Pagina's

Posts tonen met het label Getuigenis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Getuigenis. Alle posts tonen

donderdag 1 september 2016

Waar is God?


Deze pertinente vraag stelde dagblad De Standaard tijdens de vakantie aan zes bekende Vlamingen, van oud tot jong. Aan Mark Eyskens (83) professor-emeritus, was premier van België en bekleedde verschillende ministerposten, Willem Vermandere (76) is kleinkunstenaar, schrijver en beeldhouwer, Mieke Van Hecke (69) werkte als Vlaams volksvertegenwoordiger en was tien jaar directeur-generaal van het Vlaamse katholieke onderwijsnet, Annemie Struyf (55), journaliste en schrijfster, An Olaerts (41), freelancejournaliste en columniste voor De Standaard Magazine en aan Kim Leysen (37), ook bekend als Madame Zsa Zsa, heeft een veelgelezen blog over naaien, koken en tuinieren.

Elk schreven ze hierover een column. Je kunt ze nalezen op de site van de krant. We zetten ze hier als het ware samen rond de tafel in woord en wederwoord. Het adagium dat God overal is blijft onverkort gelden. Hij laat zich kennen in ons verlangen naar een betere wereld, ons gemis bij elk afscheid, zelfs in de moestuin laat hij zich gelden … maar Hij laat zich niet vangen ...

Hemel op aarde
“ ‘Waar is God?’ Dat is een vreemde vraag, want ze veronderstelt dat God wel degelijk bestaat. En dat is niet zo evident in tijden van Godsverduistering, die ingetreden zijn in het van oudsher christelijke Europa. De christelijke godsdienstbeoefening deemstert ook weg omdat ons Godsconcept te veel verankerd is in het voor-wetenschappelijke tijdvak. Het stoelt op metaforen met een voor de hedendaagse mens soms misleidende duiding. Toch heeft de moderne mens nood aan spiritualiteit, aan een visie die zin geeft aan het leven en aan geloof in de hoop dat het beter wordt,” zegt Mark Eyskens.

“Ach, er hebben altijd verhalenvertellers rondgelopen om ons te
troosten en ons courage te geven. Dat daar in de kosmos iets aan de gang is dat ons petje te boven gaat, iets dat groter is dan wij? Ja, dat moet ik beamen. We verzinnen een later paradijs als het hier ‘gene vetten’ is. We laten zelfs de moeder van God verschijnen in een verloren gat van de Pyreneeën. Maar laat een metafoor alsjeblieft een metafoor zijn, dan wordt het weer geestig. Dan pas kan een maagd een kind baren, zonder dat daar een vent aan te pas komt, en mag die moeder later met ziel en lichaam ten hemel opgenomen worden. Al met dezelfde moeite worden zes kruiken water wijn en komt Lazarus, al drie dagen dood, weer uit zijn graf gekropen. Pure poëzie! ‘Gelooft gij nog?’, vragen ze mij soms nog. ‘Hoe meer hoe liever’, durf ik zeggen, ‘maar nooit letterlijk,’ mijmert allround kunstenaar en bard Willem Vermandere.

“Ik had het over onbaatzuchtige liefde, goedheid, rechtvaardigheid, streven naar waarheid en schoonheid. Dat zijn in wezen niet-natuurlijke deugden, belichaamd in Jezus Christus, die niet van deze wereld zijn, maar nodig zijn om de wereld te herscheppen en beter te maken. God is meer dan een fysieke schepper, een morele herschepper van de werkelijkheid. Aldus wordt een blijde boodschap verspreid die een hoopvol perspectief biedt: de God van de goedheid is de toekomst van de mensheid. Zo wordt godsdienst mensdienst,” doceert professor Eyskens onverstoorbaar verder.

Daar pikt voormalig politica Mieke Van Hecke gretig op in. “‘Hoe kan je als kritisch, intellectueel persoon vandaag nog gelovig zijn?’, werd mij dikwijls als vraag gesteld. Wel, hierom: het besef rentmeester te zijn van een gegeven leven en een ongelooflijk rijke omgeving; de dankbaarheid voor de niet verdiende, maar ontvangen talenten; de evangelische boodschap van zorg voor de ander, vooral de minsten; gastvrijheid voor de ontheemden; de opdracht steeds nieuwe kansen te geven aan wie faalde. Dat alles als richtlijn nemen voor denken, spreken en handelen geeft perspectief voor mijn inzet en die van andere gelovigen naar een warm-menselijke, betere samenleving voor iedereen.

Marc, Willem en Mieke, de oudsten in dit gezelschap, hebben allen in meer of mindere mate de tijd gekend waar moraal, ethiek, politieke keuzes, wetgeving en antwoorden op maatschappelijke uitdagingen werden beheerst door het machtige, katholieke netwerk van partijpolitieke, economische en sociaal-culturele organisaties. Samen met kerkelijke leiders bepaalden zij de marsrichting. Voor wie tot de club behoorde (uit overtuiging of uit gewin), was het een veilige leefomgeving. De emancipatorische kracht van Vaticanum II en van mei 68 doorbrak deze mythe, maar ze namen elk op hun manier de tijd om dat alles opnieuw te kaderen, te plaatsen en vruchtbaar te maken. De jongere generaties spreken een andere taal. Vanuit een onbestemd aanvoelen, bijna onbeschreven bladeren gaan ze zoekend en tastend op zoek naar God. Vreemd maar anders dan bij de ouderen speelt de dood daarin vaak een cruciale rol. Het begint met Annemie Struyf.

Bist du bei mir?
“Acht weken geleden is mijn vader overleden. Zijn sterven was pijnlijk, tragisch en onverdiend hard. Tijdens de lange uren die ik aan zijn sterfbed doorbracht, was ik bij momenten wanhopig. Dan zocht ik naar woorden om dat lijden te bezweren. En ja, ik vond ze. In dat ene, oude gebed, het weesgegroet, dat oog had voor het uur van sterven: ‘Bid voor ons, arme zondaars, nu en in het uur van onze dood’. Ik heb die woorden gepreveld, hand in hand met mijn vader. En ze deden hem zichtbaar goed. Jammer dat ik die woorden, de traditie, het geloof, de rituelen, God niet meer vind. Vaak benijd ik mensen die God niet verloren hebben. Toen mijn vader stervend was, kon ik zelf niet bidden. Vandaag luister ik in de wagen naar France Musique. ‘Bisst du bei mir’ van J.S. Bach grijpt mij naar de keel. ‘Geh’ich mit Freuden zum Sterben und zu meiner Ruh’. Opnieuw denk ik aan mijn overleden vader. Opnieuw snak ik naar die Goede Vader uit mijn kindertijd. Waar Hij is, weet ik niet. Maar ik mis Hem wel heel erg.”

Blinde vlek
“God is waar ik god vind, áls ik god vind. Meestal niet, en altijd ook maar heel even. Daarna is er gewoon weer de aarzeling, in het beste geval,” antwoordt An Olaerts daarop. “Een ernstig opperwezen laat zich niet ontdekken als een Kinder Surprise. God is een blinde vlek in een wereld die alsmaar minder blinde vlekken verdraagt. Neem nu liefde. Liefde is liefde omdat ze twijfel toelaat. Troost is geen formule. Vrijheid is gevaarlijk. In dit leven is maar één ding zeker: de dood. Ik hoed mij daarom voor lieden die met stelligheid weten te verkondigen wie God is. Ze slijten het kleine sterven om het grote te slim af te zijn. Compost zijn wij en tot compost zullen wij wederkeren. Ik word niet kwaad van God, nooit. Ik word kwaad van mensen die iets tegen godsdienst hebben. Ik heb die blinde vlek nodig. In de kaarsjeskapel van Scherpenheuvel, daar krijg ik het. Het zoemen van de vlammen maakt me rustig. En als ik een koor van aftandse nonnen hoor, dan voel ik mij veilig. Omdat ik de liedjes ken. Omdat ze al duizenden jaren hetzelfde jammeren. Omdat er naast mij een weduwnaar zit mee te brommen, die het in zijn beige regenjas ook niet eens is met de dood. Dat is wat godsdienst is: gedeelde ontevredenheid en dat dan soms een wonder vinden. Het is niet te begrijpen. Goddank.

Kinneke Jezus
Heel basic en volkomen geaard zijn de gedachten van Kim Leysen. “Liever dan tv te kijken of te winkelen, zit ik wat te prutsen tussen mijn groenten. Met een leeg hoofd en mijn handen in de grond begrijp ik ook wat mijn opa wekelijks in de kerk gaat doen. Bezinnen. Hij heeft er zijn kerk voor nodig, maar voor mij volstaat wat grond met zicht op wat eetbaars. Zicht op, want een moestuin is maar deels een maakbaar iets. In een moestuin gebeuren dingen waar niemand iets kan aan doen. Het kan vriezen, het kan dooien en het kon dit voorjaar vooral veel regenen zodat alle moestuiniers steen en been klaagden en de schade nog altijd niet ingehaald is. Maar het inhaalmanoeuvre is ingezet en vergeet niet, ook in de moestuin krijgt iedereen een tweede kans. De moestuin, dat is eigenlijk toch een beetje kinneke Jezus, elk jaar opnieuw geboren worden, elk jaar een verse lei.” Prachtig.

zaterdag 29 augustus 2015

Blij met mijn geloof!

Waarom in godsnaam nog geloven? Proef je ook een zekere moedeloosheid in deze vraag? Vooral dat woordje 'nog' geeft te denken. Het ligt helemaal in de lijn van vragen als “Hoeveel mensen gaan er bij jullie nog naar de mis op zondag?”, “Zijn jullie kinderen nog getrouwd voor de kerk?” of “Worden de kleinkinderen bij jullie nog allemaal gedoopt?”. Tegelijk klinkt er ook wat scepsis in deze titelvraag. We stellen vast dat nogal wat, jongere mensen dan ons, best gelukkig kunnen zijn zonder geloof en Kerk. Trouwens, is geloven nog wel iets voor verstandige mensen? Maar je kunt ook blij en gelukkig zijn met je geloof! Welk geloof dan? Wat volgt is een indrukwekkende getuigenis van priester Jan Vanden Berghe (73 j.), interdiocesaan pastor Adem-tocht, een christelijk-gelovige spiritualiteitsbeweging voor 60-plussers, die oud en jong kan inspireren.




Een waardevol geloof
Als jongeman werd mij door een priester-leraar op het hart gedrukt dat ik blij mocht zijn omdat ik bij mijn geboorte in het 'enige ware geloof' terechtgekomen was. Maar toen al wekte dat mijn achterdocht. Met de jaren groeide mijn aanvoelen dat mensen gelukkiger zouden zijn als ze beter wisten waar het in ons geloof over gaat, en ervan en ernaar zouden leven. Met het ouder worden heb ik er alleen aan toegevoegd dat dit niet alleen voor 'de mensen' geldt, maar ook voor 'mezelf'! Voor alle duidelijkheid: ik heb geleerd mijn geloof niet langer te belijden als 'het enige ware geloof'. Die manier van denken en spreken maakt het samenleven met mensen met andere geloofsovertuigingen en levensbeschouwingen immers erg moeilijk. Beter is je niet af te vragen of je geloof het 'ware' is, maar of het 'waardevol' is: of het je helpt om jezelf, om mens te worden. Ja, ik beschouw mijn geloof als uiterst waardevol. Het lijkt me immers een bijzondere rijke voedingsbron voor het diepe verlangen in elk van ons om een goed en gelukkig mens te zijn ... Het is het geloof van waaruit Jezus van Nazareth leefde, het geloof dat hij heeft voorgeleefd. Geloven is immers veel meer dan waarheden aannemen, het is een levenshouding van moed en vertrouwen.

De gulden regel
Toen men Jezus vroeg wat volgens hem het voornaamste gebod was, kon hij het niet nalaten in één adem twéé geboden te noemen: “Bemin God boven alles en je naaste zoals jezelf”. Op het eerste deel van zijn antwoord kom ik later terug. Ik sta nu stil bij het tweede deel: “Bemin je naaste zoals jezelf” of, anders gezegd: “Behandel je medemens zoals je zelf behandeld wil worden.” Het is de 'gulden regel', die je in alle grote godsdiensten aantreft. Het is een oproep die ons niet fundamenteel onderscheidt van anderen, maar die Jezus wel heel centraal plaatst. In zijn verhaal over het Laatste Oordeel, het Einde der Tijden - over waar het 'uiteindelijk' op aankomt - blijkt God helemaal niet te vragen naar onze religieuze praktijken, maar alleen naar wat we voor onze medemensen gedaan hebben (Matteüs 25,31-46). En de wetgeleerde die hem vraagt “Wie is mijn naaste?” (Lucas 10,29) krijgt het alomgekende maar toch merkwaardige verhaal van de barmhartige Samaritaan voorgeschoteld ... De man kende uiteraard ook het gebod 'Bemin je naaste als jezelf', dat was geen probleem. Hij wilde dat gebod ook wel onderhouden. Maar dan liefst zonder te overdrijven. Vandaar zijn vraag: Wie valt daaronder, en wie niet? Hoever gaat dat, je 'naaste'? Nog verder dan mijn naaste buurman, mijn naaste familie? Een bijzonder belangrijke vraag! En kreeg de man een antwoord op zijn vraag? Neen! Onrechtstreeks gaf Jezus te kennen dat de enige goede vraag is: Ben ik bereid om, zoals die Samaritaan, zelf een naaste te worden als ik op mijn weg een mens in nood zie? Nee, je hoeft niet aan ons geloof vast te houden om deze oproep te onderschrijven. Maar lid zijn van een geloofsgemeenschap die ons hieraan blijvend herinnert en ons uitnodigt om het elke dag weer waar te maken, kan wel helpen ...

Geloof moet verbinden
Bij zijn geboorte kwam Jezus van Nazareth terecht in een samenleving waarin de godsdienst een centrale plaats innam. Maar Lucas suggereert dat hij al vrij vroeg kritische vragen durfde te uiten. Denk maar aan het verhaal van de twaalfjarige in de tempel (Lucas 2,41-50). En vanaf zijn dertigste heeft hij zijn leven helemaal gewijd aan wat wij nu 'godsdienstkritiek' zouden noemen. Religieuze hoogwaardigheidsbekleders, wetgeleerden en schriftgeleerden werden zijn vijanden en wilden hem al heel snel uit de weg ruimen. Hij verzette zich tegen het kwaad dat door de godsdienst werd veroorzaakt: het onderscheid - en daarmee de scheiding - tussen de zogenaamd 'goede' en de zogenaamd 'slechte' mensen, de veroordeling en uitsluiting van de 'slechten' en de zelfgenoegzaamheid van de 'goeden'... Het joodse geloof was een godsdienst geworden die niet langer verbindend werkte, maar mensen integendeel uit elkaar haalde. Het was een godsdienst die verbood met tollenaars en zondaars aan tafel te gaan, die melaatsen uitsloot en met minachting neerkeek op wie de Wet met de voeten trad. Dat kon niet, vond Jezus! En als hij zo sterk de nadruk legde op barmhartigheid, vergeving en verzoening, dan had ook dat te maken met het herstellen van het sociale weefsel, opdat mensen op een gelukkige manier met elkaar verbonden zouden kunnen blijven.

Ik ben gelukkig dat onze Kerk niet langer - zoals in mijn kindertijd - de indruk wekt dat er effectief twee soorten mensen zouden zijn, goede en slechte. Ooit dacht ze dit blijkbaar te mogen afleiden uit het verhaal van de schapen en de bokken. Het hele optreden van Jezus spreekt deze interpretatie echter tegen! Tegelijk ben ik blij dat de Kerk ons nu ook voortdurend aanspoort tot samenwerking met alle mensen van goede wil, over de grenzen van geloofsovertuigingen en levensbeschouwingen heen. Zo zet ze ongetwijfeld voort wat Jezus bedoelde: godsdienst moet mensen met elkaar verbinden, tot 'broers en zussen' maken, in al hun verscheidenheid. Tot 'kinderen van dezelfde Vader', die zich samen inzetten voor een wereld waar het voor iedereen goed is om wonen.

De actieve geweldloosheid
Jezus ging daarbij het conflict niet uit de weg. Hij zweeg niet om de lieve vrede en ging niet 'in het verborgene' zijn eigen weg, trouw aan zijn persoonlijke overtuiging. Integendeel. Hij bestrijdt actief de uitwassen van het joodse geloof, maar dan zonder geweld te gebruiken. Zo past hij toe wat hij zijn leerlingen voorhield: vergeld geen kwaad met kwaad, bemin uw vijanden, behandel hen zoals je zelf door hen behandeld wil worden! Doelbewust overtreedt hij een aantal religieuze geboden en verboden, en verklaart daarna vaak zijn optreden met parabels. Hij zal 'zaaien' en erop vertrouwen dat zijn woord altijd wel ergens in goede aarde zal vallen en vruchtbaar is. Kiezen voor de geweldloosheid is bewust afstand doen van macht, is weigeren om een ander te 'dwingen', om psychisch of fysisch geweld uit te oefenen op de ander. Ik ben al blij te mogen leven in een tijd dat onze Kerk die fundamentele keuze van Jezus - eindelijk - aan het ontdekken is, de consequenties ervan begint in te zien en het onderscheid leert maken tussen het kwaad dat we bestrijden en de mensen die voor dat kwaad verantwoordelijk zijn ...

Een blijde boodschap
Misschien bleef je bij het lezen van wat ik tot hiertoe vertelde op je honger. Is dat alles nu het voornaamste wat ons geloof ons te bieden heeft? Veel kleine verhalen die ons uitnodigen om een goed mens en een goed medemens te worden? Het antwoord is neen. Voor wat voorafgaat hoef je inderdaad niet noodzakelijk bij ons geloof, bij Jezus van Nazareth en ons christelijk geloof terecht te komen. Wel is het van onschatbare waarde, om die algemeen menselijke waarden aan te bieden en levend te houden.
Fundamenteel hou ik van mijn geloof omdat het met een 'blijde boodschap' komt. Op de eerste plaats zelfs, voorafgaand aan al het andere. Het 'goede nieuws', voor hen die het durven geloven: dat wij er mogen zijn, elk van ons, als een geliefd kind van de Vader. Het geloof dat God, het Geheim dat aan de oorsprong staat van 'hemel en aarde', ons kent bij naam, en dat wij Hem ter harte gaan ... het lijkt steeds meer onvoorstelbaar. Hoe groter het universum wordt, hoe kleiner de mens. De psalmist was zich al bewust van dat ondenkbare: “Wat is de mens, God, dat Gij aan hem denkt, het mensenkind, dat hij U ter harte gaat?" (Psalm 8). Het is een geloof dat, voor wie de sprong waagt, een mens ongelooflijk vrij en blij kan maken: "Uw Vader in de hemel weet wel wat Gij nodig hebt..." Dit geloof was zelfs voor Jezus niet altijd evident, als we de evangelisten mogen geloven. Ook hij zou op het kruis een ander psalmwoord geschreeuwd hebben, volgens Marcus zelfs zijn laatste woord: “Mijn God - waarom hebt Gij me in de steek gelaten?" (Marcus 15,34) Niets menselijks was hem vreemd. Want wat we hier geloof noemen is eigenlijk vertrouwen en dat heeft een mens nooit 'eens en voorgoed'.

Het doet deugd tot een gemeenschap te behoren die altijd opnieuw deze fundamentele boodschap laat klinken: je mag er zijn, zijn wie je bent. Er is immers een God die jou liefheeft en in jou gelooft, en jou telkens weer toekomst geeft! Die Kerkgemeenschap heeft me de stilte leren liefhebben. Ze heeft me leren bidden en de 'weg naar binnen' te gaan, me tot wat meer zelfkennis en zelfaanvaarding geleid, en tot vertrouwen.

Tot slot
Zo leerde ik het voor mezelf te verwoorden, mijn geloof.Het heeft alles te maken met de 'menswording' van Jezus in mijn eigen leven. Want in die mens, mens geworden zoals de mens bedoeld is, 'naar Gods beeld en gelijkenis', is God waarlijk aan het licht gekomen. Dat geloof ik. Jezus noemde ons allemaal kinderen van God en probeerde ons te laten delen in zijn vertrouwen dat God een goede Vader is. Terecht noemen wij hem nu het kind van God bij uitstek, en daarom dé Zoon van God. Met wat hij als mens heeft voorgeleefd en voorgehouden, met wat hij geloofd en gehoopt heeft, wil ik verder doen. Dankbaar ben ik blij om wat de religieuze bedding waarin ik geboren ben, me geschonken heeft. Ik hoop dat nog velen mogen ontdekken dat dit geloof en zo'n geloofsgemeenschap bijzonder levengevend kunnen zijn!