"Geloof
is aannemen wat wij niet zien.
De
beloning voor dit geloof is zien wat wij aannemen."
Een doordenkertje van Augustinus
op het evangelie.
Misschien wordt het duidelijk.
Twee
volwassen mannen gaan naar een graf.
Ze
lopen naar binnen, kijken,
maar
zien eigenlijk niets.
Er
liggen wat doeken, maar verder is het leeg.
Ze
begrijpen niet hoe dat mogelijk is, maar – staat er – ze geloven.
Zoals
twee jonge mensen die een kind krijgen.
Wat
is zo'n kindje klein en nietig! Zo afhankelijk.
Ze
kijken in de wieg. Ze blijven kijken. Zo mooi.
Maar
ze zien helemaal niet wat er van dit kindje worden zal.
Ze
geloven alleen maar ... in de toekomst van hun kindje.
En
je groeit op. Je ontdekt de wereld en kijkt je ogen uit.
Waar
zal jouw plaats zijn in die grote wereld?
Je
ziet dat de wereld er gaandeweg heel anders uitziet
dan
in de verhalen uit je kindertijd.
Het
is geen sprookjeswereld, en niet alles loopt goed af.
Lang
niet alle mensen zijn aardig of hebben goede bedoelingen
en
van een echte, ongedwongen vrede is er geen sprake.
Je
begrijpt het niet. Hoe moet dat dan met mij in die wereld?
Je
bent jong en kan nog heel ver kijken in de toekomst.
Het
begint met te geloven dat jij daarin een plaats hebt,
dat
je nodig bent in die wereld.
Je
trouwt of gaat samenwonen.
Daar
is die eerste grote ruzie thuis.
Er
vallen harde woorden en dan een pijnlijke stilte.
Je
kijkt elkaar aan en je begrijpt het niet.
Waarom
doen we toch zo tegen elkaar?
Maar
je houdt vol. Je blijft weerom geloven, geloven in trouw.
De
liefde is sterker.
We
zien om ons heen,
lezen
de krant, luisteren naar de radio, kijken naar tv
en
horen allerlei berichten uit de wereld.
Over
het milieu, de banken en de economische crisis, taaie conflicten ...
Waar
moet dat naartoe?
Is
er nog wel iets dat de goede kant op gaat?
Is
er nog een God die recht doet?
We
kijken en begrijpen eigenlijk niet
hoe
het allemaal kan en verder moet.
Wat
we wel kunnen doen, is geloven.
Blijven
geloven dat God ons roept om dat ten goede te keren,
dat
Hij ons nodig heeft en ons begeleiden zal.
Het
is Pasen, en je gaat naar de kerk.
Er
is hier niet veel te zien dat we al niet gezien hebben.
Wat
brandende kaarsen en mensen.
Veelal
enkelingen naast en achter elkaar.
Je
begrijpt het niet. Wat doen we hier eigenlijk?
Maar
je gelooft, omdat je weet dat het goed is samen te geloven.
Er
is een klein stukje brood.
Wat
stelt dat voor in al onze luxe?
Maar
je gelooft dat Jezus Christus levend onder ons aanwezig is.
Je
gelooft dat het goed is te delen.
En
al die eenlingen samen vormen een gemeenschap
die
Gods woorden spreekt,
Gods
woorden wil doen en die ook nog wil doorgeven.
Maar
als je niet kunt geloven,
kun
je kijken naar wat je wilt,
er
valt na een eerste sensatie echt niets meer te zien of te beleven.
Dan
gaat heel de wereld en heel dat Rijk Gods nergens over.
Het
is niet meer dan een leeg graf zonder betekenis,
een
put zonder enige bedoeling.
Pasen
is nu juist een wonder
omdat
een leeg graf het begin is van ons geloof.
Die
chaotische wereld krijgt plots een zin
zoals
een een kwetsbaar kind ons laat geloven in de toekomst,
zoals
een ruzie ons tot het besef brengt hoe waardevol trouw wel is.
Pasen
is geloven dat Hij leeft,
de
God die mens werd, gemarteld is, een slavendood gestorven is
en
hier in ons midden als de Levende herkend wordt.
Hij
is nergens te bespeuren. Het valt niet te begrijpen.
Maar
er is zo veel te geloven alle begrip te boven.
Want
als wij daardoor trouw kunnen zijn,
als
wij daardoor tot vergeving in staat zijn,
als
wij daardoor kinderen kunnen leiden naar een toekomst,
wat
zou die God,
die
ons vanaf de schepping zo liefheeft,
dan
niet allemaal voor ons willen doen?
En
we hebben daarvoor geen bewijzen nodig,
geen
dwang of pientere logica.
Alleen
een wenkende hand, een aarzelende stap, een woord dat goed doet,
en we durven het al aan om te geloven.
en we durven het al aan om te geloven.
Niet
bang voor de toekomst, niet bevreesd voor de wereld,
niet
afgeschrikt door vernieling en afbraak.
Want
Hij die gestorven is, leeft. God is trouw.
Geloof is dus aannemen wat wij
niet zien.
Dat is verre van onnozel
want juist dan komt er iets op
gang wat wel te zien is:
een toekomst die zinvol is,
een toekomst van breken en delen
vol van vrede, trouw, vergeving,
rechtvaardigheid en liefde.
Het is de wenkende beloning voor
het geloof dat we belijden.
We gaan waarempel zien wat wij
aannemen.
PAASWENS
Ik
wens je wat licht in momenten van zorgen;
ik
wens je wat hoop en wat uitzicht op morgen.
Ik
wens je wat warmte in kil-grijze dagen;
ik
wens je een antwoord bij twijfels en vragen.
Ik
wens je wat zachtheid als woorden te hard zijn,
wat
vreugde en vrede als gedachten te zwart zijn.
Ik
wens je wat rust te midden je werk;
ik
wens je wat stilte, het make je sterk.
Ik
wens je een hand die je verder geleidt,
een
stralende glimlach die je vrienden verblijdt.
Ik
wens je een plaats om bij regen te schuilen;
ik
wens je een mens die niet schrikt van je huilen.
Ik
wens je een bloem om je dagen te kleuren
en
een vriendelijk gebaar om weer bij op te fleuren.
Ik
wens je Gods zegen over de komende jaren,
dat
Hij je steeds in zijn liefde mag blijven beware
(Frans Meerts)



