Op
zaterdagvoormiddag 15 februari werd een delegatie van de
congregatie van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw van 7 Weeën te
Ruiselede op het Zonnebeekse gemeentehuis ontvangen voor een
huldiging voor de vele tientallen jaren inzet voor het onderwijs te
Beselare en te Geluveld. Burgemeester Dirk Cardoen haalde er
sappige herinneringen boven aan z'n tijd op het 'Kak- of
papschooltje' van toen. Die kan u o.a. lezen in een volgende
bijdrage. Eerst in vogelvlucht een summiere schets van het onderwijs
te Beselare.
Coster-scolemeesters
De
eerste sporen van (volks)onderwijs te Beselare zijn te vinden midden
de 17de eeuw. Op last van de kerkelijke overheid werden in de
landelijke dorpen de plaatselijke kosters aangesteld als onderwijzer
voor de vooral gegoede jongens in het dorp. Zo is Djoos Belettere,
te Beselare geboren in 1641, de eerste 'coster-scolemeester'
die we terugvinden in de parochierekeningen van 1660. Het was vooral
tussen 'Bamis' (1 oktober) en april dat de kinderen van negen tot elf
jaar oud naar school gingen want ’s zomers moesten ze helpen bij
het boerenwerk. De school was in die tijd een luxe. Leren lezen en
schijven was alleen weggelegd voor de rijkeluiskinderen en dan nog
alleen voor de jongens. Het kosterhuis kon alle schoolgaande
Beselaarse jongens herbergen hoewel het er helemaal geen pretje was,
daar zittend in kleine bankjes, gebogen over hun schoolberd en
lijfstraffen waren dagelijkse kost. Maar als de kinderen hun best
deden in de klas kregen ze wel een 'zentje'.
Ecole
primaire
In
de Franse Periode werden massaal nieuwe 'écoles primaires et
secundaires' opgericht. Dat opzet mislukte hier echter want de
toenmalige bevolking was niet zo tuk op die Franse scholen. Het
gevolg was dan ook dat het toen bestaande schooltje van Pieter
Jaak Demeulenaere in 1798 uit wraak door de Fransen werd
gesloten. Tot overmaat van ramp verwoestte de neertuimelende naald
van de kerktoren, tijdens een storm op 10 november 1800, een groot
stuk van het schoolhuis.
Geuzentempel
Tijdens
het Hollandse bewind vanaf 1815 kwam er een omwenteling in het
onderwijs. 'Echte' scholen werden in groot aantal gebouwd en de
Hollanders duldden geen niet-gediplomeerden als onderwijzer. In
1820-’21 werd aldus een nieuwe 'knechtenschool' en schoolhuis
gebouwd op 'De Berg'. De bevolking keek argwanend naar die
protestantse bedoening en noemde de nieuwe school de 'Geuzentempel'.
Dat laat al meteen vermoeden dat ook die school weinig succesvol was.
Vanaf 1830 (Belgische onafhankelijkheid) en vooral vanaf 1852 (nieuwe
schoolwet) werden nieuwe wegen ingeslagen. De school werd nu gratis
toegankelijk gesteld voor alle kinderen vanaf 6 jaar. Het aantal
leerlingen steeg van jaar tot jaar. Désiré Jacquart werd
hulponderwijzer. De liberale schoolwet van 1879 verstoorde wel even
die welvarende periode voor het onderwijs.
De
Dibbeschole
Rond
1810 vond pastoor E.H. Guillaume Van Calbergh dat ook de
Beselaarse meisjes aan hun trekken moesten kunnen komen inzake
onderwijs. Op grond op 'De Berg' die hij had gekregen van markgraaf
Charles Ghislain Van der Woestine, liet hij een schoolgebouw met
woonhuis optrekken. De school werd eerst ingericht als
spellewerkschool, onder leiding van Siska Verstraete en Rosa
Vincke, twee sober levende en godvruchtige oude jonge dochters.
Onder de lange leer- en werkdagen baden de leerlingen de rozenkrans,
zongen ze godsdienstige liederen of leerden ze de catechismus van
buiten ter voorbereiding van hun eerste communie. Slechts een half
uurtje per dag werd voorbehouden voor lezen en schrijven. De school
kreeg dan ook vrij vlug in de volksmond de naam 'Dibbeschole'.
Veel veranderde in de Dibbeschool met de komst van de eerste
kloosterzusters in 1862. Het waren de zusters van de H. Vincentius
met zuster Fidelia (juffrouw Van Goetsem) als overste. De
zusters gaven er nu volwaardig en kosteloos onderwijs aan 62 meisjes.
De
zusters Apostolinnen te Beselare
Lang
bleven de zusters niet te Beselare want in 1864 werden zij door
toedoen van E.H. pastoor Henri Laumosnier vervangen door de
zusters Apostolinnen uit Brugge met moeder Benedicta
(Virginie Lambelin) als overste van 1864 tot 1871. Vrij vlug kon
zij beslag leggen op de naburige 'Geuzentempel' de officiële
jongensschool. Deze was te klein geworden voor het groeiende aantal
leerlingen en na een gedeeltelijke verhuis naar de bovenzaal van het
'weefleerwerkhuis' (later gemeentehuis), werd in 1864 ernaast een
nieuwe gemeenteschool gebouwd met twee ruime klassen, een schoolhuis,
een speelplaats en een overdekte gaanderij. De zusters lieten een
verdieping met nieuwe klassen optrekken op de Geuzentempel en er werd
op een tussenliggend stuk grond een klooster, een kapel en nog twee
nieuwe klassen gebouwd. In 1874, toen Louise Maes de moeder
overste was, steeg het aantal meisjesleerlingen tot bijna 200. Vijf
zusters stonden in voor het dagelijks onderwijs.
Met
het in voege treden van de vervloekte liberale schoolwet van 1879
werden de zusters uit hun school verbannen. Zo goed en zo kwaad als
het ging namen zij hun toevlucht in leegstaande huizen en op zolders
om hun onderricht verder te zetten zolang de schoolstrijd duurde
(1884). Als reactie op de antiklerikale schoolwet gaven de
bisschoppen hun geestelijken de opdracht om overal volwaardige
katholieke jongens- en meisjesscholen op te richten. Te Beselare kwam
er zo een nieuwe katholieke jongenschool dicht bij de meisjesschool,
ook onder het beheer van de zusters.
In
1896 werd de katholieke jongensschool afgeschaft en met de
gemeenteschool versmolten. De gebouwen werden door overste zuster
Regina geïntegreerd in de meisjesschool en zo werd de
bewaarschool ingericht. De twee hoogste klassen werden gehuisvest in
een nieuw gebouw op de hoek van de Kloosterlaan en de Warden Oomlaan.
De rust was definitief hersteld. De school kende een grote bloei en
bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog stonden al zeven
zusters-onderwijzeressen in voor het hoogstaand onderwijs.
Magere
en vette jaren
In
augustus 1914 bij het heropenen van de scholen kwamen veel leerlingen
niet opdagen. De ouders hielden hen thuis uit voorzichtigheid. De
aanwezigen waren onrustig en loerden voortdurend door de ramen want
er werd zoveel verteld. Rond 20 september werden de scholen gesloten.
Weldra werden ze ingepalmd door vluchtelingen uit het Mechelse. De
oorlog kwam aangerold en op 'schuwe maandag' 19 oktober werden de
Beselarenaren, behalve de Oosthoekers, manu militari gedwongen te
vluchten westwaarts richting Ieper via de Meense Baan. Ook de zusters
moesten de biezen nemen en kwamen na veel omzwerven terecht in Les
Sables-d’ Olonnes, een kustgemeente in département 85 Vendée
(Fr.), waar ze zich hebben ingezet voor het onderwijs aan
vluchtelingenkinderen. Eind 1919 kwamen ze al naar Beselare terug.
Voor de zowat 50 kinderen die toen al opnieuw te Beselare woonden
gaven ze gemengd onderwijs in houten barakken van het Albertfonds.
Toen in 1920 enkele voormalige meesters van de gemeenteschool
terugkwamen werden de jongens en meisjes weer opgesplitst en de
zusters gaven nu les in de houten afdaken langs beide zijden van de
noodkerk. Moeder Ignatia en de zusters Florentina, Emiliana
en Clara (kleuterleidster) gingen weer enthousiast aan de slag.
Het was in die barakken wel ijzig koud in de winter en snikheet in de
zomer. Ondertussen begon de heropbouw van het klooster en de
meisjesschool op 'De Berg'.
In
1923 konden de mooie nieuwe gebouwen met splinternieuwe aangepaste
meubilering in gebruik genomen worden. Het betrof het zusterhuis,
klaslokalen en een ruime kapel rondom een geplaveide speelplaats. De
magere jaren waren voorbij. Het was weer tijd voor spectaculaire
groei. Eind 1928 telde de gemeente alweer 630 nieuwe huizen en 2.718
zielen.

De
school 'boerde' goed met moeder overste Ignatia (Hélène
Vandenbussche) en de energieke zusters Honorine (Virginie
Beuselinck), Rita (Leona Copeleu), Emiliana (Clara
Batslé), Marie Bernarde (Marie Thérèse De Boulle), Hilaria
(Irène Claeys), Clara, (Ida Bertier), Seraphina
(Maria De Vlieghere), Marie-Céline (Helena Deroo), Alberta
(Zulma Van Eessen), Marie-Juliana (Léonie Lampaert),
Gregorine (Yolande Boudry) Hieronyma (Clara Ryckebosch)
Marie-Rose (Elisa Vandenbulcke) ook moeder overste geweest,
Elisa Parein, Johanna Delombaerde en Godelieve De
Spieghelare en nog andere. Rond 1965 telde de school ongeveer 150
meisjesleerlingen en 75 kleuters (jongens en meisjes). Deze groep
werd toen onderwezen door een tiental leerkrachten waaronder nog een
paar zusters.

In
1967 verlieten de zusters Apostolinnen de gemeente om zich eerst via
het klooster in Geluveld en later in 1997 definitief terug te trekken
in hun moederklooster van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw van 7 Weeën
te Ruiselede. Het klooster te Beselare werd omgevormd tot klaslokalen
en vergaderruimte. Later werd ook de kapel omgebouwd tot turnzaal en
refter.
De
Biesweide
Op
1 september 1998 kwam er dan een fusie tussen de vrije gesubsidieerde
lagere meisjesschool en de gemeentelijke jongensschool. Mevrouw
Katrien Demuynck houdt er nu gedecideerd de touwtjes in handen
van de ondertussen gemengde vrije lagere school 'De Biesweide',
maar de zusters stellen zich nog altijd ten dienste via de
inrichtende macht.