Pagina's

vrijdag 28 april 2017

Eerst zien en dan geloven



De hele paastijd worden uit het evangelie teksten voorgelezen, die vertellen hoe de leerlingen de verrijzenis van Jezus ervaren hebben. Eén ervan is Thomas, een nuchtere+ kerel – zoals de meesten onder ons – die met z’n twee voeten op de de grond staat. Hij laat zich niets wijsmaken. Na Jezus’ dood had hij meteen weer z’n oude job opgenomen. Zo kwam het dat hij er niet bij was toen Jezus de eerste keer aan zijn leerlingen verscheen. Toen zijn vrienden hem bij zijn thuiskomst het grote nieuws vertelden, legde hij als het ware vooraf al figuurlijk de vinger op de wonde toen hij zei: “Eerst zien en dan geloven.”

Het kan ons zomaar een keer overkomen dat we ergens verdwalen. Een onbekend bos waar je met je familie of gezinnetje aan het wandelen bent. En je blijkt op den duur rondjes te lopen, want alle paden lijken op elkaar. Het al te schemeren en je bent eigenlijk ten einde raad.

Geloof als houvast?
Op zo’n momenten zoek je houvast. We proberen ons dan flink te houden. We zeggen tegen onszelf: ‘maak je maar geen zorgen, het komt goed.’ Wij hebben blijkbaar geruststellende woorden nodig om door benarde situaties heen te komen. Zo probeert een arts zijn radeloze patiënt moed in te spreken. Zo probeert een moeder haar kind te troosten wanneer het tegen zit. En zo hebben we ook dat houvast nodig, omdat we niet willen verdwalen in het leven.
Zo vertrouwen mensen, die van harte kunnen geloven, dat God een houvast is. God kan ons het vertrouwen geven dat het allemaal goed komt.

Maar zo te geloven wordt wel steeds moeilijker, want voor veel mensen is zoiets niet meer te geloven. Het is een ingebeeld houvast om onze angsten te bezweren, zeggen ze. We zouden ons beter vasthouden aan datgene wat we zeker weten. Water kookt bij honderd graden, en de aarde is rond. Je kunt je hooguit verzekeren tegen pech, en verder bestaat er niets. Steeds meer en steeds vaker wordt ons in deze tijd voorgehouden, dat geloven iets voor zwakkelingen is of voor mensen met een veel te grote fantasie.

Thomas is ook zo'n mannetje dat helemaal niet houdt van vage verhalen over dode mensen die opeens weer gaan leven. Daarom kan hij niet geloven dat de leerlingen Jezus gezien hebben. Pas wanneer Tomas het met eigen ogen ziet, moet hij zijn ongelijk toegeven en gaat hij letterlijk door de knieën.

Gave van de Geest
Dit evangelieverhaal wil ons vertellen dat geloven in God helemaal geen infantiele behoefte is om je aan iets te kunnen vastklampen, geen fantasie is om onze onzekerheden te bezweren. Geloven kunnen wij zelfs alleen maar dankzij de heilige Geest. Wanneer Jezus de eerste keer verschijnt maakt hij dat duidelijk met een veelbetekenend gebaar. Hij wenst hen de vrede én blaast de Geest over hen uit. Geloof wordt ons gegeven, we kunnen het niet uit onszelf. Daarom worden wij gezalfd bij het doopsel en het vormsel. Het zijn rituelen, handelingen van de Kerk, die nogmaals bevestigen dat wij alleen dankzij de heilige Geest kunnen geloven. Ze geven wel niet de garantie dat het allemaal vanzelf gaat. Maar ze vertellen ons over het geheim dat in ons leven aanwezig is en kan uitgroeien tot een volwassen geloof, een diep en waarachtig vertrouwen dat alles goed komt.

Onze Vader
Als we dan toch dreigen te verdwalen in het leven, als we geen klaar meer zien, niet meer weten van welk hout pijlen te maken, kan dat sterke innerlijke geloof ons op de been houden. Het vertelt ons: niet wanhopen, God is er ook nog. Je hebt daarvoor geen bewijzen nodig. Maar is er dan helemaal geen twijfel meer mogelijk? Mogen wij niet – zoals Thomas – kritische vragen stellen? We zijn ons kinderlijk denken toch stilaan of volledig ontgroeid?
Een leven zonder enige onzekerheid of twijfel bestaat echter niet. Of je nu gelooft of niet,
wij worden allemaal wel eens overvallen door gebeurtenissen waardoor wij het even niet meer weten.

We kennen allemaal het gebed het Onzevader. Misschien hebben we de recent licht gewijzigde versie al onder de knie. Maar je kan het gerust ook zo bidden:

“Onze Vader,
als U in de hemel bent en als uw naam heilig is,
waarom geschiedt uw wil dan niet op aarde zoals in de hemel?
Waarom geeft U alle mensen niet hun dagelijks brood
en waarom vergeeft U ons niet wat we verkeerd doen,
zodat wij U niet langer hoeven te bestoken met klachten?
Waarom vallen wij nog steeds in de bekoring van de haat?
Als U in de hemel bent,
waarom verlost U ons dan niet van het kwaad,
zodat we eindelijk eens van harte kunnen zeggen, dat het goed is.”

In zo’n fel gebed is de heilige Geest aan het woord: ‘Hier komen, God!’ Het is toch onverdraaglijk dat zo veel mensen in ellende moeten leven. Als uw wil zou geschieden, zou dat toch niet nodig zijn. Als uw naam zou worden geheiligd, zouden wij elkaar niet voortdurend hoeven te bedreigen. Het is toch niet te geloven hoeveel onrecht er in stand wordt gehouden. Kom, God, werk nu eens mee en laat die goede Geest in ons werken.
Wij willen wel en wij hoeven echt niet te geloven uit angst. U brengt ons echt wel thuis, maar zolang wij nog onderweg zijn, blijven wij verontwaardigd over het verdriet dat we elkaar aandoen.

Wij kunnen dus niet alleen maar vertrouwen op onze kleine (wetenschappelijke) zekerheden, want die geven geen antwoord op onze verontwaardiging. Alles zeker weten zonder heilige Geest, lost lang niet alle miserie en onrecht op in deze wereld.

Augustinus
Op 24 april, vierden we het feest van Augustinus' bekering. Ook hij was vanuit zijn rationele ingesteldheid niet bij machte om vanuit zichzelf te geloven. Het moment, waarop dat zich definitief voltrok kan je lezen in het achtste boek van zijn Belijdenissen en is door de schilder B. Gozzoli prachtig weergegeven in een reeks over Augustinus' leven in de Sant'Agostino, de Augustijnenkerk, te S. Gimignano (I). Augustinus leest een tekst van Paulus, waarvan de eerste helft naar zijn oude leven van vóór de bekering zou verwijzen, en de tweede helft naar zijn nieuwe leven ná de bekering.

woensdag 12 april 2017

Een nieuwe jas


Vrijdagavond 31 maart was het eindelijk zover. De officiële opening van de nieuwe en vernieuwde schoolgebouwen van de Biesweide in Beselare. Een heus Biezefeest. Een nieuwe mijlpaal in de geschiedenis van de school, meer dan ooit klaar voor de toekomst. Een project ook met een boeiende voorgeschiedenis.

Laat ons eerst en vooral nog maar eens terugblikken op wat geweest is. In 1810 liet de pastoor een schoolgebouw met woonhuis bouwen op de Keiberg omdat er toen nog geen onderwijs voorzien was voor de meisjes. 52 jaar later kwamen de eerste kloosterzusters van de Heilige Vincentius ter plaatse om die taak te verzorgen. Zij gaven toen les aan 62 meisjes. Twee jaar later werden ze vervangen door de zusters Apostolinnen uit Brugge. De school bloeide en het aantal leerlingen steeg fors tot 200 zodat de Keibergschool aan uitbreiding toe was.

Van de ene berg naar de andere
Omdat de school zo groeide werden er in 1896 op de huidige locatie – op de hoek van de Klooster- en de Warden Oomlaan – twee klassen gebouwd. Tegen het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog stonden er al 7 zusters in voor letterlijk en figuurlijk ‘hoogstaand’ onderwijs aan de meisjes in Beselare. De school op de Keiberg overleefde de wereldbrand niet. Met de gerecupereerde oorlogsschade werd het klooster op die andere berg gebouwd.

In 1967 verlieten de zusters Beselare om zich terug te trekken in hun moederklooster van de Congregatie van Onze-Lieve-Vrouw van 7 Weeën in Ruiselede. In 1998 dan, hield de Gemeenteschool op te bestaan en kwamen de jongens de meisjes vervoegen. “De toekomst oogt mooi met de nieuwe gebouwen. Maar toch is de school nog niet gemaakt. Dat doe je samen. Zo vormen het schoolteam, de leerlingen en de ouders het hart van de school”, aldus directeur Xavier Vansteenkiste.


Een lange weg bergop
Onder impuls van E.H. Jan Vanhove en toenmalige directrice Katrien De Muijnck werd op 11 oktober 2000 een aanvraag tot subsidiëring ingediend van het nieuwe schoolproject. Vier jaar later volgde het akkoord en nog eens vier jaar later werd het bouwdossier zelf goedgekeurd. De stedebouwkundige vergunning kwam er in 2009 maar het duurde dan nog tot 2013 voor de bouwwerken effectief van start konden gaan.

Die werden heel behoedzaam ingepland en gefaseerd omdat een verhuis naar een andere plaats geen optie was. Een aantal ‘container-klassen’ en een speelstraat vormden een deel van de oplossing. Zo verdween beetje bij beetje een belangrijk deel van het oude patrimonium, gelinkt aan zovele herinneringen en anecdotes. Het stuk voor stuk oprijzen van de nieuwe gebouwen zorgde dan weer ondanks de hinder voor het nodige enthousiasme om een nieuw hoofdstuk te schrijven. De heraanleg van de Kloosterlaan maakte de schoolomgeving bovendien nog een stuk veiliger en gaf zo de titel van meest veilige basisschool van West-Vlaanderen nog eens extra glans.

Kostenplaatje
Zo’n bouwproject realiseren vraagt ook heel wat financiële middelen: 2.530.000 euro excl. BTW om precies te zijn, waarvan 70 procent door de overheid bekostigd wordt. Aan het schoolbestuur om de overige 760.000 euro te financieren. Dat werd bereikt met een zuinig beleid zonder evenwel betekenisvol toe te geven op kwaliteit, een belangrijke gift van voornoemde congregatie en de opbrengst van allerlei voorbije en komende nevenactiviteiten.

De feestelijke opening betekent evenwel niet dat het project al volledig is uitgevoerd. Met de resterende enveloppe worden nog een aantal noodzakelijke infrastructuurwerken voorzien. Een afdak om te schuilen bij regenweer, een overdekte fietsenstalling, het vernieuwen van schoolmeubilair en het verder renoveren van de oudste vleugel. Allemaal om de groeiende schoolbevolking onderdak te verlenen. Momenteel bedraagt het aantal leerlingen 328, een stijging van meer dan 30 procent sedert het jaar 2000. En die zongen tussen twee toespraken luidkeels op de melodie van ‘de droomboom’


Het Biesweidelied

In het hart van Beselare staat een nieuw gebouw .
Daar ga ik elke dag naartoe, ja heel getrouw !
Misschien is ‘t hekserij, neem je bezem er maar bij …
ik ben er graag …daarom … dus stel geen vraag !

Refrein:
Hier vandaag is het open deur!
Na al die jaren hard labeur.
Iedereen is in zijn sas,
want De Biesweide kreeg een nieuwe jas!

Op onze school is het zeer tof-keicool-ja-ferm-plezant !
De leukste plek van heel het Beselare-land ,
want wat wij ook proberen, spelen, doen en leren …
Zoals we ’t hier ervaren, is ’t een droom !

Breng nu even die twee handen samen in de lucht
en sla ze op elkaar want dit is zeker een must ,
applaus is op zijn plaats, nee niemand tegendraads !
We geven van katoen,’t is niet te doen …


IQ + EQ + ACCU
Grote afwezige was Hilde Crevits, Vlaams minister van Onderwijs, die wegens agenda- en begrotingsperikelen verontschuldigd was. Zij liet zich vervangen door Jan Durnez, burgemeester van Ieper, in zijn hoedanigheid als Vlaams volksvertegenwoordiger en commissaris voor onderwijs. De geknipte man omdat zijn 4 grootouders en 8 overgrootouders allemaal van Beselare waren.

Hij heeft het over een ‘knap bouwproject’dat in de eerste plaats de sterkte van een schoolbestuur, de directie en het korps toont: weten wat je wilt en het ook doordacht aandurven. Ons is geleerd dat om groot te worden je veel moet eten en om dat alles betaald te krijgen zullen er de komende jaren dus nog ettelijke eetfestijnen volgen.

In Vlaanderen worden er aan een razend tempo maar liefst twee bouwprojecten per week ingehuldigd. Twee van de drie Vlaamse gemeenten zagen in de voorbije twee jaar een nieuw schoolcomplex komen. Een schoolgebouw is echter zoveel meer dan een gebouw. Er is het kloppend hart van zo’n scholengemeenschap en een blik op de website (www.debiesweide.be)
waar het leven van de school doorheen de dagen, de weken, het jaar naar voor komt met z’n trofeeën en z’n grote momenten, verraadt heel wat inspiratie, creativiteit en wervende activiteit.


Ook het schoolproject zit goed ineen en is als opdracht ook mooi omschreven: de sterke, buigzame rietstengels die kinderen zijn in de wind en boven het water laten dansen. Het basisonderwijs komt niet alleen chronologisch voor het secundair onderwijs maar legt de eigenlijke basis, de fundamenten om door te gaan in het leven zoals dat ook het geval is bij een echt gebouw.

Dat dit nieuwe kader voor iedereen veel deugd zal doen, extra motivatie brengt, zo dat de komende jaren de spirit er in blijft. Leerkrachten die hebben naast IQ, EQ ook een ferme accu nodig om het hele jaar goed opgeladen te blijven.

Als afsluit overhandigde Jan Durnez de directeur een tekening in houtskool, die zijn vader André en gewezen schoolinspecteur, 25 jaar geleden kreeg bij zijn pensionering. Het geeft een beeld hoe het vroeger is geweest.


Biezefeest
En zo kon het feest pas echt beginnen met tal van nevenactiviteiten: grime, gekke fietsen, mini-golf, fotozoektocht door het gebouw, springkasteel, fotoshoot en we voor de hongerige magen de foodtrucks. Dat alles sfeervol opgeluisterd door de Beselaarse harmonie.

woensdag 5 april 2017

Liefde sterker dan de dood

Op Pasen vieren we de kern van het evangelie. Het 'goede nieuws' is dit: liefde is sterker dan haat. Leven overwint de dood. Maar hoe kunnen wij dit in 's hemelsnaam verstaan? Wat betekent het dat Jezus is opgestaan? Een woord bij Pasen van bisschop Lode Aerts.

Om de verrijzenis enigszins te begrijpen, moeten we niet alles focussen op Jezus' dood. Ook de leerlingen hadden nooit de verrijzenis ervaren, als ze niet verder raakten dan de laatste uren op Golgotha. Dat er nieuw leven kwam in Jezus' dood wordt maar verstaanbaar, als we denken aan al wat Hij te voren zei en deed. Reeds van bij het begin bracht Jezus “leven, en wel in overvloed” (Joh 10,10). 


Dat wordt zo mooi samengevat in het grote dankgebed:
“Armen en zieken, zondaars en wie uitgestoten waren, heeft Hij van harte liefgehad. Deelgenoot was Hij in alle menselijke nood” (XI,C).

Jezus was als een levende poort voor de liefde van God. 
En die liefde heeft uiteindelijk zelfs de dood overwonnen.

Liefde te midden van haat
Iets werd duidelijk op de dramatische avond voor Jezus' dood. Het paasfeest was ophanden. Jezus ging met zijn leerlingen voor het laatst aan tafel. Hij wist: Hij ging hen verlaten. En toch: hoe tragisch ook, zijn dood betekende voor Hem niet het einde. Ze leek Hem niet in tegenspraak met wat Hij altijd had verkondigd. Integendeel, zijn verwerping had in zijn ogen te maken met het doorbreken van Gods liefde en zijn Rijk van vrede.

Dat blijkt uit het gebaar van brood en wijn. Het gebroken brood betrekt Jezus op zichzelf. “Dit is mijn lichaam; het wordt voor jullie gegeven” (Lc 22,19). Zo ook met de beker wijn. Die wijn staat voor zijn eigen bloed, “vergoten voor velen” (Mc 14,24). In de paasnacht wordt voor elke Jood het verbond vernieuwd dat God sloot met zijn volk. Dat deed Mozes bij de uittocht uit Egypte door het sprenkelen van enkele druppels bloed als levenskracht (vgl. Ex 24).

Dit is Pasen. De passage van dood naar leven. De bevrijding van Gods volk uit zijn doodsnood. Op die reddende passage blijft Jezus tot in zijn laatste uren vertrouwen. Jezus sterft dus zoals Hij leefde. Hij oordeelt niet, zelfs met de dood voor ogen (Lc 6,37). Hij sluit niemand uit. Hij bemint de vijand (Lc 6,27). Ook op Golgotha krijgt de wraak geen kans. Jezus bidt voor zijn beulen, die arme slachtoffers van verblinding en indoctrinatie (Lc 23,34). Hij wast ook de voeten van zijn verrader en breekt voor hem het brood (Joh 13,26). Benedictus XVI noemde dit “een kernsplitsing in het binnenste van het zijn”. Jezus laat de liefde binnen stromen in een wereld van lijden en kwaad. Echter: zou die liefde sterker zijn dan de dood?

Gods Zoon aan het kruis
Het was vrijdagnamiddag, in onze tijdrekening wellicht 7 april van het jaar 30. Jezus werd terechtgesteld. Gods eigen Zoon werd “onder de overtreders van de wet gerekend” (Lc 22,37). Hij werd de deelgenoot van alle verworpenen, de gezel van onschuldig vervolgden, de broer van zwakken en zondaars. Wat er die laatste dag gebeurde had een enorm brede impact - net als het hele leven van Jezus! Het blijkt als we twee vragen voor ogen houden.

Eén: wie werd er aan het kruishout gespijkerd?
En twee: wie hield de hamer vast?

Op het eerste gezicht bleven de feiten bescheiden van omvang:
De veroordeelde heette Jezus, een jonge rabbi die een opstootje had veroorzaakt op het tempelplein. Hij werd aan een kruis geslagen door een stel Romeinse soldaten.

Het evangelie houdt het echter niet bij deze feiten. Zoals steeds getuigt het van een diepere ervaring die ook ons raakt vandaag.

Nogmaals: wie werd gekruisigd? Voor het evangelie zeker geen gewone rabbi. In Jezus was “de goedheid en de mensenliefde van God onze redder verschenen” (Tit 3,4). Echter: “Hij kwam in het zijne, maar de zijnen aanvaardden Hem niet” (Joh 1,11).

Ten tweede: wie wees Jezus af?
Niet alleen het stel soldaten. Zij waren maar uitvoerders. Jezus’ vonnis was eigenlijk al geveld sinds zijn eerste dagen in het openbaar. Toen al kreeg Hij bakken kritiek over zich van de Farizeeën: 'oudste zonen' die de feestzaal niet in wilden omdat ze zelf hun hemel verdienden met hun goede werken. Ook de hogepriester veroordeelde Jezus, en wel in naam van de Joodse Wet. In de landvoogd Pilatus die het vonnis uitvoerde, bleek dan weer de eeuwige argwaan van politieke leiders tegen Gods nieuwe, broederlijke samenleving. Zelfs het gewone volk dat eerst nog enthousiast “Hosanna” zong, liet zich ompraten en schreeuwde “aan het kruis met Hem” (Lc 23,21). Sterker nog: ook zijn Leerlingen “lieten Hem allemaal in de steek en vluchtten weg” (Mc 14,50).

Is het relaas van Jezus' passie en Pasen dus niet ons eigen verhaal? Zijn wij het niet, die weigeren om de poort van Gods liefde binnen te stappen? Als moderne westerlingen geven we het niet graag toe, maar bestaat ze of bestaat ze niet: onze angst tegenover een onverdiende liefde, onze traagheid voor een nieuw leven in volheid, kortom: onze onmacht en onwil tegenover de verrijzenis?

De levende God in de dood
Dat de leerlingen niet vrijuit gingen bij Jezus' dood, beseften ze maar al te goed. Petrus barstte in tranen uit wanneer hij zijn verraad besefte. Judas pleegde zelfmoord. De overigen leefden ondergedoken met schrik en verdriet. Misschien was hun Heer nog in leven geweest, als ze voor Hem waren opgekomen. Ze konden er niet om heen: eens waren ze Hem enthousiast achterna gegaan. En nu hadden ze Hem in de steek gelaten.

In de pijn om hun zwakheid en verraad kwamen de leerlingen echter tot de onthutsende ervaring, dat de Gekruisigde leefde. Nog verrassender was dit: wanneer Jezus zich als een levende liet zien, maakte Hij hen helemaal geen verwijten. Hij brieste niet tegen Petrus hoe die had durven beweren dat zijn Meester voor hem een volslagen onbekende was. Jezus, die
net voor het verraad nog Judas de voeten had gewassen en die voor zijn beulen ten beste had gepleit, was ook nu niet bitter of haatdragend tegen zijn laffe leerlingen. Het eerste woord dat Hij hen toesprak was: “Vrede zij u” (Joh 20,19).

Op het verraad van de leerlingen volgde blijkbaar vergeving en sjaloom. En dit kwam niet van een spook uit de onderwereld of een schim. De Verrezene maakte zich kenbaar in de heerlijkheid van God. Het ging niet om het voort vegeteren van een dode, maar om een nieuwe schepping bij God. Dat hebben de leerlingen intuïtief gevat: Jezus is definitief bij God de Vader. Het was God zelf, die was ingetreden tot in de dood en die Hem deed delen in zijn eigen goddelijk leven. Hier ligt het wonder van de verrijzenis: de levende God is in de dood gekomen en zijn liefde is sterker dan de dood, sterker ook dan alle onmacht en onwil.

Net als bij het leven van de aardse Jezus gaat het bij de Verrezene eigenlijk om God zelf. Laten we eerlijk zijn. Louter menselijk beschouwd was de zaak van Jezus dramatisch ten einde gekomen op het kruis. Maar als de leerlingen over de opstanding spraken, hadden zij het over de zaak van God. God heeft zich op Golgotha met de stervende Jezus vereenzelvigd. Alleen de presentie van de levende God kon het hopeloze lot van de dode Jezus ten goede keren. Menselijk gesproken is de dood de hopeloosheid zelf. Hoop tegenover de dood is maar denkbaar, als de levende God zelf in de dood aanwezig komt. Welnu: dat is de kern van Jezus' opstanding. God heeft de dood op het kruis overwonnen, door zelf in de dood aanwezig te komen. Wat voor de mens Jezus dodelijk moest aflopen, werd helemaal anders door de verborgen aanwezigheid van Gods totale liefde.

De dood verschalkt
De kerkvaders stellen het heel plastisch voor. Het monster van de dood is verschalkt. Het had zijn slachtoffer opgeslokt in de mening dat het een gewone sterveling was. Maar dat was buiten de waard gerekend! In Jezus was Gods Zoon aanwezig! Welnu, die goddelijke levenskracht kon door het graf niet worden vastgehouden. Hier kwam God tussenbeide, nog sterker dan in het slavenhuis van Egypte. Hier was het de levende God, die zich kenbaar maakte, zelfs in de dood. Door Gods liefde waren er al veel poorten open gegaan bij alles wat Jezus zei en deed. Maar nu is ook de laatste en de zwaarste deur geforceerd: de poort van het dodenrijk.

Op fresco's en iconen heeft de Oosterse Kerk dit wonder suggestief weergegeven. Jezus verbrijzelt er de poorten van de hel en laat die duistere krocht volstromen met licht en leven. In zijn overweldigende lichtglans treedt Hij het duister binnen van de dood. Daar reikt Hij Adam en Eva de hand en trekt hen weg uit het graf. Daarom is Christus neergedaald ter helle, zoals we in het credo zeggen (vgl IPe 3,18-19). Hij is afgedaald in het dodenrijk, opdat ieder mens, zelfs na een hels leven, door Christus met open armen wordt ontvangen en omhelsd. Er is een behouden thuiskomst voor alle verloren zonen en dochters. Wanneer we die omhelzing aanvaarden, wacht ons het eeuwig leven, het verbond, het leven met God. Zijn liefde is sterker dan de dood. Hier ontspringt de bron van elke christelijke hoop, van vreugde en vertrouwen. Hier begint onze opstanding. Zalig Pasen!