Pagina's

donderdag 24 januari 2013

Startavond vasten

We worden echt niet beter 

van meer consumptie


De veertigdagentijd nadert met rasse schreden. Woensdag 13 februari is meteen al Aswoensdag. Tijd om ons schrap te zetten, alle zeilen bij te zetten en het roer te rechten en te richten naar Pasen. Dat valt op 31 maart en dat is best vroeg. Gelukkig zijn er nog schippers naast God die het hoofd koel houden na de roes van feesten en de verdwazing van carnaval. Zo'n mensen kan je ontmoeten op de diocesane startavond in Centrum Groenhove in Torhout. Oude bekenden als André Devos van Broederlijk Delen die ons dit jaar 'Molly' uit Oeganda leert kennen of Carlos Desoete met het koor Sollied met z'n uitnodigende, enthousiasmerende liederen. Ondanks het gure winterweer was de opkomst weer bemoedigend maar over die koppen van toch veelal grijze, geverfde en kalende haren voer dit jaar een ongewoon geluid. Dat van Sophie Vanonckelen, een geïnspireerde twintiger die niet om een ongezouten uitspraak verlegen zit als het om ecologie, economie, geloof en kerk gaat.

Sophie Vanonckelen is campagnemedewerkster voor Ecokerk en de zorg voor de schepping bij het Netwerk Rechtvaardigheid & Vrede (NRV). Ecologie houdt voor haar wezenlijk verband met spiritualiteit, want de verbondenheid met de natuur is sowieso iets spiritueels. Alle religies zijn in essentie ecologisch, maar ze drongen dat naar de achtergrond. Neem de Bijbel, die heeft ons zoveel te zeggen over de zorg voor de schepping en de verwevenheid met de natuur. Gelukkig herontdekken christenen dat. Als ze namens het NRV gaat spreken, merkt ze bij gelovigen en kerkleiders een grote openheid voor dat thema. Het gaat de goede kant op, al is dat het milieu niet prioritair is. De kerk- en geloofscrisis dringt helaas nu andere prioriteiten op.

Leven als christen in deze vasten vertalen we naar een sobere, vreugdevolle en een solidaire levenshouding. Sophie Vanonckelen breekt in hoofdreferaat van deze avond een lans voor 'consu-minderen' of 'consum-anderen', een tegenbeweging voor het hedendaagse 'consu-meren' en ze linkt dat meteen aan de voortschrijdende klimaatverandering. Dat is niet alleen het probleem van de toekomstige generaties die er nu aan zitten te komen, die van onze kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Welke planeet laten we immers voor hen achter? Hoe zullen zij onze later onze levenstijl beoordelen? Misschien denk je 'het zal mijn tijd wel duren' maar het probleem stelt zich 'nu' en is niet zomaar op te lossen door alleen maar de wetenschap en z'n techneuten. Het is duidelijk een geval van mensen die de weg kwijt zijn en in die zin zeker ook een spiritueel probleem. Als gelovige kunnen we daar zeker ook een mening over hebben al was het maar uit solidariteit met onze medemens, vooral met onze verre, naaste medemens die lijdt onder de oprukkende woestijnvorming of een aanzwellende watervloed waardoor eiland na eiland onder de zeespiegel verdwijnt. Waar moeten al die mensen naartoe? Een ogenschijnlijk ver probleem dat steeds dichterbij komt en z'n oorsprong vindt in onze ongebreidelde consumptiedrang die we dan nog eens exporteren naar alle hoeken van deze wereld.


Ooit gehoord van de 'internationale buy nothing day' de koop-niets-dag of de niet-winkeldag. Je kunt je afvragen of het net als de internationale anti-tabakdag eerder, wel zoden aan de dijk brengt. Ja we zijn gaan inzien dat tabak slecht is voor de gezondheid. Maar winkelen, is dat niet rustgevend, ontspannend en goed voor de economie? Op de beruchte 'nine-eleven' sprak president Bush niet alleen oorlogstaal maar hij suste ook de bevolking met de raad maar eens rustig te gaan winkelen. Misschien met de perfide gedachte in het achterhoofd dat met de taksen en accijnzen de oorlogskas gespijsd werd. Maar zo wordt niet alleen een oorlog gevoerd tegen terrorisme maar ook een aanslag gepleegd op de natuur, de toekomstige generaties, op de mens zelf. We beseffen nog niet half hoe groot de impact is van ons lullig consumptiepatroon en de bijbehorende productieprocessen met zijn schrijnende werkomstandigheden in de lage-loonlanden op mens en milieu. Zijn we niet aan het moraliseren? Wat is er al over ons heen gekomen de laatste jaren. Niet roken, niet vettig eten, … en nu ook niet shoppen?

We kennen allemaal de oude volkswijsheid 'Goede koop is dure koop'. Dat blijft onverminderd gelden want de echte prijs van onze goedkope (wegwerp)spullen worden betaald door de arbeider, het milieu en de factuur wordt zo doorgeschoven naar de toekomstige generaties. De natuur kan onze massale consumptie niet aan. Er is ook zoiets als de 'world overshoot day'. Dat is de dag waarop we als mens meer van onze aarde vragen dan dat de aarde ons kan bieden. En dit op het gebied van onder andere grondstoffen. Ieder jaar wordt deze dag berekend en sinds ongeveer de jaren tachtig gebruiken we jaarlijks meer grondstoffen dan dat onze aarde voortbrengt. Net als de schuldencrisis die iedereen wel kent, hebben we dus ook ieder jaar een schuld aan onze planeet. In 2012 viel die dag op 22 augustus, in 2011 nog op 27 september. Ongebreideld bossen kappen om de veestapel te vergroten, het scheppen van een heus plastieken afvalcontinent in de Stille Oceaan, CO2-uitstoot van ons enorme wagenwark en allerlei industriële processen hebben ons klimaat ontwricht. Dat er iets fout gaat, ontgaat niemand meer, maar ondertussen wordt er kostbare tijd verloren door steriele discussies over de eigenlijke oorzaak omwille van de gigantische economische belangen die op de helling staan.

Wist je dat er nu al jaarlijks driehonderdduizend mensen sterven rechtstreeks als gevolg van de opwarming van de aarde? Dat een veelvoud van hen ervoor op de loop is en ontheemd. Overstromingen zijn lang geen ver-van-mij-bed-show meer voor Westerlingen. Denken we aan de enorme verwoestingen die de orkanen Katrina en Sandy in de Verenigde Staten teweeg brachten. En dat is maar een aperitief van een straks totaal losgeslagen klimaat. Ook onze Lage Landen lopen gevaar. Wist je verder dat voor het produceren van één kilo rundsvlees maar liefst 4000 liter water nodig is en dat je voor het graan nodig voor de productie van één kilo rundsvlees maar liefst zeven mensen kunt voeden? 16000 diersoorten zijn bedreigd, 40 procent van alle dieren op aarde. En wat zullen de catastrofale gevolgen zijn voor de landbouw als er straks geen geen bijen meer zijn op aarde?


Het is in die zin hoog tijd voor bekering of we roepen als vanzelf rampen over ons heen. Dat klinkt zwaar en gewichtig. Maar we hoeven niet meteen eco-heiligen te worden. Het hoeft niet in één keer. Het kan stapsgewijs. Zelfs Franciscus van Assisi, de gedoodverfde patroon van de ecologen, kwam geleidelijk tot inkeer. Kerkvader Basilius de Grote hield in de vierde eeuw de mensen al voor dat de jas die in je kleerkast hangt eigenlijk een ander toebehoort, evenals de schoenen. Maar ja Basilius had makkelijk praten want die kon met een paar sandalen een hele tijd verder en kende ons probleem niet dat wij een paar schoenen nodig hebben om te werken, te sporten, te wandelen, te feesten …

Eigenlijk moeten we – willen we onze consumptie inperken – ons de vraag stellen welk effect ons koopgedrag of liever -verslaving heeft op mezelf, m'n naaste en verre medemens, het milieu en de toekomstige generaties. Doen we dat niet dan zijn we gedwongen onze kop in het zand te steken en verder te leven als domme mensen. Hoe staan we tegenover goedkope vliegvakanties, kleding, wagens, allerlei electronische gadgets? Ja een ecologische bekering ten gunste van onze medemens is best lastig. Maar beseffen we goed dat onze vrijheid niet onze koopkracht is en dat vasten loslaten is wat overbodig is maar vasthouden is wat echt waardevol is. Straffe taal van een straffe madam.

dinsdag 22 januari 2013

Decanale nieuwjaarsbijeenkomst

Jürgen Mettepenningen 
over kerk-zijn vandaag



De jaarlijkse decanale bijeenkomst in de nieuwjaarsmaand is uitgegroeid tot een dankfeest voor alle vrijgestelde en vrijwillige medewerkers van het decanaat Ieper: priesters, diakens, pastorale werkers, leden van de parochiale teams en federale stuurgroepen. Ondanks de gure weersomstandigheden vonden op woensdagavond 16 januari 92 van de 110 genodigden de weg naar het stemmige kerkje van Sint-Juliaan en het OC De Hazebrug voor een boeiende voordracht van Jürgen Mettepenningen en aansluitend een receptie en warm buffet. Nieuw aan de formule – en zeker voor herhaling vatbaar – was het verlate uur en de lezing.

Jürgen Mettepenningen (1975), theoloog en kerkhistoricus is bij het grote publiek bekend als voormalig woordvoerder van Aartsbisschop Léonard, o.a. als vertolker van het standpunt van de Belgische Kerk in het schandaal rond seksueel misbruik van minderjarigen. Van hem is de gedurfde uitspraak: “Hij (Mgr. Léonard) heeft zich soms gedragen als een spookrijder, die denkt dat alle anderen fout zijn. Ik ben drie maanden zijn GPS geweest, maar het is de chauffeur die het stuur in handen heeft en de koers bepaalt.” Momenteel is hij aan de slag bij Ceder, de studiedienst van CD&V. Daar buigt hij zich over thema's als ideologie, zingeving, pluralisme, onderwijs en ethische vraagstukken. Onlangs hield hij nog een opgemerkt pleidooi voor een nieuw concilie om de crisis binnen de kerk te bezweren.

Kerk is volgens Jürgen Mettepenningen geen statisch maar een dynamisch gegeven dat leeft, beweegt, nadenkt, luistert, overlegt, zorgt, bidt en viert. Kritiek op de kerk ziet hij dan ook als een kans om als kerk te groeien en dichter bij haar zending te komen. Een zending die het spreken en handelen van Jezus Christus tot leven wil laten komen in al wat een gelovige doet en laat. Dat kan met het nodige respect voor de traditie, al voert hij vooral een pleidooi voor een 'levende' traditie, een kerk, ingebed in de samenleving van vandaag en aangepast aan de 'gelovige' mens van vandaag en morgen.

In de kerk staat op veel vlakken het alarmpeil op rood. Een steeds grotere groep mensen ligt niet meer wakker van de kerk. Of ziet de zin er niet van in om de kerk (beter) te leren kennen. Daar zijn de vele schandalen en het machtsdenken aan de Romeinse top niet vreemd aan.
De kerk evolueert steeds meer van een 'eertijds alom gerespecteerd rooms-katholiek instituut' naar 'een huidige bescheiden geloofsgemeenschap'. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw begon de erosie. De mensen vonden hun geluk van langsom minder samengaan met het reilen en zeilen van de kerk. Ze werd zo gaandeweg voor velen overbodig en irrelevant. Het op vele vlakken vernieuwende Tweede Vaticaanse Concilie bracht uiteindelijk geen soelaas. Hij betreurt het dat de kerk is los komen te staan van het leven. Maar meer nog dan een kerkcrisis, hebben we toch vooral te maken met een geloofscrisis. Kerk en geloof dienen immers hand in hand te gaan.



Echt cruciale vragen daarbij zijn: “Wat is de kerk? en “Hoe kan ze haar intrinsieke boodschap vertolken?”. Mettepenningen is ervan overtuigd dat heel veel mensen, ondanks de trend van individualisering, van politieke en levensbeschouwelijke versplintering en van zingeving-à-la-carte, hunkeren naar wat de kerk in haar diepste kern te bieden heeft. God heeft bij veel mensen nog niet afgedaan. Zijn drieletterwoord intrigreert, zelfs wanneer het in de praktijk synoniem geworden is van dat andere drieletterwoord bij uitstek: 'ego'. Er is een verlangen om zichzelf volledig te ontplooien, op zoek te gaan naar de ultieme zin van het leven. Maar deze zoektocht kan niet slagen zonder ons te verhouden tot anderen. Begrippen als zin en geluk staan op hetzelfde niveau als liefde: het zijn relationele termen. Het eigen 'ego' kan daarom nooit 'God' zijn. En het is vooral wanneer het leven op zijn mooist is of wanneer het leven het meest pijn doet dat men beseft dat men zelf een schamele mens is. Kwetsbaar en broos, met een grote hunker naar geborgenheid bij een ander. Die 'ander’ kan een mens zijn, maar ook God. En hoezeer die God en het geloof in Hem ongrijpbaar en onbegrijpbaar is, toch verlangen veel mensen om in een goede, rechtvaardige en barmhartige God te kunnen geloven.

Er wordt vandaag nogal onbeholpen omgegaan met begrippen als God, geloof, godsdienst en kerk. De kerk is zeker een 'kerk van mensen', maar op de eerste plaats een 'kerk van God', weliswaar een mens-afhankelijke God. Kerk mag men ook niet verengen tot haar leiders en tot de paus van Rome alleen, een beeldvorming waar de media flink toe bijdragen. Kerk is niet wat de hiërarchie of de publieke opinie er van maakt maar Jezus zelf. Christenen komen samen in de naam van Jezus, diens Vader en de Geest. Jezus is de onzichtbare hoeksteen van het christelijke geloof, de eerste en de belangrijkste drijfveer van hoe christenen handelen. In het verleden – en misschien vandaag nog – is de kerk te zeer met zichzelf bezig geweest en zo dreigt ze haar eigen wortels uit het oog te verliezen. Jezus is niet zozeer betrokken op zichzelf, dan wel op de anderen vanwege de anderen. En als hij het had over zichzelf, dan was het om te beklemtonen dat zijn gezag niet van hemzelf kwam maar van God. De herders van de kerk staan op gelijke hoogte met de kudde, volgens het principe van 'primus inter pares / de eerste onder gelijken'. De kerk mag niet uitsluiten maar ieder moet zijn plaats kunnen vinden binnen die gemeenschap. Een liefdesgemeenschap die het geloof in de Verrezen Heer en zijn dubbel liefdesgebod delen. Het geloof in de liefde van God tot Jezus, van Jezus tot God, van God tot de mens, van mens tot God en van mens tot mens als kern van het kerk-zijn.

Geloof roept als vanzelf tot kerk-zijn. Zonder haar zou het evangelie wellicht nooit tot op de dag van vandaag gekend en verkondigd zijn. Ze biedt ons ook noodzakelijke structuren aan. Kaders waarbinnen gemeenschap vormen, het evangelie verkondigen, eucharistie vieren en naastenliefde vorm kan krijgen. Daarbinnen pleit hij duidelijk voor een loyaal-kritische houding ten opzichte van de kerk. En niet voor een absolute gehoorzaamheid van gelovigen ten opzichte van kerkleiders en de hiërarchische structuur, wat ook het hinderlijke vereenzelvigen van de kerk met het instituut vermijdt. Het instituut is voor Mettepenningen ook iets om van te houden dankzij de kansen die het schept om Gods droom te realiseren.

Daarom dringt de noodzaak aan hervormingen zich binnen de kerk. De kerk is mensenwerk en dus altijd voor verbetering vatbaar. Die hervormingen van de kerk moeten zich afspelen in de schoot van de kerk zelf. Hij vraagt uitdrukkelijk dat de kerk daarbij naast de gemeenschap zou gaan staan en niet er boven. Geëngageerde leken roept hij op niet mee te gaan in een eng clericalisme zonder het belang van gewijde bedienaars te veronachtzamen. De kerk kan op grond van het doopsel als basissacrament groeien naar een lekenkerk. Dat is een model dat het priesterambt goed inbedt in de gemeenschap van gelovigen. Hij benadrukt ook het belang van de liturgie om de kerk 'bescheiden' te houden, omdat, argumenteert hij, in de liturgie de kerk in contact komt met haar reden van bestaan en in die zin de liturgie een remedie is tegen elke vorm van overmoed en hoogmoed. Een andere belangrijke weg voor de kerk is volgens hem het als evenwaardig erkennen van verschillende vormen van liturgie, waarbij een diversiteit van gebedsdiensten wenselijk is. De liturgie moet voor Jürgen Mettepenningen ook in de taal van vandaag, liefst aangevuld met de mogelijkheid tot allerlei vormen van catechese voor of na de liturgie. Hervormen vraagt tot slot ook om herbronnen, om authentieker gedrag waarbij de woorden van de kerk wekken en als voorbeeld (s)trekken.

Wat de toekomst van de kerk betreft wil hij eerst en vooral dat de kerk de crisis ernstig neemt, met overleg hieromtrent op alle niveaus, want het is de gemeenschap als geheel die dit uiteindelijk zal moet kunnen verteren.



Actie Kerkopbouw Bisdom Brugge

09 - 10 februari 2013

Parochieopbouw is het werk van velen.
In de parochiale catechese, de liturgie, de ziekenpastoraal, in de bewegingen op de parochie of in de federatie en in solidariteitsacties nemen vrijwilligers kleine of grote taken op zich. Zonder vrijwilligers kan een parochie en een federatie niet georganiseerd worden. Vrijwilligers behartigen hun dienstwerk gratis. Ze worden er niet voor betaald. We willen graag in dit weekend van Kerkopbouw onze dankbaarheid uitdrukken voor de trouwe inzet van deze medewerkers.

Om de vrijwilligers te begeleiden, te inspireren en te bemoedigen zijn ook vrijgestelden nodig. Pastoors, diakens en parochieassistenten hebben elk een specifieke taak in de parochieopbouw.
Parochieassistenten zijn lekengelovigen in zending.
Zij hebben een zending van de bisschop gekregen. Samen met de pastoors en de diakens zijn zij medewerkers van de bisschop in zijn pastorale taak. Parochieassistenten zijn deeltijds of voltijds werkzaam in een decanaat, een federatie, een pastoraal centrum of een pastorale dienst. Het bisdom Brugge telt op vandaag een veertigtal parochieassistenten.

Er zijn ook lekengelovigen deeltijds tewerkgesteld als decanaal secretaris.
Zij doen secretariaatswerk voor de deken en het decanaat. Ze zijn betrokken bij decanale initiatieven. Sommigen verzorgen de decanale rubriek voor Kerk & leven. Ze zijn verantwoordelijk voor de boekhouding van het decanaat. Decanale secretarissen staan ten dienste van alle parochies en federaties van het decanaat. Een degelijke administratie en een goed financieel beheer bevorderen de kwaliteit van de pastoraal.

De jaarlijkse ‘Actie Kerkopbouw Bisdom Brugge’ vindt plaats in het weekend van 9 en 10 februari. In alle parochies wordt een financiële gift aan de kerkgangers gevraagd. Dit gebeurt via een voorgeschreven collecte in de Eucharistievieringen op zaterdagavond en op zondag. Het is de bedoeling fondsen te verzamelen voor de bezoldiging en de toerusting van leken die zich op decanaal of federaal vlak als beroepskracht voor de Kerk inzetten. Financiële steun is nodig om de inzet van vrijgestelde lekengelovigen ook in de toekomst mogelijk te maken.

Veel dank voor uw milde bijdrage!

woensdag 9 januari 2013

Samen hokken rond een natje en een droogje

Fictie als spiegel


Januarimaand is receptiemaand. Samen hokken rond een natje en een droogje. Even stil vallen en bijpraten en je afvragen wat je nu zo euforisch maakt. Is het het voorbije jaar dat je zonder al te veel kleerscheuren hebt afgerond? Het Ramses-Shaffygevoel van “Ja-we-leven-nog-nee-niet-zeuren!” Of zijn het de hooggestemde verwachtingen voor het nieuwe jaar?
Of is het de drank die langzaam maar zeker naar je hoofd stijgt? Ik denk dat het vooral de mensen zijn die je gegeven zijn en waarmee je – als 't God belieft – nog een jaartje mag voortdoen. Een van de heikele punten op zo'n samenkomst is de obligate speech van de voorzitter, het stamhoofd of het opperhoofd of hoe je zo'n spraakmakend sujet ook noemen mag. Zo'n toespraak vergoelijkt het gebeuren en heeft het een officieel karakter. De spreker van dienst heeft dan de ondankbare taak al die interessante gesprekken die er her en der gevoerd worden in de kiem te smoren en het animo dat meteen onder nul zakt te reanimeren. Hij kan de schade beperken er zich makkelijk van afmaken door het kort te houden en iets te brabbelen als “Aan-allen-die-gekomen-zijn-proficiat-aan-allen-die-niet-gekomen-zijn-ook-proficiat!” Een zeldzame voorzitter slaagt er in zijn betoog tot het hoogtepunt van de bijeenkomst te maken en daar kunnen zelfs een paar honderd klapzoenen niet tegen op. Zo vergaat het telkenjare de 'nieuwjaarstalk' van de Geluveldse KWB-voorzitter Danny Baert. Met z'n jaaroverzicht verstaat hij de kunst droogweg de actualiteit te verbinden met het dorps- bewegingsleven van alledag. Alles – hoe banaal ook – lijkt wonderwel te passen in een allesomvattend geheel. Het broze Geluveld torent er even torenhoog boven uit. Tot daar deze al veel te lange inleiding.



Beste KWB-ers en sympatisanten,
2012 was een goed jaar voor de Vlaamse fictie op TV. Met de komst van de nieuwe zender ‘Vier’ hadden de traditionele omroepen zich gewapend met uitstekende reeksen, denken we maar aan 'Clan', waarbij vier moorddadige zussen hun schoonbroer van het leven willen beroven. Als dat geen reden is om voorlopig enkel mannelijke leden toe te laten tot onze KWB-afdeling. (Opschudding bij de vooral vermeende geschokte vrouwelijke toehoerders ...)
Ook de topreeks ‘Quiz me Quick’ kon velen bekoren en was mijn persoonlijke favoriet. Met KWB hadden we op de plaatselijke schoolkwis ook een gelegenheidskwisploegje afgevaardigd en werden we eerste ploeg van Geluveld en tweede in totaal, na het quizteam met de slimste man van Zonnebeke. De prijs van de avond, 6 flessen Cava, staan nog steeds goed en wel in mijn kelder en zullen bij een gepaste KWB-gelegenheid wel boven water komen. En met dit natte weer van de laatste weken, mag je dit wel letterlijk nemen.

Een andere spannende reeks was 'Deadline 14/10' en alludeerde op de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2012. Voor de eerste keer werden op grote schaal anti-coalities gesmeed, waarbij de echte winnaar van de verkiezingen vaak buiten spel werd gezet, maar dat is nu eenmaal de macht en tevens het perverse van onze democratie. Plots en vooral door de opkomst van de NVA, waren deze lokale verkiezingen overal van nationaal belang. Er werden politieke broedermoorden gepleegd en mandatarissen met lange staat van dienst hadden – mocht je de oude coalitiepartners geloven – de voorbije legislatuur niets goeds gedaan of waren moeilijk in omgang. Fatsoen was soms ver te zoeken.

Maar niet alleen in de nieuwe Vlaamse fictie herkennen we vaak situaties uit onze eigen gemeente, ook vroegere TV-reeksen trokken mijn aandacht. Op zondagochtend veroveren tientallen ‘pedaalridders’ de wegen rond Geluveld en ’s namiddags denk je eerder een opname van ‘FC De Kampioenen’ bij te wonen dan wel een heuse voetbalmatch.
En tot aan het overlijden van Paula kende Geluveld dag na dag heel wat ‘Paradijsvogels’. De werken aan de doortocht in Geluveld hebben ook wel iets van soaps als ‘Familie’ of ‘Thuis’. Als je er een ganse week naar gekeken hebt, heb je op vrijdagavond het gevoel dat er niets gebeurd is. Wel moet ik eerlijkheidshalve toegeven dat dergelijke ingrijpende straatwerken ook wel één voordeel hebben. Je komt namelijk veel meer in contact met de buren en er wordt weer gebabbeld op straat. Maar dat kan natuurlijk niet de enige goede reden zijn waarom deze werken toch zo lang duren.

Ook had ik in mijn zoektocht naar oude TV-reeksen misschien nog voorbeelden kunnen citeren van ‘boer zoekt vrouw’, ‘exotische liefde’ of ‘van vlees en bloed’, maar het zou niet gepast zijn om op de eerste zondag van het nieuwe jaar hier een Geluveldse bospoeper uit mijn hoed te toveren.
2012 was het jaar van het EK-voetbal, de olympische spelen in Londen, de wederopstanding van de Rode Duivels, de omstreden vrijlating van Michele Martin, de herverkiezing van Barack Obama of de veelbesproken kerstboodschap van onze koning. Maar ook flandrien Tom Boonen, wereldkampioen Philippe Gilbert en tienkamper Hans Van Alphen mogen absoluut niet op mijn lijstje ontbreken. Lance Armstrong haalde ook wel vaak het nieuws en had plots heel wat plaats in zijn kleerkast toen hij al zijn gele truien uit de Ronde van Frankrijk mocht teruggeven.

2012 was ook het jaar waarin wij als KWB Geluveld een sterke groei kenden. De kaap van de 65 leden werd overschreden en we waren bijna verplicht om een numerus clausus in te voeren voor onze koude schotel zondag, maar dit was misschien eerder te wijten aan de hoger dan normale opkomst van politieke families, remember 14 oktober.
Ik heb dit jaar uitzonderlijk lang gewacht om mijn speech op papier te zetten. Dit had alles te maken met het feit dat de Maya’s voorspelden dat de wereld op 21 december zou vergaan. Zaken beloven en nadien niet waarmaken, je zou denken dat het opnieuw over politiek gaat.
Gelukkig hadden we vooraf onze KWB-kas nog niet geplunderd, anders ging dit hier vandaag maar een droge bedoening worden. Maar het leeghalen van onze kas staat echter wel nog voor dit jaar op onze agenda.
Op zaterdagavond 12 oktober – gelieve dit dus al goed te noteren – gaan we met alle leden en partners ons 25 jaar vieren. De formule ligt nog niet vast, maar in de goedgekeurde, doch deficitaire begroting van 2013 staat alvast een ferm bedrag ingeschreven.
25 jaar KWB Geluveld, dat is zo’n 300 activiteiten. Mocht iemand onder ons deze allemaal meegemaakt hebben, dan zou hij ’s avonds pak weg een klein jaar van huis geweest zijn. Of mochten we alle activiteiten aan elkaar plakken, dan ben je wel zo’n 2 maanden zoet, de extra times die enkelen nadien nog speelden niet inbegrepen. 25 jaar KWB Geluveld, dat is ook heel wat vrijwillige handen die telkenmale klaarstonden om maandelijks een activiteit ineen te steken. We bewijzen reeds jaar na jaar dat ‘de kracht van mensen samen’ werkt en laat dit nu juist ook de slogan zijn van Wereldsolidariteit, de NGO waarmee ik namens KWB in 2012 een beklijvende ervaringsreis maakte naar Congo.
Maar we kijken vandaag niet alleen naar het verleden, ook de toekomst lacht ons toe. Op 1 februari zullen we een privé bezoek brengen aan het jukebox-museum in Menen en op 1 maart gaat onze whisky-infoavond door. In april wordt er gewandeld en hebben we traditiegetrouw onze koude schotels. In mei staat nog een late BBQ-kookles geprogrammeerd en sluiten we met onze Mojito-bar opnieuw aan bij het Accordeonfestival. In juni sluiten we traditioneel af met café parlé. En in oktober ligt onze 25 jaar al vast.

2013 wordt dus weer een jaar om niet stil te zitten en hopelijk staat er voor elk wat wils op het programma. Goede, originele of zelfs gewaagde ideeën zijn trouwens steeds van harte welkom en dit moet absoluut niet alleen van de mannen komen. 2013 zal misschien de geschiedenis ingaan als het jaar zonder verkiezingen in België, wat eerder uitzonderlijk is, zonder WK voetbal of zonder Gangnam Style, maar het zal zeker herinnerd worden als het jaar van de viering van 25 jaar KWB Geluveld.
Mag ik jullie dan nog een voorspoedig en gezond 2013 wensen. We hadden een sprankelende receptie beloofd, dus stel ik voor om de glazen nog eens te vullen!

ZOË Dorpsrestaurant

Iedere eerste en derde donderdag van de maand zet dorpsrestaurant ZOË de deuren open in OC 't Gelevelt van 11.45 u. tot 14.00 u. Iedereen die ouder dan 65 jaar is of mindervalide, kan komen genieten van een lekkere maaltijd in het gezelschap van andere inwoners van Zonnebeke. Telkens heerst er een gezellige drukte.

Op het menu
In januari en februari presenteren wij verder het volgende menu:
17 januari: wortelsoep, vol-au-vent met sla en tomaten en gebakken aardappelen, gebak
7 februari: tomatengroentesoep, varkensgebraad met erwt­jes en wortelen en natuuraardappelen, yoghurt
21 februari: aspergesoep, zalm met mousselinesaus en spi­nazie en puree, pudding.

Bubbels en Babbels
Op 7 en 21 februari is er 'Bubbels en Babbels'. Tijdens Bubbels en Babbels krijgt u naast een aperitief ook informatie over een bepaald onderwerp.

Zin om eens te komen eten?
Schrijf dan in via ZOË
tel. 051 48 06 11
uiterlijk op de maandag voordien, 11.00 uur.
De prijs voor een maaltijd bedraagt 6,50 euro drank en koffie inbegrepen.
De prijs werd verhoogd omwille van de stijgende brandstofprijzen.
Tot dan?!

ZOË zoekt nog altijd vrijwilligers
Naast het dorpsrestaurant staat ZOË in voor een vervoersdienst, boodschappendienst, kleine klusjes, gezelschapsbezoekjes, verjaardagsbezoekjes voor senioren en mindervaliden.
Hebt u tijd en zin om onze groep vrijwilligers te komen versterken,
neem dan snel contact met ons op
tel. 051 48 06 11
e-mail: zoe@ocmwzonnebeke.be
Wij zijn vooral op zoek naar mensen die willen helpen bij de uitbouw van de vervoer- en boodschappendienst!

donderdag 3 januari 2013

Feesten zonder enige grond !?



Het is weer voorbij, die mooie kersttijd. Hij wijkt naadloos voor de solden als sneeuw voor de zon. De goede Sint was nog niet eens aangemeerd of de kerstman kwam hem al het gras voor de voeten wegmaaien om zo vlug mogelijk onze eindejaarspremie uit onze zakken te troggelen. Onze huidige manier van feestvieren breekt alle records: de meest exclusieve soorten vlees, caviaar, champagne, gerechten die vroeger alleen koningen aten, komen binnen handbereik van iedereen … of zo lijkt het toch. Ooit iemand gehoord van crisis? En van solidariteit met de minderbedeelden? De gemiddelde landgenoot geeft 641 euro uit aan de eindejaarsfeesten. Feest vieren kunnen we als de besten en we hebben er zelfs helemaal geen gegronde reden meer voor nodig. Is er iets aan de hand met onze manier van kerstvieren? Misschien is het toch even nuttig om ons ook eens af te vragen waaróm we juist nu zo uit de bol gaan. Wat is nu alweer de oorsprong van kerst? Weten de meesten het nog?

De uitbundige weelde van de feestmenu’s staat in ieder geval in schril contrast met die eerste kerst, dat kindje in die kribbe in die stal. Kerst is tegenwoordig een mengeling van christelijke elementen, heidense gebruiken en een grote dosis commerce erover uitgegoten.

Het oorspronkelijke kerstverhaal vinden we terug in de evangelies, met name de eerste hoofdstukken van Mattheüs (de wijzen uit het Oosten en de kindermoord in Bethlehem) en Lukas (de volkstelling van Augustus en de herders in het veld). Dit tweeduizend jaar oude verhaal is geen zeemzoet verhaaltje zoals het vaak wordt voorgesteld, maar barst van dramatische spanningen en zit vol dubbele bodems: de Zoon van God wordt geboren in een stal (of een grot). De Messias van Israël vindt geen plaats in de herberg. De langverwachte verlosser is niet welkom bij het uitverkoren volk. De God van het heelal is niet gewenst in zijn eigen schepping. Eeuwenoude profetische voorspellingen worden vervuld, maar niemand herkent het. De romantische kribbe met het zachte stro was in werkelijkheid een voederbak, met nog resten van de kwijl van de beesten eraan en misschien een hele nest insecten tussen het stro, een haard van infecties. Verder zijn er nog die mysterieuze wijzen uit het Oosten (astrologen, sterrenaanbidders, heidenen dus). Zij hadden honderden kilometers gereisd en vonden de pasgeboren koning, terwijl de hogepriesters in Jeruzalem (zij die het het eerst hadden moeten weten!), geen benul hadden van wat er gebeurde. De engelen verschenen niet aan de religieuze of politieke elite, maar aan ruwe, bonkige herders in de marge van de maatschappij. Koning Herodes hoorde er wel van, maar wou – paranoïde als hij was – het kind vermoorden. En toen dat misliep, besloot hij dan maar alle kindjes van Bethlehem te laten ombrengen. Het stak niet op enkele tientallen. De Joodse historicus Flavius Josephus bevestigt dit gewetenloze karakter van Herodes, die ook twee van zijn tien vrouwen en drie van zijn zonen liet executeren. Jozef en Maria vluchtten in de nacht naar Egypte, en dat maakte van Jezus in zijn eerste levensjaren een politieke vluchteling, een asielzoeker, een gelukkig-wel-begeleide minderjarige. In Egypte werd op Joden neergekeken. Jezus zal er zeker ongastvrijheid en racisme aan den lijve hebben ervaren en gevoeld.

Maar behalve een verdwaalde kerststal en wat kitscherige kerstfiguurtjes zien we hier niet zoveel meer van vandaag. Kerst werd in de loop der eeuwen overwoekerd door een aantal heidense elementen. Ook even op een rijtje zetten. Waarom is het 25 december geworden? Hier begint onze heidense invloed al: 21 of 25 december was in de eerste eeuwen reeds een bestaand feest. De Germanen vierden midwinterfeest of de winterzonnewende (de joelfeesten), om het duister te verjagen of het licht te begroeten. Dezelfde feestelijkheden werden onder andere namen en met andere variaties gevierd in Egypte (Ra), Griekenland (Helios) en het Romeinse rijk (Sol Invictus en de Saturnaliën). Volksgewoonten zijn hardnekkig en taai en in de loop van de eerste eeuwen is de gewoonte ontstaan om de geboorte van Jezus te vieren op precies deze dag. Er zijn dan natuurlijk ook enkele duidelijke parallellen. Jezus kwam ook in onze donkere wereld binnen als het 'Licht voor de wereld', en dit leek dus perfect inpasbaar. Maar werd het nu een christelijk verhaal met een heidens sausje of een heidens verhaal met alleen maar een christelijk sausje? In ieder geval, onze huidige kerstboom en de kerstballen zijn een restant van deze heidense gebruiken.



Van veel recenter datum is de kerstman, die rondborstige en goedlachse man, die de laatste decennia op z'n sokken binnengeslopen is en niet meer weg te denken is uit onze feestelijkheden. Waarschijnlijk is hij een verbastering van Sinterklaas die door emigranten in de 17de-18de eeuw naar Amerika werd geëxporteerd, verbasterde tot 'Santa Claus' en door Coca-Cola werd gekaapt. In 1930 werd hij door een snuggere reclamejongen herontworpen en kreeg hij dezelfde rood-witte kleuren als het Coca-Colalogo. Hij is dus een veramerikaniseerde versie van Sinterklaas die helemaal ontkleed is van alle religieuze achtergrond en betekenis. Handig, niet? Zeker voor de commerce die iederéén in de winkel wil binnen krijgen, gelovigen, halfgelovigen, niet- en andersgelovigen. Dus is de kerstman hiervoor de ideale figuur. Hij is neutraal en klantvriendelijk, zelfs nog méér dan Sinterklaas die af en toe nog stoute kindjes in de zak steekt.

Maar mogen we het verhaal over deze brave man ook eens kritisch onder de loep nemen? Is hij een historisch figuur of is er een waargebeurde kern? Helemaal niet! Een diepzinnig verhaal? Nog minder! Een boodschap van hoop of troost of vrede? Vér te zoeken! Een morele dimensie? Absoluut afwezig. Blijft er dan nog iets over? Misschien wat sentimentaliteit, een goed gevoel. Het is werkelijk een verhaal zonder enige inhoud, spanning, betekenis, zingeving, zonder enige moraal of diepgang. Net zoals dat liedje van 'Jingle bells': leuk en swingend, maar zonder de minste boodschap, een toppunt van oppervlakkigheid! Dit is het product van commercie! Of had u iets hogers en nobelers verwacht? De god van het geld kent natuurlijk geen morele normen. Dit verhaaltje gaat erin als suikerwater, als limonade, zonder enige voedingswaarde. Ideaal voor de commerce is een grootste gemene deler, een zo vaag mogelijke figuur, waar niemand aanstoot aan kan nemen. We willen toch geen klanten afschrikken?! Er worden hier geen normen vervaagd: de normen worden wéggevaagd!

Kortom, het is verbazingwekkend hoe de kerstman in enkele decennia het eeuwenoude kerstverhaal verdrongen heeft, hoe mensen een compleet onbenullig verhaal verkiezen boven wat 2000 jaar lang als “het beste nieuws aller tijden” werd beschouwd. Wat trekt ons aan in deze Coca-cola-heilige, in deze goedzakkige opafiguur die nooit “nee” kan zeggen en al onze kindjes rot verwent? Is deze halfgod-van-de-commerce misschien de perfecte 'god gecreëerd naar ons beeld en gelijkenis'? Dan is dit toch weinig vleiend voor de moderne mens! Is de kerstman-mythe de hoogste spirituele inhoud die we aan onze kinderen gaan meegeven? Alom klaagt men over de leegte, de zinloosheid, het nihilisme van sommige generaties die niets meer hebben om in te geloven, maar wie doet hier iets aan in de kersttijd? Wie wil er het oude verhaal nog eens van onder het stof halen? Of hangen we onze gevels en balkons liever vol met die sullige kerstmannen?

En toch: kerst kan een heerlijke tijd zijn! Een mens moét bij tijd en wijle feesten en vieren: gezelligheid, familie en vrienden, veel sfeer, lekker eten mag er zeker bij. Hier en daar komt er rond kerst wat meer vrede op aarde, en er zijn gelukkig ook nog vele nobele initiatieven voor minderbedeelden door talloze vrijwilligers die de handen uit de mouwen steken. Er zijn nog vele mogelijkheden om kerst op een zinvolle en hartverwarmende manier te vieren, en te weten waaróm we het weer allemaal doen. Het is nooit wijs als een beschaving de spirituele wortels die haar groot gemaakt hebben, vergeet of vernietigt.

Lees het niet-ingekorte artikel van Ignace Demaerel via deze link:

De kerststal



Ontwikkeling
De oudste voorstellingen van de geboorte van Jezus en de aanbidding van de Wijzen dateren uit de derde-vierde eeuw. Centraal ligt het Kind in doeken gewikkeld in de kribbe met de os en de ezel als zijn voornaamste gezelschap. Bij de aanbidding door de Wijzen houdt Maria - gezeten op een stoel - het Kind (uitgebeeld als een jonge leraar) voor zich op schoot. De Wijzen dragen hun geschenken aan. Zij lopen alle drie en kennen nog geen onderscheid in leeftijd, houding en huidskleur.
Vanaf de 12de eeuw komt er meer aandacht voor het menselijke, het gevoel, de emotie. De H. Bernardus van Clairvaux mediteerde over de armoede van de stal. De H. Franciscus van Assisi bracht het in beeld: in 1223 hield hij een kerstviering bij de grot bij Greccio, waar toen de afbeelding van het Kerstkind te zien was, met een echte os en ezel. Hij wilde de armoede van het Kind en daarmee zijn lijden met eigen ogen zien. Na deze ‘levende’ kerststal van de H. Franciscus komen er kerststallen met losse beelden. Eén van de oudste is van Arnolfo di Cambio uit ca. 1289; deze is te zien in de schatkamer van de basiliek Santa Maria Maggiore te Rome. Maria is dan op een flinke verhoging gezeten met het naakte Kind op schoot.

Stal of grot
Kerstbeelden worden geplaatst in en rond een stal of grot. Beide hebben ‘oude papieren’. De evangelist Lucas zegt enkel “dat er geen plaats was in de herberg” en dat het Kind werd neergelegd “in een kribbe” (Lc. 2, 7) ofwel een voerbak. In het Westen is men daarom de geboorte van Jezus gaan verbeelden in een stal.
Rond Betlehem waren grotten en onder de Geboortekerk (4de eeuw) bevindt zich de ‘Geboortegrot’. In het Oosten wordt de geboorte van Jezus daarom voorgesteld in een grot. Soms zien wij op Westerse afbeeldingen een combinatie: een grot met een houten uitbouw. De grot heeft ook de symboliek van duisternis en dood, waarin het Licht (Christus) wordt geboren om ons te verlossen van zonde en dood. In de Middeleeuwen gaat in het Westen de stal gecombineerd worden met een ruïne: een verwijzing naar het voormalige paleis van koning David in Betlehem, om uit te drukken dat Jezus de Zoon van David is, een afstammeling van Israëls grote koning.

Het Kind
Zoals gezegd, de oudste voorstellingen van de geboorte van Jezus laten Hem zien als het Kind, liggend in een kribbe, in doeken gewikkeld. Hij is de centrale persoon in de voorstelling. Alle aandacht gaat naar Hem uit. Zo zal het ook moeten zijn in onze kerststallen: het Kind is degene naar wie alle anderen gericht zijn. Het is dan ook belangrijk dat het Kind in onze kerststal goed te zien is, zeker ook door kinderen die voor de kerststal staan, en dat Hij niet verdwijnt achter andere figuren.

Os en ezel
De oudste voorstellingen laten zien dat de os en de ezel zich het dichtst bij het Kind bevinden. Dat is niet vanuit een later idee dat het zo koud was in Betlehem en dat de os en de ezel daarom het Kind moesten verwarmen.
De os en de ezel komen niet voor in de Evangeliën of andere geschriften van het Nieuwe Testament. Toch is men in de Oudchristelijke tijd allereerst een os en een ezel bij het Kind in de kribbe gaan afbeelden. Dit verwijst naar de profeet Jesaja die zegt: “Een os kent zijn eigenaar, een ezel de krib van zijn meester; maar Israël weet van niets, mijn volk heeft geen begrip” (Jes. 1, 3).
Jesaja, die zijn volk Israël tot God wil terugbrengen, voert de os en de ezel op omdat zij hun eigenaar en meester (God) wél (er)kennen. Christenen zijn de os en de ezel daarom bij de kribbe gaan plaatsen als symbool van erkenning: dat in dit Kind de God van Israël voor ons mens is geworden.
In de Middeleeuwen is deze verwijzing veelal vergeten en verdwijnen de os en de ezel naar de achtergrond, al of niet smikkelend uit een ruif of een voerbak.
In onze kerststallen komt de os en de ezel een belangrijke plaats toe, vanwege hun verwijzende rol naar degenen die in het Kind van Betlehem God (er)kennen. Daarom zullen zij dicht in de buurt van het Kind blijven, bij voorkeur - zoals in de Oudchristelijke tijd - direct achter het Kind.

Maria en Jozef
Op de oudste voorstellingen van de geboorte ligt Maria op een rustbed, wat terzijde van het Kind. Zij kijkt naar Hem, het mysterie overwegend van Gods menswording in Hem. Er is dan nog geen sprake van een tedere nabijheid of aanraking van Moeder en Kind. Alle accent ligt op de beschouwing over wie dit Kind ten diepste is. Jozef is dan nog niet of nauwelijks te zien; hij komt pas vanaf de 6de eeuw veelvuldig in beeld. Jozef zit dan vaak aan de andere kant van het Kind en overweegt het mysterie van het maagdelijk moederschap van zijn vrouw, de Moeder Gods ofwel de ‘Godbarende’.
In onze kerststallen zien wij Maria en Jozef doorgaans zoals zij in de Middeleeuwen worden verbeeld: Maria meestal geknield, Jozef staande of ook geknield. Vaak heeft hij een staf of een kaars/lantaarn in de hand. Over de staf van Jozef wordt al geschreven in de 2de eeuw in het zogeheten ‘Proto-evangelie van Jacobus’. Dit niet-Bijbelse geschrift vertelt dat - toen Maria 12 jaar was - hogepriester Zacharias alle weduwnaars van het volk bijeen riep en dat zij een staf moesten meebrengen. De Heer zou de staf laten bloeien van degene die Maria, voorbestemd om de moeder van Gods Zoon te worden, mocht trouwen. De staf van Jozef kwam tot bloei en toen Jozef ervan overtuigd raakte dat God hier een bedoeling mee had, nam hij haar onder zijn hoede.
Jozef wordt ook afgebeeld met een kaars of een lantaarn in de hand. Dit is het gevolg van een visioen van de H. Brigitta van Zweden in de Geboortegrot van Betlehem in de 14de eeuw. Volgens Brigitta bracht Jozef een brandende kaars naar Maria die in de grot zou gaan bevallen.
In onze kerststallen komt aan Maria en Jozef een ereplaats toe. Vaak zijn zij zó gemaakt dat ze richting het Kind kijken, met een eerbiedige houding.

Herders
De herders zijn de eersten die geroepen worden om bij het Kind te komen.
Zij waren Joden. Jezus is allereerst gekomen voor zijn eigen Joodse volk.
Om dit uit te drukken, is het zinvol om de herders in de kerststal ook bij elkaar te plaatsen. Vaak is er een oudere herder die knielt. Dit drukt aanbidding uit.
Die knielende herder komt het best tot zijn recht als hij ten opzichte van zijn ‘collega’s’ het dichtst bij het Kind wordt neergezet.





Wijzen/Koningen
Het zal per kerk en huis verschillen of de drie Wijzen/Koningen uit het Oosten al direct vanaf Kerstmis bij de kribbe worden geplaatst of dat zij pas met het Hoogfeest van de Openbaring des Heren ofwel ‘Driekoningen’ arriveren. Een en ander is ook afhankelijk van de beschikbare ruimte in en rond de kerststal.
Aanvankelijk werden de Wijzen voorgesteld als Perzen met een muts (de vorm daarvan lijkt veel op die van de Smurfen). Vanaf de 8ste eeuw worden zij Caspar, Balthazar en Melchior genoemd. In de loop der tijd verandert het uiterlijk van de Wijzen in dat van Koningen. Psalm 72 is hierop van grote invloed geweest:
“De vorsten van Tarsis, het kustland, zij komen geschenken Hem brengen,
de koningen van Sjeba en Seba, zij dragen hun schatting Hem aan:
alle heersers brengen Hem hulde, alle volken zijn Hem onderhorig”
(Ps. 72, 10-11).
Er was, zoals gezegd, aanvankelijk nog geen onderscheid in leeftijd, houding en huidskleur, maar dat verandert in de Middeleeuwen: Melchior wordt een witte grijsaard en knielt meestal. Hij staat door zijn witte huidskleur symbool voor het werelddeel Europa. Hij wordt het dichtst bij het Kind afgebeeld. Vervolgens de Wijze/Koning van middelbare leeftijd: Balthazar. Hij wordt nogal eens met een bruine huidskleur afgebeeld; hij staat symbool voor het werelddeel Azië. En de jongste, Caspar, heeft een zwarte huidskleur, uiteraard vanwege Afrika.
Doordat de drie Wijzen/Koningen verschillen van houding, huidskleur en leeftijd worden alle volkeren gesymboliseerd. Na het Joodse volk (gesymboliseerd door de herders) komen de andere volkeren af op het Licht dat Christus is.
De voorstellingen laten altijd drie Wijzen/Koningen zien. Matteüs - de enige evangelist die ons vertelt over hun bezoek aan het Kind (hoofdstuk 2) - schrijft echter niet over het aantal Wijzen. Hij heeft het over de drie soorten geschenken die zij meebrachten: goud, wierook en mirre. Dit is al vroeg als volgt verstaan: het goud staat voor het koningschap van Christus, de wierook voor Christus als God en de mirre (die werd gebruikt voor een begrafenis) voor Christus als mens.
Vanuit de gedachte in de Middeleeuwen dat de drie Wijzen/Koningen álle volkeren symboliseren (Europa, Azië en Afrika), had er bij wijze van spreken na de ontdekking van Amerika in 1492 nog een Indiaan en later nog een Aboriginal bij de kerststal als Wijze/Koning geplaatst kunnen worden.
Evenals de herders verdient het aanbeveling om de Wijzen/Koningen - al of niet met hun kameel en kameeldrijver - bij elkaar te plaatsen, en wel zo dat de volgorde van de leeftijden wordt aangehouden: het eerst (het dichtst bij het Kind) de ouderdom, vervolgens de middelbare en ten slotte de jeugdige leeftijd.

Engel
De engel verkondigde de geboorte van de Redder aan de herders. Veelal afgebeeld met de tekst „Gloria in excelsis Deo‟ of „Eer aan God in den hoge‟ drukt de engel uit waartoe wij ten diepte onze kerststallen opstellen: tot eer van God, om Hem te danken voor zijn menswording voor heel de mensheid.