Pagina's

zaterdag 12 mei 2018

Dank bij een afscheid




Op 1 juni heeft diaken Lode Caes een nieuwe benoeming aanvaard in de Pastorale Eenheid Onze-Lieve-Vrouw-van-Vrede in zijn thuisstad Ieper. Zo komt na goed veertien jaar gedeeld lief en leed een einde aan zijn engagement in de federatie Sint-Augustinus Zonnebeke. Afscheid nemen is een dubbel gebeuren. Enerzijds is er het besef van wat onaf en onvoltooid is gebleven en de pijn van het loslaten. Anderzijds is er een veelvoud van vervulde kansen, diepmenselijke ontmoetingen en dat laatste mag overheersen op een dankviering die doorgaat
op zaterdag 19 mei om 18.15 u. in de kerk van Geluveld. Het gebeuren wordt opgeluisterd door het duo Rik Decramer en Philip Hoessen.

Onze heiligen



Iedere kerk wordt bij haar wijding opgedragen aan een 'teken-heilige'. Daarnaast wordt vaak een tweede heilige patroon aangesteld die de gelovigen van binnen en soms ver buiten de parochie een grote verering toedragen omwille van zijn of haar heilige 'specialiteit' tegen ziekten bij mens en dier.

Teken- vs. patroonheilige
De tekenheilige van de kerk staat in het centrum van de verering soms zichtbaar op het hoofdaltaar, op een zijaltaar, in een brandraam, of als kunstbeeld afgebeeld. Maar vaak gaat die tweede heilige patroon met de meeste belangstelling lopen en krijgt hij of zij een bijzondere plaats in de kerk, omgeven met tal van speciale voorwerpen en beeltenissen, een altaar, een vaandel, een brandraam, een reliekschrijn, ex-voto’s ... Wanneer de feestdag van de patroonheilige gevierd wordt komen de mensen op bedevaart, dikwijls in het kader van een noveen, ze doen dan de ommegang, vereren de relikwie, branden een kaarsje, lezen de litanie, kortom ze komen de noodheilige 'dienen'.

Ter plaatse
De kerk van Zonnebeke bijvoorbeeld werd toegewijd aan O.L.Vrouw-ten-Hemel-opgenomen. Op het zijaltaar, links van het hoofdaltaar, wordt Maria Hemelvaart op een groot schilderij afgebeeld. Reeds in de voormalige, oude abdijkerk werd O.L.Vrouw-van-de-Rozenkrans vereerd en gevierd. Johannes-de-Doper werd de tweede patroon. Op het rechter zijaltaar ziet men een gelijkaardig schilderij van de doop van Christus in de Jordaan door Johannes-de-Doper. Vroeger was ‘de ommegang ter ere van Sint Jan’ en ‘de kinderzegen’ erg populair te Zonnebeke.

In Passendale werd Sint-Audomarus de tekenheilige van de kerk, Sint-Cornelius echter werd de patroonheilige. In Geluveld werd de kerk integraal aan de heilige Margaretha toegewijd en ze is tevens naast de teken- ook de grote patroon- of beschermheilige die in de rechterzijbeuk in een schrijn te bewonderen is en die nog ieder jaar tijdens een noveen gevierd wordt. In Zandvoorde is de kerk toegewijd aan Sint-Bartholomeus die in een brandraam kunstig werd afgebeeld. Als tweede patroonheilige kreeg – net zoals te Passendale – Sint-Cornelius een bijzondere verering. In Zandvoorde bloeit tevens sedert enkele jaren een bijzondere devotie voor de heilige pater Pio.
In Beselare is de kerk toegewijd aan Sint-Martinus waar hij in een brandraam wordt voorgesteld. Als tweede patroonheiligen fungeren Sint-Vincentius en Sinte-Birgida. De verering van Sint-Vincentius van Beselare gaat heel ver terug in de geschiedenis. Beselare genoot eertijds van heinde en ver een grote bekendheid als verplichte bedevaartplaats tot Sint-Vincentius voor mensen die iets mispeuterd hadden.

E.H. Lodewijk De Wolf onderpastoor te Beselare van 1911 tot 1914 stipt een volksgebruik aan te Beselare, nog in voege tot aan de oorlog 1914-18.

“Enige leden van Vincentius, achte tiene tot twaalf man, met trommel en speeltuigen, gingen op Kerstavond, Nieuwjaaravond en Dertienavond, achter brood en aalmoezen. Het volk zei smalend: ‘het stutemuziek is op gang’. Onderwijzer en koster Victor Vermeulen was toen chef van het muziek. Ze hadden ook ‘afhalers’ meelopen, die de broden in zakken vergaarden, ze droegen de brooden bij de schamele liên, waar het hun gezeid was zulks te doen.”

Het beeld van Sint-Vincentius in de kerk draagt in de rechterhand een roskam en in de linkerhand een palmtak. Hij is voorgesteld als diaken. Het nieuwe beeld van Sint-Vincentius, een doodgewoon commercieel beeld daterend van rond 1925, is eigenlijk een Franciscus Xaverius. Men heeft het koorhemd of de superplie waarmee Sint-Xaverius wordt voorgesteld in ’t groen geschilderd, waarschijnlijk om de traditionele dalmatiek van St-Vincentius op te roepen (M. English in Ons heem, XII jg, p.103).

Ups en downs
Iedere parochiekerk heeft een grote geschiedenis achter zich liggen. Van bij het ontstaan kreeg de kerk reeds een naam en door de eeuwen heen ondergingze tal van verbouwingen. Soms werd ze vernield ten gevolge van brand of oorlogsgeweld zoals in onze regio. Maar de patroonheiligen bleven steeds behouden én de verering van sommige volksheiligen kennen nog altijd belangstelling zoals de heilige Margaretha te Geluveld en Sint-Corneel in Zandvoorde.

Volksdevoties kennen enorme bloeiperioden bv. tijdens oorlogsjaren, of bij plotse epidemieën bij mensen of dieren, denk aan de varkensplagen in de jaren zeventig en tachtig. Sint-Antonius met zijn zwijntje werd dan plots weer erg populair bij de Westvlaamse varkensboeren.

Soms sterven volksdevoties langzaam uit. De belangstelling valt weg omdat iedere nieuwe generatie mensen betere welstand kent en de geneeskunde met rasse schreden evolueert. Het geloof en vertrouwen in heilige genezers voor ziekten bij mens en dier gaat verloren. Niettemin blijven veel mensen die bijvoorbeeld aan de zona lijden Sint-Antonius in Sint-Juliaan dienen. En als ‘patrones van onmogelijke zaken’ kent de heilige Rita van Cascia in Kruiseke wellicht haar gelijke niet.

Zaad in ‘t bakske
Doorheen de kerkgeschiedenis manifesteert menig pastoor zich als een echte persoonlijke fan van zijn patroonheilige en soms naamgenoot en probeert dan zijn voorkeurheiligen in zijn kerk letterlijk en figuurlijk in de bloemetjes te zetten bij zijn parochianen. Zo komt er zaad in het bakske en er kunnen speciale kostbare voorwerpen worden aangekocht zoals een zilveren reliekschrijntje, een nieuwe affiche, een nieuw devotieprentje...

Het zit de volksmensen in het bloed wonderbare verhalen te beluisteren in de kerk en troost te vinden in het dienen van een heilige tegen lichamelijke of geestelijke kwalen. Samen bidden en zingen is tweemaal bidden!


Beeldenstorm in the sixties
Maar soms worden aloude tradities gewoon doodgezwegen of soms brutaal vernield. De beeldenstorm in de jaren zestig in veel parochiekerken heeft veel volksmensen pijn gedaan. Waarom moesten toendertijd de ommegangkapellen van Sint-Jan, Sint-Cornelius en van Sint-Vincentius verdwijnen?

We zijn de kaap van 2000 reeds ver voorbij. Er is nu een totaal nieuwe generatie die het opnieuw maken wil. Hun geloof en vertrouwen is zichtbaar in de vele theelichtjes die ontstoken worden en dit niet alleen in studentenkamers...

De talrijke heiligen
uit onze kerkramen
kijken zwijgend toe.
Maar iedere morgen
straalt door Hen heen
het vriendelijk Licht
dat vertroosting brengt.

Guido Vermeulen.

1918 The final offensive



Honderd jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog herdenken de gemeentes Zonnebeke, Heuvelland en Waregem het laatste oorlogsjaar met het project ‘1918 – The Final Offensive’. Drie tijdelijke tentoonstellingen belichten verschillende aspecten van het laatste oorlogsjaar. Vanaf zaterdag 21 april tot eind 2018 kan iedereen deze tentoonstellingen gratis bezoeken.

Bij deze tentoonstellingen horen een gratis fraai vormgegeven bezoekersgids en de tentoonstellingscatalogus ‘1918 – Het laatste oorlogsjaar’ verkrijgbaar voor 10 euro in de museumshop, samengesteld door MMP17-medewerker Simon Augustyn en ingeleid met een voorwoord door Steven Vandenbussche, directeur van het museum.

Duits Lenteoffensief
Na ruim drie jaar van vrijwel statische stellingenoorlog breken de Duitsers in het laatste oorlogsjaar door. Nadat Rusland zich uit de oorlog teruggetrokken heeft, kan Duitsland de nodige divisies uit het oosten vrijmaken. Zo verkrijgt het voor het eerst een numeriek overwicht aan het westelijke front. Berlijn wil nu koste wat het kost de geallieerden dwingen tot een wapenstilstand voordat Amerikaanse troepen worden ingezet in Europa.

In het voorjaar van 1918 gaan ze in het offensief. Aanvankelijk weten de Duitsers met behulp van stormtroeptechnieken, gesteund door enorme beschietingen, de geallieerde linies op cruciale punten te doorbreken. In april nemen ze de Kemmelberg in en naderen ze Ieper. Maar het Duitse leger wordt het slachtoffer van zijn eigen succes. De snelle opmars zorgt voor bevoorradingsproblemen en gaat ten koste van zware verliezen. Veel eenheden zijn gehalveerd en de elite van het Duitse leger, de stormtroepen, is nagenoeg uitgeroeid.
Uiteindelijk wordt het offensief tot staan gebracht en graven beide partijen zich opnieuw in.

Legergroep Vlaanderen
De geallieerden beseffen dat het nu aan hen is om de oorlog te beëindigen. Midden juli 1918 zetten ze in Frankrijk de aanval in. Overal worden de Duitsers teruggedrongen. Ook in België biedt zich een offensief aan. Legergroep Vlaanderen, een internationale troepenmacht, wordt opgericht en geleid door koning Albert I. Eind september gaan de geallieerden bij Ieper massaal in de aanval. Er is sinds lang weer sprake van een bewegingsoorlog.

Naast voor de Fransen en Britten is er ook voor de Belgen een grote rol weggelegd met de inname van de hoogtes tussen Zonnebeke en Diksmuide. Op 28 september kunnen de Belgische Karabiniers-Grenadiers de puinen van het dorp Passendale innemen. Hierna loopt het offensief verder in de richting van Moorslede. Amerikaanse divisies vervoegen de aanval bij Waregem en rukken op richting de Schelde. De Duitsers moeten wijken en gooien op 11 november de handdoek in de ring. De kanonnen zwijgen en de wapenstilstand is een feit.

Tot het bittere eind
Na vier jaar intense strijd komt zo een einde aan een allesvernietigende oorlog. De Eerste Wereldoorlog was voor het eerst, helaas niet voor het laatst, een totale oorlog, waar al het mogelijke werd ingezet om de tegenstander te vernietigen. De Eerste Wereldoorlog werd een technische oorlog, waar veel nieuwe wapens als tanks en gifgas werden geïntroduceerd. Deze wapens werden voor het eerst experimenteel ingezet, ten koste van de vele slachtoffers. Ironisch genoeg werd de oorlog niet beëindigd door deze nieuwe uitvindingen. De oorlog wordt uiteindelijk pas stopgezet nadat alle reserves zijn uitgeput en nieuwe, verse troepen zorgden ervoor dat er opnieuw een groot numeriek overwicht was voor de geallieerden.

Verder onderzoek nodig
Honderd jaar na datum stellen we echter ook vast dat met het verdwijnen van de laatste getuigen, ook veel mogelijke onderzoeksbronnen over de Eerste Wereldoorlog zijn verdwenen. De nalatenschap van de oorlog bestaat enkel nog uit stille getuigen: boeken en memoires, maar ook littekens in het landschap. We merken dat er nog steeds hiaten zijn in de historiografie van de Eerste Wereldoorlog. Het blijft dan ook belangrijk om historisch onderzoek te blijven verrichten naar de grote wereldbrand van honderd jaar terug.

De uitgave van de catalogusgids is daar één voorbeeld van, maar met het museum willen we verder het Kenniscentrum Passchendaele op de kaart zetten als open en actief ontmoetings- en onderzoekscentrum om wetenschappelijk onderzoek te faciliteren. Via een unieke samenwerking bundelen de gemeentes Zonnebeke, Heuvelland en Waregem de krachten en brengen het verhaal van het laatste oorlogsjaar.



Drie complementaire tentoonstellingen
De tijdelijke tentoonstelling in Zonnebeke in Villa Zonnedaele vormt het instappunt van het project. De expositie, met onder meer persoonlijke objecten van koning Albert I, geeft een algemene inleiding op het laatste oorlogsjaar. De grote rol van de Belgen in het Bevrijdingsoffensief komt hierbij uitvoerig aan bod.

In Heuvelland staat de ‘De Slag om de Kemmelberg’ centraal, met als hoogtepunten het Duitse Lenteoffensief en de eerste inzet van Amerikaanse troepen in Vlaanderen.

In Waregem ten slotte wordt dieper ingegaan op de laatste dagen van de oorlog, waarbij de Amerikanen een cruciale rol spelen. De expositie ‘The Yanks are coming’ in Hippo.WAR te Waregem gaat dieper in op de bevrijding van de stad en besteedt ook ruim aandacht aan de Amerikaanse eenheden van Legergroep Vlaanderen, die oprukten tussen Waregem en de Schelde.

De drie complementaire tentoonstellingen vormen samen één toeristisch parcours dat ook de littekens in het landschap en de talrijke herdenkingsplaatsen belicht. Alle tentoonstellingen zijn gratis te bezoeken vanaf 21 april tot en met 15 november. De tentoonstelling in Heuvelland loopt nog tot 15 december.

Eén parcours van herdenkingsplaatsen
De drie tentoonstellingen belichten ook de littekens in het huidige landschap en de talrijke herdenkingsplaatsen. Op deze manier willen de gemeentes de bezoekers aansporen om het omliggende landschap te (her)ontdekken. Hiervoor werd ook een toeristisch dagprogramma en een gratis bezoekersgids ontwikkeld die de bezoekers wegwijs maakt in de omgeving.
Alle informatie over het project en de tentoonstellingen via www.finaloffensive1918.org en www.facebook.com/TheFinalOffensive1918


Kamiel Masschelein
Als uitsmijter en smaakmaker citeren we Kamiel Masschelein (foto bovenaan tweede links). Hij is waarschijnlijk een van de eerste inwoners van Beselare die naar hun verwoeste dorp terugkeren. Zijn eenheid bevindt zich tijdens het Eindoffensief in Moorslede, vanwaar hij op 6 oktober 1918 naar zijn geboortedorp trekt.

‘Gekomen op de Keiberg; vallen er in de omtrek nog Duitse obussen, verder oostwaarts en op Terhand nog meer. [...] Na een eind verdoold gelopen te hebben kom ik uit ergens waar ‘t Noordeinde moet geweest zijn. Wat verder naar de Spilstraat toe ligt een neergeschoten vliegtuig te roken; van de vroegere bossen, dreven en hoven aldaar schiet niets anders meer over dan wat afgeknotte boomstammen, hier en daar een tronk hout en een hoopke stenen. [...]

Omtrent waar de Jongensschool moet gestaan hebben, is er een door stekkerdraad omsloten park, waarin Duitse krijgsgevangenen verblijven. Zij komen nieuwsgierig kijken tot bij de draad en zeggen, op mij doelend: “ein Belgischer Soldaat” [...]

Nevens de Molenstraat ligt een omwoeld soldatenkerkhof; daarover is ’t al zompe en water. De plekke waar mijn geboortehuis mag gestaan hebben vind ik met moeite terug... Wat verder wenkt een Engels soldaat mij, ik stap er naartoe en bij hem gekomen vermoed ik op Cyriel Deleus hof te zijn. [...] Op de vraag van een officier wat ik er komme verrichten, leg ik hem uit dat mijn regiment tot Moorslede is doorgestoten en ik met permissie mijn parochie bezoek, erop steunend dat hier mijn ouderlijk huis stond. Op zijn verzoek niet verder door te gaan, neem ik de terugweg langs de plaats.

Ik blijf een ogenblik staan rondkijken op heel die vertrouwde omgeving die nu een onbeschrijfelijke verdestruatie geworden is... Van al de bekende hofsteden, huizen, bomen, hagen en tronken, hoekskens, kanten en wegelkes, geen spoor meer, ’t is er al lijk weggetoverd... en de grond van aanschijn veranderd... Niets meer dan eendlijke obusputten, de één nevens de andere, vol met stinkend vuil bruin sop, doorweven van hopen stekkerdraad, overgroeid van distels, netels en wilde woekerplanten. […]

Ik vorder mijn weg terug naar de Keiberg waar heel ’t geweste doorzaaid ligt met allerhande stukgeschoten oorlogstuig. [...] Midden heel die baaierd ontwaren mijn ogen nu en dan een haastig gegraven soldatengraf waarop een schamel scheefgezonken kruiske... Terwijl ik mijn geboortegrond verlaat gaan mijn gedachten naar familie en bekenden die, moe van op 't vreemde te zitten, uitzien en verlangen om te kunnen weerkeren... maar ’t zal alles nog zo rap niet gaan...'