Pagina's

donderdag 26 oktober 2017

De oorlog en het Vaticaan


In het kader van de vele herdenkingen en publicaties van 100 jaar Eerste Wereldoorlog, mocht een boek met de gelijknamige titel én ondertitel ‘Geheim verzet na de brand van Leuven’ van de hand van Johan Ickx niet ontbreken. Als verantwoordelijke voor het historisch archief van de sectie buitenlandse betrekkingen van de Heilige Stoel is de auteur uitstekend geplaatst om de lezer binnen te leiden in de interne keuken van de Vaticaanse diplomatie tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een interview met de auteur verscheen eerder al in Tertio. Het boek werd voorgesteld op vrijdag 20 oktober in het museumcafé van het In Flanders Fields Museum te Ieper in aanwezigheid van heelwat prominenten. In de marge maakte bisschop Lode Aerts een overweging over de verhouding tussen God en geweld.

Kerkhistoricus Johan Ickx delft nu voor het eerst het geheime rapport op dat rector Paulin Ladeuze daarna aan de Heilige Stoel bezorgde. Zijn onderzoek in de archieven van het Staatssecretariaat leidde tot ‘een origineel verhaal met non-conformistische besluiten’, stelt kardinaal Pietro Parolin in het voorwoord van De oorlog en het Vaticaan.

Het Duitse leger legde in 1914 Leuven zo goed als plat. Ook de universiteitsbibliotheek ging in vlammen op.

Parallel met de Groote Oorlog woedde vanaf eind 1914 tot de helft van 1915 “een andere stille maar niet minder beslissende oorlog in de paleizen en salons van Rome en het Vaticaan”, schrijft staatssecretaris Pietro Parolin in zijn aanprijzing van het jongste boek van Johan Ickx. Wat was er loos in de interne keuken van de Vaticaanse diplomatie na de brand van Leuven eind augustus 1914?

Fabel staaft actie
“Twee documenten die ik vond in de archieven van het Staatssecretariaat, tonen aan dat er meer intriges gaande waren dan tot nu toe gedacht”, zegt de auteur. “Eerder was er al op gewezen dat de Duitsers een fabel verspreidden om hun actie te legitimeren, namelijk dat ze Leuven platbrandden als reactie op burger-sluipschutters - franc-tireurs - die hen aanvielen. Dat een scherpe veroordeling van de verwoesting van Leuven door de toenmalige paus, Benedictus XV, uitbleef, kon erop wijzen dat de Heilige Stoel geloofde in de Duitse propaganda. Net zoals Pius XII het stempel kreeg Hitler's Pope te zijn, zo werd van Benedictus XV een ‘vriend van de Duitsers’ gemaakt. In beide gevallen doet dat geen recht aan de waarheid. Beide pausen streefden onpartijdigheid en vrede na. Zodra het Vaticaan meer inzicht had in de zaak, deed de paus wat hij kon om zo snel mogelijk de glorie van Leuven en haar bibliotheek te herstellen, onder meer door boeken naar de universitei tte laten sturen.”



Eugenio Pacelli
“Helaas duurde het een jaar alvorens de Heilige Stoel over de nodige documenten beschikte die aantoonden dat die franc-tireurs een fabel waren", vervolgt Ickx. “Tot dan werd het Vaticaan inderdaad op een dwaalspoor gezet, onder meer vanuit de nuntiatuur in België die wel partij koos voor de Duitsers. Maar zodra het geheime rapport van rector Paulin Ladeuze met getuigenissen die wezen op de Duitse leugens, op het bureau van Eugenio Pacelli - de latere paus Pius XII was tijdens de Eerste Wereldoorlog de 'buitenland- minister' van het Vaticaan - belandde, geloofde Rome in die versie van de feiten en besefte de Heilige Stoel dat Leuven op basis van willekeur onterecht vernietigd was. Toch kwam er geen publiekelijke veroordeling omdat sommigen vonden dat het niet hard te maken was wie nu gelijk had.”

De kerkhistoricus beklemtoont dat het publieke zwijgen niet betekent dat er niets gebeurde. “Het diplomatieke corps werd gezuiverd: wie Duitse luizen had, werd weggestuurd. De
buitenwereld had evenwel niet door dat dat kwam door de zaak-Leuven. Dat Pacelli in 1917 nuntius in Duitsland werd, wees er volgens sommigen op dat hij niet bekwaam was een orgaan van de Romeinse Curie te leiden. Het was veeleer zo dat hij als een van de weinigen de onpartijdige koers kon verzekeren. Al te makkelijk heulden sommigen mee met de Duitsers. In 1930 werd Pacelli staatssecretaris, in 1939 paus. Van in het begin had hij ingezien dat de Duitse propaganda leugen en bedrog was. Volgens mij is hij daarover nooit meer van gedacht veranderd. Mijn boek stelt het gangbare beeld over hem bij.”

Club van vijf
Zoals de ondertitel aangeeft, draait Ickx' archiefstudie bovenal rond het ‘geheime verzet’. “Ladeuzes rapport paste in een bredere diplomatieke operatie waarbij Belgische professoren en geestelijken vanaf Kerstmis 1914 bondgenoten zochten in Rome. Met hun ondergrondse 'club van vijf' trachtten ze de neutrale houding van de paus - te verklaren omdat er katholieken aan weerszijden van de frontlijn stonden - om te buigen. Dat netwerk met als spilfiguur de Belg Simon Deploige, de Engelsman Duncan Gregory, de Fransman Louis Canet, de Roemeense prins Vladimir Ghika en de Japanner Shinjiro Yamamoto zou trouwens tot na het interbellum blijven functioneren. Over dat vijftal was zo goed als niets geweten. Ik vond in de archieven een korte nota aan Pacelli gericht, over kardinaal Désiré-Joseph Merciers houding in de oorlog. Dat is het enige archiefspoor dat naar een lid van de club verwijst”, verklaart Ickx.

"Er was trouwens nog een groep discreet actief ten voordele van Leuven: de Benedictijnenorde, met dom Lambert Beauduin, kardinaal Francis Aidan Casquet en abt-primaat Fidelis von Stotzingen op kop. Monniken zijn meestal niet politiek of diplomatiek actief tenzij blijkbaar in crisistijden. Ik noem hen het slapende kapitaal van de kerk. Het was ook geen toeval dat Keizersberg gespaard bleef in 1914.”


Bisschop Lode over God en geweld
In de marge sprak bisschop Lode enkele verhelderende woorden over de verhouding tussen God en geweld vanuit de Bijbel. In New York staat het hoofdgebouw van de Verenigde Naties. Voor dat gebouw staat een monument dat de gekende bijbelse uitspraak van de profeet Jesaja verbeeldt over 'zwaarden die omgesmeed worden tot ploegscharen' (Jesaja 2:1-5). Het schetst het visioen van een wereld waar de oorlog zal gebannen zijn. Legers komen er dan niet meer aan te pas want 'ze zullen de oorlog niet meer leren'. Met de afschaffing van de verplichte legerdienst hier, zou je met een beetje goede wil kunnen zeggen dat al ietwat aan dat droombeeld wordt voldaan. Maar veel mensen hebben daar geen boodschap aan en voor hen is precies de godsdienst zelf de bron van geweld en oorlog. Toch is die tekst uit het Oude Testament, de meest toegelichte en becommentarieerde in de eerste christelijke gemeenschappen. Er leefde een sterk verlangen naar een wapenreconversie om het kostbare ijzer aan te wenden in de landbouw voor een betere voedselproductie.

Niet onbelangrijk is ook dat zo'n visioen zich op een heel concrete plaats afspeelt. We lezen bij de profeet Micha aan het begin van het vierde hoofdstuk met een paar varianten precies hetzelfde visioen. Daar wordt er nog aan toegevoegd hoe de mensen er in alle rust zullen kunnen vertoeven in de schaduw van de vijgenboom, dat er vrede zal heersen op die ene plaats. Ergens moet het beginnen.

het niet overal en zomaar ineens gebeurt. Het moet ergens beginnen en handen en voeten krijgen. In dat visioen wordt gesproken van een bepaalde plaats op een heuvel, de berg Sion, het huidige Jeruzalem. In die stad zou er een begin ontstaan van een soort geweldloze samenleving. Bij de

Dat heeft te maken met een bepaalde manier van leven. Bij Jesaja wordt verteld hoe de verhouding tussen arm en rijk moet veranderen. Dat leidt tot minder geweld. Het gebeurt niet ineens. Wie wil oogsten kan niet van de eerste keer alles binnenhalen. De wijngaardenier zal de trossen die nog niet volgroeid zijn nog wat laten hangen voor een na-oogst. Dan zeggen de profeten dat de tweede oogst bestemd is voor de armen, de vreemdelingen, de weduwen en de wezen. Wie een geweldloze samenleving wil kan niet zomaar alles gaan claimen. We zijn in zekere mate eerder gebruiker dan eigenaar van alle goederen.

Gerust laten én fascineren
De verspreiding van dat ideaal gebeurt anders dan wij het ons zouden voorstellen. Het gebeurt niet met propaganda of indoctrinatie, het gebeurt door 'fascinatie'. Dat is een rechte lijn die we in de Bijbel of de Kerk veronachtzamen. Het is nu eenmaal zo dat 'goede dingen' veel vlugger worden verspreid omdat ze aantrekkelijk worden. Goede wijn behoeft geen krans. Woorden wekken maar voorbeelden trekken. Indoctrinatie stoot af, zeker bij moderne mensen. Bij Jesaja lezen we niet alleen dat de zwaarden omgesmeed worden tot ploegscharen, niet alleen dat het op een bepaalde plaats gebeurt maar ook dat de mensen komen kijken, dat ze er toestromen om het te mogen meemaken. De volkeren zeggen tot elkaar: “Kom wij gaan ook naar de berg van de Heer”.

Zo kunnen ook binnen de Kerk en de Wereld - eerder dan grootschalige missionering of campagnes - kleine inspirerende modellen van vreedzaam samenleven mensen fascineren en inspireren om hetzelfde te gaan doen.

'De oorlog en het Vaticaan', Johan Ickx, 260 blz, 
verscheen bij Lannoo, 2017, 9789401443234 en kost 22,50 euro.

donderdag 19 oktober 2017

Liefde in tijden van angst


Op de ontmoetingsdag van Adem-tocht – de spiritualiteitsbeweging van 60-plussers – op maandag 9 oktober in Ieper, konden we uitgebreid kennismaken met Bleri Lleshi, geboren in de Albanese Alpen, helemaal in het noorden van het land. Hij studeerde in Brussel filosofie en politieke wetenschappen. Hij werkt er nu als jeugdwerker in een rauwe realiteit, die hij in zijn eerste boek 'Liefde in tijden van angst' heeft beschreven. Hij is activist, idealist maar ook realist. Staande blijven is enkel mogelijk als je angst laat varen en uit liefde handelt in de overtuiging dat er iets aan te doen valt. Bleri Lleshi spreekt en leeft als een profeet en laat zich daarbij inspireren door de heilige boeken van de wereldreligies en Jezus Christus in het bijzonder. Niets bijzonders in Albanië waar nogal wat families de vrijdag naar de moskee gaan en de zondag gewoon naar de kerk.

Onderweg in de trein moest ik denken aan Maarten Luther King. Op weg naar Birmingham, om daar het vreedzaam protest te organiseren tegen de achterstelling van zijn zwarte medebroeders, werd hij gearresteerd. In de gevangenis schreef hij een lange brief aan enkele blanke dominees, die hem van extremisme hadden beschuldigd. Hij uitte er zijn diepe ontgoocheling dat zij zijn strijd voor meer rechtvaardigheid niet ondersteunden. Hij probeerde hen uit te leggen wat zwarte mensen dagelijks te verduren kregen.

Kartonnen dozen
Ook ik probeer in mijn boeken uit te leggen aan mensen wat ik zie in mijn stad Brussel, mijn land en in heel Europa. Vaak wordt me dat ook niet in dank afgenomen. Dat is jammer want de problemen van deze mensen zijn ook nefast voor voor de gehele samenleving. Toenemende armoede en ongelijkheid is voor niemand goed. Als die boodschap negatief overkomt dan spijt het mij maar ik moet het gewoon doen. Ik moet vertellen over de jongeren die in armoede leven, die de ganse schoollopen zonder te eten omdat hun ouders het hen niet kunnen meegeven. Wat doet dat met hen? En wat doet het met hun ouders? Wel , het maakt ze onzeker en angstig. Stel je ook even in mijn positie, kinderen na schooltijd niet naar huis zien vertrekken maar naar Samusocial, kraakpanden of in het Noordstation in kartonnen dozen gaan slapen. Wat zou het met jou doen?

Eén van de tragedies van deze tijd is dat als het ons probleem niet is we het dan ongelofelijk moeilijk hebben om het te zien, laat staan te erkennen. Als je een probleem hebt, moge dat armoede, seksisme of racisme zijn, dan is het eerste wat je verlangt dat iemand (h)erkent dat je het daar moeilijk mee hebt en dan wil je ook nog geholpen. Zolang dat niet gebeurt blijf je in angst achter. Een angst die te rechtvaardigen is, veel meer dan die irrationele angst vluchtelingen bijvoorbeeld. Een angst die dan nog constant gevoed wordt door (sociale) media en politici. Vaak worden ze d'office als profiteurs gekapitteld. Mensen die onze sociale zekerheid in gevaar brengen. Van de asielzoekers, die in de jaren negentig naar hier zijn gekomen zijn er nu 80% aan het werk.


Wir schaffen das
Toen ik in het begin de jaren 2000 bij Italiaanse vrienden op bezoek ging, werd ik door hun kennissen op gewezen op het probleem van de Albanese maffia. Jaren later kreeg ik te horen dat de Albanezen goed bezig waren, maar ... dat het nu de Roemenen waren. Onlangs kregen ik te horen dat de Albanezen én de Roemenen top zijn omdat ze de taal spreken en het harde werkers zijn. Nu zijn de Marokkanen het probleem. Vorig jaar las ik een rapport van de Italiaanse overheid dat in 2014 de migratie Italië 12,6 miljard euro had gekost. Daartegenover stond, dat het segment vluchtelingen en migranten hetzelfde jaar liefst 46 miljard euro belastingen hadden afgedragen aan de de Italiaanse staat. Van dat bedrag betaalden de Roemenen alleen al 16 miljard en per hoofd bleken het zelfs de Marokkanen die meeste jobs creëerden. Eigenlijk is dit wereldschokkend nieuws omdat het volledig tegen ons denken en aanvoelen ingaat. Voorpaginanieuws is het nooit geworden, integendeel!

Het klopt niet dat migranten profiteurs zijn, mensen zonder dromen of talenten. En als je alles achterlaat, om welke reden dan ook om een nieuw leven te beginnen, vraagt dat heel veel kracht. Als er iemand is in Europa, die dat goed had begrepen is het Angela Merkel wel. Met haar 'wir shaffen das' was ze zich terdege bewust, zowel van de capaciteiten van het thuisland zelf als van de mogelijkheden van de migranten zelf. Tot 60% van die vluchtelingen is hooggeschoold maar hooggeschoold of niet, wie positief focust op de integratie van die mensen plukt daar op termijn de vruchten van. De Verenigde Naties spreken er al vanaf de jaren 2000 de Europese Commissie op aan dat Europa door de sterke denataliteit migranten nodig heeft als het huidig welvaartsniveau wil aangehouden blijven.

Er is talent zat bij mensen met een migratie-achtergrond. Het meest in het oog springende voorbeeld is wellicht het voetbalelftal van de Rode Duivels die allang niet meer allemaal Jan, Jef of Paul heten. Maar ook wereldkampioen thai boksen Mohamed Boulef is een Molenbekenaar, de 'slimste mens' 2014 en filmmaker Adil El Arbi, volgens 'Time' de Molenbeekse Spielberg. En wie kent hier Fikry El Azzouzi, misschien wel onze beste schrijver uit Temse, waarvan zijn laatste boek binnen het jaar in 7 talen verscheen? Allemaal mensen die laten zien dat het loont in te zetten op het potentieel van mensen met een migratie-achtergrond.



Liefde is het antwoord
Wat levert ons die angst voor mensen met een migratie-achtergrond of hen op? Weinig of niets. Het enige antwoord op die angst is 'liefde' en we hoeven niet te wachten tot de overheid die bij wet afkondigt. Als ik de heilige boeken lees van bijna alle religies, maar ook het proza en de poëzie van veel culturen, dan leer ik dat de liefde het allerbelangrijkste is. Maar hoe zit het met de liefde vandaag?

Wat mij motiveerde om het boek 'Liefde in tijden van angst' te schrijven, nog voor de aanslagen in mijn stad in mijn buurt, is mijn overtuiging dat je angst niet met nog meer angst, of haat met nog meer haat kunt bestrijden. Ik verwees al naar Maarten Luther King die heeft laten zien dat met liefde en vreedzaam verzet het meest te bereiken is. Zijn grote voorbeeld Ghandi dit het hem voor. Makkelijk is het niet want beiden lieten er het leven voor. En als je vandaag liefde voorstaat, krijg je te maken met een immens cynisme: dat het niet goed is, dat het niet goed komt en het allemaal tot niets zal leiden, dat de wereld om zeep is. Maar ik weiger dat te accepteren omdat ik overal op allerlei niveau's en zeker in mijn eigen stad en in dit land zie dat liefde een ongelofelijke kracht heeft. Als er iets is dat op een positieve manier het verschil kan maken dan is dat liefde.

Vier wortels van liefde
De eerste wortel is om te beginnen 'aanwezigheid'. Maar het is vandaag echt niet gemakkelijk om aanwezig te zijn voor een ander. Nog nooit hebben we zo snel geleefd of tijd gehad. We zijn al blij als we zo nu en dan eens quality-time voor elkaar kunnen maken. Gewoon eens per week samen ontbijten bijvoorbeeld. Ondertussen speelt wel de televisie op de achtergrond en is krant of de smartphone binnen handbereik.

Zelf werkte ik voor de geboorte van mijn dochter dit jaar 130%, 60% als jongerenwerker in Brussel en 70% als docent in Leuven. Nu werk ik nog voor 50% want ik besloot om zeker de komende 6 maanden financieel in te boeten om samen met mijn dochter te vertoeven. Het is niet altijd even leuk, vermoeiend soms, maar je voelt je naar elkaar toegroeien, hoe ik zo liefde ontwikkelde voor mijn kind en hoe zij die beantwoordde.

Een tweede wortel van liefde is 'luisteren', want je kunt aanwezig zijn zonder dat te doen. En wat heb je of de ander eraan als je in een gesprek op voorhand vasthoudt aan je eigen grote gelijk of dat met je gedachten elders bent?

Behalve luisteren is ook de derde wortel 'erkennen' belangrijk. Dat je de ander erkent zoals hij is ook in zijn verschil en niet zoals je wilt dat hij is. Veel te vaak streven we ernaar de andere m te vormen naar ons eigen beeld en gelijkenis. We zoeken vaak alleen de gelijkenissen op die ons kunnen verbinden maar als we de verschillen niet erkennen is er gewoonweg geen sprake van erkenning. Zelf woon ik bijvoorbeeld in een grootstad en kom ik vaak spreken in kleinere dorpen. Van beide kanten moeten we openstaan voor dat verschillend zijn en de impact ervan op onze levens.

Dat leidt ons tot de vierde wortel van de liefde en dat is 'respect' tonen voor de ander zoals hij is. Dat wil niet zeggen dat er geen problematische meningsverschillen kunnen zijn. Ik kan te doen hebben met mensen die de gelijkheid tussen man en vrouw niet respecteren of anderzijds gewoon racistisch zijn. Zo kreeg ik eens tijdens een lezing de opmerking van een vijandig publiek dat ik maar beter kon ophoepelen naar mijn land van herkomst. Toch ben ik gebleven om het gesprek te voeren en ik zou het opnieuw doen. ik zoek zo'n confrontaties zelfs bewust op omdat het gesprek mijn enige wapen is. Ook al zijn er meningsverschillen blijft het belangrijk dat respect te blijven tonen om de ander lief te hebben. Dat mag niet voorbehouden blijven enkel voor mensen die je analyse delen.
Het moet vooral menselijk blijven want het is pas als je in de ander de mens ziet, dat je iets betekenen voor elkaar. Waar zijn we in godsnaam mee bezig als we weigeren in de dakloze, de vluchteling, de alleenstaande moeder, de bejaarde in een rusthuis geen mens meer te zien. Menselijkheid kan enkel door liefde levendig gehouden worden.

Jongerenwerker en geen diplomaat
Op mijn 17de woedde vlakbij in Kosovo een oorlog. Liefst 800.000 vluchtelingen trokken toen naar Noord-Albanië, op dat moment de armste regio van Europa. Ik nam me voor bij te dragen aan een oplossing voor al die ellende en ging internationale politieke wetenschappen studeren in Brussel, de hoofdstad van Europa. Ik studeerde af met de hoogste onderscheiding. En omdat ik ook nog eens 6 talen spreek, dacht iedereen in m'n omgeving dat ik het zou maken in een of andere internationale organisatie.

Maar inmiddels waren de schellen van mijn ogen gevallen. Ik zag het onrecht niet enkel in Albanië maar ook in de hoofdstad van Europa zelf. Ik zag teveel jongeren in armoede, die zonder diploma de school verlaten en werkloos zijn. Toen besloot ik jongerenwerker te worden en geen diplomaat. Ik kon niet anders omdat ik liefde voelde voor die jongeren, de toekomst van mijn stad. Als ik bovendien als docent voor de klas sta, is het ook om duidelijk te maken aan mijn studenten dat ik ze graag zie. Als ik dat doe met hen die onterecht probleemjongeren worden genoemd i.p.v. jongeren met problemen, dan weet ik dat ik hun vertrouwen en hun respect heb en dat we zo het verschil gaan maken.

Van die jongeren is er geen enkele richting Syrië of Irak vertrokken. Integendeel ze stoppen jongeren er naartoe te trekken. Sommigen zijn nu inspirerende leraars, jongeren waar niemand iets in zag die boeken gingen schrijven en bekende gezichten zijn geworden. Als dat kan voor iemand met weinig of geen middelen en vaak op z'n eentje, stel je dan eens voor wat er zou kunnen als we samen in liefde er echt werk gaan van maken.


Bleri Lleshi, Liefde in tijden van angst
Epo, 2016, ISBN 978 94 6267 062 4, 171 blz., 15 euro. 

donderdag 5 oktober 2017

Een hartelijke bisschop


Op donderdag 28 september bracht bisschop Lode Aerts een bezoek aan het decanaat Ieper (Ieper, Langemark-Poelkapelle en Zonnebeke). Zo bezocht hij al de helft van alle decanaten in het bisdom. Bij elke gelegenheid krijgt hij een staalkaart van het lokale kerkelijke leven aangereikt. Hij bezoekt in één beweging ook de vele christelijke en pluralistische organisaties die daar met het leven van de Kerk verbonden zijn: scholen, ziekenhuizen, voorzieningen voor mensen met een beperking of met een psychische ziekte, woon- en zorgcentra. Deze initiatieven die hij op die manier leerde kennen, maakten op hem een diepe indruk.

“Ik ontmoette talloze vrouwen en mannen die zich met een groot hart, vrijwillig of professioneel, inzetten voor mensen, voor het evangelie en voor de Kerk. In naam van de beleidsploeg wil ik u oprecht danken voor uw grote inzet en voor de hartelijke ontvangst die ons overal te beurt valt,” schreef hij al eerder in z’n gespreksbrief, ook al een verdienstelijke poging om in dialoog te treden. De bisschop is een heel hartelijk en toegankelijk mens. “Zeg maar Lode,” zegt hij steevast wanneer hij formeel wordt aangesproken als ‘monseigneur’.
Dat voelt goed aan, of zoals Peter Peene het verwoordde bij zijn aankomst in het theaterzaaltje van de vrije basisschool in Sint-Juliaan: “U bent één van ons en wij zijn met u!”


Wakker voor vrede
Naar aanleiding van 100 jaar Groote Oorlog worden in Langemark-Poelkapelle, midden in de frontstreek, van 2014 tot 2018 vredeswakes georganiseerd. Jong en oud, uit alle windstreken, van alle gezindten, komen telkens op zondagnamiddag verzamelen in de kerk van Langemark rond twaalf thema's, die van wezenlijk belang zijn voor vrede: van armoedebestrijding over het vluchtelingenvraagstuk tot de kracht van vrouwen. Informatie, bezinning en engagement zijn de drie essentiële bouwstenen van elke wake. Al gauw werd het verlangen duidelijk om hier iets mee te doen in de plaatselijke basisscholen. Wat bijzonder aardig lukte met als één van de onbetwiste hoogtepunten een verrassende flashmob op de Grote Markt van Ieper van 250 kinderen uit Langemark-Poelkapelle. Een boodschap van hoop en vrede, een creatie van de Vietnamese choreograaf Quan Bui Ngoc, om te gedenken dat op hun grondgebied voor het eerst in de geschiedenis massaal chemische wapens werden ingezet. Bisschop Lode bekeek met stijgende verbazing tot wat een lokale scholengemeenschap met enthousiaste leerlingen, gedreven leerkrachten en sympathiserende ouders in staat zijn.


De rode loper
lag voordien al uitgerold in de ‘stille ruimte’ van het Jan Ypermanziekenhuis. Een actie van de pastorale dienst om ‘iedereen’ als een hoge gast, een V.I.P. te benaderen. Een knipoog naar het bijbelverhaal waar Maria die in verwachting van haar ‘kind’, haar hoogzwangere nicht Elisabeth opzoekt om haar geluk te wensen en van dienst te zijn. “Magnificat”, zegt ze dankbaar voor het ‘Leven’ zelf. ‘Magnifiek’ is het dat mensen in ziekenhuizen, woon- en zorgcentra elkaar tot zegen zijn. Plaatsen waar mensen geconfronteerd worden met het wonder en de broosheid van het leven en ontvankelijk worden voor Gods nabijheid, die ‘mee-viert en mee-lijdt’. Dat brengt HOOP, kracht in alle omstandigheden. Zo staat het er in grote letters op de wand geschreven. Bisschop Lode voegt de daad bij het woord en neemt ruim de tijd om enkele zwaar zieke mensen, ook stervenden met een groet nabij te zijn.


Een hart onder de riem
In het slotklooster van de Karmelietessen, op de Frezenberg in Vlamertinge, ontmoet hij de priesters, diakens en religieuzen van het decanaat. Samen – een vijftigtal – bidden en zingen zij het middaggebed. In de refter genieten ze van een copieuze maaltijd. De zusters glunderen, weten niet waar ze het hebben, en zijn in nog hogere sferen dan anders. Bisschop Lode steekt met bemoedigende woorden iedereen nog maar eens z’n hart onder de vaak uitgerokken riemen die ondanks alles blijven draaien:

“Zoals ge weet ben ik nog op stage. Ik ben nog van alles aan het verkennen en dat geeft - eerlijk gezegd - veel plezier. Jullie zijn niet alleen een goede streek, maar ook een goed bisdom. Op veel plaatsen, vaak stil en verborgen, gebeuren nog veel goede dingen. De plaats waar we zijn, is daarvan een toonbeeld. De zusters komen niet voortdurend in de gazet en maar best ook. Ze zijn er gewoon en los van de leeftijd zijn ze ook een voorbeeld. Ze blijven bijeen, ook al bijzonder. Dat wil zeggen dat jullie mekaar graag zien en aanvaarden en ondertussen bidden jullie voor ons allemaal. Iedereen hier aanwezig houdt op zijn eigen wijze van de Kerk, doet van alles en het helpt dat er mensen zijn die het essentiële blijven doen, mekaar graag zien en zich daar door Onze-Lieve-Heer in bevestigd weten. Dat geldt voor iedereen, ook zij die in de pastoraal van de zorg, het onderwijs met diaconie of catechese gaande zijn. Een teken van Gods nabijheid, dat Hij ons gezelschap zoekt en niet in de steek laat. Veel dank en goede moed, vooral voor de wat ouderen. Die hebben al veel gedaan en doen rustig voort met nu nog wat meer klemtoon op ontmoeting en gebed, of waar het nog gaat met een kleine dienst. Die kleine dingen zijn heel betekenisvol. Spiegel jullie aan paus Franciscus, hij heeft maar één long maar kijk eens wat hij nog uitstraalt op zijn oude dag.”


Onderwijs met ‘PIT’
In het instituut Heilige Familie maakt hij verder kennis met de directies en het personeel van het onderwijsnet op alle niveau’s van het decanaat, een ontmoeting met PIT. Dat staat voor het ‘pastoraal inspirerend team’ die te midden van de diversiteit voluit de kaart wil trekken van respect en openheid. Dynamisch, creatief, kritisch en eigentijds, bezield door Jezus’ inspirerende boodschap dat God liefde is, samen groeien als katholieke dialoogschool. Dat het geen holle woorden zijn blijkt uit een gesprek met de groep zelf, niet eens allemaal, in minderheid zelfs godsdienstleerkrachten en enkele leerlingen zelf. Bisschop Lode deelt in hun vreugde en bekommernissen en maakt ijverig nota’s.

Daarna wordt hij onder leiding van meester Pieter door enkele kinderen van het instituut Immaculata beleefd aan de tand gevoeld. Vragen die nieuwsgierigheid verraden over het Sint-Maartensgehalte van zijn ‘bisschopskleren’ en vragen die heel diep gaan. Wat denk je van de vraag van Mirte en Eloïse?
“Wij kunnen leren rekenen, wij kunnen leren lezen, wij kunnen leren, schrijven. Wie goed wil zwemmen, kan dat leren. Ook autorijden, of pianospelen kun je leren. Maar bidden: kun je dat ook leren? En hoe moeten wij dat doen?” De bisschop benadrukt dat het helpt, door alles wat je gegeven en wat voor je gedaan wordt, niet als vanzelfsprekend te zien. Daar dank-je-wel voor zeggen en het aan Jezus toevertrouwen, is een goed begin van bidden.


Ommegang in de poppy-tuinen
Hoog tijd om het hoofd te luchten en uit te waaien in de Zonnebeekse poppy-tuinen in het kasteelpark in gezelschap van de burgerlijke overheden. Een onschuldig onderonsje tussen Kerk en Staat. Dan wordt algauw de link gelegd naar de zorg om de vele kerkgebouwen voor steeds minder actieve gelovigen. Het lijkt erop dat heel wat mensen, die diep in hun hart de waarde van hun christen-zijn genegen zijn, het allemaal een beetje opgeven. Het fenomeen is van alle tijden. In de Bijbel in Gewone taal horen we de profeet Jesaja al zeggen: “Uiteindelijk zal er maar een hele kleine groep overblijven. Net zoals van een boom alleen de wortels resten. En met die mensen zal Ik opnieuw beginnen.” En zo geschiedde het.

Een mooi beeld dat ons onwillekeurig deed denken aan het gedicht van John McCrae, dat hij niet zover van daar schreef: “We shall not sleep, though poppies grow – in Flanders fields.”

Die tere rode bloem heeft krachtig zaad. Soms vind je er maar enkelen maar ze geven kleur aan de velden. Ze verdwijnen nooit helemaal. Zoals McCrae z'n strijdmakkers ook opriep om je te blijven inzetten voor 'de goede zaak' is dit zeker een vertaalslag waard voor onze kerkgemeenschap. Voel het kriebelen, ontkiem, bloei samen met anderen op het veld, werk mee aan een nieuwe lente in de Kerk! Weet dat weldra zoals Mark Vande Voorde het neerschreef: “het ‘Godsgemis’ groter wordt dan het ‘Godsverlies’.


Zelfs Herodes wil Jezus zien
Voor en na de eucharistieviering in een goedgevulde Ieperse kathedraal volgen in de kapittelzaal en de Sint-Maartenskring nog vele informele ontmoetingen bij een hapje en een tapje met de plaatselijke pastorale teamleden, leden van de kerkfabrieken, catechisten, organisten en kosters en voorzitters van welzijnsschakels.

In zijn homilie, een commentaar op het evangelie van de dag (Lc 9, 7-9 – Herodes wil Jezus te zien krijgen) trekt bisschop Lode parallellen tussen Herodes en de mensen nu. Niemand is perfect, verre van zelfs. Wij hebben al wel van Jezus gehoord, dat Hij een bijzonder mens was met woorden die raken, maar we weten niet goed wat daarvan te denken. Zou het waar zijn dat zijn boodschap vandaag nog van tel is of beslissend kan zijn voor ons leven. Meer zelfs dat het leven, de liefde sterker is dan de dood. Dat is op vandaag helemaal niet zo vanzelfsprekend. Ook trouwe kerkgangers missen vaak de woorden of zijn gegeneerd om het ter sprake te brengen. Het is evenwel een opluchting en een grote troost dat deze vraag de gemoederen blijft beroeren. Zelfs in momenten van groot onvermogen of ontmoediging kan Jezus ons boeien. We willen wel eens zien wie Jezus is.

Voor wie een totaal-indruk wil krijgen van dit bezoek en omdat beelden vaak meer zeggen dan duizend woorden, ...