Pagina's

zondag 23 maart 2014

K-WIST-ET-NIE

TREFPUNT. Een wat late nieuwjaarsreceptie op vrijdagavond 14 maart voor alle bestuursleden en hun partners van ACW-Groot Zonnebeke (inclusief ACV, CM, FEMMA, KAJ, KWB, OKRA, Ziekenzorg) in OC 't Gelevelt.

Grappig, maar van die receptie kwam uiteindelijk weinig of niets in huis. Een euvel dat we niet toeschrijven aan de inmiddels ingetreden vastentijd maar aan het onderwerp van de avond zelf, nl. MOBILITEIT in Groot-Zonnebeke. Spreker van de avond was o.a. Nico Van Oost, de kersverse politiecommissaris te Zonnebeke, bijgestaan door collega en verkeersspecialist Maarten Thys (foto). Geen onderwerp dus om licht beschonken naar te luisteren. En met het risico om na de vergadering nog eens koudweg gepakt te worden door een politie-patrouille voor een alcoholcontrole. Beide heerschappen hadden het uitgebreid over preventie, repressie, het verkeersreglement ... de zwakke weggebruikers, fietsers, voetgangers ... wielertoeristen om zo ook de link te leggen naar de doortocht van de Tour de France in Zonnebeke op 9 juli.

Preventie en repressie gaan hand in hand. Vaak is het zelfs de pakkans en de bestraffing die er op volgt, die aanleiding geven tot betekenisvolle gedragsveranderingen. Preventie en repressie gebeuren niet alleen door de overheid. In hun zog acteren ook ouders, leerkrachten, opvoeders, de pers ... Ouders kunnen inderdaad heel boos worden als ze geconfronteerd worden met het 'kostenplaatje' dan vasthangt aan de verkeersdelicten van hun kinderen. Even terzijde lijkt me de Kerk, de grote afwezige te zijn in dit ganse verhaal. De tijd van het opgeheven en bestraffende vingertje van de pastoor is ver weg. Zo werd vroeger in menige 'revue' de pastoor opgevoerd als een schertsfiguur die zich met alles en nog wat moeide. Verleden jaar op de laatste revue in Zonnebeke viel het op dat de figuur van de pastoor vervangen was door de 'wijkagent'. Het dreigende vingertje is immers van alle tijden en wordt nu gehanteerd door de wetsdienaars. En een zondaar komt nu niet meer weg met één onzevader en drie weesgegroetjes maar met steeds zwaarder wordende fikse boetes, eventueel een rijverbod of een gevangenisstraf. Het is tekenend voor onze complexe samenleving dat de gemeenschap steeds harder moet optreden om het 'autonome' individu enigszins in het gareel te doen lopen. Een oproep tot 'hoffelijkheid' in het verkeer heeft weinig effect. Daarom ook dat de wetgeving gigantische proporties aanneemt. Waar het 'geweten' vervaagt komt de 'wet' in de plaats om het samenleven leefbaar te maken. Het nadeel is dat je al een 'verkeersdeskundige' moet zijn, om er je weg nog in te vinden. Ook de senioren onder ons beseffen maar al te goed, dat als ze nu onvoorbereid een theoretisch of een praktisch rij-examen zouden afleggen, dat de slaagkansen eerder miniem zijn.

Je denkt te weten wat een 'voetganger' is. Uiteraard 'een persoon die zich te voet verplaatst'. Maar dan begint het. “De personen, die een kruiwagen, een kinderwagen, een ziekenwagen of enig ander voertuig zonder motor dat geen bredere dan de voor de voetgangers vereiste ruimte nodig heeft, aan de hand leiden of de personen die een fiets of een tweewielige motorfiets aan de hand leiden, worden gelijkgesteld met voetgangers. Ook de personen die gebruik maken van een (al dan niet gemotoriseerd) voortbewegingstoestel en zich hiermee niet sneller dan stapvoets voortbewegen worden gelijkgesteld met voetgangers.” Daarmee weten we nog niet wat een fietser is. En wat mag die fietser al 'niet' doen? Gsm-en op de fiets (110 euro), zonder handen aan het stuur rijden (55 euro), voetgangers of andere fietsers hinderen (55 euro) ... Test je parate kennis en reken even uit. Wat het vader kost als hij dronken, gsm-end samen met z'n vrouw en z'n drie kinderen ongegordeld met de wagen rijdt? Zich onzorgvuldig in het verkeer begeven kan zware gevolgen hebben zowel voor het 'slachtoffer' als de 'dader'. Zo halen ze de zaak aan van een fietser in Leuven die voor de derde maal betrapt werd op dronken rijden en daarbij stomweg een verkeersongeval veroorzaakte met een zwaargewonde. Hij werd door de rechter bedacht met een boete van 750 euro, een levenslang rijverbod en een celstraf van twee jaar. En dat is dan nog enkel de strafrechterlijke kant van de zaak. We hebben allemaal recht op mobiliteit maar deze luttele voorbeelden laten vermoeden dat het verre van simpel is 'mobiel' te zijn zoals het hoort. Met dank aan beide politiemannen om ons daar nog eens attent op te maken. Kom dan achteraf niet klagen van K-WIST-ET-NIE.

Tussendoor een goede raad voor de meesten onder ons voor de doortocht van de Ronde van Frankrijk. Voor wie die dag moet gaan werken, neem een dag vrijaf, blijf thuis en plof je in je luie zetel voor de buis. Niets is nog definitief, maar wat kunnen we verwachten? In een wijde boog rond het parcours waar de renners passeren is al van drie uur 's nachts geen verkeer meer mogelijk en dit tot in de namiddag. Er worden vijftigduizend kijkers verwacht bovenop het ganse Tourcircus dat zelf al meer dan 3000 personen en 1000 voertuigen bevat. Daarin zijn de 'gewone' toeristen nog niet verrekend. De Meenseweg bijvoorbeeld tussen de Kruiskalsijde en Bellewaarde wordt volledig afgesloten en tot parking omgetoverd. In Zonnebeke gebeurt hetzelfde met de Roeselarestraat. De afrit Ieper-Centrum-Zonnebeke wordt afgesloten. Ieper stad zelf wordt volledig verkeersvrij. Het verkeer voorbij Wervik wordt afgeleid via Beselare of op het einde van de A19 richting Diksmuide. De officiële start gebeurt op de Zonnebeekseweg aan de begraafplaats Charles de Potyze … verder richting Zonnebeke, centrum, Langemarkstraat, richting Canadien … Roeselare … Menen ...

De avond gaat verder met een kwisje (quiz), bedacht door quizmaster Joachim Jonckheere. De kwis had alvast de verdienste dat geen enkele deelnemende groep onder de vijftig procent goede antwoorden dook. Niemand gebuisd dus! Onze bewegingsmensen werden getest op hun kennis over dat 'verkeersreglement', over alles wat met het kleur 'groen' samenhangt, hun kennis over 'wist-je-datjes', 'Groot-Zonnebeke' en hoe kan het anders de 'Eerste Wereldoorlog'. Het werd een nek-aan-nek race tussen tafel 4 en tafel 8, die het uiteindelijk haalde met een miniem verschil van een half puntje. Ze werden bedacht met een mand 'Fair-trade producten' van Oxfam-Wereldwinkel en fier als een gieter mochten ze samen met het ganse bestuur op de foto. Leerzaam was de quiz ook. Zo leerden we o.a. dat de komkommer een klimplant is, die ook liggend kan groeien. Dat de Zandberg uit Geluveld tot spijt van alle deelgemeentenaren met z'n 65 meter de hoogste top is van Groot-Zonnebeke. Op school leerden we het anders maar dat voor de fusie. Dat de eerste gelukte Duitse gasaanval plaatsvond in Steenstrate nadat een eerdere poging mislukte nabij Hill 60 omdat de wind verkeerd zat ... De rest zijn we alweer bijna vergeten. We troosten ons met de wijze en relativerende woorden van Maria Roose: “Ik heb daar jaren les over gegeven in het schooltje op de Marul, maar nu weet ik het niet meer!”

Plan(t) de toekomst


Broederlijk Delen kiest voor duurzame, familiale landbouw. Op het platteland in Senegal is het niet eenvoudig om aan landbouw te doen. Broederlijk Delen werkt er samen met twaalf lokale partnerorganisaties, vooral in de streek van Thiès en Kaolack, een streek die traditioneel erg vruchtbaar was. Maar lange droogteperiodes, ontbossing en erosie maken het steeds moeilijker om de grond vruchtbaar te houden. Al meer dan de helft van de vruchtbare landbouwgrond is daardoor verloren gegaan. Er is tekort aan water en de grond is op veel plaatsen sterk verarmd door de jarenlange monocultuur van vooral pindanoten.

Veel boerenfamilies kunnen met het voedsel dat ze zelf kweken niet het hele jaar rondkomen. Veel jongeren laten dan ook het platteland achter zich en trekken noodgedwongen naar de stad, op zoek naar een job. De bevolking van de hoofdstad Dakar is zo aangegroeid tot meer dan 2,5 miljoen inwoners. In de stad proberen veel jonge mensen tijdelijk een inkomen te vergaren om dan meestal in het regenseizoen (juni tot oktober) met hun familie opnieuw het land te bewerken. Sommigen blijven in de stad, zoeken daar hun toekomst of wagen de oversteek naar Europa. In ieder geval is deze (seizoens)migratie op lange termijn geen oplossing. Maar hoe kan je dan als jongere in Senegal je toekomst plannen?

Boer zoekt toekomst
Ibrahima Dioné (25) woont in Nghémé, op het plateau van Thiès, een dorre en hete regio, waar hij op zijn velden voldoende voedsel probeert te telen voor zijn grote familie. Ook Ibrahima ging zijn geluk beproeven in de stad. Hij keerde echter terug naar zijn dorp en kreeg een stukje grond op een tuinbouwveld van een partnerorganisatie van Broederlijk Delen. Tuinbouw kan wel het hele jaar door. Omdat het over kleinere oppervlaktes gaat, kunnen de boeren de velden irrigeren. De partnerorganisatie van Broederlijk Delen installeerde de nodige infrastructuur om het grondwater op te pompen. Die partnerorganisatie is een boerenfederatie die acht tuinbouwvelden heeft ingericht. Op elk tuinbouwveld zijn een veertigtal leden actief. Broederlijk Delen en de boerenfederatie zorgen voor ondersteuning, vorming en infrastructuur. De boeren zijn zelf verantwoordelijk voor het beheer van het veld. Na elke oogst rekent iedereen zijn onkosten af en betaalt het lidgeld. Met dat lidgeld kan de boerenfederatie een spaarpotje aanleggen en nieuwe investeringen doen. Op termijn kunnen ze zo zonder onze steun verder.

De boeren die deze tuinbouwvelden uitbaten, schakelden met succes over naar biologische landbouw. Zij verrijkten de grond, plantten bomen en struiken aan en kweken nu verschillende soorten groenten. De maaltijden in hun familie zijn gevarieerder en er is voldoende om ook op de markt te verkopen. Vooral de tomaten- en de uienoogst brengen goed op. Tegelijk zorgen boerengroepen voor beter zaaigoed, voor gezamenlijke opslag en verkoop, voor vorming over ecologische bemesting en ziektebestrijding. Andere groepen sluiten zich aan bij programma's om de droge en moeilijke leefomgeving weer geschikt te maken voor de landbouw. Tijdens het regenseizoen kan er op korte tijd heel veel water vallen en wordt op veel plaatsen vruchtbare grond weggespoeld. Door het aanleggen van kleine dijkjes, het herstellen van waterkanalen en het aanplanten van nieuwe bomen slaagt men er in om het regenwater vast te houden en in de grond te laten insijpelen. Zo ontstaat een groen netwerk van nieuwe landbouwgronden, kunnen drooggevallen waterputten weer benut worden en groeien de kansen op een leefbare toekomst.

Lokale boerenorganisaties in Senegal zetten dus samen in op het stimuleren van duurzame landbouw, op samenwerking tussen landbouwers en op technieken om het lokale ecosysteem te bewaren of te herstellen. Daardoor zien steeds meer jongeren op het platteland in dat hun toekomst juist daar ligt. Zij zien de noodzaak en de uitdaging om het platteland opnieuw leefbaar te maken, om met nieuwe landbouwmethoden voldoende te produceren en om hun eigen leefomgeving duurzaam te beheren. Ze zijn er samen met de partnerorganisaties van Broederlijk Delen van overtuigd dat kleinschalige familiale landbouw voldoende garanties biedt om een goed leven op het platteland te kunnen leiden.

Voedselzekerheid én een uitweg uit de armoede
Kan een kleinschalige manier van landbouw volstaan om alle mensen voldoende te voeden? In 2050 zullen we wereldwijd met negen miljard mensen zijn. We zullen meer voedsel nodig hebben dan vandaag. Hoe moeten we dan aan landbouw doen? Nadenken over de toekomst van voedselproductie roept heel veel vragen op. Wat is de voedseluitdaging vandaag en morgen? Hebben we meer voedsel nodig, beter voedsel of vooral duurzamer voedsel? Is goedkoper voedsel de oplossing of net deel van het probleem? Is het belangrijk waar dit voedsel vandaan komt en wie het produceerde?

In 2009 stelde de FAO (Voedsel- en Landbouworganisatie van de UNO) dat er tegen 2050 maar liefst 70 procent meer voedsel zal moeten geproduceerd worden. Een boodschap die is aangekomen en die wordt herhaald door de pleitbezorgers van grootschalige industriële landbouwproductie en de grote spelers uit de agro-business. Met deze boodschap werd alles herleid tot 'meer productie'. Heel wat mensen en overheden verwachten er alle heil van.

Grootschalige industriële landbouw kan dan misschien wel veel voedsel produceren, maar zorgt momenteel slechts voor 30 procent van het voedsel in de wereld. Deze landbouwaanpak zorgt ook niet bepaald voor veel jobs, zeker niet in vergelijking met kleinschalige familiale landbouw. Bovendien zijn er heel wat ecologische problemen die deze vorm van landbouw misschien toch minder ideaal maken: bossen worden gekapt en je hebt enorm veel olie nodig voor de machines, het vervoer en de productie van kunstmest. Om één persoon een jaar lang te voeden via industriële landbouw heb je 1500 liter olie nodig. Als je dat voor negen miljard mensen wil doen, is de olievoorraad na twaalf jaar op. Industriële landbouw heeft daarenboven zeer grote stukken vruchtbaar land en veel water nodig. Die zijn dan niet meer beschikbaar voor de mensen die er vandaag en in de toekomst van moeten leven. En tenslotte produceert grootschalige landbouw eerder handelswaar dan basisvoedsel: alleen wie voldoende koopkracht heeft kan bepaalde landbouwproducten kopen in de vorm van voedsel maar even goed als veevoeder of als brandstof.

Meer voedsel produceren zal zeker nodig zijn in de toekomst maar belangrijker is de vraag wie dit voedsel zal produceren en hoe dat zal gebeuren. Om tegelijkertijd voedselzekerheid na te steven én armoede terug te dringen, moeten kleinschalige familiale landbouwers een sleutelrol krijgen bij deze toekomstplannen. Deze visie wordt gedeeld door vele wetenschappers, internationale instellingen en beleidsmensen.

Kleinschalige landbouw is immers de meest voorkomende vorm van landbouw in ontwikkelingslanden. Er bestaan zo'n 500 miljoen kleinschalige landbouwbedrijven in het Zuiden, die werk bieden aan een veelvoud van mensen. Veel studies en praktijkervaringen tonen aan dat investeren in familiale landbouw een enorm potentieel biedt om tot een duurzaam én zeer productief landbouwmodel te komen. Duurzame uitbouw van familiale landbouw op basis van wetenschap en technologische kennis, gecombineerd met lokale kennis en ervaring, is een recept dat al op verschillende plaatsen succesvol is, zowel voor het produceren van voedsel als voor het terugdringen van armoede. Op heel wat plaatsen over heel de wereld wordt vandaag al ingezet op wat men 'agro-eco-logie' noemt: een manier om het gehele landbouwsysteem op een duurzame manier te verbeteren en productiever te maken.

Boerenorganisaties in het Zuiden en ngo's in het Noorden trekken aan één zeel om hiervoor te pleiten, bijvoorbeeld in het comité voor voedselzekerheid van de FAO. Ook Broederlijk Delen vraagt onze overheid om resoluut de kaart te trekken voor duurzame familiale landbouw in het Zuiden én om dit beleid consequent te verdedigen op internationale fora.

Broederlijk Delen legt de nadruk op betere ondersteuning door de lokale overheid. Opleidingen, degelijke infrastructuur, mogelijkheden om een lening aan te gaan, toegang tot land, ... zijn vaak onvoldoende of onzeker. Als boer moet je je producten natuurlijk ook kunnen verkopen en het is soms moeilijk concurreren tegen goedkoop geïmporteerde producten. Familiale landbouwers moeten zich kunnen verenigen in organisaties om zo samen op te komen voor hun belangen. En dan is er nog dat veranderend klimaat, een uitdaging voor boeren in het Zuiden die samengaat met de noodzaak om zich aan te passen. Op al deze vlakken kan het beleid een belangrijke rol spelen.

Misschien wil je zelf wel kiezen welk toekomstscenario voor de landbouw je graag wil. Dat kan. Broederlijk Delen stelt drie mogelijke scenario's voor, telkens met een kort animatiefilmpje. Je kan ze bekijken op wvw.broederlijkdelen.be/ boerzoekttoekomst.
Stem op de toekomst die jij wil en ontdek waarom dat een goede of een minder goede keuze kan zijn. Met jouw stem kan Broederlijk Delen de Belgische politici aansporen om de juiste toekomst te planten in het Zuiden.

André Devos

zaterdag 22 maart 2014

Vredesdag Ieper

in het teken van de Eerste Wereldoorlog 

Op donderdag 6 maart hebben de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen en het Centrum voor Vredesethiek van de KU Leuven samen met Pax Christi Vlaanderen een bijzondere Vredesdag georganiseerd in Ieper. Ook de 'Dienst voor vrede en ontwikkeling' en het In Flanders Fieds Museum verleenden hun medewerking. De dag viel samen met de jaarlijkse viering van het Sint-Thomasfeest van de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven.
De Vredesdag en het Sint-Thomasfeest stonden volledig in het teken van de Eerste Wereldoorlog. Bij het begin van de dag ontvingen de aanwezigen een paaslelie, die in stilte werd neergelegd bij een graf van een gesneuvelde uit de Eerste Wereldoorlog. Daarop volgde een moment van ingetogen zang, bezinning en gebed. Tijdens de academische zitting in 'Het Perron', het cultureel centrum van de stad Ieper, beschreef professor
Alan Kramer van het Trinity College uit Dublin de destructieve dynamiek die de Eerste Wereldoorlog te zien gaf. Hij benadrukte de band tussen culturele factoren van superioriteit en eng nationalisme, en een nietsontziende geweldsspiraal. Deze destructieve dynamiek zette zich nadien op een nog veel grotere schaal door tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Professor
Annette Becker van de Université Paris-Ouest-Nanterre sprak over de vruchteloze pogingen van paus Benedictus XV om vanaf het begin van de Eerste Wereldoorlog een wapenbestand en onderhandelingen te bepleiten. Dit bovenpartijdig en pacifistisch standpunt werd echter niet aanvaard: noch door de katholieken van geallieerde zijde, noch door de katholieken van Duitse zijde. Eenieder geloofde heilig in het recht om het vaderland te verdedigen en om de oorlog voort te zetten tot aan de overwinning.

Aansluitend was er een bezoek aan het 'In Flanders Fiels Museum' en een eucharistieviering in de Sint-Maartens- en Sint-Niklaaskerk van Ieper, voorgegaan door
mgr. Jozef De Kesel, bisschop van Brugge, samen mgr. Jean Kockerols, hulpbisschop voor Brussel en titulair bisschop van Ieper. Ter afsluiting woonden de aanwezigen de Last Post onder de Menenpoort bij en werd er een bloemenkrans neergelegd namens de Faculteit van Theologie en Pax Christi.

zaterdag 8 maart 2014

Let it shine


























Maandagavond 3 maart liepen vele honderden vormelingen en hun begeleiders uit de Westhoek, te hoop voor de vijfde editie van 'Let it Shine' in de gigantische kerk van Onze-Lieve-Vrouw-Ter-Duinen van Koksijde. En wij van Geluveld waren er maar al te graag bij.


 

'Let it Shine' is een inspirerend totaalspektakel vol muziek, licht, beelden met sterke getuigenissen en gebed. Je vraagt je af hoe dat allemaal te rijmen valt met een bij wijlen zo rumoerig en ongeregeld volkje. Maar het werkt. Geloven is nu eenmaal een uiting, een aaneenschakeling van lof en uitzinnigheid, begeestering en inkeer en ingetogenheid ... op het juiste moment. We zagen dat het mogelijk was, dat de boodschap wel degelijk aanslaat als je de kinderen maar even kunt losmaken van hun eigen navel. Dat is de macht van grote manifestaties zoals deze, best een beetje te vergelijken met de Wereldjongerendagen. Een kracht, een kiem, die nadien verder ongezien en in stilte zich kan ontplooien en jonge mensen verder zal appelleren, want dit was een moment van schoonheid en waarheid. De sfeer zat er meteen goed in toen de sing-in van start ging met het aanleren van liederen, voor het merendeel swingende melodieën, die de kinderen erg bekoren. Een zeer eigentijds programma dus met verder gebruik van alle moderne communicatiemiddelen die de vormelingen aan de lippen deed hangen van de muzikanten en beide presentatoren. De avond was opgebouwd rond de symbolen van de Geest: water, olie en vuur. Alle groepen mochten voor de gelegenheid een fles 'doopwater' uit de parochie aanbrengen. De Sint-Margarethaparochie liet zich niet onbetuigd.