Op zaterdag 23 september
mochten we n.a.v. de viering 10 jaar Familia Augustiniana
Nederland (FAN) – de lekenbeweging rond de Augustijnen in
Nederland en ook wel in Vlaanderen – in de Abdij van Berne
(Heeswijk - Nl) genieten van een lezing onder bovenstaande titel van
Mgr Gabriël Quicke. Gaby – voor zijn vele vrienden –
is nu al acht jaar lang stafmedewerker van de Pauselijke Raad ter
bevordering van de Eenheid onder de christenen. Sinds
het laatste jaar van zijn humaniora is
hij gebeten door
Augustinus. Hij wijdde in 2011 een doctoraat aan de kerkvader en
publiceerde drie boeken over hem: Augustinus, een reisverhaal (2007),
'Come Love with Me’, Augustine as spiritual guide (2015) en Brug
van Barmhartigheid (2016). Voordien
verscheen in het christelijk opinie-weekblad Tertio
een
interview door Emmanuel
Van
Lierde die
de
essentie van deze
voordracht knap samenvat. We publiceren het hier in een licht
gewijzigde vorm met enkele aanvullingen.
Emeritus paus Benedictus XVI
staat bekend om zijn liefde voor Augustinus, maar de Brugse
priester Gabriël Quicke verbaast er zich over hoe augustijns het
pontificaat van paus Franciscus wel is. De klemtoon op
barmhartigheid, liefde voor de armen, een kerk die een herberg of
veldhospitaal voor de gekwetsten is. Het sluit allemaal naadloos aan
bij de geschriften van deze kerkvader.
Pelgrims onderweg
Met
de oudste kloosterregel voor het Westen drukte Augustinus eerst
en vooral een blijvende
stempel op het religieuze leven. Alleen al daarom blijft hij
interessant, al liet hij verder
een massa geschriften,
preken en brieven na. Hij inspireerde zich op de eerste gemeente van
Jeruzalem als model voor het gemeenschapsleven. Alle christenen
leefden er volgens de Handelingen van de apostelen ‘één
van hart en één van ziel,’
‘op
weg naar God’ voegde
Augustinus eraan toe. Voor hem is een gemeenschap een ‘netwerk van
dynamische relaties’. Helaas doen de augustijnen het in Europa nu
niet zo goed. Toch heeft
die regel nog altijd de kracht om aan te slaan en mensen tot
religieus leven te bewegen.
Ten
tweede is er
Augustinus’ invloed op de recente kerkgeschiedenis. Hij is de meest
geciteerde kerkvader in de documenten van het Tweede Vaticaans
Concilie. Het Concilie haalde de kerkvaders van onder het stof vanuit
een terugkeer naar de bronnen van het geloof. Zowel het Concilie als
paus Franciscus spreken
over de Kerk
als een pelgrimerend
volk van God. Dat
thema vind je al sterk uitgewerkt bij Augustinus. Voor hem is de Kerk
onderweg tussen het Pasen van de Heer en ons eigen
Pasen in het hemelse
Jeruzalem. Hij maakt daarbij
een onderscheid tussen de
Kerk
in deze tijd en die op het einde der tijden. Nu zijn we pelgrims die
een tocht maken naar het binnenste van ons hart, naar God. De ware
pelgrimstocht is immers de
pelgrimstocht van het hart.
Broosheid en onmacht
Dat
brengt ons meteen bij
Augustinus’
spiritualiteit van
het hart. De kerkvader
wordt vaak afgebeeld met een brandend hart. Waarom? Augustinus is
niet blind voor onze broosheid en onmacht, onze kwetsuren en zonden.
Maar God ontfermt zich, buigt
zich naar ons toe en
raakt ons mensenhart, dat
Hij zo onrustig doet
verlangen naar waarheid, goedheid en schoonheid.
In zijn Belijdenissen
getuigt Augustinus over
zijn weg naar binnen. Dat is geen egotripperij
of narcisme, want
uiteindelijk leidt die weg naar de ander. Geraakt door Gods liefde
kunnen we niet anders dan onze naasten beminnen. Gods Woord deed
Augustinus ontvlammen en huiveren: huiveren voor zover hij ervan
verschilt, ontvlammen voor zover hij erop gelijkt en er
zich in
herkent.
“God
die altijd schoon is, heeft ons eerst bemind. Hij heeft ons bemind
toen we nog lelijk en misvormd waren. Niet om ons lelijk te laten,
maar om ons van lelijke tot schone mensen te maken. Hoe zullen wij
schone mensen worden? Door Hem te beminnen die steeds schoon blijft.
Naarmate de liefde in u groeit, groeit ook de schoonheid, want de
liefde is de schoonheid van de ziel.” (Preken
over de eerste brief van Johannes, IX, 9)
Voor
zijn Engelstalige boek over Augustinus als spirituele gids voor onze
tijd, gebruikt hij
een citaat uit een preek van de kerkvader als titel: ‘Come
Love with Me’.
Het is een uitnodiging om samen een reis te ondernemen. Van
de neo-platonisten leerde hij de weg te gaan van het zichtbare naar
het onzichtbare en gaat het dus weerom
niet over lichamelijk stappen, wel over de pelgrimage van het hart,
over een tocht naar de kern van ons bestaan. Het is niet dralen, maar
doorgaan met het goede na
te streven, met als
enige ambitie ons einddoel
– het hemelse Jeruzalem – te bereiken.
De
reis van het hart is samen dorsten naar gerechtigheid en vrede. En
omdat we kwetsbaar en zondig zijn, hebben we een leermeester nodig
die ons op weg leidt. Dat
is de ‘Christus
humilis’,
de leermeester van de nederigheid. Veel kwetsuren in ons leven zijn
veroorzaakt door hoogmoed. De nederigheid is hiervoor
ons medicijn. In
die zin is Christus dan
geneesheer, ‘Christus
medicus’ en
de de
Kerk
op haar beurt de herberg waar
gewonden worden opgevangen en hun kwetsuren worden geheeld. Het gebaar van de voetwassing vat die hele spiritualiteit samen en die zorg voor de gewonde mens en die nederigheid vinden we vandaag heel bijzonder terug in de Arkgemeenschappen van Jean Vanier.
gewonden worden opgevangen en hun kwetsuren worden geheeld. Het gebaar van de voetwassing vat die hele spiritualiteit samen en die zorg voor de gewonde mens en die nederigheid vinden we vandaag heel bijzonder terug in de Arkgemeenschappen van Jean Vanier.
“Heer, heb erbarmen met
mij! Ik arme! Zie, ik verheel mijn wonden niet:
Gij zijt de arts en ik ben
ziek; Gij zijt barmhartig en ik erbarmelijk... ”(Belijdenissen, X, 28, 39.)
Op de knieën
Het
brengt hem
bij zijn werkdomein, de oecumene. Ook de relaties tussen de nu
verdeelde christelijke gemeenschappen zijn gebaat met gebaren van
nederigheid, gastvrijheid en dienstbaarheid. Volgens dominicaan en
theoloog Yves Congar
kan de drempel van de oecumene alleen worden overschreden op de
knieën. In Augustinus
zie je
eveneens een promotor van christelijke eenheid aan het werk. Hij
ijverde voor harmonie en vrede. Hij bepleitte de samenhorigheid. We
hebben zo'n nood aan eenheid, niet alleen naar buiten, naar de
ruimere wereld, maar ook binnenin,
in onze (parochie)gemeenschappen.
Uiteindelijk
begint alles
bij het gebed. Daar
ontmoeten we de innerlijke leermeester. Christus. Augustinus moedigt
ons aan gezamenlijk te luisteren naar Gods woord. Bidden is voor hem
‘een samenzijn in stilte
met God’. Dat verwijlen bij God kun
je heel goed ervaren
in ‘de
gemeenschap van Taizé’.
Barmhartigheid
Hij
herhaalt tot slot de vele
gelijkenissen tussen
Augustinus’ spiritualiteit en de
klemtonen van paus Franciscus. Vooral over hun spreken over de Kerk als een zorgzame moeder die niet op de eerste plaats oordeelt, maar luistert, uitnodigt, liefheeft en nieuwe kansen geeft. De Kerk als herberg ook waar iedereen zich thuis mag voelen, waar christenen een helende gemeenschap vormen. Of de Kerk als de brug van barmhartigheid die ons voert naar Christus, het gelaat van de barmhartige Vader.
klemtonen van paus Franciscus. Vooral over hun spreken over de Kerk als een zorgzame moeder die niet op de eerste plaats oordeelt, maar luistert, uitnodigt, liefheeft en nieuwe kansen geeft. De Kerk als herberg ook waar iedereen zich thuis mag voelen, waar christenen een helende gemeenschap vormen. Of de Kerk als de brug van barmhartigheid die ons voert naar Christus, het gelaat van de barmhartige Vader.
“Niemand kan zeggen welk
gelaat, welke vorm, welke gestalte, welke voeten of welke handen de
liefde heeft. Toch heeft de liefde voeten, want die brengen ons naar
de Kerk. Toch heeft zij handen, want die strekken zich uit naar de
armen. Toch heeft zij ogen, want die zien wie in nood verkeert.”
(Preken
over de eerste brief van Johannes, 7, 10.)
Voor
wie twijfelt aan de parallellen tussen de kerkvader en de huidige
paus: voor zijn brief ter afsluiting van het Jaar van de
Barmhartigheid gebruikte Franciscus als titel een commentaar van
Augustinus op Johannes 8,1-11, het verhaal van de overspelige vrouw.
Een verhaal over de ontmoeting tussen de barmhartigheid zelve en een
ellendige, tussen
‘misericordia
et misera’. Als
we Christus navolgen, kunnen wij niet onverschillig zijn voor wie in
nood verkeert, voor de armen en de velen die nu op de vlucht zijn. We
zijn geroepen herders voor hen te zijn naar het voorbeeld van de
Goede Herder.












