Pagina's

woensdag 26 december 2012

Polygonwald



Kerstmis 1914. Franse soldaten verbroederen met Duitse collega’s in het Polygonebos. Op deze historische locatie, nagenoeg 100 jaar na datum werd dit moment van hoop in herinnering gebracht met ingetogen zang (Jim Boyes) , doedelzakmuziek (Koen Raeymaekers) en woord (Marc Dejonckheere).

Op Kerstmis 1914, vandaag 98 jaar geleden, lag het Württembergse Reserve-Infanterie-Regiment 246 aan het ‘Polygonwald’ in de richting van de Reutel. De Duitse infanteristen lagen er ingegraven tegenover Franse soldaten, soms op een afstand van slechts een 20-tal meter. Op deze plaats hadden de Fransen de Britten midden november 1914 afgelost. Terwijl ze hun loopgraven en versterkingen uitbouwden en de wateroverlast meester probeerden te worden, heerste er een relatieve kalmte, die de Fransen tot toenaderingspogingen aanzette, evenwel zonder concrete resultaten. De Franse soldaten hadden de merkwaardige gewoonte om iedere avond hun geweren in het wilde weg leeg te schieten, zonder ook maar enige schade aan te richten. De Duitsers noemden dit vreemde fenomeen aan het Polygoonbos de ‘Avondzegen’. Bovendien schoten de Fransen de hele nacht lang zonder enig doel massa’s lichtkogels af, waardoor het landschap in het licht baadde.

Op Kerstavond 1914 lag het tweede bataljon van het 246ste Reserve-Infanterie-Regiment in de eerste linie aan het Polygoonbos. Het eerste bataljon lag gereed in Beselare, het derde in reserve in Dadizele. Elk van de 3 bataljons maakte zich klaar om zo goed en zo kwaad als het ging Kerstmis te vieren. De Württembergers in de loopgraaf versierden twee kerstboompjes met kaarsen die ze pas uit Duitsland ontvangen hadden en plaatsten ze bij het invallen van de duisternis omstreeks 4 uur op de borstwering van hun loopgraaf. Ze wachtten gespannen af of de Fransen hen niet zouden overladen met een nieuwe Avondzegen. Er gebeurde echter niets. Er werd geen schot gelost. Het werd onwezenlijk stil tussen de linies. De Duitsers bleven wel op hun hoede wachten met het geweer in aanslag, omdat ze een Franse aanval vreesden die hun kerststemming alsnog zou verpesten. En toen gebeurde het. In de Franse loopgraaf weerklonk plots een feestelijk gezang. Een prachtige tenorstem vertolkte een Kerstlied. De Duitsers luisterden ingespannen in de stille nacht. “Is het een fata morgana?” vroegen ze zich af. “Willen ze ons misschien in slaap wiegen? Of is het uiteindelijk dan toch de overwinning van de goddelijke liefde boven alle menselijke strijd?” Ze bleven op post, maar hun gedachten en hun hart gingen uit naar hun geliefden, vrouw en kind, ouders, broers en zussen die thuis het kerstfeest vierden rond de verlichte kerstboom.



Tussen de heilige Kerstnacht van 1914, het Feest van de Vrede en de Vreugde, en Nieuwjaar 1915 legden de strijdende partijen aan het westelijke front op tal van plaatsen de wapens neer, om ook effectief samen te komen in Niemandsland. Deze zogenaamde ‘kerstbestanden’ werden niet alleen ingegeven door de sfeer van het seizoen en het eindejaar, maar ook door de nabijheid van de vijandelijke troepen in de loopgraven, een gevoel van verbondenheid door dezelfde extreme condities, nieuwsgierigheid naar de andere kant en het besef dat er niet meteen een doorbraak zou komen. Het intreden van de vorst op Kerstavond maakte het modderige terrein bovendien tijdelijk weer begaanbaar, waardoor toenadering ook mogelijk werd. In de geest van Kerstmis lasten de soldaten zelf een adempauze in, waarvan ze gebruik maakten om hun doden te begraven, hoewel ze er geen ogenblik aan twijfelden dat ze verder zouden vechten. Het spontane staakt-het-vuren vond plaats in de 5de maand van een oorlog die 52 maanden zou duren. Naarmate de oorlog vorderde, steeds meer soldaten sneuvelden en gruwel en wreedheid zich opstapelden, ging elke vorm van menselijkheid verloren. Het Kerstbestand van 1914 kwam steeds verder af te liggen. Het leek steeds ongeloofwaardiger dat vijanden elkaar de hand hadden geschud en cadeautjes uitgewisseld hadden in Niemandsland. Van zij die er écht bij waren, bleef elk detail evenwel in hun geheugen gegrift. De ster was heel even stil blijven staan en had het licht van de vrede in hun harten laten schijnen.



POLYGONWALD, 24 december 1914

De kranke stammen van dit woud
schoren de dag niet langer.
Door het gebinte van de bomen
raast tomeloos de wind.
Hier rest alleen nog kreupel hout.
Wintersterren glimmen, ver en oud.

Tot strijd bereid staan wij,
voor God en Vaderland.
De vijand wacht, van ons
gescheiden door één schot.

Wij kneedden woorden uit de modder,
zongen schroot in onze keel,
schreven met bloed op vreemde grond.

Hoor!

In deze stille nacht, op dit plechtig uur
weergalmt een vurige stem:
Minuit, Chrétiens, c’est l’heure
solennelle …
Looft nu Zijn naam
tezamen met de engelen,
buig het hoofd voor de Verlosser,
kniel neer, voor Hem.

Een wind siddert langs de kale bomen.
Op deze mestvaalt bloeien weerom rozen,
onder een stolp van suikergoed en hoop,
van bladgoud en narcose.

Marc Dejonckheere

zaterdag 22 december 2012

Zandvoorde

Elk nadeel heeft zijn voordeel
Onbekend is onbemind. Die uitspraak geldt zeker niet voor Zandvoorde, het kleinste dorp in de fusie-gemeente Zonnebeke. Het dorp laat regelmatig van zich spreken. Er lopen daar nogal wat kleurrijke figuren rond die met hun fratsen zo nu en dan het regionale en nationale nieuws halen. Steevast wordt er dan bij gezegd: Zandvoorde-bij-Ieper om die van Zandvoorde-bij-Oostende niet te schofferen. Ieper wel te verstaan en niet Zonnebeke want er woont of woonde daar ook chique volk. We denken aan de familie Brel en sinds kort ook aan de familie de Peňaranda de Franchimont.

Zandvoorde, een dorp van nauwelijks vierhonderd inwoners, heeft een magische aantrekkingskracht op kerk- en kermisgangers. Waar elders aloude tradities zienderogen teloor gaan, tieren ze daar – naar hedendaagse normen – welig. Een geluk bij een ongeluk want het plaatje kleurt niet louter rozig. Zoals zovele dorpen verloor het de laatste decennia z'n gemeentehuis, z'n pastorie, z'n klooster, z'n meisjes- en jongenschool. De middenstand en de horeca kalven af maar geven zich vooralsnog niet helemaal gewonnen. En ja er zijn nog enkele bed-and-breakfasts en een sauna op respectabele, zedige afstand van de kerk. En de vrijzinnigheid stoort er zich mateloos aan de kruisen op het kerkhof. Zo gaan ze daar toch nog mee met de tijd. In ieder geval verstaan ze er de kunst om van een nadeel een voordeel te maken en het nog flamboyant te vieren ook. Het zou me niet verwonderen – als ze zo doorgaan – dat ze binnen enkele jaren in de media al spreken van Ieper-bij-Zandvoorde en niet meer omgekeerd.



Zondag 16 december was het weeral prijs. Een cameraploeg van WTV was er met een 
heuse reporter neergestreken. Zandvoorde is 'hot news' zeker nu het hen ter ore was gekomen dat baron Frederic de Peňaranda de Franchimont eregast was op een boekvoorstelling. Voor de camera vertelde hij zonder blozen, dat hij tot voor vijf jaar zelfs niet van het bestaan van Zandvoorde afwist. Het plaatsje moet een onuitwisbare indruk op hem nagelaten hebben want hij drukte in dezelfde adem de morbide wens uit om daar later ook begraven te worden. Daar is natuurlijk een goeie reden voor. Wat zelfs vele Zandvoordenaars niet weten, is dat er zich onder de kerk een afgesloten crypte bevindt, waar enkele voorzaten van de aimabele baron – gestorven in 1921 en 1922 – begraven liggen. In de kerk zelf vind je achteraan hun obiit hangen. Een obiit – latijn voor hij/zij is gestorven – is een rouwbord, een zwartgeverfd meestal ruitvormig houten bord met naam, titel en wapenschild van een prominente overledene met vermelding van de geboorte- en sterfdatum. 

In de parochieboeken zijn hun namen niet terug te vinden wat er op wijst dat ze elders hebben gewoond, waar dan ook de kerkdienst plaatsvond maar dat ze hier begraven werden. De familie de Peñaranda is van Spaanse afkomst. Als beroepsofficier in het Spaanse leger is de eerste de Peñaranda rond 1565 in onze contreien verschenen tijdens het schrikbewind van de Hertog van Alva. Die dacht met de hulp van het leger het opkomende protestantisme de kop in te drukken. De familie de Peñaranda bleef in ons land en werd om zijn militaire verdiensten in de adelstand verheven. Helemaal in tegenspraak met de repressieve aanpak van toen is de wapenspreuk van dit geslacht “pena tempe randa” wat kan vertaald worden als 'de pijn verminderen en verzachten'. Voorwaar een zeer christelijke maar on-spaanse gedachte. Zij werden door erfenis Heren van Zandvoorde in 1813. De familie had een kasteel in de straat naar Kruiseke waar zich nu de verlaten hoeve van Persyn bevindt. In de marge van dit nieuwtje mocht pastoor Valeer Cools in de kerk nog eens bladeren door het boek 'De Volksdevotie tot Sint-Cornelius en het kerkmeubilair' waar het die dag eigenlijk om te doen was. Aanschouwelijk zwaaide hij met het prachtige kruisreliek en bracht zo de vroegere processie van 'de Vruchten der Aarde' over de cannabisvelden weer tot leven. Een mooi verhaal dus waar een auteur als Dan Brown (De da Vinci Code) beslist een vette kluif aan zou hebben voor een nieuwe bestseller.



In het OC 't Santforde werden voordien door het 'Comité Zandvoorde 900' twee marmeren gedenkplaten onthuld die refereerden naar de glorietijd van de dorpscholen. Ronny en Marc, twee overlevenden van de laatste lichting van 1975 namen de honneurs waar voor de jongenschool. Emeline en Cynthia deden het nog eens over voor de meisjesschool, bestuurd door de Zusters van het Geloof van Tielt, die in 1994 de schoolpoort sloten.



Guido Vermeulen, stichter en ere-voorzitter van de heemkring de 'Zonnebeekse Heemvrienden' verdieptezich in het eerste deel van de lijvige brochure in de volksdevotie tot Sint-Cornelius' en beschreef in het tweede deel de aankleding en het kerkmeubilair van de Sint-Bartholomeuskerk. Hij sprak zijn bewondering uit voor de opeenvolgende pastoors en kerkmeesters en hun personeel die deze schatten hebben aangekocht en bewaard. Of zoals Zandvoordenaar Michel Vercaigne het zo sappig kan zeggen “'t is geen mul wat dat pastoor Nevejan kocht!”
Een niet mis te verstane aanbeveling om met het boek in de hand het allemaal eens van wat dichterbij te gaan bekijken. De gewenning slaat immers gauw toe en al dat moois verbleekt gauw tot decorum of kerkbehang en dan ontsnapt er heel wat aan onze aandacht.

De lijvige brochure bevat 103 genummerde pagina's en een 130-tal afbeelding waarvan het overgrote deel in kleur. Mede door de sponsoring van het Comité Zandvoorde 900 bevraagt de verkoopprijs slechts 10 euro. Het werk is te verkrijgen bij Laura Verbeke en Christine Van Exem.

Holland - België

Een tijd geleden kregen we vanuit Lindenholt (Nijmegen, Nl) de vraag of we hier ter plaatse niet enkele jongeren warm konden maken voor een uitwisseling. Lindenholt is een Augustijns geïnspireerde parochie. Pater Wim Sleddens was er in de jaren negentig pastoor, vandaar. De gemeenschap heeft een jongerenkoor dat begeleid wordt door een enthousiast combo. Jolie is de naam van het geheel. Het bestaat sinds september 1992 en heeft leden in de leeftijd van 12 tot … jaar. Ze hebben een uitgebreid repertoire in het Engels, Duits en natuurlijk het Nederlands, waaronder ook bekende popliedjes. De repetities zijn er op vrijdagavond in de kerk. Na de repetitie is er ruim de tijd om te blijven hangen en bij te praten want gezelligheid is een heel belangrijke bindingsfactor. Regelmatig zijn er ook activiteiten buiten de diensten, zoals een kamp, een fuif en (buitenlandse) jongerenbijeenkomsten. Sinds 2002 gaan ze om de twee jaar met een groep naar San Gimignano (Toscane) om daar mee te helpen het internationale, historische, Augustijnse klooster daar op te knappen en te genieten van de Italiaanse zon, het eten en de rust van het klooster zelf. De vraag naar uitwisseling was verre van evident. Want welke jongerengroep was hier ook maar enigszins compatibel met dit gezelschap? Dit jaar kwam vanuit het Beselaars Jeugdensemble, de jongerenafdeling van de Harmonie Sint-Cecilia, de vraag om de Vormselviering te mogen begeleiden. Een geschenk uit de hemel! Een vorm van kerkbetrokkenheid, jongeren in dezelfde leeftijdscategorie, muzikaal potentieel... de basisingrediënten waren er om de vraag te stellen. 

En ze zeiden niet nee. Zaterdag 15 december was er een eerste ontmoeting in Beselare op bestuursniveau. Volwassenbegeleiders Pieter Renkens en Jan-Martijn van der Werf waren tot hier gekomen. Ze konden meteen een repetitie meemaken voor het komende kerstconcert en nadien volgde er een werklunch in De Reutel. De vraag werd toegelicht en de mogelijkheden afgetast. Groot objectief voor 2014 is om samen te trip te wagen naar San Gimignano. Een gebeuren waar samen werken, ontmoeting, ontspanning, genieten, verdiepen en musiceren hand in hand gaan. De bijeenkomst heeft telkens een onderliggend (Augustijns) thema dat op het niveau van de jongeren zelf wordt aangebracht en uitgewerkt. 'Muziek' zou een voor de hand liggend onderwerp kunnen zijn. Augustinus wijdde er zelfs ooit een boek aan. Waar heeft hij niet over geschreven? De wil en de goesting om verder te gaan was achteraf duidelijk aanwezig. Wordt vervolgd! 

Op de foto herkennen we v.l.n.r. Pieter Renkens, Mathias Deleu, Brecht Hauspie, Marieke Lesschaeve, Elien Maertens, Pieter Meersseman, Marijke Cardoen en Jan-Martijn van der Werf.

Koorjubileum

Meer dan twintig jaar


Zondag 16 december vierde het Federaal Koor van de Molenarelst in de eucharistie van negen uur in de Sint-Bartolomeuskerk van Zandvoorde haar meer dan twintig jarig jubileum. Een kristallen of een porceleinen verjaardag met al een zilveren boordje. Wanneer het precies begon weet niemand. Want wanneer ben je nu een koor? Het begint met enkele verdienstelijke pogingen van een handvol enthousiastelingen, het groeit en voor je het weet meet je je een uniform pakje aan en staat er een dirigent voor je neus te zwaaien. Dan ben je heus al een koor. Als je later om de zoveel jaar wil jubileren en feesten moet je ergens een streep trekken en dat werd ergens in 1992. Na twintig jaar werd het stilaan tijd voor zo'n feest. Na de sluiting van de kapel van de Molenarelst treedt het koor nu zowat maandelijks, wisselend op in één van de parochiekerken van de federatie. Ze repeteren nu wekelijks op woensdag tussen acht en negen uur 's avonds in de week- of winterkapel van de Sint-Martinuskerk van Beselare. Het koor staat momenteel onder leiding van Ine Coghe en telt een twintigtal leden. Na de viering werd de dirigente bedacht met een mooie ruiker bloemen, die afstraalt op de inzet en de vriendschap van alle koorleden. Proficiat!


Resultaten 11.11.11-actie


De 11.11.11-actie 2012 was een groot succes in Zonnebeke.
De 40 vrijwilligers zamelden dit jaar een pak méér in dan vorig jaar.
Zonnebeke: 1956,25 euro
Beselare: 1400,37 euro
Passendale: 1459,30 euro
Geluveld: 957,40 euro
Zandvoorde: 170,00 euro
TOTAAL: 5943,32 euro
Een vergelijking: vorig jaar was dit 4604,18 euro.
Dit is ook te danken aan het feit dat er in Passendale weer actie gevoerd wordt.
Er kwam daarbij nog 350,00 euro aan overschrijvingen binnen en de gemeente schonk daar nog eens 6500 euro bovenop aan 11.11.11.
Bedankt aan alle vrijwilligers en aan iedereen die een bijdrage gaf.
Interesse in de lokale werking van 11.11.11?
Neem dan contact op met
Maria Roose: 051 77 05 07
Sonja Hauspie: 051 48 00 64
e-mail: sonja.hauspie@zonnebeke.be)

woensdag 12 december 2012

Een oude liefde, een nieuw hart voor de parochie


Geluveld
In Geluveld schreven zestien twaalfjarigen zich dit jaar in voor de vormselcatechese, die het sacrament van het Heilige Vormsel voorafgaat. Dat feest vindt hier plaats op zaterdag 18 mei 2013. Boven alles zijn kinderen de mensen heilig. Het beste is voor hen bij wijze van spreken nog niet goed genoeg. Dan moet je wel grenzen overschrijden en kom je hoe dan ook langs een sacrament bij God terecht. Die voorbereiding is geen randgebeuren meer. Integendeel in een tijd waar de band met geloof en kerk van langs om meer vervaagt kan een parochie zich rond dit sacrament nog eens te volle waarmaken: zich geroepen weten om het geloof te vieren, om het geloof te leren en zich geroepen voelen om elkaar in geloof te dienen. Dat is de essentie van een christelijke gemeenschap en de voorbereiding is er dus ook best een afspiegeling van. Zo ervaren de vormelingen maar ook hun ouders en zelfs de (weinige) trouwe kerkgangers dat christen-zijn nog wat meer is dan 'naar de messe gaan'. Liturgie, catechese en diaconie of dienstbaarheid hangen onlosmakelijk samen. Vaak leeft in de hoofden dat catechese iets is voor kinderen, de mis iets is voor oude mensen en goede werken … ja wie trekt het zich nog aan ..?

De voorbereiding geschiedt hier op de parochie – van oktober tot mei – min of meer maandelijks de zaterdagnamiddag met een doe-moment, een reflectie daarop en een afsluitende viering samen met de aanwezige parochiegemeenschap. Op die manier passeert ook het kerkelijk jaar met z'n sterke tijden (Advent en Vastentijd) en feesten (Kerstmis, Lichtmis, Pasen en Pinksteren) de revue en maken ze het allemaal eens van dichtbij en in het 'echt' mee. Op die manier bezielen en reanimeren ze telkenjare een wat zieltogende parochie. Jong en oud hebben elkaar van doen, zoveel is duidelijk vandaar de slogan 'een oude liefde, een nieuw hart voor …' De geloofsopvoeding van onze kinderen is in goede handen. Er zijn niet alleen onze trouwe catechisten, die het tegen de tijdgeest steeds maar weer blijven opbrengen, er is ook de gedegen schoolpastoraal die z'n vruchten afwerpt.
Zo verlangen steeds weer kinderen om voor één of meerdere jaren 'misdienaar' te zijn. Daar wordt soms nogal ten onrechte denigrerend over gedaan en misschien schrikt dat ook ouders af om hen daarin te steunen. Sommige ontraden het hun kind zelfs. We kunnen alleen maar vaststellen dat kinderen, die het wel doen, na verloop van tijd uitgroeien tot evenwichtige jongeren met een goed hart en een gedegen normbesef op wie je zonder meer kan rekenen.


We begonnen in oktober met de vertoning van 'The Mighty', een aangrijpende film die een lans breekt voor de kracht van 'ontmoetingen' en 'vriendschap' die mensen letterlijk en figuurlijk uit hun isolement kan tillen en boven zichzelf kan doen uitstijgen. De periode voor Kerstmis, de Advent is dan weer een uitgelezen kans om bewust en in christelijk perspectief het feest tegemoet te treden.
Een feest dat de wereld op z'n kop zet omdat het alle wereldse waardeverhoudingen omkeert. De laatsten zullen de eersten zijn. De 'zwakken' – gesymboliseerd in het haveloze kind – zullen het tempo van de sterken bepalen. De dood wordt overwonnen … Het is de kortste weg naar liefde, vrede en geluk. De actie 'Welzijnszorg' gaat daar heel concreet op door. Zoiets gaat niet vanzelf.
We moeten er naar verlangen, er op hopen en er iets voor doen. Dat vraagt tijd, geduld en volharding. Die beleving wordt ons kunstig en betekenisvol aangereikt in een 'Adventskrans', met z'n buigzame takken vol veerkracht, z'n groene loof dat moeiteloos overwintert, het geduldig, gestaag en volgehouden branden van de kaarsen die ons helpen onderscheiden waar het in de liefde op aankomt.



Een adventskrans hoort dus niet alleen in de kerk, of in de klas maar ook thuis. Daarom gingen onze kinderen onder begeleiding van de catechisten vaardig aan de slag om gedreven en in een mum van tijd elk voor zich een krans in elkaar te flansen. Maar zo'n krans blijft als sierstuk inhoudsloos wanneer we er geen diepere betekenis aan kunnen geven. Samen met priester Marcel Vanhauwaert, die zich al vele jaren als een tweede natuur inzet voor kansarmen in Ieper, gingen we op zoek op welke manier mensen vandaag hun 'armoede' beleven. Niemand ontsnapt er aan want armoede uit zich niet alleen materieel in geldgebrek maar ook in vele vormen van eenzaamheid als gevolg van ziekte, discriminatie, hoge ouderdom, relationele moeilijkheden … De meeste vormelingen waren er verre van ongevoelig voor want iedereen kent wel iemand waar hij om geeft die het moeilijk heeft. Dat bleek uit enkele spontane getuigenissen die heel wat medeleven verwekten. Het leven is geen spelletje. Dat hebben de meesten wel door als ze even stil vallen en het uitte zich in enkele eerlijke aanbevelingen voor een betere wereld.



Goede voornemens die we konden beamen in de voorbeden van de viering:
– voor de profeten van nu,
mensen die de vinger op de wonde leggen en wantoestanden aanklagen,
die in hun manier van optreden bevrijding brengen,
die menselijke gebrokenheid met mildheid tegemoet treden,
die het leed van anderen helpen verlichten ...

– dat onze zorgen verder zouden reiken dan onszelf,
dat we oog en oor hebben voor medemensen in nood,
in het bijzonder voor ouderen in armoede,
zodat ze niet vereenzamen ...

– dat we de essentie niet uit het oog zouden verliezen.
De geboorte van het Kind dat heet:
'Ik zal er zijn voor jou' ... 

woensdag 5 december 2012

Christmas truce 1914



Zaterdagavond 1 december slaagden toch nogal wat mensen in het duister, doorheen een spoor van modder en een wirwar van wegversperringen en omleidingen, Beselarekerk te bereiken. Voorwaar een uitgelezen decor om zich in woord en muziek op te warmen aan de kerstbestanden van eind 1914, begin 1915. Daar zorgden het koor 'De Reutelnoot' (What's in a name?) en het 'Rosenbachtrio' met Ami Muto (viool), Reinaert Albrecht (piano) en Hans Van Daele (cello) voor. Klassieke muziek rond het thema leven en dood. Hoop maar vooral wanhoop raken elkaar. Saint-Saëns, Debussy, Rachmaninov, Kreisler, Golterman en Sarasate stonden op het programma. Klassieke muziek die bekend in de oren klinkt. Marc Dejonckheere tekende voor het woordgedeelte.

Tussen Kerstavond 1914 en Nieuwjaar 1915 legden de strijdende partijen aan het westelijke front op tal van plaatsen de wapens neer, om te verbroederen in niemandsland. Deze zogenaamde 'kerstbestanden' werden niet alleen ingegeven door de sfeer van het seizoen en het eindejaar, maar ook door de nabijheid van de vijandelijke troepen in de loopgraven, de relatieve kalmte, een gevoel van verbondenheid door dezelfde extreme condities, nieuwsgierigheid naar de andere kant en het besef dat er niet meteen een doorbraak zou komen. Het intreden van de vorst op Kerstavond maakte het modderige terrein bovendien tijdelijk weer begaanbaar, waardoor toenadering mogelijk werd. In de geest van Kerstmis lasten de soldaten zelf een adempauze in, hoewel ze er geen ogenblik aan twijfelden dat ze verder zouden vechten. Het bestand vond plaats in de 5de maand van een oorlog die 52 maanden duren zou …
Over de aanloop er naar toe, het Kerstbestand zelf en het einde ervan schreef Marc Dejonckheere uit Zonnebeke 3 gedichten, met vooraf een korte toelichting.



Opgezweept door de propaganda heerste er in de eerste maanden van de oorlog een vastberaden gretigheid onder de soldaten om ‘de vijand’ terug te slaan. De campagne had bij de British Expeditionary Force aanvankelijk nog de allure van een stijlvolle picknick en bij de nieuwkomers heerste nog de sfeer van hun zomerkamp of van een ruiterlijk bevochten sportwedstrijd. Niet voor lang echter. Met het vastlopen van het front en de winter voor de deur, groeide het besef, dat ze niet voor Kerstmis thuis zouden zijn. Geen gezellig kerstfeest met de geliefde bij het haardvuur of kussend onder de maretak. Bovendien eisten de gevechten een steeds zwaardere tol aan mensenlevens. Het verfijnde serviesgoed viel aan diggelen, het kanongebulder deed de leeuwerik verstommen, soldaten gingen massaal dood …

I.

Op weg naar het front
dronken wij monkelend thee
uit fijnwit romig porselein.

De leeuweriken zongen hemelhoog.

Onze koene blikken
en geboende jongenslijven blonken.
Souvenirs, we namen ze allemaal mee.

Met zilveren lepels fileerden we tezamen
de vis van de avond op zijn zilveren schaal,
de maan een schijfje citroen.

Nog ligt de nevel als velouté
over de velden, fluweelzacht de nacht,
schoner dan de dagen.

Het vee betreedt zijn abattoir gezwind.
Bliksem rammelt met een deksel
boven niemandsland. De wind scheurt
zwachtels van de hemel af.

Dan smeert de ochtend doodverf op het veld
van eer en wedgwood valt aan scherven.

Zwijgt de leeuwerk in het zwerk.

Mijn verhemelte blijft hees,
ik proef nu beendermeel en mest.

Wij sterven. Er bloeien bloemen
uit ons rozig vlees.



Met Kerstmis 1914 riepen de soldaten in de loopgraven zélf de vrede uit op aarde. In de Britse sector strekte het front zich uit tussen Sint-Elooi ten zuiden van Ieper en La Bassée in Frankrijk, over een afstand van 27 mijl. De strijdende partijen lagen er soms op amper 90, 70, zelfs 30 yard van elkaar. Over twee derde van dat front vonden er Kerstbestanden plaats. De soldaten zongen kerstliederen tegen elkaar op, zwaaiden, riepen kerstwensen, verlieten hun versierde schuilplaatsen en ontmoetten elkaar halfweg niemandsland. Ze schudden elkaar de hand, wisselden cadeautjes en adressen uit, maakten foto’s met elkaar en grepen het bestand aan, om hun dode kameraden te begraven. Die lagen soms al weken tussen de vijandelijke linies. De vorst had het terrein sinds Kerstavond uitzonderlijk weer begaanbaar gemaakt, tot de avond van 27 december 1914. Ondertussen werd van beide kanten amper een schot gelost.

In het volgende gedicht ziet de gesneuvelde soldaat dit tijdelijke oponthoud in de vijandelijkheden met enige verbazing aan. Hij ligt dood op zijn rug, met zijn gezicht naar de vijandelijke linie, gesneuveld in een vorige aanval. Dan klinken de goddelijke tonen van het Adeste fideles. Wij komen tezamen. O come all ye faithful, joyful and triumphant. Niet voor lang echter. Algauw zullen de vuurpijlen de ster van Bethlehem weer verblinden.

II.

Moordkuil, sterrentuil.

Onder het morose gieren van mortieren
hielden wij op met huilen.

Het gezicht naar de vijand gericht
namen wij een dodelijke pose aan
onder een lijkwade van druilende mist
en slijk.

Ook wij lagen bij nacht verkild in het veld.
IJsbloemen bloedden uit onze blik.
Rijm streek de wimpers van de helden dicht.

Toen brachten zij het licht, het sterrenblinken
en de zachte eng’lenkoren.

Hoor ze het Adeste zingen! Adeste fideles.
Tezamen kwamen zij.

Voor elke plicht van haat, vonden zij
een daad van vrede, een uitgestoken hand
halfweg dit niemandsland.

Voor elke vloek een oogopslag.
Een familiaar gebaar voor elk gezicht.

De Heiland is geboren. Prijs Hem. Hij die Zijn leven gaf.

Lichtkogels verblinden straks de ster van Bethlehem.
Morgen schieten ze weer de sterren van de hemel af.



Hoewel het opperbevel sterk gekant was tegen enige vorm van verbroedering, liep het kerstbestand van 1914 op sommige plaatsen aan het front nog door tot na Nieuwjaar 1915. Soldaten en officieren maakten van de tijdelijke kalmte gebruik, om loopgraven op te knappen, prikkeldraadversperring te herstellen, informatie over de andere kant in te winnen, … Zolang konden ze ook hun hoofd boven de borstwering uit steken, zonder door een scherpschutter neergeschoten te worden. De vogels keerden zowaar terug in Niemandsland. Sommige eenheden probeerden de herneming van vijandelijkheden zo lang mogelijk uit te stellen en gaven alleen de indruk te strijden, door kalm aan te doen en boven de hoofden te schieten. In hun geest bestond echter niet de minste twijfel, dat ze ooit opnieuw, en met hernieuwd vuur, zouden strijden. Geleidelijk aan werd dan ook overal de oorlogsvoering hernomen. Voor één ogenblik, in de heiligheid van het seizoen, had het hen onnatuurlijk toegeschenen de mens aan de andere kant kapot te maken. Naarmate de oorlog vorderde, steeds meer soldaten sneuvelden en gruwel en wreedheid zich opstapelden, ging elke vorm van menselijkheid echter verloren. Het Kerstbestand van 1914 kwam steeds verder af te liggen. Het leek steeds ongeloofwaardiger dat vijanden elkaar de hand hadden geschud en cadeautjes uitgewisseld hadden in Niemandsland. Van zij die er écht bij waren, bleef elk detail evenwel in hun geheugen gegrift. De ster was heel even stil blijven staan en had het licht van de vrede in hun harten laten schijnen.

III.

Weer sta ik kniediep in de zwarte zomp.

In de granaattrechter van mijn mond
drijf ik woordeloos rond.

Nog rest de rochel van mijn romp.

Het was een Stille Nacht. Een Heilige Nacht.

Toen waren onze woorden jonge duiven,
Vriend vijand.
We hoorden nachtegalen, liefde en lente,
we waren uitverkoren.
Kanongedonder klonk als feestschalmeien.
Doodsvalleien werden weer die grazige weiden,
vol serpentines speelse prikkeldraad
en No Man’s Land een kogelvrije kamer
voor het argeloze wicht.

Wij dronken van Zijn licht bij dageraad.

Nu bloesemt, bloedt Zijn doornenkroon
en maken onze maden oude wonden schoon.