Deze pertinente vraag stelde
dagblad De Standaard tijdens de vakantie aan zes bekende
Vlamingen, van oud tot jong. Aan Mark Eyskens (83)
professor-emeritus, was premier van België en bekleedde
verschillende ministerposten, Willem Vermandere
(76) is kleinkunstenaar, schrijver en beeldhouwer, Mieke Van Hecke
(69) werkte als Vlaams volksvertegenwoordiger en was tien jaar
directeur-generaal van het Vlaamse katholieke onderwijsnet, Annemie
Struyf (55), journaliste en schrijfster, An Olaerts (41),
freelancejournaliste en columniste voor De Standaard Magazine en aan
Kim Leysen (37), ook bekend als Madame Zsa Zsa, heeft een
veelgelezen blog over naaien, koken en tuinieren.
Elk schreven ze hierover een
column. Je kunt ze nalezen op de site van de krant. We zetten ze hier
als het ware samen rond de tafel in woord en wederwoord. Het adagium
dat God overal is blijft onverkort gelden. Hij laat zich kennen in
ons verlangen naar een betere wereld, ons gemis bij elk afscheid,
zelfs in de moestuin laat hij zich gelden … maar Hij laat zich
niet vangen ...
Hemel op aarde
“ ‘Waar is God?’ Dat is een
vreemde vraag, want ze veronderstelt dat God wel degelijk bestaat. En
dat is niet zo evident in tijden van Godsverduistering, die
ingetreden zijn in het van oudsher christelijke Europa. De
christelijke godsdienstbeoefening deemstert ook weg omdat ons
Godsconcept te veel verankerd is in het voor-wetenschappelijke
tijdvak. Het stoelt op metaforen met een voor de hedendaagse mens
soms misleidende duiding. Toch heeft de moderne mens nood aan
spiritualiteit, aan een visie die zin geeft aan het leven en aan
geloof in de hoop dat het beter wordt,” zegt Mark Eyskens.
“Ach, er hebben altijd
verhalenvertellers rondgelopen om ons te
troosten en ons courage te
geven. Dat daar in de kosmos iets aan de gang is dat ons petje te
boven gaat, iets dat groter is dan wij? Ja, dat moet ik beamen. We
verzinnen een later paradijs als het hier ‘gene vetten’ is. We
laten zelfs de moeder van God verschijnen in een verloren gat van de
Pyreneeën. Maar laat een metafoor alsjeblieft een metafoor zijn, dan
wordt het weer geestig. Dan pas kan een maagd een kind baren, zonder
dat daar een vent aan te pas komt, en mag die moeder later met ziel
en lichaam ten hemel opgenomen worden. Al met dezelfde moeite worden
zes kruiken water wijn en komt Lazarus, al drie dagen dood, weer uit
zijn graf gekropen. Pure poëzie! ‘Gelooft gij nog?’, vragen ze
mij soms nog. ‘Hoe meer hoe liever’, durf ik zeggen, ‘maar
nooit letterlijk,’ mijmert allround kunstenaar en bard Willem
Vermandere.
“Ik had het over onbaatzuchtige
liefde, goedheid, rechtvaardigheid, streven naar waarheid en
schoonheid. Dat zijn in wezen niet-natuurlijke deugden, belichaamd in
Jezus Christus, die niet van deze wereld zijn, maar nodig zijn om de
wereld te herscheppen en beter te maken. God is meer dan een fysieke
schepper, een morele herschepper van de werkelijkheid. Aldus wordt
een blijde boodschap verspreid die een hoopvol perspectief biedt: de
God van de goedheid is de toekomst van de mensheid. Zo wordt
godsdienst mensdienst,” doceert professor Eyskens
onverstoorbaar verder.
Daar pikt voormalig politica
Mieke Van Hecke gretig op in. “‘Hoe kan je als
kritisch, intellectueel persoon vandaag nog gelovig zijn?’, werd
mij dikwijls als vraag gesteld. Wel, hierom: het besef rentmeester te
zijn van een gegeven leven en een ongelooflijk rijke omgeving; de
dankbaarheid voor de niet verdiende, maar ontvangen talenten; de
evangelische boodschap van zorg voor de ander, vooral de minsten;
gastvrijheid voor de ontheemden; de opdracht steeds nieuwe kansen te
geven aan wie faalde. Dat alles als richtlijn nemen voor denken,
spreken en handelen geeft perspectief voor mijn inzet en die van
andere gelovigen naar een warm-menselijke, betere samenleving voor
iedereen.
Marc, Willem en Mieke, de
oudsten in dit gezelschap, hebben allen in meer of mindere mate de
tijd gekend waar moraal,
ethiek, politieke keuzes, wetgeving en antwoorden op maatschappelijke
uitdagingen werden beheerst door het machtige, katholieke netwerk van
partijpolitieke, economische en sociaal-culturele organisaties. Samen
met kerkelijke leiders
bepaalden zij de marsrichting. Voor wie tot de club behoorde (uit
overtuiging of uit gewin), was het een veilige leefomgeving. De
emancipatorische kracht van Vaticanum II en van mei 68 doorbrak deze
mythe, maar ze namen
elk op hun manier de tijd om dat alles opnieuw te kaderen, te
plaatsen en vruchtbaar
te maken. De jongere generaties spreken een andere taal. Vanuit een
onbestemd aanvoelen, bijna onbeschreven bladeren gaan ze zoekend en
tastend op zoek naar God. Vreemd
maar anders dan bij de ouderen speelt de dood daarin vaak
een cruciale rol. Het
begint met Annemie Struyf.
Bist
du bei mir?
“Acht
weken geleden is mijn vader overleden. Zijn sterven was pijnlijk,
tragisch en onverdiend hard. Tijdens de lange uren die ik aan zijn
sterfbed doorbracht, was ik bij momenten wanhopig. Dan zocht ik naar
woorden om dat lijden te bezweren. En ja, ik vond ze. In dat ene,
oude gebed, het
weesgegroet,
dat oog had voor het uur van sterven: ‘Bid
voor ons, arme zondaars, nu en in het uur van onze dood’.
Ik
heb die woorden gepreveld, hand in hand met mijn vader. En ze deden
hem zichtbaar goed. Jammer dat ik die woorden, de traditie, het
geloof, de rituelen, God niet meer vind. Vaak benijd ik mensen die
God niet verloren hebben. Toen mijn vader stervend was, kon ik zelf
niet bidden. Vandaag luister ik in de wagen naar France Musique.
‘Bisst
du bei mir’
van J.S. Bach grijpt mij naar de keel. ‘Geh’ich
mit Freuden zum Sterben und zu meiner Ruh’.
Opnieuw denk ik aan mijn overleden vader. Opnieuw snak ik naar die
Goede Vader uit mijn kindertijd. Waar Hij is, weet ik niet. Maar ik
mis Hem wel heel erg.”
Blinde
vlek
“God is waar ik god vind, áls
ik god vind. Meestal niet, en altijd ook maar heel even. Daarna is er
gewoon weer de aarzeling, in het beste geval,” antwoordt An
Olaerts daarop. “Een ernstig opperwezen laat zich niet
ontdekken als een Kinder Surprise. God is een blinde vlek in een
wereld die alsmaar minder blinde vlekken verdraagt. Neem nu liefde.
Liefde is liefde omdat ze twijfel toelaat. Troost is geen formule.
Vrijheid is gevaarlijk. In dit leven is maar één ding zeker: de
dood. Ik hoed mij daarom voor lieden die met stelligheid weten te
verkondigen wie God is. Ze slijten het kleine sterven om het grote te
slim af te zijn. Compost zijn wij en tot compost zullen wij
wederkeren. Ik word niet kwaad van God, nooit. Ik word kwaad van
mensen die iets tegen godsdienst hebben. Ik heb die blinde vlek
nodig. In de kaarsjeskapel van Scherpenheuvel, daar krijg ik het. Het
zoemen van de vlammen maakt me rustig. En als ik een koor van
aftandse nonnen hoor, dan voel ik mij veilig. Omdat ik de liedjes
ken. Omdat ze al duizenden jaren hetzelfde jammeren. Omdat er naast
mij een weduwnaar zit mee te brommen, die het in zijn beige regenjas
ook niet eens is met de dood. Dat is wat godsdienst is: gedeelde
ontevredenheid en dat dan soms een wonder vinden. Het is niet te
begrijpen. Goddank.
Kinneke
Jezus
Heel basic en volkomen geaard
zijn de gedachten van Kim Leysen. “Liever
dan tv te kijken of te winkelen, zit ik wat te prutsen tussen mijn
groenten. Met een leeg hoofd en mijn handen in de grond begrijp ik
ook wat mijn opa wekelijks in de kerk gaat doen. Bezinnen. Hij heeft
er zijn kerk voor nodig, maar voor mij volstaat wat grond met zicht
op wat eetbaars. Zicht op, want een moestuin is maar deels een
maakbaar iets. In een moestuin gebeuren dingen waar niemand iets kan
aan doen. Het kan vriezen, het kan dooien en het kon dit voorjaar
vooral veel regenen zodat alle moestuiniers steen en been klaagden en
de schade nog altijd niet ingehaald is. Maar het inhaalmanoeuvre is
ingezet en vergeet niet, ook in de moestuin krijgt iedereen een
tweede kans. De moestuin, dat is eigenlijk toch een beetje kinneke
Jezus, elk jaar opnieuw geboren worden, elk jaar een verse lei.”
Prachtig.







