Pagina's

Posts tonen met het label Missie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Missie. Alle posts tonen

donderdag 11 september 2014

50/40 viering Gilbert Pauwels


Na Robert Donck, grondlegger van de kaasmakerij Passendale, Marc Vervenne, voormalig rector aan de KU Leuven, en de Nieuw-Zeelandse Joanne Kane wordt Gilbert Pauwels de vierde ereburger van Zonnebeke. Wat maakt hem zo bijzonder? Wat voor goeds kan er uit Geluveld komen. Gilbert vertelt het ons zelf in dit interview.

2014 is blijkbaar een bijzonder jaar voor jou.
Ja, er komen nogal wat dingen samen dit jaar. Ik vertrok naar Bolivia 40 jaar geleden (augustus 1974) en begon het pre-noviciaat bij de Oblaten in augustus 1964, 50 jaar geleden. In Bolivia leefde en werkte ik er als diaken in het departement Oruro (twee keer zo groot als Belgïe - 3700 meter boven de zeespiegel), gedurende bijna 20 jaar als verantwoordelijke van het 'Diocesaan Centrum voor Sociale Pastoraal' en bijna 20 jaar van CEPA (Centrum voor Ecologie en Andesvolkeren). Dit laatste is een initiatief van de Boliviaanse Oblatenprovincie dat opkomt voor de verdediging van het milieu en van de Aymara-, Quechua- en Uru-culturen.

Jij bent missionaris Oblaat met een opleiding in de sociale en culturele antropologie.
Inderdaad, en die twee gaan best samen. Voor beiden is de verscheidenheid van culturen van groot belang. Hoe kunnen we tot een betere verstandhouding en samenwerking komen tussen de verschillende culturele gemeenschappen? En hoe kan de boodschap van het Evangelie in al zijn rijkdom concreet beleefd worden temidden die veelheid van situaties en waardenbelevingen en daarbij een volkseigen uitdrukking krijgen. Intussen is er wel een en ander in de goeie zin veranderd. De Oblaten die nu als priester in de streek werken zijn niet langer Canadezen, maar Bolivianen die behoren tot het Aymara-volk.

Zelf werk je op sociaal en cultureel vlak.
Ik heb ook wel meegewerkt aan de opleiding van catechisten en de kerkverantwoordelijken van de tientallen Andes-dorpen en -dorpjes. Het meewerken aan de uitbouw van een eigen geloofsbeleving en kerk leek ons een belangrijke opdracht. Maar wat ook belangrijk bleek, is de band te onderhouden en te verzekeren tussen hun eigen regieuze beleving en de concrete dagdagelijkse problemen van de gemeenschappen en de personen. Vandaar dat de zorg voor gezondheid, onderwijs, landbouw en veeteelt, die de aanwezigheid van de Oblaten in de streek steeds heeft gekenmerkt, nu reeds meer dan 60 jaar.

De Oblaten van Bolivia zijn toch vooral bekend als de verdedigers van de mijnwerkers.
Dat ook. Het opkomen voor de rechten van de arbeiders, vooral dan de mijnwerkers, het opkomen voor de zwaksten in de sociale strijd, is al vlug een prioriteit geworden, vanuit de mijnbouwparochies van het Norte de Potosí, met als belangrijkste instrument Radio Pio XII. Het was meteen ook een strijd voor de democratisering van het land. De tijd van de jaarlijkse militaire staatsgrepen is voorbij. Bolivia is nu niet langer een republiek, maar de 'plurinationale staat' Bolivia, met 36 naties of inheemse gemeenschappen, waaronder de Aymara´s, de Quechua´s en de Uru´s die de overgrote meerderheid van het departement Oruro uitmaken.

En nu dienen er zich nieuwe problemen aan?
Inderdaad. Toen we, nu bijna 20 jaar geleden met CEPA begonnen, was dit om we een antwoord te geven op twee fundamentele problemen. Ten eerste, het probleem van de vervuiling door de mijnbouw en ten tweede, de groeiende kansen voor de inheemse bevolking om meer zeggingschap te krijgen in het bestuur van het land en bij de ontginning van de natuurlijke hulpbronnen en dus ook bij de verdeling van de opbrengsten. De sociale strijd kreeg een nieuw gezicht, maar het gaat fundamenteel om hetzelfde. Nu staat de herverdeling van de gemeenschappelijke rijkdom en de verdediging van Moeder Aarde centraal, als rechten van iedereen, ook armen en uitgestotenen. Met die verwachting heeft enkele jaren geleden een grote meerderheid van de bevolking Evo Morales als president van Bolivia gekozen. Hij is van Aymara-afkomst, geboren in Orinoca, een dorpje op de Altiplano van Oruro. Maar er moet nog veel gebeuren om milieugerechtigheid en culturele gelijkwaardigheid in praktijk te brengen.

En met die problemen van vervuiling en promotie van de Andesvolkeren is CEPA nu mee bezig.
Wij begeleiden mensen en organisaties die daar iets aan willen doen. Vanuit CEPA hebben 80 rurale gemeenschappen die bedreigd of vervuild worden door verscheidene mijnbedrijven, een eigen organisatie opgericht (CORIDUP: coordinatie-orgaan van de dorpen rond de Desaguadero-rivier en het Uru Uru- en Poopó-meer). Nu nemen zij permanent deel aan werkvergaderingen en inspecties samen met vertegenwoordigers van de regering, de regionale besturen en de verantwoordelijken van de mijnbedrijven. Samen met CORIDUP kijken we er als CEPA op toe dat de gedane overeenkomsten en beloftes worden nagekomen.

En op vlak van de inheemse volkeren?
Daar hebben we een keuze moeten maken. Onze mogelijkheden zijn beperkt. We hebben gekozen bij voorkeur te werken voor de Uru-natie, maar zonder de contacten met de drie andere Aymara- en Quechua-"suyu" (van oorsprong Inca-provincies) te verliezen:Carangas, Suras en Quillacas. De Urus zijn van oorsprong jagers, vissers en plukken en bestaan uit twee groepen: enerzijds de Uru-Chipaya en anderzijds de Urus van het Poopó-meer. Ze zijn samen met amper 3000 maar vormen één van de 36 naties die Bolivia rijk is, samen met een andere kleine Uru-groep bij La Paz (Iruito). De Chipaya hebben hun eigen taal bewaard. De Urus waren de armste, meest verwaarloosde en uitgesloten groep, zelfs vanwege hun Aymara-buren. Hen steunen we, waar zij opkomen voor hun rechten als oorspronkelijk volk, als bewoners van de meren en rivieren, als quinua-boeren, ennu ook als veetelers. Ze hebben eigen vertegenwoordigers, zelfs tot in het parlement.

Jouw mooiste ervaring?
De gemeenschappen van CORIDUP (met door mijnbouw vervuilde gronden en waters) trokken met enkele honderden te voet van Oruro naar La Paz (230 km) en bekwamen wat ze wilden: dat het waterbekken rond het Poopó-meer wordt uitgeroepen tot milieu-noodgebied. Dit maakte meteen de weg vrij voor een reeks maatregelen waarbij zeven ministeries betrokken zijn. Tot nu toe oefent CORIDUP er controle op uit dat de beloften ook effectief waargemaakt worden. Het gaat daarbij om heel elementaire zaken, zoals de bouw van een dam, opdat het met zware metalen vervuilde mijnwater niet rechtstreeks naar de rivier en het meer zou vloeien. De Urus zagen dit en deden hetzelfde: een voettocht naar La Paz, met vrouwen en kinderen. Voor het eerst in hun geschiedenis manifesteerden ze zich als volk publiekelijk in het land en ze werden positief onthaald waar ze langskwamen.. Ook zij bekwamen dat hen een aantal beloften werden gedaan: huizen, wegen, school, hospitaal, gronden, technische bijstand, reglamentering van de visvangst, alles waar ze als Bolivianen recht op hebben,... en ook zij, met de medewerking van CEPA, zien er nu op toe dat de beloftes worden nagekomen. Het schoonste is niet wat we zelf deden, maar wat we mensen en gemeenschappen hebben kunnen laten doen.

Jouw pijnlijkste ervaring?
Het is al enkele jaren geleden. Ik stak de plaza, het centrale plein van Oruro over, en zag een groep mijnwerkers die een pop aan het verbranden waren. Ik ging naderbij; het werd muisstil. De pop bleek... Gilberto voor te stellen. De mijnwerkers protesteerde tegen het feit dat CEPA door de inheemse gemeenschappen tegen mijnbouwvervuiling te verdedigen, mijnsluiting zou veroorzaken en hun werkgelegenheid in gevaar zou brengen. En dan denken dat wij,... als Oblaten steeds de mijnwerkers hadden verdedigd... Toen de mijnen vroeger gesloten werden, hadden wij, vanuit Pastoral Social, hun voettocht met duizenden mijnwerkers naar La Paz, gesteund ... Ik werd ineens door de mijnwerkers tot vijand van de streekontwikkeling gebombardeerd, terwijl anderzijds de overgrote meerderheid,de Indiaanse boerengemeenschappen, op ons bleven rekenen om hun gronden en waters te verdedigen.
Intussen is er veel veranderd. Nu zeggen de mijnwerkers dat ze zelf het milieu willen verdedigen. Zijzelf eisen een dam tegen de mijnafval. Ze zeggen ons nu na dat het ook om hun gezondheid en die van hun familie gaat. Maar niet alle wantrouwen is verdwenen.

Nu ben je op vakantie in Vlaanderen?
Ja. Het doet deugd na een paar jaren mensen terug te zien, familie, vrienden, Oblaten en ook de banden met solidaire organisaties te verstevigen. De uitwisseling, onderlinge samenwerking en contacten tussen Oruro en Vlaanderen zijn permanent, via verscheidene organisaties. Maar toch wil ik er een soort werkverlof van maken. In al die jaren heb ik heel wat antropologisch materiaal verzameld. En dat wil ik nu wat ordenen, herlezen, analyseren en interpreteren. Dat moet mezelf en ook anderen toelaten de Andeswereld nog beter te begrijpen en dus ook op een juistere manier te benaderen. Het gaat om een wondere wereld die respect afdwingt. Alle tijd die ik kan vrijmaken besteed ik daaraan, in de hoop die rijkdom op een of andere manier ook voor anderen toegankelijk te maken. Maar het belangrijkste is dan toch dat ik er binnenkort, met vernieuwde krachten, weer middenin kan staan.

PROGRAMMA 50/40 VIERING

Het gemeentebestuur van Zonnebeke en de Sint-Margarethaparochie van Geluveld nodigen u allen vriendelijk uit op de 50/40-viering van Gilbert Pauwels op zaterdag 20 september om 16.00 u. in de parochiekerk van Geluveld.

- welkom door Luk Hoflack, schepen van internationale samenwerking
- duiding van Gilberts project CEPA door CATAPA
- huldiging en uitreiking ereburgerschap van de gemeente Zonnebeke aan Gilbert Pauwels door Dirk Cardoen, burgemeester
- receptie met een hapje en een drankje
Muzikale gasten: Solidariteitskoor Vamos Pra Lutar o.l.v. Rik Decramer.


Om 18.15 u. volgt de plechtige eucharistieviering om deze 50/40 jaren samen met Gilbert en zijn familie, vrienden en kennissen te gedenken. Ook deze misviering wordt opgeluisterd door het Solidariteitskoor Vamos Pra Lutar.

woensdag 9 oktober 2013

MISSIO

Samen inzetten op de toekomst!


In oktober, de maand van de universele missie, stelt Missio z'n jaarlijkse nieuwe campagne voor onder het motto 'Samen inzetten op de toekomst!' Daarmee vestigen ze de aandacht op al die mede-christenen die wereldwijd ijveren voor een menswaardige, rechtvaardige wereld.

Geloven in viervoud ...Als sluitstuk van zijn ponticaat nodigde paus Benedictus XVI ons uit om te bezinnen. Hij kondigde het jaar van het geloof af om ons geloof nieuw leven in te blazen. Maar wat betekent het om in 2013 als christen door het leven te gaan? Vooreerst is ons geloof een geschenk. Geloven is geen verplichting. Het is een cadeau dat we van God zelf mogen ontvangen en in ons laten groeien. En dat doet deugd. In het Schriftwoord ontdekken we immers dat het om liefde gaat tussen God en de mens en de mensen onderling. In gebed en in de liturgie en de sacramenten kunnen we onze lof en onze dankbaarheid uiten We kunnen Hem ook onze zorgen voorleggen of in stilte Zijn liefde op een dieper niveau ervaren. Op deze momenten krijgt onze liefde voor de Vader een concrete gestalte. De kracht die we putten uit de sacramenten zet ons aan om de liefde van God in concreet handelen om te zetten. De Bijbel heeft het over de zorg voor weduwen en wezen.Christus gaat nog verder en neemt het op voor iedereen die z'n draai niet vindt in de samenleving: zondaars, zieken en armen. Het Woord gaat dus samen met gebed, liturgie en daden die gerechtigheid en vrede brengen. De solidariteit tussen de eerste gemeenschappen van christenen was in de tijd van de apostelen al duidelijk. In de Handelingen vinden we de vier kernelementen van ons geloof terug “Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen (het woord), vormden met elkaar een gemeenschap (gemeenschapsopbouw), braken het brood en wijdden zich aan het gebed (gebed en sacrament). (…) Ze hadden alles gemeenschappelijk. Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden (daden).” (Hnd 2,42-47). Deze vier elementen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Geen woord zonder daden. Geen daden zonder gebed en vieringen of geen daden zonder een band met de Vader zelf. Ook Geen daden en vieringen los van een gemeenschap.

... om samen wonderen te verrichtenIn dit jaar van het geloof breekt Missio een lans voor de gemeenschapsopbouw. We kijken daarvoor naar Afrika. De zorg voor de gemeenschap behoort tot de kern van de christelijke beleving op het Afrikaans continent. Iedereen maakt er van de geboorte tot de dood deel uit van een hechte gemeenschap. Bij de Afrikaanse christenen leeft het concept van 'kerkfamilie', dat aan de basis ligt van een eigen Afrikaanse spiritualiteit. De Afrikaanse christenen kunnen ons de waarde van het gemeenschapsleven opnieuw leren ontdekken. Wij van onze kant kunnen solidair zijn en hen de kans geven om die kerkfamilie mogelijk te maken. Waarom is gemeenschapsopbouw zo belangrijk? Omdat de mens op z’n eentje niet kan overleven. Maar het is ook een opdracht. Samenleven met gelijkgezinden lijkt makkelijk. Stappen zetten naar mensen met andere opvattingen, een andere cultuur of een andere religieuze beleving vraagt veel meer inspanning. Wie erin slaagt in gemeenschap te leven, is een gelukkiger mens. En is het geluk niet één van onze voornaamste levensdoelen? We kiezen ook voor gemeenschap omdat het de optie van Christus zelf is.

De Missio-campagne is een uitnodiging om werk te maken van authentieke christelijke geloofsgemeen schappen, zowel hier in België als ergens ver weg. We moeten ons individualisme verrijken met solidariteit. Een samenvloeien van de geloofsbe leving vanuit de Bijbel en de dynamiek van een gemeenschapsleven kan wonderen verrichten. Deze twee elementen kunnen onze wereld een nieuwe dynamiek geven. Een dynamiek die velen zoeken maar niet vinden.


maandag 15 oktober 2012

Pijnen van een Pachakuti

Gilberto Pauwels

Zondag 21 oktober is het missiezondag, bekend van de jaarlijkse omhaling. De dag dat Missio op het voorplan treedt. Via een zeer uitgebreid netwerk van scholen, kerken, parochies en vormingscentra geeft Missio financiële steun aan meer dan 1000 lokale geloofsgemeenschappen in Afrika, Latijns-Amerika, Azië… Zij bepalen zelf hun prioriteiten en zetten zich in voor mensenrechten, vredesopbouw, verdraagzaamheid en sociale ontwikkeling en milieu. De organisatie probeert in de eerste plaats om verschillende culturen samen te brengen in ontmoeting met leeftijdgenoten, geloofsgenoten, ook met mensen die er een andere levensovertuiging op na houden, … Als kerkorganisatie wijzen ze op de open houding die christenen aan de dag moeten leggen om hun geloof te kunnen delen met anderen. Om concreet tijd te maken en te luisteren naar mensen met een andere huidskleur, religie of cultuur. Het gaat telkens weer om mensen die zich op een onopvallende, maar zeer dynamische manier inzetten voor anderen.

Een man die perfect in die zienswijze past is Gilbert Pauwels, oblaat . Half september berichtten we over hem op de binnenbladzijde onder Geluveld. Om de twee jaar doet Gilbert de oversteek vanuit Oruro (Bolivia) naar de heimat om er z'n familie, vrienden en relaties te ontmoeten. Twee maanden lijken een zee van tijd, maar dan nog is het een heksentoer om wat tijd af te snoepen voor een kort rendez-vous. Veel tijd om bij te praten is er evenwel niet nodig. Dankzij het internet (www.kerkinzonnebeke.be) kan Gilbert de situatie hier ter plaatse op de voet volgen en geloof me dat hij beter op de hoogte is van de stand van zaken dan menig parochiaan.

We hadden het o.m. over het nieuwe boek van Walter Lotens 'Pijnen van een Pachakuti, Bolivia onder Evo Morales' waar Gilbert uitgebreid ten tonele wordt gevoerd. Daaruit mag je afleiden dat Gilbert door z'n aanpak een niet onaardige rol heeft gespeeld in de omwentelingen (Pachakuti) die zich de laatste jaren in dat land hebben afgespeeld. Voor het eerst sinds de Spaanse kolonisator (16de eeuw) hebben ze nu een inheems staatshoofd in de persoon van Evo Morales. Een flink deel van de mensen die hij daar heeft opgeleid (CEPA) werken nu in de onmiddellijke entourage van de president. Voor z'n uitzonderlijke verdiensten in het departement Oruro ontving hij in 2010 uit handen van de president het ereteken 'Sebastian Pagador'. Een Geluveldnaar die vergeleken wordt met een Boliviaan avant la lettre die in 1781 de eerste bevrijdingskreet slaakte tegen de Spaanse koloniale overheerser, het kan tellen. Gilbert heeft dan ook dikwijls voor hete vuren gestaan. Zo lezen we op z'n blog, z'n Andeskrabbels van 9 juni 2002:

“Deze week was Oruro bezet door de mijnwerkers van Huanuni. Betogingen, versperringen, dynamietontploffingen. De coöperativisten versperden de weg naar La Paz en Oruro. Ik ging een kijkje nemen en in Cayhuasi troffen we zo'n tachtig soldaatjes aan, ingesloten door een paar honderd mijnwerkers. Ik besefte eerst niet hoe gevaarlijk de situatie wel was. Geweren tegenover dynamietstaven. Ik drentelde wat rond en nam enkele foto's. Het enige haalbare leek me dat het leger zich zou terugtrekken. Naar de gouverneur dus... maar ik werd er ontvangen door drie ministers die kwamen dialogeren. Het bevel tot terugtrekken was al gegeven. De volgende dag verscheen in de krant dat 'el hermano Gilberto' iedereen tot kalmte had aangemaand.”

Volksheld-tegen-heug-en-meug Gilbert blijft er uiterst bescheiden bij. Er waren ook minder glorievolle momenten. Z'n inzet voor het milieu bijvoorbeeld werd door de mijnwerkers niet altijd in dank afgenomen. Ze vreesden op korte termijn voor hun job en bestaan. Zo sleurden ze een pop van een dikke man met een bril door de straten en staken die nadien in brand. Dat ging over mij natuurlijk, lacht Gilbert en hij klopt zich op de buik.

Er zijn niet veel Belgen meer in Bolivia. Ook niet zoveel oblaten meer, zeker niet van buitenlandse afkomst. Gilbert heeft in al die jaren veel van zijn confraters zien verdwijnen. Na enig nadenken komt hij nog aan zeven namen voor heel Bolivia. Leeftijd, maar ook uittreding hebben hun werk gedaan. Heeft hij daar zelf ooit aan gedacht?
“Eigenlijk niet. Ik vind dat ik voldoende ruimte in de kerk heb gekregen om mijn ding te doen. Ik heb vijf jaar voor priester gestudeerd, maar ik ben het eindelijk niet geworden om als diaken een betere missionaris te kunnen zijn.”

In 2014 zien we hem terug. In dat jaar is hij precies 50 jaar oblaat en 40 jaar actief bij de Aymara-indianen. Mooie ronde getallen en wellicht de hoogste tijd om hem dan ook hier te lauweren, in de bloementjes te zetten en hem passend te bekronen voor z'n ongewone traject daar in Bolivia. Waarom zou er voor zo iemand met uitzonderlijke internationale erkende verdiensten geen ereburgerschap van de gemeente Zonnebeke inzitten? Lobbyen maar!

'Pijnen van een Pachakuti. Bolivia onder Evo Morales' van Walter Lotens is een uitgave van ASP 'Academic Scientific Publishers, 2012, ISBN 978 90 7028 917 1.