Pagina's

zaterdag 30 maart 2013

Pasen

Alle begrip te boven
"Geloof is aannemen wat wij niet zien.
De beloning voor dit geloof is zien wat wij aannemen."
Een doordenkertje van Augustinus op het evangelie.
Misschien wordt het duidelijk.

Twee volwassen mannen gaan naar een graf.
Ze lopen naar binnen, kijken,
maar zien eigenlijk niets.
Er liggen wat doeken, maar verder is het leeg.
Ze begrijpen niet hoe dat mogelijk is, maar – staat er – ze geloven.



Zoals twee jonge mensen die een kind krijgen.
Wat is zo'n kindje klein en nietig! Zo afhankelijk.
Ze kijken in de wieg. Ze blijven kijken. Zo mooi.
Maar ze zien helemaal niet wat er van dit kindje worden zal.
Ze geloven alleen maar ... in de toekomst van hun kindje.

En je groeit op. Je ontdekt de wereld en kijkt je ogen uit.
Waar zal jouw plaats zijn in die grote wereld?
Je ziet dat de wereld er gaandeweg heel anders uitziet
dan in de verhalen uit je kindertijd.
Het is geen sprookjeswereld, en niet alles loopt goed af.
Lang niet alle mensen zijn aardig of hebben goede bedoelingen
en van een echte, ongedwongen vrede is er geen sprake.
Je begrijpt het niet. Hoe moet dat dan met mij in die wereld?
Je bent jong en kan nog heel ver kijken in de toekomst.
Het begint met te geloven dat jij daarin een plaats hebt,
dat je nodig bent in die wereld.

Je trouwt of gaat samenwonen.
Daar is die eerste grote ruzie thuis.
Er vallen harde woorden en dan een pijnlijke stilte.
Je kijkt elkaar aan en je begrijpt het niet.
Waarom doen we toch zo tegen elkaar?
Maar je houdt vol. Je blijft weerom geloven, geloven in trouw.
De liefde is sterker.

We zien om ons heen,
lezen de krant, luisteren naar de radio, kijken naar tv
en horen allerlei berichten uit de wereld.
Over het milieu, de banken en de economische crisis, taaie conflicten ...
Waar moet dat naartoe?
Is er nog wel iets dat de goede kant op gaat?
Is er nog een God die recht doet?
We kijken en begrijpen eigenlijk niet
hoe het allemaal kan en verder moet.
Wat we wel kunnen doen, is geloven.
Blijven geloven dat God ons roept om dat ten goede te keren,
dat Hij ons nodig heeft en ons begeleiden zal.

Het is Pasen, en je gaat naar de kerk.
Er is hier niet veel te zien dat we al niet gezien hebben.
Wat brandende kaarsen en mensen.
Veelal enkelingen naast en achter elkaar.
Je begrijpt het niet. Wat doen we hier eigenlijk?
Maar je gelooft, omdat je weet dat het goed is samen te geloven.

Er is een klein stukje brood.
Wat stelt dat voor in al onze luxe?
Maar je gelooft dat Jezus Christus levend onder ons aanwezig is.
Je gelooft dat het goed is te delen.
En al die eenlingen samen vormen een gemeenschap
die Gods woorden spreekt,
Gods woorden wil doen en die ook nog wil doorgeven.

Maar als je niet kunt geloven,
kun je kijken naar wat je wilt,
er valt na een eerste sensatie echt niets meer te zien of te beleven.
Dan gaat heel de wereld en heel dat Rijk Gods nergens over.
Het is niet meer dan een leeg graf zonder betekenis,
een put zonder enige bedoeling.
Pasen is nu juist een wonder
omdat een leeg graf het begin is van ons geloof.
Die chaotische wereld krijgt plots een zin
zoals een een kwetsbaar kind ons laat geloven in de toekomst,
zoals een ruzie ons tot het besef brengt hoe waardevol trouw wel is.

Pasen is geloven dat Hij leeft,
de God die mens werd, gemarteld is, een slavendood gestorven is
en hier in ons midden als de Levende herkend wordt.
Hij is nergens te bespeuren. Het valt niet te begrijpen.
Maar er is zo veel te geloven alle begrip te boven.
Want als wij daardoor trouw kunnen zijn,
als wij daardoor tot vergeving in staat zijn,
als wij daardoor kinderen kunnen leiden naar een toekomst,
wat zou die God,
die ons vanaf de schepping zo liefheeft,
dan niet allemaal voor ons willen doen?

En we hebben daarvoor geen bewijzen nodig,
geen dwang of pientere logica.
Alleen een wenkende hand, een aarzelende stap, een woord dat goed doet, 
en we durven het al aan om te geloven.
Niet bang voor de toekomst, niet bevreesd voor de wereld,
niet afgeschrikt door vernieling en afbraak.
Want Hij die gestorven is, leeft. God is trouw.

Geloof is dus aannemen wat wij niet zien.
Dat is verre van onnozel
want juist dan komt er iets op gang wat wel te zien is:
een toekomst die zinvol is,
een toekomst van breken en delen
vol van vrede, trouw, vergeving, rechtvaardigheid en liefde.
Het is de wenkende beloning voor het geloof dat we belijden.
We gaan waarempel zien wat wij aannemen.


PAASWENS

Ik wens je wat licht in momenten van zorgen;
ik wens je wat hoop en wat uitzicht op morgen.
Ik wens je wat warmte in kil-grijze dagen;
ik wens je een antwoord bij twijfels en vragen.

Ik wens je wat zachtheid als woorden te hard zijn,
wat vreugde en vrede als gedachten te zwart zijn.
Ik wens je wat rust te midden je werk;
ik wens je wat stilte, het make je sterk.

Ik wens je een hand die je verder geleidt,
een stralende glimlach die je vrienden verblijdt.
Ik wens je een plaats om bij regen te schuilen;
ik wens je een mens die niet schrikt van je huilen.

Ik wens je een bloem om je dagen te kleuren
en een vriendelijk gebaar om weer bij op te fleuren.

Ik wens je Gods zegen over de komende jaren,
dat Hij je steeds in zijn liefde mag blijven beware

(Frans Meerts)

Als de haan voor ons kraait ...


op weg naar Pasen


Het is stout en uitdagend dit neer te schrijven, maar wist je dat het sacrament van de biecht, vandaag vooral door kinderen wordt gepraktiseerd. Natuurlijk kun je opmerken dat zij het in schoolverband worden opgelegd maar dat is eigen aan de opvoeding. Kinderen hebben nu eenmaal een zetje nodig. Bovendien een hartig woord van waardering aan de directies en de leerkrachten, die het belang van vergeving en verzoening in onze samenleving onderkennen en deze – ook kerkelijk – aanmoedigen. Dat is verre van evident en ook moedig. Een harde, meedogenloze maatschappij komt niet zomaar uit de lucht vallen. Maar het belangrijkste is de beleving van dit sacrament. Ze staat op één lijn naast bijvoorbeeld het doopsel, de eerste communie en het heilig vormsel. Het is ronduit verrassend en ontoerend hoe eerlijk kinderen daarin kunnen opgaan. Het is echt en daar mogen wij volwassenen een voorbeeld aan nemen. We hoeven persé niet meer onze kniëen te pijnigen in een biechtstoel om daarna met hulp van derden recht te worden getrokken. Even stil worden, nadenken over wat minder vlot in ons leven, oprecht spijt hebben en vergeving vragen, kan ook anders. Wie de federale biechtviering voor al onze parochies miste, die op 26 maart om 19.00 u. doorging in de kerk van Passendale en nog volwaardig zijn Pasen wil doen, kan nog altijd een biechtgesprek aanvragen bij een van onze priesters. Pasen is immers als een nieuwe mens, op z'n paasbest Christus en onze medemensen tegemoet te gaan. Het is niet gemakkelijk je gebreken, die soms kunnen knagen en ook anderen last berokkenen te belijden. Het is misschien nog moeilijker te geloven, te aanhoren en de diepe betekenis te vatten van de bevrijdende woorden “Ik ontslag u van al uw zonden” en dat dit nog effectief gebeurt ook. Het is fantastisch. Wat hebben wij toch een ongelofelijk geloof !!! In één woord: GODDELIJK.

In het verhaal van de kraaiende haan gaat Petrus duidelijk in de fout. Hij had Jezus voordien stellig belooft Hem trouw te blijven, maar zich er niet aan gehouden, juist toen Jezus hem zo hard nodig had. Jezus had Petrus verwittigd dat dit zou gebeuren, maar Petrus luisterde niet. En Jezus komt erop terug. Maar niet in een verwijtende zin. Hij wist al bij voorbaat dat Petrus Hem zou verlaten en ook ons kent Hij door en door en hij weet dat we helemaal niet zo dapper zijn als 't er echt op aan komt. Met Palmzondag staan wij nog bij wijze van spreken met de palm in de hand te wuiven, stellig bereid om Hem te volgen maar dat palmtakje verdort evenzeer als onze goede voornemens. Achteraf weende Petrus daarover, hij had spijt en had zijn lesje geleerd. Petrus moest net als wij nu leren dat wij niet zo'n stoere binken of meiden zijn als we we dachten. Dat we Jezus elke dag nodig hebben om het goede te doen. De oude Petrus blies hoog van de toren: hij 'zou wel even dit en dat doen'. De nieuwe Petrus wist dat Hij Jezus nodig had, elke dag en elk uur opnieuw, omdat hij zelf zwak was. Onze goede wil en het kunnen toegeven van onze fouten zijn voor Jezus voldoende om zich weer met ons te verzoenen. Ik mag tegen Jezus zeggen: “Ik heb zie je graag, maar je weet dat dat niet altijd lukt, help me steeds opnieuw te beginnen!”
En wat dan als mij iets wordt aangedaan ...? Zeggen we daar niet in het Onzevader …
en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren.
Niemand is perfect, hoe graag hij dat ook wil zijn. Proberen ook wij te vergeven,
met Jezus' hulp zeven maal zeventig maal, altijd. Dan worden we elkaars 'maatjes'.
Dát is de Jezus' weg van vergeving en verzoening.



ENKELE VIERINGEN
(voor alle vieringen zie rubriek vieringen)

Witte Donderdag 28 maart
Federale viering voor alle parochies
om 19.00 u. in de kerk van Beselare.

Goede Vrijdag 29 maart
Kruisweg en kruishulde
om 20.00 u. in de kerk van Zandvoorde.

Stille zaterdag 30 maart
Paaswakes
om 18.15 u. in de kerk van Geluveld;
om 20.00 u. in de kerk van Passendale,
opgeluisterd door het Sint-Audomaruskoor

Pasen
om 9.00 u. in de kerk van Zandvoorde,
opgeluisterd door het koor 'Sweet Sixteens';
om 9.00 u. in de kerk van Beselare
opgeluisterd door het koor 'De Reutelnoot';
om 10.30 u. in de kerk van Zonnebeke,
uitgewerkt door de catechisten en de vormelingen.

zaterdag 16 maart 2013

Mgr. Jean Kockerols

'Wat betekent Pasen voor mij, in mijn leven?'


Maandagavond 11 maart trotseerden toch nog een behoorlijk aantal gelovigen het gure winterweer om de vastenbezinning van Mgr. Jean Kockerols (°1958) bij te wonen in de kerk van O.L.Vrouw Middelares te Ieper. De predikant alleen al wekte nieuwsgierigheid op omwille van z'n wat ongewone levensloop en z'n titel van 'titulair bisschop van Ieper'. Hij is zoals hij het zelf benoemt een 'late roeping'. Hij werd licentiaat in de rechten en in het maritiem recht en werkte als jurist bij de Belgische Scheepvaartmaatschappij CMB. Hij was tegelijk (net zoals de Antwerpse bisschop Johan Bonny) vrijwilliger bij de Arkgemeenschappen van Jean Vanier (in Luik, Cognac en Brussel), wat bij hem de roeping tot het priesterschap deed ontstaan. Op 18 september 1993 werd hij in Brussel tot priester gewijd. Hij studeerde verder en werd baccalaureus in kerkelijk recht en in de filosofie. Hij verwierf ook een diploma voor studies in ontwikkelingssamenwerking. Aan de Gregoriaanse universiteit in Rome behaalde hij een doctoraat in de theologie. Op 21 februari 2011 werd hij door paus Benedictus XVI benoemd tot hulpbisschop van het aartsbisdom Mechelen-Brussel, voor het vicariaat Brussel. Als titulair bisdom werd hem dus het voormalige bisdom Ieper toegewezen.

Hij stelt meteen dat hij hier als bisschop niets in de pap te brokken heeft. Dat komt toe aan zijn vriend Mgr. Jozef De Kesel, die voordien in die functie actief was is Brussel. Maar vanuit z'n ervaring en achtergrond heeft hij ons toch wel iets te zeggen. Vooreerst over de situatie van de Kerk in Brussel, nauwelijks 125 km hier vandaan. Het kleinste gewest herbergt 108 parochies, allerlei gemeenschappen waar men in liefst 26 talen terecht kan. De kleinste Brusselse gemeente Sint-Joost-ten-Node (1,1 km²) telt op dat kleine lapje grond 143 nationaliteiten. Brussel geeft onderdak aan 50.000 Europese ambtenaren uit 27 lidstaten. 25 % van de bevolking is moslim voor wie de geloofsbeleving erg belangrijk is. Het ligt voor de hand dat hier enorme uitdagingen liggen voor zowel de stad als voor de Kerk om bruggen te bouwen tussen al die groepen. Mgr. Kockerols vindt het van groot belang buiten die voor ons wat vreemde wereld voeling te blijven houden met andere kerkgemeenschappen. Ook in ons bisdom beweegt er heel wat en is er nood aan bruggenbouwers tussen de verschillende parochies met het oog op nieuw op te richten pastorale eenheden.




Maar dit terzijde want eigenlijk wou hij het hebben over het Paasmysterie. Wat Pasen ten diepste voor ons leven zelf kan betekenen. Daarbij brengt hij drie evangelies om en rond Pasen naar voor.

Het eerste is dat van de 'gedaanteverandering van de Heer op de berg Tabor'. Het helwitte kleed verwijst naar wie Jezus is. Het kleurt zijn levensverhaal dat een en al liefde is en reeds een voorafspiegeling is van een glorierijk en altijddurend leven in God. De gebeurtenis is een flitsend inzicht dat de drie apostelen meenemen in hun leven van alledag. Het onthult niet alleen de identiteit van Jezus maar het houdt ook een zelfde belofte in voor hen en bij uitbreiding ook voor ons. God zal ons vergankelijke, onvoltooide leven vervullen. Dat geeft een ongeziene kracht om hier en nu in liefde verder te leven. Mgr. Kockerols wenst elk van ons zo'n ervaring toe, de plotse maar algehele zekerheid van het volle, voltooide leven dat ons overvalt, geschonken wordt. Zelf vertelt hij o.a. zo'n beleving uit z'n praktijk binnen een van de Arkgemeenschappen (Cognac, Frankrijk) waar mensen met en zonder verstandelijke handicap – niet in instellingsverband – met elkaar samenleven. Jacques is een kleine man (1,32 m) die vanwege een heel hoge graad van autisme totaal niet in staat is zich te uiten. Hij leeft geheel opgesloten in zichzelf. Alles moet voor hem gedaan worden. In een droom, waar alle beperkingen worden weggenomen, ontmoet hij Jacques in een grootwarenhuis waar ze uren aan een stuk met elkaar aan de praat gaan. Wanneer hij die droom vertelt aan z'n medebewoners blijkt dat elk van hen ooit dezelfde droom heeft gehad. Hij uitte hun diepste verlangen en wellicht ook die van Jacques zelf op dezelfde golflengte te komen, iets wat in dit leven fysiek niet mogelijk is. Zo'n ervaring is heel levensecht en houdt je aan de gang.

Een tweede evangelie vertelt over Het Laatste avondmaal dat verwijst naar de eucharistie. Omdat de Arkgemeenschappen niet louter katholiek maar op vele plaatsen oecumenisch of zelfs interreligieus zijn is de sacramentele viering van de eucharistie niet altijd mogelijk. Ook hier wordt een beperking opgeheven, een grens overschreden in het ritueel van de voetwassing. God zendt ons zijn Zoon, daalt af en Hij 'knielt' om ons dienend nabij te zijn. Het ritueel waar iedereen in volstrekte stilte elkaar de voeten wast en gewassen wordt, verzamelt, verbindt en schept eenheid. Een absoluut teken van liefde want er is geen liefde zonder eenheid. In de voetwassing erkent de Heer respectvol ons menszijn vol beperkingen, vernederingen en kwetsuren, die hij zo opheft en heelt zodat die voeten opnieuw gaan dansen van vreugde. Zo'n aanbod kunnen we – zoals Petrus eerst voorwendde – niet afslaan willen we Jezus in ons leven volgen en met hem op gelijke voet staan.

Geen Pasen zonder verrijzenisverhaal, waar Jezus bij het meer van Tiberias in het Johannes-evangelie verschijnt aan de leerlingen. We kennen allemaal ontgoocheling en ontmoediging. Dat was bij de apostelen na Jezus' dood natuurlijk niet anders. Maar ze hebben een goede reactie in huis. Ze nemen hun leven van weleer weer op en gaan vissen. Alleen, lukt het niet bijster goed. De mislukkingen van ons leven spoelen als wrakhout aan, ze stranden op de oever en juist daar treedt Jezus ons tegemoet. Hij raadt ons aan het over een andere boeg te gooien. Zijn goede raad vertrouwvol te volgen. Dat geloof zal ons in staat stellen boven onszelf uit te stijgen en de vruchten ervan te plukken. Petrus haalt de vangst aan boord en even later zit hij gemoedelijk met de Heer rond een houtkoolsvuurtje vis te roosteren. Rond het vuur op de binnenhof toen Jezus gevangen werd weggeleid had hij Jezus nog tot driemaal verloochend. Maar Hij neemt het ons of Petrus niet ten kwade. Hij verzoent en verenigt iedereen die Hem wil herkennen.


vrijdag 8 maart 2013

De toekomst van de kerk (slot)

Conclaaf OKRA in Sint-Juliaan
Op de decanale nieuwjaarsbijeenkomst in Sint-Juliaan pleitte Jürgen Mettepenningen nog voor een nieuw concilie in de Kerk. Vroeger dan hij vermoedde, werd z'n bede verhoord en dan wel op dezelfde locatie. Alleen dan anders dan hij het had verhoopt want het werd geen derde Vaticaanse maar een eerste Juliaanse concilie. Een vergadering grijze, geverfde en kalende eminenties (m/v) uit OKRA legde bisschop Jozef De Kesel daar haar vragen en bekommernissen voor. Of je het nu goed vindt of niet, verhouden geloof en Kerk zich vandaag totaal anders tot de samenleving dan pakweg vijftig jaar geleden. Het gros van de bevolking dacht toen nog vrij algemeen in christelijke denkkaders en patronen. Het algemene levensgevoel is vandaag echter losgekomen van de verbondenheid met God. Dat is de realiteit waar we als christenen in een multi-culturele, multi-religieuze, kortom pluralistische samenleving moeten 'leren' mee leven. We moeten als Kerk enerzijds bescheidener, kleiner, armer en anderzijds vitaler voor het voetlicht treden. Niet gemakkelijk voor mensen die nog gepokt en gemazeld werden in de katholieke leer van weleer, het rijke Roomse leven. Je kunt wat voorafging allemaal nog eens nalezen in de vorige editie (10) van Kerk&leven. Zoals beloofd, hieronder de hoofdlijnen, een proeve van antwoord, op de vele vragen.

Het sluiten of herbestemmen van kerken beroert de gemoederen. De parochiekerk ligt velen – ook niet praktiserende of zelfs niet-gelovigen – nog nauw aan het hart. Ze is het gezicht van het dorp. Ze belichaamt de identiteit van een gemeenschap. Ze herbergt traditie. Ze maakt deel uit van het historisch erfdeel en hangt als cultusgebouw ook emotioneel samen met de grote momenten uit het leven van zoveel mensen en families. Het zijn voor velen ook stilte-plaatsen waar ze in een hectisch bestaan innerlijk stiekem even op adem kunnen komen. Het enorme kerkelijke patrimonium stamt nog uit een tijd waar de mobiliteit beperkt was. Ze had tot doel om iedereen als gelovige – op wandelafstand – te kunnen bedienen. Met de geleidelijke afname van de geloofspraktijk kalfde als een logisch gevolg ook het aantal misvieringen en het aantal bedienaars af. Mede door de toename van de mobiliteit verdwenen cafés, winkels, cinema's, zwembaden, schooltjes, bibliotheken, allerhande zaaltjes uit de dorpskernen. Alleen de kerken bleven overeind. Dat kon omdat de meeste parochiekerken eigendom zijn van de gemeenten en die zijn bij wet verplicht de tekorten van de kerkfabriek bij te passen. Het onderhoud en de instandhouding van kerken kost handenvol geld. Maar sluiting of sloop van kerkgebouwen ligt om hoger genoemde redenen erg gevoelig en de mogelijkheden tot herbestemming zijn beperkt en kosten vaak een veelvoud van gewoon onderhoud. Maar zelfs als een kerkgebouw open blijft, is het bij gebrek aan bedienaars en – laten we het maar toegeven – vooral een gebrek aan geïnteresseerde of betrokken gelovigen ook vaak niet mogelijk wekelijks eucharistie te blijven vieren. Kan er dan op zondag geen gebedsdienst ter plaatse zijn, voorgegaan door een gemandateerde gebedsleider? Of als vrouwen of gehuwde mannen nu eens toegelaten zouden worden tot het priesterambt, als priesters nu eens zouden mogen trouwen, … zou dat het probleem niet oplossen? Niet dat we die vragen uit de weg moeten gaan, maar hoeveel roepingen zou dat vervullen of bijbrengen? Het kon de terugloop van het aantal gelovigen in de Anglicaanse kerk waar men op dat vlak veel toegeeflijker was in ieder geval niet stoppen. Daar hangt het in eerste instantie niet van af, maar wel van hoe relevant het geloof in een mensenleven nog is.

Eucharistie vieren op zondag, de gedachtenis van Christus levendig houden, is essentieel voor een christen. In ons bisdom is dat vandaag nog perfect haalbaar. Als de 'sociologische' identiteit van een dorp belangrijker is dan het feit dat je ergens anders samenkomt om eucharistie te vieren, dan blijf je steken in de waan van dat 'sociologisch' christendom, dat er niet meer is. Wat scheelt er met ons geloof of aan dat van mede-christenen elders dat we met hen binnen een redelijke afstand niet volwaardig eucharistie zouden kunnen vieren? Er spelen dus andere motieven mee. Maar de tegenstand wijst er ook op hoe waardevol die plaatselijke mis in wezen ook is. Jammer dat zovele dorpsgenoten daar geen boodschap meer aan hebben. Ze hebben de Kerk blijkbaar niet nodig om gelukkig te zijn. En inderdaad in onze tijd zou dat niet waar geweest zijn. Het was van 'moeten' en dat deden we dus ook, maar als het niet meer 'moest', 'mochten' we kiezen. Het antwoord op die vraag is nooit vrijblijvend. De uitkomst op die vraag is nu anders dan vroeger. Toch is het goed daar niet lichtvaardig over te oordelen.

De eerste communicanten en vormelingen gaan, als ze van God los geen persoonlijke reden hebben (bv. feest, uitvaart), niet naar de kerk, hun ouders en grootouders – dertigers, veertigers en vijftigers … – ook niet, veel gepensioneerden … ook niet. Toch zijn de meesten onder hen gedoopt. Er wordt ook gezegd dat we 'de' jeugd verloren hebben. We hebben 'de' jeugd niet, net zomin als we 'de' mensen hebben, alsof ze allemaal van 'ons' zijn. Er zijn integendeel nog altijd religieus geïnspireerde jongeren en waar ze in grote getale samenkomen is bijvoorbeeld de 'spontane' vraag naar biechtgelegenheid vaak groot. Deze vorm van biechten staat mijlenver van de obligate devotiebiecht van vroeger die dan ook in onbruik is geraakt. Het komt er ook niet op aan om de mensen zo maar in het wilde weg met van alles te bestoken onder het motto 'als er maar wat' gebeurt. Laat wat je doet authentiek zijn en meer dan je lief is moet je kunnen loslaten. Het gebeurt vaak dat mensen vroeger of later toch de draad weer opnemen. We moeten daarbij goed beseffen dat niemand van ons op eigen kracht in staat is het geloof door te geven. Het is boven alles een Godsgeschenk. Over het vanzelfsprekende gemak waarmee tegenwoordig nog altijd gedoopt wordt, zegt de bisschop: “Als ge als Kerk echt boel wilt hebben met de mensen dan moet ge ze dat ook nog afpakken!” Anderzijds is hij wel voorstander van een 'verdiepte' dooppastoraal zonder daarom te gaan weigeren.

Binnen tien, twintig jaar zullen al heelwat mensen niet meer gedoopt zijn zoals dat bijvoorbeeld in Frankrijk al langer het geval was. Maar in het bisdom Rijsel bijvoorbeeld wordt nu onder volwassenen massaal gedoopt en/of gevormd. Men brengt ze – na een grondige catechese weliswaar – allen samen in een stadion voor een massa-viering. De Kerk is er armer, bescheidener en kleiner maar blijkbaar ook zoveel vitaler. De gelovigen brengen zelf de fondsen samen om hun priesters een bestaan te garanderen. Dat is ook het geval in Nederland. Bovendien moeten ze daar nog eens opdraaien voor de instandhouding en het onderhoud van hun gebouwen en zien de bisschoppen zich daar alleen al om financiële redenen gedwongen om vele tientallen kerken te sluiten en parochies te fuseren of op te heffen. Hier stelt zich deze noodzaak – behoudens een wetswijziging – niet, maar dat mag ons niet beletten de ruimten in onze kerken zo maximaal mogelijk te benutten. Buiten de gewone liturgie, denken we aan vergaderingen, archivering, gebedsdiensten, devotionele praktijken, bezinningen, catechese, tentoonstellingen of culturele activiteiten met voldoende respect voor het sacrale karakter van het gebouw. Het zou niet mogen dat kerken – meestal om veiligheidsredenen – tijdens de week gesloten blijven, dat een christelijke gemeenschap z'n kerk alleen openstelt voor alleen maar een uurtje eucharistie in het weekend.

Het zou ook een verkeerd signaal zijn priesters, diakens of gemandateerde gebedsleiders af te vaardigen naar funeraria en crematoria, die in eerste instantie volgens commerciële imperatieven dienen te handelen. Kan je de overheid een duidelijker signaal geven dat je je kerk niet meer nodig hebt? Het is helemaal niet de bedoeling te gaan concurreren met bedrijven of het verloren terrein op dat vlak terug te gaan winnen. Een christelijke uitvaart – al of niet met een eucharistieviering – heeft een heel eigen geloofsinhoud met sterke en duidelijke symbolen en rituelen, een taal die men elders niet meer hoort klinken. En dat weegt ruimschoots op tegen comfort en technische hoogstandjes allerhande.

Mensen verwijten de Kerk dat ze vaak achterop hinkt op de tijdsgeest. Het is inderdaad geen goede houding om zich als Kerk op te sluiten in een burcht tegen de moderniteit. Er à priori van uit te gaan dat andersdenkenden alleen maar oppervlakkig zijn of er ongeremd op los leven. De Kerk moet mensen open, verdraagzaam en respectvol tegemoet treden maar moet daarom ook nog niet in alles zomaar meegaan. Leven als christen is nu eenmaal niet leven als iedereen. Het is waar dat de Kerk op vlak van de seksualiteitsbeleving voor veel mensen de lat te hoog heeft gelegd en hen in gewetensnood heeft gebracht. Maar je kan tegen mensen, die op dat vlak persoonlijke offers hebben gebracht, moeilijk zeggen dat het eigenlijk maar voor te lachen was. Van echtgescheidenen, die de communie wensen te ontvangen, wordt verwacht dat ze daarin hun eigen geweten volgen. De courante praktijk binnen de Kerk is dan dat die zelden of nooit geweigerd wordt.

De positie van de vrouw – zeker als het over het gewijde ambt gaat – is een echt pijnpunt binnen de Kerk. Als groep behoren ze tot de actiefste leken. Ze nemen vele verantwoordelijkheden op en staan grotendeels in voor de geloofsoverdracht. Nuchter bekeken kan je stellen dat – los van het celibaat – hun positie tot het gewijde ambt pas bespreekbaar wordt wanneer eerst, al-gehuwde-mannen, tot het priesterschap worden toegelaten. In de katholieke Kerk volgens de Oosterse ritus zijn altijd al gehuwde priesters geweest. Daar staat dan tegenover dat daar, zoals ook in de Afrikaanse Kerk het idee van vrouwelijke priesters gewoon onvoorstelbaar is. Wat voor de ene zonneklaar is, is voor de anderen dan weer gehuld in de diepste duisternis. Hetzelfde geldt voor de benadering van de homofiele medemens. Er gaan ook stemmen op om het bestuur van de Kerk te gaan decentraliseren in regio's, zodat ook vooral culturele verschillen minder zouden doorwegen in de algemene besluitvorming.

Geloven mag best op een kritische manier. De 'K' in OKRA behoudt zijn betekenis en meerwaarde wanneer het geloof in de God van Jezus Christus wezenlijk blijft en godsdienst ook mensendienst is, als een appel vanuit de beweging om de naaste blijvend mild, vergevingsgezind, dankbaar, vrij, eerbiedig, in eenvoud en geweldloos tegemoet te komen in het uiteindelijk besef dat de mens niet de maat van alle dingen is maar dat het leven gegeven is.

vrijdag 1 maart 2013

De toekomst van de Kerk

Conclaaf OKRA in Sint-Juliaan

Paus Benedictus XVI gaat op pensioen en binnen enkele weken kennen we z'n opvolger. Het conclaaf van de kardinalen gaat vroeger van start dan iedereen eerst vooropstelde. En toch worden ze nog in snelheid gepakt door onze kwieke gepensioneerden. De mannen én de vrouwen van OKRA, de zeer talrijk opgekomen K-verantwoordelijken of zingevers uit de regio, bestuursleden en geïnteresseerde leden. Ook zij laten een verleden achter zich maar proberen desondanks klaar te zien in een toekomst die nog niet helemaal te overzien is. Vele vaste waarden van toen staan nu op losse schroeven. 't Was vasten en de vrijdag was visdag, er was de jaarlijkse biecht, op zondag naar de mis en de zondagsrust was heilig. Het Tweede Vaticaanse Concilie zette zowat alles op z'n kop. Velen voelden zich daarbij tegelijk ongemakkelijk en opgelucht. Het was niet meer zozeer van 'moeten' maar hoe 'moest' het dan wel? Er leven nog altijd vele vragen. Vragen die de talrijke aanwezigen in voorafgaande tafelgesprekken konden stellen om die dan voor te leggen aan een eminente gast … jawel, niemand minder dan Jozef De Kesel, bisschop van Brugge. Een ontmoeting die kon tellen op dat Eerste Juliaanse Concilie in OC 'de Hazebrug'.

We lijsten eerst de vragen op die uit de 'twaalf' tafelgesprekken – kan het symbolischer – naar voor kwamen en die een heel spectrum van het kerkelijk leven of geloofservaringen omvatten … over het sluiten en herbestemmen van kerken, het geloofsaanbod van de Kerk aan jongeren en volwassenen na het vormsel, over de houding van de Kerk tegenover de veranderende seksualiteitsbeleving en de omgang met gescheiden of hertrouwde mensen, of een gebedsviering de eucharistieviering op zondag kan vervangen omdat er toch 'iets' zou gebeuren als een parochie op die dag niet door een priester 'bediend' wordt, of moet er dan maar buiten de parochie met 'niet-parochianen' gevierd worden, of hoe om te gaan met pertinente geloofsvragen en -praktijken bij kinderen, over de tanende biechtpraktijk en de grote nood aan goede pastorale gesprekken, over uitvaarten in funeraria of crematoria met of zonder kerkelijke voorganger, waarom vrouwen het priesterambt niet mogen uitoefenen en het herformuleren of anders invullen van de voorwaarden tot het priesterschap in het algemeen, heeft het nog zin zomaar gratuït te dopen als daar geen geloofspraktijk tegenover staat en kan het niet in een eucharistieviering i.p.v. in beperkte familiale kring, over de meerwaarde van de 'K' in OKRA, de vraag naar een grotere betrokkenheid en verantwoordelijkheid van leken in de Kerk, moeten we als Kerk, persoonlijke of als beweging een meer militante, missionaire houding aan de dag leggen of moeten we eerder verdraagzaamheid prediken … Stuk voor stuk vragen uit het volk, een menu die de bisschop(pen) al eerder op het bord geserveerd kregen, maar daarom nog niet meteen een hapklare brok.



Niet dat de bisschop sommige of al die vragen wou ontwijken, maar toch hield hij eraan ze voor een goed begrip eerst in een bredere context te situeren. Onze tijd is namelijk erg veranderd. En al konden we dat twintig jaar geleden ook al opmerken, het bewustzijn daarvan, in brede lagen van de bevolking, is sterker dan ooit. Geloof en Kerk verhouden zich vandaag anders dan vroeger tot de samenleving die toen door en door katholiek was. Dat is niet altijd zo geweest. In wezen was het Christendom, zoals de Islam nu, hier een 'vreemde' godsdienst, geleidelijk binnengebracht vanaf de achtste eeuw door Ierse of Zuid-franse zendelingen. Er zijn nog altijd duidelijke sporen van de oude religie. Zo dragen de dagen van de week de namen van oud-germaanse goden of hemellichamen. Wij hebben het over de 'zon'-dag terwijl men die dag in de zuiderse landen benoemt als de 'dag des Heren'. Men spreekt er van 'dimanche' of 'domenica'. Het christelijk geloof vond eerst ingang in de steden en pas later op het platteland, het gebied waar de 'heidenen' woonden. Algemeen kan men stellen dat het christendom het voorbije millenia de enige godsdienst was – met een wankele uitzondering voor het Jodendom – die maatschappelijk op het continent getolereerd werd. Dat wil niet zeggen dat de mensen toen allemaal heiligen of katholieker dan de paus waren, maar er werd binnen de samenleving door het gros van de bevolking vrij algemeen tot en met de jaren vijftig van de vorige eeuw in christelijke denkkaders en patronen gedacht. Die periode is nu duidelijk achter de rug. Het algemene levensgevoel is vandaag losgekomen van de verbondenheid met God. Mensen weten zich nu autonoom, zelfstandig en staan op hun zelfbeschikkingsrecht. Vooral op het gebied van ethische kwesties als abortus, levensbeëindiging en de bio-ethiek in het algemeen is dat zeer duidelijk. Ook gelovigen zijn daar – al of niet terecht – zeer door beïnvloed. Men noemt dat proces samenvattend met een geleerd woord de 'secularisatie'. Dat betekent evenwel niet dat het christendom als godsdienst en alle sporen en invloeden ervan zomaar uit de cultuur zullen verdwijnen. Het is zelfs fout om nu al van een minderheidsreligie te gewagen want er zijn nog altijd heel veel christenen. Maar haar unieke en dominante positie, die al sedert de zeventiende eeuw stilaan aan het afnemen was, is nu wel definitief voorbij. Ze neemt vandaag haar plaats in tussen de andere godsdiensten, vooral de Islam en andere levensbeschouwingen. In een grootstad als Brussel kan je dat zonder meer vaststellen. Het is maar al te duidelijk dat hier in het Westen, 'Kerk en Staat' al lang niet meer zoals nu ook 'de gemeente en de parochie' niet meer samenvallen. In bepaalde homogene Islamitische landen is dat wel nog het geval. De tijd van het zogenaamde 'sociologische' christendom is over. En mocht er ooit nog een duidelijke kentering komen, dan zal die zich niet voltrekken op korte termijn maar opnieuw over enkele decennia. Dat is de realiteit waar we als christenen in een multi-culturele, multi-religieuze, pluralistische samenleving moeten leren leven. Maar het moet ons er allerminst van weerhouden om als christenen te leven. En toch, toegegeven, het blijft moeilijk en wennen vooral voor die gelovigen die het geloof eertijds met de paplepel binnenkregen of ingestampt werden. Al die beschouwingen zijn ook verre van alleen maar academisch. Iedereen kan het gewoon waarnemen binnen de kring waarin hij leeft. In die context is de ontkerkelijking vandaag zelfs gewoon 'normaal' te noemen. Het is zeker niet het probleem van kinderen of van jonge mensen die niet meer zouden volgen maar evenzeer van ouderen die afhaken. Velen zijn zelfs nooit echt kerkbetrokken geweest. Hoe kun je dan van kerkverlaters spreken.


We weten nu eenmaal dat veel mensen geen of een andere religieuze overtuiging zijn toegedaan. We moeten ons ook geen illusies maken en of we er nu voor of tegen zijn, de Islam wordt mede een belangrijke godsdienstige overtuiging in ons land. Wat moet de Kerk dan doen in zo'n situatie? Moet ze proberen de oorspronkelijke situatie te herstellen? Neen, het zou overigens niet gaan omdat ze daartoe niet meer over de nodige middelen en bijbehorende invloed beschikt. Moet ze het dan maar allemaal toelaten? Het wordt aan ons ook niet gevraagd of het wel mag.
De juiste vraag is wel “Hoe kunnen wij hier-en-nu als gelovige, als Kerk in een seculiere cultuur op een authentieke manier ons geloof belijden?”

Vooreerst moeten we 'bescheidener' worden. Niet omdat het niet anders kan maar uit overtuiging. We hebben met het evangelie een rijke schat in handen, zowel naar inhoud als naar mogelijke inzet. Die boodschap waarover nog veel misverstand en onwetendheid heerst, mogen we aanreiken, presenteren, niet opleggen. Pastoraal op basis van verplichting baat niet. Voor de gedwongen catechisatie van vroeger betaalt de Kerk nog altijd een hoge prijs. Het is niet aan ons te oordelen of mensen te veroordelen die daarvoor passen. We vertrekken hoe dan ook vanuit respect voor elke mens met een andere levensovertuiging. Bescheidener maakt ook 'kleiner' zodat we er gewoonweg niet meer van uitgaan dat iedereen, zelfs al is hij gedoopt 'au fond' christen is. Onze groep wordt sowieso kleiner maar niet marginaal. Onze cultuur blijft hoe dan ook schatplichtig aan het christendom in velerlei uitdrukkingsvormen en opvattingen. Het is jammer dat sommigen vanuit een verwrongen anti-clericalisme geen eerbied meer kunnen opbrengen voor de eigen traditie en die willen vernietigen. Zelfs zonder geloof kan je bijvoorbeeld ontroerd raken bij het beluisteren van de Mattheus Passion van Bach. Bescheidener maakt naast kleiner, 'armer' maar toch ook 'vitaler'. Mensen zijn niet allemaal van of zoals ons. Daarom is het ook nodig het geloof wat explecieter of uitgesproken uit te dragen en te beleven zonder daarbij in een rigide vorm van militant katholicisme, vergelijkbaar met het fundamentalistische islamisme te vervallen. We doen niet meer alsof iedereen christen is omdat iedereen dat onuitgesproken zou zijn. Neen we mogen ons best wat meer profileren, het mag best aan ons te zien zijn, we mogen ons bescheiden onderscheiden.

Vanuit deze gedachtengang ging de bisschop dan ook uitvoerig is op de gestelde vragen. 
Dat is evenwel voer voor een volgende bijdrage.