Pagina's

woensdag 30 augustus 2017

Dienaars van God tijdens de Groote Oorlog


Deze tentoonstelling in de Sint-Maartenskathedraal in Ieper, vertelt over een wel heel bijzonder aspect van de Eerste Wereldoorlog. De vele ‘dienaars van God’, priesters, zusters, seminaristen, monniken, leken, geestelijken van andere godsdiensten… die ‘hun’ taak vervulden in de verdediging van het vaderland, als aalmoezenier, brancardier, verpleegkundige of gewoon als soldaat.

Aan de hand van de 14 staties van de kruisweg van kardinaal Newman worden we uitgenodigd om even stil te staan bij de enorme uitdaging van religieuzen om te midden van oorlog en onnoemelijk geweld in Gods naam, dag in dag uit het evangelie gestalte gaven.

De volgende zinnen drukken dit goed uit:
“Heer, laat de priester in mij het in alle omstandigheden halen van de soldaat in mij.”

“Allen hadden ze het gelaat van de gekruisigde Christus: de gewonden die ik bijstond en de doden die ik mee hielp dragen.”


Martial Lekeux, artillerist en Franciscaan: twee hoedanigheden die moeilijk te rijmen zijn. Terwijl hij bij het hoofdkwartier van zijn groep aan het Ijzerfront 1914 een pijp staat te roken,
wordt hij aangeklampt door de commandant:
“Héwel, Lekeux, dat is nogal een verandering voor jou, de oorlog!”

“Maar commandant, helemaal niet … (Ze beginnen me op de zenuwen te werken met steeds hun ‘dat is nogal een verandering’). Alsof ik een ander mens geworden ben door uit het klooster te zijn. Wat is in feite het leven van een religieus? Zich geven uit liefde tot God, toch? En wat doen we hier anders dan ons te geven, uit liefde dan nog wel voor onze soldaten: is dat geen monnikkenleven?”

“Ja, ja, hetzelfde leven maar de dagelijks verloop is toch heel anders?”

“Een religieus is altijd gereed om te doen wat ze van hem vragen, als het maar is om God en de mensen te dienen.”


Samaritaan zonder ezel

Midden al deze negativiteit komen ze – gedwongen door de omstandigheden – los van hun opleiding tot een andere beleving van hun oorspronkelijke roeping. De taak van de aalmoezenier op het slagveld bestond er onder andere in de gewonden op te halen en in veiligheid te brengen en de doden bijeen te brengen. Vele priesters, monniken en zusters hadden zich hun leven natuurlijk wel anders voorgesteld. Maar toch mag het volgende citaat die band met het Evangelie concreet maken:

“Ik heb met vreugde gedacht aan de parabel van de Barmhartige Samaritaan. Die had tenminste nog een ezel om de gewonde naar de herberg te brengen - wij hadden enkel onze schouders! Wij zijn de sjouwers en de voerlui van het slagveld… Wij zijn de Barmhartige Samaritanen van de zielen… We hebben je opgetild en gedragen, soldaat.”


Mess of loopgracht

Voor de oorlog waren er 23 aalmoezeniers in de garnizoensteden waar zich een militair hospitaal of een school bevond. Voor de overige garnizoensteden waren er nog eens 25 priesters voorzien. Op 16 augustus benoemde de Minister van Oorlog op voorstel van de kardinaal één aalmoezenier per bataljon. In totaal zullen ongeveer 600 katholieke aalmoezeniers, 15 protestantse en nog enkele rabbijnen hun dienst in het leger volbrengen.

De opleiding van de religieuzen tot aalmoezenier/brancardier gebeurde vanaf 1915 zoals van de overige dienstplichtigen in het opleidingskamp van Auvours. Ze waren er per tien gelegerd in kleine tenten met wat stro en een deken ter beschikking. Hun opleiding was dubbel; zowel theologisch als militair.

Onder de 150.000 rekruten die er passeerden waren er velen die zich lieten bekeren. In de openluchtmissen kwam nagenoeg het ganse kamp bijeen en er werden elke maand 2000 communies uitgereikt. Maar dit kamp was maar een etappe. De edelmoedigheid van de aalmoezeniers zou moeten blijken aan het front zelf.

Zo zijn er onder hen van het slag dat zich liever ophoudt bij de officieren en vaker in de mess te vinden zijn dan in het heetst van de strijd. Dat is menselijk … maar toch. Hij die bij zijn mannen wil blijven, die het leven van de infanterist en zijn ontberingen wil delen, is natuurlijk de echte aalmoezenier. Met mooie woorden kun je weinigen verleiden maar met daden des te meer …

“In de loopgraven praat ik niet over godsdienst. wat ik doe is de mannen op hun gemak stellen en hun vertrouwen geven. Op die manier worden we kameraden. Als de aanval begint, ben ik bij de eersten die zich lanceren en ik hoor sommigen prevelen: ‘Die pastoor heeft geen schrik!’ Als ik zo met hen de aanval inzet, preek ik het mooiste sermoen en ik ben er zeker van dat ze ‘s anderdendaags allen in de mis zullen zijn”.

Een Engelse solddat, voorheen hevig anti-klerikaal, vertelt vol bewondering over de anglicaanse aalmoezenier Mellisch:

“Op een buitengewone manier heeft hij zijn opdracht vervuld. Onmiddellijk lagen de mannen die het eerst de vijandelijke linies bereikten onder het vuur van de mitrailleurs, maar dat werhield er hem niet van zich ‘al wandelend’ zoals in vredesijd, zijn kameraden te vervoegen. Hij bemoedigde vriendelijk de eerste gewonden en bracht ze zelf achter de linies, zonder zich om zijn eigen veiligheid te bekommeren ...”



Handelaar in geluk

Wanneer de soldaten liggen uit te rusten bij hun schuilplaatsen, ver van de Ijzer, gaan ‘de commercanten’ de loopgraven in en uit en presenteren hun koopwaar. Maar de verkoop hapert vandaag want er is een concurrent. Lang voor de kantine opengaat, komt aalmoezenier De Groote aan zijn soldaten verkopen wat hij met veel moeite bijeengekregen heeft. Hij verkoopt met grote afslag zodat iedereen bediend geraakt. Hij kent wie niets geeft en die krijgen alles gratis. Maar dan op en delicate wijze. Zij doen alsof ze tussen duim en wijsvinger, een geldstuk hebben en geven hem … niets. Naar buiten is alles is orde en ieder krijgt zijn deel.

Drie of vier keer per jaar had een soldaat recht op enkele dagen verlof. De aalmoezeniers zorgden ervoor dat dat momenten werden van ontspanning en voedsel voor de ziel. Velen gingen op bedevaart naar Lourdes. Ze gingen bij Onze-lieve-Vrouw op bezoek omdat ze haar veel te vragen hadden voor hun ouders, hun vaderland en tenslotte voor zichzelf die voortdurend in levensgevaar waren. ze genoten er verder van de grootste vrijheid en genoegens … om uiteindelijk hun gevechtspost terug in te nemen.


En toen het gebeurde het dat … enkele soldaten zich klaar maakten om de zoveelste lijkkist buiten te dragen. Anderen namen de brancard, besmuikt met modder en bloed, weg. Er werd een graf gedolven dicht bij hun schuilplaatst. Een priester bad de gebeden onder het lawaai van de bombardementen die opnieuw slachtoffers maken. Dan sloeg ieder een kruis, ging weg en probeerde te vergeten … of dacht nog even na aan de familie die zat te wachten op de brief die niet meer zou komen.

Vrede en verzoening

Paus Benedictus XV, die de Kerk leidde van 1914 tot 1922, heeft vanuit de ellende van de Eerste Wereldoorlog, de lijnen uitgetekend voor een vernieuwde kijk binnen de Kerk op oorlog en vrede. Als christen zijn we geroepen om alles in het werk te stellen om oorlog te voorkomen en ons totaal in te zetten voor vrede en verzoening. In een tekst van het Tweede Vaticaanse Concilie (1962-65) komt dit verder op bijzondere wijze naar voor waar in ‘Gaudium et Spes’ gezegd wordt: 


“Laten ook zij, die zich als militair aan de dienst van het vaderland hebben gewijd, zich beschouwen als de dienaars van de veiligheid en de vrijheid van de volken; en door een correcte uitoefening van deze taak werkelijk bijdragen tot het behoud van de vrede”.

Deze oproep tot vrede en tot inzet voor vrede in de wereld die al tijdens wereldoorlog I bij paus Benedictus XV klonk, echoot ook vandaag sterk door in het spreken van
paus Franciscus. In april vorig jaar tijdens een jubileum voor Militairen in Rome, politieagenten en soldaten moedigde hij hen aan om instrumenten van verzoening, bruggenbouwers en zaaiers van vrede te zijn.

Derde Wereldoorlog

Dit neemt niet weg dat we ook vandaag wereldwijd geconfronteerd blijven met de verschrikkelijke realiteit blijft van oorlog en geweld. Paus Franciscus zegt het als volgt:

“Met alle misdaden, slachtpartijen en verwoestingen in de wereld kunnen we stilaan misschien wel spreken over een Derde Wereldoorlog. Die wordt op dit moment in stukjes en beetjes uitgevochten.”

Hij zei dit in 2015 naar aanleiding van de terroristische aanslagen in Parijs, maar wij hebben intussen ook de aanslagen gehad dicht bij ons, te Brussel 22 maart vorig jaar en we weten hoe niet alleen in Europa maar op vele plaatsen in de wereld mensen het gevaar lopen slachtoffer te worden van blind geweld. Daartegenover staan dan telkens weer grote golven van solidariteit en medeleven naar voor komen en mensen ook tot elkaar brengen .

De tentoonstelling loopt van nog tot 8 november 2017 (niet van 11 tot 19 september) in de Sint-Maartenskathedraal in Ieper en is dagelijks gratis toegankelijk .

donderdag 24 augustus 2017

Koers is religie


“Wij waren góden voor de mensen, de enige góden die ze van dichtbij konden zien en er een klapke mee doen.” Gevleugelde woorden van Briek Schotte. Ze illustreren de haast religieuze beleving van de koers in Vlaanderen. Renners zijn op hun beurt mensenzonen op de weg, die het ene moment triomferen en het andere moment lijden: Palmzondag en Goede Vrijdag in één wedstrijd. En aan volgelingen ontbreekt het deze apostelen van de weg allerminst. In dikke drommen verdringen zij zich elke zondagmorgen in koershabijt op de openbare weg om hun zondagsplicht te vervullen.

De Paterskerk in Roeselare vormt momenteel nog het decor waar de intrigerende relatie tussen koers en religie centraal staat. Je trekt er op pelgrimage langs menig kapelletje en staat stil bij Ker(k)miskoersen, Wielergoden, (Bij)gelovige renners, Dopingzondaars, Wielerbedevaartsplaatsen,... Onderweg word je getroffen door unieke Wieler- gewaden, Overwinningskelken, een Peloton van Wielergoden en het ‘Croix de Fer’.

Ker(k)miskoers
of hoe we de koers aan de ker(k)mis te danken hebben. Kermissen zijn in de middeleeuwen ontstaan als een jaarmarkt of ‘foor’ ter gelegenheid van de feestdag van een patroonheilige of de heilige naar wie de lokale kerk is vernoemd. Deze ker(k)missen gaan lang gepaard met een misviering en een processie, gevolgd door een feestelijke bijeenkomst. Rond 1900 gaan ‘velokoersen’ wezenlijk deel uitmaken van zowat elk kermisprogramma in Vlaanderen.

God is van onze parochie
Tot diep in de vorige eeuw behoort ‘mijnheer pastoor’, samen met de burgemeester, de dokter en de schoolmeester, tot het kransje plaatselijke notabelen. Naar hen wordt opgekeken. Zij zijn het gezicht van het dorp. Concurrentie krijgen ze van renners als Cyriel Van Hauwaert en Odiel Defraeye. Cyriel en Odiel, beiden van eenvoudige komaf, boeken als eerste Belgen successen in buitenlandse topwedstrijden en creëren een heuse wielerhausse. Liever dan op zondag naar de kerk te gaan trekken supporters naar wedstrijden in het omliggende waar zij hun wielergoden aan het werk kunnen zien. Vaak tot ergernis van de plaatselijke pastoor.

Na hun overwinningen worden renners ook nog eens gevierd en ingehaald als een Messias, als ‘de’ nieuwe held van de parochie. Hun successen zorgen voor een ongezien gevoel van samenhorigheid. Zo werd ‘God’ is één van ons en van ónze parochie!

ln de jaren zestig en zeventig overstijgt één wielergod alle andere: Eddy Merckx. In zijn schaduw dingen een reeks stervelingen naar wat de wieleroppergod aan kruimels voor hen over laat. Tot op heden worden zijn prestaties herinnerd en beschreven als buitenaards en goddelijk zonder meer.


De Ronde als hoogmis
Renners en supporters vieren de Ronde als een eucharistie in de openlucht. Pers en publiek worden haast extatisch in de Heilige Week die de Ronde voorafgaat. Faits divers groeien uit tot lokaal wereldnieuws. In Vlaanderen valt Pasen om de zoveel jaar op de Ronde van Vlaanderen en niet omgekeerd!

(Bij)gelovige renners
Coureurs zijn kinderen van hun tijd. Net als het gros van de Vlaamse bevolking zochten en vonden zij, zeker tot voor de Tweede Wereldoorlog, kracht en bijstand in het geloof. Met de terugloop van het christendom in onze contreien daalde ook het aantal oprecht gelovige renners. Toch telt het hedendaagse peloton nog steeds een pak renners dat zich ‘bezondigt’ aan een kruisteken voor de start of het dragen van een uiterlijk geloofssymbool.

In tegenstelling tot vroeger is het nu veel minder duidelijk waar de grens met bijgeloof ligt. Want zoals in zo veel sporttakken is bijgeloof ook wijdverspreid binnen het wielrennen. Met stip op nummer 1 staat ‘triskaidekafobie’ of de angst voor het nummer 13. Wie het rugnummer 13 toegewezen krijgt, weet zich bij voorbaat al verloren. Om bijkomende rampspoed te vermijden hangen heel wat lotelingen één exemplaar omgekeerd op de rug. Volgens de overlevering zou de afkeer voor het nummer 13 wortels hebben in het Laatste Avondmaal, toen 12 apostelen met Jezus plaatsnamen aan tafel. Tijdens die maaltijd werd duidelijk dat een van zijn leerlingen - Judas - Jezus verraden had.

Leven als paters
‘Ora et lobora’ ofwel ‘Bid en werk’! Dat is het motto voor benedictijner monniken. Bezinning, vasten en (hand)werk als rode draad doorheen hun dagelijkse, repetitieve bestaan. Het profbestaan van wielrenners toont vaak gelijkenissen met deze levenswijze. Wie het wil maken op het hoogste niveau moet leven als een pater. Frieten, bier en chocolade zijn des duivels. Soberheid en matigheid zijn sacrale woorden. Trainen is de boodschap, elke dag opnieuw.

In periodes voor belangrijke wedstrijden gelden die leefregels des te meer. Renners zonderen zich dan af. Vaak op een desolate berg, zoals het een echte kluizenaar past. Ascese, zelfkastijding en onthouding moeten het pad effenen naar het hoogst mogelijk: de overwinning. Die strikte levenswijze inspireert tot navolging bij heel wat wielertoeristen. Of hoe profrenners missionarissen kunnen zijn van een nieuwe levensstijl.


Doodzonde
“Eerlijke wedijver, voor alles!” Sporta, de sportvleugel binnen de katholieke kerk, propageert al midden de vijftiger jaren de zuivere sport. Renners, naast organisatoren en vooral managers, moeten zich aan die eenvoudige richtlijn houden. Dopinggebruik is net als andere oplichterij - truitjetrek, aan de wagen hangen - uit den boze. Dopingzondaars moeten gestraft worden met boetes en een uitsluiting. Naast doping worden ook de wantoestanden binnen kermiskoersen en zesdaagses veroordeeld. Deze wedstrijdvormen zijn dikwijls een speeltuin van combines en afspraken.

Hoewel dopinggebruik een publiek geheim is, wordt er zelden openlijk over gesproken.
Wanneer de ‘wetenschappelijke’ en ‘systematische’ doping vanaf de jaren tachtig zowat integraal deel gaat uitmaken van trainingsschema’s, wordt het pas echt een clandestiene affaire. Renners die dan nog over doping uit de biecht klappen, worden zo ongeveer geëxcommuniceerd. Alsof ze confidentiële bedrijfsgeheimen te grabbel gooien.

Een jaar na de Festina-Tour de Merde (1998), waar de dopingbom pas echt ontplofte, doorbreekt de Franse renner Christophe Bassons de omerta in het peloton. In zijn dagelijkse column doet hij een boekje open over het niet-aflatende dopinggebruik. ‘Judas’ Bassons wordt zowel door ploegmaats als collega’s getrakteerd op verbale en fysieke intimidatie, met ‘patron’ Lance Armstrong op kop. Vandaag lijkt (?) het tij toch wat gekeerd met een nieuwe generatie renners. De Duitse spurtbom Marcel Kittel geldt als een van de gangmakers, die zich in alle openheid uitspreekt tegen doping.

Al bij al is de gemiddelde Vlaming erg vergevingsgezind tegenover dopingzondaars. De zaak Pollentier veroorzaakte in de Tour van 1978 veel ophef in zijn thuisbasis en zelfs de plaatselijke pastoor stapte mee in het spontane protest en schonk hem terstond de absolutie.

‘Koers is religie’, alle info op www.koersisreligie.be

The long road to Passchendaele


Met een lengte van 48 m en 2,60 meter hoogte is het 'The Long Road to Passchendaele' meteen het grootste monument voor de Eerste Wereldoorlog in Zonnebeke. Het werd op zaterdagnamiddag 19 augustus in aanwezigheid van Vlaams minister Ben Weyts op de Frezenberg nabij het Schots monument onthuld. Dit laatste monument werd 10 jaar geleden naar aanleiding van ‘90 jaar Slag bij Passendale’ opgericht. Het nieuwe bestaat uit een aantal silhouetten vervaardigd uit Cortenstaal met elk een hoogte van circa 260 cm. Onder andere foto’s van oorlogsfotografen zoals Hurley en Brooke dienden als basis voor het ontwerp. De militairen ‘marcheren’ in ‘single file’ richting Passendale en CWGC Tyne Cot Cemetery, op een traject dat 100 jaar geleden één van de aanvoerwegen naar het nabijgelegen front was. Een ‘massed pipe band’ van zo’n 100 pipers en drummers luisterden de plechtigheid op. 

donderdag 17 augustus 2017

Noveen Sint-Cornelius Zandvoorde


Door de eeuwen heen valt er heel wat te vertellen over de verering voor Sint-Cornelius in Zandvoorde, die zich telkenjare verdicht in de noveen van 16 tot 24 september. Als heemkundige verdiepte Guido Vermeulen zich in de archieven en publiceerde er in 2012 een boekje over: ‘De Volksdevotie tot Sint-Cornelius en het Kerkmeubilair in de Sint - Bartholomeuskerk te Zandvoorde Zonnebeke”. Daarbij sprokkelde hij ook enkele gegevens bijeen over Sint-Cornelius. Wie was Corneel voor wie niets teveel was?

Cornelius was zoals dat heet een ‘telg’ uit het voorname geslacht van de ‘Cornelii’ in Rome. Hij werd paus van 251 tot 253 en stond als een zachtmoedige en verzoeningsgezinde natuur in moeilijke tijden van vervolgingen aan het hoofd van de kerk. Onder Gallus werd hij verbannen naar Centumcellae het huidige Civitavecchia waar hij stierf aan ontbering.

Cornelius is samen met Antonius Abt, Bisschop Hubertus en Quirinus van Neuss, één van de vier heilige maarschalken, bijzondere voorsprekers bij God. Deze benaming is ontleend aan het ere-ambt van Maarschalk aan de middeleeuwse hoven. Net als deze ambtenaren, hadden de vier heiligen maarschalken de naam dat ze op elk moment van de dag ieder die erom vroeg met raad en daad ter zijde stonden. Het waren juist deze vier, omdat ze de patroonheiligen waren van een kwartet bedevaartplaatsen die men vaak op één en dezelfde rondgang bezocht: Antonius in het Antonietenklooster te Wesel, Cornelis in Kornelimünster (= Cornelisklooster) vlakbij Aken in de Eifel, Hubertus te Luik in de Ardennen en Quirinus in Neuss.

Iconografie
Beelden, schilderijen en prenten stellen Sint-Cornelius over het algemeen voor als paus, met een tiara of drievoudige kroon op het hoofd, met de kruisstaf met driedubbele dwarsbalk in de ene en een hoorn in de andere hand.

Van ouds bracht men de naam Cornelius in verband gebracht met de Latijnse woord 'cornu' (= hoorn), het achtervoegsel 'elis' zou kunnen samenhangen met het Griekse woord 'elaoo' (= dragen). Hoorndrager dus, met de gevoelswaarde van machthebber.
Op grond van deze naamsverklaring ‘sterk als een hoorn’ is hij de patroon geworden van het (gehoornde) vee, van huisdieren en van veehouders. De hoorn komt eerst vanaf de 15e eeuw voor op voorstellingen van de Heilige.

Ziekten en aanroepingen
Sint-Cornelius wordt aangeroepen als beschermer tegen allerlei aandoeningen, zoals vallende ziekte, stuipen, verlamming, jicht, zenuwklachten en kinderziekten. Dit zou verband houden met zogenaamde legendarische feiten uit zijn leven. Zo zou hij bijvoorbeeld vlak voor zijn dood een vrouw genezen hebben die al 15 jaar aan een zenuwziekte leed en bedlegerig was. Ook zou hij christenvervolgers die aan een vallende ziekte leden, van hun aandoening verlost hebben toen ze berouw toonden om hun misstappen.

De ommegang
Sint-Cornelius wordt gevierd op 16 september. Deze jaarlijkse traditie is nu niet meer zo gekend maar vroeger trok ze veel volk. Ook de boeren uit de wijde omgeving deden mee. Het eindpunt van de bedevaart was een hoogmis in de Sint-Bartholomeus kerk. Dan volgde een ommegang, waarna de pastoor de religieuze plechtigheid afsloot met een zegening.

Raadgevingen en vermaningen.
(uit het gedenkboek 1903-1914)
Vooral rond de kermis en de noveen van de Heilige Cornelius zijn de raadgevingen en vermaningen van pastoor Mervillie zeer sprekend. Bij de noveen van 1905 lezen wij:

“De parochianen en namelijk de plaatsenaars zullen binst de negen dagen trachten uit te schijnen in vriendelijken aantrek, in dienstwilligen iever, in rappe neerstigheid om de bedevaarders alhier toegestroomd, te bedienen, als 't nodig is, met alle gulhertigheid; hun gevraagde en nuttige inlichtingen te geven nopens Statie -uur of orde in de kerkelijke diensten. De inwoners zullen, meen ik, ook niet nalaten goede voorbeelden te geven, en namelijk de congreganisten, met iever de diensten bijwonen. Matig zijn en gemanierd in woorden en werken. De herbergiers zullen treffelijk huishouden, hunnen deuren sluiten tegen over alle wanorde, dronkenschap, ontucht, baldadigheden en al wat aanleiding zou kunnen geven tot zedelijke misbruiken gedoemd door de H. kerk, afgekeurd bij God en bij treffelijke mensen.”

Het beeld van Sint-Cornelius
Het oud gepolychromeerd houten beeld van Sint Cornelius dateert van 1655.
Van dit laatste wordt beweerd dat tijdens de Eerste Wereldoorlog Emma Vandamme van de ijzerwinkel in Ten Briele het samen met Marie Ghesquière en Yvonne Tytgat in 1915 uit gedeeltelijk vernielde kerk heeft gehaald en het heeft verborgen in haar tuin. In 1919, bij de terugkeer van de vlucht, werd het beeld ongeschonden teruggevonden. In 1920 werd het beeld terug geschonken aan de kerk van Zandvoorde en aan goede zorgen van pastoor E.H. Ernest Nevejan toevertrouwd. Zo vermeldt althans het Liber Memorialis.

Er is ook een oude postkaart uit de jaren '20 bewaard gebleven.
En daarop kun je lezen:
“Het beeld dagtekent van de jaren 1600; verdween tijdens den grooten oorlog; werd erna teruggevonden in de loopgraven en bij brave menschen in bewaring genomen. In september maand 1920 naar Zandvoorde teruggebracht en door de zorgen van E.H. Nevejan pastoor, prachtig hersteld...”

Het verslagboek van de kerkraad (3-10-1920)vermeldt dan weer dat de voorzitter den H. H. Sigiez het beeld terug naar de parochie heeft gebracht.

Wat er ook van zij, op 2 januari 1921 wordt beslist om het beeld van Sint-Cornelius te laten herstellen. Sindsdien heeft het beeld rechts vooraan in de kerk een vaste standplaats en kan men er een kaars ter ere van de Heilige Cornelius ontsteken.


Het brandraam Sint-Cornelius.

(Opschriften: 'S. Cornelius P&M', 'Dono Dedis Familia Turnor Londres', 'To the memory of Capt Sir Frank Rose', Lt Christopher Turnor and 4 Britisch troopers.)

In de kerk van Zandvoorde, die na de oorlog volledig werd heropgebouwd bevindt zich een uniek glasraam ingebouwd ter ere van de 66th East Lancashire Division. Dit glasraam werd aan de kerk geschonken in 1923 door de inwoners van Lancashire en de familie Turnor uit Londen. De Britse luitenant Christopher Randolph Turnor kwam om het leven op 26 oktober 1914 tijdens de eerste slag om Ieper. Samen met drie andere doden van de 10de Hussars, een prestigieuze cavalerie eenheid, werd hij begraven naast de kerk. Vandaag zijn deze graven nog steeds ter plaatse.


Frank Stanley Day Rose was captain en 37 jaar toen hij stierf. Christopher Randolph Turnor sneuvelde op 28 jarige leeftijd tijdens een poging om een veldkanon te lokaliseren, tijdens de eerste slag om Ieper, op grondgebied van Zandvoorde.


Relikwieën van Sint Cornelius

Het gebeente van de Heilige zou ooit door paus Johannes VII (Rome 705-707) geschonken zijn aan Karel de Kale. Via deze Karel zou het geschonken zijn aan de abdij van Compiègne. Vanuit Cornelismunster bracht men in 1138 relikwiën van de Heilige Cornelius over naar Ronse en Ninove. (1502) Dit gebeente is later versnipperd over hele delen van West-Europa, want Cornelius is populair geweest onder de gelovigen.

Na de godsdiensttroebelen (1577-1600) zal Sint Corneliusdevotie overal her opbloeien. Er liggen stukjes in tientallen Vlaamse en in het bijzonder in Westvlaamse parochies, o.a. te Zandvoorde en Passendale. Vanaf het moment dat er een relikwie in de kerk aanwezig is trokken jaarlijks stromen bedevaarders naar Zandvoorde en Passendale met als hoogtepunt de jaarlijkse viering op 16 september.

De kruisreliek van Sint-Cornelius
uit gedreven zilver dagtekent van 1665.
Vermoedelijk bezat de kerk van Zandvoorde in 1665 reeds een relikwie met reliekhouder van Sint Cornelius. In het midden van het kruis bevind zich de relikwie van Sint Cornelius. (Zie foto.)

De relikwie van Sint-Cornelius
De relikwie; op de achterkant van de relikwie van Sint Cornelius zit een rode lakzegel vast met het wapen van de bisschop van Brugge Henricus Lamiroy (1931-1952). Met de hand staat geschreven Elenchi diocesi Brugens 27698 Ossibus Sti Cornelii Papae Mart. Afgeleverd 20 juni 1936 Sec Can Asseloos custos SS. Reliquiarum. Bij elke relikwie afgeleverd door het bisdom behoort een akte van toekenning ondertekend door de bisschop en de kanunnik bewaarder van de relikwiën.

PROGRAMMA NOVEEN

– Zaterdag 16 september begin van de noveen, om 16.00 u.
Eucharistieviering ter ere van St Cornelius met zegening van de relikwie
Zondag 17 september om 9.00 u.
Eucharistieviering opgeluisterd door het Westvlaams Accordeonorkest
met nadien zegen met de relikwie van Sint Cornelius
– Maandag 18 september om 9.00 u.
plechtig jaargetijde met uitdeling van gedachtenissen van de overledenen van het afgelopen jaar.
– Dinsdag 19 september om 9.00 u.
Eucharistieviering ter ere van Sint Cornelius
– Woensdag 20 september om 15.00 u.
Eucharistieviering voor zieken en bejaarden, alsook kinderzegen
met nadien koeken boterhammen
– Donderdag 21 september om 9.00 u.
Eucharistieviering ter ere van Sint Cornelius
– Vrijdag 22 september om 9.00 u.
Eucharistieviering ter ere van Sint Cornelius
– Zaterdag 23 september om 15.30 u.
Rozenkrans ter ere van de H.P. Pio om 16.00 u.
Eucharistieviering ter ere van de H. P. Pio, herdenking sterfdatum pater Pio,
zegen met de relikwie
– Zondag 24 september einde noveen,
9.00 u. Eucharistieviering jubileum viering 25 jarig bestaan van koor,
opgebouwd aan de marul (Molenarelst - Zonnebeke) wordt verzorgd samen met het jongerenensemble uit Zonnebeke.

woensdag 9 augustus 2017

Both sides of the line


Van zaterdag 29 tot maandag 31 juli werden we letterlijk en figuurlijk overdonderd door
een adembenemend herdenkingsspektakel in Ieper – artistiek en met klasse gebracht – en een meer ingetogen, sobere plechtigheid in Passendale. Het sterkste beeld kwam uit de BBC-studio op Tyne Cot waar een korte reportage werd gebracht over de hoogbejaarde Harry Patch (+ 2011) toen die gebogen in z’n rolstoel een houten ‘poppy-kruisje’ in de grond prikte voor een duitse grafsteen op de militaire begraafplaats in Langemark. Hij was de langstlevende, mannelijke britse oorlogsveteraan die als 19-jarige nog in de loopgrachten had gevochten. In september 2008 had hij nog – luid toegejucht – de Last Post bijgewoond onder de Menenpoort.Tijdens de plechtigheid sprak Patch de volgende woorden tot het publiek: “Always remember both sides of the line”.

Link beeldreportage in en rond de velddienst

Dat is een boodschap die de groep reënactors, die in het Zonnebeekse kasteelpark met ‘Living History’ het verhaal van de troepen tijdens de Slag bij Passendale voor groot en klein toegankelijk maakt, zich hebben toegeëigend. Met driehonderd mannen en vrouwen waren ze, 12 nationaliteiten uit binnen- en buitenland. Hun diepere betrokkenheid komt telkens weer tot uiting in de beleving van de velddienst die ermee gepaard gaat. Een moment van verbondenheid, waar ze allen present tekenen. Er wordt ingetogen geluisterd, poëtische teksten en getuigenissen gedeclameerd, ongekunsteld gezongen en gemusiceerd en gebeden in vier talen. ‘Vrai parler’ in contrast met de in de puntjes geregisseerde officiële plechtigheden.


Velddienst
Ze komen samen zoals de soldaten eertijds in barre en onzekere tijden houvast sprokkelden in tal van rituelen. Zoals ze ook in een velddienst steun zochten in hun geloof om de verschrikkingen van de oorlog te harden, komen zij bijeen om in geloof – hoe zij het persoonlijk ook mogen beleven – eerlijk in wederzijdse vriendschap aan te wenden om de slachtoffers van die wereldbrand – soldaten én burgers – te herinneren, om hun vaak vergeten namen toch te laten klinken in een geladen stilte en te bidden.

Honderd jaar na het begin van de Eerste Wereldoorlog wordt die verschrikking hier, vier jaar aan één stuk, ononderboken, in een niet te tellen, bijna gênant aantal initiatieven, massaal herdacht. Om vooral – want zo luidt nog steevast de leuze – niet te vergeten wat toen is voorgevallen. Om niet opnieuw in eenzelfde waanzin ten onder te gaan.

Oorlog niet voorbij
Maar wat zich eerst nog al luchtig aandiende als een soort lucratieve wandeling in het park
– een gezellig vriendschappelijk onderonsje van bevriende naties – werd de laatste jaren
nadrukkelijk overschaduwd en zwart gekleurd door de oorlog in het Midden-Oosten,
de wreedheden en een permanente terreurdreiging van IS met de voorbije aanslagen in Parijs, Brussel, Nice en Manchester, de Krim-ooorlog, het neerhalen van vlucht MH17 boven Oost-Oekraïne en de vluchtelingencrisis van vandaag. Veel zaken die uiteindelijk in oorsprong gelinkt zijn aan het ongebreidelde imperialisme van de Westerse mogendheden voor en na de Eerste Wereldoorlog. Die oorlog holt ons nog steeds achterna.

Het is geen spelletje meer! Net als toen. De verhalen van toen worden concreter in het heden In elk van onze families circuleren nog verhalen over hoe zij toen hals over kop, uit lijfsbehoud, gepakt en gezakt, op de vlucht sloegen en zonder enige vorm van sociale bescherming moesten zien te overleven in een voor hen allerminst vertrouwde, vaak vijandig gezinde omgeving. 

We worden achteraf soms lyrisch van zoveel veerkracht en doorzetting. Niet zo moeilijk als je de ontberingen zelf niet moet ondergaan en daar wringt het schoentje. Want nu die vloed vluchtelingen zelf naar ons toe komen missen we juist de nodige empathie en voelen velen zich meteen bedreigd en zetten ze zich schrap, komen in het geweer. Op die manier verliezen veel van onze herdenkingsinitiatieven echter aan glans en geloofwaardigheid.

Zondebokken
In zekere zin hebben we het hier nog nooit zo goed gehad en toch leven we in onzekere tijden, mensen zijn er niet gerust in, ze hebben dan ook heel wat te verliezen. Dat maakt hen onrustig, bang, ze zijn op hun hoede, zoeken gemakshalve zondebokken, die eerder slachtoffers dan kwaadstichters zijn. We moeten beducht zijn om ons over te geven aan een onbedachtzaam wij-zijdenken, voor goedkope oorlogsretoriek, die ons vroeg of laat opnieuw riscovol op een hellend vlak zet die ons uiteindelijk afvoert naar een helletocht, waar geloof, hoop en liefde lijken te verzwinden. Erger nog, waar zelfs de haat zich verliest in een orgie van geweld. Troosteloosheid ten top:

Squire nagged and bullied till I went to fight,
(Under Lord Derby’s Scheme). I died in hell -
(They called it Passchendaele). My wound was slight,
And I was hobbling back; and then a shell
Burst slick upon the duck-boards: so I fell
Into the bottomless mud, and lost the light. (Siegfried Sassoon)


Hoop doet leven
Als het geloof in een betere wereld op het terrein aan flarden wordt geschoten en de liefde in rook opgaat, krijgt desondanks elke sprankel hoop de kracht van een visioen. Idealen smeulen maar vlammen sterker dan voorheen opnieuw op. Het verlangen naar vrede in verbondenheid is het ultieme wapen waar geen kruit tegen gewassen is. Hoop is dus meer dan zowat wat optimisme. Nee, er is teveel wanhoop op deze wereld om zomaar tevreden te zijn met alleen maar een goed karakter of goed humeur. Hoop is verre van een opsomming van concrete verwachtingen, dan verzeilt het in het vaarwater van de berekende liefde. Net zoals geloof niet te beredeneren is. Dan verliezen ze hun kracht en sluiten ze hun deuren voor het onvermoede, dat alles te boven gaat.

Tabernakel
Dan is God ver te zoeken. Maar gelukkig is hij ontsnapt uit het tabernakel en zich toont waar nood wordt gelenigd. Hij laat zich niet inpalmen door duivelse propaganda – ‘Dieu le veut’ en ‘Gott mit uns’ – Hij blijft elke mens nabij en laat zich kennen in dit verhaal. Midden onder u staat Hij die gij niet kent.

Het onvermoede gaat alles te boven, gaat alles te buiten, reikt ook voorbij de grenzen van de dood. Geloof, hoop en liefde laten er zich niet door kisten. Deze gedachte brengt ons tot rust en schenkt ons de kracht om zonder vrees de toekomst gestalte te geven. Wij leven vandaag met ruim 7 miljard 500 miljoen mensen op aarde. God vraagt ons er samen op te leven. Dat lukt ons niet zoals het hoort. Verre van zelfs.

Maar vanmorgen kijkt God naar ons en verheugt Hij zich. glimlacht ons hier toe
Ja, God verheugt zich over deze kleine gemeenschap reënactors en symphatisanten
die zich de moeite getroosten even stil te vallen om tot inkeer over de dingen die er werkelijk toe doen en tot gebed te komen.

Liefde is ...
Onszelf aanvaarden zoals we zijn, God dank zeggen omdat hij ons heeft gemaakt, zoals we zijn. En liefde is ook de anderen aanvaarden zoals ze zijn. Niet zoals we die zouden wensen of dromen. Liefde laat de andere zijn wie hij is. Liefde is realistisch. Liefde is ook altijd eerst, ze wacht niet tot de andere ons bemint. Ze is er niet op uit om te krijgen, ze is eerst om te geven, en krijgen doen we sowieso. Dat is het zachte juk en de lichte last die Jezus ons oplegt. Geef toe onnoemelijk dragelijker dan de duivel die mensen elkaar steeds weer aan doen.