Advent en Welzijnszorg zijn
in vele parochies en gemeenschappen onlosmakelijk met elkaar
verbonden. De campagne ‘Samen Tegen Armoede’ verdiept de
spiritualiteit van de adventsperiode en de vieringen nodigen mensen
uit tot inzet. Armoede is een verhaal van 1 op 7, maar dat betekent
ook dat er 6 op 7 zijn om hier iets aan te doen. Solidariteit en
engagement zijn immers tekenen van God in onze wereld. In de advent
kijken we uit naar Gods nieuwe wereld, de wereld van gerechtigheid en
vrede. Daar zal iedereen de meet halen. De Bijbelverhalen in de
advent houden ons het visioen voor ogen dat het kan, een wereld van
gerechtigheid en vrede. Door de profeten en de evangelisten
beluisteren we Gods trouw en belofte van een nieuwe wereld, van Gods
Koninkrijk dat pas waar kan worden als wij ons ervoor engageren.
‘Wees
waakzaam’
is
het telkens terugkerende refrein in de advent. De
profeet Jesaja
schreeuwt het op de
eerste zondag
zelfs uit naar de hemel. Eerst wat verwijtend. Is de Heer zelf niet
waakzaam genoeg geweest? Waarom heeft God het volk laten afdwalen?
Waarom is het Godsvolk een leven gaan leiden dat niet beantwoordt aan
de droom die God heeft met elke mens, met deze, onze wereld? Met de
schreeuw komt ook het inzicht. Niet God is verantwoordelijk voor ons
gedrag maar wij zelf. Wij zijn van de goede weg afgedwaald, wij
hebben de wereld gemaakt tot een wereld waar het niet goed leven is
voor iedereen.
Ook
de adventscampagne
‘Samen Tegen Armoede’
schreeuwt het uit met de nieuwe slogan: ‘1
op 7 haalt de meet niet’.
Zoveel gezinnen in onze samenleving halen op het eind van de maand de
meet niet. Hoe ze ook tellen en oppassen, de portemonnee is leeg. Dit
komt, o.a. omdat hun inkomen onvoldoende is, omdat de woonkosten te
hoog zjn, omdat er gezondheidsproblemen zijn ...
De
advent beleven is meer dan straks ‘samen Kerstmis vieren’. De
eindmeet die wij christenen, voor ogen hebben, is het Rijk Gods hier
op aarde, een nieuwe wereld waar het goed leven is voor iedereen,
waar gerechtigheid en vrede heerst, waar brood en liefde is, genoeg
voor allen. En daartoe klinkt het adventsrefrein als een sterke
oproep: wees waakzaam opdat iedereen genoeg middelen heeft om rond te
komen, opdat iedereen de meet haalt.
God
trekt het zich aan
De
evangelist
Marcus
leidt op de
tweede zondag
het optreden van
Johannes de doper
in – en daarmee ook zijn hele Jezusverhaal – in met een citaat
van de profeet Jesaja: ‘Bereid de weg van de Heer, maak zijn paden
recht!’ Hij brengt goed nieuws, een blijde boodschap. Maar hij
geeft ook meteen een opdracht mee. Baan een weg door de woestijn.
Hij
nodigt ons uit om op te staan en op weg te gaan. Dat kan alleen door
recht en gerechtigheid te doen en een mens van vrede te zijn,
de basics van
elke christen.
De
adventscampagne van Welzijnszorg is een hedendaagse vertaling van
Johannes’ woorden. Timmer mee aan de weg. Wees een herder voor
elkaar. Breng in woord en daad troost en bemoediging voor mensen in
armoede. Onze steun aan de actie is zeker een stap in de goede
richting.
Wij
getuigen van het licht
De
derde
zondag
van de Advent wordt ‘de zondag van de vreugde’ genoemd. Maar
eigenlijk zijn er op het eerste gezicht niet zo veel redenen voor die
vreugde. Want de ongelijkheid in de wereld, de kloof tussen arm en
rijk is bijzonder groot. De
8 rijkste mensen ter wereld bezitten evenveel als de armste helft van
de bevolking, dat zijn 3,6 mijjard mensen. Bij ons – in ons
relatief welvarende landje – is armoede een verhaal van 1 op 7. Wat
kunnen wij daaraan doen?
We
komen in ieder geval al samen omdat we geloven dat er toch reden tot
vreugde is. Vreugde omdat God zich het lot van de mensen aantrekt.
Hij
komt
met Kerstmis naar ons toe om ons te bevrjden. En vermits we mogen
geloven dat God ieder van ons bemint, wie we ook zijn en wat ook ons
persoonlijk verhaal is, hebben we ook een motief om ‘vreugdevol
gestemd’
te zijn.
Het
is ook niet zinloos om samen te bidden
en te zingen tegen armoede’, altijd en steeds opnieuw. Bidden
betekent dan met alleen hier samen in de kerk zitten en gekende
gebeden zeggen of zingen. Priester en Bijbels theoloog Rik Hoet
verwoordt het als volgt:
“Bidden
is zijn gedachten en gevoelens afstemmen op die van God. Bidden is
een daad van bekering: men keert zijn aandacht af van zichzelf om de
zorgen en ambities van God ter harte te nemen. Bidden is ophouden de
dingen te zien vanuit zijn eigen standpunt, maar zich inleven in het
standpunt en de visie van God. Zo is bidden het zich voortdurend
toe-eigenen, heel
de dag door, van een levenshouding.”
We
kunnen als mens, als christen, als parochie- en kerkgemeenschap ook
onze
stem laten horen.
We moeten aan de samenleving en aan onze politici duidelijk maken dat
we het niet oké vinden dat 1 op 7 de meet niet haalt en dat we ons
bij deze situatie niet neerleggen. Voor wie hoop koestert zijn en ze
levendig houdt zijn er geen hopeloze gevallen of situaties. We
blijven geloven en vertrouwen hebben in de capaciteiten van elke
mens, ook in die van de kwetsbaren en de mensen in armoede. Jezus
zelf schenkt ons daartoe veerkracht en vertrouwen en daarom blijven
we ook geloven in onze evangelische opdracht.
In
ons wachten
op wie achterblijft,
in ons halt houden om iemand te depanneren,
in onze tijd
en aandacht,
in onze financiële
bijdrage
via een overschrijving of de omhaling, in onze kennis
delen
en liefhebben
gebeurt God vandaag in de harten en de handen van mensen. De maanden
inkorten voor mensen in armoede kunnen we niet. Iedereen een leefbaar
inkomen garanderen kan onze samenleving wel. Laten we daaraan
meewerken opdat ieder de meet kan halen.
God
heeft ons nodig
Het
evangelie van de vierde
zondag
brengt de de prelude, de inleiding op het feest van Kerstmis. Het is
het feest van het ongelofelijke, het onvoorstelbare, het onmogelijke,
het ondenkbare: God besluit mens te worden. Die onnoemelijk grote God
die ons heel zyn schepping heeft toevertrouwd om te beheren, om er
een wereld van te maken waarin elk mens tot zijn/haar recht komt, een
wereld waarin iedereen rechtop mag gaan, die grote God vindt het
nodig en noodzakelijk om ons menszijn te komen delen en om ten volle
zelf mens te worden. ‘Hij
is in alles aan ons gelijk geworden, behalve in de zonde’,
zal Paulus
later schrijven.
Maar...
voor het zover is, zo blijkt uit het evangelie, heeft God mensen
nodig. Vandaag is dat Maria.
God doet beroep op het
ja-woord van
gewone, eenvoudige mensen om zijn levenwekkende boodschap mogelijk te
maken. Om het straf uit te drukken: zonder de hulp van mensen is God
machteloos, kan Hij niets. God legt heel zijn droom over ons, zijn
mensen, in de handen van diezelfde mensen. God kan maar tot leven
komen, indien mensen bereid zijn om dit mogelijk te maken. Dat was
toen zo. Dat is nu nog altijd zo! Ook vandaag kan God maar echt tot
leven komen, wanneer er mensen bereid zijn te geloven in het
ongelofeljke, het onvoorstelbare, het onmogelijke, het ondenkbare.
God wordt mens in en doorheen kleine mensen.
Die kleine mensen maakt Hij groot doorheen het daadwerkelijke
ja-woord van gewone mensen.
Immers,
ook vandaag kunnen alle mensen pas rechtop door het leven gaan,
indien we ons samen inzetten tegen armoede. Dit kan door te streven
naar een leefbaar inkomen voor iedereen. Een effectief middel in de
strijd tegen armoede is: meer inzetten op een verhoging van de
uitkeringen boven de armoedegrens, gekoppeld aan een goede
begeleiding. Daardoor kan iedereen voldoende kansen krijgen op werk,
onderwijs, een goede gezondheid, huisvesting, ... zodat ieder de meet
haalt!












