85
jaar of meer zijn, het operationeel voor gezien houden en toch
onverminderd blijven dromen, geloven en ijveren voor een kerk met
toekomst. Dan ben je naar hedendaagse normen gek, een buitenaards
wezen, een pastoor ... of gewoonweg alle drie tegelijk! Maar zo
iemand maakt vele mensen blij en ze waren dan ook meer dan ooit
talrijk naar de parochiekerk van Zandvoorde afgezakt om hem hun
dankbaarheid te tonen voor zovele jaren van onverminderd herderen.
Vooraan prijkte een vaandel met reuzengrote letters B-E-D-A-N-K-T,
een realisatie van het Zandvoordse Kunstatelier Blanckaert & Co.
Valeer heeft altijd iets Lutheraans, een protestants trekje gehad.
Maar je kunt hem allerminst verwijten schismatiek te zijn.
Integendeel, hij verenigt meer dan wie ook mensen en hij spijkert
zijn 'edicten of stellingen' ook niet op de kerkdeur. Dat zou hij
trouwens aan Johnny moeten vragen en die mag het dan weer niet van
Christine, die recht-in-de-leer de katholiciteit van de instelling
bewaart. En zo werkt het … en niet anders. Never changing a winning
team!
Valeer
waant zich meteen en heel evangelisch in een wereld op z'n kop. Hij
wordt hier van allen kante bedankt, terwijl hij – meer dan hij
zeggen kan – iedereen wil gaan bedanken.
Hij dankt heel die groep die hier iedere zondagmorgen om negen uur trouw aanwezig was. Eenvoudig is het niet. Het vraagt een stukje moed en geloof om soms als enige in hun straat van heinde en ver te komen. In de winter, een uur waarvan jonge mensen zeggen dat het een nachtmis is. Waarom komen ze dan? Wellicht om bij elkaar te zijn, bij gelijkgezinden om elkaar te steunen en te bemoedigen in hun geloof, in een Jezus Christus en zijn liefdeswaarden. Door de jaren heen leerden ze elkaar kennen en waren zo geen vreemden meer voor elkaar. Na de dienst zag hij ze – weer of geen weer – samenklitten voor de kerk, zodat hij zich ging afvragen of daar geen afdakje voor gebouwd kon worden. Hij voelde zich altijd gelukkig als hij hier vooraan kwam te staan en zag dat ze er waren. Dankzij hen kon hij hier voorgaan in de diensten. Hij voelde hoe ze met hem meeleefden en dat werd hoorbaar toen hij een beetje hees was en ze hem ostentatief gingen steunen door mee te kuchen. Hij was gelukkig met hen, een kerkgegmeenschap zoals hij ze gedroomd had. Met grote dankbaarheid kijkt hij vandaag naar z'n 'nauwste' medewerkers, de parochieraad, ze waren eigenlijk de ziel van deze gemeenschap. De mens(en) die ervoor zorgden dat de stoelen compromisloos in een rechte lijn stonden, een beetje zoals de borduren op de straat, dat er ieder jaar originele kerststallen stonden en en dat de vloer zo net was dat je er kon van eten, dat de financies in orde waren en klopten en dat de administratie op punt bleef, dat er berichten waren voor het parochieblad, dat de kerk open bleef en 's avonds weer gesloten werd. Veel werk waar zelden bij stil wordt gestaan. Maar ze waren voor hem een noodzakelijke inspiratie en aanmoediging om door te gaan want dank zij deze parochieraad leeft deze gemeenschap, de zonder mochten ze de deuren sluiten. Hij dankt de kerkfabriek die zorgt voor dit gebouw, die de relaties met de gemeente onderhoudt. Ook zij doen mooi werk zonder dat dat door veel mensen geweten wordt. Hij had ook het geluk goede misdienaars te hebben. Hij zag ze groeien terwijl hij er op stond te kijken. Hun misdienaarskleed werd zienderogen korter. Hij had een groep lectoren, mensen die tijdens de vasten de baan opgingen om de mensen broederlijk te doen delen. Ze zijn er nog allemaal, dit is een goede kerkgemeenschap en het zou jammer zijn mochten ze nu verdwijnen.
Hij dankt heel die groep die hier iedere zondagmorgen om negen uur trouw aanwezig was. Eenvoudig is het niet. Het vraagt een stukje moed en geloof om soms als enige in hun straat van heinde en ver te komen. In de winter, een uur waarvan jonge mensen zeggen dat het een nachtmis is. Waarom komen ze dan? Wellicht om bij elkaar te zijn, bij gelijkgezinden om elkaar te steunen en te bemoedigen in hun geloof, in een Jezus Christus en zijn liefdeswaarden. Door de jaren heen leerden ze elkaar kennen en waren zo geen vreemden meer voor elkaar. Na de dienst zag hij ze – weer of geen weer – samenklitten voor de kerk, zodat hij zich ging afvragen of daar geen afdakje voor gebouwd kon worden. Hij voelde zich altijd gelukkig als hij hier vooraan kwam te staan en zag dat ze er waren. Dankzij hen kon hij hier voorgaan in de diensten. Hij voelde hoe ze met hem meeleefden en dat werd hoorbaar toen hij een beetje hees was en ze hem ostentatief gingen steunen door mee te kuchen. Hij was gelukkig met hen, een kerkgegmeenschap zoals hij ze gedroomd had. Met grote dankbaarheid kijkt hij vandaag naar z'n 'nauwste' medewerkers, de parochieraad, ze waren eigenlijk de ziel van deze gemeenschap. De mens(en) die ervoor zorgden dat de stoelen compromisloos in een rechte lijn stonden, een beetje zoals de borduren op de straat, dat er ieder jaar originele kerststallen stonden en en dat de vloer zo net was dat je er kon van eten, dat de financies in orde waren en klopten en dat de administratie op punt bleef, dat er berichten waren voor het parochieblad, dat de kerk open bleef en 's avonds weer gesloten werd. Veel werk waar zelden bij stil wordt gestaan. Maar ze waren voor hem een noodzakelijke inspiratie en aanmoediging om door te gaan want dank zij deze parochieraad leeft deze gemeenschap, de zonder mochten ze de deuren sluiten. Hij dankt de kerkfabriek die zorgt voor dit gebouw, die de relaties met de gemeente onderhoudt. Ook zij doen mooi werk zonder dat dat door veel mensen geweten wordt. Hij had ook het geluk goede misdienaars te hebben. Hij zag ze groeien terwijl hij er op stond te kijken. Hun misdienaarskleed werd zienderogen korter. Hij had een groep lectoren, mensen die tijdens de vasten de baan opgingen om de mensen broederlijk te doen delen. Ze zijn er nog allemaal, dit is een goede kerkgemeenschap en het zou jammer zijn mochten ze nu verdwijnen.
Hij
dankt ook de vervoersmaatschappij 'De Lijn' omdat ze die trouwe
mensen van de 'Marul' naar hier brachten. Het doet hem weemoedig
terugdenken aan de plaats waar het voor hem voorgoed begon: de
wijkkapel van de Molenarelst (lees Marul). Toen die in 2004 gesloten
werd bracht de 'belbus' ze iedere zondagmorgen naar hier. Het doet
hem ook plezier en deugd dat het Federaal koor van de Molenarelst
hier vandaag is. Ze begonnen met enkelen in 1982 en bestaan nog
altijd, even jong en fris van geest, hier en daar wel wat grijs haar
maar ze zingen nog prima.
Maar
hoe moet dat nu verder?
Hij
verklaart zolang als hij kan naar hier blijven te komen en zich waar
mogelijk in te zetten. Hier
vooraan staan wordt moeilijk, maar iedere zondag om negen uur zal er
een mis zijn en
mocht er eens geen priester zijn, dan is er een gebedsdienst. Er zijn
best enkele mensen met de nodige competenties en wellicht kan die
groep nog groter worden. Wie het aandurft is van harte welkom,
gelovigen hebben werkelijk iets te zeggen, deze groep moet blijven
samenkomen, deze groep is belangrijker dan de mensen die vooraan
staan. Het kan toch niet zijn dat een groep verdwijnt als er een
andere voorganger komt. Dit is een oude droom van hem. Hij gelooft
vast dat het kan.
Toen
hij – eind de jaren negentig – als directeur de Hogeschool van
Kortijk verliet, vroeg de bisschop hem om pastoor te worden in
Zandvoorde. Hij vroeg hem: “Wat is Zandvoorde?” Hij antwoordde:
“Het is niet groot, daar zijn meer koeien dan mensen!” Er was
toen nog geen sprake van federaties, laat staan van van pastorale
eenheden. Zo werd hij de laatste pastoor van Zandvoorde maar niet de
laatste voorganger. Oude structuren verdwijnen net als hun bedienaars
maar er komen nieuwe. Je weet nooit wat de toekomst brengt. Ook de
toekomst van de Kerk of een kerkgebouw is vaak koffiedik kijken. Maar
als mensen blijven samenkomen heeft ze een toekomst. Zonnebeke waar
de toekomst een verleden heeft, luidt hier officieel.
Dan
gaat Valeer wat dieper in op de grond van zijn priesterroeping. Hij
groeide op in een tijd tijdens en na de oorlog. Hij zag toen wat
mensen mekaar aandeden. Mensen die een leven lang in peis en vree
naast mekaar woonden, zelfs familie waren. Hoe die toen vaak op een
onmenselijke wijze wraak genomen hebben op elkaar. Erg pijnlijk, niet
te verstaan voor een opgroeiende kerel. Hij heeft het gezien en een
stukje meegemaakt en toen dacht hij: “Ik zal m'n leven besteden om
mensen bij mekaar te brengen en te houden en daartoe is de boodschap
van Christus best een goede weg. Mensen moeten voor elkaar herders
zijn. Kerk-vormen is daarom ook blijven werken aan groepsvorming, van
mekaar blijven houden en dat gaat niet vanzelf. Niet verbaasd zijn
dat er andere meningen leven en dat verschillende mensen diverse
accenten leggen en spijts alles toch van elkaar blijven houden.
En
dan raapt Valeer al z'n moed bijeen, maakt hij zijn borst nat en
verklaart nu een beetje ongehoorzaam te zijn. Hij heeft het over een
vrouw. Het kan moeilijk anders. Ze had
het
hem nog zo op het hart gedrukt dat hij niets over haar mocht zeggen.
Maar hij kan niet anders dan deze morgen zijn grote dank en
waardering uit te drukken voor iemand die meer dan 30 jaar voor hem
met veel geduld en zorg heeft gezorgd. Laten we haar gewoonweg
Thérèse noemen want zo zijn Thérèses. Enige overeenkomst kan best
toevallig zijn of juist niet. Wie zal het zeggen? Ze was een kostbare
hulp voor zijn dienstwerk in deze kerk. Ze zorgde ervoor dat hij
steeds presentabel voor de mensen verscheen en dat het weinige haar
die hem nog rest in de juiste plooi lag. Vanaf haar plaats in de kerk
deed ze soms discreet teken, dat er een weerbarstige lok in de weg
ging. Ja, geen twijfel mogelijk, dat moet een vrouw zijn en ze heet
Thérèse! Ze zorgde ervoor dat hij een thuis had. Ze nam de rol van
z'n moeder over en die moeder had haar de raad gegeven hem zeker niet
te bederven, want zal er met hem niets meer te doen zijn. We kunnen
niet zeggen of het haar echt is gelukt maar het heeft ons alleszins
niet gestoord.
Al
dat moois kunnen we niet zomaar over onze kant laten gaan en
Christine neemt weloverwogen het woord. Ze zegt: “Valeer ik hou er
nog even aan om een antwoord te geven op jouw droom. Dat doe ik niet
alleen in mijn naam maar ook in naam van alle kerkgangers en
aanwezigen hier vandaag in Zandvoorde.” Die houden nu hun adem in
maar zij gaat onverstoorbaar verder: “Je bent voor ons de
afspiegeling van de Goede Herder. Je bent al die jaren een herder
geweest voor ons allen. We leerden en mochten ervaren dat jouw zorg
voor ons een zorg was voor iedereen, jong en oud, maar ook voor
zieken voor mensen in verdriet en vreugde. Je leerde ons dat in de
ogen van God allen gelijk zijn en je deed dat op zo'n eenvoudige en
sprekende manier. Je verstond de kunst de bijbelse taal om te zetten
in eenvoudige herkenbare mensentaal. Wat ons allen bijblijft is het
belang van samen te vieren en te bidden in de Gods goede geest. We
beloven dat we jouw werk en inspanningen willen verder zetten. De
gemeenschap die groeide doorheen de jaren, de zorg voor mekaar en
voor anderen, wie dat ook mogen zijn, de eenvoud en bescheidenheid en
vooral het geloof in een God, die er verder zal zijn voor iedereen!
(Deze
zin is alleen voor Valeer bedoeld! Je durfde wel eens te (m)opperen
dat die artikels op het eerste blad van het parochieblad soms veel te
lang uitvallen. Kan ik het helpen dat jij zo lang en met zoveel
dankbaarheid gesproken hebt. En dan zeg je nog 'meer dan ik kan
zeggen'. Ooit staat er een vermetele op, die denkt dat hij een boek
over jou moet gaan schrijven. 'De verzamelde grappen van Valeer' of
nog wellicht iets diepzinnigers. Beschouw het net als jouw droom, een
visioen, een profetie ... en die gaan met het nodige geduld ooit wel
in vervulling.)
Beluister hierboven de integrale homilie !!


