Zowat
5000 toeschouwers troepten op zaterdagavond 19 maart samen op een goedgevulde
Grote Markt te Ieper voor het passiespel ‘De Passie’, een twee
uren durend, multimediaal spektakel. De helft minder dan de
organisatoren verhoopt hadden. De koude zal wel heel wat mensen - en zeker op gezegende leeftijd - weerhouden hebben om te komen. De
inhoud van het verhaal, het scenario en de vertolkingen waren dan
weer dubbel en dik zo ontroerend en onverhoopt goed om het lijden van koude voeten
en verkleumde handen meteen te vergeten.
Dreigingsniveau
3
Zo
begon het. Jassen en tassen moesten bij het binnenkomen opengemaakt
en gescreend worden op de aanwezigheid van bommengordels en
explosieven. In ieder geval een zeer vreemde, ietwat shockerende
gewaarwording voor modale, vredelievende gelovigen of kerkgangers.
Even leek het dan toch ook serieus mis te lopen toen op de laatste
tonen van Geena Lisa’s schitterende vertolking van
Maaike Oubouter’s lied ‘Dat ik je mis’, het licht onverwachts
uitdoofde en tot grote schrik van veel toeschouwers een luide knal
weerklonk. Gelukkig was het ‘maar’ een geniale vondst van
scenarist Benjamin Sercu om de dood van broeder Stoffel
voor het vuurpeleton te verbeelden. ‘Maar’ het maakte indruk als
een dramatisch orgelpunt op al wat vooraf ging.
Het
‘platste’ en het ‘hoogste’
Het
lijdensverhaal werd twee millenia verder in de tijd getransponeerd
naar de realiteit van de Eerste Wereldoorlog. Een werkelijkheid die
we vandaag, honderd jaar later, opnieuw aan de lijve ondervinden, na
de voorbije rustige decennia in West-Europa. Met de aanhoudende
oorlogen in het Midden-Oosten en de vluchtelingenstroom die dat op
gang brengt, de terroristische aanvallen dichtbij huis, duiken ook
hier de oude demonen weer op. Mensen worden geconfronteerd met het
‘platste’ en het ‘hoogste’ in zichzelf en worden dikwijls
gekweld door weinig nobele gedachten. Iemand ‘tweette’ op twitter
na de vreselijke aanslagen in Brussel: “We
zien mensen vluchten uit Zaventem Airport. Iedereen begrijpt dat. We
zien mensen vluchten uit Syrië. Niet iedereen begrijpt dat. Vreemd.”
Onverbeterlijke
idealist
Dit
geactualiseerde lijdensverhaal werd vanuit een geïmproviseerde
studeerkamer op scene gebracht door verteller Bob De Moor.
Hij baseerde zich op de dagboeken van z’n Nonkel Jean, zelf
oudstrijder. Gaandeweg wordt duidelijk dat z’n wedervaren niet op
hemzelf slaat maar veeleer op ‘broeder’ Stoffel, heel naïef in
de beste zin van het woord, innemend gespeeld door Koen
Vijverman, brancardier en een ‘onverbeterlijke’ idealist
waar blijkbaar niemand ‘pak’ op heeft. Hij ziet ‘de mens’ in
vriend en vijand en handelt daar ook consequent naar. Een ‘lastpak’
dus, een luis in de pels van zowel z’n geestelijke oversten, o.a.
legeraalmoezenier Faes, vertolkt door Peter Bulcaen,
als
van de militaire overheid. De
linken met de traditionele passie zijn direct min of meer duidelijk
voor iedereen die iet of wat katholiek is opgevoed, wanneer we verder
enkele prominente rollen overlopen: de verteller (een evangelist),
broeder Stoffel (Jezus), Pierre (Petrus), piot Jules (Judas), nonkel
Jean (Johannes, de zoon van Zebedeus), Marie, de moeder van Stoffel
(Maria), de verpleegster Marie-Madeleine (Maria-Magdalena),
aalmoezenier Faes (hogepriester Kajafas), Majoor Pillaert (landvoogd
Pilatus) …
Vox
populi
Al
die verbanden zijn schitterend en subtiel in de verhaallijnen
verwerkt en vertaald naar de de platitudes van de ‘vox populi’
vandaag. Zo komen de evangelies in de dialogen bijzonder,
bijna ‘akelig’ en zeer confronterend tot leven. Het sprak
boekdelen. De manier bijvoorbeeld waarop de eucharistie door de
omstaanders in de verbeelding van 'het Laatste Avondmaal’ wordt
gebagatelliseerd. De manier waarop Marie-Madeleine, vertolkt door
Lotte Vannieuwenborg,
mannen in hun blootje zet als ze het heeft over lust, begeerte en
liefde. De manier en de bochten waarin de krijgsraad zich kronkelt om
het fatale vonnis nog als humaan voor te stellen. De manier waarop
‘broeder’ Stoffel ingepeperd wordt door zijn kerkelijke oversten
dat hij geen ‘priester’ is en dus geen recht van spreken of
handelen heeft. Dat hij zich maar beter terugtrekt binnen de veilige
muren van het klooster om daar te gaan bidden voor de vrede en z’n
eigen vel te redden. Stoffel repliceert dat hij alleen maar over God
spreekt en naar dat Woord handelt, dat hij gewoon niet anders kan. Is
dat dan verkeerd!? Neen, maar het loopt dan telkens weer verkeerd af.
Zo verging het de profeten, Je zus en de afloop bij Stoffel is al even
voorspelbaar. Desondanks wekt het steeds opnieuw een onverwoestbare
hoop op beter, dat de liefde sterker is dan het kwaad.
Superlatieven
tekort
Bijzonder
geslaagd en inlevend waren de muzikale vertolkingen van Geena
Lisa, Mathias Sercu en Simon De Cuyper, vol gedragen door het
veelkoppige orkest, in hoofdzaak lokaal talent onder de begeesterende
leiding van Nico Logghe. Uitmuntend was ook de keuze
van de ondersteunende muziek waaronder meerdere songs van Stef
Bos. Superlatieven tekort ook voor de bijrollen, vaak lokale
beroemdheden die het verhaal nog dichterbij brachten en het een
persoonlijke toets gaven … de frisse choreografie van Dieter
Vandeputte en
z’n dansers, alles
in een regie van Bart Cafmeyer, die
het overzichtelijk en goed te volgen in beeld bracht op
die Grote Markt,
ook een (technisch) huzarenstukje.
Te
mooi om waar te zijn?
De verteller eindigt met enkele voor
ons, moderne westerlingen o, zo nuchtere bedenkingen, die
ons ondanks alles weer gaan doen twijfelen. Kloppen
al die wonderlijke geruchten over broeder Stoffel wel? Hij heeft
immers
nergens
bevestiging gevonden in de archieven over het vreselijke lot en het
wedervaren van broeder Stoffel? Maar waarom doet
zo’n verhaal, als het tenminste goed verteld wordt, ons
dan telkens
weer
hopen
op beter, doet
het
in
ons het verlangen naar het onmogelijke
oprijzen, doet
het ons opleven
of opstaan en beginnen wij
weer
opnieuw,
tegen
beter weten in? Schuilt
hierin geen ‘goddelijke’ kracht die
van ‘kilte een kippenvelmoment’ maakt?
Bekijk hieronder integraal de passie:





