Pagina's

zondag 31 augustus 2014

Bartholomeus in Zandvoorde

Maandelijks wordt in Zandvoorde de Heilige Pater Pio vereerd. Jaarlijks vindt er in september de noveen voor de Heilige Paus en martelaar Cornelius plaats. Deze twee heiligen lijken onlosmakelijk met deze parochie verbonden. Daarvoor is ze gekend. Iedereen kent de kerk van Zandvoorde maar ik ben er zeker van dat uit een kleine enquête zou blijken dat slechts een minderheid weet dat ze ook de Sint-Bartholomeuskerk wordt genoemd. Dat is vreemd, want als er al een pikorde zou bestaan onder de heiligen, dan zou Bartholomeus met kop en schouders boven de eerstgenoemden staan. Hij was immers een apostel, uitverkoren door Jezus. Van hem zei Chistus: “Kijk, een ware Israëliet in wie geen bedrog is.” Een compliment dat kan tellen voor de schriftgeleerde die hij toch was. Nog een geluk dat zijn naamfeest gemiddeld eens om de zeven jaar op een zondag valt en dat hij dan terloops even ter sprake komt in de eucharistie. De laatste keer was in 2008 maar de volgende keer is pas in 2025. De hoogste tijd dus om er iets meer over hem te vertellen voor hij weer in de vergeethoek komt te staan.

In ieder geval weten we, ten minste door overlevering en van horen zeggen, hoe hij als martelaar omwille van z'n geloof levend werd gevild. Zo'n tragisch einde spreekt tot onze macabere verbeelding. In de kerk zelf staat hij te kijk in een beeld en op een brandglas in het hoogkoor. In de ene hand draagt hij een boek of een boekrol, als schriftgeleerde en als verkondiger van het geloof, en in de andere hand, het mes dat verwijst naar z'n marteldood. Op het plafond van de Sixtijnse kapel in Rome staat hij dan weer magistraal geschilderd door Michelangelo met in z'n rechterhand een mes en in z'n linkerhand z'n compleet afgestroopte huid.

De Legenda Aurea
Bartholomeüs staat opgelijst als leerling van Jezus in alle vier de evangelies. Maar enkel in het Johannes-evangelie (1,46-49) vernemen we iets meer en dan nog over de wijze waarop hij geroepen werd. Hij wordt er aangeduid als Nathanaël. In het Aramees, de taal van Jezus, betekent Bar Tolmai, zoiets als 'de zoon van een boer'. Bartholomeus is dus een bij-, of een roepnaam. Voor het overige komt zijn naam in het Nieuwe Testament niet meer voor. We weten dus in het geheel niet wat voor persoon hij was. Gelukkig is er voor ons nog de 'Legenda Aurea', dat is een bundeling van allerlei verhalen, legenden en 'wistjedatjes' rond heiligen en kerkelijke feesten die in de middeleeuwen de ronde deden. Het boek is van de hand van de dertiende-eeuwse Italiaanse dominicaan Jacobus de Voragine en deed dienst als preekhulp voor predikanten van zijn eigen orde. Als goede middeleeuwer zoekt Jacobus achter alles een religieuze betekenis en soms plaatst hij daar een kritische aantekening bij.
Volgens de overlevering zou hij geboren zijn in Kana in Galilea en en overleden zijn in het jaar 71 na Chr. in de stad Albana in Armenië. Hij zou na Jezus' dood naar het Oosten, tot in het verre India zijn getrokken om er het evangelie te verkondigen. Daar ging hij de strijd aan met de lokale afgoden en demonen die zogenaamd alle ziektes kon genezen. In feite namen ze alleen maar de pijn weg. De legende suggereert dus, dat deze goden wel de buitenkant kon genezen, maar niet de binnenkant, alleen het lichaam, niet de ziel. Dat kon immers - naar de overtuiging van de verteller - Christus alleen. Zo toomde hij o.a. de God Astaroth in tot groot ongenoegen van de demon Berith, die de verontruste pelgrims een preciese omschrijving gaf van de apostel Bartholomeus. “Hij heeft zwart kroeshaar, een blanke huid, grote ogen, symmetrische neusvleugels die wijd open staan, een dikke baard met hier en daar een wit haar, een normaal postuur. Hij draagt een witte mantel, met rode sierstenen aan de vier hoeken.” Deze beschrijving ligt dan weer aan de basis van de manier waarop Bartolomeus vanaf de vroegste middeleeuwen in de kunst wordt afgebeeld. Verder: “Hij is zesentwintig jaar oud. Hij vertoont ook nog de eigenaardigheid, dat zijn kleren en sandalen niet verslijten of vuil worden, terwijl hij - dag en nacht samen genomen - toch zo'n honderd keer neerknielt om te bidden. Onderweg wordt hij vergezeld door engelen, die er voor zorgen, dat hij niet moe wordt en geen dorst krijgt. De blijheid van zijn ziel straalt van zijn gezicht. Hij weet alles, verstaat alle talen, en voorziet vele gebeurtenissen.”

Copycat van Christus
Bartolomeus wordt hier dus beschreven in termen die stuk voor stuk aan Jezus ontleend zijn. Hij is dus een echte leerling van zijn Heer: een 'andere Christus', vervuld van dezelfde Heilige Geest, die ook Jezus bezielde. De vermelding, dat hij alle talen verstaat, verwijst nog naar het talenwonder van Pinksteren (Handelingen 02,01-12), waar de leerlingen Jezus' boodschap zo verkondigden, dat ieder het in zijn eigen taal verstond. Men ging dus op zoek naar Bartolomeus. Maar twee dagen lang was hij onvindbaar. Bartolomeus wordt dus gevonden op de derde dag, een bijbels thema, waarin niet alleen de terugvinding van het kind Jezus in de tempel klinkt, maar ook zijn opstanding uit de dood. Op het moment echter dat de apostel over straat liep, riep een duivel die een bezetene als medium gebruikte: “Bartolomeus, apostel van God, je gebeden branden me in de ziel!” Waarop de apostel zei: “Hou je mond en ga weg uit die man.” Op datzelfde ogenblik bleek die man verlost. In dit verhaal van de verdrijving van de boze geesten worden we eens te meer herinnerd aan Jezus zelf. Het nieuws van dit wonder kwam – hoe kan het anders - de koning ter ore. Hij heette Polemius. Deze had een geestesziek dochtertje, en liet hem dus vragen of hij haar wilde komen genezen. En zo geschiedde. Zeer onder de indruk, liet Polemius zich door Bartholomeus bekeren en schopte het zelfs tot bisschop. De afgodenpriesters, die daarbij door Polemius de laan uitgestuurd werden, zochten hun toevlucht bij diens broer en tevens koning Astíages. Ze deden bij hem hun beklag over de wandaden van de apostel. Astíages was woedend, en hij stuurde er een heel leger op uit om hem te zoeken. Uiteindelijk kregen ze hem inderdaad te pakken. Net als Jezus moest hij terecht staan en zich verantwoorden voor de koning op beschuldiging van de priesters! Helemaal niet van z'n stuk bleef Bartholomeus hen verder uitdagen. Witheet van woede, scheurde Astiages zijn eigen purperen koningsmantel in tweeën en gaf bevel de apostel met verse twijgen te geselen, en liet hem tenslotte levend villen. In de straf van de geseling lijkt de apostel eens te meer op zijn Heer

De schrijver van De Legenda Aurea, Jacobus de Voragine, besluit zijn relaas heel objectief als volgt: “Over de precieze marteldood van de heilige Bartolomeus heerst verschil van mening. De heilige Dorotheüs houdt bij hoog en bij laag vol, dat hij gekruisigd is, en wel ondersteboven. Hij voegt er aan toe, dat deze marteling zou hebben plaats gehad in een Armeense stad, Albana genaamd. Van de andere kant benadrukt de heilige Theodorus, dat hij levend werd gevild. Bovendien zijn er nog andere geschiedschrijvers, die weten te vertellen dat hem de schedel werd gekliefd. Bij nader inzien zijn dit alles bij elkaar maar schijntegenstellingen. Want wat is er eigenlijk op tegen om te denken, dat hij eerst aan het kruis werd geslagen, vervolgens - om hem nog meer te laten lijden - levend werd gevild 
en tenslotte onthoofd?'


Verering en cultuur
Ik wil u nog graag meegeven dat hij de patroon is van de zondaars die op spectaculaire wijze tot bekering worden gebracht en van allerlei beroepen, waarbij met huiden of leer wordt gewerkt of waarbij een mes wordt gebruikt, zoals slagers en pelshandelaren, leerlooiers, leerbewerkers, schoen- en handschoenmakers, kleermakers, snijders, boekbinders, stukadoors en wijnbouwers. Bovendien is hij vanwege zijn afkomst patroon van herders en landbouwers, van mijnwerkers en zoutdragers, en in Firenze van de zout- en kaashandelaren. Hij wordt aangeroepen door vrouwen in barensnood, tegen zenuwziekten en stuipen. Hij wordt zelfs vereerd als patroon en alweer vanwege zijn mes van – houd u vast – van braambessen, koolplanten en van moestuinen.

Er zijn relieken van hem bewaard in de St-Bartolomeuskerk in Rome. In 1515 werden ook relieken van hem overgebracht naar Geraardsbergen in Vlaanderen. Vandaar dat tot op de dag van vandaag daar op de zondag in het octaaf van 24 augustus een processie van 'Plaisance en Cavalcade' wordt gehouden ter herinnering aan de overbrenging van zijn relieken.

In ieder geval een patroonheilige om als parochie trots op te zijn, een man die het verdiend wat in ere te worden hersteld, en waar zelfs met een beetje fantasie lucratieve zaken mee te doen zijn. Fantasie, of hoe je over iemand waar weinig of niets over geweten is, toch eindeloos kan verder vertellen …

Ik eindig met deze weerspreuk en ik heb ze niet verzonnen: “Zoals (het weer op) Bartolomeüs is, blijft 't gans de herfst gewis.” Gezien het weer op 24 augustus hebben we nog een mooi nazomertje tegoed.

donderdag 21 augustus 2014

Het kasteelpark van Zonnebeke

Vrijdagavond 15 augustus vond de officiële en langverwachte opening plaats van het 'Passchendaele Memorial Park'. Het gaat hier om het herenigen van de twee kasteelparken van Zonnebeke die sinds 1960 van elkaar gescheiden waren. Rond het pittoreske landhuis 'Zonnedaele' uit 1933 werd het landschapspark heraangelegd. Binnen de parkuitbreiding is een ruime parking, evenementenweide en ruimte voor natuur en recreatie voorzien. Een opmerkelijk onderdeel zijn de 'Passchendaele Memorial Gardens', zeven tuintjes in de vorm van een poppy die bedoeld zijn als herinnering
stuin voor naties die meestreden tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ze worden verder ingevuld tijdens de komende herdenkingsjaren jaren. Vandaag gaan in het 29 ha grote kasteelpark cultuur, erfgoed en recreatie hand in hand. Een niet te missen locatie met de allures van een heus provinciaal domein in hartje Zonnebeke.

Het kasteelpark van Zonnebeke kent een bijzonder rijke geschiedenis, die nu in z'n geheel ontsloten is voor het publiek. Over het domein en over die geschiedenis zijn al heel wat boeken verschenen. Ter gelegenheid van de officiële opening verscheen nu ook een handzaam en uiterst degelijk, toegankelijk en rijk geïllustreerd boekje over het kasteelpark van de hand van Lee Ingelbrecht (foto). In een notedop brengt hij de essentie van al die studies tot leven. Het helpt je het park in al z'n aspecten te lezen en te begrijpen en zo geeft het verleden z'n geheimen prijs. Het werk is te verkrijgen in de museumshop voor de luttele prijs van 8 euro. Voor die prijs moet je het echt niet laten en je wordt er heel wat wijzer door.

De Augustijnenabdij
Het begint allemaal in de elfde eeuw met de stichting van de Zonnebeekse Augustijnenabdij. Het complex dat tot de Franse Revolutie voor een groot deel het maatschappelijk leven zou bepalen, werd opgebouwd in zes fasen. Aan de hand van verschillende soorten verharding kan men deze nog waarnemen in de onlangs aangelegde Abdijtuin. De uitbreidingen kennen met ups en downs vooral een hoge vlucht in het laatste kwart van de 17de en het eerste van de 18de eeuw. Het geheel omvat ca 8000 m² waarvan ruim 5000 m² aan gebouwen. Ze worden omgeven door een aantal walgrachten die worden gevoed door de Zonnebeek. Door de beek af te dammen ontstond ook een vijver waar de kloosterlingen vis kweekten als voedsel tijdens de vastenperiode. Uiteindelijk vergaat het de abdij niet goed. In 1797 worden de monniken verjaagd door Franse troepen en al hun bezittingen worden geconfisceerd en als zogenaamd 'zwart goed' ten gelde gemaakt. De kerk en de pastorie worden afgesplist en rechtstreeks onder het beheer van de gemeente geplaatst. De opkoper is een zekere Jean-Baptiste de Laveleye. Hij laat veel slopen of verbouwen. Op de landerijen fokt hij schapen. De wol gaat voor verwerking naar het 'Wullekot' in Beselare. Na z'n dood in 1839 wordt echter alles opnieuw verkocht.

Het eerste kasteelpark
Het domein wordt in delen gekocht door de Ieperse familie Iweins, die er een prachtig kasteelpark van zal maken. De vroeger abtswoning wordt omgebouwd tot kasteel. Om dit alles te realiseren worden opnieuw heel wat abdijgebouwen gesloopt of verbouwd. In 1914 zijn alleen de ommuurde tuin, neerhof, kerk, pastorie en delen van het kasteel authentieke restanten van het oude abdijcoplex. In de ommuurde grote hof wordt o.a. een prachtige serre gebouwd, een waar pronkstuk van wel 45 meter lang.

Vernieling tijdens de Eerste Wereldoorlog
Op 20 oktober 1914 wordt het hele dorp geëvacueerd. Ook de familie Iweins ziet zich genoodzaakt het kasteel te verlaten in de ijdele hoop enkele dagen later terug te keren. Na de tweede slag rond Ieper ligt het kasteelpark vanaf mei 1915 ver genoeg achter de frontlinie en het licht beschadigde kasteel is voor de Duitse troepen een ideale plek om te genieten van hun rust. Er worden muziekfeesten georganiseerd, op de vijver dobberen bootjes en in het gebouw zelf wordt een casino ingericht waar officieren hun kans kunnen wagen. In de zomer van 1917
na de zware voorbereidende beschietingen voor de Slag om Passendale wordt het ganse terrein gauw herleid tot een trechterveld bespikkeld met ruïnes. Door het overstromen van de kasteelvijver is het bovendien veranderd in een waar moeras.


Een nieuw kasteelpark
Wanneer de eerste bewoners in 1919 terugkeren vinden ze werkelijk niets meer terug. Ze moeten zich beredderen met wat voorhanden is. Bunkers, schuilplaatsen en hutten bieden een eerste onderdak. Zo ook de kasteelheer, hij plaatst een noodwoning langs de Ieperstraat. Enkele jaren later begint de eigenlijke heropbouw. Het kasteel wordt op een andere plaats opgetrokken in Normandische stijl. Het park wordt al kort na de oorlog geëffend en beplant met bomen. In 1933 laat de baron ten zuiden van het park een villa bouwen voor zijn pasgehuwde dochter Elisabeth en haar man Noël de Vinck. Het landhuis krijgt de naam 'Zonnedaele'. De omgeving wordt net als het oude park landschappelijk aangelegd waardoor beide een bijzonder fraai geheel vormen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt Zonnebeke gespaard van grote vernielingen. Na het overlijden van baron Iweins in 1957 wordt het kasteel en het oude park geërfd door zijn zwakzinnige dochter Denise. Rond 1960 scheidt zij haar domein hermetisch af van haar zus. Ze blijft steeds vaker weg van het kasteel en heeft geen interesse in het onderhoud van het domein.

Herwaardering van het kasteeldomein

Na jaren van verwaarlozing en verval wordt het in 1980 gekocht door de gemeente. Het wordt opgeknapt en opengesteld voor het publiek. Daarnaast worden er tal van culturele activiteiten georganiseerd. Na archeologisch onderzoek wordt een eerste abdijtuin aangelegd. Intussen krijgen de verschillende gebouwen een functionele bestemming. In een dienstgebouw wordt de openbare bibliotheek ingericht en in 1989 wordt in het kasteel naast een cultuurcentrum een streekmuseum geopend. Vanaf 2003 wordt er met meer toewijding gewerkt aan de toekomst van het kasteeldomein. Het streekmuseum wordt in 2002 gesloten en in 2004 vervangen door het Memorial Museum Passchendaele 1917. Het biedt een uitgebreide kijk op het oorlogsverhaal in deze streek en in de kelders wordt een 'deep dugout' gereconstrueerd. In 2011 volgt de definitieve bescherming van de kasteelgebouwen waarna restauratie kan beginnen. Met het vooruitzicht op honderd jaar herdenking van de Eerste Wereldoorlog wordt tegelijkertijd het museumparcours uitgebreid. Het huidige, meer dan 600 meter lange verloop toont niet alleen een uitgebreide collectie aan objecten. In zorgvuldig nagemaakte loopgraven waant de bezoeker zich in WOI en een authentieke Amerikaanse noodwoning vertelt het verhaal van hulp en wederopbouw. Verschillende deeltentoonstellingen zijn er het startpunt voor een natie-gebonden bezoek van het westelijk front. De uitbreiding van het museum werd officieel geopend op 12 juli 2013. Daarnaast is ook de Abdijtuin heraangelegd en werd de pastorie aan het domein toegevoegd. Het park heeft intussen een ware metamorfose ondergaan.

Velddienst

Er wordt wel eens smalend gedaan over reënacters. Alsof het enkel gekostumeerde mannen zijn, die de Eerste Wereldoorlog komen naspelen en die met hun theater de historische slagvelden komen bezoedelen. De vraag is natuurlijk, wie daar dan wel thuishoort. Enkel academici, politici en commerçanten? Hoe eervol was het eertijds deze soldaten massaal over de kling te jagen? En hoe eervol voelt het gedenken aan, als je het even kunt opbrengen het gekibbel tussen de vroegere frontsteden te volgen? Er is prestige, macht en vooral veel geld mee gemoeid. Precies ook de redenen waarom die beschamende oorlog toen is gevoerd. Reënacting is een uiterst toegankelijke vorm van geschiedenisbeleving en herdenking. En die inleving gaat verder dan het nabootsen van omstandigheden of het soms maniakaal omgaan met materiaal, wapens en kostuums. Dat het dieper gaat, mag blijken uit hun betrokkenheid bij de jaarlijkse velddienst in het Zonnebeekse kasteelpark, waar de slachtoffers piëteitsvol worden herdacht met gebeden, liederen, poëzie en literatuur tijdens het museumweekend. De kameraadschap tussen de reënacters van de verschillende nationaliteiten is hartverwarmend. Zo werd er tijdens de gebedsdienst ook een rouwregister geopend en getekend voor de Australiër Pete Pickering, die er verleden jaar nog bij was en die inmiddels overleed aan de gevolgen van kanker. In hun verbroedering achteraf zie je zo het visioen van de profeet Jesaja werkelijkheid worden:
“Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam, een panter vlijt zich bij een bokje neer;
kalf en leeuw zullen samen weiden en een kleine jongen zal ze hoeden. Een koe en een beer grazen samen, hun jongen liggen bijeen; een leeuw en een rund eten beide stro. Bij het hol van een adder speelt een zuigeling, een kind graait met zijn hand in het nest van een slang.
Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg.”
Is het ook dat niet wat onze reënacters beleven in dit park, deze heerlijke tuin van Eden?

Mariahulde

Op vrijdag 15 augustus waren om 15.00 u. bij de Kapel Borry aan de splisting van de Grote Molenstraat en de Nonnebossenstraat opnieuw heelwat mensen komen opdagen voor de jaarlijkse feestelijke Mariahulde. Het kapelletje is kort na de Tweede Wereldoorlog gebouwd uit dank door de familie Borry en toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes. In 1993 werd het volledig gerestaureerd en sinds 1994 vindt er jaarlijks op het feest van Maria-ten-hemelopneming een huldeviering plaats. Dit jaar dus voor de 21ste keer. Voor de bidkapel wenkt een keurig aangelegd tuintje met stamrozen en lavendel de gelovigen om er ondanks het geraas van de nabijgelegen autosnelweg even stil te vallen en te bidden uit nood of uit dankbaarheid. De viering begon onder een loodzware lucht en algauw plensten enkele flinke regendruppels naar beneden. Achteraf bleek het een kortstondige zegen als een eresalut van hierboven. In de dienst, die bezield wordt voorgegaan door Lieve Borry, worden traditie en de nieuwe tijd harmonieus verbonden in bezinnende bindteksten, traditionele en eigentijdse Marialiederen en het bidden van de Rozenkrans. 



In z'n woordje had priester Michel Goeman het o.a. over de vijf blijde mysteries. Een mysterie is iets waar we niet goed bij kunnen maar toch van groot belang is. Zoals het eerste mysterie: de 'boodschap van de engel aan Maria'. Maria zegt meteen onvoorwaardelijk 'ja' op de nood van een ander ook al kan ze de gevolgen van dat ja-woord nog niet meteen inschatten. Haken we dus ook niet te vlug af bij de eerste weerstand als we ons engageren. Mensen verlossen, nabij zijn en toekomst geven. Daar gaat het om. Gods mysterie met ons. Maria toont ons nog meer met daden dan met woorden hoe dat in z'n werk gaat. Magnifiek is dat. Ze zingt het uit in haar lijflied het 'Magnificat'.

donderdag 14 augustus 2014

Loop eens een kerk binnen

Le Cathédrale de la Lys




Kerken oefenen nog steeds een grote aantrekkingskracht uit op mensen. Het is sterker dan onszelf. Op reis of eendaagse uitstap lopen we wel vlug eens een kerkgebouw binnen. Al is het maar om even te verpozen, de koelte op te zoeken of te schuilen voor een fikse regenbui. Willen of niet maar meteen komt daar ons een gevoel van rust en sereniteit tegemoet. Die keert ons buitenste-binnen en dan welt er wel eens een gebed uit ons hart. Ook de architectuur en de esthetiek kunnen ons binnenleiden, gevoelig maken voor het sacrale. We zijn dan beter in staat de wereld met gelovige ogen te schouwen. We weten dus wel min of meer wat we kunnen verwachten wanneer we een kerk binnengaan. Maar een enkele keer word je toch onverhoeds verrast door wat je te zien krijgt.

Neem nu de Sint-Petrus-en-Pauluskerk van Waasten (Fusiegemeente Komen-Waasten). Vlakbij, maar een plaats waar je niet komt omdat je er niets verloren of te zoeken hebt. En toch, op zo'n verloren dag ga je er heen, benieuwd wat die uithoek te bieden heeft. Bij nader inzien een plek om te koesteren. Je wordt er meteen vijftig jaar teruggeworpen in de tijd. 1963, toen de gemeente bij het vastleggen van de taalgrens als een enclave werd overgeheveld van de provincie West-Vlaanderen naar Henegouwen. Waar hier sindsdien zowat elke stads- of dorpskern werd gerenoveerd, is daar bijna alles bij het oude gebleven. Nogal wat leegstand en verloederde panden en dat is jammer want Waasten heeft een patrimonium om 'u' tegen te zeggen. Na de Eerste Wereldoorlog werd het compleet verwoeste stadje heropgebouwd. Waar in Zonnebeke architect Huib Hoste hier en daar met veel moeite z'n modernistische stempel kon drukken, nam het architectenbureau van Kortrijkzaan Jan Robert Vanhoenacker de heropbouw in handen. Zijn bekendste bouwwerk is de KBC- of Boerentoren in Antwerpen. Zo tref je hier naast nogal wat herenhuizen en een stadhuis met belforttoren in art-decostijl ook nog de genoemde imposante kerk aan opgetrokken in neoromaanse, moderne Byzantijnse stijl. Vanwege haar grootse afmetingen heeft ze inderdaad de allure van een kathedraal langs de nabijgelegen Leie, die enkele meters verder de grens met Frankrijk trekt.



Voor de kerk trekt 'Le Mountche' een beeldhouwwerk van Bernard Verhaeghe meteen de aandacht. Het symboliseert het altruïsme van de monniken van de augustijnerabdij die hier in 1138 werd opgericht. De abdij strekte zich uit van de huidige kerk tot aan de oevers van de Leie. Rond de site ligt een wandelpad waar op borden de plaats in z'n geheel haarfijn historisch wordt toegelicht. Hoewel de geestelijken na de Franse Revolutie (1792) verplicht werden hun gebouwen te verlaten, houden de inwoners van Waasten – de Mountches, de kleine monniken – de gulheid van de monniken verder levendig. Zo is de avondstoet van Sinterklaas daar nog steeds een uiting van die herinnert aan een rijk verleden.




Binnenin imponeert de kerk vooral ruimtelijk en bevat ze heel wat opmerkelijke kunstwerken. De prachtige barokke koorstoelen uit 1714, afkomstig van de oude plaatselijke abdij, gaan er samen met een belangrijk meubilair in gevlamde keramiek, dat geïnspireerd is door de art nouveau. De doopvont en een barokke lezenaar in rood marmer ontsnapten aan de vernielingen van de oorlog van 1914-1918. In de crypte bevinden zich twee polychrome graven uit de 14e eeuw, waaronder dat van Robrecht van Kassel (1278-1331), zoon van de graaf van Vlaanderen. De glasramen verbeelden verder het leven van de zalige Jan van Waasten, bisschop van Terwaan (1065-1130).

Plugstreet 14-18 Experience

Interpretatiecentrum                                 over de Eerste Wereldoorlog



Wat verderop ligt Ploegsteert. 
Bij wielerfanaten staat Ploegsteert bekend als het geboortedorp van Frank Vandenbroucke. Het is meteen ook de titel van het melancholische lied over het tragische leven van deze jong gestorven profwielrenner, een paar jaar geleden uitgebracht door Wannes Cappelle en zijn groep Het Zesde Metaal. 

Veel minder bekend is dat hetzelfde dorp bijna honderd jaar geleden 'Brits' gebied werd en niet alleen de straatnamen, maar ook de naam van het dorp zelf verengelst werd. Daar zou nu wel eens verandering in kunnen komen sinds begin november vorig jaar deze deelgemeente van Komen-Waasten een zogenaamd interpretatiecentrum opende dat de tragische gebeurtenissen in deze omgeving tijdens de Eerste Wereldoorlog voor het collectieve geheugen wil bewaren. Zowel het ’Plugstreet 14-18 Experience’-centrum als de ruimere omgeving is beslist een bezoek waard.

Het gloednieuwe interpretatiecentrum over de Eerste Wereldoorlog opende zijn deuren op 9 november 2013 in de buurt van het Britse Memorial. Dit centrum verenigt in één grote ondergrondse ruimte verschillende didactische onderdelen: een filmzaaltje waar de chronologie van de Eerste Wereldoorlog haarfijn wordt uitgelegd, een reliëfmaquette met verticale projectie waar de beweging van de frontlijn en de legers op gesimuleerd wordt, tactiele schermen met foto’s en uitleg en dat allemaal in vier talen: Frans, Nederlands, Engels en Duits. Het centrum focust op het leven van de soldaten en de burgerbevolking. Je gaat binnen via een half ondergrondse glazen piramide in het hart van het 'Bos van Ploegsteert'. Een 400 m² grote hoogtechnologische ruimte toont de posities van de Britse en Duitse troepen in Komen-Waasten van 1914 tot 1918. In samenwerking met de Australische overheid worden ook 3 thema’s aangesneden waarbij Australische soldaten betrokken waren zoals de Slag bij Messina, de catacombes en de oorlogswinter van 1917-1918.
Ploegsteert bevindt zich in een regio die zeer zwaar getroffen werd door de gevechten tussen de geallieerden en de Duitsers en het landschap draagt daar vandaag nog steeds de sporen van. Na je bezoek aan het interpretatiecentrum kan je de landelijke omgeving verder ontdekken met nog zichtbare sporen van de oorlog en andere herdenkingsmonumenten.

Alle info over plaats, openingsuren en tarieven op http://www.plugstreet1418.be

maandag 11 augustus 2014

Passchendaele Memorial Park

Museumweekend



OPENING PASSCHENDAELE MEMORIAL PARK
In 2011 kocht de gemeente het tweede domein dat grenst aan het huidige kasteelpark. Op 16 augustus om 10.00 u. wordt het uitgebreide park officieel geopend. In het vernieuwde 'Passchendaele Memorial Park' gaan erfgoed, natuur en recreatie hand in hand.
LIVING HISTORY
Tijdens het weekend van
16 en 17 augustus vindt in het kasteeldomein een uniek historisch evenement plaats met meer dan 200 WOI-figuranten uit binnen- en buitenland. Bij deze editie staat alles in thema van 1914, the Old Contemptibles. Tijdens dit weekend zijn er demonstraties door Duitse Ulanen en Britse Lancers van technieken en tactieken van de cavalerie. Ook is er nog een cinematheater met films en nieuws uit 1914, een reizend Edwardiaans museum met boeiende wetenschappelijke weetjes en een veldmis met gratis thee en tommy cake. Geschiedenisbeleving en herdenking gebracht op een toegankelijke manier voor gans het gezin!

16/08 van 10.00 – 18.00 u.
17/08 van 10.00 – 17.00 u.
Voorstelling cavalerie op 16-17/08 van 14.00 – 16.00 u. (betalend)

Velddienst op 17/08 om 10.00 u.
Het thema van de viering is 1914: hoop en heimwee. Iedereen hoopt dat de oorlog snel voorbij is 
(thuis tegen kerstmis) en heeft heimwee naar huis.
Kasteeldomein Zonnebeke

Tentoonstelling The Old Contemptibles
Bij het uitbreken van de oorlog beschikte Groot-Brittannië slechts over een klein maar goed getraind beroepsleger, ‘The British Expeditionary Force (BEF)’. The Old Contemptibles is hun bijnaam die door de Duitse keizer Wilhelm werd geïntroduceerd in augustus 1914 toen hij de orders gaf om het ‘contemptible little army’ van Groot-Brittannië te verpletteren. Na de Slag bij Mons namen de Britse soldaten deze geuzennaam met trots over. In hun ogen had dit echter de betekenis van taak en gehard leger.
Het verhaal van enkele van de ‘Old Contemptibles’ (4 Britten, 2 Duitsers en 1 Fransman) wordt verteld, met nadruk op het eerste oorlogsjaar.

16 augustus - 14 december
van 09.00 – 17.00 uur in het landhuis kasteeldomein Zonnebeke.

PLECHTIGHEID BIJ SCHOTS MONUMENT AAN DE FREZENBERG
17 augustus
Deze activiteiten kaderen in het programma 1914-2014
van het Memorial Museum Passchendaele 1917.
Alle info bij het MMP1917
via toerisme@zonnebeke.be

of 051 77 04 41

Mariahulde


op vrijdag 15 augustus om 15.00 u. aan het kapelletje O.-L.-Vrouw van Lourdes op de Westhoek te Zonnebeke (splitsing Grote Molenstraat en Nonnenbossenstraat).
Welkom aan iedereen.
Info: 051 77 90 64.

donderdag 7 augustus 2014

In het spoor van Jesaja

Leerhuis 2014-2015
Verkondigen, toen en nu

“De Schrift is bron van evangelisatie. Daarom moet men zich voortdurend vormen in het luisteren naar het Woord.” Zo schrijft paus Franciscus in Evangelii gaudium (174). En hij voegt eraan toe: “Een Kerk evangeliseert niet als ze zich niet voortdurend laat evangeliseren.” Het Leerhuis voor geloof en pastoraal wil aan die oproep beantwoorden. Daarom wil ik het ook met grote overtuiging aanbevelen.
Velen zijn vervreemd geraakt van het geloof of vinden dat ze het wel allemaal al weten. Maar wie zich de moeite troost de Schrift te openen en aandachtig te lezen wat er staat, weet wel beter. Men is verrast door wat men niet had vermoed. Ogen gaan open en ook het hart wordt geraakt. Dat geldt zeker voor Jesaja. Hij brengt ons binnen in het hart van het geloof. Men vermoedt dat het boek Jesaja ook voor Jezus zelf veel heeft betekend. Het evangelie klinkt er al in door. In deze tijd van herbronning kunnen deze Bijbelse woorden ook voor ons vandaag veel betekenen. Het Leerhuis helpt ons daarbij. Daarvoor zijn we heel dankbaar.
+ Jozef De Kesel

Je bent welkom in het Leerhuis, als je je Bijbelse kennis wil verdiepen of als je wil kennismaken met enkele Bijbelse profetische teksten.
Ook in onze federatie kan je terecht bij een groepje.We gaan samen zeven beurten op weg.
Tijdens deze beurten wordt samen in de Bijbel gelezen, wordt nagedacht over de actuele betekenis van deze Bijbelverhalen en wordt er samen gebeden.

Aan de hand van zeven aspecten van Jesaja ontdekken en staan we stil bij het verkondigen toen en nu:
1) Roeping en zending van een profeet
2) Een lied en een aanklacht
3) Nieuwe wegen banen
4) Verkondiging in woord en daad
5) Een dienaar staat op
6) Het lijden van de dienaar
7) Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde

Diaken Lode Caes zorgt voor de nodige achtergrondinformatie en voor een goed verloop van de bijeenkomsten. Daarnaast zijn er twee momenten voorzien waarop de deelnemers van alle groepen samenkomen.

Het Leerhuis staat open voor een breed publiek:
- voor wie zelden of nooit in de Bijbel lezen
- voor jongeren en volwassenen die zich afvragen wat de Bijbelwoorden met hun leven te maken hebben
- voor wie vertrouwd zijn met de Bijbel en op zoek zijn naar meer inzicht
- voor wie inspiratie zoeken om te verkondigen

We willen samen herbronnen en luisteren naar Bijbelse profetische stemmen.

Praktisch:
Data en plaats bijeenkomsten
Startbijeenkomst
op dinsdag 23/9/14 om 19.30 u. in Centrum Groenhove Torhout
Beurten op maandagavond 19.30 - 21.30 u.
op 29/9 - 3/11 - 8/12/2014 en
12/1 - 9/2 - 9/3 en 27/4/2015
in de bovenzaal van OC Santforde in Zandvoorde
Slotbijeenkomst
op dinsdag 26/5/15 om 19.30 u. in Centrum Groenhove Torhout

Inschrijven
Je schrijft in tegen uiterlijk 31 augustus 2014 bij diaken Lode Caes,
lode.caes@telenet.be of 0478 325 255.
En je schrijft 25 euro over op rekening BE22 4675 0811 1147 van CCV in het bisdom Brugge, p/a Geldenaaksebaan 277, 3001 Heverlee,
met de vermelding 'Leerhuis + naam deelnemer'. 

Tempus Horribilis


Terwijl hier in Zonnebeke in het kasteelpark, het museum en in de kerk de kunst-tentoonstelling 'WARUM? - Ieders zijn oorlog' aan de gang is, loopt enkele kilometers verder in de Ieperse Sint-Maartenskathedraal een ietwat vergelijkbaar initiatief 'Tempus Horribilis'. In feite een merkwaardige dubbel-tentoonstelling: de kathedraal bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en een aantal hedendaagse beeldende kunstenaars die met het thema verder aan de slag gegaan zijn. Het resultaat is een confrontatie tussen de verschrikkingen 100 jaar geleden en nu.

Het historische luik toont de situatie van en in de kathedraal bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Daarin komen o.a. komen aan bod: de toen sinds 1907 lopende restauratie o.l.v. architect Jules Coomans. Hoe zag de kathedraal er uit in 1913? Op 25 oktober 1914 treft een eerste bominslag de toren van de Sint-Maartenskathedraal. Op 22 november 1914 volgt de brand en vernieling van de kathedraal. Allerlei vragen dringen zich op. Welke rol vervulde de kathedraal in die eerste maanden van de oorlog? Wie waren de mensen die zorg droegen voor de kathedraal: de pastoor-deken, koster, organist, leden van de kerkfabriek, gelovigen, …? Wat gebeurde er met de vele kunstvoorwerpen in de kathedraal? Werden ze verborgen, gered, gestolen…? Het komt allemaal aan bod.

In een artistieke reflectie geven tal van kunstenaars daarnaast hun visie op de gruwel van de Eerste Wereldoorlog en de gevolgen van deze catastrofe. Ze hebben het over vernietiging, menselijk leed en de gekwetste mens, tekortkomingen (tekort aan liefde, licht, voedsel, …), leven en dood, verdwijningen en vermisten, de heropbouw.



Bij wijze van voorbeeld het werk van de Geluwse kunstenaar Karel Waignien, 'The non grieving angel' (foto) als onderdeel van Carere Vita, een project rond overlevenden van concentratiekampen. Daarin worden we gewezen op de vicieuze cirkel waar wij ons mensen in bevinden. Het onvermogen om uit de geschiedenis lessen te trekken. De zich steeds herhalende verschrikkingen van immer weerkerende oorlogen zijn daar de trieste getuigen van. De magistrale cirkel in dit werk toont een massagraf van levenden. In het midden ligt een wenende engel, haar gelaat toont geen emotie maar weent bloed.


De tentoonstelling is een initiatief van de Vrienden van de Sint-Maartenskathedraal en loopt nog tot en met 19 oktober 2014 in de Sint-Maartenskathedraal te Ieper, en is dagelijks gratis toegankelijk tussen 10.00 en 12.00 u. en tussen 14.00 en 17.30 u.. Bij de expo hoort een fraaie gedocumenteerde catalogus.

zaterdag 2 augustus 2014

Welzijnsschakel 't Zunnetje


Op donderdag 3 juli werd te Geluveld tijdens 'Bubbels en Babbels' in het Dorpsrestaurant van Zorgnetwerk Zoë in OC 't Ghelevelt, de nieuwe Zonnebeekse Welzijnsschakel 't Zunnetje voorgesteld aan het publiek. Een gezamelijk initiatief van de Zonnebeekse parochies met de steun van het OCMW Zonnebeke. Het nu een van die 130 Welzijsschakels in Vlaanderen, die kansen wil bieden aan mensen die plaatselijk uitsluiting ervaren door armoede of afkomst. Dit gebeurt voornamelijk terwijl we elkaar ontmoeten in de eigen omgeving, tijdens huisbezoeken of persoonlijke contacten, bij groepsactiviteiten waarin we genieten en leren van elkaar, wanneer we praktische steun bieden, als we in gesprek gaan met het OCMW, de huisvestingsmaatschappij, scholen, huisdokters, verenigingen, …, als we samen actie voeren voor de toegang tot goede huisvesting, gezondheidszorg, onderwijs, arbeid, vrijetijdsbesteding … Enfin, dat is toch de bedoeling en zoiets heeft ook tijd nodig om zich te ontwikkelen. Maar op een dag begin je eraan.
We willen een zonnetje zijn voor mensen in armoede en link met Zonnebeke is meteen duidelijk.



Er was vooreerst de openhartige getuigenis van Marijke uit Ieper die vanuit haar eigen doorleefde ervaring vertelde dat armoede door een ongelukkige samenloop van omstandigheden iedereen kan overkomen. Het is niet persé een kwestie van 'eigen schuld, dikke bult' of van 'zelf gezocht'. In ieder geval is het zeer moeilijk om uit occasionele of generatie-armoede op te staan. Als het al lukt, is het is een werk van heel lange adem en zonder volgehouden steun van derden is het vrijwel ondoenbaar. Dat vreet aan de eigenwaarde en het zelfvertrouwen van mensen. Maar juist daaraan kan door nabijheid, betrokkenheid en inzet van vrijwilligers veel verholpen worden. Armoede de wereld uit, jawel daar gaan we voor … maar ondertussen die armoede ook niet-materieel leefbaar houden is ook een hele kunst. Daar gaat het om, het gaat samen, het ene sluit het andere niet uit.

OCMW-voorzitter Maria Vander Meiren was uitermate verheugd over de samenwerking en ziet die ook als een win-winsituatie. Dat het menens is blijkt uit de toezegging van een vaste stek voor de welzijnsschakel op de benedenverdieping van de voormalige pastorie van Beselare. Er zijn concrete plannen om daar ook een kledijdienst onder te brengen. We hebben momenteel een voorzitster Marie-Jeanne Ameele (Beselare), een secretaris Jef Carette (Zonnebeke) en een penningmeester Christine Van Exem (Zandvoorde) en nog enkele vrijwilligers uit Geluveld en Zonnebeke. Deze groep verder uit te bouwen en thuis te brengen in de problematiek, contacten te leggen met mensen die beroepshalve vaak in contact komen met de doelgroep, zijn een van de eerste prioriteiten.

Hoe komt een gelovige gemeenschap nu over de traditionele parochiegrenzen tot zo'n initiatief?

Sedert de oliecrisis en de autoloze zondagen in de zeventiger jaren wordt ons langs alle kanten voorgehouden dat we in crisistijden leven. Onze levenstandaard mag dan algemeen in al die jaren op velerlei vlak beduidend gestegen zijn, vandaag heerst toch vrij algemeen grote onrust of onze manier van leven op termijn vol te houden is. Saneringen en herstructureringen alom om de financiële crisis in te dijken, de klimaatcrisis een halt toe te roepen, onze sociale zekerheid te redden, banen te redden … In ieder geval neemt de kloof tussen rijk en arm steeds grotere proporties aan en een steeds grotere groep mensen duikt onder de armoedegrens, ook in Vlaanderen.

In het religieuze leven is het niet anders: crisis. De clerus of het aantal bedienaars van de eredienst krimpt zienderogen, de kerkgangers vergrijzen niet langer want dat zijn ze allang en het geloof wordt van langs om meer vrijwel los van de Kerk à-la-carte beleefd en op meerdere plaatsen dringt zich de vraag en de noodzaak op naar de herbestemming van de kerkgebouwen. In zo'n wereld leven wij. Armoede troef!

Waar moet het dan heen met de parochie en het kerkelijk leven?

De meeste 65-plussers zetten zich schrap, steken nog een tandje bij of steken hun kop in het zand en hopen dat het hun tijd nog zal duren. De weinige 65-minners, die het zich nog echt aantrekken, vragen zich vertwijfeld af hoe het verder moet. Maar in wezen blijft de opdracht van een parochie door de eeuwen heen onveranderlijk: samen het geloof leren (catechese), het geloof vieren (liturgie) om elkaar in dat geloof te dienen (diaconie). Dat doe je met de mensen die nog mee willen en de middelen die voor handen zijn of die je kan opbrengen binnen de context van de samenleving waarin je leeft. Dat was zo voor de christenen in de catacomben van Rome, de vervolgde christenen vandaag in het Midden-Oosten, de gelovigen eertijds van het rijke Roomse leven als voor de Kerk-hier-en-nu-in-het-Zonnebeke-van-vandaag.

Je organiseert plaatselijk wat kan en ook effectief werkt en voor wat niet meer werkt of slabakt zoek je een oplossing in schaalvergroting of samenwerkingsverbanden ten dienste van die plaatselijke gemeenschap. Zo zien we de laatste tien jaar een voortschrijdende evolutie van parochies die gaan samenwerken in federaties van parochies. Federaties, die dan uiteindelijk, als aan alle voorwaarden zijn voldaan op het vlak van catechese, liturgie en diaconie, gaan samensmelten tot één nieuwe parochie, een pastorale eenheid genoemd met lokale parochiekernen. Vergelijk het met de werking van een fusiegemeente en zijn deelgemeenten.

Dat proces is kerkelijk ook gaande in Zonnebeke. Zo wordt bijvoorbeeld nu nagegaan op het vlak van de diaconie, de goede werken, of we als parochie(s) nog performant genoeg of geloofwaardig zijn. We moeten erkennen dat vele initiatieven (bv. Missiewerking) bij gebrek aan vrijwilligers of interesse een aflopend verhaal zijn of zich gaan beperken tot het minimum-minimorum (bv. een verplichte omhaling onder kerkgangers) of daar nog onder. We zien dat de gemeente of de overheid wel over middelen en beroepskrachten beschikt om eigentijdse noden te lenigen maar daarbij vaak verlegen zit om vrijwilligers of gewoon om mensen die mensen in nood uit hun isolement kunnen halen. Waarom ons dan nog in een onbestaande plaatselijke zuil gaan verstoppen en doen of we in een wereld leven waar Kerk en Staat strikt in de praktijk gescheiden van elkaar opereren? Dan schieten we ons doel voorbij.

Binnen de Kerk is er van oudsher een bijzondere belangstelling voor de armen, zowel voor die uit de zogenaamde 'Derde Wereld' of het 'Zuiden' als voor die uit de 'Vierde Wereld' de mensen van hier. We kennen in dat verband allemaal de acties 'Broederlijk Delen' en 'Welzijnszorg'. Op gemeentelijk vlak kennen we nu de 'Noord-Zuidraad' en het 'OCMW'. Het gaapt als een oven om hierin samen te werken. Vroeger werd vaak binnen de Kerk aan dienstbaarheid gedaan vanuit een achterliggende bekeringsijver. We gaan niet samenwerken om eventueel andersdenkenden of hen die geholpen worden te bekeren maar we doen het gewoon om mensen vooruit te helpen in het leven. “Wat ge aan de minsten van mijn broeders hebt gedaan ...”. Paus Franciscus zei daarover onlangs: “Die religieuze drang om te bekeren, werkt verlammend. Als de Kerk groeit, is dat omdat ze mensen aantrekt om wat ze doet, niet omdat er met kracht wordt bekeerd.”