Honderd
jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog herdenken de gemeentes
Zonnebeke,
Heuvelland en
Waregem
het laatste oorlogsjaar met het project
‘1918 – The Final Offensive’.
Drie tijdelijke tentoonstellingen belichten verschillende aspecten
van het laatste oorlogsjaar. Vanaf
zaterdag 21 april
tot
eind 2018
kan iedereen deze tentoonstellingen gratis bezoeken.
Bij
deze tentoonstellingen horen een gratis fraai vormgegeven
bezoekersgids
en de tentoonstellingscatalogus
‘1918 – Het laatste oorlogsjaar’
verkrijgbaar voor 10 euro in de museumshop, samengesteld door
MMP17-medewerker Simon
Augustyn en
ingeleid met een voorwoord door Steven
Vandenbussche,
directeur van het museum.
Duits
Lenteoffensief
Na
ruim drie jaar van vrijwel statische stellingenoorlog breken de
Duitsers in het laatste oorlogsjaar door. Nadat Rusland zich uit de
oorlog teruggetrokken heeft, kan Duitsland de nodige divisies uit het
oosten vrijmaken. Zo verkrijgt het voor het eerst een numeriek
overwicht aan het westelijke front. Berlijn wil nu koste wat het kost
de geallieerden dwingen tot een wapenstilstand voordat Amerikaanse
troepen worden ingezet in Europa.
In
het voorjaar van 1918 gaan ze in het offensief. Aanvankelijk weten de
Duitsers met behulp van stormtroeptechnieken, gesteund door enorme
beschietingen, de geallieerde linies op cruciale punten te
doorbreken. In april nemen ze de Kemmelberg in en naderen ze Ieper. Maar
het Duitse leger wordt het slachtoffer van zijn eigen succes. De
snelle opmars zorgt voor bevoorradingsproblemen en gaat ten koste van
zware verliezen. Veel eenheden zijn gehalveerd en de elite van het
Duitse leger, de stormtroepen, is nagenoeg uitgeroeid.
Uiteindelijk
wordt het offensief tot staan gebracht en graven beide partijen zich
opnieuw in.
Legergroep
Vlaanderen
De
geallieerden beseffen dat het nu aan hen is om de oorlog te
beëindigen. Midden juli 1918 zetten ze in Frankrijk de aanval in.
Overal worden de Duitsers teruggedrongen. Ook in België biedt zich
een offensief aan. Legergroep
Vlaanderen, een internationale troepenmacht, wordt opgericht en
geleid door koning Albert I. Eind
september gaan de geallieerden bij Ieper massaal in de aanval. Er is
sinds lang weer sprake van een bewegingsoorlog.
Naast
voor de Fransen en Britten is er ook voor de Belgen een grote rol
weggelegd met de inname van de hoogtes tussen Zonnebeke en Diksmuide.
Op
28 september kunnen de Belgische Karabiniers-Grenadiers
de
puinen van het dorp Passendale innemen. Hierna loopt het offensief
verder in de richting van Moorslede. Amerikaanse divisies vervoegen
de aanval bij Waregem en rukken op richting de Schelde. De Duitsers
moeten wijken en gooien op 11 november de handdoek in de ring. De
kanonnen zwijgen en de wapenstilstand is een feit.
Tot
het bittere eind
Na
vier jaar intense strijd komt zo een einde aan een allesvernietigende
oorlog. De Eerste Wereldoorlog was voor het eerst, helaas niet voor
het laatst, een totale oorlog, waar al het mogelijke werd ingezet om
de tegenstander te vernietigen. De Eerste Wereldoorlog werd een
technische oorlog, waar veel nieuwe wapens als tanks en gifgas werden
geïntroduceerd. Deze wapens werden voor het eerst experimenteel
ingezet, ten koste van de vele slachtoffers. Ironisch
genoeg werd de oorlog niet beëindigd door deze nieuwe uitvindingen.
De oorlog wordt uiteindelijk pas stopgezet nadat alle reserves zijn
uitgeput en nieuwe, verse troepen zorgden ervoor dat er opnieuw een
groot numeriek overwicht was voor de geallieerden.
Verder
onderzoek nodig
Honderd
jaar na datum stellen we echter ook vast dat met het verdwijnen van
de laatste getuigen, ook veel mogelijke onderzoeksbronnen over de
Eerste Wereldoorlog zijn verdwenen. De nalatenschap van de oorlog
bestaat enkel nog uit stille getuigen: boeken en memoires, maar ook
littekens in het landschap. We merken dat er nog steeds hiaten zijn
in de historiografie van de Eerste Wereldoorlog. Het blijft dan ook
belangrijk om historisch onderzoek te blijven verrichten naar de
grote wereldbrand van honderd jaar terug.
De
uitgave van de catalogusgids is daar één voorbeeld van, maar met
het museum willen we verder het Kenniscentrum Passchendaele op de
kaart zetten als open en actief ontmoetings- en onderzoekscentrum om
wetenschappelijk onderzoek te faciliteren. Via een unieke
samenwerking bundelen de gemeentes Zonnebeke, Heuvelland en Waregem
de krachten en brengen
het verhaal van het laatste oorlogsjaar.
Drie
complementaire tentoonstellingen
De
tijdelijke tentoonstelling in Zonnebeke
in Villa Zonnedaele vormt het instappunt van het project. De
expositie, met onder meer persoonlijke objecten van koning Albert I,
geeft een algemene inleiding op het laatste oorlogsjaar. De grote rol
van de Belgen in het Bevrijdingsoffensief komt hierbij uitvoerig aan
bod.
In
Heuvelland
staat de ‘De
Slag om de Kemmelberg’
centraal, met als hoogtepunten het Duitse Lenteoffensief en de
eerste inzet van Amerikaanse troepen in Vlaanderen.
In
Waregem
ten slotte wordt dieper ingegaan op de laatste dagen van de oorlog,
waarbij de Amerikanen een cruciale rol spelen. De expositie ‘The
Yanks are coming’
in Hippo.WAR te Waregem gaat dieper in op de bevrijding van de stad
en besteedt ook ruim aandacht aan de Amerikaanse eenheden van
Legergroep Vlaanderen, die oprukten tussen Waregem en de Schelde.
De
drie complementaire tentoonstellingen vormen samen één toeristisch
parcours dat ook de littekens in het landschap en de talrijke
herdenkingsplaatsen belicht. Alle
tentoonstellingen zijn gratis te bezoeken vanaf
21 april
tot en met
15 november.
De tentoonstelling in Heuvelland loopt nog tot 15
december.
Eén
parcours van herdenkingsplaatsen
De
drie tentoonstellingen belichten ook de littekens in het huidige
landschap en de talrijke herdenkingsplaatsen. Op deze manier willen
de gemeentes de bezoekers aansporen om het omliggende landschap te
(her)ontdekken. Hiervoor werd ook een toeristisch dagprogramma en een
gratis bezoekersgids ontwikkeld die de bezoekers wegwijs maakt in de
omgeving.
Alle
informatie over het project en de tentoonstellingen via
www.finaloffensive1918.org en www.facebook.com/TheFinalOffensive1918
Kamiel
Masschelein
Als
uitsmijter en smaakmaker citeren we Kamiel
Masschelein (foto bovenaan tweede links). Hij is waarschijnlijk een
van de eerste inwoners van Beselare die naar hun verwoeste dorp
terugkeren. Zijn eenheid bevindt zich tijdens het Eindoffensief in
Moorslede, vanwaar hij op 6 oktober 1918 naar zijn geboortedorp
trekt.
‘Gekomen
op de Keiberg; vallen er in de omtrek nog Duitse obussen, verder
oostwaarts en op Terhand nog meer. [...] Na een eind verdoold gelopen
te hebben kom ik uit ergens waar ‘t Noordeinde moet geweest zijn.
Wat verder naar de Spilstraat toe ligt een neergeschoten vliegtuig te
roken; van de vroegere bossen, dreven en hoven aldaar schiet niets
anders meer over dan wat afgeknotte boomstammen, hier en daar een
tronk hout en een hoopke stenen. [...]
Omtrent
waar de Jongensschool moet gestaan hebben, is er een door
stekkerdraad omsloten park, waarin Duitse
krijgsgevangenen verblijven. Zij komen nieuwsgierig kijken tot bij de
draad en zeggen, op mij doelend: “ein Belgischer Soldaat” [...]
Nevens
de Molenstraat ligt een omwoeld soldatenkerkhof; daarover is ’t al
zompe en water. De plekke waar mijn geboortehuis mag gestaan hebben
vind ik met moeite terug... Wat verder wenkt een Engels soldaat mij,
ik stap er naartoe en bij hem gekomen vermoed ik op Cyriel Deleus hof
te zijn. [...] Op de vraag van een officier wat ik er komme
verrichten, leg ik hem uit dat mijn regiment tot Moorslede is
doorgestoten en ik met permissie mijn parochie bezoek, erop steunend
dat hier mijn ouderlijk huis stond. Op zijn verzoek niet verder door
te gaan, neem ik de terugweg langs de plaats.
Ik
blijf een ogenblik staan rondkijken op heel die vertrouwde omgeving
die nu een onbeschrijfelijke verdestruatie geworden is... Van al de
bekende hofsteden, huizen, bomen, hagen en tronken, hoekskens, kanten
en wegelkes, geen spoor meer, ’t is er al lijk weggetoverd... en de
grond van aanschijn veranderd... Niets meer dan eendlijke obusputten,
de één nevens de andere, vol met stinkend vuil bruin sop, doorweven
van hopen stekkerdraad, overgroeid van distels, netels en wilde
woekerplanten. […]
Ik
vorder mijn weg terug naar de Keiberg waar heel ’t geweste
doorzaaid ligt met allerhande stukgeschoten oorlogstuig. [...] Midden
heel die baaierd ontwaren mijn ogen nu en dan een haastig gegraven
soldatengraf waarop een schamel scheefgezonken kruiske... Terwijl ik
mijn geboortegrond verlaat gaan mijn gedachten naar familie en
bekenden die, moe van op 't vreemde te zitten, uitzien en verlangen
om te kunnen weerkeren... maar ’t zal alles nog zo rap niet
gaan...'