Pagina's

Posts tonen met het label Eerste Communie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Eerste Communie. Alle posts tonen

donderdag 11 mei 2017

Vriendjes zijn met Jezus


De Eerste Communie is reeds decennia lang een sterk verankerd, collectief, religieus geïnspireerd overgangsritueel geworden in onze dorpen. In de beleving van jonge ouders lijkt het dan ook steeds zo te zijn gegaan. Op nogal wat plaatsen wordt geëxperimenteerd met de invulling van dit sacrament onder het mom dat het inhoudelijk zijn doel voorbijschiet. Terecht of niet?

Het is pas een eeuw geleden, dat paus Pius X vond dat kinderen mee naar de communie mochten gaan, zodra ze bewust het onderscheid konden maken tussen een gewoon stukje brood en een hostie. Voordien viel dat samen met het Vormsel. De kinderen, die hij voor ogen had, kwamen met hun ouders mee naar de mis. Maar zo heb je er bijna geen meer. In die zin schiet de Eerste Communie een eerste keer z’n doel voorbij.

Tien extra bezoekers, dat levert een gemiddelde eerste communicant op. Geen wonder dat de kerken tussen Pasen en Pinksteren nog een keer ouderwets vol durven te zitten. Goede reclame, zou je denken, maar binnen de Kerk is niet iedereen daar even blij mee. Er schort iets aan de beleving. De viering heeft meer weg van een parade, een veredeld schoolfeestje dan van een eucharistie.

Heeft iemand daar dan last van? Ja, die al even zeldzaam geworden gelovigen voor wie de kerk meer is dan de plek waar je alleen op de grote momenten van je leven komt. Maar als zij dan als trouwe kerkgangers thuis blijven – wat meestal gebeurt – schiet de Eerste Communie een tweede keer haar doel voorbij. Want in die viering hoort de geloofsgemeenschap als geheel het kind binnen de kring op te nemen. Het lijken wel twee compleet van elkaar gescheiden werelden.

Terug naar af
Op sommige plaatsen is de Eerste Communie geen massagebeuren meer. De communicanten worden er gespreid over de zondagen tussen Pasen en Pinksteren. Het houdt veel meer steek als de Eerste Communie gegeven wordt tijdens een gewone eucharistieviering, zeggen ze. Eentje met een feestelijk accent voor de communicanten, dat wel. Ze doen hun blijde intrede, lezen de voorbeden en brengen de offergaven naar het altaar. En ze gaan als gezin ter communie, en zo hebben ze zich ook voorbereid.

In Franstalig België proberen ze Eerste Communie en Vormsel weer bij elkaar te brengen. En dan wordt de Eerste Communie de uitzondering die de regel bevestigt voor de praktiserende katholieken. Die mogen dan net als vroeger aangeven wanneer hun kinderen er klaar voor zijn, en dan samen met hen een eerste keer ter communie gaan op een zondag naar keuze. Daar zijn geen toneeltjes of kinderliedjes bij nodig. Op die manier lijk je tegemoet te komen aan de verzuchtingen van het traditionele, zondagse publiek.

Stekeblind
Toch ben je dan weer stekeblind voor enkele harde feiten. Je moet geen geschoolde socioloog zijn om te beseffen, dat deze kerkgangers er binnen tien jaar niet meer zullen zijn. De secularisatie is nog niet over haar dieptepunt heen en de vergrijzing kent verder geen genade. Wekelijkse eucharistievieringen in elke parochiekerk voor een handvol mensen zijn binnenkort niet meer te verantwoorden of te organiseren. Morrelen aan het huidige systeem van Eerste Communie- of Vormselvieringen – hoe onvolkomen ook – is uit den boze. Het is veeleer een goedbedoelde truc om de uitdovende zondagspatrijk op te schonen. De ‘oude tijden’ komen daarmee niet terug. Het is op termijn nog meer letterlijk dan figuurlijk het kind met het badwater weggooien. In onze federatie waar in Beselare, Geluveld, Passendale en Zonnebeke de schoolpastoraal in het algemeen hoog in het vaandel staat en bloeit zou dat ‘doodzonde’ zijn.

Godsgeschenk
We hoeven ons helemaal niet te schamen voor die zogezegd ‘onverschillige’ ouders, die nauwelijks of nooit naar de kerk gaan en toch hun kinderen hun eerste of plechtige communie laten doen. En al zeker niet bij eerste-communicantjes. Integendeel, het is een verdienste. Die kinderen geloven vaak heel oprecht en willen meestal ook zelf ‘écht’ graag hun communie doen. Ouders willen hun kind dat ook van harte gunnen, zelfs al geloven ze niet. Ze zien het dan eerder als een mooie, zinvolle traditie, als een familiefeest. Jonge kinderen hebben nog geen vooroordelen tegenover religie. Ze krijgen in de godsdienstles vooral mooie verhalen te horen en dat spreekt hen erg aan. Begrijpelijk dat ze evenzeer bekoord worden door het bijbehorend feest en de leuke cadeautjes. Maar alles lijkt nog in balans.

Gelovig of niet-gelovig zijn ook termen die vandaag vele ladingen dekken. Vroeger was het simpel. Je had enkel gelovigen en niet-gelovigen. Geloven is zeer verscheiden geworden. Mensen die er dagelijks van leven, gelovigen die niet praktiseren, ongelovigen die niet daarom nog niet per se atheïstisch zijn en mensen die ruim denken en die van de rituelen houden. We moeten dus voorzichtig zijn met een oordeel, want we kunnen niet in de harten van de mensen kijken en schijn bedriegt nog al eens.

Er zijn natuurlijk her en der verhalen genoeg bekend van ouders die bij de inschrijving voor een communie een reprimande krijgen van meneer pastoor omdat ze nooit naar de kerk gaan. Of die tijdens de viering zelf nog eens door catechisten uit pure frustratie een veeg uit de pan krijgen. Beter is de tijdsgeest en de mens te aanvaarden zoals hij zich voordoet als een godsgeschenk om mee an de slag te gaan. Goddank dat ze zich met welke motieven dan ook nog aanmelden. Echt onverschillig kun je dat niet noemen.


Zaaien niet maaien
De gegeven kansen dus dankbaar te baat te nemen en te werk te gaan zoals de Zaaier. We planten Gods woord als zaadjes. De meeste gaan zoals in de parabel verloren maar sommige groeien uiteindelijk toch uit tot een mooi plantje. Dat jeugdig groen behandelen als door ons te maaien, te oogsten kasplantjes is geen optie. Dat werkt verstikkend en het verleden heeft voldoende aangetoond hoe contra-productief of hoe averechts dit kan werken. Geloof is niet voor niets een ‘gave van de Geest’. Hij weet wat Hij wil en nog meer wat hij doet.

Switch
Eerste-communicantjes vragen vaak zelf om hun communie te mogen doen, want ze willen graag ‘vriendjes zijn met Jezus’. Bij vormelingen ligt dat al wat moeilijker. Een twaalfjarige is sowieso al een stuk kritischer. Aan jonge kinderen wordt het geloof vooral verhalend door gegeven. Jezus die wonderen verricht of die vissen en brood vermenigvuldigt. Een deel van de kinderen voelt tegen het vijfde leerjaar al aan dat er iets niet klopt en maken langzaamaan een switch.

Die verhalen zijn vooral een manier om Jezus’ woorden kracht bij te zetten en uit te leggen dat Hij een erg belangrijk iemand was. Uit onderzoek blijkt dat kinderen van het vijfde en zesde leerjaar – mits begeleiding – wel degelijk in staat zijn om die verhalen op een eerder ‘volwassen’ manier naar waarde te schatten. We mogen ze op dat vlak dus niet onderschatten want anders voelen ze zich soms echt voorgelogen en gooien ze de eerste jaren van het middelbaar hun geloof zelfs vaak helemaal overboord. En dat was toch de bedoeling niet.

maandag 19 januari 2015

Geloofsavond

Zelf geloven met kinderen


Elke cultuur kent z'n overgangsriten, een manier om stappen vooruit te zetten in het leven. We hebben er vast al over gehoord bij Afrikaanse of Indiaanse stammen. Vaak zijn het bizarre gebruiken die verwondering, soms ook afschuw wekken omdat we ze niet ten volle snappen. Maar ook wij kennen dergelijke tradities in het Westen. Eerste Communie en Vormsel zijn gelegenheden om te uiten dat kinderen groot worden. Maar het is ook méér dan dat, ze zijn ingebed in een geloofspraktijk. Maar die traditie stokt en mankt vandaag. Het vormelijke blijft overeind maar wat steekt erachter? Eigenlijk zijn jonge ouders daar niet mee bezig. Ze hebben als dertigers, soms prille veertigers hun hoofd en handen vol met materiële beslommeringen. Ze worden opgeslorpt en opgejaagd door hun carrière en financiële kopbrekens. De waarom-vraag, waarom ze zo bezig zijn en waartoe het allemaal leidt kan voorlopig niet op tegen de harde realiteit. Het is een periode waar we allemaal doorgaan.

Zo kinderen opvoeden is niet gemakkelijk. Gelovig opvoeden, al helemaal niet want je hebt er (nog) geen taal voor, het is schimmig, je kan het het niet plaatsen en het lijkt in tegenspraak met de dingen die er nu toe doen. Zo'n ouderavond als voorbereiding is geen verplicht nummertje. Je kan als ouder doorheen het parcours van de Eerste Communie en het Vormsel slalommen zonder je ook maar een moer aan te trekken van het geloof zelf. The show must go on!

We opteren op zo'n geloofsavond niet te spreken over praktische zaken. Zo van, 'wanneer start de viering … mooi dan kan ik nu al op tijd een afspraak maken met de coiffeuse om m'n haar te doen'.
Niet dat die vragen niet mogen gesteld worden, maar op een geloofsavond zijn ze niet terzake. Het is dan ook bewonderenswaardig dat toch nogal wat ouders – een kleine minderheid weliswaar – op onze uitnodiging ingaan. Dit jaar nodigden we opnieuw Inge Cordemans uit om samen met haar op dat vlak onze weg wat te zoeken. Want daar komt het op aan. Je hoeft als Inge geen theoloog te zijn om het geloof door te geven. Het begint met op te staan en bescheiden stappen te zetten op de weg van het geloof. Augustinus zei: “Bemin en doe wat je wil!” M.a.w. als je liefde oprecht is, kan je gerust je intuïtie volgen. Als ouders van eerste communicanten en vormelingen uit Beselare en Geluveld kwamen we samen in de parochiekerk van Geluveld. Een knusse ruimte die tot inkeer wekt. Bij overgangsrituelen valt ons leven even stil, we kunnen ons dan verwonderen, ook dankbaar zijn om het gegeven leven, z'n ontstaan en z'n voortgang. Hoewel we veel weten kan het ons verstand te boven gaan. Niet dat we stom of achterlijk zijn. Integendeel we proberen even 'out of the box' te denken en zoeken zin buiten onszelf. We hebben niet alles in handen, we vermoeden dat 'meer' dat 'iets' of die 'Iemand' en we verbinden ons ermee, niet altijd even bewust maar zo kunnen we toch bij God terecht komen.

In het doopsel bevestigen we in een plechtigheid nadrukkelijk onze, meer nog God's liefde voor onze kinderen. Het beste is werkelijk nog niet goed genoeg. Ook dat zou een omschrijving van het goddelijke kunnen zijn. Met de Eerste Communie drukken wij opnieuw onze liefde uit en niet toevallig door onze kinderen voor het eerst volwaardig te laten deelnemen aan de eucharistie. De betekenis van de eucharistie wordt duidelijk als we de Bijbel ter hand nemen. Wie de Schrift benadert als een verzameling verzinsels ontgaat de inhoud compleet. Het is een allesomvattend liefdesdrama met alles erop en eraan, in goede en kwade dagen, niets menselijks is de Bijbel vreemd. Het is het verhaal van God die langs de Wet en de Profeten de mensen in hun onvolkomenheid nabij is. Hij drijft het zelfs zover om in Jezus zelf mens te worden en te tonen wat liefde eigenlijk is: zich klein maken (het stalleke) alles delen (het Laatste Avondmaal) en z'n leven geven voor de mensen die hem gegeven waren (de kruisdood). Op het eerste zicht leek het een fiasco, achteraf leek er een ontzettende kracht van uit te gaan (de Verrijzenis en Pinksteren). En zo blijft God door zijn Geest tot ons spreken via het Vormsel in duizend kleine dingen en mensen, niet in het minst door onze kinderen. Zij zijn het die ons bij de zaak en bij het geloof houden.

God kan je net als het leven ook vergelijken met een puzzel. Wanneer je snel en succesvol een puzzel wil bijeen leggen zoek je eerst de kantjes om tot de omtrek, het kader te komen. Dat levenskader is bij uitstek dat wat ouders doen. Wat vinden we belangrijk in het leven, waar bouwen we op voort, wat willen we daarvan doorgeven aan onze kinderen? Vertrouwen? Respect voor anderen? Solidariteit? Geleidelijk aan lost het leven zich op en weten we een plaats te geven aan fraaie en minder fraaie gebeurtenissen in ons bestaan. Het tafelblad, die de puzzelstukken draagt is de vastheid die God ons biedt, Hij is de grond van ons bestaan.

We kunnen reuzenstappen zetten in ons geloof als we God elke dag zouden proberen te danken voor drie dingen. Het kan je leven grondig veranderen in de manier waarop je naar mensen en dingen kijkt omdat je dan pas echt gaat beseffen wat ze voor jou betekenen en dat ze je zomaar gegeven zijn. Zo kweek je ook met vallen en opstaan vertrouwen in het leven. Je ervaart lijfelijk dat er voor jou wordt gezorgd!

Hoe kunnen we leven als christen?
Ook op deze vraag kunnen we ons voordeel doen met een ongewone vergelijking. Inge schotelt ons drie biermerken voor. Een Brugse zot, een Leffe en een Trappist. Wie vandaag nog gelooft moet wel zot zijn. Wie straks op het werk vertelt dat hij op een donderdagavond in de kerk vertoefde, wordt half gek verklaard. Had je niets beters te doen? Je moet ook verdorie wel wat lef hebben om daar voor uit te komen of om vanuit je geloof bepaalde zaken aan de kaak te stellen of om je gewoon belangeloos voor niets in te zetten voor mensen. Tenslotte kunnen we veel leren van een trappist. Hij staat midden in de nacht op om te bidden. Dat is z'n werk. Net zoals bakkers, postbodes, zorgkundigen en verpleegsters 's nachts in de weer zijn voor mensen. Gans zijn leven is hij op zoek naar God. We hoeven geen zeven maal daags te bidden. Die aandacht zit hem vaak in kleine dingen en momenten van dankbaarheid of een schietgebed om steun. Een trappistenbier is lekker omdat het een tijd kan gisten en rijpen. Christenen zijn ook maar smaakvolle mensen als ze in stilte de tijd nemen om hun geloof te laten bezinken. Biddende mensen zijn vaak ook mensen van grote inzet omdat ze er kracht uit putten in uitzichtloze situaties.

Geloof groeit als een mosterdzaadje
Deze vergelijking komt van Jezus zelf. Je kan ontzettend klein beginnen, ook als ouders zonder veel bagage. Als je het geloof toelaat, kan het uitgroeien tot een grote wijd vertakte boom die soelaas biedt aan al wie er zich komt in nestelen. Geloof kan bergen verzetten. Het is het proberen meer dan waard!