Het
potentieel aan vrijwilligers in de samenleving is groot. Maar de
huidige vrijwilligersmarkt is genadeloos. Vrijwilligers moet je
daarom ten diepste ernstig nemen en koesteren, zo betoogt theoloog en
vrijwilligersmanager Walter Van Wouwe, op
de jaarlijkse impulsavond op woensdag 8 juni in Diocesaan Centrum
Groenhove, Torhout, tegenover de verantwoordelijken
uit de pastorale eenheden, federaties en parochies van ons bisdom.
Organisaties
en dus ook parochies moeten zich daarom aanpassen aan de
verwachtingen van een nieuwe generatie (gelovige) vrijwilligers die
zich beduidend anders manifesteert dan vroeger.
Belangrijk
is dat ze helder en scherp communiceren vanuit welke Bron of
spiritualiteit ze werken. Wie amateuristisch en achteloos verder
dobbert, alles bij het oude laat, enkel en alleen de vertrouwde paden
blijft bewandelen, bevindt zich op een doodlopende weg en komt
vanzelf in een uitdoof-scenario terecht. Het komt er op aan dat
parochies – binnen en buiten hun kring – inzetten op de daar
voorhanden inspiratie en competenties. Op die manier kunnen ze zich
als het ware heruitvinden, klaar voor de toekomst. Hoe dat concreet
in z’n werk kan gaan, vind je hier via deze deze link: Hoe het aantal pastorale medewerkers verdubbelen in vijf jaar?
Inzet
om van te leven
Waarom
zouden vrijwilligers hun kostbare tijd inzetten voor de Kerk? Als je
deze vraag gevat kan beantwoorden, raak je het hart van je
vrijwilligers. En als het hart geraakt wordt, ga je bewegen, niet voor
even maar voor lang. Dat klinkt al bij al heel Augustijns. Zo kon
Walter Van Wouwe die toendertijd voor de Damiaanactie actief was, bij
het overwegen van het leven van Damiaan, enkele bronnen blootleggen
die ook voor onze vrijwilligers vandaag een zeer inspirerende kracht
konden hebben. I.p.v.
voortdurend het verhaaltje te herkauwen van Damiaan de Veuster die
zijn leven gaf voor de melaatsen kwam hij uit op vijf
waarden.
Eentje
was ‘iedereen
telt, dat telt’.
Damiaan had een heilig respect voor elke mens die zijn pad kruiste.
Of: 1
plus 1 is 3’.
Tegen alle verhaaltjes in was Damiaan een echte teamspeler. Hij zocht
voortdurend naar kansen om mensen te betrekken in zijn passie zijn
melaatsen te verzorgen. De drie andere waarden waren: ‘van
hindernissen springplanken maken’,
‘bruggen
bouwen’,
en ‘verzorg
je inspiratiebron’.
Waarden zijn onbereikbaar als sterren. Je kan ze nooit helemaal
beleven maar ze helpen je wel om in het donker van het leven de weg
niet te verliezen. “Deze
waarden waren niet kosmetisch maar behoorden tot het DNA van ons
vrijwilligerswerk”,
vertelt hij.
Door
zo te handelen betekende hun engagement voor vele vrijwilligers een
echte meerwaarde bovenop hun familiaal leven en werkervaring. Deze
aanpak is zonder meer toepasbaar binnen elk engagement in de
parochie. Maar toch is er nog meer aan de hand …
Kennismaatschappij
De
context waarin vrijwilligerswerk moet worden uitgerold, is in volle
transitie. We evolueerden van een behoorlijk, stabiele samenleving
naar een kennismaatschappij, een soort hyper-netwerk waarin elke twee
weken alle beschikbare informatie verdubbelt. Waar we vroeger op
veilige binnenwateren voeren, bewegen we ons vandaag op volle zee.
Naarmate de digitalisering met al zijn gevolgen om zich heen greep,
riep dit zelfs bij sommige de diepzinnige vraag op of er in die
nieuwe omstandigheden nog wel plaats was voor het christelijk
middenveld.
“Mijn
visie hierop,”
zegt Van Wouwe “is
dat er meer dan ooit plaats is voor het christelijk middenveld,
inclusief parochies en nieuwe bewegingen. Op voorwaarde dat we
onszelf opnieuw heruitvinden op organisatorisch vlak maar ook op
inhoudelijk vlak. Onze samenleving heeft nood aan flexibele, goed
uitgebouwde vrijwilligersbewegingen die waarden-gestuurd zijn en
maatschappelijke meerwaarde realiseren.”
Zo bevat het evangelie een onwaarschijnlijk arsenaal aan tips en
voorbeelden om een samenleving echt geluk te laten proeven.
Duizendpoten
en werkbijen
Het
oude vrijwilligerswerk was zeer sterk hiërarchisch georganiseerd met
een democratisch sausje erover. De trekker van vroeger had iets van
een duizendpoot. Hij of zij was de voorzitter, bezorgde de
uitnodigingen, verdeelde de taken, schonk de koffie uit en sprong bij
waar nodig. Zijn engagement kwam van heel diep en was onbaatzuchtig.
Zij wilde niets terugkrijgen. Hij deed het gratis. Vaak kon de
trekker rekenen op een kleine groep getrouwen.
De
nieuwe generatie vrijwilligers is heel anders ingesteld. Ze heeft een
veel hogere scholingsgraad. Het zijn werkbijen die vaak uitblinken in
deeltaken, maar geen zin hebben om het geheel te behartigen. Ze
werken niet meer mee vanuit een ideaal maar vaak vanuit een
weloverwogen keuze. Hun engagement voegt iets toe aan de samenleving.
Ze willen door mee te werken echt stenen verleggen in de rivier. Tot
slot is de huidige generatie zeer pragmatisch. ‘Voor wat hoort
wat’. Als er tegemoetkomingen zijn voor de gemaakte kosten die
horen bij het vrijwilligerswerk dan wordt dat zeker gewaardeerd. Ze
verwachten dat de inhoud van de activiteiten of het aangegane
engagement een soort meerwaarde voor henzelf heeft.
Je
merkt natuurlijk het spanningsveld tussen de verschillende generaties
vrijwilligers. We leggen vaak de breuklijn op 55 jaar. Plus 55 krijg
je nog duizendpoten. Het uitstervend ras waarop heel wat parochies en
andere klassieke vrijwilligersorganisaties nu nog draaien. En je
merkt de wanhoop in de ogen bij vele pastores als overmorgen deze
generatie helemaal verdampt. Min 55 heb je de werkbijen die willen
meewerken met een heel andere focus. Veel doordachter, gedoseerder en
met een kleiner lange-termijn-engagement.
Twee
sporen
Wie
verder wil, zal dit verschil in type vrijwilligers ernstig moeten
nemen en zijn organisatie daarop aanpassen. Ze zal haar missie scherp
moeten zetten en helder omschrijven wat ze wil doen. Van hieruit
komen er een aantal taken in het vizier dat een vrijwilligersteam kan
opnemen. De kunst bestaat er in op zoek te gaan naar mensen met tijd
en talent, die zich gericht voor goed omschreven zinvolle taken
willen inzetten. Men zorgt daarbij ook voor een sterk teamgevoel en
werkt een flexibele structuur uit. Je ruilt het oude binnenschipmodel
in voor een wendbare zeilboot.
De
ervaring leert dat een groot deel van onze duizendpoten het heel
lastig vindt om hun oerdegelijk, vaststaand handelen in te ruilen
voor een flexibel team. En het ergste wat dan kan gebeuren is dat we
in de valkuil trappen van het veroordelen. De oude generatie dat
waren de helden! De jonge generatie is enkel met zichzelf bezig! Goed
of slecht is hier niet aan de orde wel het feit dat de jonge
generatie op een ‘andere’ manier de missie en doelen realiseert
dan de oude generatie.
Vaak
is daarom de beste oplossing nu om twee sporen te volgen. Respect
voor de oude benadering maar tegelijk openheid om te experimenteren
met nieuwe vormen. Je bouwt aan een nieuwe groep met een open geest.
Leeftijd is hier heel secundair. Deze twee groepen kunnen zich best
naast elkaar ontwikkelen met wederzijds respect.
Dit
model heeft vele voordelen. De trouwe generatie voelt zich niet
bedreigd en zal na verloop van tijd zelfs trots worden dat het oude
verhaal op een nieuwe manier wordt verder verteld. De nieuwe
generatie krijgt volop ruimte om te experimenteren en te proberen. En
ze weten dat er nog ergens een vangnet is, waarin ze altijd welkom
zijn. Vaak merk je dat na verloop van tijd de oude groep stopt en de
organisatie verder gaat in haar nieuwe vorm met al even vaak een
lange houdbaarheidsdatum.
“Waar
dit proces het moeilijkst verloopt”,
zegt van Wouwe “is
volgens mij in onze parochies. Een valkuil hier is het zich blijven
fixeren op voortdurende schaalvergroting, waardoor men binnen het
bestaande oude bestuursmodel met legoblokken blijft spelen en er
praktisch geen ruimte is om te innoveren en te experimenteren, ook al
is het ene Vlaamse bisdom al wat creatiever dan het andere”.
Gemeenschappelijke
spiritualiteit
Maar
als we ons werk toekomstgericht willen uitbouwen door verschillende
organisatievormen of groepen naast elkaar toe te laten, is er
aandacht nodig voor de verbindende factor. Alle vrijwilligers, zowel
de nieuwe als de oude, moeten doordrongen zijn van een
gemeenschappelijke spiritualiteit. Probeer plaatselijk bij de diepste
bron te komen. Je moet een een brandend hart hebben dat mobiliseert
en magnetiseert. Welke waarden wil je ten diepste beleven? Waarden
die worden benoemd maar ook door het hart worden omarmd. Ze moeten
gepromoot, levendig gehouden, uitgezongen, vormgegeven worden in
vieringen en symbolen. Ze moeten indalen bij al wie ze ter harte
gaan. Ze zijn als dat wolkje melk in de koffie. Spiritualiteit
prikkelt, inspireert langs uitgewerkte impulsen. Dit gaat om veel
meer dan de klassieke pastoraal die oppervlakkig wat vernis aanbrengt
in sterke tijden.







