Pagina's

Posts tonen met het label Vormselvoorbereiding. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vormselvoorbereiding. Alle posts tonen

zondag 25 februari 2018

Let It Shine



Het is stilaan een traditie geworden in ons bisdom. Tijdens de krokusvakantie zorgt ‘Let It Shine’ voor een hoogtepunt in de voorbereiding op het vormsel. ‘Let It Shine’ staat voor een muzikale avond, met veel enthousiasme, getuigenissen, een moment van gebed en vooral veel muziek voor vormelingen. 7 voorstellingen voor samen ruim 3.000 vormelingen. Deze keer ook 2 opvoeringen in een bomvolle Onze-Lieve-Vrouwekerk in Zonnebeke.

In Vichte, Zonnebeke en Knokke stonden in deze week de kerkdeuren wijd open om het jonge volkje te ontvangen. Samen met hun begeleiders beleven vormelingen tijdens ‘Let It Shine’ een heel sterke avond. Op het programma staat veel muziek, samen bidden en stilvallen bij de betekenis van het vormsel. De jonge muzikanten en zangers in de Let-It-Shineband nemen de jongens en meisjes op sleeptouw. Samen zingen is tweemaal bidden en dat ervaar je op een bijzondere manier op zo’n avond.


Tattoo Tom
Voor vele vormelingen is hét hoogtepunt een getuigenis van Tattoo Tom die het vorig jaar tot in de halve finales van ‘The Voice’ schopte. Ja, hij heeft tattoos en gaat elke zondag naar de kerk. Op het eerste zicht is het wat ongewoon, maar Tattoo Tom die in Kortrijk een tattooshop shop uitbaat, gaat wekelijks naar de kerk.

Hij voelt zich thuis in zijn parochie in Vichte: “Ik ben altijd al gelovig geweest, maar ging pas terug naar de kerk sinds ik hier eens kwam voor een viering met de kinderen. Vroeger zat ik op de laatste rij, achteraan in de kerk. Ik wilde zo weinig mogelijk opvallen. Nu voel ik me vrij en zet ik me gewoon tussen de andere mensen.“Al moet ik wel bekennen dat sommige oudere parochianen even schrikken als ze me zien met mijn neuspiercing en mijn tattoos”, lacht Tom. “Geloven is niet evident”,vertelt hij nog aan de vormelingen. “Mensen stellen vaak vragen: meen je dat nu echt dat jij naar de kerk gaat? Ja, ik meen het. En ik heb daar echt deugd van!”


Openstellen, ook al begrijp je het niet goed
Op het slot van de avond spreekt Nathalie Verstraete, bisschoppelijk gedelegeerde voor jongerenpastoraal, de vormelingen rechtstreeks aan: “Toen ik gevormd werd, begreep ik het allemaal nog niet zo goed. Maar ik herinner me wel nog dat ik bij het begin van de viering dacht: God, ik snap het eigenlijk niet. Wat is dat toch die Geest van Jou? Maar ik wil wel mijn hart helemaal openstellen voor wat zal gebeuren”.


Achter de schermen
Voor en achter de schermen van ‘Let It Shine’ werken een 20-tal vooral jonge mensen mee. Je herkent ze gemakkelijk aan hun flashy groene IJD-truien. IJD zou je de jeugdbeweging van de Kerk kunnen noemen. Net als KSA, Chiro en Scouts organiseren ze activiteiten voor jongeren maar dan bijzonder vanuit het geloof. Zij staan in voor het programma, de muziek, de filmpjes … Ook zij zijn geraakt door de avonden. “Het samenzingen, de intense verbondenheid onder elkaar”, treffen me, klinkt het achter de schermen. Kortom, opnieuw een sterk gebeuren!


Een jonge Let-It-Shineband
Het hele gebeuren van ‘Let It Shine’ betekent veel voor de vormelingen, maar evengoed voor de velen die eraan meewerken. We laten drie muzikanten aan het woord:

“Ik zit in de LIS-band omdat ik uiteraard van muziek en van kinderen hou, maar daarbij vind ik ook dat spiritualiteit en geloof zeker voor jongeren heel waardevol kan zijn. Het bijzondere aan die avonden is dat de kinderen op een hedendaagse manier en door jonge mensen meer te weten komen over het vormsel dat hen te wachten staat. Op een luchtige manier worden de kinderen warm gemaakt om te geloven, te zingen en te bidden”. (Ulrieke)

“Ik vind het zo fantastisch om met zo veel samen te kunnen spelen, zingen en plezier maken. We zijn al één grote hechte groep geworden! Het is een superunieke ervaring om mee te doen aan ‘Let It Shine’!” (Ruth)

“Ik doe mee met ‘Let It Shine’ omdat zingen mijn leven is. Mijn nicht Sofie presenteert en organiseert het. Het is een leuke vakantiebezigheid.” (Willem)

Het jonge volkje is onder de indruk van het gebeuren. Ze zingen uit volle borst mee. Ze vallen stil tijdens het gebedsmoment waarin gebeden wordt om Gods Geest. En het slotmoment met de glowsticks en de titelsong Let It Shine laat niemand onberoerd. Vol inspiratie verlaten ze de kerk.

Youtube


Wie het nog allemaal eens opnieuw wil bleven kan terecht op Youtube via deze link https://www.youtube.com/watch?v=n29c7vgrIKo. De opname (Knokke) is ook te vinden op onze website www.kerkinzonnebeke. Zo kunnen ook thuisblijvers en alle geïnteresseerden eens proeven van ‘Let It Shine’.



donderdag 11 mei 2017

Vriendjes zijn met Jezus


De Eerste Communie is reeds decennia lang een sterk verankerd, collectief, religieus geïnspireerd overgangsritueel geworden in onze dorpen. In de beleving van jonge ouders lijkt het dan ook steeds zo te zijn gegaan. Op nogal wat plaatsen wordt geëxperimenteerd met de invulling van dit sacrament onder het mom dat het inhoudelijk zijn doel voorbijschiet. Terecht of niet?

Het is pas een eeuw geleden, dat paus Pius X vond dat kinderen mee naar de communie mochten gaan, zodra ze bewust het onderscheid konden maken tussen een gewoon stukje brood en een hostie. Voordien viel dat samen met het Vormsel. De kinderen, die hij voor ogen had, kwamen met hun ouders mee naar de mis. Maar zo heb je er bijna geen meer. In die zin schiet de Eerste Communie een eerste keer z’n doel voorbij.

Tien extra bezoekers, dat levert een gemiddelde eerste communicant op. Geen wonder dat de kerken tussen Pasen en Pinksteren nog een keer ouderwets vol durven te zitten. Goede reclame, zou je denken, maar binnen de Kerk is niet iedereen daar even blij mee. Er schort iets aan de beleving. De viering heeft meer weg van een parade, een veredeld schoolfeestje dan van een eucharistie.

Heeft iemand daar dan last van? Ja, die al even zeldzaam geworden gelovigen voor wie de kerk meer is dan de plek waar je alleen op de grote momenten van je leven komt. Maar als zij dan als trouwe kerkgangers thuis blijven – wat meestal gebeurt – schiet de Eerste Communie een tweede keer haar doel voorbij. Want in die viering hoort de geloofsgemeenschap als geheel het kind binnen de kring op te nemen. Het lijken wel twee compleet van elkaar gescheiden werelden.

Terug naar af
Op sommige plaatsen is de Eerste Communie geen massagebeuren meer. De communicanten worden er gespreid over de zondagen tussen Pasen en Pinksteren. Het houdt veel meer steek als de Eerste Communie gegeven wordt tijdens een gewone eucharistieviering, zeggen ze. Eentje met een feestelijk accent voor de communicanten, dat wel. Ze doen hun blijde intrede, lezen de voorbeden en brengen de offergaven naar het altaar. En ze gaan als gezin ter communie, en zo hebben ze zich ook voorbereid.

In Franstalig België proberen ze Eerste Communie en Vormsel weer bij elkaar te brengen. En dan wordt de Eerste Communie de uitzondering die de regel bevestigt voor de praktiserende katholieken. Die mogen dan net als vroeger aangeven wanneer hun kinderen er klaar voor zijn, en dan samen met hen een eerste keer ter communie gaan op een zondag naar keuze. Daar zijn geen toneeltjes of kinderliedjes bij nodig. Op die manier lijk je tegemoet te komen aan de verzuchtingen van het traditionele, zondagse publiek.

Stekeblind
Toch ben je dan weer stekeblind voor enkele harde feiten. Je moet geen geschoolde socioloog zijn om te beseffen, dat deze kerkgangers er binnen tien jaar niet meer zullen zijn. De secularisatie is nog niet over haar dieptepunt heen en de vergrijzing kent verder geen genade. Wekelijkse eucharistievieringen in elke parochiekerk voor een handvol mensen zijn binnenkort niet meer te verantwoorden of te organiseren. Morrelen aan het huidige systeem van Eerste Communie- of Vormselvieringen – hoe onvolkomen ook – is uit den boze. Het is veeleer een goedbedoelde truc om de uitdovende zondagspatrijk op te schonen. De ‘oude tijden’ komen daarmee niet terug. Het is op termijn nog meer letterlijk dan figuurlijk het kind met het badwater weggooien. In onze federatie waar in Beselare, Geluveld, Passendale en Zonnebeke de schoolpastoraal in het algemeen hoog in het vaandel staat en bloeit zou dat ‘doodzonde’ zijn.

Godsgeschenk
We hoeven ons helemaal niet te schamen voor die zogezegd ‘onverschillige’ ouders, die nauwelijks of nooit naar de kerk gaan en toch hun kinderen hun eerste of plechtige communie laten doen. En al zeker niet bij eerste-communicantjes. Integendeel, het is een verdienste. Die kinderen geloven vaak heel oprecht en willen meestal ook zelf ‘écht’ graag hun communie doen. Ouders willen hun kind dat ook van harte gunnen, zelfs al geloven ze niet. Ze zien het dan eerder als een mooie, zinvolle traditie, als een familiefeest. Jonge kinderen hebben nog geen vooroordelen tegenover religie. Ze krijgen in de godsdienstles vooral mooie verhalen te horen en dat spreekt hen erg aan. Begrijpelijk dat ze evenzeer bekoord worden door het bijbehorend feest en de leuke cadeautjes. Maar alles lijkt nog in balans.

Gelovig of niet-gelovig zijn ook termen die vandaag vele ladingen dekken. Vroeger was het simpel. Je had enkel gelovigen en niet-gelovigen. Geloven is zeer verscheiden geworden. Mensen die er dagelijks van leven, gelovigen die niet praktiseren, ongelovigen die niet daarom nog niet per se atheïstisch zijn en mensen die ruim denken en die van de rituelen houden. We moeten dus voorzichtig zijn met een oordeel, want we kunnen niet in de harten van de mensen kijken en schijn bedriegt nog al eens.

Er zijn natuurlijk her en der verhalen genoeg bekend van ouders die bij de inschrijving voor een communie een reprimande krijgen van meneer pastoor omdat ze nooit naar de kerk gaan. Of die tijdens de viering zelf nog eens door catechisten uit pure frustratie een veeg uit de pan krijgen. Beter is de tijdsgeest en de mens te aanvaarden zoals hij zich voordoet als een godsgeschenk om mee an de slag te gaan. Goddank dat ze zich met welke motieven dan ook nog aanmelden. Echt onverschillig kun je dat niet noemen.


Zaaien niet maaien
De gegeven kansen dus dankbaar te baat te nemen en te werk te gaan zoals de Zaaier. We planten Gods woord als zaadjes. De meeste gaan zoals in de parabel verloren maar sommige groeien uiteindelijk toch uit tot een mooi plantje. Dat jeugdig groen behandelen als door ons te maaien, te oogsten kasplantjes is geen optie. Dat werkt verstikkend en het verleden heeft voldoende aangetoond hoe contra-productief of hoe averechts dit kan werken. Geloof is niet voor niets een ‘gave van de Geest’. Hij weet wat Hij wil en nog meer wat hij doet.

Switch
Eerste-communicantjes vragen vaak zelf om hun communie te mogen doen, want ze willen graag ‘vriendjes zijn met Jezus’. Bij vormelingen ligt dat al wat moeilijker. Een twaalfjarige is sowieso al een stuk kritischer. Aan jonge kinderen wordt het geloof vooral verhalend door gegeven. Jezus die wonderen verricht of die vissen en brood vermenigvuldigt. Een deel van de kinderen voelt tegen het vijfde leerjaar al aan dat er iets niet klopt en maken langzaamaan een switch.

Die verhalen zijn vooral een manier om Jezus’ woorden kracht bij te zetten en uit te leggen dat Hij een erg belangrijk iemand was. Uit onderzoek blijkt dat kinderen van het vijfde en zesde leerjaar – mits begeleiding – wel degelijk in staat zijn om die verhalen op een eerder ‘volwassen’ manier naar waarde te schatten. We mogen ze op dat vlak dus niet onderschatten want anders voelen ze zich soms echt voorgelogen en gooien ze de eerste jaren van het middelbaar hun geloof zelfs vaak helemaal overboord. En dat was toch de bedoeling niet.

woensdag 22 februari 2017

Godly play


Na hun interlevensbeschouwelijke tocht op donderdag 26 januari in de stad Kortrijk, beleefden onze vormelingen op maandag 30 januari opnieuw enkele zeer intense catechese-momenten. Met Tom Vandamme kregen ze een bijdehandse inleiding in het gebed. Daarna waagden ze zich aan een sessie Godly Play met juf Severine Verhulst.

Godly Play is een speelse methode van geloofsinitiatie en -communicatie die uitgaat van de kracht van het vertellen. Ze gaat er van uit dat iedereen, en in het bijzonder een kind, God kan ervaren in zijn of haar leven. De verhalen worden sober en authentiek verbeeld met behulp van spelmateriaal. Als geheel is het een combinatie van spel, ritueel, creativiteit en verhaal.

Godly Play voedt en inspireert het groeien in geloof. Het is een weg om vertrouwd te raken met de schatten uit de christelijke geloofstraditie. Een ervaringsgerichte manier om Bijbelverhalen te verkennen. Zo wordt de methode al wereldwijd ingezet in het godsdienstonderwijs voor leerlingen met gewone en bijzondere noden, ziekenhuispastoraal, pastoraal met mensen met een beperking, catechese, momenten van bezinning en vorming met volwassenen …

Druppelsgewijs betreden kinderen dan een voor een in alle rust het lokaal. Vertelster Severine heet iedereen welkom en laat hen plaatsnemen op een kussen in een kring. Alle nieuwsgierige snoeten kijken toe als ze een beetje theatraal het spelmateriaal uitstalt. Een zeildoek vol zand dat, eens opengespreid, de woestijn voorstelt, enkele houten figuren en twee blauwe lappen stof verbeeldende zee. Er staat ook nog een schaal met stukjes matse, ongedesemd brood, dat de Joden in de woestijn aten en dat straks zal worden uitgedeeld. Meer is er niet nodig om helemaal onder te duiken in het verhaal van Mozes, die zijn volk uit Egypte leidt.

Eerst wordt het verhaal rustig verteld. Op geen enkel moment maakt de vertelster oogcontact. Ze houdt de blik strak gericht op het zand, de zee, de figuren en maakt afgemeten, sobere gebaren. Het is al de hele tijd muisstil.


In het vraaggesprek dat volgt blijkt dat de kinderen het verhaal eigenlijk al kennen. Maar hoe hebben ze het nu zelf ervaren? Met wie in het verhaal hadden ze het meest te doen? Wat vonden ze het mooiste, het spannendste, het belangrijkste moment? … dat God dicht bij Mozes kwam en Mozes dicht bij God … de confrontatie met farao, de vlucht door de woestijn, waar ze hun weg in dreigen te verliezen … de moed die nodig is om zo’n tocht aan te vatten … de doortocht door de Rode Zee … of waren ze gelukkiger toen ze nog te eten hadden in Egypte … maar toen helemaal niet vrij in hun doen en laten … … De bedenkingen komen van de kinderen zelf. Dat het uiteindelijk over godsvertrouwen gaat, is duidelijk. Je ziet Hem niet, maar toch doet Hij iets met jou.

Dan wordt de matse uitgedeeld. Zo kunnen ze het verhaal ook letterlijk proeven. “Het is een mengsel van bloem en water dat net als toen werd gebakken zonder gist”, legt juf Severine uit. Een voor een reiken ze elkaar de matse aan. Ze danken voor en beamen het gebeuren. De droge koekjes knisperen bij het kauwen. Zie het als een voorproefje van de eucharistieviering.


Dan mogen de kinderen creatief aan de slag. Met materiaal naar keuze het verhaal verwerken: verf, kleurpotloden … of gewoon zelf het verhaal in stilte naspelen met het zand en de figuren.

Stil, stiller, stilst. Of ze altijd zo rustig zijn? Nee hoor! Maar door de bijzondere manier van binnenkomen en van vertellen, werkt Godly Play rustgevend. De kinderen worden aangezogen door het verhaal. Zelfs de meest rusteloze kinderen worden er stil door.

vrijdag 13 februari 2015

Vrolijke vrienden op weekend


Het idee sluimerde al lang bij de groep vormselcatechisten in Zonnebeke. Als voorbereiding op het Vormsel ook eens op weekend te gaan met de vormelingen. Het biedt naar groepsvorming en verdieping heel wat kansen. Een positieve kerkervaring die beklijft. Het vraagt wel een hele voorbereiding en je moet het ook in de hand kunnen houden. Er zijn ook risico's aan verbonden. Het is vooral een kwestie van er een gedacht van te maken, alle praktische beslommeringen niet te ontzien, van vertrouwen en er voor te gaan. Vrijdag 6 februari was het eindelijk zover.

Om 17.30 u. stromen ze toe aan de kerk, geladen met hun valies, slaapzak en laarzen. De bagage wordt ingeladen op de aanhangwagen en de pastoor nodigt ons om 18.00 u. stipt uit voor een kort bezinningsmoment in de winterkapel. Als bedevaarders trekken we naar bivakhuis 't Lotegat in de Lotegatstraat, bij boer Lode.



Na een deugddoende wandeling staat het avondmaal voor ons klaar: we eten warme hotdogs, met ketchup en mosterd. We ruimen op, doen de vaat en we installeren de slaapkamers. Boer Lode komt ons welkom heten en maakt met ons enkele afspraken. Hij vertelt over zijn boerderij en nodigt alvast de jongens uit om zaterdagmorgen te komen werken: koeien melken, konijnen knuffelen en het eten voor de dieren klaar te maken. We spelen een leuk talentenspel en schrijven op de witte t-shirt (onze naam staat er al op) enkele positieve eigenschappen van onszelf op. We sluiten de dag af met een bezinningsmoment: als 'Vrolijke vrienden' willen we proberen van ons weekend iets leuks te maken: 'Dus, zullen we er samen iets van moeten maken ...'



Zaterdagmorgen zijn de jongens inderdaad op de afspraak voor het werk op de boerderij (ook bij de kleine kalfjes) en na een warm ontbijt begint de voormiddagactiviteit: een quiz. Het groepje dat het meest punten behaalt mag in de vormselviering op de eerste rij plaatsnemen.
Er zijn vragen en opdrachten over 'water, handen, olie, in vuur en vlam staan', aan de hand van enkele bijbelverhalen. Typische symbolen voor het Vormsel, ook wel het sacrament van de Geest genoemd. We zingen enkele vormselliederen en een appel is een lekker tussendoortje. Na het middagmaal (lekkere spaghetti) maken we ons klaar voor het bosspel.
We krijgen een ei (niet gekookt natuurlijk) en een reeks opdrachten, voor een heel parcours in het bos. Benieuwd welke groep het goed doet ... en welke groep aan het einde van het bosspel goed heeft gezorgd voor het ei. Het lukt alle groepjes om het ei weer af te leveren ... proficiat allemaal! We krijgen lekkere warme chocomelk met een wafel en maken de zaal klaar voor een knutselmomenten gezelsschapspelen. De meisjes trekken naar de boerderij, hun beurt om te zien hoe de koeien van boer Lode worden gemolken. En een groepje jongens gaat aan het werk in de keuken: lekkere preisoep maken. We zitten gezellig samen voor het avondmaal (brood met beleg, kaas of vlees, en lekkere verse soep) en na het opruimen en afwassen zingen en we bereiden we de eucharistieviering voor. Wie wil een stukje voorlezen, wie werkt mee aan de offerstoet? En welke liederen zullen we zingen in de viering van zondagmorgen?
Als avondactiviteit zien we een mooie film 'Intouchable', die door de vormelingen gesmaakt en gewaardeerd wordt.



Na het ontbijt van zondagmorgen nemen we afscheid van enkele voetballers en we maken de valiezen, verzamelen materiaal en ruimen de slaapzaal op. Als de aanhangwagen weer is geladen, vertrekken we voor een stevige wandeling door het bos en via het nieuwe wandelpad naar de parochiekerk. We zien in de kerk vele mama's en papa's terug, en we vieren eucharistie. Na de viering verdwijnen alle valiezen, slaapzakken en laarzen uit het protaal van de kerk: iedereen naar huis!

Bedankt, lieve vormelingen, het was leuk en boeiend om met jullie samen te leven. Bedankt, catechisten, voor jouw catechist-zijn, voor jouw bezorgd-zijn, voor de slapeloze uurtjes, voor het gezellig thee-moment in de late avond. Maar we vergeten ook onze partners niet te bedanken: voor het gebruik van de aanhangwagen, voor het klaarmaken van het avondmaal op vrijdag, voor de lekkere spaghetti, voor de wafels en de warme chocomelk, voor de helpende handen. Het is goed geweest.



maandag 19 januari 2015

Geloofsavond

Zelf geloven met kinderen


Elke cultuur kent z'n overgangsriten, een manier om stappen vooruit te zetten in het leven. We hebben er vast al over gehoord bij Afrikaanse of Indiaanse stammen. Vaak zijn het bizarre gebruiken die verwondering, soms ook afschuw wekken omdat we ze niet ten volle snappen. Maar ook wij kennen dergelijke tradities in het Westen. Eerste Communie en Vormsel zijn gelegenheden om te uiten dat kinderen groot worden. Maar het is ook méér dan dat, ze zijn ingebed in een geloofspraktijk. Maar die traditie stokt en mankt vandaag. Het vormelijke blijft overeind maar wat steekt erachter? Eigenlijk zijn jonge ouders daar niet mee bezig. Ze hebben als dertigers, soms prille veertigers hun hoofd en handen vol met materiële beslommeringen. Ze worden opgeslorpt en opgejaagd door hun carrière en financiële kopbrekens. De waarom-vraag, waarom ze zo bezig zijn en waartoe het allemaal leidt kan voorlopig niet op tegen de harde realiteit. Het is een periode waar we allemaal doorgaan.

Zo kinderen opvoeden is niet gemakkelijk. Gelovig opvoeden, al helemaal niet want je hebt er (nog) geen taal voor, het is schimmig, je kan het het niet plaatsen en het lijkt in tegenspraak met de dingen die er nu toe doen. Zo'n ouderavond als voorbereiding is geen verplicht nummertje. Je kan als ouder doorheen het parcours van de Eerste Communie en het Vormsel slalommen zonder je ook maar een moer aan te trekken van het geloof zelf. The show must go on!

We opteren op zo'n geloofsavond niet te spreken over praktische zaken. Zo van, 'wanneer start de viering … mooi dan kan ik nu al op tijd een afspraak maken met de coiffeuse om m'n haar te doen'.
Niet dat die vragen niet mogen gesteld worden, maar op een geloofsavond zijn ze niet terzake. Het is dan ook bewonderenswaardig dat toch nogal wat ouders – een kleine minderheid weliswaar – op onze uitnodiging ingaan. Dit jaar nodigden we opnieuw Inge Cordemans uit om samen met haar op dat vlak onze weg wat te zoeken. Want daar komt het op aan. Je hoeft als Inge geen theoloog te zijn om het geloof door te geven. Het begint met op te staan en bescheiden stappen te zetten op de weg van het geloof. Augustinus zei: “Bemin en doe wat je wil!” M.a.w. als je liefde oprecht is, kan je gerust je intuïtie volgen. Als ouders van eerste communicanten en vormelingen uit Beselare en Geluveld kwamen we samen in de parochiekerk van Geluveld. Een knusse ruimte die tot inkeer wekt. Bij overgangsrituelen valt ons leven even stil, we kunnen ons dan verwonderen, ook dankbaar zijn om het gegeven leven, z'n ontstaan en z'n voortgang. Hoewel we veel weten kan het ons verstand te boven gaan. Niet dat we stom of achterlijk zijn. Integendeel we proberen even 'out of the box' te denken en zoeken zin buiten onszelf. We hebben niet alles in handen, we vermoeden dat 'meer' dat 'iets' of die 'Iemand' en we verbinden ons ermee, niet altijd even bewust maar zo kunnen we toch bij God terecht komen.

In het doopsel bevestigen we in een plechtigheid nadrukkelijk onze, meer nog God's liefde voor onze kinderen. Het beste is werkelijk nog niet goed genoeg. Ook dat zou een omschrijving van het goddelijke kunnen zijn. Met de Eerste Communie drukken wij opnieuw onze liefde uit en niet toevallig door onze kinderen voor het eerst volwaardig te laten deelnemen aan de eucharistie. De betekenis van de eucharistie wordt duidelijk als we de Bijbel ter hand nemen. Wie de Schrift benadert als een verzameling verzinsels ontgaat de inhoud compleet. Het is een allesomvattend liefdesdrama met alles erop en eraan, in goede en kwade dagen, niets menselijks is de Bijbel vreemd. Het is het verhaal van God die langs de Wet en de Profeten de mensen in hun onvolkomenheid nabij is. Hij drijft het zelfs zover om in Jezus zelf mens te worden en te tonen wat liefde eigenlijk is: zich klein maken (het stalleke) alles delen (het Laatste Avondmaal) en z'n leven geven voor de mensen die hem gegeven waren (de kruisdood). Op het eerste zicht leek het een fiasco, achteraf leek er een ontzettende kracht van uit te gaan (de Verrijzenis en Pinksteren). En zo blijft God door zijn Geest tot ons spreken via het Vormsel in duizend kleine dingen en mensen, niet in het minst door onze kinderen. Zij zijn het die ons bij de zaak en bij het geloof houden.

God kan je net als het leven ook vergelijken met een puzzel. Wanneer je snel en succesvol een puzzel wil bijeen leggen zoek je eerst de kantjes om tot de omtrek, het kader te komen. Dat levenskader is bij uitstek dat wat ouders doen. Wat vinden we belangrijk in het leven, waar bouwen we op voort, wat willen we daarvan doorgeven aan onze kinderen? Vertrouwen? Respect voor anderen? Solidariteit? Geleidelijk aan lost het leven zich op en weten we een plaats te geven aan fraaie en minder fraaie gebeurtenissen in ons bestaan. Het tafelblad, die de puzzelstukken draagt is de vastheid die God ons biedt, Hij is de grond van ons bestaan.

We kunnen reuzenstappen zetten in ons geloof als we God elke dag zouden proberen te danken voor drie dingen. Het kan je leven grondig veranderen in de manier waarop je naar mensen en dingen kijkt omdat je dan pas echt gaat beseffen wat ze voor jou betekenen en dat ze je zomaar gegeven zijn. Zo kweek je ook met vallen en opstaan vertrouwen in het leven. Je ervaart lijfelijk dat er voor jou wordt gezorgd!

Hoe kunnen we leven als christen?
Ook op deze vraag kunnen we ons voordeel doen met een ongewone vergelijking. Inge schotelt ons drie biermerken voor. Een Brugse zot, een Leffe en een Trappist. Wie vandaag nog gelooft moet wel zot zijn. Wie straks op het werk vertelt dat hij op een donderdagavond in de kerk vertoefde, wordt half gek verklaard. Had je niets beters te doen? Je moet ook verdorie wel wat lef hebben om daar voor uit te komen of om vanuit je geloof bepaalde zaken aan de kaak te stellen of om je gewoon belangeloos voor niets in te zetten voor mensen. Tenslotte kunnen we veel leren van een trappist. Hij staat midden in de nacht op om te bidden. Dat is z'n werk. Net zoals bakkers, postbodes, zorgkundigen en verpleegsters 's nachts in de weer zijn voor mensen. Gans zijn leven is hij op zoek naar God. We hoeven geen zeven maal daags te bidden. Die aandacht zit hem vaak in kleine dingen en momenten van dankbaarheid of een schietgebed om steun. Een trappistenbier is lekker omdat het een tijd kan gisten en rijpen. Christenen zijn ook maar smaakvolle mensen als ze in stilte de tijd nemen om hun geloof te laten bezinken. Biddende mensen zijn vaak ook mensen van grote inzet omdat ze er kracht uit putten in uitzichtloze situaties.

Geloof groeit als een mosterdzaadje
Deze vergelijking komt van Jezus zelf. Je kan ontzettend klein beginnen, ook als ouders zonder veel bagage. Als je het geloof toelaat, kan het uitgroeien tot een grote wijd vertakte boom die soelaas biedt aan al wie er zich komt in nestelen. Geloof kan bergen verzetten. Het is het proberen meer dan waard!