Pagina's

donderdag 17 december 2015

Jouw mooiste moment



Merkwaardig is het toch om op kerstavond of in de morgen, om in de koude, de schemer of het duister je huis te verlaten, om in een kerk naar een verhaal te zitten luisteren dat je uit je hoofd kent. En niet alleen hier, het gebeurt in de hele wereld. Hoe verschillend we ook zijn, op een of andere manier voelen we daar een soort onderlinge verbondenheid. Misschien zijn we er voor de warmte of de sfeer. Misschien zijn we ook op zoek naar antwoorden op grote of kleine vragen waar we al een tijdje mee rond lopen.

Maar wat zou onze aanwezigheid daar voor gevolgen kunnen hebben? Schieten we er iets mee op? Worden we er beter of wijzer van? Alle verschillen of tegenstellingen tussen mensen worden er niet door opgeheven, en dat we er meteen antwoord zouden krijgen op onze meest pertinente vragen, is ook niet erg waarschijnlijk. Wij, mensen, zijn niet alleen heel verschillend, we leiden ook nog eens een onnavolgbaar en onverklaarbaar leven. Elk van ons is stuk voor stuk een groot en diep geheim. Iemand kan vandaag smoorverliefd zijn, teder bewogen of vergevensgezind. Een week later ziet hij het niet meer zitten en zegt hij dingen waar hij dan weer achteraf spijt van heeft. Echte, dikke vriendschap met iemand hebben en toch ook diep gekwetst kunnen worden door zomaar een losse opmerking die verkeerd aankomt. We hebben allemaal onze idealen, maar twijfelen al zodra een ander erom lacht of niet mee wil.

Een oud verhaal ...
Wie kan het allemaal verklaren? Wat is dat toch met ons, mensen? 
We zoeken antwoorden,
en af en toe vinden we er enkele in de uitverkoop. Er zijn ook heel oude antwoorden zoals in de Bijbel, maar die vertrouwen we niet helemaal, omdat we nogal vlug denken dat de mensen van vroeger niet zo slim waren als wij nu zijn.

Drieduizend jaar geleden begonnen ze een verhaal te schrijven om een antwoord te geven aan dat onrustige verstand van ons. Waar komen we vandaan en waar gaan we naartoe? Er zou een God zijn die ons uit liefde gemaakt heeft en ons het leven heeft ingeblazen. Hij had alles met de beste bedoelingen heel goed geordend en het een plek gegeven. Met dat verhaal begint een heel dik boek.

… en een update
Tweeduizend jaar geleden werd er een ander boek geschreven, en dat begon met een verhaal over een God die ons in het hart wilde raken. Hij kon het niet langer aanzien dat in de wereld arme mensen niet meetelden, en alles wat niet in de pas liep, opzij geduwd werd. Zijn antwoord was een kind. Een kind raakt ons hart. Het was een mooi antwoord op dat verwarrende bestaan van ons, en we hebben er dit kerstfeest aan overgehouden. Die twee boeken zijn samengevoegd, en dat geheel noemen we de Bijbel.

Terug naar af ...
Eeuwen later zei men: 'Er is geen God aan het begin, en ook niet aan het eind. Er is geen antwoord op de bittere armoede. Er is geen 'daarom' op een dodelijke ziekte. Iedereen moet het zelf maar uitzoeken. Iedereen gaat zijn eigen weg. Je mag zelf een antwoord zoeken en als je geen antwoord wilt, ook goed. Iedereen zoekt maar in de wildernis van deze wereld een eigen plek die hem veilig of heilig is. Er zijn duizenden verhalen en honderdduizend antwoorden. Er zijn geen grote namen meer als voorbeeld, geen verhalen meer die op alles antwoord geven.

… en opnieuw op zoek
Maar toch zijn we allemaal een beetje heilig, als we zomaar een goede dag hebben en een ander wat kunnen opvrolijken of vergeven. Het geheim van het leven ligt besloten in een kind dat naar je lacht. Ons leven is opgebouwd uit ontmoetingen. Waar je mee omgaat, daarmee word je besmet. We kunnen ons laten aanpraten dat de wereld slecht is, of we kunnen van de wijs gebracht worden door geweld of een grote mond. Er zijn ook ontmoetingen die ons mooi kunnen maken, bescheiden en behulpzaam. Het hangt er van af met wie je omgaat. Maar wanneer wij een kind ontmoeten, valt onze grootspraak weg. Van een kind kun je niets eisen. Van een kind kun je alleen maar ontvangen. Een kind geeft ons het geheim van ons leven terug. En daarom komt God als een kind. Daarom hebben we ook niet zo veel te eisen van God. Probeer te ontvangen wat Hij geeft.

Jouw moment
Wil je echt leven met minder geweld en minder harde woorden? Dan zit je op kerstavond of kerstdag zelf in goed gezelschap in de kerk. Ben je bereid gewoon te ontvangen zoals een arme herder die knielt en het wonder van ons bestaan ondergaat? Dan is dit jouw moment.
Wil je even geen antwoord op al die overspannen vragen, maar stilte en eerbiedige nabijheid? Je treft het, want dit is precies de goede plek.

Kerstmis is een oud verhaal 
maar goede verstaanders vinden er nog bruikbare woorden in.
Een ontmoeting die niets eist, maar ons leven een beetje lichter maakt. Willen of niet, we moeten toch verder in dit leven. Kerstmis geeft ons de gelegenheid om samen zingend een antwoord te vinden op onmogelijke vragen. Een ontmoeting met een kind, de spiegel van het diepste van onze ziel. Daar kun je alleen maar beter van worden.

donderdag 10 december 2015

't Zunnetje heeft een smoel


... verschoning een eigen gezicht, een dak boven het hoofd en wat voor één. In nauwelijks anderhalf jaar tijd groeide Welzijnsschakel 't Zunnetje uit tot een volwassen en gedragen initiatief in groot Zonnebeke. Zeg maar in onze federatie want het mag gezegd, dat het een gezamelijk project is van de de Zonnebeekse parochies. En dat is erg hoopvol voor onze geloofsgemeenschap. Dat ze daarbij kan rekenen op de gewaardeerde steun van de gemeente en het OCMW wijst er op dat de neuzen in dezelfde richting staan. Het besef leeft dat middelen en professionele aanpak – hoewel broodnodig – niet volstaan, dat het ook meer dan een verhaal van rechten en plichten is, dat nabijheid onontbeerlijk is. Vooral dat laatste is de troef en de meerwaarde van een welzijnsschakel. Armoede vergt een gezamelijke aanpak.

Een veelkoppig monster
Armoede is een veelkoppig monster van alle tijden dat onder vele gedaanten en op veel plaatsen opduikt. Ze presenteert zich hier nu anders dan honderd jaar geleden of in Noord en Zuid. Uiteraard is er verschil tussen ginds omkomen van honger, er moeten leven met 2 dollar per dag, en hier onvoldoende inkomen hebben om in onze samenleving mee te kunnen. De oorlogsverhalen van toen over wat er wel of niet te eten was, de schaarste, en dan wat jaren later de omslag naar luxe en nog later overconsumptie zijn ons bekend. Dus, zo zou je kunnen stellen, wat hebben armen vandaag te klagen? Zo slecht als het toen was heeft niemand het nu. We zijn er inderdaad met zijn allen op vooruitgegaan.

Maar vandaag meten we armoede in relatieve termen, in verhouding tot het gemiddelde inkomen. Een alleenstaande met een maandelijks inkomen van om en bij de 1000 euro heeft het niet onder de markt en flirt met de armoedegrens. De samenleving legt immers aan iedereen steeds nieuwe en hogere normen op, de arbeidsmarkt vergt steeds betere kwalificaties. Wie deze trends om allerlei redenen niet kan volgen, verzeilt in een buitenbaan en riskeert in een neerwaartse spiraal terecht te komen.


Oude armoede erf je ...
In onze spontane voorstelling van mensen in armoede duikt vaak een heel smal beeld op. Een beeld dat niet overeenkomt met het profiel van de personen in risicosituaties. We denken vaak alleen maar aan daklozen, mensen die in generatie-armoede leven in achtergestelde buurten, die langdurig werkloos zijn en uit de bijzondere jeugdzorg komen. De 'oude armen', de niet-modale mens want die behoort al enkele jaren tot de middenklasse. Hun armoede is het meest zichtbaar. Al bij al gaat het hier om 10 procent van het grote aantal, de 15 procent Belgen, dat in zeer risicovolle omstandigheden leeft. Toch beïnvloedt dat beeld ons denken en het heeft ook een heel sterk appellerend karakter. We worden getroffen of voelen ons ongemakkelijk als we de bedelende mensen aan onze stations zien. We vinden dat er iets moet gedaan worden voor mensen die honger hebben, geen dak boven het hoofd hebben, voor kinderen die met een lege boterhamdoos naar school komen. De oplossingen lijken dan voor de hand te liggen: opvang, voedselhulp, jobs, hulpverlening om mensen op het rechte pad te krijgen, de gevolgen van armoede aanpakken. Er is evenwel geen of weinig aandacht voor maatschappelijke veranderingen, regelgeving, een menswaardig inkomen, de aanpak van de oorzaken.



Nieuwe armoede overvalt je ...
In tegenstelling tot de vorige groep spreekt men over 'nieuwe armen', wanneer het gaat over 'gewone' mensen die niet marginaal genoemd worden, die jong of oud, man of vrouw, werkend of werkloos zijn, kortom iedereen. De financiële en economische crisis van enkele jaren geleden heeft die groep meer zichtbaar gemaakt. We kennen allemaal wel iemand die zijn werk verloor, wiens gezin uiteenviel, die een financiële tegenslag kreeg. Meer dan bij generatiearmoede gaat het om een groep mensen die veel korter bij onze eigen manier van leven staat, gaat het over mensen die we in onze kennissen- of familiekring hebben.

Positief en gemeenschappelijk voor de situatie van nieuwe armen is dat ze in aanvang een sterker ondersteunend netwerk hebben dan generatiearmen, dat ze nog heel wat sociale relaties hebben en dat de financiële situatie nog niet tot vele andere vormen van uitsluiting heeft geleid. Dat heeft voor een deel te maken met het feit dat hun situatie niet zo zichtbaar anders is dan die van ons. Zo zullen zij in eerste instantie minder met vooroordelen en veroordeling geconfronteerd worden, als de situatie maar niet te lang aanhoudt. Toch mogen we ons niet in slaap laten wiegen door de idee dat deze nieuwe armoede van voorbijgaande aard is. Of dat ook die nieuwe armoede weer zal dalen als het economisch beter gaat. Want ook binnen de nieuwe armoede blijven het de meest kwetsbare mensen die het eerst uit de boot vallen en het laatst uit het dal klimmen.



Wat doet armoede met mensen?
Overtuigde medestanders van de armoedebestrijding hebben geen concrete verhalen nodig om te weten dat er iets grondig fout zit in ons maatschappelijk systeem. Maar in ons dagelijks leven, in onze omgeving verandert de bril die we opzetten om naar mensen in armoede te kijken, meestal pas als we mogen binnenkijken in hun dagelijkse overlevingsstrijd. Als we ervaren wat een leven in armoede met hen doet. Mensen in nieuwe armoedesituaties dekken hun moeilijkheden toe binnen de eigen kring. Ze proberen de oude levensstijl vol te houden. Schaamte en gevoel van mislukking wil men niet uiten. Het enige alternatief is dan dikwijls leningen aangaan en een schuldenberg opbouwen.

Aan de andere kant is er nog altijd een gevoel van te kunnen terugvallen op anderen, op familie en vrienden, zeker in een eerste fase. Het zelfwaardegevoel is aangetast, maar (nog) niet fundamenteel onderuitgehaald. Het gevoel van alles uitgesloten te zijn is er nog niet, maar hoe langer de situatie duurt of hoe fundamenteler ze is, hoe meer alle kenmerken van uitsluiting zich gaan voordoen. De kloof, de breuk met de rest van de samenleving is misschien nog niet zo groot als bij mensen in generatiearmoede, maar ze is dreigend aanwezig.

Armoedebestrijding Het gevoel mislukt te zijn, uitgesloten te worden, aansluiting te missen, kansen te missen op vele levensdomeinen is voor mensen in armoede even erg als de financiële tekorten. Maar toch los je die armoede niet op door alleen die binnenkant aan te pakken. Armoede uitbannen kan maar in een rechtvaardige samenleving waarin iedereen dezelfde kansen krijgt, waarin ieders rechten gerespecteerd worden en waar niet het principe gehuldigd wordt “als het goed is voor de rijken, dan ook voor de armen”. Om dat te bereiken is een breed draagvlak van solidariteit nodig. Om armoede uit te bannen is er vooral ook dialoog nodig in diep gegrond wederzijds respect. En ook dat is niet zo makkelijk. Schaamte, onbeholpenheid om armoede een taal te geven en vooroordelen aan de twee kanten, zijn drempels die geëffend moeten worden.

Maar mensen in armoede hebben nog meer nodig. De geraaktheid, de betrokkenheid van de medemens, barmhartigheid die verder gaat dan waar rechtvaardigheid stopt, liefde voor de (ook anonieme) medemens als motor voor engagement en inzet in het concrete. Een 'warme persoonlijke' solidariteit vanuit het hart als drijfveer om de handen uit de mouwen te steken. Hopelijk kan dat ook als motivatie dienen om te blijven investeren in de 'koude onpersoonlijke' solidariteit van de regelgeving, die we realiseren via eerlijke belastingen en een sterke sociale zekerheid die voor iedereen toegankelijk is. Ook dat is gerechtigheid.



Wat kunnen we als gelovigen doen?
Als gelovigen vinden we in onze traditie en teksten aansporingen terug om die twee vormen van solidariteit te beleven. De lezingen van de advent en de de campagne van Welzijnszorg, bieden ons niet alleen een toekomstperspectief, maar tegelijkertijd ook concrete pistes om die solidariteit te beleven.

In z'n commentaar bij de zondagslezingen van de derde zondag van de Advent, wijst Luc Devisscher in editie 49 van dit blad erop dat uit een onderzoeksproject van het Interdiocesaan Pastooraal Beraad (IPB) gebleken is dat 'diaconie' naast 'liturgie' en 'catechese' één van de drie kernopdrachten van een parochie, het 'astmatische sukkeltje' is. Hoewel de zorg voor de zwaksten nog min of meer aanwezig lijkt in 'sterk' levende geloofsgemeenschappen, wordt het gebrek eraan in 'weinig' levende duidelijk als een gemis ervaren. Wat moeten we doen? Het is vraag die eertijds aan Johannes de Doper werd gesteld?

Dezelfde vraag van zoveel mensen van goede wil vandaag. Mensen die hun geloof handen en voeten willen geven. Mensen met een groot hart, dat ze ook vaak nog op de tong dragen. Praktisch, creatief ingestelde mensen met dadendrang. Mensen met principes. Een welzijnsschakel is een eigentijdse manier van doen die hen op het lijf geschreven is. Zo kunnen ze anderen 'doende' nabij zijn. Anderen de warmte geven die ze mankeert of die ze nooit ten diepste mochten ervaren. Anderen het gevoel geven van 'je mag er zijn'. Het scherpt hun eigenwaarde aan, geeft kracht om met vallen en opstaan hun leven (terug) op de rails te plaatsen. Het vraagt van de vrijwilliger heel wat geduld en hij moet tegen een stootje kunnen, moedig zijn om her te beginnen en verder te doen. Bij uitstek goddelijke vermogens die vanuit het geloof worden gevoed, wil je het finaal volhouden. Zo'n mensen tref je aan in welzijnsschakel 't Zunnetje. Misschien is dat ook jou manier van geloven? Welkom!



Eén adres
Het OCMW stelde een huis ter beschikking in de Wervikstraat 2 in Beselare. Daar is o.a. een kledij- en speelgoeddepot in onder gebracht. Er is ruimte om te vergaderen, voor gesprekken en activiteiten te organiseren. De laatste tijd ging het nogal snel. Met man, vrouw en macht werd naar de officiële opening toe gewerkt. Het resultaat en het enthousiasme van de meer dan 20 vrijwilligers verraste bij de opening de vele genodigden.

De aanwezigheid vrijdagavond 4 december van o.a. burgemeester en schepenen, de secretaris, gemeente- en OCMWraadsleden, de sociale dienst, mensen uit de gezondheidszorg, het onderwijs en het verenigingsleven was meer dan een hart onder de riem. De verschillende sprekers Christine Van Exem en Jef Carette ('t Zunnetje), Fino Tratsaert (vrijgestelde Welzijnsschakels vzw W.-VL.) en Maria Vander Meiren (OCMW-voorzitter) spraken hun diepe bezorgdheid, betrokkenheid en dankbaarheid voor het initiatief uit. De volgende dag zaterdagnamiddag 5 december was het dan de beurt aan de doelgroep, onze 'Zunneleden' om samen met hun kinderen te genieten van een gezellig samenzijn met een drankje en een hapje. Ook zij waren bijzonder aangesproken en tevreden.

Op de vergadering van woensdag 9 december werd het hele gebeuren en de voorafgaande succesvolle kerstrozenverkoop geëvalueerd, de manier van werken verder geoptimaliseerd, de laatste voorbereidingen getroffen voor de Kerstevocatie op zondag 20 december in Zandvoorde-dorp. (Programma zie parochienieuws Zandvoorde) en plannen gemaakt voor een heus nieuwjaarsfeest voor onze Zunneleden. We houden jullie verder op de hoogte.