er werden zelfs heuse breimarathons georganiseerd. Er was ook een viering. En na de actie werden van de grote sjaal – die uiteindelijk meer dan twee kilometer lang was – dekens gemaakt voor vluchtelingen. Dat toont de verbondenheid. Geloof moetje niet voor jezelf houden. Zonder opdringerig te zijn, leert paus Franciscus ons vanuit de kern van ons geloof naar buiten te treden. Zo creëer je over generaties en plaatsen heen verbondenheid vanuit verdieping”, besluit bisschop Lode Aerts.

donderdag 1 februari 2018

De Kerk als klooster


Zonnebeke mag terecht trots zijn en uitpakken met zijn heerlijk verleden. We hebben het dan vooral over het wel én het wee van de voormalige augustijnerabdij op zijn grondgebied waarover we het in het vorige nummer (5) van dit blad hebben gehad. Iets verder betoogde hoofdredacteur Luc Vanmaercke in zijn standpunt over het religieuze leven dat “Geen enkele plaats zo sterk beantwoordt aan hedendaagse behoeften als kloosters en abdijen”. Alleen wat moet je ermee als vele gemeenschappen op punt staan te verdwijnen? Kunnen we als Kerk op vandaag hun charisma in ons voordeel aanwenden, zelfs als ze materieel niet eens voorhanden zijn? Vanmaercke besluit met de opmerking dat “we gerust nostalgisch mogen zijn, maar nooit wanhopig. Gods plantgoed vindt altijd wel ergens een nieuwe bodem ...”

In 2009 publiceerde – nota bene – de Nederlandse dominee Jeroen Jeroense niet zonder gevolg een uitgebreid pamflet met de titel ‘De Kerk als klooster – een zicht op de toekomst’ die een antwoord betracht op deze vraag en die ook samenhangt met het afscheid van de volkskerk. De plattegrond van een klooster kan de blauwdruk zijn voor allerlei gerelateerde activiteiten. Vraag is ook of de augustijnse spiritualiteit enig soelaas kan bieden? In de Nijmeegse Boskapel, dat onder impuls van de Augustijnen een belangrijke rol speelde in de liturgische vernieuwing na Vaticanum II, vinden ze alvast van wel. Ook zij zien veel in het tot stand komen van een 'stadsklooster':
http://www.boskapel.nl/rubriek/stadsklooster/

Wij zijn van mening dat mensen, of ze nu geloven of niet of gewoon anders in het leven staan altijd de behoefte zullen hebben aan ontmoetingen die zingeving faciliteren. Ieder mens zal in zijn leven betekenis moeten geven aan de dingen die er werkelijk toe doen: geboorte, liefde, verlies, ziekte en dood. Als Kerk dragen we daar al heel lang toe bij. Het gebeurde vooral via de volkskerk, het parochiale model dat na de Tweede Wereldoorlog twee decennia van hoogbloei heeft gekend maar nadien steeds verder afbrokkelde.

Mensen zijn gaan shoppen, ook op de religieuze en spirituele markt. Daar wordt vaak wat laatdunkend over gedaan, maar waarom? Je moet mensen serieus nemen in hun ideeën en gevoel. De gelovige emancipeert zich. Die ontwikkeling doet recht aan de verantwoordelijkheid van mensen zelf. Ook God zelf krijgt door de secularisatie een andere positie. De joodse filosoof Levinas meent in dit verband dat God zich terughoudend opstelt om mensen in hun volle verantwoordelijkheid te zetten.

‘God mij dichterbij dan ik mijzelf’
We leven dus in een tijd waar het individu ontzettend belangrijk is geworden. Helemaal jezelf worden, jezelf kunnen uiten, je eigen geaardheid tenvolle kunnen beleven. Het zijn belangrijke waarden geworden
in onze samenleving. Maar veel mensen verliezen zich daarbij wel eens in een doorgeschoten individualisme. De augustijnse spiritualiteit sluit hier heel goed aan bij dat hedendaagse verlangen. Augustinus zelf mocht ervaren dat hoe meer je op weg gaat naar jezelf, hoe meer kans je hebt God te ontmoeten. ‘Keer terug naar je hart en herken in dit beeld de schepper ervan.’

Tegelijkertijd is er een groot verlangen naar het overstijgende. Maar dan niet in het keurslijf van het kerkelijk instituut. De meeste mensen zoeken niet meer een door de Kerk ‘bemiddeld’ contact met God. Zij verlangen naar een ‘onmiddellijke’ ontmoeting met het hogere. En uiteraard weet Augustinus ook hier raad mee. Door God zo dicht bij de mensen te brengen – ‘mij dichter bij dan ik mijzelf’ – toont hij de weg ernaar. De Kerk krijgt daardoor weer de rol waarvoor zij ooit bedoeld was. Geen instantie die tussen God en de mensen in staat, maar een gemeenschap van mensen die in elkaar God willen eren, en één van hart en één van ziel zijn omdat God in hen oplicht.

Wanneer we niet langer in vals sentiment omkijken, kan er ruimte ontstaan om de huidige situatie te aanvaarden en als een uitdaging te beschouwen, om op een vernieuwende manier naar de geloofgeheimen op zoek te gaan. Dat vraagt om lef, creativiteit en moed die op vele plaatsen ontbreekt.

Kerkvader Augustinus hield juist daarom zijn toehoorders voor: ‘Trek steeds verder, maak steeds vooruitgang. Want zodra je zelfgenoegzaam zegt het is genoeg, ga je ten onder’ (Preek 169,18).

Bezielde huizen
In het boekje ‘Jij die mij ik maakt’ van Huub Oosterhuis spreekt hij zijn hoop uit dat er huizen van een ‘bezield verband’ zouden worden opgericht om de ontkerkelijking tegen te gaan. Een pakkend citaat uit dit boek:
‘Ooit is de West-Europese beschaving gered door een keten, een netwerk van kloosters,
van waaruit het landschap in cultuur werd gebracht, akkers aangelegd, bronnen geslagen.
En waar de heilige Schriften werden overgeschreven en vertaald en doorgegeven. In de eenentwintigste eeuw zou er een keten van bezield-verband-huizen moeten ontstaan die het grote bijbelse verhaal bewaren en alle kunst en cultuur die aan dat verhaal ontbloeid is, in leven houden.’

Het woord ‘klooster’ kan gedachten oproepen aan een gemeenschap die zich van de wereld afsluit. Maar hier willen we uitdrukkelijk openstaan naar de wereld toe en gelegenheden creeëren die allerlei nieuwe ontmoetingen zal opleveren om ideeën en ervaringen te delen.
Zo ontstaan er ook allerlei interessante kruisbestuivingen. Het is de uitdaging om zich om te vormen tot een bezield huis, anders gezegd ‘een Kerk als klooster’ een pleisterplaats voor de gelovige (pelgrim) ter plaatse, de mens onderweg en toch thuis.

Als we als Kerk dergelijke ontmoetingen willen stimuleren, zullen we hen ook letterlijk plaatsen moeten aanbieden. Nee we hoeven niet opnieuw te gaan bouwen. Dat kan perfect binnen de nog bestaande kerkerlijke infrastructuur en – mits goede afspraken – evengoed daarbuiten in private of openbaar toegankelijke gebouwen of plaatsen. We merken immers dat God inderdaad op allerlei plekken oplicht, misschien nu zelfs nog meer buiten dan in de Kerk.

Overal beginnen werkgevers, overheden, scholen, zorgaanbieders, ... naar wegen te zoeken om op het gebied van zingeving een rol te spelen. In tijden dat we alleen naar economische groei kijken en naar materieel resultaat is er ontegensprekelijk een groot verlangen ontstaan naar een overstijgend perspectief. Dat biedt heel veel kansen om bruggen te slaan naar al die plekken waar we God zien oplichten in mensen.




Om te weten over welke ruimtes het dan exact gaat, over wat ons daarbinnen precies te doen staat, kunnen we best even een plattegrond van het aloude klassieke klooster raadplegen. Ze bevatten nl. een blauwdruk voor tal van christelijk geïnspireerde ontmoetingen. Met een beetje fantasie vinden we ze gemakkelijk verspreid terug in onze omgeving.

De refter
We starten bewust niet met de kapel of gebedsruimte. Samen een maaltijd organiseren doet op zich al wonderen. Kerkelijk, niet-kerkelijk, zoekers, vinders, twijfelaars, aan tafel worden alle gasten één. Een goed concept is het verbinden van een maaltijd met een activiteit. Bv. een ‘film die er toe doet’.

Het scriptorium
al eeuwen lang zijn mensen op zoek naar de zin van het bestaan. In het scriptorium kan er naar hartenlust worden gegrasduind in alles wat met zingeving te maken heeft. Het kan een openbare bibliotheek zijn, waar vaak ook lezingen en debatten over het gewone leven worden georganiseerd en bediscussieerd.

Het poortgebouw
Het poortgebouw kan een atrium zijn, een inloopruimte waar alle bezoekers gastvrij worden ontvangen en de weg gewezen. We denken aan velerlei vormen van kerkonthaal en -toerisme.
Ook hier liggen kansen voor ‘wisselende contacten’, vaak verrassend, inspirerend en soms ontroerend.

De tuin
Dat kan een park zijn, met her en der bankjes, een stilteplaats met een waterpartij waar
je in alle rust kunt mijmeren en je spiritueel laven.

De kapittelzaal
een pastorale vergaderruimte waar je kunt overleggen met voorgangers, vrijgestelden en vrijwilligers. Hier onstaan nieuwe ideeën en vooral minder communicatiestoornissen.

Het noviciaat
een speciale plek waar jongeren thuis zijn, speels en uitdagend. Daar organiseren ze eventueel ook al dan niet onder begeleiding hun eigen zingevingsmomenten.

Het gastenkwartier
Een klooster is van oudsher een plek waar mensen gastvrij onderdak kunnen vinden. In dat specifieke geval kun je bv. gastgezinnen voorzien voor wie op zoek is naar een bed voor de nacht. Ook de werking van een ‘welzijnsschakel’ kun je hieronder verstaan. In de eerste plaats gaat het natuurlijk om de beleving van gastvrijheid.

De Kerk kan van deze grondhouding veel leren. Het is niet de bedoeling de argeloze gast met een zekere bekeringsdrang te benaderen. Hem met allerlei geloofsvragen te confronteren die tot het terrein van de persoonlijke intimiteit behoren. Principieel zal ‘de Kerk als klooster’ een welgemeende gastvrijheid moeten bieden. Of een gast zich nader wil verdiepen in geloof en leven, ligt aan deze zelf. Wie vraagt, krijgt zeker antwoord, maar wie gewoon de kat uit de religieuze boom wil kijken, mag ook vrijuit zijn gang gaan.

De kapel
Finaal een plek om stil te zitten, te mediteren, een getijdengebed, een woorddienst of een eucharistieviering. Vrijwilligers houden deze vieringen mede draaiende.

…

Regionaal
Een ander aspect van ‘de Kerk als klooster’ en die met gastvrijheid samenhangt is de ‘regionale functie’ ervan. Ze ontvangt gasten van ver of dichtbij. En wie langskomt is geenszins verplicht zich aan die bepaalde communiteit te binden. Niet de plaats waar je woont is bepalend om eens een klooster binnen te stappen, maar de interesse van de gast. Kerken houden helaas vaak nog teveel vast aan een soort territoriaal model en een eigen-kerk-eerst-mentaliteit waar enkel de liturgie primeert. Maar in een tijd, waarin mensen meestal heel mobiel zijn, maken ze zelf wel uit waar het hun specifiek om te doen is en tot welke gemeenschap ze willen behoren.