In het kader van de vele herdenkingen en publicaties van 100 jaar
Eerste Wereldoorlog, mocht een boek met de gelijknamige titel én
ondertitel ‘Geheim verzet na de brand van Leuven’ van de
hand van Johan Ickx niet ontbreken. Als verantwoordelijke
voor het historisch archief van de sectie buitenlandse betrekkingen
van de Heilige Stoel is de auteur uitstekend geplaatst om de
lezer binnen te leiden in de interne keuken van de Vaticaanse
diplomatie tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een interview met de auteur verscheen eerder al in Tertio. Het boek werd
voorgesteld op vrijdag 20 oktober in het museumcafé van het
In Flanders Fields Museum te Ieper in aanwezigheid van heelwat
prominenten. In de marge maakte bisschop Lode Aerts een overweging
over de verhouding tussen God en geweld.
Kerkhistoricus Johan
Ickx delft nu voor het eerst het geheime rapport op dat rector
Paulin Ladeuze daarna aan de Heilige Stoel bezorgde. Zijn
onderzoek in de archieven van het Staatssecretariaat leidde tot ‘een
origineel verhaal met non-conformistische besluiten’, stelt
kardinaal Pietro Parolin in het voorwoord van De oorlog en het
Vaticaan.
Parallel met de Groote Oorlog woedde vanaf eind 1914 tot de helft van
1915 “een andere stille maar niet minder beslissende oorlog in de
paleizen en salons van Rome en het Vaticaan”, schrijft
staatssecretaris Pietro Parolin in zijn aanprijzing van het jongste
boek van Johan Ickx. Wat was er loos in de interne keuken van de
Vaticaanse diplomatie na de brand van Leuven eind augustus 1914?
Fabel staaft actie
“Twee documenten die ik vond in de archieven van het
Staatssecretariaat, tonen aan dat er meer intriges gaande waren dan
tot nu toe gedacht”, zegt de auteur. “Eerder was er al op gewezen
dat de Duitsers een fabel verspreidden om hun actie te legitimeren,
namelijk dat ze Leuven platbrandden als reactie op
burger-sluipschutters - franc-tireurs - die hen aanvielen. Dat een
scherpe veroordeling van de verwoesting van Leuven door de toenmalige
paus, Benedictus XV, uitbleef, kon erop wijzen dat de Heilige
Stoel geloofde in de Duitse propaganda. Net zoals Pius XII het
stempel kreeg Hitler's Pope te zijn, zo werd van Benedictus XV
een ‘vriend van de Duitsers’ gemaakt. In beide gevallen doet dat
geen recht aan de waarheid. Beide pausen streefden onpartijdigheid en
vrede na. Zodra het Vaticaan meer inzicht had in de zaak, deed de
paus wat hij kon om zo snel mogelijk de glorie van Leuven en haar
bibliotheek te herstellen, onder meer door boeken naar de universitei
tte laten sturen.”
Eugenio Pacelli
“Helaas duurde het een jaar alvorens de Heilige Stoel over de
nodige documenten beschikte die aantoonden dat die franc-tireurs een
fabel waren", vervolgt Ickx. “Tot dan werd het Vaticaan
inderdaad op een dwaalspoor gezet, onder meer vanuit de nuntiatuur in
België die wel partij koos voor de Duitsers. Maar zodra het geheime
rapport van rector Paulin Ladeuze met getuigenissen die wezen
op de Duitse leugens, op het bureau van Eugenio Pacelli - de
latere paus Pius XII was tijdens de Eerste Wereldoorlog de
'buitenland- minister' van het Vaticaan - belandde, geloofde Rome in
die versie van de feiten en besefte de Heilige Stoel dat Leuven op
basis van willekeur onterecht vernietigd was. Toch kwam er geen
publiekelijke veroordeling omdat sommigen vonden dat het niet hard te
maken was wie nu gelijk had.”
De kerkhistoricus beklemtoont dat het publieke zwijgen niet betekent
dat er niets gebeurde. “Het diplomatieke corps werd gezuiverd: wie
Duitse luizen had, werd weggestuurd. De
buitenwereld had evenwel niet door dat dat kwam door de zaak-Leuven.
Dat Pacelli in 1917 nuntius in Duitsland werd, wees er volgens
sommigen op dat hij niet bekwaam was een orgaan van de Romeinse Curie
te leiden. Het was veeleer zo dat hij als een van de weinigen de
onpartijdige koers kon verzekeren. Al te makkelijk heulden sommigen
mee met de Duitsers. In 1930 werd Pacelli staatssecretaris, in 1939
paus. Van in het begin had hij ingezien dat de Duitse propaganda
leugen en bedrog was. Volgens mij is hij daarover nooit meer van
gedacht veranderd. Mijn boek stelt het gangbare beeld over hem bij.”
Club van vijf
Zoals de ondertitel aangeeft, draait Ickx' archiefstudie bovenal rond
het ‘geheime verzet’. “Ladeuzes rapport paste in een
bredere diplomatieke operatie waarbij Belgische professoren en
geestelijken vanaf Kerstmis 1914 bondgenoten zochten in Rome. Met hun
ondergrondse 'club van vijf' trachtten ze de neutrale houding
van de paus - te verklaren omdat er katholieken aan weerszijden van
de frontlijn stonden - om te buigen. Dat netwerk met als spilfiguur
de Belg Simon Deploige, de Engelsman Duncan Gregory, de Fransman
Louis Canet, de Roemeense prins Vladimir Ghika en de Japanner
Shinjiro Yamamoto zou trouwens tot na het interbellum blijven
functioneren. Over dat vijftal was zo goed als niets geweten. Ik vond
in de archieven een korte nota aan Pacelli gericht, over kardinaal
Désiré-Joseph Merciers houding in de oorlog. Dat is het enige
archiefspoor dat naar een lid van de club verwijst”, verklaart
Ickx.
"Er was trouwens nog een groep discreet actief ten voordele van
Leuven: de Benedictijnenorde, met dom Lambert Beauduin,
kardinaal Francis Aidan Casquet en abt-primaat Fidelis von Stotzingen
op kop. Monniken zijn meestal niet politiek of diplomatiek actief
tenzij blijkbaar in crisistijden. Ik noem hen het slapende kapitaal
van de kerk. Het was ook geen toeval dat Keizersberg gespaard bleef
in 1914.”
Bisschop Lode over God en geweld
In de marge sprak bisschop Lode enkele verhelderende woorden over de
verhouding tussen God en geweld vanuit de Bijbel. In New York staat
het hoofdgebouw van de Verenigde Naties. Voor dat gebouw staat een
monument dat de gekende bijbelse uitspraak van de profeet
Jesaja verbeeldt over 'zwaarden die omgesmeed worden tot
ploegscharen' (Jesaja 2:1-5). Het schetst het visioen van een
wereld waar de oorlog zal gebannen zijn. Legers komen er dan niet
meer aan te pas want 'ze zullen de oorlog niet meer leren'.
Met de afschaffing van de verplichte legerdienst hier, zou je met een
beetje goede wil kunnen zeggen dat al ietwat aan dat droombeeld wordt
voldaan. Maar veel mensen hebben daar geen boodschap aan en voor hen
is precies de godsdienst zelf de bron van geweld en oorlog. Toch is
die tekst uit het Oude Testament, de meest toegelichte en
becommentarieerde in de eerste christelijke gemeenschappen. Er leefde
een sterk verlangen naar een wapenreconversie om het kostbare ijzer
aan te wenden in de landbouw voor een betere voedselproductie.
Niet onbelangrijk is ook dat zo'n visioen zich op een heel concrete
plaats afspeelt. We lezen bij de profeet
Micha aan het begin van het vierde hoofdstuk met een
paar varianten precies hetzelfde visioen. Daar wordt er nog aan
toegevoegd hoe de mensen er in alle rust zullen kunnen vertoeven in
de schaduw van de vijgenboom, dat er vrede zal heersen op die ene
plaats. Ergens moet het beginnen.
Dat heeft te maken met een bepaalde manier van leven. Bij Jesaja
wordt verteld hoe de verhouding tussen arm en rijk moet veranderen.
Dat leidt tot minder geweld. Het gebeurt niet ineens. Wie wil oogsten
kan niet van de eerste keer alles binnenhalen. De wijngaardenier zal
de trossen die nog niet volgroeid zijn nog wat laten hangen voor een
na-oogst. Dan zeggen de profeten dat de tweede oogst bestemd is voor
de armen, de vreemdelingen, de weduwen en de wezen. Wie een
geweldloze samenleving wil kan niet zomaar alles gaan claimen. We
zijn in zekere mate eerder gebruiker dan eigenaar van alle goederen.
Gerust laten én fascineren
De verspreiding van dat ideaal gebeurt anders dan wij het ons zouden
voorstellen. Het gebeurt niet met propaganda of indoctrinatie, het
gebeurt door 'fascinatie'. Dat is een rechte lijn die we in de Bijbel
of de Kerk veronachtzamen. Het is nu eenmaal zo dat 'goede dingen'
veel vlugger worden verspreid omdat ze aantrekkelijk worden. Goede
wijn behoeft geen krans. Woorden wekken maar voorbeelden trekken.
Indoctrinatie stoot af, zeker bij moderne mensen. Bij Jesaja lezen we
niet alleen dat de zwaarden omgesmeed worden tot ploegscharen, niet
alleen dat het op een bepaalde plaats gebeurt maar ook dat de mensen
komen kijken, dat ze er toestromen om het te mogen meemaken. De
volkeren zeggen tot elkaar: “Kom wij gaan ook naar de berg
van de Heer”.
Zo kunnen ook binnen de Kerk en de Wereld - eerder dan grootschalige
missionering of campagnes - kleine inspirerende modellen van
vreedzaam samenleven mensen fascineren en inspireren om hetzelfde te
gaan doen.
'De oorlog en het Vaticaan', Johan Ickx, 260 blz,
verscheen bij Lannoo, 2017, 9789401443234 en kost 22,50 euro.















