Pagina's

Posts tonen met het label Onderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Onderwijs. Alle posts tonen

donderdag 20 februari 2014

Van Dibbeschole tot De Biesweide

Op zaterdagvoormiddag 15 februari werd een delegatie van de congregatie van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw van 7 Weeën te Ruiselede op het Zonnebeekse gemeentehuis ontvangen voor een huldiging voor de vele tientallen jaren inzet voor het onderwijs te Beselare en te Geluveld. Burgemeester Dirk Cardoen haalde er sappige herinneringen boven aan z'n tijd op het 'Kak- of papschooltje' van toen. Die kan u o.a. lezen in een volgende bijdrage. Eerst in vogelvlucht een summiere schets van het onderwijs te Beselare.

Coster-scolemeesters
De eerste sporen van (volks)onderwijs te Beselare zijn te vinden midden de 17de eeuw. Op last van de kerkelijke overheid werden in de landelijke dorpen de plaatselijke kosters aangesteld als onderwijzer voor de vooral gegoede jongens in het dorp. Zo is Djoos Belettere, te Beselare geboren in 1641, de eerste 'coster-scolemeester' die we terugvinden in de parochierekeningen van 1660. Het was vooral tussen 'Bamis' (1 oktober) en april dat de kinderen van negen tot elf jaar oud naar school gingen want ’s zomers moesten ze helpen bij het boerenwerk. De school was in die tijd een luxe. Leren lezen en schijven was alleen weggelegd voor de rijkeluiskinderen en dan nog alleen voor de jongens. Het kosterhuis kon alle schoolgaande Beselaarse jongens herbergen hoewel het er helemaal geen pretje was, daar zittend in kleine bankjes, gebogen over hun schoolberd en lijfstraffen waren dagelijkse kost. Maar als de kinderen hun best deden in de klas kregen ze wel een 'zentje'.

Ecole primaire
In de Franse Periode werden massaal nieuwe 'écoles primaires et secundaires' opgericht. Dat opzet mislukte hier echter want de toenmalige bevolking was niet zo tuk op die Franse scholen. Het gevolg was dan ook dat het toen bestaande schooltje van Pieter Jaak Demeulenaere in 1798 uit wraak door de Fransen werd gesloten. Tot overmaat van ramp verwoestte de neertuimelende naald van de kerktoren, tijdens een storm op 10 november 1800, een groot stuk van het schoolhuis.
Geuzentempel
Tijdens het Hollandse bewind vanaf 1815 kwam er een omwenteling in het onderwijs. 'Echte' scholen werden in groot aantal gebouwd en de Hollanders duldden geen niet-gediplomeerden als onderwijzer. In 1820-’21 werd aldus een nieuwe 'knechtenschool' en schoolhuis gebouwd op 'De Berg'. De bevolking keek argwanend naar die protestantse bedoening en noemde de nieuwe school de 'Geuzentempel'. Dat laat al meteen vermoeden dat ook die school weinig succesvol was. Vanaf 1830 (Belgische onafhankelijkheid) en vooral vanaf 1852 (nieuwe schoolwet) werden nieuwe wegen ingeslagen. De school werd nu gratis toegankelijk gesteld voor alle kinderen vanaf 6 jaar. Het aantal leerlingen steeg van jaar tot jaar. Désiré Jacquart werd hulponderwijzer. De liberale schoolwet van 1879 verstoorde wel even die welvarende periode voor het onderwijs.

De Dibbeschole
Rond 1810 vond pastoor E.H. Guillaume Van Calbergh dat ook de Beselaarse meisjes aan hun trekken moesten kunnen komen inzake onderwijs. Op grond op 'De Berg' die hij had gekregen van markgraaf Charles Ghislain Van der Woestine, liet hij een schoolgebouw met woonhuis optrekken. De school werd eerst ingericht als spellewerkschool, onder leiding van Siska Verstraete en Rosa Vincke, twee sober levende en godvruchtige oude jonge dochters. Onder de lange leer- en werkdagen baden de leerlingen de rozenkrans, zongen ze godsdienstige liederen of leerden ze de catechismus van buiten ter voorbereiding van hun eerste communie. Slechts een half uurtje per dag werd voorbehouden voor lezen en schrijven. De school kreeg dan ook vrij vlug in de volksmond de naam 'Dibbeschole'. Veel veranderde in de Dibbeschool met de komst van de eerste kloosterzusters in 1862. Het waren de zusters van de H. Vincentius met zuster Fidelia (juffrouw Van Goetsem) als overste. De zusters gaven er nu volwaardig en kosteloos onderwijs aan 62 meisjes.

De zusters Apostolinnen te Beselare
Lang bleven de zusters niet te Beselare want in 1864 werden zij door toedoen van E.H. pastoor Henri Laumosnier vervangen door de zusters Apostolinnen uit Brugge met moeder Benedicta (Virginie Lambelin) als overste van 1864 tot 1871. Vrij vlug kon zij beslag leggen op de naburige 'Geuzentempel' de officiële jongensschool. Deze was te klein geworden voor het groeiende aantal leerlingen en na een gedeeltelijke verhuis naar de bovenzaal van het 'weefleerwerkhuis' (later gemeentehuis), werd in 1864 ernaast een nieuwe gemeenteschool gebouwd met twee ruime klassen, een schoolhuis, een speelplaats en een overdekte gaanderij. De zusters lieten een verdieping met nieuwe klassen optrekken op de Geuzentempel en er werd op een tussenliggend stuk grond een klooster, een kapel en nog twee nieuwe klassen gebouwd. In 1874, toen Louise Maes de moeder overste was, steeg het aantal meisjesleerlingen tot bijna 200. Vijf zusters stonden in voor het dagelijks onderwijs.

Met het in voege treden van de vervloekte liberale schoolwet van 1879 werden de zusters uit hun school verbannen. Zo goed en zo kwaad als het ging namen zij hun toevlucht in leegstaande huizen en op zolders om hun onderricht verder te zetten zolang de schoolstrijd duurde (1884). Als reactie op de antiklerikale schoolwet gaven de bisschoppen hun geestelijken de opdracht om overal volwaardige katholieke jongens- en meisjesscholen op te richten. Te Beselare kwam er zo een nieuwe katholieke jongenschool dicht bij de meisjesschool, ook onder het beheer van de zusters.

In 1896 werd de katholieke jongensschool afgeschaft en met de gemeenteschool versmolten. De gebouwen werden door overste zuster Regina geïntegreerd in de meisjesschool en zo werd de bewaarschool ingericht. De twee hoogste klassen werden gehuisvest in een nieuw gebouw op de hoek van de Kloosterlaan en de Warden Oomlaan. De rust was definitief hersteld. De school kende een grote bloei en bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog stonden al zeven zusters-onderwijzeressen in voor het hoogstaand onderwijs.

Magere en vette jaren
In augustus 1914 bij het heropenen van de scholen kwamen veel leerlingen niet opdagen. De ouders hielden hen thuis uit voorzichtigheid. De aanwezigen waren onrustig en loerden voortdurend door de ramen want er werd zoveel verteld. Rond 20 september werden de scholen gesloten. Weldra werden ze ingepalmd door vluchtelingen uit het Mechelse. De oorlog kwam aangerold en op 'schuwe maandag' 19 oktober werden de Beselarenaren, behalve de Oosthoekers, manu militari gedwongen te vluchten westwaarts richting Ieper via de Meense Baan. Ook de zusters moesten de biezen nemen en kwamen na veel omzwerven terecht in Les Sables-d’ Olonnes, een kustgemeente in département 85 Vendée (Fr.), waar ze zich hebben ingezet voor het onderwijs aan vluchtelingenkinderen. Eind 1919 kwamen ze al naar Beselare terug. Voor de zowat 50 kinderen die toen al opnieuw te Beselare woonden gaven ze gemengd onderwijs in houten barakken van het Albertfonds. Toen in 1920 enkele voormalige meesters van de gemeenteschool terugkwamen werden de jongens en meisjes weer opgesplitst en de zusters gaven nu les in de houten afdaken langs beide zijden van de noodkerk. Moeder Ignatia en de zusters Florentina, Emiliana en Clara (kleuterleidster) gingen weer enthousiast aan de slag. Het was in die barakken wel ijzig koud in de winter en snikheet in de zomer. Ondertussen begon de heropbouw van het klooster en de meisjesschool op 'De Berg'.

In 1923 konden de mooie nieuwe gebouwen met splinternieuwe aangepaste meubilering in gebruik genomen worden. Het betrof het zusterhuis, klaslokalen en een ruime kapel rondom een geplaveide speelplaats. De magere jaren waren voorbij. Het was weer tijd voor spectaculaire groei. Eind 1928 telde de gemeente alweer 630 nieuwe huizen en 2.718 zielen.

De school 'boerde' goed met moeder overste Ignatia (Hélène Vandenbussche) en de energieke zusters Honorine (Virginie Beuselinck), Rita (Leona Copeleu), Emiliana (Clara Batslé), Marie Bernarde (Marie Thérèse De Boulle), Hilaria (Irène Claeys), Clara, (Ida Bertier), Seraphina (Maria De Vlieghere), Marie-Céline (Helena Deroo), Alberta (Zulma Van Eessen), Marie-Juliana (Léonie Lampaert), Gregorine (Yolande Boudry) Hieronyma (Clara Ryckebosch) Marie-Rose (Elisa Vandenbulcke) ook moeder overste geweest, Elisa Parein, Johanna Delombaerde en Godelieve De Spieghelare en nog andere. Rond 1965 telde de school ongeveer 150 meisjesleerlingen en 75 kleuters (jongens en meisjes). Deze groep werd toen onderwezen door een tiental leerkrachten waaronder nog een paar zusters.

In 1967 verlieten de zusters Apostolinnen de gemeente om zich eerst via het klooster in Geluveld en later in 1997 definitief terug te trekken in hun moederklooster van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw van 7 Weeën te Ruiselede. Het klooster te Beselare werd omgevormd tot klaslokalen en vergaderruimte. Later werd ook de kapel omgebouwd tot turnzaal en refter.

De Biesweide
Op 1 september 1998 kwam er dan een fusie tussen de vrije gesubsidieerde lagere meisjesschool en de gemeentelijke jongensschool. Mevrouw Katrien Demuynck houdt er nu gedecideerd de touwtjes in handen van de ondertussen gemengde vrije lagere school 'De Biesweide', maar de zusters stellen zich nog altijd ten dienste via de inrichtende macht.