Pagina's

donderdag 16 juni 2016

Het hart van de vrijwilliger


Het potentieel aan vrijwilligers in de samenleving is groot. Maar de huidige vrijwilligersmarkt is genadeloos. Vrijwilligers moet je daarom ten diepste ernstig nemen en koesteren, zo betoogt theoloog en vrijwilligersmanager Walter Van Wouwe, op de jaarlijkse impulsavond op woensdag 8 juni in Diocesaan Centrum Groenhove, Torhout, tegenover de verantwoordelijken uit de pastorale eenheden, federaties en parochies van ons bisdom. Organisaties en dus ook parochies moeten zich daarom aanpassen aan de verwachtingen van een nieuwe generatie (gelovige) vrijwilligers die zich beduidend anders manifesteert dan vroeger.

Belangrijk is dat ze helder en scherp communiceren vanuit welke Bron of spiritualiteit ze werken. Wie amateuristisch en achteloos verder dobbert, alles bij het oude laat, enkel en alleen de vertrouwde paden blijft bewandelen, bevindt zich op een doodlopende weg en komt vanzelf in een uitdoof-scenario terecht. Het komt er op aan dat parochies – binnen en buiten hun kring – inzetten op de daar voorhanden inspiratie en competenties. Op die manier kunnen ze zich als het ware heruitvinden, klaar voor de toekomst. Hoe dat concreet in z’n werk kan gaan, vind je hier via deze deze link: Hoe het aantal pastorale medewerkers verdubbelen in vijf jaar?

Inzet om van te leven

Waarom zouden vrijwilligers hun kostbare tijd inzetten voor de Kerk? Als je deze vraag gevat kan beantwoorden, raak je het hart van je vrijwilligers. En als het hart geraakt wordt, ga je bewegen, niet voor even maar voor lang. Dat klinkt al bij al heel Augustijns. Zo kon Walter Van Wouwe die toendertijd voor de Damiaanactie actief was, bij het overwegen van het leven van Damiaan, enkele bronnen blootleggen die ook voor onze vrijwilligers vandaag een zeer inspirerende kracht konden hebben. I.p.v. voortdurend het verhaaltje te herkauwen van Damiaan de Veuster die zijn leven gaf voor de melaatsen kwam hij uit op vijf waarden.

Eentje was ‘iedereen telt, dat telt’. Damiaan had een heilig respect voor elke mens die zijn pad kruiste. Of: 1 plus 1 is 3’. Tegen alle verhaaltjes in was Damiaan een echte teamspeler. Hij zocht voortdurend naar kansen om mensen te betrekken in zijn passie zijn melaatsen te verzorgen. De drie andere waarden waren: ‘van hindernissen springplanken maken’, ‘bruggen bouwen’, en ‘verzorg je inspiratiebron’. Waarden zijn onbereikbaar als sterren. Je kan ze nooit helemaal beleven maar ze helpen je wel om in het donker van het leven de weg niet te verliezen. “Deze waarden waren niet kosmetisch maar behoorden tot het DNA van ons vrijwilligerswerk”, vertelt hij.



Door zo te handelen betekende hun engagement voor vele vrijwilligers een echte meerwaarde bovenop hun familiaal leven en werkervaring. Deze aanpak is zonder meer toepasbaar binnen elk engagement in de parochie. Maar toch is er nog meer aan de hand …

Kennismaatschappij

De context waarin vrijwilligerswerk moet worden uitgerold, is in volle transitie. We evolueerden van een behoorlijk, stabiele samenleving naar een kennismaatschappij, een soort hyper-netwerk waarin elke twee weken alle beschikbare informatie verdubbelt. Waar we vroeger op veilige binnenwateren voeren, bewegen we ons vandaag op volle zee. Naarmate de digitalisering met al zijn gevolgen om zich heen greep, riep dit zelfs bij sommige de diepzinnige vraag op of er in die nieuwe omstandigheden nog wel plaats was voor het christelijk middenveld.

“Mijn visie hierop,” zegt Van Wouwe “is dat er meer dan ooit plaats is voor het christelijk middenveld, inclusief parochies en nieuwe bewegingen. Op voorwaarde dat we onszelf opnieuw heruitvinden op organisatorisch vlak maar ook op inhoudelijk vlak. Onze samenleving heeft nood aan flexibele, goed uitgebouwde vrijwilligersbewegingen die waarden-gestuurd zijn en maatschappelijke meerwaarde realiseren.” Zo bevat het evangelie een onwaarschijnlijk arsenaal aan tips en voorbeelden om een samenleving echt geluk te laten proeven.



Duizendpoten en werkbijen

Het oude vrijwilligerswerk was zeer sterk hiërarchisch georganiseerd met een democratisch sausje erover. De trekker van vroeger had iets van een duizendpoot. Hij of zij was de voorzitter, bezorgde de uitnodigingen, verdeelde de taken, schonk de koffie uit en sprong bij waar nodig. Zijn engagement kwam van heel diep en was onbaatzuchtig. Zij wilde niets terugkrijgen. Hij deed het gratis. Vaak kon de trekker rekenen op een kleine groep getrouwen.

De nieuwe generatie vrijwilligers is heel anders ingesteld. Ze heeft een veel hogere scholingsgraad. Het zijn werkbijen die vaak uitblinken in deeltaken, maar geen zin hebben om het geheel te behartigen. Ze werken niet meer mee vanuit een ideaal maar vaak vanuit een weloverwogen keuze. Hun engagement voegt iets toe aan de samenleving. Ze willen door mee te werken echt stenen verleggen in de rivier. Tot slot is de huidige generatie zeer pragmatisch. ‘Voor wat hoort wat’. Als er tegemoetkomingen zijn voor de gemaakte kosten die horen bij het vrijwilligerswerk dan wordt dat zeker gewaardeerd. Ze verwachten dat de inhoud van de activiteiten of het aangegane engagement een soort meerwaarde voor henzelf heeft.

Je merkt natuurlijk het spanningsveld tussen de verschillende generaties vrijwilligers. We leggen vaak de breuklijn op 55 jaar. Plus 55 krijg je nog duizendpoten. Het uitstervend ras waarop heel wat parochies en andere klassieke vrijwilligersorganisaties nu nog draaien. En je merkt de wanhoop in de ogen bij vele pastores als overmorgen deze generatie helemaal verdampt. Min 55 heb je de werkbijen die willen meewerken met een heel andere focus. Veel doordachter, gedoseerder en met een kleiner lange-termijn-engagement.

Twee sporen

Wie verder wil, zal dit verschil in type vrijwilligers ernstig moeten nemen en zijn organisatie daarop aanpassen. Ze zal haar missie scherp moeten zetten en helder omschrijven wat ze wil doen. Van hieruit komen er een aantal taken in het vizier dat een vrijwilligersteam kan opnemen. De kunst bestaat er in op zoek te gaan naar mensen met tijd en talent, die zich gericht voor goed omschreven zinvolle taken willen inzetten. Men zorgt daarbij ook voor een sterk teamgevoel en werkt een flexibele structuur uit. Je ruilt het oude binnenschipmodel in voor een wendbare zeilboot.

De ervaring leert dat een groot deel van onze duizendpoten het heel lastig vindt om hun oerdegelijk, vaststaand handelen in te ruilen voor een flexibel team. En het ergste wat dan kan gebeuren is dat we in de valkuil trappen van het veroordelen. De oude generatie dat waren de helden! De jonge generatie is enkel met zichzelf bezig! Goed of slecht is hier niet aan de orde wel het feit dat de jonge generatie op een ‘andere’ manier de missie en doelen realiseert dan de oude generatie.

Vaak is daarom de beste oplossing nu om twee sporen te volgen. Respect voor de oude benadering maar tegelijk openheid om te experimenteren met nieuwe vormen. Je bouwt aan een nieuwe groep met een open geest. Leeftijd is hier heel secundair. Deze twee groepen kunnen zich best naast elkaar ontwikkelen met wederzijds respect.

Dit model heeft vele voordelen. De trouwe generatie voelt zich niet bedreigd en zal na verloop van tijd zelfs trots worden dat het oude verhaal op een nieuwe manier wordt verder verteld. De nieuwe generatie krijgt volop ruimte om te experimenteren en te proberen. En ze weten dat er nog ergens een vangnet is, waarin ze altijd welkom zijn. Vaak merk je dat na verloop van tijd de oude groep stopt en de organisatie verder gaat in haar nieuwe vorm met al even vaak een lange houdbaarheidsdatum.

“Waar dit proces het moeilijkst verloopt”, zegt van Wouwe “is volgens mij in onze parochies. Een valkuil hier is het zich blijven fixeren op voortdurende schaalvergroting, waardoor men binnen het bestaande oude bestuursmodel met legoblokken blijft spelen en er praktisch geen ruimte is om te innoveren en te experimenteren, ook al is het ene Vlaamse bisdom al wat creatiever dan het andere”.

Gemeenschappelijke spiritualiteit

Maar als we ons werk toekomstgericht willen uitbouwen door verschillende organisatievormen of groepen naast elkaar toe te laten, is er aandacht nodig voor de verbindende factor. Alle vrijwilligers, zowel de nieuwe als de oude, moeten doordrongen zijn van een gemeenschappelijke spiritualiteit. Probeer plaatselijk bij de diepste bron te komen. Je moet een een brandend hart hebben dat mobiliseert en magnetiseert. Welke waarden wil je ten diepste beleven? Waarden die worden benoemd maar ook door het hart worden omarmd. Ze moeten gepromoot, levendig gehouden, uitgezongen, vormgegeven worden in vieringen en symbolen. Ze moeten indalen bij al wie ze ter harte gaan. Ze zijn als dat wolkje melk in de koffie. Spiritualiteit prikkelt, inspireert langs uitgewerkte impulsen. Dit gaat om veel meer dan de klassieke pastoraal die oppervlakkig wat vernis aanbrengt in sterke tijden.

zaterdag 11 juni 2016

Vernissage van het Kunstparcours Menin-Road-Ypernstrasse


Zaterdagnamiddag 4 juni was er in aanwezigheid van Geert Bourgeois, minister-president van de Vlaamse Regering, veel groot en schoon volk uit de politieke en de fine fleur van de culturele wereld te zien in de kerk van Geluveld voor de officiële opening van het Kunstparcours ‘Landscape, Form & Psyche’ binnen het Project ‘Menin Road – Ypernstrasse’. Tussen de toespraken door en de toelichting van het kunstparcours door coördinator Jan Yperman, waren er intermezzi door Robbert&Frank/ Frank&Robbert en auteur Peter Verhelst. Het geheel werd afgesloten met een rijkelijke receptie.

De Meenseweg die de verbinding maakt tussen Ieper en Menen via de dorpen Geluwe en Geluveld en omgeving speelden een strategische rol tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Voor dit uitzonderlijk artistiek project werden 40 nationale en internationale kunstenaars uitgenodigd om zich te verdiepen in de landschappelijke en architecturale overblijfselen van de Eerste Wereldoorlog, langs de weg Menen-Ieper. Grondidee van de tentoonstelling is ‘het het graven in de aarde’. Het gegeven van het oorlogslandschap wordt geaccentueerd of verhuld langs monumentale sculpturen, land art, schilderkunst en literatuur, maar ook door minimale en poëtische ingrepen. De kunstwerken worden gepresenteerd op en nabij de weg van Ieper naar Menen, in 18 verrassende binnenlocaties en in open lucht. De tentoonstelling werd samengesteld door curator en kunstenaar Johan Tahon.


Naast en in de omgeving van de weg Ieper-Menen liggen uiteraard tal van toeristische troeven en is er nog veel meer te zien en te beleven.. Bezoekers kunnen dus de combinatie maken tussen het artistieke en toeristische aanbod. Het volledige aanbod kan je vinden op de respectievelijke websites van de diensten voor toerisme.

Er is een gratis en fraai uitgegeven bezoekersgids te verkrijgen bij de twee instappunten in Ieper en Menen, alsook op de infopunten in Geluveld en Geluwe. In deze handige brochure van 36 bladzijden is alle praktische info terug te vinden over de locaties en de kunstenaars van het kunstparcours, alsook 16 historische locaties en toeristische tips langs de Meenseweg. Achteraan de brochure werd er een overzichtelijke uitklapbare kaart met aanduiding van alle kunstlocaties en bushaltes van LIJN 84 opgenomen. Een aanrader voor iedere bezoeker!


Naar aanleiding van deze kunsttentoonstelling, verschijnt er eind juni ook een kunstboek.
Naast teksten van o.a. coördinator Jan Yperman (Kunst op en nabij een iconische weg), curator Johan Tahon (Landscape, Form & Psyche: een verhaal van uitgraven, opbouwen en bij elkaar leggen) en conservator IFFM Jan Dewilde (Eva Kot'atkova. Artist in Residence 2016 In Flanders Fields Museum), auteur Peter Verhelst (Ik zie), bevat het boek biografieën van een 20-tal kunstenaars en paginagrote foto's van de kunstwerken op hun locatie. Het Kunstboek kost 16 euro en zal te verkrijgen zijn in de instap- en onthaalpunten.


Gedurende de ganse duur van de tentoonstelling die loopt van zaterdag 4 juni tot zondag 25 september, elke woensdag tot zondag van 10.00 tot 18.00 u. zal het onthaalpunt in Geluveld in het Schoolhuis aan de Oude Zandvoordestraat bemand worden door vrijwilligers. Omdat omgang met hedendaagse kunst verre van evident is, kwamen ze op dinsdagavond 7 juni samen om o.l.v. Kristof Pector tussen de regendruppels door een eerste verkenning te maken van het plaatselijke parcours.

Leerhuis Bijbelse Vrouwen

In Leerhuis 8 staan een aantal vrouwen uit de Bijbel centraal. Zowel uit Oud als Nieuw Testament. Bekend en minder bekend. Moedige vrouwen met een groot geloof. Sterke vrouwen die voor ons een voorbeeld zijn. In dit Leerhuis willen we die vrouwen beter leren kennen en ook ontdekken hoe zij vandaag ons geloofsleven kunnen inspireren. In de zeven groepsbijeenkomsten komen volgende figuren aan bod: Maria van Magdala, Tamar, Maria, Ruth, Eva, de vrouwen rond Mozes, Martha en Maria.

Ook in het nieuwe werkjaar ben je hier in de federatie weer welkom in het Leerhuis als je je Bijbelse kennis wil verdiepen of als je wil kennismaken met enkele teksten uit Oud en Nieuw Testament. We gaan samen zeven beurten op weg. Er is ook een start- en een slotbijeenkomst voorzien met alle deelnemers van het Leerhuis in het bisdom.

Verloop:
Elke bijeenkomst in de groep verloopt volgens eenzelfde stramien. Eerst maken we tijd om met veel aandacht enkele Bijbelteksten te lezen. We willen rustig op het spoor komen van wat geschreven staat. Na een eerste uitwisseling is er tijd voor uitleg en duiding. De groepsbegeleider brengt de nodige achtergrondinformatie en schetst de context zodat we de Bijbelteksten zo goed mogelijk begrijpen. Daarna is er tijd voor gesprek en uitwisseling. Via diverse methodieken willen we dieper in de teksten doordringen. Er wordt nagegaan hoe ze ons inspireren om vandaag als christen te leven. Elke beurt wordt afgerond met een moment van samen bidden. Alle deelnemers krijgen een werkmap met teksten, uitleg en achtergrondinfo, vragen en suggesties voor de uitwisseling en gebedsteksten.

Doelpubliek:
Het Leerhuis staat open voor een breed publiek: voor wie zelden of nooit in de Bijbel lezen, voor jongeren en volwassenen die zich afvragen wat de Bijbelwoorden met hun leven te maken hebben, voor wie vertrouwd zijn met de Bijbel en op zoek zijn naar meer inzicht, voor wie inspiratie zoeken om te verkondigen…

“De studie van de Heilige Schrift dient voor alle gelovigen vlot toegankelijk te zijn”, schrijft paus Franciscus in Evangelii gaudium (175). Het Leerhuis voor geloof en pastoraal wil de kans bieden om zich te vormen in het beluisteren van Gods Woord. We willen ingaan op de vraag van de paus om ons hart te openen voor de zo kostbare schat van het geopenbaarde Woord.

Bijeenkomsten voor alle groepen samen:
In het Diocesaan Centrum Groenhove, Bosdreef 5, 8820 Torhout.
– Start bijeenkomst dinsdag 20 september om 19.30 u.
– Slotbijeenkomst dinsdag 16 mei 2017 om 19.30 u.

Bijeenkomsten Groep federatie Sint-Augustinus Zonnebeke:
Plaats van bijeenkomst: Pastorie, Ieperstraat 4, Zonnebeke
Data bijeenkomsten:
– Beurt 1: maandag 3 oktober om 19.30 u.
– Beurt 2: maandag 7 november om 19.30 u.
– Beurt 3: maandag 5 december om 19.30 u.
– Beurt 4: maandag 23 januari 2017 om 19.30 u.
– Beurt 5: maandag 20 februari 2017 om 19.30 u.
– Beurt 6: maandag 20 maart 2017 om 19.30 u.
– Beurt 7: maandag 24 april 2017 om 19.30 u.

Begeleider:
Diaken Lode Caes

Inschrijven:
Stuur volgende gegevens naar lode.caes@telenet.be:
Naam en voornaam, Straat en nummer, Postcode en gemeente, 
Telefoonnummer/gsm en Email
Je bent pas ingeschreven na betaling:
Prijs 25 euro op rekening BE22 4675 0811 1147 CCV, p/a Geldenaaksebaan 277, 3001 Heverlee
Mededeling: Leerhuis 8 Federatie Zonnebeke en je voor- en familienaam

woensdag 1 juni 2016

Brug van Barmhartigheid



Tijdens een viering in de basiliek van de Sint-Augustinus te Rome, op z’n naamfeest op 28 augustus 2013, vroeg paus Franciscus om naar het voorbeeld van de heilige steeds rusteloos te blijven in het voortdurend op zoek gaan naar het welzijn van de ander en het goede in hem:“Augustinus vervolgde zijn zoektocht naar de waarheid, naar de zin van het leven. Hij bleef Gods gelaat zoeken ... Hij ‘kende de geur van zijn schapen’, en ging op zoek naar degenen die waren afgedwaald ... De schat van Augustinus is precies deze grondhouding: altijd op weg gaan naar God, altijd buiten zichzelf treden naar de kudde ... De rusteloosheid van de liefde is een aanmoediging om op weg te gaan naar de ander...”

Op 18-jarige leeftijd kwam Gabriël Quicke, voor het eerst in aanraking met Augustinus (354-430) via een artikel. Sindsdien liet de kerkvader hem nooit meer los. Hij werd een vriend. “Hij spreekt tot mijn hart, hij inspireert mijn gedachten, hij wakkert mijn verlangen aan om de Heer te volgen, hij houdt mij overeind in het volbrengen van mijn taak ...” Hij is priester van het bisdom Brugge en sinds 2009 stafmedewerker van de Pauselijke Raad ter bevordering van de Eenheid van de Christenen. Hij is er verantwoordelijk voor de dialoog met de Oosters-Orthodoxe Kerken.

Nu nog schrijven over Augustinus is verre van verloren tijd. Op een indringende wijze en sterk gekleurd vanuit zijn eigen ervaring leert Augustinus ons God kennen als Degene die ons mensen het eerst heeft liefgehad. Barmhartigheid vormt voor hem het sleutelbegrip, om deze beweging van God uit, te kunnen verstaan. De Kerk ziet hij in het verlengde als brug van barmhartigheid. Een uitspraak die we even goed in de mond kunnen leggen van paus Franciscus die het Jubeljaar van de Barmhartigheid afkondigde. In een pas gepubliceerd boek brengt priester Gabriël Quicke de grote kerkleraar Augustinus en paus Franciscus dan ook met elkaar in dialoog. ‘Brug van Barmhartigheid’ werd onlangs op donderdag 26 mei onder ruime belangstelling voorgesteld in Centrum Groenhove, Torhout. 


Enkele grondgedachten.


Waar kan ik God vinden?
Mensen stellen zich wel eens die vraag. Augustinus en paus Franciscus antwoorden hierop: ga binnen in je hart! Daar zal je God ontdekken als een onuitputtelijke bron van barmhartigheid. God komt binnenstappen in ons hart, in de broosheid van ons leven. Hij doorbreekt onze doofheid en verjaagt onze blindheid. Hij ontdooit onze koele onverschilligheid en wakkert er het vuur van onze barmhartige liefde aan . Hij maakt ons gevoelig voor het lot en de ellende van de ander. Zolang we gevangen zitten in ons eigen ik, leven we in het land van de vervreemding.

Augustinus en paus Franciscus hebben het nadrukkelijk over de kilte van het hart, de gevoelloosheid en de vervreemding. Herhaalde malen verwees paus Franciscus naar het medeplichtig stilzwijgen, ‘il silenzio complice’. Waar bleef de internationale gemeenschap toen christenen en andere minderheden werden vervolgd? Waarom keek men de andere kant op terwijl vluchtelingen verdronken in de Middellandse Zee en niemand nog om hen gaf?

Kijk naar de arme die voor uw deur ligt. Daar is Christus! Ontvang de vreemdeling als gast. Dan zal je de Heer herkennen, aan tafel! Christus is bovendien de goddelijke geneesheer die de kwetsuren van ons hart geneest. Hij is de nederige dienaar die de voeten van de leerlingen wast.

Augustinus beschrijft verder het gebed als een oefening in verlangen naar God die ons oneindig liefheeft. “Het verlangen is de moederschoot van het hart”. Als wij ons oefenen in verlangen, dan wordt ons hart groter en ontvankelijker. We worden gevoelig voor elkaar, we ontwikkelen een zin voor gerechtigheid en waarheid. Op die manier oefenen we ons in de liefde die nooit vergaat. God is de bron van barmhartigheid, een bron die onuitputtelijk is en nooit opdroogt. We kunnen altijd bij Hem terecht. Zijn liefde is onbegrensd, Hij wordt nooit moe om ons te vergeven. De wereld heeft nood aan die barmhartigheid die alleen God ons kan schenken. “Draag de bron van de liefde in uw hart, want uit de liefde kan niets anders dan goed voortkomen”

Lege kerken en volle voetbalstadia
Dat fenomeen is niet nieuw. Ook Augustinus deed er al zijn beklag over dat mensen liever naar het theater of het stadion gaan dan naar de kerk. We komen uit een cultuur die doordesemd was en nog doordrongen blijft van het christendom. Maar wat gebeurt er als de bron opdroogt? Waar halen we de energie vandaan om de maatschappelijke uitdagingen verder het hoofd te kunnen bieden? Hoe kunnen we kracht en voeding geven aan ons leven, aan de duurzaamheid van een relatie, aan de trouw van een ja-woord? Waar vinden we inspiratie voor wat ons ter harte gaat?

De uitbouw van het onderwijs, de gezondheidszorg en caritas zijn voor een groot deel de vruchten van een cultuur die schatplichtig was aan het christendom. Alleen zijn we er ons niet meer van bewust. Misschien moeten we opnieuw op zoek naar de bron van dat alles, een traditie van gebed en levenwekkende liturgie, het herontdekken van het zondagsritueel, een cultuur van evangelische naastenliefde en barmhartigheid die ook de taal spreekt van vergeving en verzoening?

Tijdens de inauguratie van de kathedraal te Créteil, sprak Bernard Cazeneuve, de Franse minister van binnenlandse zaken over de spirituele nabijheid van de republiek en de Kerk, van de waarden van het verlichtingsdenken, vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid en de evangelische boodschap. Bovendien voegde hij eraan toe dat de nieuwe kathedraal aantoont dat de samenleving in staat is om nog andere tempels te bouwen dan deze die bestemd zijn voor consumptie of vermaak.



De Kerk als moeder
Dat de Kerk een brug is van barmhartigheid van tijd naar eeuwigheid, herinnert ons eraan dat de Kerk niet in de eerste plaats een instituut is met wetten en regels, maar een gemeenschap die gebouwd is op de liefde van Vader, Zoon en heilige Geest. De Kerk is een icoon van de Drie-eenheid. Dat spreken we ook uit in ons credo. De Kerk is niet in de eerste plaats een structuur of een organisatie met een stel morele voorschriften, evenmin een bedrijf onder de leiding van een manager. De Kerk is de gehele Christus, hoofd en ledematen, een gemeenschap in liefde verbonden met de verrezen Heer. Zonder die liefde kunnen we de Kerk niet verstaan. Barmhartigheid functioneert niet volgens de principes van een boekhouding. De logica van de barmhartigheid is die van de liefde die zichzelf vergeet.

Regelmatig horen we pijnlijke verhalen van mensen die zich gekwetst voelen of uitgesloten. De Kerk krijgt dan het verwijt dat ze wel spreekt over barmhartigheid, maar dat ze in de praktijk een ander gelaat laat zien, dat van het recht, vaak te strikt, hard en meedogenloos.

Augustinus en paus Franciscus helpen ons daarmee om te gaan. De waarde van barmhartigheid wijst ons een weg van diep meevoelen en liefdevolle sympathie voor de arme, de zieke, de vreemdeling en al wie zich gediscrimineerd voelt. De Kerk is een zorgzame moeder die niet op de eerste plaats oordeelt, maar luistert, uitnodigt en liefheeft en nieuwe kansen geeft. Wat doet een moeder als iemand van haar kinderen gevallen is en gekwetst? Eerst de wonden verzorgen. Dat is de taak van de Kerk: met heel veel liefde en geduld naar mensen toegaan en in nederigheid neerbuigen, de wonden liefdevol aanraken en genezen met de zalf van Gods barmhartigheid.

Augustinus en paus Franciscus helpen ons wegen te vinden naar een hartelijke Kerk waar het haardvuur brandt, een hartelijke Kerk die ook aandacht heeft voor de kleine, hartelijke attenties voor parochianen, voor dopelingen, eerste communicanten, vormelingen, huwenden, medewerkers op de parochie, rouwenden, zieken, bejaarden. Een hartelijke Kerk, waar we gevoed worden met het woord van het evangelie en een homilie, die ons uitdaagt en niet in slaap wiegt, ons doen en laten relativeert of goedpraat of naar een ander doet wijzen. Maar integendeel ons doet verlangen naar méér, geen Siberisch koude liturgie, maar een viering die het verlangen naar het hemelse versterkt, en ons hart vervult met een barmhartige liefde voor armen en noodlijdenden. Geen onverschilligheid dus, maar barmhartigheid. We zijn immers allen op weg naar een hemels gastmaal waar we de gastheer zullen ontmoeten die zo boeiend is dat de tijd stil gaat staan en eeuwig wordt.

Een brug van tijd naar eeuwigheid
Dat de Kerk een brug van barmhartigheid is, van tijd naar eeuwigheid, is inderdaad zeer verregaand en reikt tot in het oneindige. We kunnen daar met ons verstand niet bij. Wij weten ons begrensd, maar we zijn verbonden met Christus die de brug overeind houdt van de aarde naar de hemel, van de mens naar God. Het betekent dat er een weg is over de dood heen, en dat het kwaad niet het laatste woord heeft.

Ook al is ons aandeel in liefde en barmhartigheid beperkt, toch ontvangen we in het uitspreken van het Onzevader de kracht om bruggen te bouwen, familieruzies bij te leggen, gebroken relaties te herstellen, om geweld niet te beantwoorden met tegengeweld, om liefde te ontwikkelen voor de vijand, wel te doen aan degenen die ons haten, en te bidden voor diegenen die ons vervolgen. Barmhartigheid is bovendien onlosmakelijk verbonden met gerechtigheid. Uiteindelijk staat God op de uitkijk met zijn vergeving, maar wij moeten ook bereid zijn om over de brug te komen, ons te bekeren en te leven naar het hart van het evangelie.

Brug van Barmhartigheid (ISBN 978-90-8528-376-8) van Gabriël Quicke,
uitgegeven bij Halewijn telt 108 bladzijden en kost 17,95 euro.