Pagina's

Posts tonen met het label Mariamaand. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mariamaand. Alle posts tonen

maandag 23 april 2018

Reilen en zeilen rond de Koortskapel




Tijdens de maand mei flakkert de religieuze traditie weer op rond de Westhoekkapel in en rond de Frezenbergstraat met tal van vieringen, gebedstonden en andere initiatieven. Misschien las je het al in de speciaal voor de gelegenheid gedrukte ‘Gazette van de Westhoek’. Zoniet kom je het hier verder allemaal te weten ...

GESCHIEDENIS

Lang geleden stond er op de Westhoek te Zonnebeke een kapelletje van plak en stak, met een strooien dak en een klein houten lievevrouwbeeldje. Het stond langs de Frezenbergstraat, aan de overkant van het kasteel van jonkheer Debouck en zijn dienstmeid Louise Cools.

In het jaar 1870 was er, door de aardappelplaag en ziektes bij de dieren, overal zware armoede. Ook ‘meneerke Brouck’, zoals hij in de volksmond werd genoemd, werd erdoor getroffen, en samen met de buurtbewoners kwam hij bij het Lieve Vrouwbeeldje nood klagen. Hij beloofde, indien zijn gebeden werden verhoord, een nieuwe en grotere kapel te bouwen op dezelfde plaats. De crisisjaren gingen voorbij en rond 1880 verrees op de Westhoek een prachtige gotische kapel, toegewijd aan O.L.V. Nood-zoekt-troost.

De koortskapel
In die tijd stierven in de streek veel kinderen aan kraamkoorts. Als voorspreekster kreeg de O.L.V. van de Westhoek zo'n grote faam dat de kapel werd herdoopt tot ‘koortskapel’. Ze werd bezocht door grote groepen bedevaarders, die te voet vanuit omliggende gemeenten en zelfs vanuit Noord-Frankrijk kwamen. In de kapel stond een prachtig beeld van Onze Lieve Vrouw, met het kindje Jezus op haar arm.

Elke zondag van mei stelden marktkramers naast de kapel hun kramen op. Daar verkochten ze van alles. Juffrouw Louise deelde haar winst uit aan de armen. Op de laatste zondag kwam het muziek van Zonnebeke een wandelconcert geven. Meneer Charles trakteerde achteraf de muzikanten.

En toen kwam de oorlog
Een jaar lang bleef de kapel ongeschonden, maar in april van 1915 sloeg een voltreffer in en vernielde de kapel grotendeels. Juffrouw Louise had ondertussen het beeld van O.L.Vrouw al uit de kapel gehaald en het in Dadizele in veiligheid gebracht.

Volgens de kronieken duurde het tot maart 1925 toen pastoor Gerard Lammens liet optekenen dat men begonnen was met de wederopbouw van de school, en dat daarna de koortskapel aan de beurt zou zijn. Op Pinkstermaandag van datzelfde jaar werd het nieuwe beeld gewijd in de kerk van Zonnebeke en daarna in stoet naar de Koortskapel gedragen. Op de laatste zondag van mei noteerde pastoor Lammens niet minder dan 2000 bedevaarders … (GV).

Het beeld: Maria draagt een witzijden mantel vol schitterende edelstenen.
Ze dragen allebei een gouden kroon en hebben een scepter en een wereldbol in de hand.
DE TWEE KRUKKEN

De zevende statie van de Kruisweg van lijden en hoop
Tijdens de Tweede Slag bij leper trof een Duitse artilleriegranaat het huisje van Hector Brion en Maria Brouckaert die klaar stonden om met hun drie kinderen te vluchten. Zowel de 9-jarige Omer, als de 7-jarige Anna en de beide ouders komen hierbij om het leven.

Het oudere zusje Martha (11) werd zwaargewond vanonder het puin gehaald. Om te herstellen kwam de kleine meid in Neuville-sous-Montreuil terecht. Ze verbleef daar gedurende 14 maanden in het hospitaal. Niemand had gedacht dat ze haar verwondingen zou overleven, maar uiteindelijk kon ze zich moeizaam opnieuw voortbewegen met haar kleine krukken. Uiteindelijk bleef ze beperkt in haar bewegingen, en moest ze zich verplaatsen met de fiets, die ze enkel met haar rechterbeen kon vooruitduwen.

Martha Brion, zittend in het bed, zwaargewond na de Duitse aanval op hun huisje, waarbij haar beide ouders en broertje en zusje het leven lieten.
Als aandenken en uit dankbaarheid, hing Martha Brion haar krukken op in de nieuwe Westhoekkapel in de Frezenbergstraat te Zonnebeke. Ze blijven daar hangen, als een herinnering aan het meisje dat de oorlog overleefde, maar nooit de kans kreeg om afscheid te nemen. (M.D.)




KAPEL WESTHOEK
ONZE-LIEVE-VROUW-NOOD-ZOEK-TROOST

Vieringen meimaand 2018

Eucharistieviering,
opgedragen voor de familie Borry
op dinsdag 1 mei om 8.00 u.;
opgedragen voor de Vruchten der Aarde
op dinsdag 8 mei om 20.00 u.
Rozenkrans
op donderdag 10 mei (O.L.H. Hemelvaart) om 15.00 u.
Eucharistieviering,
opgedragen voor de families Malengier en Dejonghe
op dinsdag 15 mei om 8.00 u.;
opgedragen t.e.v. O.L.V. Nood-Zoekt-Troost
op dinsdag 22 mei om 8.00 u.;
opgedragen voor de familie Abel Acket-Oorreel en overleden zoon Luc
en de familie Alban Vandoolaeghe-Acket
op dinsdag 29 mei om 19.00 u.


KAPELLETJESTOCHT

Het is een traditie om in de Meimaand samen te komen bij de Mariekapelletjes, elkaars zorgen te dragen, samen te bidden tot Maria in vertrouwen voor elkaars intenties.
Donderdag 3 mei om 18.30 u. (Familie Loones)
Kapel O.L.V. Nood Zoekt Troost B.V.O.
Frezenbergstraat tegenover huisnummer 9, nabij oprit Hoeve De Frezenberg.
De plaats waar de oorspronkelijke Westhoekkapel stond
Woensdag 9 mei om 18.30 u. (Familie Degeest)
Kapel O.L.V. en H. Livinus Frezenbergstraat tegenover huisnummer 80.
Het waterkapelletje van de Westhoek
Donderdag 17 mei om 18.30 u. (Familie Borry)
Kapel O.L.V. van Lourdes B.V.O.
Op de splitsing Grote Molenstraat / Nonnebossenstraat
Uit dank om bescherming tijdens WO II / Oscar Borry
Donderdag 24 mei om 18.30 u. (Familie Deprez)
Kapel H.Hart
Oude Kortrijkstraat 75 leper - Westhoek Kapelle van de klokhofstede
Donderdag 31 mei om 18.30 u. (Familie Masschelein)
Kapel Maria, Lieve Vrouwe Zegen Woon en Landouwe
Ieperstraat 208 nabij oprit Hoeve Masschelein
Jules Masscheleins Kapelle

In geval van slecht weer, gaan de samenkomsten door in de Koortskapel O.L.V. Nood-Zoekt-Troost, Frezenbergstraat 31 Westhoek – Zonnebeke

TENTOONSTELLING PASSIE VAN IEPER


Philiep Vandoolaeghe en Chantal Deprez nodigen u graag uit op de officiële opening op zondag 29 april om 11.00 u. in de Kapel O.L.V. Nood-Zoekt-Troost.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog gingen burgers en militairen door de hel van de Ypres Salient. Vandaag leven hun verhalen verder, niet alleen in brieven en dagboeken, maar ook in de verhalen van de families die terugkeerden naar Ieper.

De 14 staties van de Kruisweg vormen het religieuze en cultuur-historische sjabloon voor evenveel Ieperse verhalen uit WO I. Van veroordeling tot troost, schrijnend en weerbaar vormen ze de ‘Passie van Ieper’.

Programma

– Welkomstwoord door Philiep Vandoolaeghe
– Inleiding over de ‘Passie van Ieper’ door Marc Dejonckheere
– Receptie voor alle aanwezigen van 12.00 u. tot 14.00 u.

Gelieve U aanwezigheid te bevestigen ten laatste woensdag 25 april op 0475 40 84 73 of via philiep.vandoolaeghe@gmail.com

De tentoonstelling loopt tot 31 mei en is te bezichtigen elke dag van de meimaand van 10.00 tot 18.00 u.

De kapel is iedere dag toegankelijk.

donderdag 23 april 2015

Langs dezen weg



ZET GEENEN VOET OF ZEG WEESGEGROET MARIA... Op vele plaatsen bestaat nog de hardnekkige maar toch teruglopende traditie om in de meimand, in groep de rozenkrans te bidden aan een van die vele veldkapelletjes. Op het eerste gezicht lijken ze in het landschap, als klein historisch erfgoed, de stilte getuigen te zijn van een verleden zonder veel toekomst. Die zwakte is echter ook hun kracht omdat ze de veruitwendiging zijn van een diepgewortelde volksreligiositeit.

De mens is meer dan z'n verstand. Hij handelt vaak vanuit z'n gevoel, verbeelding, intuïtie, angst of vreugde. Vele uitingen van volksdevotie leunen daar nauw bij aan. Die kende vroeger een hoge vlucht in de vorm van novenen, processies, confrérieën, congregaties allerhande ... maar is nu net als de geloofsbeleving in het algemeen, veeleer teruggedrongen naar de privé-sfeer. De individualisering, de ontkerkelijking van de laatste decennia en de vaak terechte versobering van de godsdienstige praktijken en rituelen, onder invloed van het Tweede Vaticaanse Concilie, droegen daar toe bij. En toch weet dat volksgeloof zich in vele gradaties aan te passen aan onze snel veranderende samenleving. Bedevaarten kennen nog steeds een groot succes. Zij het dan wel meer en meer in de vorm van religieus toerisme. Zo is Lourdes na Parijs de meest druk bezochte stad van Frankrijk. In warenhuizen vind je tegenwoordig een heel gamma van noveenkaarsen. Zelfs het grote succes van commercieel geïnspireerde kerstmarkten, kerstconcerten en zelfs kerstboomverbrandingen mag je onder die noemer plaatsen.

Maar wat met onze veldkapelletjes?
Vele eigenaars en verzorgers – jong en oud – zijn heel trots op hun kapelletje. Velen zijn zelfs openlijk niet meer kerkelijk maar aan 'hun kapel' mag niet geraakt worden. Het is vaak hun enige binding met godsdienst of geloof. Heelwat kapelletjes kennen nog devotiepraktijken. Ze worden vooral individueel bezocht. Mensen komen er een kaars branden of leggen er bloemen neer. Aan sommige wordt nog collectief gebeden vooral dan in de mei- en de oktobermaand of naar aanleiding van een Mariafeest.

Bijzonder merkwaardig is dat er in onze provincie in de periode 1990-2005 er nog maar liefst 170 nieuwe kapellen zijn bijgekomen op een geregistreerd totaal van 2530. Zeer divers van vorm, van toegankelijke kapellen, over mijtervormige nis- en muurkapellen tot de eenvoudige staakkapel. Het gaat dan telkens om van de openbare weg zichtbare en bereikbare kapellen. In werkelijkheid zijn er nog veel meer: boom- en gevelkapellen, klooster- en ziekenhuiskapellen, grotten ... Alleen al op het grondgebied van de fusiegemeente Zonnebeke zijn er zo een vijftigtal geteld: 11 in Beselare, 4 in Geluveld, 20 in Passendale, 4 in Zandvoorde en 11 in Zonnebeke zelf.

Het leeuwendeel van deze kapellen is toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes, afnemend in mindere mate aan O.L.Vrouw van Banneux, Fatima, van Salette, van Medjugorje en Pellevoisin. Een hele reeks kapellen is ook toegewijd aan O.L.Vrouw gekoppeld aan een plaatsnaam, bv. O.L.Vrouw van Thuyne (Ieper), van de Hallebast (Dikkebus) ... of aan een eigenschap, bv. O.L.Vrouw van Altijddurende Bijstand, van Zeven Smarten, van het Heilig Hart ...


Geschiedenis van de Mariadevotie
Die vertoont een duidelijke evolutie doorheen twintig eeuwen christendom. Onder invloed van religieuze stromingen, kerkelijke overheden en sommige kloosterorden, worden bij de Mariaverering telkens weer nieuwe accenten gelegd. De marialogie in de eerste eeuwen steunde hoofdzakelijk op het geloofsartikel dat de Christus is 'geboren uit de Maagd Maria'. De eerste verering had dus te maken met het geloof in de menswording van Jezus en de rol van Maria in dit alles. Van een echte cultische verering was tijdens die eerste periode nog helemaal geen sprake. In de laat-Romeinse periode werden in ons land wel al enkele kerken aan Maria toegewijd. Dit was het geval in Tongeren, Doornik en Komen. Vanaf de vroegchristelijke tijd (4de-5de eeuw) werd door de Kerk een bijzondere verering tot Maria ingesteld. Het kerkelijke jaar kende dan vier feestdagen toegewijd aan een bijzonder feit uit het leven van Maria. Het oudste Mariafeest was het feest van de zuivering van Maria in de tempel (Maria Lichtmis). De overige drie waren: O.L.Vrouw Geboorte, de Boodschap van de engel Gabriël en Maria- Tenhemelopneming. De traditie van deze vier Mariafeesten werd vooral gevierd in het Byzantijnse Rijk en later door de westerse kerk overgenomen.

Ook de inzichten in en de houding tegenover de rol van Maria in het christelijke geloof kende een grondige evolutie. De voorchristelijke godsdiensten kenden allemaal het type van de oermoederfiguur. Het was dus vrij logisch dat de eerste christenen, in navolging van de Griekse en Romeinse heidense godsdiensten, ook hun 'oermoeder' wilden vereren.
De vroege Middeleeuwen bekeken Maria vooral als de 'goddelijke Koningin'. Maar dit beeld van Maria als een verre afstandelijke figuur kon bij de gelovigen maar weinig persoonlijke devotie oproepen. Dit zal grondig veranderen vanaf de 11de-12de eeuw. Onder invloed van de Dominicanen, de Karmelieten en de Cisterciënzers, ontstaat een heel nieuw Mariabeeld: Maria als een zachte, 'barmhartige en liefdevolle moeder'. In de 13de eeuw werd dan weer de nederigheid van Maria beklemtoond. Een Maria als de 'dienstmaagd van de Heer', een zichzelf wegcijferende Maria. Vanuit dit inzicht was het maar een kleine stap naar een beeld van Maria als de 'lijdende moeder'. Vooral vanaf de 14de eeuw kende de figuur van Maria als de Mater Dolorosa, de O.L.Vrouw van de Zeven Smarten een brede verspreiding. Uit dit alles mag blijken dat de figuur van Maria meer en meer menselijke eigenschappen toegedicht kreeg. De grote doorbraak van de Mariaverering, met daarbij aansluitend de groeiende volksdevotie, kwam er pas echt in de 19de en de eerste helft van de 20ste eeuw.
We plaatsen enkele feiten die de devotie tot Maria stimuleerden op een rijtje.

1830: Rue du Bac in Parijs: Cathérine Labouré
1846: verschijning in La Salette (Franse Alpen)
1854: paus Pius IX: dogma van de onbevlekte ontvangenis
1858: verschijning in Lourdes
1917: verschijning in Fatima (Portugal)
1932: verschijning in Beauraing
1933: verschijning in Banneux
1954: Maria tot Koningin uitgeroepen, groot mariaal jaar
1961: verschijning in San Damiano (Italië)
1981: verschijning in Medugorje (voormalig Joegoslavië)
1987-1988: tweede mariaal jaar

Dit alles was oorzaak van een massale verspreiding en beleving van de Mariadevotie. De neerslag hiervan vindt men terug in gebedsteksten, litanieën, de hoge vlucht van regionale en internationale bedevaarten, de blijvende zorg voor de Mariakapellen, het grote aantal kerkelijke Mariafeesten (36 in totaal), de intussen verdwenen Mariacongregaties enz.

En wat met de Mariaverering in onze huidige samenleving?
Na het tweede Vaticaans concilie kende de volksdevotie een grote terugval. Van de vroegere heiligenverering bleef niet zoveel over. Wat rest verschijnt nog als plaatselijke folklore. Alleen de Mariadevotie houdt enigszins stand. Nieuwe inzichten in de rol en de betekenis van Maria brengen ons terug bij de Moeder Gods uit het evangelie. Dit vraagt een sober en eenvoudig geloof in de helpende kracht van de Maagd Maria.

Kapel en samenleving
Ook grote stromingen in het sociale, economische, maatschappelijke en religieuze leven of ingrijpende gebeurtenissen waren niet zonder gevolgen voor de volksdevotie en hebben de aard en de verspreiding van kapellen altijd enigszins beïnvloed. Zo kregen tijdens en een korte tijd na de Middeleeuwen de devotionele praktijken in kerk en kapellen een overdreven karakter. In de 15de eeuw kwam daar, door toedoen van het humanisme, een felle reactie op die ten slotte zou uitmonden in de Beeldenstorm (1566). Dat betekende het einde van heel wat kapellen, heiligenfeesten, ommegangen en processies. De Contrareformatie, onder impuls van het concilie van Trente (1545-1563), zal zich dan weer afzetten tegen de invloeden van de Reformatie. In de eerste helft van de zeventiende eeuw zal de kerkelijke overheid proberen, en met succes, de vele devoties in kerken en kapellen te herstellen. Veel mirakellegenden stammen dan ook uit die periode. In de tweede helft van de 19de eeuw krijgen we opnieuw n.a.v. de al eerder geciteerde verschijningen opnieuw een opstoot van nieuwe kapellen. Het grootste deel van onze oudste, nog bestaande kapellen dateert trouwens uit die periode.
Ook de cholera (1866) en meerdere tyfusepidemieën waren aanleiding tot een nieuwe golf van kapelletjes. En uiteraard hebben ook beide wereldoorlogen gezorgd voor een enorme groei van het aantal kapelletjes. Volledigheidshalve moet hieraan worden toegevoegd dat die oorlogen, vooral WO I, ook heel wat kapelletjes deden sneuvelen. Een aantal werd na de oorlog nooit meer heropgebouwd.


1915-2015
Dat brengt ons opnieuw naadloos naar Zonnebeke, naar de Frezenbergstraat, naar de koortskapel van de Westhoek, 1915, honderd jaar na de feiten. In die kapel hangen twee krukken van Martha Bryon. Op 25 april 1915 werden vier leden van de familie Bryon gedood bij een bombardementop de Frezenberg. Het derde dochtertje Martha werd zwaargewond aan het linkerbeen. Franse soldaten brachten haar naar Ieper. Via Poperinge en De Panne belandde het meisje tenslotte in Montreuil-sur-Mont. Daar werd ze bijna anderhalf jaar verpleegd in het plaatselijke ziekenhuis. Bij haar terugkeer bad ze tot O.L.V. Nood zoekt Troost en beloofde ze haar krukken in de kapel op te hangen als ze mocht genezen. In 1923 kon ze haar krukken offeren aan O.L.V. van de Westhoek. Geen mens achtte het mogelijk dat ze ooit nog normaal zou kunnen stappen.

Eveneens in 1915 waren enkele gezinnen in het zwaar belegerde Zonnebeke tot op het laatste moment in hun woning gebleven. Theofiel Santy beleefde bij de O.L.V.-kapel aan de Ieperstraat een wonderlijke gebeurtenis. Hij getuigt: “Ik was elf jaar oud als de oorlog uitbrak. In het begin van mei in 't jaar vijftien woonden we nog altijd in de tweewoonst. Binst een bombardement lagen we plat op de vloer in de achterkeuken. Als het meeste geweld over was, vluchtten we het huis uit. Moeder met het kleinste kindje op de arm, verloor haar kloefjes in het slijk. Op handen en voeten kropen we langs de achtergevel van Loncke's tot achter het veldkapelletje. Al meteens ontplofte op nog geen honderd meters van ons een grote bom. De aardekluiten vlogen ons om de oren, en als bij wonder werd niemand gekwetst. Eén ding ...we waren allemaal 'kavezwart' van de rook”. Aldus Guido Vermeulen, in z'n artikel over 'Jules Macheleins veldkapelleke' in 'Het Zonneheem, 4 (1975).

Ook de O.L.V.- kapel, de Kattekapel in de Roeselarestraat, werd na de oorlog in 1921 heropgebouwd, precies boven een Franse loopgraaf. Jarenlang kwam een Franse moeder daar bloemen brengen in de kapel als nagedachtenis aan haar gesneuvelde zoon.

Enkele interessante naslagwerken:
Volksdevotie in West-Vlaanderen, Walter Giraldo, Uitgeverij Marc van de Wiele, 1989
Waar men gaat langs West-Vlaamse wegen, Valentin Degrande, 2008

Kapel Westhoek

ONZE - LIEVE - VROUW - NOOD - ZOEKT - TROOST - ZONNEBEKE

VIERINGEN MEIMAAND



Gheluvelt Plateau met de velo'
op vrijdag 1 mei om 14.00 u., gezinsfietstocht Davidsfonds
Start in de kapel van de Westhoek.

Missen
op dinsdag 5 mei om 8.00 u.
ter intentie van overleden familieleden Borry,
ter intentie van overleden zoon M.D.;
op dinsdag 12 mei om 20.00 u. 'voor de vruchten der aarde'
op de hoeve van de familie Malengier-Deprez, Princesse Patriciastraat 2 te Zonnebeke;
op dinsdag 19 mei om 19.00 u.
ter intentie van Alban Vandoolaeghe en Maria Acket en overleden familie,
ter intentie van Abel Acket, echtgenoot van Maria Oorreel en overleden zoon Luc;
op dinsdag 26 mei om 08.00 u.
ter intentie overleden familieleden Malengier.

Rozenkrans
op donderdag O.H. Hemelvaart 14 mei om 15.00 u.

De kapel is iedere dag toegankelijk!

donderdag 15 mei 2014

Meimaand Mariamaand

Dinsdagnamiddag 13 mei, precies op het feest van Onze-lieve-Vrouw van Fatima, streken twee bussen van Huize Zonnelied uit Ieper neer voor de Onze-Lieve-Vrouwkerk van Zonnebeke. Ze onderbraken een rondrit door de frontstreek om daar in een viering in de figuur van Maria de verbinding te leggen tussen oorlog en vrede.

De periode waarin de huidige bewoners van woon- en zorgcentra opgroeiden, wordt het rijke Roomse leven genoemd. Één vrouw stond daarin centraal, Maria. Ze werd vereerd als Moeder Gods, maar ook voor haar persoonlijke kwaliteiten. Ze werd aangeroepen om alle mogelijke onheil te verhoeden of de gevolgen van reeds bestaand leed te helpen dragen. In elk katholiek huis stonden toen Mariabeelden en hingen schilderijtjes met haar beeltenis, waaronder kaarsjes werden gebrand om smeekbeden kracht bij te zetten.



Het idee van Meimaand-Mariamaand stamt uit het dertiende-eeuwse Italië en kreeg in de negentiende eeuw een geweldige impuls door de aandacht van de pausen ervoor. Pius XII gaf daar in 1947 in zijn encycliek 'Mediator Dei' nog eens een extra bevestiging aan: “Het is een van de vroomheidsoefeningen die strikt genomen niet tot de Heilige Liturgie behoren, maar niettemin van bijzondere importantie en waarde zijn. Ze kunnen beschouwd worden als een aanvulling op de officiële eredienst. Steeds weer werden ze goedgekeurd en aanbevolen door de Apostolische Stoel en door de bisschoppen.” (Mediator Dei, nr. 182)

Paulus VI schreef in 1965 zelfs een encycliek over de Mariamaand, getiteld 'Mense Maio'. Hij zag het vieren van de Mariamaand als een krachtig middel om vrede en gerechtigheid te verkrijgen.

Van Johannes Paulus II weten we dat hij een diep Mariageloof koesterde. Toen hij in 1981 bij een moordaanslag op het Sint-Pietersplein te Rome op een wonderbaarlijke wijze aan de dood ontsnapte, droeg hij zijn redding op aan Maria van Fatima. De paus geloofde heilig dat het aan haar te danken was dat de kogel in zijn buik, en niet in zijn hoofd terechtgekomen was. Later werd de operatief verwijderde kogel verwerkt in de kroon van het beeld van Maria van Fatima. In datzelfde jaar wijdde hij de wereld toe aan het aan het Onbevlekt Hart van de H. Maagd Maria. Ook Johannes Paulus II schreef een encycliek over Maria. In 1987 schreef hij de encycliek 'Redemptoris Mater'. Dit schrijven handelt over de speciale plaats van Maria in de heilsgeschiedenis en haar rol in het Christusmysterie. Maria wordt de moeder van de Kerk genoemd en ze wordt gezien als middelares tussen haar zoon en de gelovigen. Al deze zaken kenmerken nog steeds de religieuze beleving van onze senioren.



Maria in de volksdevotie
De Mariadevotie leeft nog sterk door. De Mariaverering behoort tot de volksdevotie. Dat is het ervaringsgerichte deel van het geloof. Gods aanwezigheid wordt hierin beleeft. Het is geloof in gebaren en symbolen. Maria wordt gezien als iemand van ons, die tot de wereld van God behoort. Maria wordt gezien als een mens, die uitzonderlijk begenadigd werd door God.
De Mariaverering mag niet verward worden met aanbidding. Maria kan immers niet aanbeden worden, dat kan enkel God. Het gaat hierbij om het bidden tot God via Maria, Maria is hierbij slechts de 'middelares' of een voorbidster tussen God en mens. Maria wordt niet alleen vereerd als Moeder Gods, maar ook voor haar persoonlijke kwaliteiten. Ze staat voor een luisterend oor. Omwille van haar leven, wordt zij als iemand gezien waarbij men terecht kan voor hulp. Ze komt doorheen de evangelies naar voor als iemand die een gelovig vertrouwen in God en haar zoon Jezus had. Maria is dus een voorbeeld bij uitstek van geloof en toewijding. Haar gelovig bestaan leert ons wat geloven eigenlijk betekent. Het gaat niet om het aannemen van een reeks onbegrijpelijke waarheden, maar om een leven in verbondenheid met God en met mensen. Geloven is leven vanuit een diepte die wortelt in God en naar de toekomst die God voor ons openhoudt. Christenen drukken het vertrouwen in haar uit op verschillende manieren, zoals het Wees Gegroet.
Ze heeft ook veel pijn gekend, wanneer Jezus’ optreden werd verworpen, bij zijn kruisdood, maar ze aanvaardt dit alles. Gods wil is haar wil. Mensen herkennen zichzelf in die (mede)lijdende Maria en bidden tot haar geeft hen steun en kracht.



Mei – oktober – advent
In de meimaand wordt extra aandacht aan devotie tot Maria gegeven. Dit gebeurt door het organiseren van rozenkransgebeden, een bloemen- en kaarsenhulde bij Mariabeelden, het houden van Mariaprocessies, het organiseren van bedevaarten naar Maria-oorden, enzovoort.
De meimaand wordt afgesloten op 31 mei: met het feest van Maria Visitatie. Op dit feest vieren we het bezoek van Maria aan haar nicht Elisabeth. Wanneer Elisabeth Maria ziet komen, wordt zij vervuld van de Heilige Geest. Haar ongeboren zoon, Johannes de Doper, springt op in haar schoot en zij zegt tegen Maria: “De meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot!”. Maria antwoordt met een lofgezang op God, het Magnificat.

Er zijn nog andere periodes in het jaar waarin extra aandacht aan Maria wordt besteed. Oktober wordt de 'rozenkransmaand' genoemd. Het is met andere woorden een maand waarin het gebed tot Maria centraal staat. Liturgisch gezien staat in de advent Maria centraal: we kijken samen met Maria uit naar de geboorte van Jezus.