Pagina's

donderdag 20 november 2014

Welzijnszorg

Iedereen beschermd tegen armoede?



België is een welvaartsstaat, Brussel is de hoofdstad van Europa en Vlaanderen beschouwt zichzelf als een Europese topregio. Toch treft Sociaal onrecht treft 1 op 7 mensen in ons land. Meer dan 1,6 miljoen mensen leven hier in armoede, dat is ongeveer 15% van de bevolking. Hoe is dat mogelijk? Zijn we dan niet allemaal beschermd door de sociale zekerheid en andere vormen van bescherming? Blijkbaar niet.

Welzijnszorg vindt dat iedereen in ons land recht heeft op een goede sociale bescherming. Dat iedereen gewapend is tegen sociale risico's als ziekte of werkloosheid. Dat iedereen hulp en ondersteuning krijgt waar nodig en dat de bestaande dienstverlening ook optimaal functioneert. Wie arm is, komt in een situatie van 'sociale onderbescherming terecht'. Zij kunnen hun sociale grondrechten niet hard maken. Ze vinden de weg niet naar de bestaande hulpverlening. Ze hebben een inkomen dat onvoldoende is om rond te komen. Ze hebben problemen om een duurzame job te bekomen, om hun ziektekosten te betalen, om een goed huis te vinden, ...

Welzijnszorg wil met de campagne 'Iedereen beschermd tegen armoede?' naar de kern van de armoedeproblematiek gaan. Welke oorzaken liggen hier aan de basis? Waar schiet de hulpverlening tekort? Waar zitten de leemten in ons beschermingssysteem?

Recht hebben is niet recht krijgen
We kennen in ons land heel wat rechten en tegemoetkomingen. Zo heeft elk kind recht op kinderbijslag, krijg je fiscale voordelen als je een lening voor een huis afbetaalt of wordt een groot deel van je poetshulp met dienstencheques door de overheid betaald. Deze zijn niet allemaal specifiek gericht op het bestrijden van armoede. Een aantal van die rechten richten zich specifiek op wie het moeilijk heeft. De bekendste hangen samen met onze sociale zekerheid, zoals de werkloosheidsuitkering, invaliditeitsuitkering, pensioen ... Sommige rechten krijg je automatisch, andere moet je zelf aanvragen of kan je via je belastingaangifte laten gelden. Maar voor mensen in armoede is 'krijgen waar je recht op hebt' niet zo eenvoudig.

De oorzaken hiervan liggen op verschillende vlakken:
- de regelgeving is ingewikkeld en ambtelijk geformuleerd;
- om misbruiken te voorkomen worden allerlei drempels ingebouwd zodat veel mensen die wél rechthebbende zijn hun rechten niet verkrijgen;
- mensen in armoede hebben vaak niet de administratieve vaardigheden om zelf op zoek te gaan naar waar ze recht op hebben, om ambtelijke taal te ontcijferen, om zich door de vele aanvraagformulieren en documenten heen te worstelen of om de juiste gegevens terug te vinden;
- de werkdruk bij de hulpverleners ligt vaak hoog, waardoor ze niet proactief op zoek gaan naar deze rechten en dat werkt sociale onderbescherming verder in de hand.


De paraplu van de sociale zekerheid
Onze sociale bescherming is voor een groot deel georganiseerd via de sociale zekerheid: werkloosheidsverzekering, gezondheidszorg, kinderbijslag, invaliditeitsverzekering, pensioen ... Samen vormen ze een grote paraplu die ons moet beschermen tegen onverhoedse sociale risico's.
De sociale zekerheid is gebaseerd op een verzekerings- en solidariteitsmechanisme. Je betaalt bijdragen om, wanneer nodig, zelf een beroep te kunnen doen op het systeem. Er is ook solidariteit ingebouwd tussen wie ziek of gezond is, tussen gezinnen met en gezinnen zonder kinderen, tussen wie werk heeft en wie werkzoekend is, tussen jong en oud ... Daarnaast zitten er ook mechanismen in verwerkt die herverdelend werken. Wie meer verdient, moet meer bijdragen. Zonder sociale zekerheid zouden in België maar liefst 42% van de mensen in armoede leven. Ons systeem beperkt dit tot 15%. Er zitten dus nog gaten in de paraplu van de sociale zekerheid.

Wat is er precies aan de hand?
Bij ziekte, werkloosheid, invaliditeit, pensioen, ontvang je een uitkering. De sociale zekerheid – what's in a name – zou juist een garantie moeten zijn dat je levensstandaard niet onmiddellijk daalt zodat je niet in armoede belandt. We moeten echter vaststellen dat bijna alle minimumuitkeringen onder de armoedegrens liggen. Wanneer je voor langere tijd een beroep moet doen op zo'n uitkering, is de kans groot dat je inkomen veel te laag is om van te leven. De tegemoetkoming is ook te laag voor de gemaakte kosten. In de gezondheidszorg betaalt de sociale zekerheid het grootste deel van de kostprijs terug aan de patiënten. Toch is dit onvoldoende. Niet alleen is er een sluipende stijging van de kosten die de patiënt zelf moet betalen, bovendien is dit erg verschillend en afhankelijk van de behandeling, de soort zorg en de arts bij wie je terecht kan. Dit zorgt voor onzekerheid, betalingsproblemen en uitstel van noodzakelijke zorgen.

Het vangnet van de sociale bijstand
De sociale zekerheid is een verzekeringssysteem. Dat betekent ook dat je niet altijd rechten hebt binnen de sociale zekerheid. Zo moet je bijvoorbeeld om een werkloosheidsuitkering te ontvangen eerst gedurende een periode gewerkt en bijgedragen hebben. Voor wie uit de sociale zekerheid of onderdelen ervan tuimelt, is er het vangnet van de sociale bijstand. Bekendste voorbeelden hiervan zijn het leefloon of de inkomensgarantie voor ouderen. Om recht te hebben op sociale bijstand moet je niet bijgedragen hebben, vaak zijn er wel andere voorwaarden aan gekoppeld zoals een inkomensonderzoek of de bereidheid tot werk via een begeleidingstraject.

We zien in de sociale bijstand dezelfde problemen opduiken als in de sociale zekerheid. De inkomensbescherming is ondermaats, van een leefloon kan je niet leven. Het leefloon voor een alleenstaande bedroeg in januari 2013 75% van de armoedegrens en slechts 64% in het geval van een koppel met twee kinderen. De inkomensgarantie voor een oudere alleenstaande bedraagt 93% van de armoedegrens en 83% voor een koppel. Voor andere tegemoetkomingen, aanvullende steun, moet je hopen dat er in jouw gemeente een tegemoetkoming bestaat en dat men ingaat op jouw vraag. Dit gaat niet over luxe-uitgaven maar bijvoorbeeld over kosten voor gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting ...

Door mijn schuld, door mijn grote schuld
Mensen in armoede zitten bovendien vaak met schulden. Meestal kunnen ze niet anders dan schulden maken omdat hun inkomen veel te laag is om te voorzien in de meest elementaire noden. Het gaat om een schuldenprobleem dat zich steeds verder ophoopt en waardoor mensen nog dieper in de problemen komen. Schulden vermijden kan enkel door mensen een menswaardig inkomen te geven en waar nodig begeleiding om het huishoudbudget te beheren. Het loopt echter fout op beide vlakken. Zo kunnen mensen hun rechten niet laten gelden en geraken ze alle controle over hun leven kwijt.

Tot daar wat fout loopt, nu mogelijke remedies. De sociale zekerheid is essentieel, zonder zou niet 1 op 7 maar liefst 4 op 10 mensen getroffen worden door armoede. 

Toch blijkt de paraplu van onze sociale bescherming lek. Welzijnszorg wil dat iedereen beschermd is tegen armoede. 
Wij vragen daarom:



1. Een inkomen boven de armoedegrens voor iedereen
Meer dan 1,6 miljoen mensen in ons land moeten rondkomen met een inkomen dat onder de Europese armoedegrens ligt. Dat is onmogelijk: volwaardig participeren aan de maatschappij lukt niet. Alle uitkeringen en vervangingsinkomens moeten worden opgetrokken tot minimaal de armoedegrens. De uitkeringen moeten voor elk gezinstype boven de armoedegrens uitstijgen zowel voor een alleenstaande, als een gezinshoofd en samenwonenden.
1 op 5 mensen in armoede werkt voltijds of deeltijds. Deze werkende armen, werknemers en zelfstandigen, moeten ook rondkomen met een inkomen onder de armoedegrens. Het minimumloon moet voor iedereen hoog genoeg zijn om uit de armoede te blijven of te geraken. Bovendien moet het werken ook financieel belonen. Vaak zijn werkende armen ook het slachtoffer van korte, onzekere contracten en weinig kwalitatieve jobs.

2. Mensen geven waar ze recht op hebben: automatische toekenning van rechten
Er bestaan heel wat aanvullende rechten en tegemoetkomingen voor mensen met een laag inkomen en/of hoge kosten. Al te vaak blijven deze mensen verstoken van die rechten. Ze slagen er niet in om al hun rechten uit te putten. We moeten mensen geven waar ze recht op hebben door zo veel mogelijk rechten automatisch toe te kennen waar mogelijk.
Federaal moet er prioriteit worden gegeven aan de automatische toekenning van de verhoogde tegemoetkoming omdat dit statuut de toegangspoort is tot verschillende rechten. Jaarlijks moet de federale overheid de automatische toekenning van drie rechten realiseren.
Ook de Vlaamse regering moet jaarlijks de automatische toekenning van drie rechten kunnen realiseren op basis van een lijst van 15 sociale rechten die in de legislatuur 2009-2014 werd opgesteld. Het is volstrekt haalbaar om deze 15 sociale rechten de komende legislatuur te realiseren.

3. Ieders rechten realiseren door een kwaliteitsvolle dienstverlening te garanderen
ledereen heeft nood aan een kwaliteitsvolle dienstverlening, zeker mensen in armoede. Maatschappelijk werkers op het OCMW moeten vaak heel complexe dossiers behandelen. Ook verwachten cliënt en samenleving dat hulpverleners mensen opnieuw kansen geven in de maatschappij: dit is dé doelstelling van de hulpverlening. Dat kan alleen lukken als het op een kwaliteitsvolle manier gebeurt. Daarom moeten alle diensten bij de overheid, in de hulpverlening, vakbond, mutualiteit ... aan kwetsbare groepen garanderen dat ze al hun rechten kunnen uitoefenen.

Kerstrozen tegen armoede


De actie Welzijnszorg (WZ) kan je beschouwen als het kleine zusje van de actie Broederlijk Delen (BD). Beiden vinden ze plaats in de sterke tijden van het kerkelijke jaar. WZ in de advent en BD in de vasten. WZ is recenter dan BD en stond altijd al wat in de schaduw maar wint de laatste jaren steeds meer aan belang. WZ focust op de Vierde Wereld, de armen van hier. BD op de Derde Wereld. Hoewel mensen zich soms afzetten tegen ontwikkelingshulp, engageren wij ons toch vaak gemakkelijker om eerder onduidelijke redenen voor de mensen uit het Zuiden. Wij kijken de armen-van-hier niet graag recht in de ogen. Ze zouden het aan zichzelf te wijten hebben. Ze zetten 'onze' sociale zekerheid onder druk alsof het ook de 'hunne' niet is ...

Augustinus zei, dat wie Christus – het kerstekind – in de minste van zijn broeders wou herkennen, zich klein moest maken, ja zich zelfs moest bukken want in die tijd lagen ze in de goot. Vandaag is er veel verdoken armoede, er hangt nog altijd een taboesfeer rond. Omdat we onze schaapjes op het droge hebben staan we staan er misschien niet bij stil, wellicht. Niet iedereen is zo fortuinlijk. Velen weten het handig en met allerlei foefjes te maskeren. Iedere maand is het weer toveren om rond te komen, de eindjes aan elkaar te knopen.

Het doet ons deugd dat we op de lokale bladzijden van dit blad in deze tijd van het jaar meer dan vroeger initiatieven zien opduiken die daar tegen in gaan. Ik denk aan de 'Wenskaarten- en posterbeurs' in Geluveld en Beselare, de verkoopsacties van de Bond zonder Naam in Beselare en in het bijzonder aan de initiatieven van de kersverse Welzijnsschakel 't Zunnetje, een gezamenlijk initiatief van de Zonnebeekse parochies. Zo organiseren zij in deze adventstijd op zondag 21 december om 15.00 u. een Kerstevocatie in en rond de kerk van Zandvoorde en in het weekend na de eucharistieviering een verkoopsactie van kerstrozen à 5 euro/stuk in alle parochiekerken t.v.v. hun eigen werking:

Beselare: op 30/11, 7/12, 14/12, 21/12 verzorgd door Marie-Jeanne, Christine en Johan
Geluveld: enkel op 13/12 verzorgd door Philippe en Jos
Passendale: op 29/11, 6/12, 13/12 en 20/12 verzorgd door Agnes en Marleen
Zonnebeke: op 30/11, 7/12, 14/12, 21/12 verzorgd door Agnes
Zandvoorde: op 30/11, 7/12, 14/12, 21/12 verzorgd door Johnny en Jef

Voor bestellingen kan je altijd los terecht bij
Marie-Jeanne Ameele
Wervikstraat 112, Beselare
tel. 057 46 76 18
marie-jeanne-ameele@hotmail.com

Zonnebeke viert Sint-Cecilia



Hoewel haar feestdag pas op 22 november valt, vierden de drie Zonnebeekse muziekverenigingen hun patroonheilige in het weekend van 15 en 16 november, telkens met het fel gesmaakte opluisteren van de eucharistieviering. We hebben het over de Koninklijke Harmonie Beselare (dirigent Pieter Meersseman) en de al even Koninklijke Fanfares uit Passendale (dirigent Jelle Proost) en Zonnebeke (dirigent Dominique Dewulf) telkens met dezelfde naam 'Sint-Cecilia'. Zij is een Romeinse martelares en heilige in de Rooms-katholieke Kerk. Volgens de legende kwam ze uit een voorname Romeinse familie, gens Caecilia. Op zeer jonge leeftijd werd ze gedwongen te huwen met iemand uit een andere Romeinse adellijke familie. Ze vond troost in de muziek en stierf de marteldood omstreeks 230. 


Ze werd patrones van de muziek, muzikanten, instrumentenmakers en zangers. Dit patronaatschap is echter gebaseerd op een verkeerde opvatting van de antifoon van de vespers van haar feestdag, die luidt: “Cantantibus organis Caecilia virgo in corde suo soli domino decantabat dicens fiat domine cor meum et corpus meum immaculatum ut non confundar”. De verwijzing naar het orgel (organis) en de zang (cantantibus) hebben te maken met het feestgedruis op haar bruiloft. De zin wil zeggen dat zij zich “te midden van de feestmuziek” in haar hart enkel richt tot God in de hoop ook in haar bruidsnacht haar maagdelijkheid (corpus immaculatum) te kunnen bewaren. Dit lukt. Ze vertelt haar echtgenoot, Valerianus, dat ze een beschermengel heeft. Valerianus komt tot inzicht en bekering. Beiden sterven vervolgens als martelaren onder een hernieuwde vlaag van christenvervolging. Als patrones van muzikanten werden talrijke muziekverenigingen, koren, fanfares en orkesten naar haar genoemd. 


Resultaten 11.11.11 Zonnebeke




Ook Zonnebeke nam opnieuw deel aan de 11.11.11-campagne 2014. Een team van enthousiaste vrijwilligers stond in de verkoopstandjes aan diverse supermarkten en trok de straat op voor huis-aan-huisverkoop. In plaats van de traditionele wenskaarten en stiftjes koos de lokale 11.11.11-werkgroep dit jaar ervoor om chocoladerepen en -truffels te koop aan te bieden. En dat sloeg aan! Er werd voor 4600 euro verkocht en daarnaast kwam er ook nog eens iets meer dan 100 euro aan vrije bijdrages binnen. De teller van de overschrijvingen kwam dit jaar op net geen 500 te staan. Naar jaarlijkse gewoonte past het gemeentebestuur ook nog een bedrag bij en dit is dit jaar 7250 euro.

De 11.11.11-werkgroep Zonnebeke sluit dan ook met een tevreden gevoel de actie af met een woord van dank voor alle schenkers én in het bijzonder voor de vrijwillige medewerkers die eens te meer bewijzen dat een goede samenwerking tot mooie resultaten kan leiden. Dank je wel! 

donderdag 13 november 2014

Wapenstilstand

Een roep naar vrede

Op Wapenstilstand worden in de Westhoek – in de schaduw van de Menenpoort en de hedendaagse herinneringshype van 100 jaar Grote Oorlog – in alle dorpen kransen neergelegd bij de lokale oorlogsmonumenten om de slachtoffers van beide wereldoorlogen te gedenken (Foto Geluveld). In de toespraken of de religieuze diensten die daaraan voorafgaan klinkt steevast de roep naar duurzame vrede. Het is nu haast een vanzelfsprekende manier van herdenken geworden met duidelijke roots in onze eigenste Westhoek.

Zo werd na enkele decennia van relatieve stilte tegen het einde van de jaren zeventig de oorlogsherinnering in de streek ten zuiden van Ieper opnieuw gestimuleerd door twee opmerkelijke projecten: 'Het Volksboek Van den Grooten Oorlog' en het toneelstuk 'Nooit brengt een oorlog vrede'. Beiden waren het werk van de Elfnovembergroep, opgericht in 1977 in het kader van het Opbouwwerk Heuvelland met Jan Hardeman als pionier, dat naast de economische ontwikkeling ook lokale culturele initiatieven wilde stimuleren. De jongeren uit de streek die de groep oprichtten wilden op zoek gaan naar manieren om de zestigjarige verjaardag van de Eerste Wereldoorlog, die een jaar later met de nodige militaire luister gevierd zou worden in Ieper, een ander aanzicht te geven. Het idee ontstond om met mensen uit de oudere generatie te gaan spreken over hun oorlogservaringen. Deze getuigenissen werden uiteindelijk gebundeld in het bewuste boek, dat op 11 november 1978 verscheen. Het boek verzamelde de verhalen van een vijftigtal lokale mensen die als burger of soldaat aan of achter het front gewoond hadden: verhalen over het uitbreken van de oorlog, het vluchten, over de vele nationaliteiten die in de streek verbleven, het overleven aan en achter het front, het geweld van de oorlog, en over de heropbouw na de oorlog. Het belang van de verhalen, die nagenoeg letterlijk in de spreektaal van de vertellers worden weergegeven, ligt in hun lokale en familiale karakter. Het boek bracht de verhalen die gewoonlijk binnen de familie en in het dorp verteld worden in de publieke sfeer en plaatste ze naast de officiële geschiedenis.

De Elfnovembergroep verwerkte de verhalen ook in het volksspel 'Nooit brengt een oorlog vrede', dat door mensen uit de streek gespeeld werd. De zes oorspronkelijk geplande voorstellingen werden van 11 tot 15 november 1978 opgevoerd in een tot theater omgevormde smidse in Kemmel. In 1979 werd het stuk meermaals opnieuw gespeeld, ook in Gent en Brussel. In de context van de late jaren zeventig, toen de plaatsing van nieuwe kernwapens in West-Europa ophanden was, gaf dit toneelstuk ook een bredere, actuele vredesboodschap.

Het werk van de Elfnovembergroep betekende een belangrijk keerpunt in de manier waarop in de streek rond Ieper het oorlogsverleden benaderd werd. Tot dan was er in de geschiedenis en de herdenking van de Grote Oorlog weinig aandacht geweest voor het perspectief van de 'kleine mens'. Deze benadering zou de oorlogsherinnering in de Westhoek diepgaand beïnvloeden. Ook het 'In Flanders Fields Museum' (IFFM), dat in 1998 geopend werd, koos vrij radicaal voor het standpunt van wie als soldaat of burger de oorlog had meegemaakt. De idee dat oorlog in de eerste plaats een door mensen ervaren werkelijkheid is, staat er centraal. Zoals Piet Chielens, een van de drijvende krachten achter het museum, het uitdrukt, is oorlog 'des mensen'. Het museum overstijgt daarbij de oude tegenstellingen van geallieerden en vijanden. De allegorische poppen die de frontsoldaten voorstellen dragen bijvoorbeeld geen herkenbare uniformen. Door de menselijke ervaring centraal te plaatsen, belicht het museum het historische verhaal van de oorlog slechts zijdelings. Zonder expleciet morele lessen mee te geven is het museum zo uitgewerkt dat het veel bezoekers aanzet tot het stellen van morele vragen over de oorlog. Op basis daarvan worden ze ook aangezet tot een reflectie over vrede. Daarom verlaten veel mensen het museum met het gevoel dat het een vredesmuseum is, hoewel het museum het nergens over vrede als zodanig heeft.


De beweging, die de Elfnovembergroep in gang zette, mede ondersteund door de vredesoproep die paus Johannes Paulus in 1985 in Ieper uitsprak, zette zich door in de tweede helft van de jaren tachtig en zeker in de jaren negentig. De stad Ieper begon zich te profileren als 'vredesstad', met een vredesambtenaar en een jaarlijkse Vredesprijs. Ook de provincie West-Vlaanderen sprong mee op de kar en in 2002 besliste het provinciebestuur om de werking en de inspanningen met betrekking tot de Eerste Wereldoorlog te laten coördineren door een provinciaal netwerk dat de naam ‘Oorlog en vrede in de Westhoek’ kreeg. Het netwerk vertrekt van het streven om de vredesgedachte te zien als de voornaamste erfenis van de Eerste Wereldoorlog. Ook in Diksmuide is het IJzerbedevaartcomité de laatste jaren sterker gaan focussen op de vredesboodschap, onder meer door jaarlijks het muziekfestival 'Ten Vrede' te organiseren. In 2011 heeft het Vlaams Parlement bovendien de IJzertoren erkend, niet alleen als memoriaal van de Vlaamse Ontvoogding, maar ook als dat van de Vrede.

woensdag 12 november 2014

Mgr Johan Bonny

Geloven gaat verder





Op uitnodiging van het decanaat Menen bracht mgr. Johan Bonny, West-Vlaming en bisschop van Antwerpen, half september voor 600 aanwezigen in het Cultureel Centrum 'De Steiger' te Menen een getuigenis onder het motto 'Geloven gaat verder'. Geloven heeft voor mgr. Johan Bonny met een vijftal invalshoeken te maken die samengaan met zijn levenservaring.

God van de kindertijd

Net zoals zoveel leeftijdsgenoten heeft mgr. Johan Bonny het geloof van thuis uit meegekregen. Geloof had te maken met goed doen, inzet voor anderen zonder vraag naar wederkerigheid. Mgr. Johan Bonny ziet God daar aanwezig, daar waar mensen zich inzetten voor anderen zonder dat ze er iets voor terug willen. God is gevende liefde. Hij gelijkt bijvoorbeeld op een mens die niet altijd zijn overuren telt. Dit staat haaks op onze maatschappij waarbij vaak het motto 'voor wat hoort wat' gehuldigd wordt.

God en de kerk

Als kind was er bij mgr. Bonny een spontane verbondenheid tussen God, geloof en kerkgemeenschap. Hij heeft al vroeg in de kerk een sfeer van sacraliteit en gedragenheid gevonden. Ook een pril gemeenschapsgevoel (families die samenkwamen) vond hij daar. De roeping van mgr. Bonny is gegroeid uit dat toebehoren tot die gemeenschap die hij als iets zeer waardevols ziet. God is niet los te maken van de gemeenschap, van de kerk. In de Bijbelse traditie gaat God met zijn volk mee. Hij laat de gemeenschap niet los. Toch zien we nu dat veel mensen afhaken van de kerk. De vraag die je daar bij kan stellen: haken ze af van de kerk of haken ze af van de kerk en het geloof? Bij mgr. Bonny zijn geloof en kerk samengebleven. Het credo stelt het duidelijk: “Ik geloof in de katholieke kerk...” Verbondenheid met de kerk heeft iets van een huwelijk. Mgr. Bonny ziet zijn wijding als iets van een huwelijk. Je kiest voor de kerk in goede en slechte dagen. In die mengeling geloof je dat God aanwezig is.

Geloof heeft te maken met redelijkheid/het verstand

Mgr. Bonny heeft onder andere een opleiding filosofie gevolgd. Daarin kwamen vragen van redelijkheid, samenhang en het waarom van mens en ding sterk naar boven. Voor hem heeft de vraag naar samenhang te maken met geloof. “Geloof biedt mij de beste sleutels aan bij de meest indringende vragen die mensen zich kunnen stellen” en ook “geloof heeft mij geholpen in mijn denken.”

Waar gaat de geschiedenis naartoe? Gelovig perspectief leidt naar volheid van verbondenheid (gemeenschap in liefde), niet naar een 'zwart gat'. Hoe kunnen we lijden en sterven een plaats geven? Is alles wat een mens heeft uitgebouwd aan vriendschap en liefde dan voorbij Geloof in verrijzenis biedt een perspectief, aldus mgr. Bonny.

God van Jezus Christus

De joden en de islamieten geloven in een monotheïstische God hoog in de hemel. Het is gemakkelijker om God als verre God te zien dan God te zien in de dichte figuur van Jezus Christus (cfr. zijn bisschopsleuze 'Agnus pacet illos' - ' Het Lam zal jullie weiden'). Als je gelooft in Jezus, dan geloof je dat God dichtbij gekomen is, dan komt hij dichtbij je 'vel'.
Een voorbeeld: Jezus roept mensen, vraagt om je/het kruis op te nemen, om te doen als de Barmhartige Samaritaan, houdt de Bergrede waarin hij ons aanwijzingen geeft om 'goed' te leven... Dat alles brengt God zeer dichtbij. Maar dat maakt het voor ons niet makkelijk(er). God bevraagt, raakt, vergeeft... ons in de persoon van Jezus Christus.

God heeft te maken met een verlangen dat niet helemaal ingevuld is


De crisis van het geloof maakt dat ons verlangen naar God (en voltooiing in Hem) minder wordt/is. Nochtans zijn verlangen en hoop zeer belangrijk. “We dienen voeding te geven aan ons verlangen om God ooit te zien”, benadrukt mgr. Bonny. Dat verlangen is een onderdeel van zijn geloof.