![]() |
“In
mijn homilie tijdens de middernachtmis onderstreepte ik dat niet wat
een mens voor zichzelf kan verwerven, maar wat hij voor een ander kan
betekenen, het leven de moeite waard maakt geleefd te worden. Het is
op die manier dat we God eren. En het is de enige manier waarop er
vrede op aarde komt. Zalig Kerstmis!” Kardinaal
Jozef De Kesel, aartsbisschop van Mechelen-Brussel
Het evangelie van Lucas vertelt
ons dat de geboorte van Jezus plaatsvond op het moment van een
volkstelling die door de keizer voor het hele rijk werd
georganiseerd. Daarom is Jezus in Bethlehem geboren. De telling
wordt gehouden om het aantal onderdanen te kennen en meer bepaald
hoeveel onder hen belasting verschuldigd zijn. Hij wil m.a.w. de
omvang van zijn macht weten. Wat een contrast met de geboorte van dit
kind, met de omstandigheden waarin het wordt geboren. Hij die nooit
uit was op geld of macht. Hij die de dienaar van allen wilde zijn.
Het maakt van hem geen winnaar maar uiteindelijk een slachtoffer van
het systeem.
Een vreemde god
De Heiland is geboren. Je zou dan
een helder teken mogen verwachten. Maar niets is minder waar. Alles
ademt ongastvrijheid en onzekerheid. Alles gebeurt in de duisternis
van de nacht, in eenzaamheid. Er komt geen show aan te pas. Er zijn
maar een paar herders. Het hele gebeuren blijft onopgemerkt.
Het enige teken, heel bijzonder:
een pasgeboren baby in een kribbe. Een vreemde God, die wil zijn
zoals wij. Hij ons mens-zijn delen. Hij zoekt het bij de kleinsten,
solidair met wie van geen tel is in deze wereld. En zo is hij
gebleven, zo is hij geboren. Zo leefde hij en zo is hij ook
gestorven. Waarom zo bescheiden, zo discreet, zo verborgen? Waarom
zonder enig spektakel?
Omdat hij God is en geen mens.
Hij zegt niets, hij doet niets, hij eist niets. Hij is gewoon daar,
een kind in een kribbe. Dit is het teken dat hij het is. Pas geboren,
zonder een woord te zeggen, kondigt hij het evangelie al aan.
“Gelukkig zijn zij die eenvoudig zijn, want het Rijk Gods behoort
hen toe”. Vanaf zijn eerste dag leert hij ons de nederigheid van
God. Trots en machtswellust leiden tot conflicten en oorlogen, zowel
tussen mensen als tussen volkeren. Hij is de prins van de vrede. Hij
vraagt ons geen te ruzie maken. Hij vraagt ons om de andere meerdere
te zien. Als hij mens geworden is, als hij in een kribbe wordt
geboren, is dat niet om om zich te verbergen. Integendeel: hij
manifesteert zich. Zonder dubbelzinnigheid vertelt hij woordloos dat
hij God is en geen mens.
![]() |
| (Kerststal Beselare) |
Van al zo verre
Er was geen plaats voor hen,
staat er verder. Waarom niet ? Het is van alle tijden: schamelheid en
armoede trekken niet aan. Armoede stoot af. De arme en de vreemdeling
horen er niet bij. Omdat ze niet zijn zoals wij, omdat ze onze
vanzelfsprekendheden, onze verworvenheden, onze wereld in vraag
stellen. Ze zijn anders. Ook God is anders, helemaal anders. Hij komt
van elders, ‘van al zo verre’, zegt het oude kerstlied.
Anders, dat is God zeker. Maar
daarom nog niet wereldvreemd. Hij leeft waarachtig niet met zijn
hoofd in de wolken! Hij ziet wat wij niet zien. Hij ziet wat niet
aantrekkelijk is. Wat van geen tel is en de vooruitgang niet dient.
Later zal Jezus zich met hen identificeren: “Wat je aan de minste
van de mijnen hebt gedaan, dat heb je aan Mij gedaan”. Het kind in
de kribbe verwijst naar hen, naar allen voor wie geen plaats is en
hopeloos aan onze deur aankloppen.
Op de vlucht
En ze zijn zo talrijk. Velen op
de vlucht. Op de vlucht voor geweld of armoede. Men spreekt vandaag
van 258 miljoen migranten waarvan meer dan 60 miljoen die tegen hun
wil hun leven elders in de wereld moeten doorbrengen. Ik besef dat er
geen simpele oplossingen zijn. Natuurlijk kan alles niet
ongecontroleerd gebeuren en moet er gewerkt worden aan
langetermijnoplossingen in de landen van herkomst.
Maar ondertussen zijn ze op de
vlucht. Sommigen zijn hier, soms al heel lang. Ze moeten in hun
eigenwaarde erkend worden. Het zijn niet eerst papieren die hun dat
verlenen. Die hebben ze onvervreemdbaar. Omdat het mensen zijn.
Vergeten we niet dat het om concrete mensen gaat, mannen en vrouwen,
kinderen en ouderen die op zoek zijn naar een plaats in de herberg.
Feest van de solidariteit
Onze nationale veiligheid blijft
een grote zorg. Zeer zeker. Maar evenzeer de zorg om hen te erkennen
in hun waardigheid. Een delicaat evenwicht dat we moeten blijven
nastreven. Kerstmis is het feest van solidariteit. Als God ons
mens-zijn wilde delen, is het goed dat wij hem daarin volgen. Laten
we ons niet verliezen in haat of wraak.
We kunnen ons niet afzonderen en
terugplooien op onszelf. We moeten ons verzetten tegen wat paus
Franciscus de globalisering van onverschilligheid noemt. We zijn op
zoek naar een globaliserende van de onverschilligheid. Niet wat een
mens voor zichzelf kan verwerven maar wat hij voor een ander kan
betekenen, dat maakt het leven de moeite waard geleefd te worden.
Dit is hoe we God eren. Alleen op deze manier komt vrede naar de
aarde.















