Pagina's

Posts tonen met het label Devotie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Devotie. Alle posts tonen

zaterdag 12 mei 2018

Onze heiligen



Iedere kerk wordt bij haar wijding opgedragen aan een 'teken-heilige'. Daarnaast wordt vaak een tweede heilige patroon aangesteld die de gelovigen van binnen en soms ver buiten de parochie een grote verering toedragen omwille van zijn of haar heilige 'specialiteit' tegen ziekten bij mens en dier.

Teken- vs. patroonheilige
De tekenheilige van de kerk staat in het centrum van de verering soms zichtbaar op het hoofdaltaar, op een zijaltaar, in een brandraam, of als kunstbeeld afgebeeld. Maar vaak gaat die tweede heilige patroon met de meeste belangstelling lopen en krijgt hij of zij een bijzondere plaats in de kerk, omgeven met tal van speciale voorwerpen en beeltenissen, een altaar, een vaandel, een brandraam, een reliekschrijn, ex-voto’s ... Wanneer de feestdag van de patroonheilige gevierd wordt komen de mensen op bedevaart, dikwijls in het kader van een noveen, ze doen dan de ommegang, vereren de relikwie, branden een kaarsje, lezen de litanie, kortom ze komen de noodheilige 'dienen'.

Ter plaatse
De kerk van Zonnebeke bijvoorbeeld werd toegewijd aan O.L.Vrouw-ten-Hemel-opgenomen. Op het zijaltaar, links van het hoofdaltaar, wordt Maria Hemelvaart op een groot schilderij afgebeeld. Reeds in de voormalige, oude abdijkerk werd O.L.Vrouw-van-de-Rozenkrans vereerd en gevierd. Johannes-de-Doper werd de tweede patroon. Op het rechter zijaltaar ziet men een gelijkaardig schilderij van de doop van Christus in de Jordaan door Johannes-de-Doper. Vroeger was ‘de ommegang ter ere van Sint Jan’ en ‘de kinderzegen’ erg populair te Zonnebeke.

In Passendale werd Sint-Audomarus de tekenheilige van de kerk, Sint-Cornelius echter werd de patroonheilige. In Geluveld werd de kerk integraal aan de heilige Margaretha toegewijd en ze is tevens naast de teken- ook de grote patroon- of beschermheilige die in de rechterzijbeuk in een schrijn te bewonderen is en die nog ieder jaar tijdens een noveen gevierd wordt. In Zandvoorde is de kerk toegewijd aan Sint-Bartholomeus die in een brandraam kunstig werd afgebeeld. Als tweede patroonheilige kreeg – net zoals te Passendale – Sint-Cornelius een bijzondere verering. In Zandvoorde bloeit tevens sedert enkele jaren een bijzondere devotie voor de heilige pater Pio.
In Beselare is de kerk toegewijd aan Sint-Martinus waar hij in een brandraam wordt voorgesteld. Als tweede patroonheiligen fungeren Sint-Vincentius en Sinte-Birgida. De verering van Sint-Vincentius van Beselare gaat heel ver terug in de geschiedenis. Beselare genoot eertijds van heinde en ver een grote bekendheid als verplichte bedevaartplaats tot Sint-Vincentius voor mensen die iets mispeuterd hadden.

E.H. Lodewijk De Wolf onderpastoor te Beselare van 1911 tot 1914 stipt een volksgebruik aan te Beselare, nog in voege tot aan de oorlog 1914-18.

“Enige leden van Vincentius, achte tiene tot twaalf man, met trommel en speeltuigen, gingen op Kerstavond, Nieuwjaaravond en Dertienavond, achter brood en aalmoezen. Het volk zei smalend: ‘het stutemuziek is op gang’. Onderwijzer en koster Victor Vermeulen was toen chef van het muziek. Ze hadden ook ‘afhalers’ meelopen, die de broden in zakken vergaarden, ze droegen de brooden bij de schamele liên, waar het hun gezeid was zulks te doen.”

Het beeld van Sint-Vincentius in de kerk draagt in de rechterhand een roskam en in de linkerhand een palmtak. Hij is voorgesteld als diaken. Het nieuwe beeld van Sint-Vincentius, een doodgewoon commercieel beeld daterend van rond 1925, is eigenlijk een Franciscus Xaverius. Men heeft het koorhemd of de superplie waarmee Sint-Xaverius wordt voorgesteld in ’t groen geschilderd, waarschijnlijk om de traditionele dalmatiek van St-Vincentius op te roepen (M. English in Ons heem, XII jg, p.103).

Ups en downs
Iedere parochiekerk heeft een grote geschiedenis achter zich liggen. Van bij het ontstaan kreeg de kerk reeds een naam en door de eeuwen heen ondergingze tal van verbouwingen. Soms werd ze vernield ten gevolge van brand of oorlogsgeweld zoals in onze regio. Maar de patroonheiligen bleven steeds behouden én de verering van sommige volksheiligen kennen nog altijd belangstelling zoals de heilige Margaretha te Geluveld en Sint-Corneel in Zandvoorde.

Volksdevoties kennen enorme bloeiperioden bv. tijdens oorlogsjaren, of bij plotse epidemieën bij mensen of dieren, denk aan de varkensplagen in de jaren zeventig en tachtig. Sint-Antonius met zijn zwijntje werd dan plots weer erg populair bij de Westvlaamse varkensboeren.

Soms sterven volksdevoties langzaam uit. De belangstelling valt weg omdat iedere nieuwe generatie mensen betere welstand kent en de geneeskunde met rasse schreden evolueert. Het geloof en vertrouwen in heilige genezers voor ziekten bij mens en dier gaat verloren. Niettemin blijven veel mensen die bijvoorbeeld aan de zona lijden Sint-Antonius in Sint-Juliaan dienen. En als ‘patrones van onmogelijke zaken’ kent de heilige Rita van Cascia in Kruiseke wellicht haar gelijke niet.

Zaad in ‘t bakske
Doorheen de kerkgeschiedenis manifesteert menig pastoor zich als een echte persoonlijke fan van zijn patroonheilige en soms naamgenoot en probeert dan zijn voorkeurheiligen in zijn kerk letterlijk en figuurlijk in de bloemetjes te zetten bij zijn parochianen. Zo komt er zaad in het bakske en er kunnen speciale kostbare voorwerpen worden aangekocht zoals een zilveren reliekschrijntje, een nieuwe affiche, een nieuw devotieprentje...

Het zit de volksmensen in het bloed wonderbare verhalen te beluisteren in de kerk en troost te vinden in het dienen van een heilige tegen lichamelijke of geestelijke kwalen. Samen bidden en zingen is tweemaal bidden!


Beeldenstorm in the sixties
Maar soms worden aloude tradities gewoon doodgezwegen of soms brutaal vernield. De beeldenstorm in de jaren zestig in veel parochiekerken heeft veel volksmensen pijn gedaan. Waarom moesten toendertijd de ommegangkapellen van Sint-Jan, Sint-Cornelius en van Sint-Vincentius verdwijnen?

We zijn de kaap van 2000 reeds ver voorbij. Er is nu een totaal nieuwe generatie die het opnieuw maken wil. Hun geloof en vertrouwen is zichtbaar in de vele theelichtjes die ontstoken worden en dit niet alleen in studentenkamers...

De talrijke heiligen
uit onze kerkramen
kijken zwijgend toe.
Maar iedere morgen
straalt door Hen heen
het vriendelijk Licht
dat vertroosting brengt.

Guido Vermeulen.

maandag 23 april 2018

Reilen en zeilen rond de Koortskapel




Tijdens de maand mei flakkert de religieuze traditie weer op rond de Westhoekkapel in en rond de Frezenbergstraat met tal van vieringen, gebedstonden en andere initiatieven. Misschien las je het al in de speciaal voor de gelegenheid gedrukte ‘Gazette van de Westhoek’. Zoniet kom je het hier verder allemaal te weten ...

GESCHIEDENIS

Lang geleden stond er op de Westhoek te Zonnebeke een kapelletje van plak en stak, met een strooien dak en een klein houten lievevrouwbeeldje. Het stond langs de Frezenbergstraat, aan de overkant van het kasteel van jonkheer Debouck en zijn dienstmeid Louise Cools.

In het jaar 1870 was er, door de aardappelplaag en ziektes bij de dieren, overal zware armoede. Ook ‘meneerke Brouck’, zoals hij in de volksmond werd genoemd, werd erdoor getroffen, en samen met de buurtbewoners kwam hij bij het Lieve Vrouwbeeldje nood klagen. Hij beloofde, indien zijn gebeden werden verhoord, een nieuwe en grotere kapel te bouwen op dezelfde plaats. De crisisjaren gingen voorbij en rond 1880 verrees op de Westhoek een prachtige gotische kapel, toegewijd aan O.L.V. Nood-zoekt-troost.

De koortskapel
In die tijd stierven in de streek veel kinderen aan kraamkoorts. Als voorspreekster kreeg de O.L.V. van de Westhoek zo'n grote faam dat de kapel werd herdoopt tot ‘koortskapel’. Ze werd bezocht door grote groepen bedevaarders, die te voet vanuit omliggende gemeenten en zelfs vanuit Noord-Frankrijk kwamen. In de kapel stond een prachtig beeld van Onze Lieve Vrouw, met het kindje Jezus op haar arm.

Elke zondag van mei stelden marktkramers naast de kapel hun kramen op. Daar verkochten ze van alles. Juffrouw Louise deelde haar winst uit aan de armen. Op de laatste zondag kwam het muziek van Zonnebeke een wandelconcert geven. Meneer Charles trakteerde achteraf de muzikanten.

En toen kwam de oorlog
Een jaar lang bleef de kapel ongeschonden, maar in april van 1915 sloeg een voltreffer in en vernielde de kapel grotendeels. Juffrouw Louise had ondertussen het beeld van O.L.Vrouw al uit de kapel gehaald en het in Dadizele in veiligheid gebracht.

Volgens de kronieken duurde het tot maart 1925 toen pastoor Gerard Lammens liet optekenen dat men begonnen was met de wederopbouw van de school, en dat daarna de koortskapel aan de beurt zou zijn. Op Pinkstermaandag van datzelfde jaar werd het nieuwe beeld gewijd in de kerk van Zonnebeke en daarna in stoet naar de Koortskapel gedragen. Op de laatste zondag van mei noteerde pastoor Lammens niet minder dan 2000 bedevaarders … (GV).

Het beeld: Maria draagt een witzijden mantel vol schitterende edelstenen.
Ze dragen allebei een gouden kroon en hebben een scepter en een wereldbol in de hand.
DE TWEE KRUKKEN

De zevende statie van de Kruisweg van lijden en hoop
Tijdens de Tweede Slag bij leper trof een Duitse artilleriegranaat het huisje van Hector Brion en Maria Brouckaert die klaar stonden om met hun drie kinderen te vluchten. Zowel de 9-jarige Omer, als de 7-jarige Anna en de beide ouders komen hierbij om het leven.

Het oudere zusje Martha (11) werd zwaargewond vanonder het puin gehaald. Om te herstellen kwam de kleine meid in Neuville-sous-Montreuil terecht. Ze verbleef daar gedurende 14 maanden in het hospitaal. Niemand had gedacht dat ze haar verwondingen zou overleven, maar uiteindelijk kon ze zich moeizaam opnieuw voortbewegen met haar kleine krukken. Uiteindelijk bleef ze beperkt in haar bewegingen, en moest ze zich verplaatsen met de fiets, die ze enkel met haar rechterbeen kon vooruitduwen.

Martha Brion, zittend in het bed, zwaargewond na de Duitse aanval op hun huisje, waarbij haar beide ouders en broertje en zusje het leven lieten.
Als aandenken en uit dankbaarheid, hing Martha Brion haar krukken op in de nieuwe Westhoekkapel in de Frezenbergstraat te Zonnebeke. Ze blijven daar hangen, als een herinnering aan het meisje dat de oorlog overleefde, maar nooit de kans kreeg om afscheid te nemen. (M.D.)




KAPEL WESTHOEK
ONZE-LIEVE-VROUW-NOOD-ZOEK-TROOST

Vieringen meimaand 2018

Eucharistieviering,
opgedragen voor de familie Borry
op dinsdag 1 mei om 8.00 u.;
opgedragen voor de Vruchten der Aarde
op dinsdag 8 mei om 20.00 u.
Rozenkrans
op donderdag 10 mei (O.L.H. Hemelvaart) om 15.00 u.
Eucharistieviering,
opgedragen voor de families Malengier en Dejonghe
op dinsdag 15 mei om 8.00 u.;
opgedragen t.e.v. O.L.V. Nood-Zoekt-Troost
op dinsdag 22 mei om 8.00 u.;
opgedragen voor de familie Abel Acket-Oorreel en overleden zoon Luc
en de familie Alban Vandoolaeghe-Acket
op dinsdag 29 mei om 19.00 u.


KAPELLETJESTOCHT

Het is een traditie om in de Meimaand samen te komen bij de Mariekapelletjes, elkaars zorgen te dragen, samen te bidden tot Maria in vertrouwen voor elkaars intenties.
Donderdag 3 mei om 18.30 u. (Familie Loones)
Kapel O.L.V. Nood Zoekt Troost B.V.O.
Frezenbergstraat tegenover huisnummer 9, nabij oprit Hoeve De Frezenberg.
De plaats waar de oorspronkelijke Westhoekkapel stond
Woensdag 9 mei om 18.30 u. (Familie Degeest)
Kapel O.L.V. en H. Livinus Frezenbergstraat tegenover huisnummer 80.
Het waterkapelletje van de Westhoek
Donderdag 17 mei om 18.30 u. (Familie Borry)
Kapel O.L.V. van Lourdes B.V.O.
Op de splitsing Grote Molenstraat / Nonnebossenstraat
Uit dank om bescherming tijdens WO II / Oscar Borry
Donderdag 24 mei om 18.30 u. (Familie Deprez)
Kapel H.Hart
Oude Kortrijkstraat 75 leper - Westhoek Kapelle van de klokhofstede
Donderdag 31 mei om 18.30 u. (Familie Masschelein)
Kapel Maria, Lieve Vrouwe Zegen Woon en Landouwe
Ieperstraat 208 nabij oprit Hoeve Masschelein
Jules Masscheleins Kapelle

In geval van slecht weer, gaan de samenkomsten door in de Koortskapel O.L.V. Nood-Zoekt-Troost, Frezenbergstraat 31 Westhoek – Zonnebeke

TENTOONSTELLING PASSIE VAN IEPER


Philiep Vandoolaeghe en Chantal Deprez nodigen u graag uit op de officiële opening op zondag 29 april om 11.00 u. in de Kapel O.L.V. Nood-Zoekt-Troost.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog gingen burgers en militairen door de hel van de Ypres Salient. Vandaag leven hun verhalen verder, niet alleen in brieven en dagboeken, maar ook in de verhalen van de families die terugkeerden naar Ieper.

De 14 staties van de Kruisweg vormen het religieuze en cultuur-historische sjabloon voor evenveel Ieperse verhalen uit WO I. Van veroordeling tot troost, schrijnend en weerbaar vormen ze de ‘Passie van Ieper’.

Programma

– Welkomstwoord door Philiep Vandoolaeghe
– Inleiding over de ‘Passie van Ieper’ door Marc Dejonckheere
– Receptie voor alle aanwezigen van 12.00 u. tot 14.00 u.

Gelieve U aanwezigheid te bevestigen ten laatste woensdag 25 april op 0475 40 84 73 of via philiep.vandoolaeghe@gmail.com

De tentoonstelling loopt tot 31 mei en is te bezichtigen elke dag van de meimaand van 10.00 tot 18.00 u.

De kapel is iedere dag toegankelijk.

woensdag 10 januari 2018

Het regent rozen


Op dinsdag 2 januari vierden we de 145-ste geboortedag van Marie-Françoise Thérèse Martin, beter bekend als Theresia van Lisieux. In vele parochiekerken vind je nog wel een beeld van haar terug. Zelden brandt er nog een kaarsje bij en dat is jammer. Dat zegt iets over hoe en waarom mensen naar heiligen toestappen. Bij haar zien we een omgekeerde beweging. Zij brandt dan wel geen kaarsen voor ons maar ze overstelpt ons met innerlijke rozen en zegeningen. De Nederlandse karmeliet, de zalige Titus Brandsma verwoordt het zo: “Veelal verwacht men van een heilige iets bijzonders, iets dat van het gewone afwijkt, iets dat men de poëzie van een heiligenleven zou kunnen noemen. En nu ziet men het zo prozaïsch gewoon, dat men er uiterlijk de heilige niet in ziet. Maar dat is juist de ware heiligheid”.

Thérèse werd geboren in 1873 in het Franse Alençon. Op haar tiende werd ze ernstig ziek totdat ze het Mariabeeld boven haar bed naar haar zag glimlachen, waarna ze volledig genas. Al op jonge leeftijd voelde ze dat het haar roeping was God te dienen. Ze was uitzonderlijk vroom, maar stond ook bekend om haar wilskracht en gevoel voor humor. Ze besloot in te treden bij de orde van de Ongeschoeide Karmelietessen in Lisieux (Normandië). In 1896 werd tuberculose bij haar geconstateerd. Ze stierf op 24-jarige leeftijd aan de ziekte.


Het verhaal van een ziel
Na haar dood vertelde een medezuster dat er ‘niets bijzonders’ over de jonge Thérèse te vertellen was. Maar door haar diepe verbondenheid met Jezus wist ze het geloof heel dichtbij de mensen te brengen. Op vraag van haar zus, die op dat moment tevens overste was, begon zij in 1895 met het opschrijven van haar levensverhaal ‘Histoire d'une âme’. Het werd zeer populair en in meer dan 40 talen vertaald. In dit boek vertelt ze hoe de liefde haar roeping werd, en hoe ‘de kleine weg’ haar spiritualiteit vormde. In 1923 werd Thérèse zalig verklaard. Haar heiligverklaring volgde in 1925. In 1997 werd Thérèse, als derde vrouw in de geschiedenis, door paus Johannes Paulus II tot kerkleraar uitgeroepen. Aan de rand van de stad Lisieux is ter ere van Thérèse een enorme basiliek gebouwd, die door vele pelgrims en toeristen wordt bezocht.

Een bekende uitspraak van haar is: “Ik wil het rozen ( = zegeningen) laten regenen op aarde”. Daarom wordt ze afgebeeld als karmelietes die een crucifix en rozen tegen de borst houdt. N.a.v. 145-ste verjaardag verscheen op Kerknet een kort filmpje op tekst van Anke Van Meer, die de spiritualiteit van Thérèse heel gevat, eenvoudig en beeldig samenvat. Je kan het ook bekijken op Youtube (https://www.youtube.com/watch?v=06PuE3WHpY8). Zeker doen, het zal je beslist raken. Meer dan 25.000 mensen bekeken de film al, meer dan 2.000 onder hen reageerden, deelden of liketen via Facebook.

Mgr. Hoogmartens, bisschop van Hasselt:
“Een filmpje om te bekijken en te herbekijken. Een heldere stem vertelt er de geschiedenis van Thérèse-van-toen aan mensen-van-nu. Een onverwacht verrassend verhaal, steeds dieper kijkend naar de mens en naar God, of beter misschien, naar de mens en naar vervullende liefde. Een eigentijdse meditatie, een bijzonder appel aan de mens, die – vermoeid om altijd opnieuw iets te moeten bereiken – zou vergeten, dat hij om lief te hebben ook kleiner moet worden.

Thérèse spreekt:
“Het regent rozen, nu terwijl je dit leest. Zie je ze? Het zijn de mijne. Ik laat het rozen regenen. Die rozen zijn mijn verhaal. Ze groeien in mij, in mijn buik, mijn armen, mijn benen. Hoe dat is gekomen zal ik je vertellen. Ik ben Thérèse, gewoon Thérèse, niets bijzonders. Je denkt misschien dat dat erg is, 'niets-zijn', maar dat is het niet. 'Niets-zijn' is net heel fijn. Als je niets bent, kan je 'alles' liefhebben. En dat is waar ik van hou, van 'alles'.

Ik hou van mensen, ik hou van de kleine gebaren die ze maken terwijl ze spreken, van hun blinkende ogen als ze praten over iets wat hen bezielt, over studeren en werken, over kinderen, vrienden, vakantie ... over dingen die hen tot 'iets' maken, over 'iets' en 'iemand' zijn.

Tijdelijke dingen eigenlijk, want als er een 'iets' verdwenen is zoeken ze een nieuw 'iets'. Zo gaat het, steeds opnieuw en opnieuw. Ik snap het wel maar het is zo vermoeiend om steeds opnieuw 'iets' te moeten bereiken, steeds opnieuw het zoeken, het vinden, hebben, verdwijnen, vergeten ... en opnieuw zoeken, vinden, hebben, verdwijnen, vergeten ...

Alles gaat voorbij, niets blijft. Ik heb drie moeders gehad. Ik was vier toen mijn echte moeder stierf. Dan was er mijn pleegmoeder. En toen mijn zus oud genoeg was om voor mij te zorgen, was zij er. Tot ze vertrok. Alles gaat voorbij, niets blijft.

Dat is niet erg. Het is zoals een bloem. Nee, ik heb het niet over een roos, nu nog niet. Die komt straks pas. Ik heb het over een madeliefje, dat groeit en als het groot genoeg is wordt het geplukt. Bijvoorbeeld door een kind dat wil weten of iemand nu echt van hem houdt. Een kind dat heel zorgvuldig één voor één de blaadjes lostrekt om te kijken of het 'iets' zou worden. "Hij houdt van mij" ... "hij houdt niet van mij" ... "hij houdt van mij", zo gaat het dan. Ik ben 'iets', ik ben 'niets', ik ben 'iets', ik ben 'iets' ... tot er enkel nog een steeltje overblijft. Zo gaat alles voorbij.

Ze hebben me altijd verteld dat de blaadjes, die uitgetrokken worden op de plaats waar ze gevallen zijn, opnieuw gaan groeien. Ik begon na te denken over een Liefde die niet vergaat, over een liefde die groeit, over wat ik voel, over God ... want ik voel al zolang een Liefde die groter is dan mezelf.

Je vraagt je waarschijnlijk nog steeds af hoe er dan rozen in mij zijn gaan groeien en wat dat dit er allemaal mee te maken heeft. Wel het is zoals alles begonnen met 'niets'. Om lief te hebben moet je niet groter maar kleiner worden, dacht ik. En dus werd ik dat, kleiner. Het klinkt raar maar hoe nietiger ik werd hoe meer ik gevuld werd door liefde, alsof er binnen in mij plaats werd gemaakt. Plaats voor een veld, waar rozen konden groeien. Dat deden ze. Ze groeiden in mij, in mijn buik, mijn armen, mijn benen.

Dan werd ik ziek. Ik was drieëntwintig en ik kreeg een jaar. Ik moest huilen. Er rolden geen tranen maar rozen uit mijn ogen. Ik werd steeds meer 'niets', steeds nietiger, steeds kleiner. Geloof mij, je hebt nog nooit iemand zo 'niets' weten zijn als ik. Maar dat was niet erg. Ik ging toch dood. Ik moest niemand meer worden. Ik bleef rozen huilen. Er kwam geen einde aan. Voor elke roos die langs mijn wangen naar beneden gleed en op de grond viel, groeide op de plaats waar ze gevallen was een nieuwe. En ook binnen in mij bleef de grote Liefde groeien. Als ik sterf zal ik het rozen laten regenen. Mijn verhaal, mijn 'niets', mijn grote 'Liefde' ... en dat doe ik dus. Nu, zie je ze?”

P. Carlos Noyen OCD, provinciaal raadslid, Karmel Brugge:
Wat een verrassende hedendaagse manier om de boodschap van Thérèse te verwoorden. Wat ik waardeer: de boodschap wordt onverkort weergegeven. Er is bijvoorbeeld sprake van ‘niets zijn’. Dat gaat zo helemaal in tegen het hedendaagse dogma van ‘zelfrealisatie’ (dikwijls ten koste van anderen). Het zal zeker vragen oproepen bij een aantal mensen.

Mgr. Johan Bonny, bisschop van Antwerpen:
De kortfilm is mooi gemaakt: heel aangename en expressieve stem en passende sobere beelden. Het komt niet conventioneel over, ook niet geforceerd. Het suggereert een levensverhaal dat tegelijk broos en fascinerend is. Dat is het ook. Inhoudelijk vind ik het goed opgebouwd. Het is een open suggestie over hoe Thérèse haar kleinheid laat groeien, in de liefde. Kleinheid, liefde, lijden en rozen laten bloeien: die broze samenhang komt goed door, en zet aan tot verder denken en aanvoelen. De inhoud zet de (eventueel toekomstige) lezer van haar geschriften niet op een vooraf ingevuld beeld of interpretatie en dat is waardevol. Het laat de tijdloze betekenis van Thérèse open.

Wat ik wat mis, is dat haar ‘kleinheid’ en haar ‘liefde’ wel degelijk verbonden zijn met een Geliefde, die uit beeld blijft. Zij was geen ‘late puber’ of ‘vroege weduwe’ in de Liefde. Nee, ze ging door alle fases van de Liefde met haar unieke Geliefde, Hem met wie zij alleen dat liefdesverhaal kon meemaken: Jezus.