Maandelijks
wordt in Zandvoorde de Heilige Pater Pio vereerd. Jaarlijks vindt er
in september de noveen voor de Heilige Paus en martelaar Cornelius
plaats. Deze twee heiligen lijken onlosmakelijk met deze parochie
verbonden. Daarvoor is ze gekend. Iedereen kent de kerk van
Zandvoorde maar ik ben er zeker van dat uit een kleine enquête zou
blijken dat slechts een minderheid weet dat ze ook de
Sint-Bartholomeuskerk
wordt
genoemd. Dat is vreemd, want als er al een pikorde zou bestaan onder
de heiligen, dan zou Bartholomeus met kop en schouders boven de
eerstgenoemden staan. Hij was immers een apostel, uitverkoren door
Jezus. Van hem zei Chistus: “Kijk,
een ware Israëliet in wie geen bedrog is.”
Een compliment dat kan tellen voor de schriftgeleerde die hij toch
was. Nog een geluk dat zijn naamfeest gemiddeld eens om de zeven jaar
op een zondag valt en dat hij dan terloops even ter sprake komt in de
eucharistie. De laatste keer was in 2008 maar de volgende keer is pas
in 2025. De hoogste tijd dus om er iets meer over hem te vertellen
voor hij weer in de vergeethoek komt te staan.
In
ieder geval weten we, ten minste door overlevering en van horen
zeggen, hoe hij als martelaar omwille van z'n geloof levend werd
gevild. Zo'n tragisch einde spreekt tot onze macabere verbeelding. In
de kerk zelf staat hij te kijk in een beeld en op een brandglas in
het hoogkoor. In de ene hand draagt hij een boek of een boekrol, als
schriftgeleerde en als verkondiger van het geloof, en in de andere
hand, het mes dat verwijst naar z'n marteldood. Op het plafond van de
Sixtijnse kapel in Rome staat hij dan weer magistraal geschilderd
door Michelangelo met in z'n rechterhand een mes en in z'n linkerhand
z'n compleet afgestroopte huid.


De
Legenda Aurea
Bartholomeüs
staat opgelijst als leerling van Jezus in alle vier de evangelies.
Maar enkel in het Johannes-evangelie (1,46-49) vernemen we iets meer
en dan nog over de wijze waarop hij geroepen werd. Hij wordt er
aangeduid als Nathanaël. In het Aramees, de taal van Jezus, betekent
Bar Tolmai, zoiets als 'de zoon van een boer'. Bartholomeus is dus
een bij-, of een roepnaam. Voor het overige komt zijn naam in het
Nieuwe Testament niet meer voor. We weten dus in het geheel niet wat
voor persoon hij was. Gelukkig is er voor ons nog de 'Legenda
Aurea',
dat is een bundeling van allerlei verhalen, legenden en
'wistjedatjes' rond heiligen en kerkelijke feesten die in de
middeleeuwen de ronde deden. Het boek is van de hand van de
dertiende-eeuwse Italiaanse dominicaan Jacobus
de Voragine en
deed dienst als preekhulp voor predikanten van zijn eigen orde. Als
goede middeleeuwer zoekt Jacobus achter alles een religieuze
betekenis en soms plaatst hij daar een kritische aantekening bij.
Volgens
de overlevering zou hij geboren zijn in Kana in Galilea en en
overleden zijn in het jaar 71 na Chr. in de stad Albana in Armenië.
Hij zou na Jezus' dood naar het Oosten, tot in het verre India zijn
getrokken om er het evangelie te verkondigen. Daar ging hij de strijd
aan met de lokale afgoden en demonen die zogenaamd alle ziektes kon
genezen. In feite namen ze alleen maar de pijn weg. De legende
suggereert dus, dat deze goden wel de buitenkant kon genezen, maar
niet de binnenkant, alleen het lichaam, niet de ziel. Dat kon immers
- naar de overtuiging van de verteller - Christus alleen. Zo toomde
hij o.a. de God Astaroth in tot groot ongenoegen van de demon Berith,
die de verontruste pelgrims een preciese omschrijving gaf van de
apostel Bartholomeus. “Hij
heeft zwart kroeshaar, een blanke huid, grote ogen, symmetrische
neusvleugels die wijd open staan, een dikke baard met hier en daar
een wit haar, een normaal postuur. Hij draagt een witte mantel, met
rode sierstenen aan de vier hoeken.”
Deze beschrijving ligt dan weer aan de basis van de manier waarop
Bartolomeus vanaf de vroegste middeleeuwen in de kunst wordt
afgebeeld. Verder: “Hij
is zesentwintig jaar oud. Hij vertoont ook nog de eigenaardigheid,
dat zijn kleren en sandalen niet verslijten of vuil worden, terwijl
hij - dag en nacht samen genomen - toch zo'n honderd keer neerknielt
om te bidden. Onderweg wordt hij vergezeld door engelen, die er voor
zorgen, dat hij niet moe wordt en geen dorst krijgt. De blijheid van
zijn ziel straalt van zijn gezicht. Hij weet alles, verstaat alle
talen, en voorziet vele gebeurtenissen.”
Copycat
van Christus
Bartolomeus
wordt hier dus beschreven in termen die stuk voor stuk aan Jezus
ontleend zijn. Hij is dus een echte leerling van zijn Heer: een
'andere Christus', vervuld van dezelfde Heilige Geest, die ook Jezus
bezielde. De vermelding, dat hij alle talen verstaat, verwijst nog
naar het talenwonder
van Pinksteren (Handelingen 02,01-12), waar de leerlingen Jezus'
boodschap zo verkondigden, dat ieder het in zijn eigen taal verstond.
Men ging dus op zoek naar Bartolomeus. Maar twee dagen lang was hij
onvindbaar. Bartolomeus
wordt dus gevonden op de derde dag, een bijbels thema, waarin niet
alleen de terugvinding van het kind Jezus in de tempel klinkt, maar
ook zijn opstanding uit de dood. Op het moment echter dat de apostel
over straat liep, riep een duivel die een bezetene als medium
gebruikte: “Bartolomeus, apostel van God, je gebeden branden me in
de ziel!” Waarop de apostel zei: “Hou je mond en ga weg uit die
man.” Op datzelfde ogenblik bleek die man verlost. In dit verhaal
van de verdrijving van de boze geesten worden we eens te meer
herinnerd aan Jezus zelf. Het nieuws van dit wonder kwam – hoe kan
het anders - de koning ter ore. Hij heette Polemius. Deze had een
geestesziek dochtertje, en liet hem dus vragen of hij haar wilde
komen genezen. En zo geschiedde. Zeer onder de indruk, liet Polemius
zich door Bartholomeus bekeren en schopte het zelfs tot bisschop. De
afgodenpriesters, die daarbij door Polemius de laan uitgestuurd
werden, zochten hun toevlucht bij diens broer en tevens koning
Astíages. Ze deden bij hem hun beklag over de wandaden van de
apostel. Astíages was woedend, en hij stuurde er een heel leger op
uit om hem te zoeken. Uiteindelijk kregen ze hem inderdaad te
pakken. Net als Jezus moest hij terecht staan en zich verantwoorden
voor de koning op beschuldiging van de priesters! Helemaal niet van
z'n stuk bleef Bartholomeus hen verder uitdagen. Witheet van woede,
scheurde Astiages zijn eigen purperen koningsmantel in tweeën en gaf
bevel de apostel met verse twijgen te geselen, en liet hem tenslotte
levend villen. In de straf van de geseling lijkt de apostel eens te
meer op zijn Heer
De
schrijver van De Legenda Aurea, Jacobus de Voragine, besluit zijn
relaas heel objectief als volgt: “Over de precieze marteldood van
de heilige Bartolomeus heerst verschil van mening. De heilige
Dorotheüs houdt bij hoog en bij laag vol, dat hij gekruisigd is, en
wel ondersteboven. Hij voegt er aan toe, dat deze marteling zou
hebben plaats gehad in een Armeense stad, Albana genaamd. Van de
andere kant benadrukt de heilige Theodorus, dat hij levend werd
gevild. Bovendien zijn er nog andere geschiedschrijvers, die weten te
vertellen dat hem de schedel werd gekliefd. Bij nader inzien zijn dit
alles bij elkaar maar schijntegenstellingen. Want wat is er eigenlijk
op tegen om te denken, dat hij eerst aan het kruis werd geslagen,
vervolgens - om hem nog meer te laten lijden - levend werd gevild
en tenslotte onthoofd?'

en tenslotte onthoofd?'

Verering
en cultuur
Ik
wil u nog graag meegeven dat hij de patroon is van de zondaars die op
spectaculaire wijze tot bekering worden gebracht en van allerlei
beroepen, waarbij met huiden of leer wordt gewerkt of waarbij een mes
wordt gebruikt, zoals slagers en pelshandelaren, leerlooiers,
leerbewerkers, schoen- en handschoenmakers, kleermakers, snijders,
boekbinders, stukadoors en wijnbouwers. Bovendien is hij vanwege zijn
afkomst patroon van herders en landbouwers, van mijnwerkers en
zoutdragers, en in Firenze van de zout- en kaashandelaren. Hij wordt
aangeroepen door vrouwen in barensnood, tegen zenuwziekten en
stuipen. Hij wordt zelfs vereerd als patroon en alweer vanwege zijn
mes van – houd u vast – van braambessen, koolplanten en van
moestuinen.
Er
zijn relieken van hem bewaard in de St-Bartolomeuskerk in Rome. In
1515 werden ook relieken van hem overgebracht naar Geraardsbergen in
Vlaanderen. Vandaar dat tot op de dag van vandaag daar op de zondag
in het octaaf van 24 augustus een processie van 'Plaisance en
Cavalcade' wordt gehouden ter herinnering aan de overbrenging van
zijn relieken.
In
ieder geval een patroonheilige om als parochie trots op te zijn, een
man die het verdiend wat in ere te worden hersteld, en waar zelfs met
een beetje fantasie lucratieve zaken mee te
doen zijn. Fantasie, of hoe je over iemand waar weinig of niets over
geweten is, toch eindeloos kan verder vertellen …
Ik
eindig met deze weerspreuk en ik heb ze niet verzonnen:
“Zoals (het weer op) Bartolomeüs is, blijft 't gans de herfst
gewis.”
Gezien het weer op 24 augustus hebben we nog een mooi nazomertje
tegoed.


















