Pagina's

donderdag 28 september 2017

God is je naaste


Op zaterdag 23 september mochten we n.a.v. de viering 10 jaar Familia Augustiniana Nederland (FAN) – de lekenbeweging rond de Augustijnen in Nederland en ook wel in Vlaanderen – in de Abdij van Berne (Heeswijk - Nl) genieten van een lezing onder bovenstaande titel van Mgr Gabriël Quicke. Gaby – voor zijn vele vrienden – is nu al acht jaar lang stafmedewerker van de Pauselijke Raad ter bevordering van de Eenheid onder de christenen. Sinds het laatste jaar van zijn humaniora is hij gebeten door Augustinus. Hij wijdde in 2011 een doctoraat aan de kerkvader en publiceerde drie boeken over hem: Augustinus, een reisverhaal (2007), 'Come Love with Me’, Augustine as spiritual guide (2015) en Brug van Barmhartigheid (2016). Voordien verscheen in het christelijk opinie-weekblad Tertio een interview door Emmanuel Van Lierde die de essentie van deze voordracht knap samenvat. We publiceren het hier in een licht gewijzigde vorm met enkele aanvullingen.


Emeritus paus Benedictus XVI staat bekend om zijn liefde voor Augustinus, maar de Brugse priester Gabriël Quicke verbaast er zich over hoe augustijns het pontificaat van paus Franciscus wel is. De klemtoon op barmhartigheid, liefde voor de armen, een kerk die een herberg of veldhospitaal voor de gekwetsten is. Het sluit allemaal naadloos aan bij de geschriften van deze kerkvader.

Pelgrims onderweg
Met de oudste kloosterregel voor het Westen drukte Augustinus eerst en vooral een blijvende stempel op het religieuze leven. Alleen al daarom blijft hij interessant, al liet hij verder een massa geschriften, preken en brieven na. Hij inspireerde zich op de eerste gemeente van Jeruzalem als model voor het gemeenschapsleven. Alle christenen leefden er volgens de Handelingen van de apostelen ‘één van hart en één van ziel,’ ‘op weg naar God’ voegde Augustinus eraan toe. Voor hem is een gemeenschap een ‘netwerk van dynamische relaties’. Helaas doen de augustijnen het in Europa nu niet zo goed. Toch heeft die regel nog altijd de kracht om aan te slaan en mensen tot religieus leven te bewegen.

Ten tweede is er Augustinus’ invloed op de recente kerkgeschiedenis. Hij is de meest geciteerde kerkvader in de documenten van het Tweede Vaticaans Concilie. Het Concilie haalde de kerkvaders van onder het stof vanuit een terugkeer naar de bronnen van het geloof. Zowel het Concilie als paus Franciscus spreken over de Kerk als een pelgrimerend volk van God. Dat thema vind je al sterk uitgewerkt bij Augustinus. Voor hem is de Kerk onderweg tussen het Pasen van de Heer en ons eigen Pasen in het hemelse Jeruzalem. Hij maakt daarbij een onderscheid tussen de Kerk in deze tijd en die op het einde der tijden. Nu zijn we pelgrims die een tocht maken naar het binnenste van ons hart, naar God. De ware pelgrimstocht is immers de pelgrimstocht van het hart.

Broosheid en onmacht
Dat brengt ons meteen bij Augustinus’ spiritualiteit van het hart. De kerkvader wordt vaak afgebeeld met een brandend hart. Waarom? Augustinus is niet blind voor onze broosheid en onmacht, onze kwetsuren en zonden. Maar God ontfermt zich, buigt zich naar ons toe en raakt ons mensenhart, dat Hij zo onrustig doet verlangen naar waarheid, goedheid en schoonheid. In zijn Belijdenissen getuigt Augustinus over zijn weg naar binnen. Dat is geen egotripperij of narcisme, want uiteindelijk leidt die weg naar de ander. Geraakt door Gods liefde kunnen we niet anders dan onze naasten beminnen. Gods Woord deed Augustinus ontvlammen en huiveren: huiveren voor zover hij ervan verschilt, ontvlammen voor zover hij erop gelijkt en er zich in herkent.

“God die altijd schoon is, heeft ons eerst bemind. Hij heeft ons bemind toen we nog lelijk en misvormd waren. Niet om ons lelijk te laten, maar om ons van lelijke tot schone mensen te maken. Hoe zullen wij schone mensen worden? Door Hem te beminnen die steeds schoon blijft. Naarmate de liefde in u groeit, groeit ook de schoonheid, want de liefde is de schoonheid van de ziel.” (Preken over de eerste brief van Johannes, IX, 9)

Voor zijn Engelstalige boek over Augustinus als spirituele gids voor onze tijd, gebruikt hij een citaat uit een preek van de kerkvader als titel: ‘Come Love with Me’. Het is een uitnodiging om samen een reis te ondernemen. Van de neo-platonisten leerde hij de weg te gaan van het zichtbare naar het onzichtbare en gaat het dus weerom niet over lichamelijk stappen, wel over de pelgrimage van het hart, over een tocht naar de kern van ons bestaan. Het is niet dralen, maar doorgaan met het goede na te streven, met als enige ambitie ons einddoel – het hemelse Jeruzalem – te bereiken.

De reis van het hart is samen dorsten naar gerechtigheid en vrede. En omdat we kwetsbaar en zondig zijn, hebben we een leermeester nodig die ons op weg leidt. Dat is de ‘Christus humilis’, de leermeester van de nederigheid. Veel kwetsuren in ons leven zijn veroorzaakt door hoogmoed. De nederigheid is hiervoor ons medicijn. In die zin is Christus dan geneesheer, ‘Christus medicus’ en de de Kerk op haar beurt de herberg waar 
gewonden worden opgevangen en hun kwetsuren worden geheeld. Het gebaar van de voetwassing vat die hele spiritualiteit samen en die zorg voor de gewonde mens en die nederigheid vinden we vandaag heel bijzonder terug in de Arkgemeenschappen van Jean Vanier.

“Heer, heb erbarmen met mij! Ik arme! Zie, ik verheel mijn wonden niet:
Gij zijt de arts en ik ben ziek; Gij zijt barmhartig en ik erbarmelijk... ”(Belijdenissen, X, 28, 39.)


Op de knieën
Het brengt hem bij zijn werkdomein, de oecumene. Ook de relaties tussen de nu verdeelde christelijke gemeenschappen zijn gebaat met gebaren van nederigheid, gastvrijheid en dienstbaarheid. Volgens dominicaan en theoloog Yves Congar kan de drempel van de oecumene alleen worden overschreden op de knieën. In Augustinus zie je eveneens een promotor van christelijke eenheid aan het werk. Hij ijverde voor harmonie en vrede. Hij bepleitte de samenhorigheid. We hebben zo'n nood aan eenheid, niet alleen naar buiten, naar de ruimere wereld, maar ook binnenin, in onze (parochie)gemeenschappen.

Uiteindelijk begint alles bij het gebed. Daar ontmoeten we de innerlijke leermeester. Christus. Augustinus moedigt ons aan gezamenlijk te luisteren naar Gods woord. Bidden is voor hem ‘een samenzijn in stilte met God’. Dat verwijlen bij God kun je heel goed ervaren in ‘de gemeenschap van Taizé’.

Barmhartigheid
Hij herhaalt tot slot de vele gelijkenissen tussen Augustinus’ spiritualiteit en de
klemtonen van paus Franciscus. Vooral over hun spreken over de Kerk als een zorgzame moeder die niet op de eerste plaats oordeelt, maar luistert, uitnodigt, liefheeft en nieuwe kansen geeft. De Kerk als herberg ook waar iedereen zich thuis mag voelen, waar christenen een helende gemeenschap vormen. Of de Kerk als de brug van barmhartigheid die ons voert naar Christus, het gelaat van de barmhartige Vader.

“Niemand kan zeggen welk gelaat, welke vorm, welke gestalte, welke voeten of welke handen de liefde heeft. Toch heeft de liefde voeten, want die brengen ons naar de Kerk. Toch heeft zij handen, want die strekken zich uit naar de armen. Toch heeft zij ogen, want die zien wie in nood verkeert.” (Preken over de eerste brief van Johannes, 7, 10.)

Voor wie twijfelt aan de parallellen tussen de kerkvader en de huidige paus: voor zijn brief ter afsluiting van het Jaar van de Barmhartigheid gebruikte Franciscus als titel een commentaar van Augustinus op Johannes 8,1-11, het verhaal van de overspelige vrouw. Een verhaal over de ontmoeting tussen de barmhartigheid zelve en een ellendige, tussen ‘misericordia et misera’. Als we Christus navolgen, kunnen wij niet onverschillig zijn voor wie in nood verkeert, voor de armen en de velen die nu op de vlucht zijn. We zijn geroepen herders voor hen te zijn naar het voorbeeld van de Goede Herder.



vrijdag 22 september 2017

Mijn vreugde is ook jouw vreugde


Op het Oriëntatiefeest van dinsdag 5 september in Centrum Groenhove in Torhout draaide alles rond het nieuwe jaarthema. Fout: ‘De grondtoon’ van het nieuwe werkjaar ‘Vreugdevol gestemd’. Een gevarieerd programma met getuigenissen en passende liederen. Opmerkelijk was daar de bijdrage van Patricia Adriaens, gedelegeerd bestuurder van Fribona nv, een bedrijf uit Oostkamp dat diepvriesvoeding produceert. Daarnaast zet ze zich in als vrijwilliger in tal van organisaties. Een voorbeeld van hoe ondernemerszin, geloof, blijheid en een groot hart voor mensen kunnen samengaan.

Nochtans – grapt ze – was ik tijdens het laatste jaar humaniora gezakt voor het vak godsdienst. En zie, nu sta ik hier zovele jaren later voor een volle zaal te getuigen over wat geloof met me doet. Het kan verkeren. Tijdens het verlof kreeg ik van ‘Welzijnsschakel Open Balie’ op de Sint-Donatianusparochie in Brugge, de kans om maaltijden te voorzien voor kansarmen. Een deugddoend en hartverwarmend gebeuren. En waar mensen elkaar ontmoeten wordt er verteld over het leven, hun dromen en hun ongemakken. Mensen worden geraakt door zulke verhalen, niet door statistieken en cijfers. Ook Jezus verkondigde op die manier zijn Blijde Boodschap, die toen vooral verder gedragen werd door mond-aan-mondreclame. Dat werkt aanstekelijk. Die vele prachtige verhalen uit de Bijbel zijn nog altijd brandend actueel. Een positieve boodschap doet mensen nog altijd openbloeien, geeft kansen en inspireert. Maar durven we daarmee nog naar buiten komen?

Geloof is maatschappelijk relevant
In ieder geval is geloof geen product dat je zomaar met beproefde reclametechnieken in de markt kan zetten. Het is bovendien eerzaam in alle bescheidenheid te blijven werken maar we mogen toch niet bang zijn om als gelovigen meer op de voorgrond te treden. De Blijde Boodschap moet terug een hot item worden waarover mensen durven praten en discussiëren, focussen op de essentie zelf.

Zo ben ik lid van Logia, een christelijk geïnspireerd impulsforum. We proberen media-aandacht te krijgen en dat lukt ook aardig. Met artikels als ‘Er is geen plaats in de herberg’ over de problematiek van vluchtelingen, of ‘Niet op de blaren blijven zitten’ over een tweede kans geven na een falen, wat maatschappelijk moeilijker ligt.

De christelijke inspiratie trekt diepe sporen, zelfs tot in het bedrijfsleven toe. Daar zijn veel regels waar ja aan gehouden bent. Maar die regels laten nog genoeg ruimte. De manier bijvoorbeeld waarop je met mensen omgaat. Een luisterend oor hebben, loont ook. Niettegenstaande ik in de diepvriesbranche werk, proberen we toch een warm hart te hebben voor onze mensen. De mensen voelen aan als je ze respecteert, wat hun taak ook is in het bedrijf en ze appreciëren dat dan ook. Dit alles overstijgt en vermenselijkt het bedrijfsleven. Het christendom is de godsdienst van de menswording. God is mensgeworden. Nu wij nog!

De barmhartige Samaritaan
Het Christendom is ook een religie van gemeenschap, het samenbrengen en verbinden. Het verhaal van ‘de barmhartige Samaritaan’ vind ik prachtig. Je met hart en ziel inzetten voor de andere, zonder dat je er zelf noodzakelijk bij wint. Dat is pas bevrijdend. Dat is ook de kern van het evangelie, een boodschap zonder al te veel franjes. 

Wie dat goed begrepen heeft is Paus Franciscus. Hij keert ook terug naar de essentie door zelf het goede voorbeeld te geven. Hij bezoekt gevangenen, onthaalt vluchtelingen en omhelst iedereen. Net zoals Jezus met de melaatse deed. 

Z’n soberheid leert ons verder dat echt geluk niet te vinden is in materiële zaken of in geld. Rust vinden, in het besef dat je tevreden kan zijn met wat je hebt. Dat maakt een mens pas echt gelukkig. Al gaat deze uitspraak niet op voor mensen in armoede. Feit is dat wie het goed heeft, steeds meer wil, zelfs ten koste van de armen. Het is nooit genoeg!

Zelf vind ik in die zin vrijwilligerswerk heel belangrijk. Diepe vreugde is te vinden in belangeloze inzet. Dat zie je ook bij paus Franciscus of bij bisschop Lode. Ze stralen dat geluk ook fysiek uit. Ook hier is iedereen vreugdevol gestemd. Ver weg van de vele excuses die wij mensen vaak vinden om toch maar niets te doen. Die brengen alleen maar verlamming en negativiteit.

De barmhartige Samaritaan brengt me bij mijn engagement als voorzitter van de raad van bestuur van Dienstencentrum GID(t)S. Een groep die 4 vzw’s overkoepelt en verbindt: het Instituut Dominiek Savio, die onderwijs en zorg biedt voor mensen met een neuro-motorische handicap, Mariasteen en Molendries, twee maatwerkbedrijven en Jobcentrum die mensen met een arbeidshandicap begeleid naar werk. Het is een engagement waar veel tijd in gaat maar wat ik heel graag doe. De energie die ik erin steek, haal ik er dubbel en dik weer uit. ‘t Is een hele fijne raad van bestuur maar vooral de mensen voor wie wij het doen zijn fantastisch.


Ronde rollen door Vlaanderen
Enkele bewoners bijvoorbeeld organiseren om de twee jaar een ‘Ronde rollen door Vlaanderen’. Dit jaar hebben ze de frontlinie afgereden. Zo maakten ze ook de Last Post mee onder de Menenpoort in Ieper. Ze hebben er twee kransen neergelegd, een zeer emotioneel moment. Telkens probeerden we met hen mee te fietsen. Soms vragen ze me: waarom doe je daaraan mee? Wat heb je daar nu aan als bedrijfsleider? Maar ik ervaar zo’n activiteit nooit als te min. Ik vind het zelfs een eer en een verrijking om te mogen meefietsen. Ik sta telkens versteld van de wilskracht en het doorzettingsvermogen van de rollers.

Ook met het personeel van Fribona hebben we dit jaar een inleefuitstap georganiseerd naar Gits. Iedereen was onder de indruk. Het was een wereld dat ze niet kenden en ze stonden verbaasd over wat daar allemaal gebeurde. Na het bezoek vertelde me iemand dat al die positiviteit tot nederigheid bewoog. Hier leer je pas echt relativeren. Onmiddellijk na het bezoek sloegen ze de handen in elkaar om een steunactie te organiseren. Ook een van mijn vroegere personeelsleden was geïnspireerd door hun verhaal en doet nu veel vrijwilligerswerk voor hen. Mijn vreugde die ik met hem deelde is nu ook zijn vreugde. Een voorbeeld van hoe een engagement aanstekelijk kan werken.

Stilstaan bij de bron
Ik geloof ten volle te werken vanuit de bijbels-christelijke inspiratiebronnen. Maar hoe ga je daar in je eigen organisatie, werk of omgeving mee om? Hoever ga je daarin? Als voorzitter van het Dominiek Savio-instituut bezoek ik vaak gelijksoortige instellingen om te zien wat we van elkaar kunnen leren. Telkens komt ook die vraag aan bod. Dikwijls is het dan muisstil aan de overkant van de tafel of komt de reactie dat het in hun opdrachtsverklaring staat. Maar als je verder gaat, hoe je er dagelijks mee omgaat en hoe ze dat levendig houden, blijft het antwoord uit. Vele organisaties kampen ermee, krampachtig, weten niet hoe ze het moeten aanpakken. Wie hier verder in wil gaan dan het strikte minimum zal onvermijdelijk zijn geesteskracht moeten aanboren en inbedden in een kader van waarden en zingeving. Inspiratie komt niet uit wetten, regels of structuren maar uit de bezieling zelf en de warmte ervan. De gelovige zal daarbij hulp zoeken bij God.

Maar niet alleen in de gehandicaptensector staan we daar bij stil. Ook in het parochieleven, het vrijwilligerswerk hebben we nood aan dialoog rond wat ons inspireert. We mogen daar niet van weglopen. We mogen ons niet wegstoppen achter het vele praktische werk in de parochie. Staan we er voldoende bij stil. Organiseren we wel eens voor alle geïnteresseerde parochianen een denkdag over onze verwachtingen? Wat willen we en hoe willen we dat vormgeven? Hoe geraken we er?


De Schrift als GPS
De Schrift is onze gps naar onze eindbestemming ‘het er zijn voor de ander’. Waarden zijn wegen er naartoe. De regels geven enkel de ondergrens aan. We hebben nood aan een goed navigatiesysteem. Een die je doel in het geheugen houdt een weg waar de mens steeds primeert. Een plaats waar mensen om mensen bekommerd zijn.

In het Dienstencentrum Gid(t)s leeft het nog sterk. Deze inspiratie zit verankerd in al wat ze doen. De kern van deze boodschap hebben ze op de muur geschilderd. Deze boodschap luidt als volgt: “Als je wat je kunt mag doen, en er iets mee in beweging brengt dat zinvol is, dan ga je in jezelf geloven, meetellen in de groep, en je gedragen voelen.” Dat is iets die zowel voor de leerlingen, de bewoners, de mensen die er werken en voor ons allemaal geldt. Het doet ook wel eens deugd in Gits te zien dat het allemaal mensen met een warm hart zijn die zich zo inzetten. Het appel om er te zijn voor een ander. Het geloof om zich in te zetten met respect voor elkaar en met het beklemtonen om steeds het sterkste van de bewoners en leerlingen naar boven te halen, blijft voor ons allemaal een drijfveer.

Geloof geeft vreugde. Maar opnieuw, hoe kan je dat nu verder concreet maken? Geloof beleef ik impliciet in alles wat ik doe, maar ik expliciteer het nog onvoldoende. Ik ben ervan overtuigd dat mensen die geloven over het algemeen gelukkiger zijn en positiever in het leven staan. Het geloof is voor mij een houvast en dat geeft iedereen in feite nodig. Tegenwoordig zijn vele mensen zoekende. Hebben geen houvast meer. Ze voelen zich niet goed meer in hun vel en zijn ongelukkig en eenzaam.

Ook een wrak heeft nog kwaliteiten
In mijn geloof hecht ik veel belang aan vergevingsgezindheid. Je mag fouten maken, dingen proberen, fouten geven ook kans om te verbeteren. Iedereen maakt wel eens een fout. Wijs iemand op die fout maar dat is nog geen reden om iemand uit te schelden of te ontslaan. Het is de bedoeling dat we uit onze fouten leren en vol vertrouwen verder gaan. Er is zo al een zekere tolerantie nodig. Ik probeer altijd het goede in de mens te zien. Misschien klinkt dat wat naïef maar door zo te handelen geef je vertrouwen en kracht, voelt iemand zich gedragen.
Medewerkers mogen fouten maken, als ze er maar voor open staan en er voor uitkomen. Ik heb daarom een enorm probleem met het paraplusysteem dat op vandaag schering en inslag is. We moeten mensen een tweede kans geven. Ook al is dat maatschappelijk steeds minder evident. Het komt erop aan na te denken over haalbare alternatieven, om samen nieuwe kansen te scheppen. Hierbij denk ik o.a. aan de situatie van gedetineerden en gefailleerden.


Zo heb ik een project lopen in de gevangenis, nl. ‘Tralies uit de weg’, een heel verrijkend traject. Met een zestal externen gaan we in wederzijds respect in gesprek met evenveel gedetineerden. Het was een wereld die openging voor mij en die ik niet kende. Ze worden door de buitenwereld echt aanzien als uitschot. Veelal zeggen ze, ze moeten het maar weten, ze hebben het zelf gezocht. Dikwijls zijn ze naar mijn mening op een verkeerd moment op een verkeerde plaats in hun leven ergens beland en hebben ze de pedalen verloren. Ook voor die mensen deed het echt deugd dat toch iemand luisterde naar hun verhalen, naar hun twijfel.

We mogen gevangenen en verslaafden nooit herleiden tot hun misdaad. Iemand vertelde me dat de mens als een autokerkhof is. “Ik voel me als een wrak. Ik ben niets meer”. Een begeleider antwoordde daar schitterend op. Aan elk wrak is er nog iets dat deugt. Kijk dan ook eens bij jezelf wat er dan nog goed is. Een gouden tip. Tegen iemand die een diefstal pleegde zeggen we “je hebt gestolen maar je bent daarom nog niet voor eens en altijd een dief”. Je bent veel meer in mijn ogen en zeker in die van God.

Ieder van ons heeft een barst
Maar het zijn precies die onvolmaaktheden die de samenleving ook zo boeiend maken. We moeten gewoonweg proberen telkens weer het goede in de ander te ontdekken. Als rechter in handelszaken kom ik ook regelmatig in contact met gefailleerden. Dat zijn vaak schrijnende verhalen. Zeker mensen met een persoonlijk faillissement achter de rug voelen zich enorm gefaald. Het is dan ook niet leuk om op zo'n moment te moeten zeggen dat al hun hebben en houden wordt afgenomen. Maar ook dat moment is van uitermate groot belang om te naar hen te luisteren. En het doet deugd ook daar een steen toe bij te dragen. Hen moed in te spreken en hen opnieuw op het juiste pad te zetten. Het is immers zeer belangrijk dat ze snel terug de draad kunnen opnemen. Werk zoeken en onmiddellijk opnieuw kunnen meedraaien in de maatschappij. Gefailleerden krijgen net als gedetineerden een stempel opgedrukt en daarom is het belangrijk dat ze daar snel over heen gaan.


Voedsel voor onderweg.
Waar haal ik het? Het komt niet zomaar uit de lucht gevallen. Hiervoor is zelfzorg nodig. Uit het evangelie dat ik telkens in de zondagsviering mag beluisteren. Uit de bijeenkomsten met de denktank Logia, bij Muurkranten die telkens prachtige kaartjes uitgeven. Ik deel graag in de vreugde met mijn vrienden. Ik probeer heel attent te zijn. Ook als iemand het eens wat moeilijker heeft, stuur ik een kaartje met een sterke tekst.

Daarnaast ga ik ook tweemaal per jaar op abdijweekend. De stilte gaan opzoeken. Het constant geconnecteerd zijn is een verslaving geworden. Dat besef ik meer dan gelijk wie. De stilte heeft iets heiligs. Het is de weg naar het essentiële. Naar het waarom dat we leven. Voor wie en waarvoor wij het toch allemaal doen. Niets goeds of groots wordt geboren in het lawaai, in de storm, tenzij wat negatief is, agressie, geweld en oorlog.

De stilte is de weg naar het evenwicht, naar de kern van alle dingen, dat stil en eindeloos is. Want zonder eens stil te staan, zonder bezinning is er er weinig ruimte voor creativiteit om energie bij te tanken. Ik heb een druk leven maar toch zo boeiend.

Wat je geeft krijg je terug
Geven is niet zozeer een kwestie van tijd hebben maar van aandacht schenken en kiezen voor wat echt telt. Ik ben iemand die gemakkelijk iets geeft. Dat maakt me ook gelukkig. Geven met liefde is zoals leren fietsen Eenmaal je het onder de knie hebt, verleer je het niet meer, maar het verandert je leven en dat van anderen. Wat je geeft krijg je terug, vaak onverwacht en onrechtstreeks. Uiteindelijk haal je diepe tevredenheid alleen uit situaties waar je iets gegeven hebt. Nooit als je genomen hebt. Mijn omgeving zegt wel eens dat ik teveel doe voor een ander en te weinig aan mezelf denk. Maar ik voel het niet zo aan. Ik zit beter in mijn vel als ik iets voor anderen kan betekenen. En is dat niet voor iedereen zo? 

donderdag 14 september 2017

Vreugdevol gestemd


Op het Oriëntatiefeest van dinsdag 5 september in Centrum Groenhove in Torhout draaide alles rond het nieuwe jaarthema. Fout: ‘De grondtoon’ van het nieuwe werkjaar ‘Vreugdevol gestemd’. Een gevarieerd programma met getuigenissen en passende liederen. En ja er is verdriet om wat mislukte, angst om wat komen zal, woede bij een conflict, verwondering bij een onverwachte gebeurtenis. Toch staat de lach centraal, minzaam of schaterend, van mensen die zich geworteld weten in het geloof, die zich gedragen en bemind voelen in hun geloof, door God. Mensen die vanuit die vreugde anderen gaan helpen, inspireren, dragen en beminnen.

De affiche (foto) is geïnspireerd op de decanale bezoeken van bisschop Lode. Hij ontmoette al veel mensen die vol passie en vuur praten over al die mooie dingen die ze verwezenlijken, elke dag opnieuw … van Godly Play tot het helpen van mensen in nood, van het ondersteunen van ouderen, het op weg gaan met kinderen, jongeren en jonge gezinnen. Overal wordt hij hartelijk ontvangen en ze nemen hem mee in hun enthousiasme en tonen vol trots hun kerkewerk.


Bisschop Lode kan het alleen maar beamen:
“De kern van ons geloof heeft met een eenvoudige grondtoon te maken. Het is niets voor niets een blijde boodschap. Het heeft met vreugde te maken. En die komt niet alleen van onszelf. Die vreugde heeft een bron. En dat is een Persoon. Iemand die met al zijn liefde en kracht werkelijk om ons geeft en ons nooit in de steek laat. Een energie die door elkeen - gelovig of niet - kan ontdekt worden. Wie er voor open staat laat Jezus door zich heen naar anderen toe werken. Ze mogen ontvangen is een groot voorrecht.

Toch wil hij ons waarschuwen en behoeden voor ontmoediging.
“Maar we kunnen die vreugde echter verliezen door ons teveel zorgen te maken, in een pastoraal van activisme om toch maar vast te houden aan wat eerder goed was, maar nu voorbij is.”

Gespreksbrief
Hij publiceerde daarover ook een gespreksbrief waarin in een eerste deel de roeping en de zending van de Kerk waaraan wij de komende jaren onze beste krachten willen geven, geschetst wordt. In een tweede deel worden beleidsoriëntaties genoemd die deze roeping en zending ondersteunen en mogelijk maken. Hierbij een uittreksel.

In elke mens leeft het verlangen om gezien en bemind te worden. Als christenen geloven wij dat er een onuitsprekelijke Liefde bestaat die ons aanvaardt zoals we zijn. Jezus kijkt iedereen liefdevol aan (Mc 10, 21). We zijn allemaal, zonder onderscheid, kostbaar in Gods ogen (Jes 43, 4). God vraagt niet dat we ons interessant maken of meer doen dan we kunnen. Hij vraagt om het leven dat Hij geeft – en wel in overvloed (Joh 10, 10) – te ontvangen en te delen. Gods liefde beleven om leven te geven aan anderen, dat is onze roeping.

Die roeping willen we waarmaken in deze tijd, met de mensen en de middelen die we hebben. Niemand is geroepen tot het onmogelijke. Het komt erop aan om, eenvoudig en ontspannen, de vreugde van het evangelie uit te stralen. Dat kan de harten raken van mensen die zoeken naar God, naar verstilling en vriendschap. Het vraagt ook dat we naar buiten treden, contact zoeken met andersgelovigen en met hen die God en de Kerk niet kennen, dat we solidair zijn met mensen in nood en samenwerken met alle mensen van goede wil.

Onze belangrijkste opdracht is Gods liefde tastbaar en concreet te maken in en door levendige geloofsgemeenschappen, in pastorale eenheden – waar we blijven op inzetten –, in kloosters of abdijen, in religieuze gemeenschappen, nieuwe bewegingen of bedevaartsoorden. In een levendige geloofsgemeenschap kan iedereen die als christen wil leven, putten uit de bronnen van het geloof.

Wie er komt, vindt er mensen bijeen rond Jezus Christus, een mooie levensstijl (1 Pe, 2, 11) en een bezielde gemeenschap: hartelijk en gastvrij. Die gemeenschap is naar buiten gericht want de Kerk dient de evangelisatie van de wereld en niet zichzelf.

In die gemeenschap draagt men zorg voor elkaar en voor mensen in nood: zieken, vluchtelingen, mensen in armoede, jongeren en ouderen die eenzaam zijn. De liturgie en de sacramenten worden er gevierd in de kracht van de Geest: zingend, biddend, lovend en dankend. De verkondiging spreekt er mensen aan van alle leeftijden. De catechese helpt er God vinden en thuiskomen in de geloofsgemeenschap. Kinderen, jongeren en volwassenen krijgen er alle kansen om leerling van Jezus te worden en te groeien in geloof.

Om deze opdracht waar te maken, komt het er ter plaatse vooral op aan dat we, in verbondenheid met de bisschop en de wereldkerk, onze roeping als geloofsgemeenschap en onze zending naar de bredere omgeving herontdekken. Als geloofsgemeenschappen herbronnen in onze levende rooms- katholieke traditie, dan worden ze open en betrokken op de wereld. Wie zich aan Christus hecht, ontdekt de weg naar God en naar de wereld (Joh 14, 6).

De integrale brief kun je lezen op onze website www.kerkinzonnebeke.be samen met de link link: goo.gl/forms/0gQy24KgcXn6XqgJ2 met de mogelijkheid er op te reageren en suggesties te doen. Aan het begin van de Advent verschijnt op basis hiervan een pastorale brief.


Decanaal bezoek
Op donderdag 28 september bisschop Mgr. Lode Aerts een bezoek aan het decanaat Ieper. (Ieper, Langemark-Poelkapelle en Zonnebeke).

Om 16.30 u. bezoekt hij o.a. samen met de burgerlijke overheden de ‘poppytuinen’ in het Passchedaele Memorial Park of Kasteelpark in Zonnebeke.
Om 17.30 u. is er in de kapittelzaal in Ieper bij een kopje koffie een ontmoeting met stuurgroepen, teams, pastorale ploegen allerhande.
Iedereen is van harte welkom om 18.30 u. in de Sint Maarten - Sint Niklaas kathedraal te Ieper voor de eucharistieviering waarin de bisschop ons voorgaan.

Om 19.30 u. zijn er broodjes en drankjes in de Sint-Maartenskring voor de genodigde leden van de kerkfabrieken, catechisten, voorzitters welzijnsschakels, organisten en kosters en iedereen die in de kapittelzaal aanwezig was. (Best inschrijven om logistieke redenen via e-mail: decanaat.ieper@parochies.kerknet.be of telefonisch 057 20 05 96 uiterlijk tegen maandag 25 september)