Pagina's

Posts tonen met het label Gilbert Pauwels. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gilbert Pauwels. Alle posts tonen

vrijdag 9 januari 2015

Gilberto's nieuwjaarsbrief

Dag Lode en alle Geluveldnaars,

Hartelijke groeten vanuit Bolivia met de beste wensen voor een vredige Kersttijd en een gelukkig 2015. Ik wens alle mensen van Geluveld en Groot Zonnebeke een gezegend jaar toe, met veel vreugde en voldoening, en als er al eens een onvermijdelijke tegenslag of verdriet komt, dat we er mogen zijn voor mekaar om te steunen, bij te staan en te troosten.

Ik wil ook nog eens van harte zowel de parochie als de gemeente danken voor de viering in het jaar 2014, ter gelegenheid van mijn 50 jaar missionaris Oblaat zijn en 40 jaar aanwezigheid in Bolivia. Het is voor mij een aandoenlijke viering geweest, in een vertrouwde omgeving vol herinneringen, met gezichten van vele jaren geleden, een ruimte waar nog steeds diezelfde boodschap klinkt: in Gods naam, laat ons zorgen voor mekaar en voor allen die ons nodig hebben. De armen niet laten zakken, klonk het. Ik voelde me opnieuw gezonden: “Doe maar voort, jongen, zolang het gaat, in onze naam en met onze steun”. Danke.

Intussen ben ik er weer, in Bolivia, in Oruro, op de Boliviaanse hoogvlakte op 3800 m hoogte. Als CEPA (Centrum voor Ecologie en Andesvolkeren), blijven we de Indiaanse volksgroepen begeleiden en opkomen voor de verdediging van Moeder Aarde. Mensen vormen en bewustmaken is het belangrijkste. Maar tegelijk staan we aan hun zijde als bij de overheid aankloppen om voor hun eigen rechten op te komen. Bij voorkeur werken we bij de Aymara- en Quechua-gemeenschappen die slachtoffer zijn van de vervuiling van hun gronden en water door de mijnbouw. En ook bij de kleine minderheidsgroep van enkele honderden Uru's, vissers op het Poopó-meer, die intussen ook steeds meer - noodgedwongen wegens de vervuiling van het meer, - quinua-kwekers en schaapherders geworden zijn.

De jongste weken waren bezonder pijnlijk voor de vissers. Het lage waterpeil van het meer (door weinig regens en het massale watergebruik door de mijbouw) zorgde voor een hoge concentratie van zout en zware metalen in het water. En een windvlaag had als gevolg dat een lange sliert van 30 km vissen op het strand werd gegooid. Men schat het aantal dode vissen en visjes op 30 miljoen en honderen vogels ... Het te droge klimaat zorgt er bovendien voor dat de quinua-oogst in gevaar is, net op het ogenblik dat er veel meer gezaaid werd, gezien de wereldwijde belangstelling voor dit heel voedzame gewas.
2015 dient zich voor grote bevolkingsgroepen in Oruro dus heel somber aan ... Ze hebben wel vanuit hun eigen geschiedenis geleerd risico's te speiden, onderling solidair te zijn en voor periodes van schaarste reserves aan te leggen. Als CEPA luiden wij de alarmklok: de overheid heeft de plicht de armste, kwetsbaarste en armste bevolkingsgroepen ter hulp te komen.

Ik las zojuist de mooie tekst van Lode over Pierre Vanhalewyn. Een onvermijdelijk afscheid na vele jaren dienst. Tijdens mijn jeugdjaren was ik er ook bij, toen met Pierre aan het orgel vele nieuwe liederen ingang vonden. We hebben vele dingen samen beleefd, rond de kerktoren en ook bij de boogschutters met mijn vader Henri Pauwels. Danke Pierre, het is mooi en goed geweest. In wens jou nog vele, gezonde en deugddoende jaartjes toe.

Gilberto Pauwels
Oruro Bolivia

 

woensdag 24 september 2014

Gilbert(o) ereburger

Laat de armen niet zakken!



Zaternamiddag 20 september werd in de parochiekerk van Geluveld alles in stelling gebracht voor wat zou worden een begeesterende hulde, een heuse 50/40-viering voor Gilbert(o) Pauwels, met geëngageerde liederen, ontroerende getuigenissen en woorden van dank, de uitreiking van het ereburgerschap, een receptie met hapjes en drankjes en een al even feestelijke eucharistieviering onder het motto “We laten de armen niet zakken” die het geheel de ultieme diepgang gaf. Een ware opsteker voor alle mensen van goede wil en een voorbeeld van wat samenwerking vermag.

Vijftig jaar geleden (1964), na het middelbaar onderwijs aan het St.-Vincentiuscollege van Ieper, trad Gilbert Pauwels uit Geluveld binnen bij de Congregatie van de Missionarissen Oblaten van Maria (OMI) en na een opleiding van tien jaar (1974) vertrok hij naar Bolivia (Zuid-Amerika). Zijn studie in de missietheologie en de antropologie vormden de basis voor 40 jaar werk bij de Aymara´s, Quechua´s en Urus in het departement Oruro, op een hoogte van 3700 meter, op de Boliviaanse hoogvlakte.

Op basis van zijn onderzoekswerk bij deze inheemse bevolkingsgroepen behaalde hij in 1983 het doctoraat in de sociale en culturele antropologie aan de Katholieke Universiteit van Leuven (1983). Veel doctores worden daarna wel professor aan een of andere universiteit, maar door solidariteit bewogen, bleef Gilberto ter plaatse bij hen wonen en werken. Hij stichtte het Diocesaan Centrum voor Sociale Pastoraal waarvan hij 20 jaar de leiding had en was daarna ook medestichter van CEPA (Centrum voor Ecologie en Andesvolkeren) waarvoor hij nu nog de verantwoordelijkheid draagt.Volgend jaar, op 8 december 2015, bestaat CEPA 20 jaar.

Die 40 jaar baanbrekende aanwezigheid bij de Andesvolkeren is in heel brede kringen niet onopgemerkt gebleven. De Sint-Margarethaparochie van Geluveld en de gemeente Zonnebeke sloegen de handen in mekaar om hun waardering uit te drukken voor het werk van hun gewezen inwoner. Op voorstel van diaken Lode Caes en met de steun van de Noord-Zuid werkgroep, onder de animatie van Sonja Hauspie, besloot het College van Burgemeester en Schepenen, tijdens de zitting van 9 september, hem het ereburgerschap van Zonnebeke toe te kennen. De uitreiking gebeurde op zaterdag 20 september in de kerk van Geluveld, in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de gemeenteraad, familieleden van de families Pauwels en Schoutteten, heelwat vrienden van Geluveld en omstreken en vele anderen die van dichtbij betrokken zijn bij het werk van Gilberto in Oruro.

Schepen Luk Hoflack schetste eerst de situatie van Bolivia, een van de armste landen en met de meest inheemse bevolking van Zuid-Amerika. Hij kwam bijna woorden tekort om het belang en de gevolgen van de inzet van Gilbert te benadrukken voor het land zelf en de wereld.

Deze informatie werd nog aangevuld door Chris Dutry, medestichter van CEPA. Hij zette uiteen hoe Gilbert de twee hoofdproblemen van het land vanuit een nieuw instituut aanpakte. Enerzijds wijdt CEPA zich aan de problematiek van de extreme vervuiling van landbouw- en graaslanden als gevolg van de ongebreidelde mijnexplotatie. Anderzijds gaan ze ook voor de herwaarding van de Andesculturen en de deelname van de inheemse bevolking aan het bestuur van het land. Bolivia, wordt nu tot een 'plurinationale staat' uitgebouwd met maar liefst 36 naties.

Daan Janssens van CATAPA vertelde hoe hij Gilberto heeft leren kennen als een veelzijdig mens, als antropoloog, bescheiden maar onverzettelijk en met veel strategisch inzicht als het op de verdediging van de mensenrechten aankomt, als vormer en begeleider van sociale onderzoekers en van leiders van kerkelijke en inheemse gemeenschappen, waarvan enkelen nu tot de hoogste regeringskringen van het land behoren. Hij erkende ook dat CATAPA, een organisatie van vrijwilligers van jonge afgestudeerden die zich vanuit Gent inzetten voor het milieu in het Zuiden, veel aan Gilberto te danken heeft. Bij de stichting van CATAPA waren de aanpak en inzet van CEPA een belangrijke inspiratiebron. Nu werken beiden organisties nauw met mekaar samen.

Tijd en redenen te over voor Luk Hoflack, o.a. Schepen voor duurzaam beleid, energie en internationale samenwerking om het ereburgerschap te overhandigen. Hij verzekerde dat het werk van Gilbert Pauwels aan de strenge criteria van het ereburgerschap voldoet en vroeg hem te beloven het ereburgerschap met waardigheid te dragen. Het is geen eindpunt. Bekijk het een beetje als getrouwd zijn met de gemeente. Volgende maand vertrekt Gilberto opnieuw naar Oruro om verder de groep medewerkers en vrijwilligers van CEPA te begeleiden. Zij worden er op voorbereid om het werk verder te zetten. Ze kwamen trouwens ook zelf aan het woord via een gezamenlijk brief die ze in het spaans aan Gilberto lieten voorlezen.



Gilbert zelf dankte allen voor hun aanwezigheid, maar vooral de gemeente en de parochie voor dit gezamenlijk initiatief. Hij benadrukte dat het niet alleen maar over die 50 en 40 jaar gaat, maar ook en vooral over die eerste 18 jaar die er aan voorafgingen, zijn jeugdjaren in Geluveld. Toen werden de fundamenten gelegd, daar liggen de diepste wortels van wat daarna kon gedaan worden. Vanuit die fundamentele waarden die hier aangereikt en beleefd werden, heeft hij zijn leven kunnen uitbouwen. Hij vroeg dan ook dat we, wat onze ouders en voorouders in deze streek aan goeds hebben opgebouwd, zouden respecteren en niet laten verloren gaan. Hoe zij vroeger met de natuur omgingen en met mekaar, daar kunnen wij veel van leren.

Na een uitgebreide receptie, met drankjes, hapjes en – wat is de wereld klein – verrassende ontmoetingen had de Eucharistieviering plaats. Diaken Lode Caes gaf uitleg bij het centrale thema 'Laat de armen niet zakken', wat wil zeggen: niet opgeven, voortdoen, samen blijven werken aan een betere wereld. Maar ook: laat de armen, verdrukten en de uitgestotenen niet in de steek. Dat geldt voor alle broze gemeenschappen, niet in het minst voor onze plaatselijke kerkgemeenschap.

Tijdens de homilie ging Gilberto daar verder op in. Hij had over het kerkgebouw zelf dat in zijn leven zo belangrijk was: het was de ruimte voor zijn doopsel, eerste en plechtige communie, het vormsel, als misdienaar en Chiroleider. Vanuit die kerk trok hij naar de Oblaten en naar Bolivia. Maar hij herinnerde er ook aan dat we geleerd hebben dat God overal is. En, zei hij, van de kerkelijk gemeenschappen in Zuid Amerika hebben we geleerd dat Hij toch ook wel zijn voorkeurplaatsen heeft. Hij woont vooral onder de armsten, de zwaksten en de kleinsten, en leeft (werken, lijden en vieren) met hen mee. Hij roept ons op er iets aan te doen. Laten we vermijden elkaar onderling leed te berokkenen en dat we zouden meehelpen om de onvermijdelijke pijn, die in elk mensenleven aanwezig is, te verzachten.



De viering en de mis werden opgeluisterd en inhoudelijk ondersteund door het Solidariteitskoor Vamos Pro Lutar, o.l.v. Rik Decramer, als groep de perfecte muzikale 'match' met de jubilaris. De liederen sloten ten volle aan bij de inzet van Gilbert en van alle mensen en groepen die in diezelfde richting denken en werken, in eerbied voor de natuur en voor de rechten van mensen en volkeren. De befaamde componist Beethoven opperde ooit dat een valse noot zingen helemaal niet erg is als het maar met passie gebeurt. Zo lezen we het op hun website. Passie voor een wereld van liefde, vrede en rechtvaardigheid kenmerkt boven alles dit gezelschap en valse noten waren in de verste versten niet te horen.

De viering eindigde met de belofte de banden tussen Bolivia en Geluveld en Groot Zonnebeke in stand te houden. De Noord-Zuidraad en de Sint-Margarethaparochie, die de handen uit de mouwen staken om deze viering mogelijk te maken, willen de armen niet laten zakken. En Gilberto zelf wil voortbouwen op de Geluveldse fundamenten van zijn jeugd en zijn diepste wortels getrouw blijven.

Gilbert Pauwels is de vierde persoon in de geschiedenis van Zonnebeke, waar Geluveld nu deel van uitmaakt, die het ereburgerschap wordt aangeboden. Een van de vorige was de vorige rector van de Katholieke Universiteit van Leuven, Marc Vervenne, eveneens uit diezelfde kleine deelgemeente. 

donderdag 11 september 2014

50/40 viering Gilbert Pauwels


Na Robert Donck, grondlegger van de kaasmakerij Passendale, Marc Vervenne, voormalig rector aan de KU Leuven, en de Nieuw-Zeelandse Joanne Kane wordt Gilbert Pauwels de vierde ereburger van Zonnebeke. Wat maakt hem zo bijzonder? Wat voor goeds kan er uit Geluveld komen. Gilbert vertelt het ons zelf in dit interview.

2014 is blijkbaar een bijzonder jaar voor jou.
Ja, er komen nogal wat dingen samen dit jaar. Ik vertrok naar Bolivia 40 jaar geleden (augustus 1974) en begon het pre-noviciaat bij de Oblaten in augustus 1964, 50 jaar geleden. In Bolivia leefde en werkte ik er als diaken in het departement Oruro (twee keer zo groot als Belgïe - 3700 meter boven de zeespiegel), gedurende bijna 20 jaar als verantwoordelijke van het 'Diocesaan Centrum voor Sociale Pastoraal' en bijna 20 jaar van CEPA (Centrum voor Ecologie en Andesvolkeren). Dit laatste is een initiatief van de Boliviaanse Oblatenprovincie dat opkomt voor de verdediging van het milieu en van de Aymara-, Quechua- en Uru-culturen.

Jij bent missionaris Oblaat met een opleiding in de sociale en culturele antropologie.
Inderdaad, en die twee gaan best samen. Voor beiden is de verscheidenheid van culturen van groot belang. Hoe kunnen we tot een betere verstandhouding en samenwerking komen tussen de verschillende culturele gemeenschappen? En hoe kan de boodschap van het Evangelie in al zijn rijkdom concreet beleefd worden temidden die veelheid van situaties en waardenbelevingen en daarbij een volkseigen uitdrukking krijgen. Intussen is er wel een en ander in de goeie zin veranderd. De Oblaten die nu als priester in de streek werken zijn niet langer Canadezen, maar Bolivianen die behoren tot het Aymara-volk.

Zelf werk je op sociaal en cultureel vlak.
Ik heb ook wel meegewerkt aan de opleiding van catechisten en de kerkverantwoordelijken van de tientallen Andes-dorpen en -dorpjes. Het meewerken aan de uitbouw van een eigen geloofsbeleving en kerk leek ons een belangrijke opdracht. Maar wat ook belangrijk bleek, is de band te onderhouden en te verzekeren tussen hun eigen regieuze beleving en de concrete dagdagelijkse problemen van de gemeenschappen en de personen. Vandaar dat de zorg voor gezondheid, onderwijs, landbouw en veeteelt, die de aanwezigheid van de Oblaten in de streek steeds heeft gekenmerkt, nu reeds meer dan 60 jaar.

De Oblaten van Bolivia zijn toch vooral bekend als de verdedigers van de mijnwerkers.
Dat ook. Het opkomen voor de rechten van de arbeiders, vooral dan de mijnwerkers, het opkomen voor de zwaksten in de sociale strijd, is al vlug een prioriteit geworden, vanuit de mijnbouwparochies van het Norte de Potosí, met als belangrijkste instrument Radio Pio XII. Het was meteen ook een strijd voor de democratisering van het land. De tijd van de jaarlijkse militaire staatsgrepen is voorbij. Bolivia is nu niet langer een republiek, maar de 'plurinationale staat' Bolivia, met 36 naties of inheemse gemeenschappen, waaronder de Aymara´s, de Quechua´s en de Uru´s die de overgrote meerderheid van het departement Oruro uitmaken.

En nu dienen er zich nieuwe problemen aan?
Inderdaad. Toen we, nu bijna 20 jaar geleden met CEPA begonnen, was dit om we een antwoord te geven op twee fundamentele problemen. Ten eerste, het probleem van de vervuiling door de mijnbouw en ten tweede, de groeiende kansen voor de inheemse bevolking om meer zeggingschap te krijgen in het bestuur van het land en bij de ontginning van de natuurlijke hulpbronnen en dus ook bij de verdeling van de opbrengsten. De sociale strijd kreeg een nieuw gezicht, maar het gaat fundamenteel om hetzelfde. Nu staat de herverdeling van de gemeenschappelijke rijkdom en de verdediging van Moeder Aarde centraal, als rechten van iedereen, ook armen en uitgestotenen. Met die verwachting heeft enkele jaren geleden een grote meerderheid van de bevolking Evo Morales als president van Bolivia gekozen. Hij is van Aymara-afkomst, geboren in Orinoca, een dorpje op de Altiplano van Oruro. Maar er moet nog veel gebeuren om milieugerechtigheid en culturele gelijkwaardigheid in praktijk te brengen.

En met die problemen van vervuiling en promotie van de Andesvolkeren is CEPA nu mee bezig.
Wij begeleiden mensen en organisaties die daar iets aan willen doen. Vanuit CEPA hebben 80 rurale gemeenschappen die bedreigd of vervuild worden door verscheidene mijnbedrijven, een eigen organisatie opgericht (CORIDUP: coordinatie-orgaan van de dorpen rond de Desaguadero-rivier en het Uru Uru- en Poopó-meer). Nu nemen zij permanent deel aan werkvergaderingen en inspecties samen met vertegenwoordigers van de regering, de regionale besturen en de verantwoordelijken van de mijnbedrijven. Samen met CORIDUP kijken we er als CEPA op toe dat de gedane overeenkomsten en beloftes worden nagekomen.

En op vlak van de inheemse volkeren?
Daar hebben we een keuze moeten maken. Onze mogelijkheden zijn beperkt. We hebben gekozen bij voorkeur te werken voor de Uru-natie, maar zonder de contacten met de drie andere Aymara- en Quechua-"suyu" (van oorsprong Inca-provincies) te verliezen:Carangas, Suras en Quillacas. De Urus zijn van oorsprong jagers, vissers en plukken en bestaan uit twee groepen: enerzijds de Uru-Chipaya en anderzijds de Urus van het Poopó-meer. Ze zijn samen met amper 3000 maar vormen één van de 36 naties die Bolivia rijk is, samen met een andere kleine Uru-groep bij La Paz (Iruito). De Chipaya hebben hun eigen taal bewaard. De Urus waren de armste, meest verwaarloosde en uitgesloten groep, zelfs vanwege hun Aymara-buren. Hen steunen we, waar zij opkomen voor hun rechten als oorspronkelijk volk, als bewoners van de meren en rivieren, als quinua-boeren, ennu ook als veetelers. Ze hebben eigen vertegenwoordigers, zelfs tot in het parlement.

Jouw mooiste ervaring?
De gemeenschappen van CORIDUP (met door mijnbouw vervuilde gronden en waters) trokken met enkele honderden te voet van Oruro naar La Paz (230 km) en bekwamen wat ze wilden: dat het waterbekken rond het Poopó-meer wordt uitgeroepen tot milieu-noodgebied. Dit maakte meteen de weg vrij voor een reeks maatregelen waarbij zeven ministeries betrokken zijn. Tot nu toe oefent CORIDUP er controle op uit dat de beloften ook effectief waargemaakt worden. Het gaat daarbij om heel elementaire zaken, zoals de bouw van een dam, opdat het met zware metalen vervuilde mijnwater niet rechtstreeks naar de rivier en het meer zou vloeien. De Urus zagen dit en deden hetzelfde: een voettocht naar La Paz, met vrouwen en kinderen. Voor het eerst in hun geschiedenis manifesteerden ze zich als volk publiekelijk in het land en ze werden positief onthaald waar ze langskwamen.. Ook zij bekwamen dat hen een aantal beloften werden gedaan: huizen, wegen, school, hospitaal, gronden, technische bijstand, reglamentering van de visvangst, alles waar ze als Bolivianen recht op hebben,... en ook zij, met de medewerking van CEPA, zien er nu op toe dat de beloftes worden nagekomen. Het schoonste is niet wat we zelf deden, maar wat we mensen en gemeenschappen hebben kunnen laten doen.

Jouw pijnlijkste ervaring?
Het is al enkele jaren geleden. Ik stak de plaza, het centrale plein van Oruro over, en zag een groep mijnwerkers die een pop aan het verbranden waren. Ik ging naderbij; het werd muisstil. De pop bleek... Gilberto voor te stellen. De mijnwerkers protesteerde tegen het feit dat CEPA door de inheemse gemeenschappen tegen mijnbouwvervuiling te verdedigen, mijnsluiting zou veroorzaken en hun werkgelegenheid in gevaar zou brengen. En dan denken dat wij,... als Oblaten steeds de mijnwerkers hadden verdedigd... Toen de mijnen vroeger gesloten werden, hadden wij, vanuit Pastoral Social, hun voettocht met duizenden mijnwerkers naar La Paz, gesteund ... Ik werd ineens door de mijnwerkers tot vijand van de streekontwikkeling gebombardeerd, terwijl anderzijds de overgrote meerderheid,de Indiaanse boerengemeenschappen, op ons bleven rekenen om hun gronden en waters te verdedigen.
Intussen is er veel veranderd. Nu zeggen de mijnwerkers dat ze zelf het milieu willen verdedigen. Zijzelf eisen een dam tegen de mijnafval. Ze zeggen ons nu na dat het ook om hun gezondheid en die van hun familie gaat. Maar niet alle wantrouwen is verdwenen.

Nu ben je op vakantie in Vlaanderen?
Ja. Het doet deugd na een paar jaren mensen terug te zien, familie, vrienden, Oblaten en ook de banden met solidaire organisaties te verstevigen. De uitwisseling, onderlinge samenwerking en contacten tussen Oruro en Vlaanderen zijn permanent, via verscheidene organisaties. Maar toch wil ik er een soort werkverlof van maken. In al die jaren heb ik heel wat antropologisch materiaal verzameld. En dat wil ik nu wat ordenen, herlezen, analyseren en interpreteren. Dat moet mezelf en ook anderen toelaten de Andeswereld nog beter te begrijpen en dus ook op een juistere manier te benaderen. Het gaat om een wondere wereld die respect afdwingt. Alle tijd die ik kan vrijmaken besteed ik daaraan, in de hoop die rijkdom op een of andere manier ook voor anderen toegankelijk te maken. Maar het belangrijkste is dan toch dat ik er binnenkort, met vernieuwde krachten, weer middenin kan staan.

PROGRAMMA 50/40 VIERING

Het gemeentebestuur van Zonnebeke en de Sint-Margarethaparochie van Geluveld nodigen u allen vriendelijk uit op de 50/40-viering van Gilbert Pauwels op zaterdag 20 september om 16.00 u. in de parochiekerk van Geluveld.

- welkom door Luk Hoflack, schepen van internationale samenwerking
- duiding van Gilberts project CEPA door CATAPA
- huldiging en uitreiking ereburgerschap van de gemeente Zonnebeke aan Gilbert Pauwels door Dirk Cardoen, burgemeester
- receptie met een hapje en een drankje
Muzikale gasten: Solidariteitskoor Vamos Pra Lutar o.l.v. Rik Decramer.


Om 18.15 u. volgt de plechtige eucharistieviering om deze 50/40 jaren samen met Gilbert en zijn familie, vrienden en kennissen te gedenken. Ook deze misviering wordt opgeluisterd door het Solidariteitskoor Vamos Pra Lutar.

donderdag 1 mei 2014

Noord-Zuidraad

in het spoor van Gilberto en de Uru's


Zonnebeke heeft sinds jaar en dag een Werkgroep Internationale Samenwerking. Die staat in voor de lokale 11.11.11-campagne, organiseert het (H)eerlijk Ontbijt, was betrokken bij het Gambiaproject en ondersteunt waar het kan gelijkaardige initiatieven. Binnen onze gemeente zijn nog mensen en organisaties bezig met dit thema. We denken aan onze parochies (Broederlijk Delen – Missio), Oxfam-wereldwinkel, Wereldsolidariteit (ACW), de 7 (Oud-Chiroleiders) van Passendale … Allemaal zijn ze vanuit dezelfde bekommernis bezig met de Noord-Zuidproblematiek. Wat ze doen is lang niet meer vanzelfsprekend. Vooral niet als het er op aan komt om zich daar gedegen en volhardend voor in te zetten. Nieuwe impulsen en samenwerkingsverbanden kunnen helpen. Door het oprichten van een Noord-Zuidraad wil de gemeente die krachten bundelen en samenbrengen in een officieel adviesorgaan die op dat vlak kan wegen op het gemeentelijk beleid. Dat kan verder door elkaars werking beter te leren kennen, uit te dragen en te waarderen of effectief te gaan steunen, door agenda’s en activiteiten op elkaar af te stemmen. Als kerkgemeenschap is de Noord-Zuidraad ook een uitgelezen kans om buiten de kleiner wordende kring te treden. Een opportuniteit om samen met mensen van goede wil 'gist in het deeg' te zijn van de gehele samenleving.

Het is erg motiverend om zich daarbij te kunnen optrekken aan het voorbeeld van verdienstelijke mensen-van-bij-ons. Vroeger vertolkten de vele missionarissen deze rol. In zekere zin kan je Gilbert Pauwels (oud-Geluveldnaar) nog onder deze noemer brengen: vijftig jaar oblaat, diaken en veertig jaar actief als antropoloog in Bolivia. Lang voor we hier in de gaten kregen, dat een gezond milieu en ontwikkeling niet los van elkaar kunnen gezien worden, was dit voor CEPA – Centrum voor Ecologie en Andesvolken, het project waar hij voor staat – al een evidentie.





Op woensdagavond 23 april om 19.30 u. werd in De Letterschuur te Zonnebeke – om wat in de terminologie van dit blad te blijven – voor het oog van een twintigtal mensen de prille Noord-Zuidraad boven de doopvont gehouden. Peter Luk Hoflack en meter Sonja Hauspie waren zichtbaar in hun nopjes. Om 20.00 u. kwam daar nog eens zoveel volk bij om geboeid en uit de eerste hand te luisteren naar gewezen CEPA-medewerkers Chris Dutry en Marc Van Rijckeghem. Via Solidaridad Nación Uru (Solidariteit met de Uru-natie) een organisatie die opgericht werd door Vlamingen die in CEPA meewerkten, willen zij de Uru’s helpen in hun strijd voor een beter leven.



De Uru's (+/- 1500 mensen) zijn een erg kleine, gediscrimeneerde minderheidsgroep binnen de Indiaanse bevolking met een oeroude traditie. Zo noemen zij zich vanuit hun mythologie 'Hijos de La Luna' (Kinderen van de Maan) een beschaving die er al was voor de zon op aarde opging en daar mee ook andere inheemse volken hun land binnenbracht (de Quechua’s en de Aymara’s, die numeriek veel groter zijn). Het zijn voornamelijk vissers, die ook wel eens 'het volk van het riet' genoemd worden. Door de opdroging en de zware vervuiling van het meer 'Poopó' zien zijn hun leefmilieu en bron van inkomsten gaandeweg verdwijnen. In Bolivia is er de laatste jaren een heuse beweging aan de gang om de 'originarios' in alle opzichten hun rechtmatige plaats in de samenleving te bezorgen. CEPA heeft in dat opzicht voor een kleine revolutie gezorgd. Na jarenlange intensieve samenwerking zijn de problemen van de Uru’s zichtbaar geworden. Een hoogtepunt was toen in maart van vorig jaar zo’n 300 Uru’s gedurende twee weken naar de hoofdstad La Paz stapten om er aandacht voor hun situatie te vragen.

Omdat de Uru’s geen eigen schoolboeken hebben, leren hun kinderen niets over de eigen geschiedenis maar wel over die van andere volkeren. Daarom bestaan er ook plannen om een atlas op te maken over de geschiedenis en de cultuur van de Uru’s. Op die manier kunnen ze die zelf doorgeven aan hun eigen kinderen en kan ook de ruimere samenleving er kennis van nemen. Een concreet resultaat daarvan is alvast de documentaire film Hijos de La Luna (Kinderen van de Maan). Een ingekorte en in het nederlands ondertitelde versie kregen op 23 april al in avant-première te zien. In 2015 staat er bovendien nog een samenwerking op stapel met het MAS in Antwerpen met een expo over de Uru’s. 



In zijn bijdrage had Marc Van Rijckeghem het over Quinoa, bij ons ook wel eens gemeenzaam indianenrijst genoemd. Vroeger werd het door de Spaanse kolonisator als minderwaardig – net als iedere uiting van Indiaanse cultuur – naar de marge verdrongen. Wat betreft voedselwaarde lijkt quinoa sterk op melk. Alle essentiële aminozuren zijn aanwezig in een voor mensen bijna perfecte balans. De consumptie van quinoa is de voorbije jaren wereldwijd sterk toegenomen. Zozeer zelfs, dat de prijs van dit voedsel in Peru en Bolivia is verdrievoudigd. Met als pervers gevolg dat de lokale bevolking het steeds moeilijker krijgt om voor haar basisvoedsel te betalen. Desondanks is 2013 door de Verenigde Naties uitgeroepen tot 'Jaar Van De Quinoa'. Wie aan het kokerellen wil slaan met quinoa raden wij volgende links om het internet aan:
www.allrecipes.nl/recepten/label-565/quinoa-ecepten.aspx en
www.plazilla.com/page/4295038508/zo-gezond-is-quinoa.
Alvast veel kook- en eetplezier.



Omwille van z'n uitzonderlijke verdiensten wil de Gemeente Zonnebeke Gilbert Pauwels op zaterdag 20 september 2014 honoreren met het 'ereburgerschap'. Een eer die tot op heden slechts drie Zonnebeeknaars te beurt viel, nl. Robert Donck, stichter van de kaasmakerij van Passendale, grondlegger van de VZW Passendale Kaasfeesten en stichter van de Oude Kaasmakerij; Marc Vervenne, geboren en getogen in Geluveld en oud-rector aan de Katholieke Universiteit Leuven en Joanne Kane (Waimakariri – Nieuw Zeeland), voor haar aanhoudende inspanningen voor de relaties tussen Zonnebeke, Waimakariri en Nieuw Zeeland in herinnering aan wat onze voorouders meemaakten tijdens de Grote Oorlog (1914-1918).
Op dezelfde dag is er 's avonds voor het grote publiek in de kerk van Geluveld een feestelijke eucharistie- en dankvieringviering, gevolgd door een receptie. Maar later meer daarover.