In de kapel van de
Frezenberg, bij de zusters Karmelietessen in Vlamertinge, vinden
vaak heel inspirerende conferenties plaats voor wie zich in het
geloof wil verdiepen. Op woensdag 21 december had priester
Geert Morlion, deken van Kortrijk, het over barmhartigheid.
Met het einde van het vorige
kerkelijk jaar werd het bijzonder jubeljaar van de barmhartigheid
afgesloten. Tijd voor iets anders dan maar, zou je denken? Eigenlijk
niet, we kunnen er niet onderuit want de ze vormt precies de kern van
ons geloof, God in essentie. Geloven dat
Zijn liefde aanwezig is in de
wereld en sterker is dan de vele soorten kwaad waar de mens en de
wereld onder gebukt gaan. Barmhartigheid is als de andere naam voor
de liefde en maakt ze concreet. Als gelovige kun je dat wel beamen,
maar is het niet vaak zo dat ‘ons’ rechtvaardigheidsgevoel het
meestal haalt van ‘onze’ barmhartigheid. Een tweede kans zit er
nog wel in, maar daar houdt het in de praktijk dikwijls mee op. Stel
je voor dat we net zo met onze kinderen zouden omgaan. Een beetje
bijbelkennis kan wonderen doen. Die vinden we terug in het EZRA (31),
het tijdschrift van de Vlaamse Bijbelstichting.
Barmhartigheid heeft drie
verschillende betekenissen in onze taal. Eerst en vooral als
‘(b)arm-hartigheid’ als letterlijke vertaling van het
Latijnse woord ‘miseri-cordia’. Hart hebben voor armoede en
miserie. Het is een niet vanzelfsprekende ‘milheid’ die
niet algemeen menselijk is. Het zou rechtszekerheid ondergraven,
vandaar dat zoveeel mogelijk handelingen in wetten en reglementen,
procedures en protocollen worden gegoten. Maar dat geeft weinig blijk
van mede-menselijkheid of van enig begrip voor menselijk falen.
Barmhartigheid daarentegen deblokkeert situaties, overwint haat en
wrok, lost wanhoop op en staat voor nieuwe levenskansen. Niet voor
niets is het woord in de Semitische talen synoniem voor
‘moederschoot’,
‘baarmoeder’ als de wieg
van het leven.
BARMHARTIGHEID IN HET OT
Het
Oude Testament (OT) wordt vaak afgerekend – en niet
geheel ten onrechte – op
z’n ‘buitensporige wreedheid’. Zo schreef de hoofdredacteur
van De Standaard in een redactioneel commentaar op 11.8.2014 “dat
de daden van het zelfverklaarde kalifaat IS getuigen van ‘een
oudtestamentische wreedheid’”.
En eind 2015 kreeg de Bijbel heel wat media-aandacht naar aanleiding
van Dimitri Verhulsts 'Bloedboek'
waarin
de Pentateuch wordt voorgesteld “als
het getuigenis van een volk dat zich schuldig maakt aan volkerenmoord
en zichzelf een ras van Übermenschen waant”.
Er wordt gesproken over de vernietiging van andere volkeren. Het al
dan niet onderhouden van de Tora wordt vaak (met de dood) bestraft.
Een flink aantal profetische teksten willen het gewelddadige optreden
van JHWH tegen het volk rechtvaardigen en hoeveel psalmen bidden God
niet om de vernietiging van de vijanden? Is de God van het OT
wel
dezelfde als die van het Nieuwe Testament (NT)?
Toch is het zo dat er minstens evenveel passages te vinden zijn in
het OT die de barmhartigheid van God centraal stellen of de mensen
oproepen om concreet barmhartig te zijn!
Liefde
uit de onderbuik
Barmhartigheid
(racham)
is
zoals eerder opgemerkt verwant aan baarmoeder
(rechem).
Het gaat om een moederlijke liefde die vertrekt vanuit de
(onder)buik. Zo kunnen we zeggen dat barmhartigheid een vorm is van
‘onverdiende
liefde die niet afhankelijk is van de respons van degene aan wie zij
wordt betoond’.
We kunnen hier denken aan de onverdiende liefde van ouders voor hun
kinderen. Ze gaat vooraf aan elke vorm van wederkerigheid en ze wordt
ook niet verdiend. Het kind ontvangt ze als een geschenk.
De
barmhartigheid van mensen ...
Barmhartigheid
gebeurt volgens heel wat Schriftteksten tussen mensen onderling.
Altijd gaat het om mensen die in een ongelijkwaardige positie ten
opzichte van elkaar staan. Jozef, bijvoorbeeld, onderkoning van
Egypte, herkent zijn jongste broer Benjamin: “zijn
barmhartigheid ten aanzien van zijn broer werd warm” of
vrijer vertaald
“zijn hart was geroerd”
of “zijn
gemoed
schoot vol”
(Gn 43,30). Vaak gaat het om negatieve situaties, waar sommigen
schaamteloos hun machtspositie gebruiken. Nebukadnessar, de
Babylonische heerser, bijvoorbeeld,
“treft
hen met de punt van zijn zwaard; hij heeft met hen geen medelijden,
spaart hen niet en betoont geen barmhartigheid'
(Jr 21,7) …
…
maar
toch vooral van God
ten
opzichte van wie mensen zich per definitie in een ongelijkwaardige
positie bevinden. We lezen teksten die klagen over het uitblijven van
Zijn barmhartigheid. “omdat
dit volk
zonder begrip is, zal zijn maker het geen barmhartigheid betonen”
( Js 27,11). Dezelfde toon vinden we in JHWH's aanklacht tegen de
overspelige vrouw van Hosea, symbool voor het volk dat andere goden
is nagelopen: “ook
aan haar kinderen zal ik geen barmhartigheid betonen”(
Hos 2,21). Maar gewoonlijk haalt de barmhartigheid het toch, ook waar
de Heer eerder gedreigd had. Zo legt het boek Jesaja, vooral in de
latere stukken ervan, heel sterk de nadruk op JHWH's barmhartigheid:
“een
kort ogenblik heb ik je in de steek gelaten, maar met grote
barmhartigheid zal ik je bijeenbrengen; in een vloed van toorn heb ik
mijn aangezicht een ogenblik voor je verborgen, maar met eeuwige
liefde zal ik je barmhartigheid betonen, spreekt je verlosser JHWH”
(Js
54,7-8). De profetische boeken drukken het geloof uit dat Gods
barmhartigheid uiteindelijk groter zal blijven dan zijn toorn.
Heel
plastisch uitgedrukt vinden we in Exodus
34,6 een soort mini-geloofsbelijdenis; 'JHWH
is een barmhartige en genadige God, lang van neusvleugels en
overvloedig in liefde en trouw'. Gewoonlijk
wordt vertaald met ‘lankmoedig’
maar die ‘lange
neusvleugels’
zijn van iemand die zich niet gauw laat kwaad maken. De beste
vertaling lijkt dan ‘geduldig’.
Deze geloofsbelijdenis vinden we bij Mozes aan het eind van het
verhaal van het gouden stierkalf.
Psalm
103 gaat helemaal over Gods barmhartigheid: zijn barmhartige liefde
wordt vergeleken met die van een vader voor zijn kinderen: “zoals
een vader barmhartigheid betoont aan zijn kinderen, zo betoont JHWH
barmhartigheid aan wie hem vrezen” (psalm
103,13)
Een
barmhartige én rechtvaardige God?
God
heeft twee grote eigenschappen. Hij is barmhartig én
rechtvaardig. Hoe kunnen we die beide kenmerken samen houden? Heel
veel teksten uit het OT zijn gebaseerd op het 'vergeldingsprincipe'
(wie goed doet, goed ontmoet; kwaad schaadt) maar in de jongere
boeken (bijv. Wijsheid) wordt dit in vraag gesteld. Het
beeld van God in Israël is geleidelijk opgeschoven in de richting
van een meer barmhartige God, ten koste van een absoluut
rechtvaardige God. Het
geloof in Gods rechtvaardigheid werd niet opgegeven, maar werd door
de nadruk op Gods barmhartigheid in een breder perspectief geplaatst.
Ze
weegt uiteindelijk zwaarder
dan
zijn
verlangen om mensen de rekening te presenteren voor hun daden.
Een
rechtvaardige God die barmhartigheid verlangt
Wie
echt
gelooft in God, leert Hem ruimer
dan rationeel kennen.
Dat
wordt concreet en duidelijk in een houding van liefde en solidariteit
ten aanzien van medemensen. “Liefde
verlang ik, geen slachtoffer, en kennis van God meer dan
brandoffers”(Hos
6,6). God staat aan de zijde van de zwakkeren, en zo gaan
barmhartigheid en rechtvaardigheid hand in hand: zonder
barmhartigheid ten aanzien van de armen kan van een rechtvaardige
samenleving geen sprake zijn. Die verbinding tussen gerechtigheid en
barmhartigheid zindert door in de profetische traditie: “Spreek
eerlijk recht, bewijs elkaar liefde en barmhartigheid; verdruk geen
weduwe of wees, geen vreemdeling of arme, en beraam geen kwaad tegen
elkaar”(Zach
7,9-10)
We
kunnen dus niet zeggen dat het OT harder en gewelddadiger is dan het
NT en nauwelijks ruimte bevat voor barmhartigheid. Er wordt
regelmatig verteld van geweld dat mensen elkaar kunnen aandoen maar
er zijn ook veel teksten die beschrijven wat mensen op hun best
kunnen doen.
Vraag
een christen om een voorbeeld van barmhartigheid in het NT, dan is de
kans groot dat de parabel van de barmhartige Samaritaan (Lc 10,25-37)
wordt genoemd. Geheel terecht overigens! Want in deze parabel komen
verschillende aspecten van hoe het NT omgaat met het woord
‘barmhartigheid’ samen. En meer nog, de parabel schildert op een
onnavolgbare manier hoe barmhartigheid concreet wordt in het
dagelijkse, christelijke leven.
Paulus
over barmhartigheid
In
zijn
brieven wordt barmhartigheid enerzijds
verbonden
met God die
in
volle vrijheid zijn barmhartigheid getoond heeft
in
Jezus: 'het
hangt dus niet af van de wil of de inspanning van de mens, maar van
Gods ontferming'
(Rom 9:16.18). Het gaat dus om de relatie tussen rechtvaardigheid en
barmhartigheid bij God! “Maar
toen de goedheid en mensenliefde van God onze redder is verschenen,
heeft Hij ons gered, niet omdat wij iets gedaan zouden hebben dat ons
kan rechtvaardigen maar alleen omdat Hij barmhartig is.” (Tit
3:4-5). En Jacobus
verduidelijkt nog: “Onbarmhartig
zal het oordeel zijn voor hem die geen barmhartigheid heeft bewezen,
maar de barmhartigheid triomfeert over het oordeel.” (Jakobus
2:13).
Gods
barmhartigheid is anderzijds
het
voorbeeld voor barmhartigheid tussen de mensen.
In
de Romeinenbrief schetst Paulus de doorwerking van Gods
barmhartigheid: ze is een gave van de Geest.' ... “Wie
iets heeft uit te delen, moet het zonder bijbedoelingen wegschenken.
Als u leiding geeft, doe het met ijver, als u barmhartigheid bewijst,
doe het blijmoedig”
(Rom 12:8). Als je in de barmhartigheid van God leeft, dan is dat dus
te
merken aan de belangeloosheid waarmee je taken opneemt en met mensen
omgaat.
Onverschil
met de Farizeeën
Ook
in de evangelies gaat het vaak
om
de barmhartigheid van het OT. Hoe vaak lokken de
Farizeeën
niet een discussie uit met Jezus en hoe dikwijls probeert Jezus hen
niet te leren dat “God
barmhartigheid wil en geen offers”(Mt
9:13 en 12:7). Voor Jezus kan je niet op een correcte manier offeren
aan God als je niet ook barmhartig bent jegens mensen. Jezus leeft
zelf zo! Het
is zelfs zo dat je barmhartigheid in
belang voorgaat
op je ‘in orde zijn’
Het kan daarom toegestaan zijn om de sabbat te overtreden en iemand
uit de nood te helpen (Mt
12:9-14: de man met de verschrompelde hand).
Er is nog een andere
vindplaats van barmhartigheid bij Jezus: “wee
u, schriftgeleerden en Farizeeën, schijnheiligen; u draagt een
tiende af van munt, anijs en komijn, maar wat het zwaarst weegt in de
wet verwaarloost u: recht, barmhartigheid en trouw! Het ene moet u
doen, maar het andere niet laten”
(Mt 23:23).
Een
sleutel
van Jezus' woorden en daden
Het
publieke optreden van Jezus is een sterke uiting van Gods
barmhartigheid. Dit is nog het duidelijkst in de wonderverhalen. Hoe
vaak roept iemand naar Jezus ‘wees
barmhartig’?
Dikwijls spreken ze Jezus aan als ‘zoon
van David’
wat de link met de goddelijke barmhartigheid onderstreept. Zelfs
de
kruisdood van Jezus wordt er
ook
nauw aan
verbonden.
“Door
zijn grote liefde voor ons heeft God, die rijk is aan barmhartigheid,
ons die dood waren door onze overtredingen, met Christus ten leven
gewekt. Aan zijn genade dankt gij uw redding. Hij heeft ons samen met
Hem laten opstaan en laten zetelen in de hemelse regionen, in
Christus Jezus”
(Ef
2:4-6).
De
barmhartige Vader in de parabels
Jezus
spreekt nooit over zichzelf als de barmhartige. Hij verwijst altijd
naar de barmhartige Vader: “Wees
barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is” (Lc
6:36)
Ook in de zaligsprekingen komt barmhartigheid voor (Mt 5:7). Van
Lucas erven we enkele
unieke parabels waar de ethische oproep om barmhartig te zijn zoals
de Vader, nadrukkelijk in voorkomt. Het verloren schaap en de
verloren drachme en de verloren zoon. De
logica van de barmhartigheid gaat voor op de nuttige
rechtvaardigheid:
ook al blijven 99 van de 100 schapen op het rechte pad of heb je nog
altijd 9 van je 10 drachmen in de hand, dan nog ga je echt op zoek -
uit barmhartigheid. De vader schikt zich niet zozeer naar de regels
van de rechtvaardigheid. Hij maakt van barmhartigheid een prioriteit.
Eerder een feest voor de teruggekeerde jongste zoon
dan
‘erkenning’ van de oudste ‘die altijd in orde is’. Deze vader
is ‘barmhartig zoals de Vader’. Op deze manier krijgt de
dagelijkse doening een verrassende wending. De parabels brengen ons
tot nieuw handelen, ‘zoals de Vader’.
Gods
barmhartigheid heeft vele gezichten! Eén
van de gezichten is Jezus zelf. Hij handelt rechtvaardig op de wijze
van de Vader zelf! Maar ook de hoofdfiguren in bepaalde parabels
inspireren: de herder, de vrouw met de drachmen, de vader van de twee
zonen, de Samaritaan ‘die barmhartigheid heeft bewezen’. Jezus
nodigt uit om op een radicaal nieuwe wijze naaste te worden van
mensen, ook
over
‘etnische’ grenzen heen, voorbij de strikte rechtvaardigheid.
Volgende
afspraak
in de Karmel op woensdag
15
februari 20.15 u.
met
Christine Bruggeman (ex-Beselare)
over
‘Kwetsbaar
worden en juist dan een spirituele weg inslaan ...’