Pagina's

donderdag 22 september 2016

Sterke vrouwen in het leerhuis


Dinsdag 20 september startte het Leerhuis editie 2016-2017 met een gezamelijke bijeenkomst in het Diocesaan Centrum Groenhove in Torhout. 450 deelnemers schreven zich in om samen met 70 monitoren een heel jaar lang werk te maken van bijbellezen in het gezelschap van heel markante bijbelse vrouwen: Maria-Magdalena, Tamar, Eva, Ruth, Maria-de-moeder-van-Jezus, de vrouwen rond Mozes en de zussen Martha en Maria. Allemaal moedige vrouwen met een groot geloof. Sterke voorbeelden die ons kunnen inspireren. Hans Debel (32), doctor in de theologie en professor aan het Groot Seminarie in Brugge, leidde ons in, bij wijze van smaakmaker voor de eerste beurt, o.a. in de wondere wereld van Maria Magdalena.

De Bijbel is niet meteen het meest vrouwvriendelijke boek uit de wereldliteratuur. Volgens Paulus in z’n eerste brief aan de Korinthiërs, houden vrouwen maar beter hun mond tijdens de bijeenkomsten. In zijn eerste brief aan Timotheüs heet het dan weer, dat ze hun plaats moeten kennen, en willen ze toch iets te weten komen, ze dan maar rustig moeten luisteren naar hun man … want Adam werd niet misleid maar het was de vrouw die daar in de fout ging. Dergelijke passages hebben ons opgezadeld met een soort van erfzonde waarvan de Kerk zich in de laatste jaren moeizaam en aarzelend aan het bevrijden is. Maar die weg is nog lang.

Sterke bijbelse vrouwen

Toch bevat de Bijbel niet enkel kommer en kwel als het om vrouwen gaat. Je vindt er ook na enig speurwerk minder bekende maar toch ‘sterke’ vrouwen. In het boek Ruth treffen we er zo twee aan, vluchtelingen eigenlijk, die zich niet zomaar willen neerleggen bij hun situatie en die op zoek gaan naar een beter leven. In het boek Judith slaagt één vrouw in wat duizenden mannen niet hebben gekund, een groot leger verslaan. Ze maakt gewoon gebruik van twee typische mannelijke zwakheden ‘drank en vrouwelijk schoon’. Eva wordt in het boek van de Schepping uitdrukkelijk ‘de moeder van de levenden’ genoemd. In het boek Exodus ontsnapt de kleine Mozes in Egypte aan kindermoord door het gedurfde optreden van vrouwen die niet eens bij naam worden genoemd. Zonder hen geen exodus of uittocht, toch bepalend voor de geschiedenis van Israël. Tamar, nota bene een Kanaänitische vrouw, leert dan weer haar schoonvader Juda (zoon van van Jakob, zoon van Isaäk, zoon van Abraham) een lesje in rechtvaardigheid. Zonder haar buitenissige optreden geen sprake van koning David, Salomon en uiteindelijk Jezus Christus wiens oermoeder zij is. Allemaal vrouwen die het verdienen uit de schaduw te worden gehaald.


Maria-Magdalena levende legende

Daartegenover staan ongetwijfeld bekende vrouwen als Maria, de moeder van Jezus en Maria-Magdalena. Eerder dit jaar werd de naamdag van deze laatste door Paus Franciscus opgewaardeerd van een gewone gedachtenis tot een kerkelijk feest. Daardoor komt ze in rang op dezelfde hoogte te staan als de apostelen. Maar het het is niet omdat ze wat bekender zijn dat de doorsnee gelovige weet wat er nu al of niet werkelijk over hen in de Bijbel staat. Ga maar eens te rade op de zoekmachine Google op het internet. Daar leer je mede door de hype rond het boek van Dan Brown ‘De Da Vinci Code’ dat Maria-Magdalena getrouwd was met Jezus en met hem zowaar een kind had. Niets daarvan in de Bijbel. Maar de Kerk zou dan ook alles in het werk hebben gesteld om de sporen daarvan uit te wissen.

Dat soort van creatieve beeldvorming rond Maria-Magdalena is helemaal niet nieuw. Eeuwenlang al worden verhalen ongegrond gesponnen rond haar figuur, maar vaak op basis van bijbelse elementen. In de Middeleeuwen ging het verhaal dat zij na de verrijzenis van Jezus terecht kwam in het zuiden van Frankrijk, dat ze daar het evangelie verkondigde, heel wat wonderen verrichtte om zich dan uiteindelijk terug te trekken als een kluizenares in een grot. Daar werd ze dertig jaar lang dagelijks door engelen ten hemel gevoerd om er de heilige Communie te ontvangen. Op het einde van haar leven werd ze met het oog op haar begrafenis gevonden door een priester, die God hem haar schuilplaats had geopenbaard. Pikant detail: ze verbleef naakt in die grot. Een naaktheid die ze verhulde met haar lange haren. Van die legendes zijn ook heel wat uitingen te vinden in de kunst. Die afbeeldingen geven ons verder een idee over hoe mensen haar in de loop van de eeuwen hebben voorgesteld.

Niet toevallig duiken vanaf toen ook diverse relikwieën op, met name in Vezelay, een notoir en lucratief bedevaartsoord. Het is ook een vorm van volksvroomheid. Maria-Magdalena is geen verheven wezen maar een vrouw van vlees en bloed aan wie we ons kunnen spiegelen.


Bekeerde prostituee

Tijdens de renaissance en later wordt in de schilderkunst zonder veel schroom haar lichamelijke schoonheid dik in de verf gezet. Tegelijkertijd wordt ze dikwijls opgevoerd als een ingetogen vrouw die zich bezint over haar verleden, de vergankelijkheid van het bestaan en schuldbewust boete doet. Dit vanuit de opvatting dat zij een bekeerde prostituee is. Dit soort voorstellingen gaan niet in tegen de kerkelijke traditie. Maar waar komt dat idee vandaan?

Het staat niet met zoveel woorden in de Bijbel maar het is wel gebaseerd op enkele gegevens daarin. Eigenlijk is dat het resultaat van de versmelting van drie bijbelse vrouwen. Met Maria-Magdalena krijg je bij wijze van spreken drie vrouwen voor de prijs van één. De eerste van de drie is uiteraard Maria-Magdalena zelf. In drie van de vier evangelies komt ze enkel op het einde naar voor in de context van Jezus’ lijden, dood en verrijzenis.

Lucas vermeld al eerder dat zij zich bij de groep van leerlingen aansloot nadat Jezus bij haar zeven demonen uitdreef. Vlak daarvoor vertelt dezelfde Lucas nog het verhaal van een bekeerde zondares die de voeten van Jezus afdroogt. Dat verhaal is verwant aan dat wat we ook in andere evangelies aantreffen. Marcus en Matteüs vertellen over een ‘naamloze’ vrouw die een albasten flesje met balsem ledigt over Jezus’ hoofd. Dat gebeurt in Judea, kort voor het paasfeest. Een verhaal dat al anticipeert op Jezus’ begrafenis. Lucas vertelt een heel eigen versie, dat zich afspeelt in Galilea, waar zij niet zijn hoofd maar z’n voeten zalft en met de haren afdroogt. Lucas vermeldt verder dat ze als een zondares bekend stond. De link tussen beide taferelen is gauw gelegd dat het om één en dezelfde persoon zou gaan. Ook Johannes bericht hierover in zijn evangelie. Daar versmelten beide verhalen. Het speelt zich af in Judea, kort voor het paasfeest. In zijn bewerking zalft ze dan weer niet zijn hoofd maar zijn voeten, die ze met haar haren afdroogt. Hij noemt haar Maria, niet Maria-Magdalena maar Maria van Bethanië de zuster van Martha en … Lazarus, die Jezus uit de dood had opgewekt. Op die manier raakte ze vereenzelvigd met Maria de Magdaleense, de Maria uit Magdala in Galilea. Hopelijk kunt u nog volgen.

Aan het einde van de zesde eeuw verwerkte Paus Gregorius de Grote die versmelting tot een rolmodel voor al wie zich tot het christendom bekeerde. Wat je ook gedaan hebt, als je je oprecht bekeert, kunnen je zonden – zoals bij Maria-Magdalena – vergeven worden. Die zeven uitgedreven demonen verwijzen dan voor hem naar de ‘zeven hoofdzonden’ met als summum ‘de onkuisheid’. Op die manier ontstond dus de interpretatie dat Maria-Magdalena wel een bekeerde prostituee moest zijn.


De bijbelse Maria-Magdalena

Laten we nu die opgebouwde traditie even buiten beschouwing laten en ons afvragen wat de Bijbel dan ondubbelzinnig over haar leert? En hoe dat ons gelovig handelen kan voeden? De vier evangelies zijn het er over eens dat Jezus naast de twaalf apostelen ook andere leerlingen had, waaronder een aantal vrouwen die Hem vanuit Galilea waren gevolgd om Hem te dienen. Maria-Magdalena was een van hen. In de evangelies van Marcus, Matteüs en Lucas speelt ze – met naam genoemd – vanop afstand eerder een bescheiden maar zeker niet onbelangrijke rol in het passieverhaal.

Haar handelen kan ons in de eerste plaats inspireren om een ‘dienende’ Kerk te zijn. Net zoals zij kunnen we Jezus volgen. Ook als wij daarvoor al eens de gekende paden moeten verlaten. Ze is getuige van zijn kruisiging. Worden ook wij nog steeds niet geroepen om de gekruisigde te aanschouwen die voor ons de zonden van de wereld op zich neemt? Worden ook wij niet geroepen om aandacht te hebben voor de lijdende mens? Niet alleen passief maar ook om zoals Maria-Magdalena niet te verzaken aan het weinige dat we soms nog kunnen doen. Zij ging naar het graf om bij zijn dode lichaam te verwijlen en het te balsemen. Bij lijdende mensen kunnen ook wij liefdevol aanwezig zijn, hun wonden verzorgen, hun pijn delen …

De vierde evangelist Johannes schets nog een ander beeld van haar. Zij laat Hem samen met de andere vrouwen, in tegenstelling met de mannelijke leerlingen, niet in de steek. Zij stond prominent onder het kruis samen met de moeder van Jezus en weliswaar ook de geliefde leerling. Op de eerste dag van de week gaat zij nog voor het ochtendgloren en alleen naar het graf. Er vind daar een emotionele ontmoeting plaats tussen haar en de verrezen Jezus in wie ze eerst een tuinman meende te herkennen. Jezus bezweert haar Hem niet aan te raken of vast te houden en draagt haar op Zijn verrijzenis te verkondigen. Zo wordt ze de apostel der apostelen.

Ook dat mag ons inspireren. Ze doet hier precies wat ook onze huidige paus Franciscus ons voorhoudt als de eerste opdracht van de Kerk, nl. het evangelie verkondigen, het onvoorstelbare, blijde nieuws gaan brengen ook al is deze boodschap verre van evident in de huidige samenleving waar heel wat vooroordelen het geloof bemoeilijken. Wat doet het geloof met ons? Kunnen wij er complexloos over getuigen zonder ons al te veel te bekommeren over de negatieve reacties? In de hoop dat er toch nog enkelingen ons daarin willen volgen. Jezus bij haar te weten en met Hem het verleden toch te moeten loslaten, kostte haar grote moeite. Ook wij moeten ons ervoor hoeden ons niet vast te klampen aan een Kerk van gisteren.

Op die manier verbeeldt Maria-Magdalena wellicht de Kerk van de eenentwintigste eeuw, die we moeten worden. Niet als de zogenaamde vrouw van Jezus, wat men er van gemaakt heeft,
maar als een geloofsgetuige. Iemand die vertelt over haar geloof, ook in een omgeving waar het er naar uitziet dat men haar niet zal geloven. Maar het is dank zij haar verkondiging dat ‘het blijde nieuws’ uiteindelijk kan worden verder verteld.

Wie er meer van wil weten, kan nog altijd aansluiten bij het Leerhuis. Wel niet bij de groep van Zonnebeke zoals was voorzien maar bij de groep van Ieper waarmee wij samengaan.

Info:
Lode Caes – 0478 325 255 – lode.caes@telenet.be
Hans Debel – hans.debel@grootseminarie.be

zondag 11 september 2016

Het Onzevader

Het gebed van de christen


Vanaf 27 november, de eerste zondag van de advent, het begin van het nieuwe kerkelijke jaar, bidden we in Nederland en België, een nieuwe versie van het Onzevader. Om dat wat te faciliteren koos het Bisdom Brugge om rondom dit gebed het nieuwe jaarthema te spinnen. Het gaat dan ook niet alleen om de veranderde tekst, maar ook om houdingen rond bidden en het verder werken aan een gebedscultuur. Het is niet evident om van de oude vertrouwde versie van het Onzevader over te gaan naar de nieuwe vertaling. En het gaat daarbij niet alleen om taalkundige aanpassingen, maar ook inhoudelijke.

Dit is de nieuwe versie van het Onzevader:

Onze Vader, die in de hemel zijt,
uw naam worde geheiligd,
uw rijk kome,
uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren,
en breng ons niet in beproeving
maar verlos ons van het kwade.
Amen.

Om deze tekst vlot ingang te laten vinden, wordt er onder de gelovigen in de kerken en instellingen een mooie kaart uitgegeven met de tekst erop en de zangversie met de muziek erbij. Er werd ook een nieuwe toonzetting gecomponeerd voor het gezongen Onzevader. Je kan die hieronder beluisteren en bekijken.



Het Onzevader is en blijft inhoudelijk een onschatbare inspiratiebron. Het is eigenlijk een ‘korte samenvatting van heel het evangelie' (Tertullianus). In het Nieuwe Testament vinden we het gebed in twee versies: een kortere in het Lucasevangelie (Lc 11,2-4) en een langere in het Matteüsevangelie (Mt 6,9-13). De opbouw van het Onzevader is helder. Na de aanspreektitel vinden we twee gedeelten. Eerst krijgen we drie uw-beden die op God zelf gericht zijn. Het tweede gedeelte bevat een aantal beden die op 'ons' gericht zijn. Marc Steen neemt ons nu mee in het gebed zelf.

‘Onze Vader die in de hemel zijt’.
Zo mogen we God aanspreken. We zijn kind aan huis bij Hem. Zoals Jezus mogen we God 'Abba, Vader' noemen. In de evangeliën neemt Jezus maar liefst 170 maal het woordje 'Vader' in de mond om tot en over God te spreken. Waar het hart van vol is, loopt de mond van over! We mogen aannemen dat Jezus God heel eenvoudig en vrijmoedig aansprak in zijn moedertaal met het Aramese woordje 'Abba', wat 'vake', 'pa' of 'pappie' betekent. Hierin klinkt een enorme intimiteit en een gedurfd, familiaal vertrouwen door, maar tegelijk ook een grenzeloze eerbied. Jezus is de unieke Openbaarder en Icoon van God Vader, die tegelijk als een vader en moeder is. In woord en daad openbaart Hij Hem als een Vader die geborgenheid schenkt en ons tevens uitdaagt tot ge-hoor- zaamheid aan zijn levenswet van radicale liefde. Jezus leert ons God aan te spreken als onze Vader. God is geen Vader voor mij alleen, maar de Vader van alle mensen. Het gebed des Heren is een familiegebed, een gebed in het meervoud dat je verbindt met veel anderen.

‘Die in de hemel zijt’
duidt erop dat de nabije God toch ook steeds de Andere is, ongrijpbaar als de wolken. Het woordje 'hemel' heeft ook iets overkoepelend. God Vader is Degene die alles en allen omvat en overspant, als een regenboog van zorg.

In de uw-beden vragen we dat God zou mogen doorbreken in onze wereld, in ons leven. 
De focus ligt dus op God zelf.

‘Uw Naam worde geheiligd’.
In de Bijbel is een naam nooit zomaar een woord. Je naam, dat ben je zelf. Deze bede is allereerst een vraag aan Gods adres: 'God, wees zoals je Naam het zegt; kom voor de dag zoals Jij heet en bent; maak waar dat Jij bevrijdende aanwezigheid bent, een algoede Vader!' Toch houdt die bede ook een opdracht in. Gods Naam heiligen betekent dat je Gods Naam niet mag misbruiken en niet mag doodzwijgen. Evenzeer is het een oproep om op een positieve manier zijn Naam en dus zijn werkelijkheid te waarderen en hoog te houden. Dat kunnen we doen als we Hem met eerbied gedenken, zoals in de liturgie, en door een levenswandel die iets laat doorschemeren van wie Hij is.

‘Uw Rijk kome’.
Deze bede houdt een groot verlangen in: 'Mocht jouw Rijk toch komen, God. Dat Jij Heer en Koning mag zijn!' Gods Rijk heeft niets te maken met een bepaald land of territorium. Het gaat om ‘God in actie’, zijn koningschap, zijn bevrijdende heerschappij. We vragen dat God zijn goede invloed zou laten gelden. Het koninkrijk van God kunnen we niet zelf bewerken. Het is zijn geschenk. Tegelijk is het een opgave. Gods droom ligt mee in onze handen.

‘Uw wil geschiede op aarde als in de hemel’.
Deze wens is een variant van de twee vorige: dat God zijn goede bedoelingen, zijn heilsplan met ons en zijn schepping, werkelijkheid mag laten worden! Gods wil moet echter niet zomaar worden ondergaan, maar veeleer worden gedaan! In de hemel klinkt reeds een volmondig ja aan Gods liefde. De aarde moet nog volgen.

‘Geef ons heden ons dagelijks brood’.
Die vierde bede geeft een wending aan het Onzevader. Vanaf nu richten we onze aandacht vooral op de aarde en onze menselijke noden. Als we de broodbede met een wereldwijde blik bidden, vragen we God dat ieder mens zou vinden wat hij of zij broodnodig heeft: voedsel en drank, kledij, een dak boven het hoofd, maar ook respect, liefde en waardering. We kunnen deze bede maar eerlijk uitspreken, als we bereid zijn tot delen met anderen.

‘En vergeef ons onze schulden zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren’.
Hier vragen we God om zijn vergeving. Ook dat is broodnodig, want we schieten vaak tekort in de liefde. Gods barmhartigheid is diep als de zee. Wel kunnen we pas eerlijk om Gods vergeving bidden als we bereid zijn om elkaars schulden te vergeven.

‘En breng ons niet in beproeving, maar verlos ons van het kwade’.
De laatste twee beden horen samen. ‘Beproeving’ is meer bijbels dan ‘bekoring’. Het duidt op die gevarenzones in ons leven waardoor we Gods hand dreigen los te laten en van Hem te vervreemden. We vragen dan aan God dat we niet in zo'n situaties zouden komen en dat we nooit zouden afhaken en ontrouw worden aan Hem. De neiging om af te haken en God en anderen de rug toe te keren, kan groot worden. De zuigkracht van het kwaad is verduiveld groot, zowel rondom ons als in ons. We kunnen onszelf niet redden. We hebben Gods verlossende kracht nodig.

Wie het Onzevader authentiek bidt en beleeft, zal meer en meer gaan leven op de golflengte van Jezus en zijn evangelie.

Al die daar zegt de reus die komt ...



Een paar duizend toeschouwers hebben op zondag 4 september tussen Ieper en Menen het poëtische schouwspel ‘En cours De Route’ geboeid gevolgd . Dat gebeurde in het kader van GoneWest. Dat is het culturele programma, waarmee de provincie tussen 2014 en 2018 de Groote Oorlog herdenkt. Eerder waren er al ‘Lichtfront’, ‘Woordfront’ en ‘de 30.000ste Last Post’.

Hoewel vooraf heel hard gevreesd werd voor het weer én een plensbui bij de opstelling nog erger deed vermoeden, trok de karavaan droogweg over de N8, die tijdens de Groote Oorlog beter bekend stond als de Menin Road/Ypernstrasse. Een reuzengrote pop – een mechanische reus die kon opveren – trok als zinnebeeld voor de vluchtende mens stoetsgewijs over een afstand van 18 kilometer langs de Meenseweg. Die weg was tijdens de oorlog niet enkel van strategisch belang voor de oorlogvoerende partijen en het decor van verschrikkelijke confrontaties. Het was ook een uitweg voor duizenden vluchtelingen op zoek naar veiliger oorden. Zo kon je zien dat de reus een zwemvest droeg, als verwijzing naar de hedendaagse problematiek van zovele vluchtelingen.

De tocht startte aan de Menenpoort in Ieper. Andere haltes waren Geluveld, Geluwe en Menen, waar de slotmanifestatie plaats greep. Velen stonden aan de kant van de weg om de karavaan met huifkarren, paarden en de reus te zien voorbijkomen. Een honderdtal mensen volgden zelfs te voet of met de fiets het ganse traject. Anderen maakten gebruik van de pendelbussen tussen de locaties of kwamen naar een bepaalde gemeente om er te proeven van de randactiviteiten of van het lekker ontbijt, de picknick, koffie en taart en het varken aan het spit.

Op de plaatsen, waar halt werd gehouden, bracht het productiehuis Bolwerk uit Kortrijk een aangrijpende evocatie met muziek, composities van de Kortrijkse componist Pol Isaac die op de verschillende haltes ook in dialoog gingen met plaatselijke harmonieën, video en vooral tekst rond deze kwestie. Overal luisterden honderden mensen ingetogen naar de vluchtverhalen, die acteur en entertainer Jonas Vermeulen bracht op tekst van Mattijs Beraadt uit Moorsele. De evocaties werden telkens ingeleid door concerten. In Ieper speelde het ‘West-Vlaams Accordeonorkest, in Menen was het Banjo-orkest te horen.


In het kasteeldomein van Geluveld werd een reuze-picknick georganiseerd met hoeve- en West-Vlaamse streekproducten in samenwerking met Inagro. Opmerkelijk daar was ook het optreden van ‘Het Kleed’, een operazangeres die aria’s zong vanuit een gigantisch picknickdeken. Verder waren er optredens van het koor De Reutelnoot en van van Westhoek Consort. De reus werd er begeleid door videoanimatie en een soundscape met de Harmonie Sint-Cecilia uit Passendale. Nadien en voordien waren er doorlopend bezoeken mogelijk aan historische locaties in en rond Geluveld: - Domein Godtschalck - ’s Herenthage Inverness Corpse - Cryer Farm - Kerk (Geluveldplaats) - Molen, Dorpsplaats & begraafplaats - Kruiseike – Cross Road - Kunstroute – Geluveld (live-interventies met kunstenaar Bart Lodewijks).


‘En Cours De Route’ is een concept van de jonge Kortrijkse makers van Bolwerk in samenwerking met Pol Isaac (muziek), kOen moerman (video), Mattijs Deraedt (dichter en tekstschrijver, Bill Awards 2016) en acteur Jonas Vermeulen (In Vlaamse Velden, Den Elfde van den Elfde, The Great Downhill Journey Of Little Tommy enz.). Het evenement werd mee georganiseerd door Muziekclub 4AD en Dranouter Muziekcentrum en de steden Ieper, Zonnebeke, Wervik en Menen. 

donderdag 1 september 2016

Waar is God?


Deze pertinente vraag stelde dagblad De Standaard tijdens de vakantie aan zes bekende Vlamingen, van oud tot jong. Aan Mark Eyskens (83) professor-emeritus, was premier van België en bekleedde verschillende ministerposten, Willem Vermandere (76) is kleinkunstenaar, schrijver en beeldhouwer, Mieke Van Hecke (69) werkte als Vlaams volksvertegenwoordiger en was tien jaar directeur-generaal van het Vlaamse katholieke onderwijsnet, Annemie Struyf (55), journaliste en schrijfster, An Olaerts (41), freelancejournaliste en columniste voor De Standaard Magazine en aan Kim Leysen (37), ook bekend als Madame Zsa Zsa, heeft een veelgelezen blog over naaien, koken en tuinieren.

Elk schreven ze hierover een column. Je kunt ze nalezen op de site van de krant. We zetten ze hier als het ware samen rond de tafel in woord en wederwoord. Het adagium dat God overal is blijft onverkort gelden. Hij laat zich kennen in ons verlangen naar een betere wereld, ons gemis bij elk afscheid, zelfs in de moestuin laat hij zich gelden … maar Hij laat zich niet vangen ...

Hemel op aarde
“ ‘Waar is God?’ Dat is een vreemde vraag, want ze veronderstelt dat God wel degelijk bestaat. En dat is niet zo evident in tijden van Godsverduistering, die ingetreden zijn in het van oudsher christelijke Europa. De christelijke godsdienstbeoefening deemstert ook weg omdat ons Godsconcept te veel verankerd is in het voor-wetenschappelijke tijdvak. Het stoelt op metaforen met een voor de hedendaagse mens soms misleidende duiding. Toch heeft de moderne mens nood aan spiritualiteit, aan een visie die zin geeft aan het leven en aan geloof in de hoop dat het beter wordt,” zegt Mark Eyskens.

“Ach, er hebben altijd verhalenvertellers rondgelopen om ons te
troosten en ons courage te geven. Dat daar in de kosmos iets aan de gang is dat ons petje te boven gaat, iets dat groter is dan wij? Ja, dat moet ik beamen. We verzinnen een later paradijs als het hier ‘gene vetten’ is. We laten zelfs de moeder van God verschijnen in een verloren gat van de Pyreneeën. Maar laat een metafoor alsjeblieft een metafoor zijn, dan wordt het weer geestig. Dan pas kan een maagd een kind baren, zonder dat daar een vent aan te pas komt, en mag die moeder later met ziel en lichaam ten hemel opgenomen worden. Al met dezelfde moeite worden zes kruiken water wijn en komt Lazarus, al drie dagen dood, weer uit zijn graf gekropen. Pure poëzie! ‘Gelooft gij nog?’, vragen ze mij soms nog. ‘Hoe meer hoe liever’, durf ik zeggen, ‘maar nooit letterlijk,’ mijmert allround kunstenaar en bard Willem Vermandere.

“Ik had het over onbaatzuchtige liefde, goedheid, rechtvaardigheid, streven naar waarheid en schoonheid. Dat zijn in wezen niet-natuurlijke deugden, belichaamd in Jezus Christus, die niet van deze wereld zijn, maar nodig zijn om de wereld te herscheppen en beter te maken. God is meer dan een fysieke schepper, een morele herschepper van de werkelijkheid. Aldus wordt een blijde boodschap verspreid die een hoopvol perspectief biedt: de God van de goedheid is de toekomst van de mensheid. Zo wordt godsdienst mensdienst,” doceert professor Eyskens onverstoorbaar verder.

Daar pikt voormalig politica Mieke Van Hecke gretig op in. “‘Hoe kan je als kritisch, intellectueel persoon vandaag nog gelovig zijn?’, werd mij dikwijls als vraag gesteld. Wel, hierom: het besef rentmeester te zijn van een gegeven leven en een ongelooflijk rijke omgeving; de dankbaarheid voor de niet verdiende, maar ontvangen talenten; de evangelische boodschap van zorg voor de ander, vooral de minsten; gastvrijheid voor de ontheemden; de opdracht steeds nieuwe kansen te geven aan wie faalde. Dat alles als richtlijn nemen voor denken, spreken en handelen geeft perspectief voor mijn inzet en die van andere gelovigen naar een warm-menselijke, betere samenleving voor iedereen.

Marc, Willem en Mieke, de oudsten in dit gezelschap, hebben allen in meer of mindere mate de tijd gekend waar moraal, ethiek, politieke keuzes, wetgeving en antwoorden op maatschappelijke uitdagingen werden beheerst door het machtige, katholieke netwerk van partijpolitieke, economische en sociaal-culturele organisaties. Samen met kerkelijke leiders bepaalden zij de marsrichting. Voor wie tot de club behoorde (uit overtuiging of uit gewin), was het een veilige leefomgeving. De emancipatorische kracht van Vaticanum II en van mei 68 doorbrak deze mythe, maar ze namen elk op hun manier de tijd om dat alles opnieuw te kaderen, te plaatsen en vruchtbaar te maken. De jongere generaties spreken een andere taal. Vanuit een onbestemd aanvoelen, bijna onbeschreven bladeren gaan ze zoekend en tastend op zoek naar God. Vreemd maar anders dan bij de ouderen speelt de dood daarin vaak een cruciale rol. Het begint met Annemie Struyf.

Bist du bei mir?
“Acht weken geleden is mijn vader overleden. Zijn sterven was pijnlijk, tragisch en onverdiend hard. Tijdens de lange uren die ik aan zijn sterfbed doorbracht, was ik bij momenten wanhopig. Dan zocht ik naar woorden om dat lijden te bezweren. En ja, ik vond ze. In dat ene, oude gebed, het weesgegroet, dat oog had voor het uur van sterven: ‘Bid voor ons, arme zondaars, nu en in het uur van onze dood’. Ik heb die woorden gepreveld, hand in hand met mijn vader. En ze deden hem zichtbaar goed. Jammer dat ik die woorden, de traditie, het geloof, de rituelen, God niet meer vind. Vaak benijd ik mensen die God niet verloren hebben. Toen mijn vader stervend was, kon ik zelf niet bidden. Vandaag luister ik in de wagen naar France Musique. ‘Bisst du bei mir’ van J.S. Bach grijpt mij naar de keel. ‘Geh’ich mit Freuden zum Sterben und zu meiner Ruh’. Opnieuw denk ik aan mijn overleden vader. Opnieuw snak ik naar die Goede Vader uit mijn kindertijd. Waar Hij is, weet ik niet. Maar ik mis Hem wel heel erg.”

Blinde vlek
“God is waar ik god vind, áls ik god vind. Meestal niet, en altijd ook maar heel even. Daarna is er gewoon weer de aarzeling, in het beste geval,” antwoordt An Olaerts daarop. “Een ernstig opperwezen laat zich niet ontdekken als een Kinder Surprise. God is een blinde vlek in een wereld die alsmaar minder blinde vlekken verdraagt. Neem nu liefde. Liefde is liefde omdat ze twijfel toelaat. Troost is geen formule. Vrijheid is gevaarlijk. In dit leven is maar één ding zeker: de dood. Ik hoed mij daarom voor lieden die met stelligheid weten te verkondigen wie God is. Ze slijten het kleine sterven om het grote te slim af te zijn. Compost zijn wij en tot compost zullen wij wederkeren. Ik word niet kwaad van God, nooit. Ik word kwaad van mensen die iets tegen godsdienst hebben. Ik heb die blinde vlek nodig. In de kaarsjeskapel van Scherpenheuvel, daar krijg ik het. Het zoemen van de vlammen maakt me rustig. En als ik een koor van aftandse nonnen hoor, dan voel ik mij veilig. Omdat ik de liedjes ken. Omdat ze al duizenden jaren hetzelfde jammeren. Omdat er naast mij een weduwnaar zit mee te brommen, die het in zijn beige regenjas ook niet eens is met de dood. Dat is wat godsdienst is: gedeelde ontevredenheid en dat dan soms een wonder vinden. Het is niet te begrijpen. Goddank.

Kinneke Jezus
Heel basic en volkomen geaard zijn de gedachten van Kim Leysen. “Liever dan tv te kijken of te winkelen, zit ik wat te prutsen tussen mijn groenten. Met een leeg hoofd en mijn handen in de grond begrijp ik ook wat mijn opa wekelijks in de kerk gaat doen. Bezinnen. Hij heeft er zijn kerk voor nodig, maar voor mij volstaat wat grond met zicht op wat eetbaars. Zicht op, want een moestuin is maar deels een maakbaar iets. In een moestuin gebeuren dingen waar niemand iets kan aan doen. Het kan vriezen, het kan dooien en het kon dit voorjaar vooral veel regenen zodat alle moestuiniers steen en been klaagden en de schade nog altijd niet ingehaald is. Maar het inhaalmanoeuvre is ingezet en vergeet niet, ook in de moestuin krijgt iedereen een tweede kans. De moestuin, dat is eigenlijk toch een beetje kinneke Jezus, elk jaar opnieuw geboren worden, elk jaar een verse lei.” Prachtig.