Na
Robert
Donck,
grondlegger van de kaasmakerij Passendale, Marc
Vervenne,
voormalig rector aan de KU Leuven, en de Nieuw-Zeelandse Joanne
Kane wordt
Gilbert
Pauwels de
vierde ereburger van Zonnebeke. Wat maakt hem zo bijzonder? Wat voor
goeds kan er uit Geluveld komen. Gilbert vertelt het ons zelf in dit
interview.
2014
is blijkbaar een bijzonder jaar voor jou.
Ja,
er komen nogal wat dingen samen dit jaar. Ik vertrok naar Bolivia 40
jaar geleden (augustus 1974) en begon het pre-noviciaat bij de
Oblaten in augustus 1964, 50 jaar geleden. In Bolivia leefde en
werkte ik er als diaken in het departement Oruro (twee keer zo groot
als Belgïe - 3700 meter boven de zeespiegel), gedurende bijna 20
jaar als verantwoordelijke van het 'Diocesaan Centrum voor Sociale
Pastoraal' en bijna 20 jaar van CEPA (Centrum voor Ecologie en
Andesvolkeren). Dit laatste is een initiatief van de Boliviaanse
Oblatenprovincie dat opkomt voor de verdediging van het milieu en van
de Aymara-, Quechua- en Uru-culturen.
Jij
bent missionaris Oblaat met een opleiding in de sociale en culturele
antropologie.
Inderdaad,
en die twee gaan best samen. Voor beiden is de verscheidenheid van
culturen van groot belang. Hoe kunnen we tot een betere
verstandhouding en samenwerking komen tussen de verschillende
culturele gemeenschappen? En hoe kan de boodschap van het Evangelie
in al zijn rijkdom concreet beleefd worden temidden die veelheid van
situaties en waardenbelevingen en daarbij een volkseigen uitdrukking
krijgen. Intussen is er wel een en ander in de goeie zin veranderd.
De Oblaten die nu als priester in de streek werken zijn niet langer
Canadezen, maar Bolivianen die behoren tot het Aymara-volk.
Zelf
werk je op sociaal en cultureel vlak.
Ik
heb ook wel meegewerkt aan de opleiding van catechisten en de
kerkverantwoordelijken van de tientallen Andes-dorpen en -dorpjes.
Het meewerken aan de uitbouw van een eigen geloofsbeleving en kerk
leek ons een belangrijke opdracht. Maar wat ook belangrijk bleek, is
de band te onderhouden en te verzekeren tussen hun eigen regieuze
beleving en de concrete dagdagelijkse problemen van de gemeenschappen
en de personen. Vandaar dat de zorg voor gezondheid, onderwijs,
landbouw en veeteelt, die de aanwezigheid van de Oblaten in de streek
steeds heeft gekenmerkt, nu reeds meer dan 60 jaar.
De
Oblaten van Bolivia zijn toch vooral bekend als de verdedigers van de
mijnwerkers.
Dat
ook. Het opkomen voor de rechten van de arbeiders, vooral dan de
mijnwerkers, het opkomen voor de zwaksten in de sociale strijd, is al
vlug een prioriteit geworden, vanuit de mijnbouwparochies van het
Norte de Potosí, met als belangrijkste instrument Radio Pio XII. Het
was meteen ook een strijd voor de democratisering van het land. De
tijd van de jaarlijkse militaire staatsgrepen is voorbij. Bolivia is
nu niet langer een republiek, maar de 'plurinationale staat' Bolivia,
met 36 naties of inheemse gemeenschappen, waaronder de Aymara´s, de
Quechua´s en de Uru´s die de overgrote meerderheid van het
departement Oruro uitmaken.
En
nu dienen er zich nieuwe problemen aan?
Inderdaad.
Toen we, nu bijna 20 jaar geleden met CEPA begonnen, was dit om we
een antwoord te geven op twee fundamentele problemen. Ten eerste, het
probleem van de vervuiling door de mijnbouw en ten tweede, de
groeiende kansen voor de inheemse bevolking om meer zeggingschap te
krijgen in het bestuur van het land en bij de ontginning van de
natuurlijke hulpbronnen en dus ook bij de verdeling van de
opbrengsten. De sociale strijd kreeg een nieuw gezicht, maar het gaat
fundamenteel om hetzelfde. Nu staat de herverdeling van de
gemeenschappelijke rijkdom en de verdediging van Moeder Aarde
centraal, als rechten van iedereen, ook armen en uitgestotenen. Met
die verwachting heeft enkele jaren geleden een grote meerderheid van
de bevolking Evo Morales als president van Bolivia gekozen. Hij is
van Aymara-afkomst, geboren in Orinoca, een dorpje op de Altiplano
van Oruro. Maar er moet nog veel gebeuren om milieugerechtigheid en
culturele gelijkwaardigheid in praktijk te brengen.
En
met die problemen van vervuiling en promotie van de Andesvolkeren is
CEPA nu mee bezig.
Wij
begeleiden mensen en organisaties die daar iets aan willen doen.
Vanuit CEPA hebben 80 rurale gemeenschappen die bedreigd of vervuild
worden door verscheidene mijnbedrijven, een eigen organisatie
opgericht (CORIDUP: coordinatie-orgaan van de dorpen rond de
Desaguadero-rivier en het Uru Uru- en Poopó-meer). Nu nemen zij
permanent deel aan werkvergaderingen en inspecties samen met
vertegenwoordigers van de regering, de regionale besturen en de
verantwoordelijken van de mijnbedrijven. Samen met CORIDUP kijken we
er als CEPA op toe dat de gedane overeenkomsten en beloftes worden
nagekomen.
En
op vlak van de inheemse volkeren?
Daar
hebben we een keuze moeten maken. Onze mogelijkheden zijn beperkt. We
hebben gekozen bij voorkeur te werken voor de Uru-natie, maar zonder
de contacten met de drie andere Aymara- en Quechua-"suyu"
(van oorsprong Inca-provincies) te verliezen:Carangas, Suras en
Quillacas. De Urus zijn van oorsprong jagers, vissers en plukken en
bestaan uit twee groepen: enerzijds de Uru-Chipaya en anderzijds de
Urus van het Poopó-meer. Ze zijn samen met amper 3000 maar vormen
één van de 36 naties die Bolivia rijk is, samen met een andere
kleine Uru-groep bij La Paz (Iruito). De Chipaya hebben hun eigen
taal bewaard. De Urus waren de armste, meest verwaarloosde en
uitgesloten groep, zelfs vanwege hun Aymara-buren. Hen steunen we,
waar zij opkomen voor hun rechten als oorspronkelijk volk, als
bewoners van de meren en rivieren, als quinua-boeren, ennu ook als
veetelers. Ze hebben eigen vertegenwoordigers, zelfs tot in het
parlement.
Jouw
mooiste ervaring?
De
gemeenschappen van CORIDUP (met door mijnbouw vervuilde gronden en
waters) trokken met enkele honderden te voet van Oruro naar La Paz
(230 km) en bekwamen wat ze wilden: dat het waterbekken rond het
Poopó-meer wordt uitgeroepen tot milieu-noodgebied. Dit maakte
meteen de weg vrij voor een reeks maatregelen waarbij zeven
ministeries betrokken zijn. Tot nu toe oefent CORIDUP er controle op
uit dat de beloften ook effectief waargemaakt worden. Het gaat
daarbij om heel elementaire zaken, zoals de bouw van een dam, opdat
het met zware metalen vervuilde mijnwater niet rechtstreeks naar de
rivier en het meer zou vloeien. De Urus zagen dit en deden hetzelfde:
een voettocht naar La Paz, met vrouwen en kinderen. Voor het eerst in
hun geschiedenis manifesteerden ze zich als volk publiekelijk in het
land en ze werden positief onthaald waar ze langskwamen.. Ook zij
bekwamen dat hen een aantal beloften werden gedaan: huizen, wegen,
school, hospitaal, gronden, technische bijstand, reglamentering van
de visvangst, alles waar ze als Bolivianen recht op hebben,... en ook
zij, met de medewerking van CEPA, zien er nu op toe dat de beloftes
worden nagekomen. Het schoonste is niet wat we zelf deden, maar wat
we mensen en gemeenschappen hebben kunnen laten doen.
Jouw
pijnlijkste ervaring?
Het
is al enkele jaren geleden. Ik stak de plaza, het centrale plein van
Oruro over, en zag een groep mijnwerkers die een pop aan het
verbranden waren. Ik ging naderbij; het werd muisstil. De pop
bleek... Gilberto voor te stellen. De mijnwerkers protesteerde tegen
het feit dat CEPA door de inheemse gemeenschappen tegen
mijnbouwvervuiling te verdedigen, mijnsluiting zou veroorzaken en hun
werkgelegenheid in gevaar zou brengen. En dan denken dat wij,... als
Oblaten steeds de mijnwerkers hadden verdedigd... Toen de mijnen
vroeger gesloten werden, hadden wij, vanuit Pastoral Social, hun
voettocht met duizenden mijnwerkers naar La Paz, gesteund ... Ik werd
ineens door de mijnwerkers tot vijand van de streekontwikkeling
gebombardeerd, terwijl anderzijds de overgrote meerderheid,de
Indiaanse boerengemeenschappen, op ons bleven rekenen om hun gronden
en waters te verdedigen.
Intussen
is er veel veranderd. Nu zeggen de mijnwerkers dat ze zelf het milieu
willen verdedigen. Zijzelf eisen een dam tegen de mijnafval. Ze
zeggen ons nu na dat het ook om hun gezondheid en die van hun familie
gaat. Maar niet alle wantrouwen is verdwenen.
Nu
ben je op vakantie in Vlaanderen?
Ja.
Het doet deugd na een paar jaren mensen terug te zien, familie,
vrienden, Oblaten en ook de banden met solidaire organisaties te
verstevigen. De uitwisseling, onderlinge samenwerking en contacten
tussen Oruro en Vlaanderen zijn permanent, via verscheidene
organisaties. Maar toch wil ik er een soort werkverlof van maken. In
al die jaren heb ik heel wat antropologisch materiaal verzameld. En
dat wil ik nu wat ordenen, herlezen, analyseren en interpreteren. Dat
moet mezelf en ook anderen toelaten de Andeswereld nog beter te
begrijpen en dus ook op een juistere manier te benaderen. Het gaat om
een wondere wereld die respect afdwingt. Alle tijd die ik kan
vrijmaken besteed ik daaraan, in de hoop die rijkdom op een of andere
manier ook voor anderen toegankelijk te maken. Maar het belangrijkste
is dan toch dat ik er binnenkort, met vernieuwde krachten, weer
middenin kan staan.
PROGRAMMA
50/40 VIERING
Het
gemeentebestuur van Zonnebeke en de Sint-Margarethaparochie van
Geluveld nodigen u allen vriendelijk uit op de 50/40-viering van
Gilbert Pauwels op zaterdag
20 september
om 16.00
u.
in de parochiekerk van Geluveld.
-
welkom
door Luk
Hoflack,
schepen van internationale samenwerking
-
duiding
van Gilberts project
CEPA
door CATAPA
-
huldiging
en uitreiking
ereburgerschap
van de gemeente Zonnebeke aan Gilbert Pauwels door Dirk
Cardoen,
burgemeester
-
receptie
met
een hapje en een drankje
Muzikale
gasten: Solidariteitskoor
Vamos Pra Lutar
o.l.v. Rik
Decramer.
Om
18.15
u.
volgt de plechtige
eucharistieviering
om deze 50/40 jaren samen met Gilbert en zijn familie, vrienden en
kennissen te gedenken. Ook deze misviering wordt opgeluisterd
door het Solidariteitskoor Vamos Pra Lutar.


