Pagina's

zaterdag 22 oktober 2016

Bouwen aan Gods huis


De Augustijnse Beweging – een Nederlands platform van religieuzen en leken, instituties en groepen die zich verbonden weten in de spiritualiteit van kerkvader Augustinus – organiseerde op zaterdag 15 oktober in klooster Mariënhage, Eindhoven haar nu al 30-ste ontmoetingsdag onder de titel ‘Bouwen aan Gods Huis: kerk-zijn bij Augustinus’. Pater Paul de Wit O.S.A., prior-provinciaal van de Belgische augustijnen, bracht rechttoe rechtaan, recht uit het hart, het hoofdreferaat, vertrekkend vanuit dit citaat:

‘Het kerkgebouw is het huis van onze gebeden, maar het eigenlijke huis van God dat zijn wijzelf. Maar wij vormen met zijn allen het huis van de Heer, wanneer wij door liefde met elkaar verbonden zijn.’
(uit Augustinus’ sermo 336,1)

Wanneer we deze uitspraak vandaag, in deze tijd, onder de huidige omstandigheden op ons eigen leven gaan leggen, kunnen we ze hertalen als:

‘Het Rooms-katholieke instituut is de organisatie waartoe we als gedoopten behoren. (1) Maar God wil in de eerste plaats in ons wonen (2) en Zijn woonst is eigenlijk ons leven wanneer we dit delen in liefde. (3)

Katholiek ondanks alles

(1) Augustinus is zich als geen ander bewust van de gebreken van de Kerk en van zijn leden in het bijzonder. Hij beseft dat de zogenaamde ‘gemeenschap van de heiligen’ allesbehalve samenvalt met het doen en het laten van wie gedoopt is. Er waren toen en nog altijd de vaak grondige meningsverschillen tussen christenen, die niet alleen verbaal maar ook in veel gevallen meedogenloos, op het scherp van de snee, op leven en dood werden uitgevochten of beslecht. Bovendien is Augustinus ervan overtuigd dat Gods geest ook ongedoopten in ‘de gemeenschap van de heiligen’ kan verbinden. Zo staat in onze tijd het instituut, van buiten en van binnen, voortdurend onder kritiek, omwille van sexueel misbruik van bedienaars, homo-haat, om haar autoritair machtsdenken, om verouderde ideeën en concepten, als een instituut voor louter senioren, een instituut dat de echte verhouding tot God tracht in te kapselen en te monopoliseren …

Dat alles maakt dat nog heel weinig mensen gemotiveerd zijn om hun leven in te richten vanuit het toebehoren, de rechten en plichten, aan dit instituut. Ze wensen zich niet meer te identificeren met de Katholieke Kerk. Vandaar de vele kerkverlaters en de vele niet 'practiserende' christenen. Maar wordt Kerk-zijn hier niet verengd begrepen als lidmaatschap van een sociale organisatie.

En toch verdedigt Augustinus dat instituut en de noodzaak om ook tot die levende, materieel vormgegeven Kerk te willen behoren ondanks al zijn mankementen. Voor hem is het een teken van bescheidenheid en deemoed zich niet te onttrekken aan de beperkingen van ons sterfelijk bestaan, dat we ondanks alles buigen voor de uiterlijke tekenen van de sacramenten. Zo erkennen we tenminste dat we pelgrims zijn op weg naar God, die zoveel groter is dan onszelf.

De oorsprong van de Kerk

(2) Augustinus gaf er zich rekenschap van dat een dergelijk verstaan alleen zinvol kan worden, zijn, en blijven wanneer het gevoed wordt vanuit een dieper verstaan van dat 'kerkgebouw'. Het eigenlijke huis van God dat zijn wijzelf. God wil in ons wonen, in ons mystieke zelf. Doorgaans gaan wij ‘ter kerke’. We gaan Hem zoeken, bezoeken in het kerkgebouw om er te bidden. Maar zo pinnen we Hem vast en houden we Hem ook op afstand. Omgekeerd wil God door alles heen in ons verblijven en zoekt Hij blijvend woonst in ons. Het inzicht van deze omkering, deze perspectiefverandering, is zeer belangrijk want op slag maakt het van ieder van ons de plaats waar de Godsontmoeting en godsverering 'werkelijk', 'werkdadig', 'krachtdadig' kan worden! Zo worden we zelf van een innerlijke ‘kerkplaats’ tot een ‘kerk-gebeuren’. Ons lidmaatschap wordt een levende 'geloofsbelijdenis'

Hier ligt een zeer belangrijke pastorale indicatie, misschien wel een missionaire uitdaging,
die iedere gelovige voor een ander kan aangaan. We kunnen medemensen nabij zijn om deze ‘omkeer’ te helpen maken. Niet door ze voortdurend te pas of onpas uit te nodigen tot welke kerkdienst dan ook. Veeleer door ze te helpen in concrete situaties en gebeurtenissen Gods aanwezigheid te leren ontdekken in hun bestaan. De Kerk mag in de eerste plaats niet verwijzen naar haarzelf, maar sporen van Gods inwonen duiden in het leven van iedere mens. Dat is de oorsprong van de Kerk. Verkondigt Jezus niet ‘Dat het Rijk Gods al midden onder ons is’ en dat het reeds begonnen is. Dat Gods genade, de werking, de kracht van Zijn Geest. ons reeds voorafgaat, zoals ook Christus weldoende, bevrijdende leven ons een stap voor is.


Kerk als verbond(enheid)

(3) Maar wij vormen met zijn allen pas het huis van de Heer, wanneer wij door liefde met elkaar verbonden zijn’. Gods eigenlijke woonst is niet het kerkgebouw. Dat is ons leven tenminste wanneer we dit delen in liefde. Augustinus doet hier een belangrijke geloofsuitspraak: Kerk als verbond en verbondenheid. Wanneer ik mijn leven ontdek als Gods verlangen, als zijn in-wonen en bewonen, dan zal ik ook begrijpen dat mijn leven niet alleen met Hem is verbonden, maar dat ieder schepsel, ja de hele schepping bij mij inwoont en mijn leven daar gedeeld, uitgedeeld en verdeeld wordt.

In een geloofscontext betekent gemeenschap dus niet een opgetekend lidmaatschap, maar één, gedeeld, bestaan dat met de inwoning van God (Christus) in ons gepaard gaat. We leven van binnenuit in verbondenheid met alle mensen, met de hele schepping, alles en iedereen om ons heen (cfr Paus Franciscus en ecologie). Het geheel wordt door ieder van ons gedeeld, mede-geleefd en mede-beleefd en van daaruit groeit uiteraard een gedeelde verantwoordelijkheid voor mekaar.

Terug naar af! 

Dat alles vloeit mede samen in de bedding van de Kerk als instituut waartoe we behoren. Het bepaalt haar inhoud en eigenheid. Het vindt verder een tekenwaarde in de kerkgebouwen waar we samen tot gebed en in deemoed tot een formele belijdenis komen van de Kerk als mystieke verhouding en de Kerk als beleving van verbondenheid. Dat schenkt ons de kracht, hoop en vertrouwen om de vele beperkingen van de Kerk als instituut mee te dragen.

Kerk als bouwen aan God huis betekent elkaar de startplaats te helpen ontdekken waar alles begint. Genieten van Gods inwoning in ons concrete leven, waarin Hij altijd al het eerste woord heeft Elkaar beluisteren en ontdekken hoe we daar beleven dat mijn leven een 'samen-leven' is en naast een gezamenlijk geschenk ook een gedeelde verantwoordelijkheid is. Vanuit die schoonheid de kracht te vinden de last te dragen van ons beperkte inzichten en gebrekkige inzet van alledag zowel van mezelf, van anderen en van de instituties waar we deel van uitmaken.

donderdag 6 oktober 2016

G-E-E-S-T-I-G

is de naam voor de inspiratiedag voor catechisten, die doorging op zaterdag 1 oktober in Centrum Groenhove in Torhout. En het was geestig, in alle betekenissen van het woord. Priester Marc Steen, professor theologie aan de KU Leuven, sprak in de kapel een slotwoord uit waarin hij het woord zelf verdiepte.

Mgr Schruers, zaliger, heeft ooit gezegd dat de Kerk in Vlaanderen gelijkt op een zeilboot.
Een prachtig, uitgerust schip. Maar misschien vergeten we gauw één ding. Onze zeilen te richten naar de wind. Onze catechesewerking steekt vaak goed in mekaar maar we mogen de uitnodiging van God zelf, de kracht van Zijn Geest daarbij niet in de wind slaan. Gods Geest is nog het best te omschrijven als ‘de dynamiek’ van God, die begeestering brengt in al wat leeft, ook in ons.“Jullie zullen mijn getuigen zijn,” zegt Jezus tot zijn leerlingen “maar wacht op de Geest!” De Kerk is op Pinksteren niet geboren uit eigen kracht. De geest van Jezus overweldigde hen en ze werden gezonden om de blijde boodschap te verkondigen.

Gemeenschap
Het letterwoord ‘G-EE-ST-I-G’ kan ons inspireren om die zending tot een goed einde te brengen. De eerste letter ‘G’ staat voor gemeenschap. Tijdens een retraite nodigde een broeder mij uit om ons naar het kloppend hart van hun klooster te begeven. Ik dacht dat we naar de kapel gingen maar we belandden in de keuken. Dat kwam omdat broeder kok de eigenlijk spil was van hun gemeenschap. Een ‘geestelijke’ pur sang omdat hij in zijn spreken en doen iedereen samen bracht. Ook als Jezus handelt in de Geest doet Hij niets anders dan mensen verzamelen. Iemand noemde de Geest ook heel mooi ‘het goddelijk wij’. “Hier, in deze groep hangt een goede geest,” zeggen we wel eens. Het is het ‘Wij’ dat voelbaar wordt.

Daarom is het uiterst belangrijk dat kinderen een goede kerkervaring mogen meemaken en die verbondenheid kunnen proeven. Jongeren die de Wereldjongerendagen meemaakten zijn vol lof over die verbondenheid, die goede sfeer, die Geest. Christen-zijn doe je niet alleen maar samen in een hartelijke verbondenheid. Als ik bijvoorbeeld terugdenk aan de voorbereiding van m’n eigen Vormsel dan springt er als vanzelf één sterk beeld naar voor. Samen volksdansen op de speelkoer van de lagere school onder de bezielende leiding van zuster Walburga. Ze was corpulent maar ze straalde zo’n warmte uit. Dat is Kerk in één oogopslag. De Kerk van de toekomst hangt af van het vermogen die samenhang te beleven.

Evangelisatie
De ‘E-E’ staat voor evangelisatie. Dat woord roept misschien associaties op met missionering, verkeerd begrepen als het opdringen van geloof. Maar er is niet mis mee de ‘schat’ van het evangelie te willen delen met anderen. Het evangelie is zo sterk en kan hoop brengen in het leven van mensen, die hunkeren naar wat zin. Het is de opbeurende, vervullende boodschap van de ‘vredesduif’. De vreugde van het evangelie, zoals Paus Franciscus die benoemt.

Het geloof mag nooit opgedrongen worden, maar in alle vrijheid, vrijmoedig aangeboden, zonder vrees voorgesteld worden aan zoekende tijdgenoten als een ‘mogelijk’ boeiend perspectief van vervulling. ‘Proposer la foie’, zoals de Franse bisschoppen het heel helder uitdrukken en dus allerminst ‘Imposer la foie’, zoals het vroeger heel vaak in een alles dominerende volkskerk het geval was. Paus Franciscus benadrukt dat de eerste verkondiging van cruciaal belang is. Kort samengevat luidt die: “Jezus Christus houdt van je. Hij heeft z’n leven gegeven en Hij leeft iedere dag naast je om je weg te verhelderen, je te versterken en te helpen bevrijden.” Catechese is dus allereerst spreken over Jezus.

Beducht en onzeker als we zijn, draaien we vaak rond de pot. Maar dat is nergens voor nodig want er heerst onder de mensen, juist omwille van de gegroeide ‘vervreemding’ een nieuwe ‘onbevangenheid’ als het op geloof aankomt. 70 procent van de katholieken doet ‘occasioneel’ een beroep op de Kerk. Een groeiende groep mensen ‘het catechumenaat’ laat zich op latere leeftijd dopen. Een warm, hartelijk onthaal is dan ook op z’n plaats.

Belangrijk voor catechisten is dat zij dat evangelie op hun eigen leven gaan leggen en beleven, het ook in groep met elkaar delen. En dan erop uit trekken om te zaaien en er verder op te vertrouwen dat de Geest zijn werk zal doen. Paus Gregorius zei het al eeuwen geleden: “De verkondiger kan niets, tenzij de Geest werkt in de Geest van de toehoorders.” Het zaad van Gods woord is van grote kwaliteit, heeft een niet te onderschatten kracht en kan mensen van alle tijden raken. Aan ons om kwistig en geduldig, tegen alle ontmoediging te blijven zaaien en om ons – zoals de Zaaier in de parabel – niet al te veel vragen te stellen waar het terecht komt. Het schiet soms op daar waar we het niet verwachten.


Spiritualiteit
De letters ‘S-T’ leiden ons met een beetje verbeelding naar het woord ‘Spiritualiteit’. ‘Spiritus’ in het latijn of ‘Roeach’ in het hebreeuws verwijst naar ‘de levensadem’, de spirit die Jezus bezielde, ‘de wind’ die hem voortstuwde. Die wind is op zich niet te zien maar je merkt wel wat hij in beweging brengt. Door de Geest bewogen mensen zijn vriendelijk, zachtmoedig, geduldig, vreugdevol, ingetogen, … vruchten van de Geest.

Christen zijn is twee longen in beweging brengen: de long van het ‘bidden’ en de long van het ‘goede doen’. Bidden valt ons vaak zo moeilijk, maar weet dat de Geest van God met elke adem in ons bidt en ons ‘Abba-Vader’ laat uitroepen. Iedereen kan en doet het. De spiritualiteit is meer dan vluchtig maar ook concreet in de dienstbaarheid. Ook daar moeten we op inzetten in de catechese.

Inwijding
De letter ‘I’ staat voor initiëren of inwijden in het geloof. Symbool staan daarvoor ‘water’ en ‘olie’. De Geest doordringt ons zoals olie in de hardste steen en is verfrissend, verkwikkend als water. ‘Levend water’ zoals in het verhaal over de ontmoeting van Jezus en de Samaritaanse bij de bron. Paus Franciscus zegt met nog zo’n moeilijk woord dat de initiatie ‘mystagogisch’ zou zijn. Hij bedoelt daarmee het inwijden in het geloofsmysterie. Kinderen en jongeren daarvan laten proeven, het ervaren.

Dat kan in de eerste plaats via ‘de stilte’, die een toegangsweg is naar het goddelijke, des te meer in deze drukken tijden. Jongeren die ooit in Taizé geweest zijn, spreken vol ontzag over de acht minuten aangrijpende stilte daar in de liturgie. Het is meer dan kinderen constant “sst” toe te sissen bijvoorbeeld tijdens de communie. Het is noodzakelijk dat ook te duiden als een kans om open te komen voor de aanwezigheid van God. Jezus is nu dichtbij, praat en bidt met Hem.

Getuigen
De laatste ‘G’ staat voor enthousiast, aanstekelijk getuigen. Het symbool hiervan is ‘het ‘ lopend vuur’. Jonge mensen voelen onmiddellijk aan of ze met een leraar of een getuige te maken hebben. De eerste geeft les de tweede deelt wat hij of zij kostbaar vindt. Paus Franciscus zegt over de catechese dat het minstens even belangrijk is ‘hoe’ je iets, als ‘wat’ je aanbrengt. De houding van een catechist is dan ook nabij, hartelijk, niet-veroordelend en bereid tot dialoog. M.a.w. ‘hij straalt vreugdevol uit wat hij gelooft’. De heilige Geest heeft nog nooit zuurpruimen voortgebracht. In dit verband zei een vrijzinnige kolonel ooit bij het afscheid van een aalmoezenier: “Jij straalt zoveel hartelijk uit, dat ik soms begon te twijfelen aan mijn eigen ongeloof!”


zaterdag 1 oktober 2016

MISSIO Barmhartig!


Missio is een internationale kerkorganisatie die de wereldwijde uitwisseling en solidariteit tussen christelijke gemeenschappen bevordert. In haar jaarlijkse oktobercampagne stelt Missio, net als de universele kerk een jaar lang, de barmhartigheid centraal. Niet om het nog maar eens te overpeinzen, maar om zelf barmhartig te worden. Niet een jaar lang, maar levenslang. Barmhartigheid is immers meer dan een begrip. Het is een houding die naadloos past zowel bij het christelijke geloof, het jodendom en de islam. Barmhartigheid kan dan ook bruggen bouwen tussen die godsdiensten. Michel Coppin (foto onder).

In ons Westerse denken lijkt amper nog plaats – er is hoogstens nog sprake van een tweede kans – te zijn voor barmhartigheid. Alsof men bang is dat barmhartigheid afbreuk zou doen aan ons rationele denken of onze juridische systemen. De secularisering verdrong de barmhartigheid naar de achtergrond. 
Net daarom kondigde paus Franciscus het Jubeljaar van de Barmhartigheid af.

God met ons
Barmhartigheid heeft ten diepste te maken met God en zijn verhouding tot de mensen. In de wijze waarop God met de mens bezig is, kunnen we Hem leren kennen. Hij wil in een liefdevolle relatie met ons staan en openbaart zich daarom in genade, voorzienigheid, heelheid en barmhartigheid. Daarmee biedt God antwoord op onze beperkingen en ons lijden. Hij geeft ons steeds nieuwe levenskansen, nodigt ons steeds opnieuw uit om Hem te zoeken en een plaats te geven in ons leven.

Openheid
Wie God en zijn barmhartigheid een plaats wil geven, moet openstaan voor de wereldkerk en de wereld rondom zich. Ook al lijkt barmhartigheid in die wereld vaak zoek. Paus Johannes Paulus II schreef al in zijn tweede encycliek, ‘Dives in Misericordia’ dat de hedendaagse mentaliteit barmhartigheid verbant uit het leven en de harten van mensen. Barmhartigheid benauwt de hedendaagse mens, omdat het niet past bij het streven om de wereld te onderwerpen en te beheersen. De ongekende vooruitgang van wetenschap en techniek moedigt de mens daarentegen aan om baas over de wereld te zijn. Het christelijk geloof gaat daar niet in mee, maar roept ons op barmhartigheid te verkondigen en te beleven als liefde van God tot de mensen én van mensen onder elkaar.

Eén en al liefde
Jezus is het concrete gelaat van deze goddelijke barmhartigheid. Hij maakt Gods liefde zichtbaar en voelbaar in woord en daad. Omdat God liefde is, is Jezus één en al liefde in zijn relatie met mensen. Heel wat van zijn verhalen getuigen hiervan, zoals de parabels van de goede herder (Lucas 15,1-7), het verloren muntstuk (Lucas 15,8-10) of de vader met zijn twee zonen (Lucas 15,11-31). Hier openbaart Hij dat Gods vreugde erin bestaat te kunnen vergeven. Barmhartigheid is een kracht die alles overwint, het hart vult met liefde en troost en vergeving schenkt. God schenkt altijd nieuwe kansen aan wie daarvoor openstaat.

Bovendien overwinnen Gods medelijden en barmhartigheid elke vorm van menselijk falen of van beperking. Daarom is Jezus’ liefde zich in het bijzonder gericht op armen, zondaars, uitgeslotenen, zieken, lijdenden en misprezen vreemdelingen. 
God wil elk mens gelukkig zien, vol vreugde en zonder zorgen. Daarin wordt zijn liefde erg concreet. Tegelijk is zijn liefde een oproep voor ons om ook elkaar lief te hebben. Hij roept ons op barmhartig te zijn voor elkaar, zoals Hij voor ons is.

Volgelingen van Jezus
Paus Franciscus vraagt hier opnieuw bijzonder aandacht voor. Hij aanvaardt niet dat het Westen indommelt bij de aanblik van armoede, maar vraagt ons door te dringen naar de kern van het evangelie. Daar zijn de armen de bevoorrechten van de goddelijke barmhartigheid. In Jezus’ prediking wordt dit heel concreet in de lichamelijke en en geestelijke werken van barmhartigheid. Elke volgeling van Jezus moet deze werken beoefenen.

Ten eerste zijn er de zeven lichamelijke werken van barmhartigheid.
1. Hongerigen spijzen: niet enkel de honger in de wereld wegwerken, maar ook het brood breken om elkaars leven te delen.
2. Dorstigen laven: water als bron van leven maar ook levensbron voor voor anderen worden.
3. Naakten kleden: warmte schenken aan een ander.
4. Vreemdelingen herbergen: iedereen heeft recht op een veilige en geborgen thuis. Wat een actuele opgave!
5. Zieken bezoeken: wie lijdt, mag hopen op iemand die mee op weg gaat, zoekend naar beterschap.
6. Gevangenen bevrijden: toekomstperspectieven bieden aan wie van goede wil is, ondanks eerdere misstappen.
7. Doden begraven: geliefde mensen uit handen geven, maar ook vastgelopen situaties
loslaten.

En dan zijn er ook zeven geestelijke werken van barmhartigheid.
1. Twijfelenden raad geven: vol geduld samen zoeken naar nieuwe perspectieven.
2. Onwetenden leren: iemand ruimte geven om te groeien als mens.
3. Zondaars vermanen: geen fouten goedpraten, maar wel wie fouten maakt tot nieuw leven roepen.
4. Bedroefden troosten: samen steeds nieuwe lichtpunten zoeken.
5. Beledigingen vergeven: vang minder leuke woorden met humor op, zodat je een zegen wordt voor iemand anders.
6. Onrecht geduldig verdragen: God als rots in de branding vinden wanneer onrecht je kwelt. Dan zal je stand houden.
7. Voor de zaligheid van je naaste bidden: volle barmhartigheid van de Vader schenken.

Nigeriaanse barmhartigheid
In voorbereiding op onze campagne reisde ik naar Nigeria. Ik ontdekte er hoe Nigeriaanse christenen Gods barmhartigheid een plaats in hun leven geven. Misschien hebben ze niet altijd de nodige middelen om hun geloof te vieren, maar aan de werken van barmhartigheid geven ze zeker en vast gestalte. Ze vinden hiervoor kracht in hun band met de barmhartige Vader. Tijd, moeite, noch geld worden gespaard om de volgende generatie toekomstperspectieven te geven. Hoop wordt concreet. Ook al ontbreken financiële middelen om alle initiatieven kansen te geven.

Samenleven
Bovenal gaan Nigeriaanse christenen in dialoog met hun islamitische landgenoten. Een gelovige Nigeriaan wil niets liever dan in vrede samenleven. Ook met ons willen de Nigeriaanse christenen samenleven: er zijn bijvoorbeeld heel wat Nigeriaanse priesters
actief in onze contreien. Zij brengen wat Nigeriaanse verbondenheid en enthousiame naar België. Neem je hun uitnodiging aan om te zoeken naar nieuwe bronnen van barmhartigheid? Bouw je mee aan hoopgevende wegen van leven, bij ons en in Nigeria? Is dat niet de wens van onze liefdevolle en barmhartige Vader?


De kerk van Nigeria, en de hele wereldkerk, heeft nood aan jouw spirituele steun. P. Michel Coppin sds, directeur van Missio-België, schreef hiervoor een speciaal gebed. Laat het je begeleiden in je solidariteit met Nigeria en christenen wereldwijd.


God, onze Vader,
wij danken U,
omdat Gij steeds opnieuw naar ons toekomt
met uw vergeving en barmhartigheid.

Gij maakt ons hart open voor de mensen van Nigeria.
Zij vormen samen een grote gemeenschap
van vele stammen en religies.
In die veelheid willen christenen
uw barmhartigheid ervaarbaar maken.
Zij rekenen hierbij op onze steun en gebed.

Maak ons tot dienaars van uw barmhartigheid.
Maak van ons geloofwaardige verkondigers
van uw bevrijdende Boodschap van liefde.
Laat door onze werken van barmhartigheid
uw milde liefde zichtbaar worden,
niet alleen in Nigeria maar in de hele wereld.
Amen.

Je kunt Missio, en dus de wereldkerk, financieel steunen middels de collecte tijdens de vieringen van Missiezondag, 22 en 23 oktober. Je kunt ook een (extra) steentje bijdragen op de rekening van Missio: BE19 0000 0421 1012.