Pagina's

woensdag 27 december 2017

Een vreemde ... van al zo verre


“In mijn homilie tijdens de middernachtmis onderstreepte ik dat niet wat een mens voor zichzelf kan verwerven, maar wat hij voor een ander kan betekenen, het leven de moeite waard maakt geleefd te worden. Het is op die manier dat we God eren. En het is de enige manier waarop er vrede op aarde komt. Zalig Kerstmis!” Kardinaal Jozef De Kesel, aartsbisschop van Mechelen-Brussel

Het evangelie van Lucas vertelt ons dat de geboorte van Jezus plaatsvond op het moment van een volkstelling die door de keizer voor het hele rijk werd georganiseerd. Daarom is Jezus in Bethlehem geboren. De telling wordt gehouden om het aantal onderdanen te kennen en meer bepaald hoeveel onder hen belasting verschuldigd zijn. Hij wil m.a.w. de omvang van zijn macht weten. Wat een contrast met de geboorte van dit kind, met de omstandigheden waarin het wordt geboren. Hij die nooit uit was op geld of macht. Hij die de dienaar van allen wilde zijn. Het maakt van hem geen winnaar maar uiteindelijk een slachtoffer van het systeem.

Een vreemde god
De Heiland is geboren. Je zou dan een helder teken mogen verwachten. Maar niets is minder waar. Alles ademt ongastvrijheid en onzekerheid. Alles gebeurt in de duisternis van de nacht, in eenzaamheid. Er komt geen show aan te pas. Er zijn maar een paar herders. Het hele gebeuren blijft onopgemerkt.

Het enige teken, heel bijzonder: een pasgeboren baby in een kribbe. Een vreemde God, die wil zijn zoals wij. Hij ons mens-zijn delen. Hij zoekt het bij de kleinsten, solidair met wie van geen tel is in deze wereld. En zo is hij gebleven, zo is hij geboren. Zo leefde hij en zo is hij ook gestorven. Waarom zo bescheiden, zo discreet, zo verborgen? Waarom zonder enig spektakel?

Omdat hij God is en geen mens. Hij zegt niets, hij doet niets, hij eist niets. Hij is gewoon daar, een kind in een kribbe. Dit is het teken dat hij het is. Pas geboren, zonder een woord te zeggen, kondigt hij het evangelie al aan. “Gelukkig zijn zij die eenvoudig zijn, want het Rijk Gods behoort hen toe”. Vanaf zijn eerste dag leert hij ons de nederigheid van God. Trots en machtswellust leiden tot conflicten en oorlogen, zowel tussen mensen als tussen volkeren. Hij is de prins van de vrede. Hij vraagt ons geen te ruzie maken. Hij vraagt ons om de andere meerdere te zien. Als hij mens geworden is, als hij in een kribbe wordt geboren, is dat niet om om zich te verbergen. Integendeel: hij manifesteert zich. Zonder dubbelzinnigheid vertelt hij woordloos dat hij God is en geen mens.

(Kerststal Beselare)
Van al zo verre
Er was geen plaats voor hen, staat er verder. Waarom niet ? Het is van alle tijden: schamelheid en armoede trekken niet aan. Armoede stoot af. De arme en de vreemdeling horen er niet bij. Omdat ze niet zijn zoals wij, omdat ze onze vanzelfsprekendheden, onze verworvenheden, onze wereld in vraag stellen. Ze zijn anders. Ook God is anders, helemaal anders. Hij komt van elders, ‘van al zo verre’, zegt het oude kerstlied.

Anders, dat is God zeker. Maar daarom nog niet wereldvreemd. Hij leeft waarachtig niet met zijn hoofd in de wolken! Hij ziet wat wij niet zien. Hij ziet wat niet aantrekkelijk is. Wat van geen tel is en de vooruitgang niet dient. Later zal Jezus zich met hen identificeren: “Wat je aan de minste van de mijnen hebt gedaan, dat heb je aan Mij gedaan”. Het kind in de kribbe verwijst naar hen, naar allen voor wie geen plaats is en hopeloos aan onze deur aankloppen.

Op de vlucht
En ze zijn zo talrijk. Velen op de vlucht. Op de vlucht voor geweld of armoede. Men spreekt vandaag van 258 miljoen migranten waarvan meer dan 60 miljoen die tegen hun wil hun leven elders in de wereld moeten doorbrengen. Ik besef dat er geen simpele oplossingen zijn. Natuurlijk kan alles niet ongecontroleerd gebeuren en moet er gewerkt worden aan langetermijnoplossingen in de landen van herkomst.

Maar ondertussen zijn ze op de vlucht. Sommigen zijn hier, soms al heel lang. Ze moeten in hun eigenwaarde erkend worden. Het zijn niet eerst papieren die hun dat verlenen. Die hebben ze onvervreemdbaar. Omdat het mensen zijn. Vergeten we niet dat het om concrete mensen gaat, mannen en vrouwen, kinderen en ouderen die op zoek zijn naar een plaats in de herberg.

Feest van de solidariteit
Onze nationale veiligheid blijft een grote zorg. Zeer zeker. Maar evenzeer de zorg om hen te erkennen in hun waardigheid. Een delicaat evenwicht dat we moeten blijven nastreven. Kerstmis is het feest van solidariteit. Als God ons mens-zijn wilde delen, is het goed dat wij hem daarin volgen. Laten we ons niet verliezen in haat of wraak.

We kunnen ons niet afzonderen en terugplooien op onszelf. We moeten ons verzetten tegen wat paus Franciscus de globalisering van onverschilligheid noemt. We zijn op zoek naar een globaliserende van de onverschilligheid. Niet wat een mens voor zichzelf kan verwerven maar wat hij voor een ander kan betekenen, dat maakt het leven de moeite waard geleefd te worden. Dit is hoe we God eren. Alleen op deze manier komt vrede naar de aarde.

donderdag 21 december 2017

Op weg naar het verbonden bos


Na een eerste winterwandeling in 2013 rond ‘Oorlog en Vrede’, een tweede in 2015 rond het thema ‘Vuur’, organiseerde gemeenteschool De Regenboog nu – in 2017 – een derde winterse tocht doorheen de barre en kille velden van Zandvoorde en Geluveld in het teken van de ‘Verbondenheid’. Langs de vier voorziene stopplaatsen stonden stemmige lichtsculpturen de duisternis te trotseren. Er werd onderweg tegen de kou gedanst, solidair met Mosul gemusiceerd, soep bedeeld onder het vertellen van het verhaal van de ‘soepsteen’ om dan in de goed verwarmde kerk een warm gebaar van verbondenheid te stellen en te verpozen op de kerstmarkt. Want door te leven MET elkaar en niet NAAST elkaar scheppen we verbondenheid en liefde in de wereld. Leven MET elkaar is liefde doorgeven en leven en geluk mogelijk maken voor iedereen.


Zowat 300 wandelaars zagen de leerlingen van het vierde, vijfde en zesde leerjaar het beste van zichzelf geven. Bij de voorbereiding van deze winterwandeling kwamen enkele kinderen met het leuke idee om op 15 december ook aan te sluiten bij de Ketnetkoekenbak. Alle leerlingen, zowel de kleine kleutertjes als de grote jongens en meisjes van de lagere school bakten koekjes ten voordele van de Warmste Week van Studio Brussel. Ketnet vond het fantastisch en nodigde ze uit om een live-optreden van de Ketnetband mee te maken op het domein Puyenbroeck op donderdag 21 december. Een fijne blijk van waardering voor alle geleverde inzet.

De Ketnetkoekenbak, de winterwandeling zelf en de opbrengst van de kerstmarkt gaan integraal naar de werking van de Muziekbank. Dit is een organisatie die muziekprojecten opstart en financierd voor kansarme en kwetsbare kinderen.


Gumboot dans
Op Zandvoordeplaats werd de Gumboot-dans gebracht. Dat is een Afrikaanse dans die wordt uitgevoerd door dansers met wellington-laarzen. In Zuid-Afrika worden deze vaker
‘gumboots’ genoemd. Deze dans is ontstaan in de donkere periode van het apartheidsregime onder de inlandse mijnwerkers die in erbarmelijke omstandigheden in de ondergelopen mijnen gingen werken. De overstromingen waren een groot probleem en veel arbeiders werden ziek. In de plaats van het water weg te pompen kozen de bazen ervoor hun werkvolk van goedkope rubberen laarzen te voorzien.

De mijnwerkers konden er zich niet vrij bewegen en leefden gedurende lange perioden gescheiden van hun gezin. In het beste geval was het werk in de mijnen lang, hard en eentonig. In het slechtste geval werden de mannen geketend de mijnen ingevoerd en in vrijwel volledige duisternis aan de werkplek gekluisterd. Ze mochten ook niet met mekaar praten en ontwikkelden daarom een eigen communicatiesysteem, hun eigen unieke ‘morsecode’. Door met hun laarzen te stampen en met hun enkelkettingen te rinkelen gaven de slaven in het donker boodschappen aan elkaar door. Dit ‘slagwerk’ ontwikkelde zich tot een vorm van entertainment. De mijnwerkers werkten de geluiden en bewegingen uit tot een unieke dansvorm die ze in hun vrije tijd beoefenden. Gumboot-dansen is vandaag één van de meest expressieve Zuid-Afrikaanse dansgenres.


Imagine
In de kerk op Geluveldplaats werd als het ware een synthese gemaakt van het ganse gebeuren. Achteraan staan 4 bomen als een bos van verbondenheid. Links ervan zitten beurtelings leerlingen aan een tafeltje met een bureaulamp. Hij of zij leest voor uit een dagboek:

Liefste dagboek, wil jij samen met mij dromen? Stel je eens voor... we leven in een wereld
waarin het woord verbondenheid in woord en daad te horen en te zien is. 
Stel je voor… alle kinderen van één school bakken koekjes ten voordele van ‘Music for Life’. Stel je eens voor… mijnwerkers maken muziek met hun gummilaarzen. Ze veroveren daarmee de hele wereld. Stel je voor... 2 bekende mannen zamelen muziekinstrumenten in en brengen die naar Mosul waar de muziekschool platgebombardeerd werd. Stel je maar voor, liefste dagboek, dat er gedeeld wordt en dat zo iedereen genoeg heeft. Stel je voor, meer dan 300 mensen gaan in deze donkerste dagen van het jaar op stap op zoek naar verbondenheid. Al deze mooie dingen heb ik mogen meemaken en heb ik zien gebeuren. Dat stemt me gelukkig, ik wil blijven meewerken aan die verbondenheid met anderen. Daarom teken ik nu een hand op een stukje papier, schrijf er het woord verbondenheid, gumboot, ketnetkoekenbak, de muziekbank en de soepsteen op.

Uiteindelijk werden de toehoorders aangesproken. Tijdens deze winterwandeling voelden 
ze zich met vele mensen verbonden. Maar misschien voelen zij zich ook met iemand heel
speciaal verbonden omdat ze die willen steunen, omdat ze hem of haar nooit meer willen
vergeten of is er iemand die ze iets heel bijzonders willen toewensen. Daarom mogen ze een papieren handje uit een mandje nemen en daarop een naam of een wens schrijven. 
Die werden dan onder de tonen van het lied ‘Imagine’ van John Lennon neergelegd in het bos van verbondenheid. 



zondag 3 december 2017

... opdat ieder de meet zou halen


Advent en Welzijnszorg zijn in vele parochies en gemeenschappen onlosmakelijk met elkaar verbonden. De campagne ‘Samen Tegen Armoede’ verdiept de spiritualiteit van de adventsperiode en de vieringen nodigen mensen uit tot inzet. Armoede is een verhaal van 1 op 7, maar dat betekent ook dat er 6 op 7 zijn om hier iets aan te doen. Solidariteit en engagement zijn immers tekenen van God in onze wereld. In de advent kijken we uit naar Gods nieuwe wereld, de wereld van gerechtigheid en vrede. Daar zal iedereen de meet halen. De Bijbelverhalen in de advent houden ons het visioen voor ogen dat het kan, een wereld van gerechtigheid en vrede. Door de profeten en de evangelisten beluisteren we Gods trouw en belofte van een nieuwe wereld, van Gods Koninkrijk dat pas waar kan worden als wij ons ervoor engageren.

‘Wees waakzaam’
is het telkens terugkerende refrein in de advent. De profeet Jesaja schreeuwt het op de eerste zondag zelfs uit naar de hemel. Eerst wat verwijtend. Is de Heer zelf niet waakzaam genoeg geweest? Waarom heeft God het volk laten afdwalen? Waarom is het Godsvolk een leven gaan leiden dat niet beantwoordt aan de droom die God heeft met elke mens, met deze, onze wereld? Met de schreeuw komt ook het inzicht. Niet God is verantwoordelijk voor ons gedrag maar wij zelf. Wij zijn van de goede weg afgedwaald, wij hebben de wereld gemaakt tot een wereld waar het niet goed leven is voor iedereen.

Ook de adventscampagne ‘Samen Tegen Armoede’ schreeuwt het uit met de nieuwe slogan: ‘1 op 7 haalt de meet niet’. Zoveel gezinnen in onze samenleving halen op het eind van de maand de meet niet. Hoe ze ook tellen en oppassen, de portemonnee is leeg. Dit komt, o.a. omdat hun inkomen onvoldoende is, omdat de woonkosten te hoog zjn, omdat er gezondheidsproblemen zijn ...

De advent beleven is meer dan straks ‘samen Kerstmis vieren’. De eindmeet die wij christenen, voor ogen hebben, is het Rijk Gods hier op aarde, een nieuwe wereld waar het goed leven is voor iedereen, waar gerechtigheid en vrede heerst, waar brood en liefde is, genoeg voor allen. En daartoe klinkt het adventsrefrein als een sterke oproep: wees waakzaam opdat iedereen genoeg middelen heeft om rond te komen, opdat iedereen de meet haalt.


God trekt het zich aan
De evangelist Marcus leidt op de tweede zondag het optreden van Johannes de doper in – en daarmee ook zijn hele Jezusverhaal – in met een citaat van de profeet Jesaja: ‘Bereid de weg van de Heer, maak zijn paden recht!’ Hij brengt goed nieuws, een blijde boodschap. Maar hij geeft ook meteen een opdracht mee. Baan een weg door de woestijn.

Hij nodigt ons uit om op te staan en op weg te gaan. Dat kan alleen door recht en gerechtigheid te doen en een mens van vrede te zijn, de basics van elke christen.
De adventscampagne van Welzijnszorg is een hedendaagse vertaling van Johannes’ woorden. Timmer mee aan de weg. Wees een herder voor elkaar. Breng in woord en daad troost en bemoediging voor mensen in armoede. Onze steun aan de actie is zeker een stap in de goede richting.

Wij getuigen van het licht
De derde zondag van de Advent wordt ‘de zondag van de vreugde’ genoemd. Maar eigenlijk zijn er op het eerste gezicht niet zo veel redenen voor die vreugde. Want de ongelijkheid in de wereld, de kloof tussen arm en rijk is bijzonder groot. De 8 rijkste mensen ter wereld bezitten evenveel als de armste helft van de bevolking, dat zijn 3,6 mijjard mensen. Bij ons – in ons relatief welvarende landje – is armoede een verhaal van 1 op 7. Wat kunnen wij daaraan doen?

We komen in ieder geval al samen omdat we geloven dat er toch reden tot vreugde is. Vreugde omdat God zich het lot van de mensen aantrekt. Hij komt met Kerstmis naar ons toe om ons te bevrjden. En vermits we mogen geloven dat God ieder van ons bemint, wie we ook zijn en wat ook ons persoonlijk verhaal is, hebben we ook een motief om ‘vreugdevol gestemd’ te zijn.
Het is ook niet zinloos om samen te bidden en te zingen tegen armoede’, altijd en steeds opnieuw. Bidden betekent dan met alleen hier samen in de kerk zitten en gekende gebeden zeggen of zingen. Priester en Bijbels theoloog Rik Hoet verwoordt het als volgt:
“Bidden is zijn gedachten en gevoelens afstemmen op die van God. Bidden is een daad van bekering: men keert zijn aandacht af van zichzelf om de zorgen en ambities van God ter harte te nemen. Bidden is ophouden de dingen te zien vanuit zijn eigen standpunt, maar zich inleven in het standpunt en de visie van God. Zo is bidden het zich voortdurend toe-eigenen, heel de dag door, van een levenshouding.”

We kunnen als mens, als christen, als parochie- en kerkgemeenschap ook onze stem laten horen. We moeten aan de samenleving en aan onze politici duidelijk maken dat we het niet oké vinden dat 1 op 7 de meet niet haalt en dat we ons bij deze situatie niet neerleggen. Voor wie hoop koestert zijn en ze levendig houdt zijn er geen hopeloze gevallen of situaties. We blijven geloven en vertrouwen hebben in de capaciteiten van elke mens, ook in die van de kwetsbaren en de mensen in armoede. Jezus zelf schenkt ons daartoe veerkracht en vertrouwen en daarom blijven we ook geloven in onze evangelische opdracht.

In ons wachten op wie achterblijft, in ons halt houden om iemand te depanneren, in onze tijd en aandacht, in onze financiële bijdrage via een overschrijving of de omhaling, in onze kennis delen en liefhebben gebeurt God vandaag in de harten en de handen van mensen. De maanden inkorten voor mensen in armoede kunnen we niet. Iedereen een leefbaar inkomen garanderen kan onze samenleving wel. Laten we daaraan meewerken opdat ieder de meet kan halen.


God heeft ons nodig
Het evangelie van de vierde zondag brengt de de prelude, de inleiding op het feest van Kerstmis. Het is het feest van het ongelofelijke, het onvoorstelbare, het onmogelijke, het ondenkbare: God besluit mens te worden. Die onnoemelijk grote God die ons heel zyn schepping heeft toevertrouwd om te beheren, om er een wereld van te maken waarin elk mens tot zijn/haar recht komt, een wereld waarin iedereen rechtop mag gaan, die grote God vindt het nodig en noodzakelijk om ons menszijn te komen delen en om ten volle zelf mens te worden. ‘Hij is in alles aan ons gelijk geworden, behalve in de zonde’, zal Paulus later schrijven.

Maar... voor het zover is, zo blijkt uit het evangelie, heeft God mensen nodig. Vandaag is dat Maria. God doet beroep op het ja-woord van gewone, eenvoudige mensen om zijn levenwekkende boodschap mogelijk te maken. Om het straf uit te drukken: zonder de hulp van mensen is God machteloos, kan Hij niets. God legt heel zijn droom over ons, zijn mensen, in de handen van diezelfde mensen. God kan maar tot leven komen, indien mensen bereid zijn om dit mogelijk te maken. Dat was toen zo. Dat is nu nog altijd zo! Ook vandaag kan God maar echt tot leven komen, wanneer er mensen bereid zijn te geloven in het ongelofeljke, het onvoorstelbare, het onmogelijke, het ondenkbare. God wordt mens in en doorheen kleine mensen. Die kleine mensen maakt Hij groot doorheen het daadwerkelijke ja-woord van gewone mensen.

Immers, ook vandaag kunnen alle mensen pas rechtop door het leven gaan, indien we ons samen inzetten tegen armoede. Dit kan door te streven naar een leefbaar inkomen voor iedereen. Een effectief middel in de strijd tegen armoede is: meer inzetten op een verhoging van de uitkeringen boven de armoedegrens, gekoppeld aan een goede begeleiding. Daardoor kan iedereen voldoende kansen krijgen op werk, onderwijs, een goede gezondheid, huisvesting, ... zodat ieder de meet haalt!

maandag 27 november 2017

Reuzesjaal voor de kathedraal


In het kader van ‘de warmste week’ van Studio Brussel zette IJD, de jeugddienst van het bisdom, een grote actie op. Ze gaan voor een reuzesjaal voor de Brugse kathedraal. Met scholen en jongerengroepen en met iedereen die graag breit, gaat het jonge (en oude) volkje ervoor. Ze organiseren een breiathlon om meer warmte in de samenleving te brengen. En ze gaan voor een sjaal van 350 meter … hoewel hij op dit ogenblik al langer is dan 1,350 kilometer! Want het hele bisdom sloeg aan het breien, ook in Geluveld en Zonnebeke.

Via de sponsoring willen de jongeren van IJD verder drie goede doelen steunen:

– De Takel in Oostende:
een project van de Salesianen. Via het dagcentrum begeleiden en ondersteunen ze jongeren en hun gezinnen. De Takel heeft daarnaast een jeugdhuis en een crisisopvang voor jongeren tussen 12 en 18 jaar.

– TEJO Brugge-Oostende-Kortrijk: laagdrempelige, therapeutische ondersteuning voor jongeren tussen 10 en 20 jaar

– De Zonnebloemblaadjes: organiseert kampen voor jongeren tussen 6 en 18 jaar met fysieke beperkingen. Elke zomer gaan 70 jongeren, 60 begeleiders en een 20-tal losse medewerkers op kamp.

“Jongeren in nood tonen ons hoe kwetsbaar het leven kan zijn. Ze zijn dankbaar voor ons respect en onze hulp. We laten hen niet in de kou. Onze steun maakt een verschil,” voegt bisschop Lode er aan toe.


Zes meter in Geluveld
‘Samen in beweging… teVREDEn?!’ Met dit thema zetten de leerlingen van de cursus Rooms Katholieke Godsdienst in De Regenboog in Geluveld het schooljaar in. Tijdens de eerste twee weken van het schooljaar werden de leerlingen opgeroepen om restjes wol te verzamelen. En dat werd gretig gedaan. Dank je wel aan alle kinderen, leerkrachten en ouders om op deze vraag in te gaan.

Op het einde van de startviering, die plaatsvond op 17 september in de parochiekerk van hoorden de jongens en meisjes dat de wol zou gebruikt worden om sjaals te breien. We wilden zo het project van de diocesane jeugddienst steunen die op 2 december een sjaal van 350 meter lang rond de kathedraal van Brugge wil binden. Half november kunnen wij aankondigen dat er 3 stukken van 40 cm breed en 2 meter lang zullen afgeleverd worden. Zes meter sjaal voor de kathedraal dus. Op een van de foto’s zien de leerlingen van het 4de leerjaar met deze 3 grote sjaals.

Het project ‘Sjaal voor de kathedraal’ is een beetje uit de hand gelopen. Er werd meer dan 1 kilometer sjaal gebreid in ons bisdom. Al deze sjaals zullen aan elkaar genaaid worden om zo dekens te maken. Deze dekens zullen in de koudste wintermaanden uitgedeeld worden aan de mensen die het omwille van één of andere reden fysiek koud hebben. Via deze weg willen we de 2 breiers van dienst in Geluveld bedanken! We hebben een klein steentje bijgedragen aan de lange sjaal voor de kathedraal en zo zijn we samen in beweging geweest voor anderen. En dat stemt ons heel tevreden!
Severine Verhulst


En nog meer in Zonnebeke
Ook de Zusters van Ten Bunderen in Zonnebeke breiden met vol enthousiasme. Donderdagnamiddag 16 november zijn we met enkele Zusters de sjaal persoonlijk gaan afgeven in Centrum Groenhove te Torhout. Uiteraard werden ze met veel dank ontvangen voor hun inzet.
Christine Vandenabeele

Op zaterdag 2 december zullen de jongeren samen met bisschop Lode Aerts de sjaal rond de kathedraal knopen.

Slothappening
Op zaterdag 2 december vieren we het hoogtepunt van deze warmste actie! Ben je er graag bij? Iedereen is super welkom om 16.00 u. in de Sint-Salvatorskathedraal in Brugge.
We houden er een prachtige adventsviering in de kathedraal in Brugge – die omgord zal zijn met een schitterende sjaal – om te vieren dat ons bisdom zoveel warme mensen telt. Na de viering is iedereen welkom voor het bisschopshuis om te genieten van de eet- en drankstandjes, verzorgd door verschillende jeugdbewegingen. Zorg dat je er bij bent!

Ouder worden een spirituele uitdaging


Van 20 tot 26 november n.a.v. de Week van de Senioren vroeg de Vlaamse Ouderenraad aandacht voor toegang voor cultuurvoor ouderen. 

Wij voegen er nog 7 spirituele uitdagingen aan toe:

1) DANKBAARHEID helpt om je leven zoals het nu is met vertrouwen in Gods handen te leggen. Je lichte kant en je duisternis.

2) Eenzaamheid, aftakeling en sterven baren je ZORGEN. Kan je ook toeleven naar de ontmoeting met God, moment van grote liefde en volkomen waarheid?

3) Kan je NIEUWE KANSEN zien ‘van jezelf niet meer moeten bewijzen’, zwak mogen zijn, hulp ontvangen, leren wachten, God is een eindeloos trouwe en liefdevolle God.

4) Nu is het moment om lang uitgestelde plannen VRUCHTBAAR te laten zijn. En om een testament op te stellen, relaties af te wegen en je donor- en patiëntenverklaring in orde te brengen.

5) Kan je VERGEVING SCHENKEN voor onrecht, beledigingen en mislukte relaties? Echte vergeving is een lange, spiraalvormige weg. kijk naar de gekruisigde Christus.

6) Oppakken van schuld en VERGEVING ONTVANGEN is misschien wel de moeilijkste opgave van de ouderdom. Durf je ook met je schuld naar de brmhartige vader gaan?

7) Je weet zeker dat je zal STERVEN maar niemand weet wat doodgaan is. Jezus is je voorgegaan, in sterven én verrijzen. Je kan elke dag met hem bidden: “Niet mijn, maar Uw wil geschiedde.

zaterdag 18 november 2017

1 op 7 haalt de meet niet


Vandaag halen 1.700.000 Belgen de meet niet. Hun inkomen is te klein. Deze maand.
Volgende maand. Hoe hard ze ook hun best doen, hun fiets maakt het hen onmogelijk om de rit uit te rijden. Hij heeft te veel mankementen net zoals ons armoedebeleid.

Met onze campagne ‘1 op 7 haalt de meet niet’ wil Samen Tegen Armoede werk maken van een leefbaar inkomen voor iedereen. Door mensen een veel te laag inkomen te geven of hen tot veel te hoge vaste kosten te dwingen, stijgt de armoede. Een leefbaar inkomen
geeft mensen de kans om de toekomst te plannen en stappen te ondernemen om uit de
armoede te ontsnappen. Hoe zuinig mensen in armoede ook leven, ze stellen telkens
opnieuw vast dat er op het einde van hun budget nog maand over is. De maanden inkorten,
kunnen we niet. Iedereen een leefbaar inkomen garanderen, kan onze samenleving wel. We moeten allemaal de meet kunnen halen.

Zonder een leefbaar inkomen wordt armoede nooit opgelost
Armoede is een complex probleem waarbij mensen uitgesloten worden op verscheidene vlakkenin het leven. Het is meer dan enkel de externe factoren zoals werk of huisvesting. Ook de dagelijkse stress en de materiële beperkingen van een leven in armoede wegen door. Het zelfvertrouwen van mensen daalt en er is het constante gevoel er niet bij te horen. Toch wordt er heel vaak gefocust op ‘inkomen’ als het over armoede gaat, niet onterecht ook. Zonder een leefbaar inkomen wordt armoede nooit opgelost. Je kansen op werk, onderwijs, een goede gezondheid, huisvesting … nemen zienderogen af.

Een pervers effect van een laag inkomen is dat het ook zorgt voor hogere uitgaven. Met een laag inkomen kan je bijvoorbeeld niet investeren in een energiezuinige woning of elektrotoestellen. Zonder smartphone en bijbehorende data-abonnement betaal je meer voor je ticket op de bus of tram. Zelfs wie door betalingsproblemen een budgetmeter krijgt voor elektriciteit of gas zal hierdoor soms een hoger tarief moeten betalen. Een laag inkomen leidt ook tot schulden. Ongeveer 55% van de gezinnen in schuldbemiddeling kampt met overlevingsschulden. Dit zijn schulden die gemaakt zijn om de noodzakelijke kosten te kunnen betalen.

Lage inkomens moeten omhoog, hoge kosten moeten omlaag
Een inkomen onder de armoedegrens maakt dat mensen steeds verder af staan van de rest van de samenleving en dieper in de armoede wegzakken. Armoede kost onze samenleving handenvol geld. Denk maar aan de hulpverlening die nodig is of de gezondheidskosten die oplopen omdat mensen in armoede vaker en ernstiger ziek worden. Iedereen een leefbaar inkomen geven, verdient zich zo grotendeels terug. Bovendien zal dit geld snel terug in de economie stromen. Mensen in armoede moeten dit meestal uitgeven aan noodzakelijke dingen zoals voeding. Via de BTW stroomt een deel rechtstreeks terug naar de schatkist.

Een leven in armoede mag geen extra kosten met zich meebrengen omwille van die armoede. Wie op de private markt huurt, spendeert gemiddeld het grootste deel van zijn inkomen aan de woonkost. Invorderingskosten zijn vaak een veelvoud van de oorspronkelijke schuld. Sociale tarieven worden aan een te beperkte doelgroep toegekend. Sociale correcties op regeringsmaatregelen zijn soms onbestaande, andere worden slechts toegekend aan een fractie van de mensen in armoede. Andere tegemoetkomingen of voordelen zitten dan weer achter een muur van administratieve rompslomp en bureaucratie.

Werkloosheidsvallen bestrijden
Een deel van de mensen in armoede kan aan de slag. Voor gepensioneerden, kinderen, zwaar invaliden of zieken is een job geen weg uit de armoede. Professor Vranken berekende dat dit ongeveer over 2 op 3 mensen in armoede gaat. Bovendien is er in 1 arm gezin op 5 ook betaalde arbeid als inkomstenbron aanwezig. Hoewel dit vaak over tijdelijk, deeltijds en laagbetaald werk gaat.

Een grote groep mensen in armoede komt niet of nauwelijks aan de bak. Zij moeten rondkomen met een uitkering die ver onder de armoedegrens ligt. Dit wordt verantwoord door de schrik van de zogezegde werkloosheidsvallen (een fenomeen waarbij het voor sommige personen niet voldoende loont om terug aan de slag te gaan). Vaak wordt dit probleem verengd tot een te klein verschil tussen loon en uitkering. De conclusie is dan dat de uitkeringen niet mogen stijgen.

Voor heel wat mensen in armoede zijn het vooral de extra uitgaven die doorwegen. Ook al gaat het om een tijdelijke of deeltijdse baan, plots moet bijvoorbeeld een deel van het woon-werk verkeer zelf betaald worden of komen er grote kosten voor kinderopvang bij. Hierdoor zakt het bedrag dat ze uiteindelijk kunnen besteden. Werken aan die uitgaven zou de werkloosheidsvallen beter bestrijden dan mensen in armoede te houden.



Basisinkomen: betaalbaarheid en haalbaarheid
De voorbije jaren won het idee van het basisinkomen opnieuw aan populariteit. Het houdt in dat alle mensen (eventueel met een minimumleeftijdsgrens) een onvoorwaardelijk inkomen krijgen. Daarnaast kunnen ze nog werken en extra verdienen. Eén van de verdiensten van dit concept is dat het fundamentele wantrouwen, dat in de samenleving geslopen is tegenover mensen met uitkering, zou wegvallen. Men gaat er van uit dat het basisinkomen mensen stimuleert om deel te nemen aan de samenleving. Een idee dat Samen Tegen Armoede onderschrijft. Het huidige concept om mensen in armoede te duwen om hen zo te activeren werkt niet.

De betaalbaarheid en de haalbaarheid van het idee blijven echter twijfelachtig. Wanneer het
basisinkomen ver onder de armoedegrens zou liggen, zoals de huidige uitkeringen, dan is dit geen stap vooruit voor mensen in armoede. Wanneer mensen met extra noden omwille van leeftijd, ziekte of zorg eveneens moeten rondkomen met enkel een basisinkomen, dan is dit een stap achteruit. Bovendien blijft de financiering problematisch. Inzetten op een verhoging van de uitkeringen tot de armoedegrens, gekoppeld aan een goede begeleiding, lijkt effectiever in de strijd tegen armoede.

Mattheuseffect
Ons beleid werkt soms herverdelend van rijk naar arm. Andere maatregelen hebben het
tegenovergestelde effect. Wie rijk is wordt rijker, wie arm is armer. Voorbeelden genoeg: de
woonbonus, allerlei premies voor energiezuinige woningen, kinderopvang, hoger onderwijs …

Telkens stroomt er meer geld naar wie beter gegoed is. Dit betekent niet dat bijvoorbeeld
betaalbaar hoger onderwijs een slechte zaak is of je als overheid niks meer kan doen voor
huiseigenaars. Wel zou diezelfde overheid moeten aftoetsten bij wie de middelen van een
maatregel terecht komen en daar, waar nodig, andere acties aan verbinden om het
Mattheuseffect tegen te gaan en specifiek de zwakste inkomensgroepen te bereiken.

Oproep campagne 2017
Samen Tegen Armoede pleit voor een leefbaar inkomen voor iedereen.
Steun onze campagne, zodat iedereen iedere maand de meet haalt.

woensdag 1 november 2017

De weg naar en van het hart


Elke mens gaat zijn weg door het leven. We worden gaandeweg wie we zijn, man, vrouw, elkaars levenspartner, vader, moeder, geestelijke of religieuze en wat we daarnaast beroepshalve nog doen. Maar door dat alles heen leggen we de belangrijkste weg af, die van onze innerlijkheid. Augustinus noemde het de weg naar het eigen hart, die uiteindelijk de weg naar God en de naaste is. Op de Augustinusdag op zaterdag 7 oktober in Gent, gidst Mgr. Gabriël Quicke ons op deze wonderlijke tocht.

Augustinus (354-430) was eertijds bisschop van Hippo, toen een Noord-Afrikaans havenstadje, nu Annaba in Algerije dicht bij de grens met Tunesië. In zijn werkje ‘Over het
gelukkige leven’ beschrijft hij zichzelf als een ‘schipbreukeling op zoek naar een thuishaven’. Een heel sterk beeld als je het transponeert naar vandaag. Deze zoektocht naar geluk, het hemelse vaderland, het eeuwige Jeruzalem beschreef hij in zijn ‘Belijdenissen’. Daarbij valt het ook op hoe nauw hij zich verwant voelt met de lotgevallen van de ‘verloren zoon’ in de ‘parabel van de barmhartige Vader’. Vervreemd als hij was, zocht hij een weg om terug te keren, naar innerlijkheid en een waarachtig leven. Het werd de weg naar het eigen hart en vandaar naar God, de mens en terug.

Pelgrimstocht naar het hart
Als hij daarover spreekt o.a. in een commentaar op de profeet Jesaja (Jes. 46,8), benadrukt hij een drietal elementen. Vooreerst waarschuwt hij dat het niet zinvol is weg te vluchten van zichzelf. Niet dat hij de werkelijkheid buiten ons miskent, maar hij stelt vast dat mensen wel gaan reizen, er op uit trekken om zich te vergapen aan de bergen en de oceanen, maar daarbij voorbijgaan aan zichzelf en helemaal niet verwonderd staan over hun eigen innerlijk. Hij beklemtoont de terugkeer naar het eigen hart omdat Gods waarheid daarin doorklinkt. Het tweede aspect dat hij belicht is dat deze weg een pelgrimstocht is naar het eigen hart. Het is ons genoegzaam bekend dat Augustinus wordt afgebeeld met het hart, als centrum van de persoonlijkheid. De plaats waar we onszelf en God ontmoeten en via Hem ook onze naaste. Dat laat ons nog eens toe uit te stijgen boven onszelf. In zijn 'Belijdenissen' bekent hij “U God was innerlijker dan mijn innerlijk en hoger dan het hoogste in mij.”

Deze pelgrimstocht naar het hart, van het uiterlijke naar het innerlijke, van het lagere naar het hogere, is geen vorm van egotripperij of narcisme, een in zichzelf opsluiten maar integendeel het begin van een nieuwe ontmoeting. Wanneer hij afreist in het eigen hart dan ontdekt hij hoe God daar tot hem spreekt. Hoe dichter hij kwam bij de God van zijn hart, hoe inniger ook de verhouding werd met zijn familie, vrienden en buren. Het hart staat immers symbool voor relatie. Tijdens dat afdalen ontdekt hij bovendien dat doorheen alle persoonlijke ellende God zelf al op zoek, op weg was naar hem. Die ervaring heeft hij meesterlijk neergeschreven in een gebed: “Veel te laat heb ik jou liefgekregen, schoonheid wat ben je oud, wat ben je nieuw.”

Een hart voor de Ander-en
In Augustinus spiritualiteit is de weg naar innerlijkheid of het hart wezenlijk verbonden met gemeenschapsleven en verkondiging. Ook in zijn preken tot het gewone volk streeft hij naar samenhorigheid, interactie en familiariteit, zoals we dat vandaag ook nog altijd levendig zien gebeuren in de Afrikaanse context. Hij nodigt uit samen te zoeken, elkaar te bevragen zonder geharrewar, twist of vijandelijkheid. Telkens opnieuw herinnert hij de gelovigen eraan dat het voedsel dat hij aanreikt hij ook zelf mag ontvangen. Samen zijn ze medeleerlingen in dezelfde school en hebben zij dezelfde innerlijke leermeester van het hart, Christus zelf.

De gemeenschap waarvan Augustinus getuigt is meer dan een gezellig onderonsje. Het is een samenzijn en -gaan naar de bron om een diepere dorst te lessen zoals een hert verlangt naar stromend water. In zijn beschrijving van het gemeenschapsleven verwijst hij naar de Handelingen van de Apostelen: “Zij waren één van hart en van ziel” en hij voegt er betekenisvol aan toe ... “op weg naar God”.


Hart voor de Kerk
Bij Augustinus is gemeenschap één en ondeelbaar geworteld in Christus én zijn Kerk. Hij is bekommerd om te verkondigen wie Christus voor ons is. ‘Christus, via et patria, weg en vaderland’: “Christus, God is het vaderland waarheen wij gaan; Christus, mens, is de weg waarlangs wij gaan.” ‘Christus medicus, geneesheer’: “Hij is neergedaald om u te genezen. Hij is opgestegen om u op te heffen”. De Kerk fungeert hier op haar beurt als de herberg in de parabel van de barmhartige Samiritaan – de Kerk als veldhospitaal zoals paus Franciscus het verwoordt – waar gewonden worden opgevangen en hun kwetsuren worden geheeld. En als tegengif voor de hoogmoed van de mens ‘Christus humilis, de nederige’: “Overal in de boeken van de heidense wijsgeren vindt men uitstekende leefregels en zedelijke voorschriften. De nederigheid echter vindt men er niet. De weg van de nederigheid komt van Christus.”

Augustinus preekt met een sterke en vertederende passie over Christus en de Kerk. Als een moeder voedt de Kerk haar kinderen met de ‘moedermelk’ van haar borsten, het Oude en het Nieuwe Testament. Hij spreekt voorts bijzonder actueel en toch hoopvol over de Kerk als een schip te midden van duisternis in woelige, stormende wateren. Het lijkt wel of de Kerk vandaag aan het kapseizen is. Hij adviseert ons echter aan boord te blijven, ons vast te klampen aan het 'kruishout' en te roepen tot de Heer om Hem te wekken, een ernstige vingerwijzing dat ons geloof slaapt.

De Kerk als het lichaam van Christus, geïnspireerd en geanimeerd door de Heilige Geest. Hij is het hoofd, maar als eender welk lichaamsdeel lijdt, is het het hoofd dat schreeuwt, dat met ons meelijdt. Het dynamische beeld dat hij verder ontwikkelt van een pelgrimerende of migrerende Kerk, als het volk van God onderweg naar het hemelse Jeruzalem werd een bron van inspiratie voor het Tweede Vaticaans Concilie.

De schreeuw van het hart
Geloven en kerk vormen is een avontuurlijke tocht, naar Christus toegaan. M.a.w. de beweging van het hart waarbij we persoonlijk Christus gaan liefhebben. Augustinus beseft maar al te goed dat wij niet over de Kerk kunnen spreken zonder dat die liefde concreet wordt in de liefdevolle zorg voor de armen en kwetsbaren. Hij staat daarom vaak stil bij de draagwijdte van de schreeuw van Christus op het kruis, die zich verenigt met de schreeuw van elke mens die lijdt en vervolgd wordt. We weten ook dat Augustinus die zorg een concrete plaats gaf in zijn leven als bisschop, die hij belangrijker achtte dan liturgische ornamenten. De waardigheid van de Kerk zijn de armen en als hun ambassadeur drukte hij ooit de wens uit zelf een bedelaar met de bedelaars te worden.

In een commentaar op psalm 86 merkt Augustinus nog op dat pelgrims op stap met hun hart liederen van verlangen zingen. Want wie niet zingt dreigt stom en onverschillig te worden. En wie zingt om God te loven, moet ook begrijpen en concreet, gewetensvol beleven wat hij zingt: “Als je Alleluia zingt, dan schenk je ook brood aan de hongerige, kleedt je de naakte en verwelkom je de vreemdeling, dan is het niet alleen je stem die een lieflijk geluid maakt, maar je handen doen ook mee, omdat je daden in harmonie zijn met je woorden.”