Pagina's

vrijdag 28 februari 2014

Aswoensdag


























Aswoensdag luidt de veertigdagentijd in. Het vasten dat ermee gepaard gaat, staat verre van gelijk met jezelf uithongeren. Wat is vasten dan wel? En wat is de betekenis van Aswoensdag? Het askruisje heeft een dubbele betekenis: het herinnert ons vooreerst aan onze eindigheid. We zijn als mens niets meer dan stof en as. En verder is as in het Oude Testament ook een reinigend symbool. Zondaars bijvoorbeeld moesten zich toen zelf besprenkelen met as van verbrande offerdieren. Aswoensdag is dan weer later gegroeid uit de solidariteit met de zondaars. Die kregen een zware boetedoening opgelegd, en uit solidariteit trok de hele gemeenschap een boetekleed aan en strooide ieder zich wat as op het hoofd. In het evangelie spreekt Jezus over gerechtigheid, liefdadigheid en bidden. Daar draait het allemaal om. Niet om spektakel, wel om echtheid. “Doe het in het verborgene”, zegt Jezus, “en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.”



De veertigdagentijd is ook campagnetijd voor Broedelijk Delen. Dit jaar onder de slogan 'Plan(t) de toekomst!' We focussen op het Afrikaanse land Senegal en zetten ons in voor al die 'Ibrahama's en hun families'. De aftrap hiervoor werd gegeven op de decanale startavond op woensdag 19 februari in het auditorium van het Technisch Instituut H. Familie te Ieper. Het was een boeiende avond met getuigenissen, een optreden van een groepje uit Senegal, verduidelijking van de campagne aan de hand van de campagnefilm, een terugblik, een drankje en een hapje, ... Enkele mensen uit onze parochies waren aanwezig. In de volgende edities van Kerk&leven komen we uitgebreid terug op de veertigdagentijd in al z'n aspecten.

Voor de diensten en acties die vandaag al doorgaan verwijzen wu graag door naar de rubriek 'Vieringen' op bladzijde 4!

Moge dat onze vasten zijn: een besef van onze eindigheid, een terugkeer naar onszelf en naar God, een tijd van versobering, van bidden en bezinning, en van gerechtigheid en solidariteit voor wie het minder gaat.

donderdag 20 februari 2014

Van Dibbeschole tot De Biesweide

Op zaterdagvoormiddag 15 februari werd een delegatie van de congregatie van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw van 7 Weeën te Ruiselede op het Zonnebeekse gemeentehuis ontvangen voor een huldiging voor de vele tientallen jaren inzet voor het onderwijs te Beselare en te Geluveld. Burgemeester Dirk Cardoen haalde er sappige herinneringen boven aan z'n tijd op het 'Kak- of papschooltje' van toen. Die kan u o.a. lezen in een volgende bijdrage. Eerst in vogelvlucht een summiere schets van het onderwijs te Beselare.

Coster-scolemeesters
De eerste sporen van (volks)onderwijs te Beselare zijn te vinden midden de 17de eeuw. Op last van de kerkelijke overheid werden in de landelijke dorpen de plaatselijke kosters aangesteld als onderwijzer voor de vooral gegoede jongens in het dorp. Zo is Djoos Belettere, te Beselare geboren in 1641, de eerste 'coster-scolemeester' die we terugvinden in de parochierekeningen van 1660. Het was vooral tussen 'Bamis' (1 oktober) en april dat de kinderen van negen tot elf jaar oud naar school gingen want ’s zomers moesten ze helpen bij het boerenwerk. De school was in die tijd een luxe. Leren lezen en schijven was alleen weggelegd voor de rijkeluiskinderen en dan nog alleen voor de jongens. Het kosterhuis kon alle schoolgaande Beselaarse jongens herbergen hoewel het er helemaal geen pretje was, daar zittend in kleine bankjes, gebogen over hun schoolberd en lijfstraffen waren dagelijkse kost. Maar als de kinderen hun best deden in de klas kregen ze wel een 'zentje'.

Ecole primaire
In de Franse Periode werden massaal nieuwe 'écoles primaires et secundaires' opgericht. Dat opzet mislukte hier echter want de toenmalige bevolking was niet zo tuk op die Franse scholen. Het gevolg was dan ook dat het toen bestaande schooltje van Pieter Jaak Demeulenaere in 1798 uit wraak door de Fransen werd gesloten. Tot overmaat van ramp verwoestte de neertuimelende naald van de kerktoren, tijdens een storm op 10 november 1800, een groot stuk van het schoolhuis.
Geuzentempel
Tijdens het Hollandse bewind vanaf 1815 kwam er een omwenteling in het onderwijs. 'Echte' scholen werden in groot aantal gebouwd en de Hollanders duldden geen niet-gediplomeerden als onderwijzer. In 1820-’21 werd aldus een nieuwe 'knechtenschool' en schoolhuis gebouwd op 'De Berg'. De bevolking keek argwanend naar die protestantse bedoening en noemde de nieuwe school de 'Geuzentempel'. Dat laat al meteen vermoeden dat ook die school weinig succesvol was. Vanaf 1830 (Belgische onafhankelijkheid) en vooral vanaf 1852 (nieuwe schoolwet) werden nieuwe wegen ingeslagen. De school werd nu gratis toegankelijk gesteld voor alle kinderen vanaf 6 jaar. Het aantal leerlingen steeg van jaar tot jaar. Désiré Jacquart werd hulponderwijzer. De liberale schoolwet van 1879 verstoorde wel even die welvarende periode voor het onderwijs.

De Dibbeschole
Rond 1810 vond pastoor E.H. Guillaume Van Calbergh dat ook de Beselaarse meisjes aan hun trekken moesten kunnen komen inzake onderwijs. Op grond op 'De Berg' die hij had gekregen van markgraaf Charles Ghislain Van der Woestine, liet hij een schoolgebouw met woonhuis optrekken. De school werd eerst ingericht als spellewerkschool, onder leiding van Siska Verstraete en Rosa Vincke, twee sober levende en godvruchtige oude jonge dochters. Onder de lange leer- en werkdagen baden de leerlingen de rozenkrans, zongen ze godsdienstige liederen of leerden ze de catechismus van buiten ter voorbereiding van hun eerste communie. Slechts een half uurtje per dag werd voorbehouden voor lezen en schrijven. De school kreeg dan ook vrij vlug in de volksmond de naam 'Dibbeschole'. Veel veranderde in de Dibbeschool met de komst van de eerste kloosterzusters in 1862. Het waren de zusters van de H. Vincentius met zuster Fidelia (juffrouw Van Goetsem) als overste. De zusters gaven er nu volwaardig en kosteloos onderwijs aan 62 meisjes.

De zusters Apostolinnen te Beselare
Lang bleven de zusters niet te Beselare want in 1864 werden zij door toedoen van E.H. pastoor Henri Laumosnier vervangen door de zusters Apostolinnen uit Brugge met moeder Benedicta (Virginie Lambelin) als overste van 1864 tot 1871. Vrij vlug kon zij beslag leggen op de naburige 'Geuzentempel' de officiële jongensschool. Deze was te klein geworden voor het groeiende aantal leerlingen en na een gedeeltelijke verhuis naar de bovenzaal van het 'weefleerwerkhuis' (later gemeentehuis), werd in 1864 ernaast een nieuwe gemeenteschool gebouwd met twee ruime klassen, een schoolhuis, een speelplaats en een overdekte gaanderij. De zusters lieten een verdieping met nieuwe klassen optrekken op de Geuzentempel en er werd op een tussenliggend stuk grond een klooster, een kapel en nog twee nieuwe klassen gebouwd. In 1874, toen Louise Maes de moeder overste was, steeg het aantal meisjesleerlingen tot bijna 200. Vijf zusters stonden in voor het dagelijks onderwijs.

Met het in voege treden van de vervloekte liberale schoolwet van 1879 werden de zusters uit hun school verbannen. Zo goed en zo kwaad als het ging namen zij hun toevlucht in leegstaande huizen en op zolders om hun onderricht verder te zetten zolang de schoolstrijd duurde (1884). Als reactie op de antiklerikale schoolwet gaven de bisschoppen hun geestelijken de opdracht om overal volwaardige katholieke jongens- en meisjesscholen op te richten. Te Beselare kwam er zo een nieuwe katholieke jongenschool dicht bij de meisjesschool, ook onder het beheer van de zusters.

In 1896 werd de katholieke jongensschool afgeschaft en met de gemeenteschool versmolten. De gebouwen werden door overste zuster Regina geïntegreerd in de meisjesschool en zo werd de bewaarschool ingericht. De twee hoogste klassen werden gehuisvest in een nieuw gebouw op de hoek van de Kloosterlaan en de Warden Oomlaan. De rust was definitief hersteld. De school kende een grote bloei en bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog stonden al zeven zusters-onderwijzeressen in voor het hoogstaand onderwijs.

Magere en vette jaren
In augustus 1914 bij het heropenen van de scholen kwamen veel leerlingen niet opdagen. De ouders hielden hen thuis uit voorzichtigheid. De aanwezigen waren onrustig en loerden voortdurend door de ramen want er werd zoveel verteld. Rond 20 september werden de scholen gesloten. Weldra werden ze ingepalmd door vluchtelingen uit het Mechelse. De oorlog kwam aangerold en op 'schuwe maandag' 19 oktober werden de Beselarenaren, behalve de Oosthoekers, manu militari gedwongen te vluchten westwaarts richting Ieper via de Meense Baan. Ook de zusters moesten de biezen nemen en kwamen na veel omzwerven terecht in Les Sables-d’ Olonnes, een kustgemeente in département 85 Vendée (Fr.), waar ze zich hebben ingezet voor het onderwijs aan vluchtelingenkinderen. Eind 1919 kwamen ze al naar Beselare terug. Voor de zowat 50 kinderen die toen al opnieuw te Beselare woonden gaven ze gemengd onderwijs in houten barakken van het Albertfonds. Toen in 1920 enkele voormalige meesters van de gemeenteschool terugkwamen werden de jongens en meisjes weer opgesplitst en de zusters gaven nu les in de houten afdaken langs beide zijden van de noodkerk. Moeder Ignatia en de zusters Florentina, Emiliana en Clara (kleuterleidster) gingen weer enthousiast aan de slag. Het was in die barakken wel ijzig koud in de winter en snikheet in de zomer. Ondertussen begon de heropbouw van het klooster en de meisjesschool op 'De Berg'.

In 1923 konden de mooie nieuwe gebouwen met splinternieuwe aangepaste meubilering in gebruik genomen worden. Het betrof het zusterhuis, klaslokalen en een ruime kapel rondom een geplaveide speelplaats. De magere jaren waren voorbij. Het was weer tijd voor spectaculaire groei. Eind 1928 telde de gemeente alweer 630 nieuwe huizen en 2.718 zielen.

De school 'boerde' goed met moeder overste Ignatia (Hélène Vandenbussche) en de energieke zusters Honorine (Virginie Beuselinck), Rita (Leona Copeleu), Emiliana (Clara Batslé), Marie Bernarde (Marie Thérèse De Boulle), Hilaria (Irène Claeys), Clara, (Ida Bertier), Seraphina (Maria De Vlieghere), Marie-Céline (Helena Deroo), Alberta (Zulma Van Eessen), Marie-Juliana (Léonie Lampaert), Gregorine (Yolande Boudry) Hieronyma (Clara Ryckebosch) Marie-Rose (Elisa Vandenbulcke) ook moeder overste geweest, Elisa Parein, Johanna Delombaerde en Godelieve De Spieghelare en nog andere. Rond 1965 telde de school ongeveer 150 meisjesleerlingen en 75 kleuters (jongens en meisjes). Deze groep werd toen onderwezen door een tiental leerkrachten waaronder nog een paar zusters.

In 1967 verlieten de zusters Apostolinnen de gemeente om zich eerst via het klooster in Geluveld en later in 1997 definitief terug te trekken in hun moederklooster van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw van 7 Weeën te Ruiselede. Het klooster te Beselare werd omgevormd tot klaslokalen en vergaderruimte. Later werd ook de kapel omgebouwd tot turnzaal en refter.

De Biesweide
Op 1 september 1998 kwam er dan een fusie tussen de vrije gesubsidieerde lagere meisjesschool en de gemeentelijke jongensschool. Mevrouw Katrien Demuynck houdt er nu gedecideerd de touwtjes in handen van de ondertussen gemengde vrije lagere school 'De Biesweide', maar de zusters stellen zich nog altijd ten dienste via de inrichtende macht.

donderdag 13 februari 2014

Dood-eng

Bij verschijnen van dit artikel is de uitbreiding van de euthanasiewet tot minderjarigen allicht al door een wisselmeerderheid van NVA-GROEN-SPA-OpenVLD, PS, MR en Ecolo in het Belgische parlement goedgekeurd. Even voordien verklaarde pleitbezorger Dr. Distelmans nog dat tachtig procent van de mensen niet tegen de wet is en in één adem luidt het ook dat de tegenstanders 'intellectueel oneerlijk' zijn en zich bezondigen aan 'profileringsdrang'.

Zoals meestal is er onder de bevolking een kleine groep voorstanders die fel tekeer gaat en een kleine groep tegenstanders die hevig verzet aantekent. De grote massa heeft nauwelijks een gefundeerde mening of laat zich leiden door het buikgevoel. De voorstanders krijgen véél media-aandacht en worden steevast voorgesteld als barmhartige samaritanen. Mensen worden overdonderd met beelden en verhalen van euthanasieaanvragen omwille van een mislukte operatie, een langdurige gevangenisstraf, het nakend verlies van een tweelingbroer of partner of het geplande afscheidsfeestje van een oude glorie met champagne op televisie. De tegenstanders worden soms in de hoek gedrumd als harteloze zuurpruimen, die omwille van een achterhaalde lijdensmoraal terminaal zieken nog onnodig willen doen afzien.

Op wereldvlak is het weldenkende België in 2002 het tweede land – na Nederland – waar euthanasie onder bepaalde voorwaarden wordt toegestaan. De tegenstanders vreesden toen dat met de wet de doos van Pandora werd geopend. Die vrees wordt stilaan reëel. Na de minderjarigen zijn binnen afzienbare tijd, zonder veel twijfel, die andere kwetsbaren, onze dementerende medemensen, de gegadigden. René Stockman, generale overste van de Broeders van Liefde, stelt in een opinie-bijdrage in de krant 'De Standaard' dat sedert abortus is toegelaten, wij al de facto naar hartelust euthanasie plegen op wilsonbekwame minderjarigen. Een foetus waaraan een gebrek wordt vermoed of vastgesteld tijdens een prenataal onderzoek wordt in de regel genadeloos geaborteerd. We kunnen over abortus en euthanasie urenlang discussiëren op technisch, medisch, juridisch of op politiek vlak, maar de diepere, fundamentelere vragen komen daarbij zelden of nooit aan bod. Namelijk, welk mensbeeld schuilt hierachter en in welk soort maatschappij komen we ermee terecht?

Het draait allemaal rond een beginsel, een 'heiligverklaard' principe dat luistert naar de naam 'zelfbeschikking' of 'autonomie', een ideologische uitloper van de ideologie van de absolute vrijheid. Het is een verworvenheid, zo klonk het uit de mond van een parlementariër, waar nooit meer aan geraakt kan worden! Kan het eigenlijk nog hoge-priesterlijker? Kunnen we dan tegen zelfbeschikking zijn? Neen, maar wel tegen de verabsolutering ervan. Want dan hoef je je op termijn ook niet meer te bekommeren om anderen. Kunnen we ons wel inbeelden naar welke maatschappij we aan het evolueren zijn, als iedereen alleen nog maar met zijn eigenbelang bezig is? We mogen ons stilaan zorgen maken over de vraag of we in een niet zoverre toekomst finaal nog legitiem zullen kunnen beslissen of we willen blijven leven, als ons leven niet meer zal voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen, of als onze verzorging te veel gaat kosten aan de maatschappij? We zullen ons steeds meer zedelijk verplicht voelen te kiezen voor euthanasie als we de omgeving niet meer tot last willen zijn en we paradoxaal genoeg daarmee onze zelfbeschikking juist gaan verliezen. Voor zo’n maatschappij kiezen wij christenen niet, want wij willen graag in alle omstandigheden volop mens en medemens blijven. Wij willen ook kunnen blijven rekenen op de medemenselijkheid van de anderen. Daarom is ook een onvoorwaardelijke eerbied voor alle leven van levensbelang.

Is het nu tragisch of grappig dat voor- en tegenstanders de menselijke waardigheid claimen te verdedigen? In een ander opiniestuk in Knack haalt Ignace Demaerel, godsdienstleraar volgend praktijkvoorbeeld aan. “Een goede vriend van mij kreeg in 2009 te horen dat zijn vrouw kanker had. Acht maanden heeft ze er uit alle macht tegen gestreden, maar helaas de strijd verloren. Ik heb het van dichtbij meegemaakt. Aan het einde was ze inderdaad vermagerd, verzwakt en kortademig, maar op haar laatste levensavond heeft ze al haar vijf kinderen en acht kleinkinderen rond zich gehad, en heeft elk van hen apart en persoonlijk 'op grootmoederlijke wijze' toegesproken. Voor hen waren het onvergetelijke woorden. Enkele uren later is ze in coma gegaan, en de volgende morgen – exact op kerstdag! – overleden. Bij de begrafenis ging mijn vriend vooraan in de bomvolle kerk staan en zei rustig: 'Mijn vrouw is waardig gestorven!' Het sloeg in als een bom. Hij had het niet beter kunnen verwoorden.”


Wat scheelt er met onze maatschappij? Een Congolese man verwoordt het zo: “Ik begrijp dit echt niet. Leg me eens uit waarom men in België zo graag euthanasie wil. Hier bij ons in Afrika zijn zoveel méér zieken en zoveel minder medicamenten en pijnstillers en hier is niemand die om euthanasie vraagt. Waarom bij jullie dan wel?”

Het mag duidelijk zijn dat de grote religies in ons land unaniem tégen zijn. Op 6 november 2013 werd een gezamenlijke verklaring ondertekend door alle christelijke kerken samen (katholiek, protestants, evangelisch, anglicaans en orthodox) én joden én moslims. Een staaltje van eenheid, waar iedereen roept dat godsdiensten alleen maar verdeeldheid zaaien. Ook daarom is het weeral merkwaardig dat deze verklaring zo goed als géén aandacht kreeg in de pers. De verklaring spreekt over 'de banalisering van een zo zwaarwichtige aangelegenheid' en 'het ondergraven van de fundamenten van de samenleving', en stelt dat 'euthanasie van kwetsbare mensen, kinderen of mensen met dementie, radicaal in strijd is met hun menselijke waardigheid'.

Waarom worden in de media zij die voor euthanasie kiezen afgeschilderd als de dapperen, en zij die tot het einde doorvechten als ... Waarom werd Hugo Claus, die in 2008 voor euthanasie koos, bijna euforisch vereerd als een held? Betekent dat dan dat zij die vechten tot het einde lafaards zijn, bang van de dood? Zijn we hier de zaken niet aan het omkeren? Er zijn zonder twijfel duizenden mensen in deze wereld die waarschijnlijk in veel moeilijker omstandigheden lijden en toch tot het uiterste knokken voor het leven. Wie geeft hier de moed op?

Maar als alle grote religies tégen zijn, wie zijn dan de voorstanders? De humanisten? 'Humanisme' betekent dat de mens (en niet God) in het centrum geplaatst wordt. Het is ontstaan in de zestiende eeuw als reactie tegen de onmenselijkheden die in die tijd door de Kerk werden bedreven in naam van God (godsdienstoorlogen, inquisitie, ketterverbrandingen...). Nu zou je toch verwachten dat humanisten bij uitstek vóór de mens kiezen, voor het léven. Maar je ziet in onze maatschappij precies het omgekeerde gebeuren. Sinds we in de 'postchristelijke tijd' leven en de waarden in feite door de méns bepaald worden, wordt het menselijk leven gedevalueerd. Aan het begin en aan het einde wordt er schaamteloos beknibbeld op het leven (abortus, euthanasie...), 'in naam van de menselijke waardigheid'. Het is spijtig te moeten vaststellen dat het humanistisch mensbeeld finaal de waarde van het leven devalueert. Oude mensen en mindervaliden moeten zich bijna verontschuldigen dat ze nog blijven leven en stilaan tot 'last' zijn voor hun familie en de maatschappij. Maar hierachter zit een verschillende visie op wat 'kwaliteit van leven' en 'medemenselijkheid' is. Wordt het niet 'doodeng' als men dit oordeel louter in de handen van overmoedige ménsen gaat leggen?


Op dinsdag 11 februari, Wereldziekendag, werd in de kathedraal van Luik gebeden om het geweten van de mensen wakker te schudden en een ultiem maatschappelijk debat uit te lokken over de uitbreiding van de euthanasiewet tot minderjarigen. Mgr. Jean-Pierre Delville, de bisschop van Luik, vestigde in zijn homilie de aandacht op de gevaren van de voorliggende wet: “In plaats van de solidariteit met de zieken en de zwakken te versterken, wordt veeleer de basis gelegd voor wantrouwen en afwijzing.” Volgens de bisschop dreigt de wet het einde in te luiden van de solidariteit en dreigt hij een nieuw concept over de menselijke waardigheid in te voeren. Waardigheid wordt niet langer van bij aanvang geschonken, maar zij wordt het resultaat van een 'puur subjectief oordeel', dat wordt voorgesteld als 'keuzevrijheid'. Hij hoopt en wij met hem dat de stemming in de Kamer van Volksvertegenwoordigers gelovigen en alle mensen die zieken en stervenden begeleiden, aanspoort tot nog meer solidariteit, in het bijzonder met zieken en andere zwakke mensen in de samenleving.

donderdag 6 februari 2014

Als kinderen bidden

Als aanloop naar de gezinsviering op zaterdagavond 1 februari kwamen de vormelingen van Geluveld vooraf samen voor een catechesebeurt rond het gebed. Onder begeleiding van Marjorie en Nele werden eerst gebedssnoeren of paternosters vervaardigd want die komen samen met kaarsen al eens boven wanneer er gebeden wordt. Mensen hebben nu eenmaal graag een houvast, iets vast als ze bidden. De rozenkrans is trouwens ook een gebedsformule die de eeuwen trotseert. Het snoer is 'hip'. De grote vraag blijft echter of onze kinderen nog wel bidden. 



Is dat niet wereldvreemd of onwerkelijk geworden in deze tijd?

Durven ze daar wel voor uitkomen? Ben je geen 'watje' als je bidt? Door de'waar-bid-je','wat-bid-je','waarom-bid-je'en'hoe-bid-je'-vraag te stellen kom je verrassend veel te weten. Zelf zij die denken helemaal niet te bidden moeten na een tijdje schoorvoetend toegeven dat het hen ook wel eens overkomt en wel in heel concrete situaties, dat bidden helemaal niet zo raar is als het wel lijkt. Ze bidden in bed, alleen op hun kamer, in de kerk of voor een kapelletje, op het kerkhof of bij het graf van een huisdier, thuis aan tafel of bij oma bij een kaarsje en een foto van opa die gestorven is, een schietgebedje op het voetbalveld om het verlangen te winnen kracht bij te zetten. Als ze bidden keren mensen hun binnenste naar buiten en verbinden zij zich met of zonder woorden met God, Maria of Jezus … of met geliefde overledenen. Het gebed moet wel een bijzondere kracht hebben als mensen het menen het te moeten doen. Heel vaak gebeurt het met een 'Wees gegroet', een 'Onze Vader', een gebed uit een of ander boekje of een eigen, zelf verzonnen gebed volgens wat toen gebeurde. Ze doen het omdat ze geloven, uit bekommernis voor zieken, voor een goede gezondheid, uit verdriet voor een overledene, om flink te zijn, om een ruzie bij te leggen, voor de armen, voor een betere wereld, gewoon voor een mooie dag, uit spijt of uit angst, voor een goed rapport, voor een veilig verkeer, om geen ongeval mee te maken, omdat ze gepest worden, omdat ze zouden mogen meespelen, omdat het niet goed gaat tussen de ouders, omdat papa geen werk meer heeft, om gewoon iets te vertellen aan God en hem te danken. Velen vouwen dan spontaan de handen of heffen ze omhoog, sluiten de ogen, maken het stil, gaan knielen of op hun rug naar de lucht zitten staren.

Als je dan voorzichtig vraagt wie en hoeveel ze bidden blijven ze je verrassen van twee tot drie keer per dag, per week of per maand tot na lang aarzelen één keer per jaar, misschien om niet uit de toon te vallen. Wie twijfelt geeft het vaak op omdat het niet werkt. Als kinderen in hun gebed uitsluitend verlangens formuleren die op zichzelf gericht zijn, worden ze teleurgesteld omdat God die wensen niet vervult. 'God is nergens goed voor en dus heb ik Hem ook niet nodig'. Daartegenover staat dat wie veel bidt tot God omwille van God zelf omdat Hij het is die aandacht, verering, vertrouwen en dank verdient, gaat beweren dat het vaak wel werkt. In ieder geval is bidden een heel intiem gebeuren, gaat het dikwijls gepaard met hevige emoties en zijn sommigen als de dood om uitgelachen te worden. Al gaat het niet spreekwoordelijk zonder slag of stoot, toch loont het de moeite daar eens open van gedachten over te wisselen en doet het vooral deugd vast te stellen dat onder een ruwe bolster nog vaak een teer hartje schuilgaat, dat je ook als kind door klasgenootjes en volwassenen soms ernstig wordt genomen. Kortom dat je mag zijn wie je bent.



Bidden ongelovigen?
Toch kan je er niet onderuit te moeten vaststellen dat bij sommigen kinderen en natuurlijk ook bij volwassenen niet eens de gedachte opkomt te gaan bidden. Het gaat hen voor de wind of ze voelen zich sterk genoeg om zelf hun eigen zaakjes te beredderen. Of ze zijn er totaal ongevoelig voor, niet-religieus. Of het nu goed gaat of slecht, dat is eender. Ze zijn zo vol van zichzelf of opgesloten in hun zijn, benomen en geleefd door die buitenwereld dat ze zich niet kunnen verbinden met Iets of Iemand, een werkelijkheid die de hunne overstijgt. Bidden zonder echt in God te geloven is echter niet onmogelijk. Zo viel het mij onlangs op dat de fanclub van Michael Schumacher, de verongelukte autopiloot en verafgode, zevenvoudige wereldkampioen Formule-1, haar fans opriep tot een onuitgesproken manier van bidden. Namelijk door 'hard' aan hem te gaan 'denken' hoopten ze zijn overlevingskansen te verhogen.

Bron van leven
Maar gelovige mensen zijn er zich van bewust dat God voortdurend met iedere mens begaan is. Gelovigen omschrijven bidden wel eens als 'spreken' met God. In hun gebed drukken ze tegenover Hem uit wat ze beleven, wat ze aanvoelen, wat ze verlangen. Door ook actief 'luisterend' te bidden komen zij na een tijd ook God en zijn bedoelingen op het spoor. Zo wordt zijn zaak, een zaak van mensen en omgekeerd. Zo wordt het gebed de Bron die hun doen en laten gaat richten en andere mensen van hen maakt. Aan de manier waarop ze dan met medemensen omgaan, kun je het effect van hun gebeden aflezen: het maakt ze hoopvol, attentvol, luisterend, aandachtig, bezorgd om die ander. Gebedsopvoeding wil dan ook kinderen de kans geven 'stil' te worden bij de diepte van het leven. Grondhoudingen als ontvankelijkheid, hoop en vertrouwen, meeleven met anderen, inzet voor mens en wereld, zijn van wezenlijk belang Ze maken het mogelijk dat bidden 'van binnenuit' kan groeien. Sfeer, stilte, symbolen en rituelen ondersteunen dan het bidden mee ‘van buitenaf’. Kinderen leren bidden kan ook niet wanneer je zelf niet samen met hen gaat bidden en ook niet als er vanuit jezelf geen daden volgen die dat bidden geloofwaardig maken. Ze leren immers bidden door na te doen wat biddende mensen doen.


































Een goed (kinder)gebed
is tenslotte eerlijk, eenvoudig, maar nooit kinderachtig, gaat om dagelijkse dingen, die aansluiten bij het eigen leven. Heel wat kindergebeden zijn 'zacht', terwijl er in het leven van mensen ook 'hard' leed is. Wanneer je dat niet in het gebed betrekt, krijgt dat een onwaarachtig karakter. Danken voor dingen die er niet zijn, is zo onwaarschijnlijk dat bidden voor kinderen vals en onuitstaanbaar wordt. Een goed gebed trekt de eigen wereld open naar die van de anderen. Het 'ik' wordt tot een minimum herleid. Een goed gebed laat de kinderen vooral aanvoelen dat God met de diepste noden en verlangens van de mens te maken heeft.

woensdag 5 februari 2014

Zilver

Concert
25 jaar geleden is het muzikaal gezelschap De Reutelnoot ontstaan te Beselare. Naar aanleiding van dit zilveren jubileum brengt de groep op zaterdag 22 februari om 20.00 u. in de kerk te Beselare een uniek concert. Onder leiding van dirigente Tine Devoghel wordt een totaal vernieuwd repertoire gebracht met als thema ZILVER. Omdat een zilveren jubileum niet zo alledaags is, gaan we voor deze gelegenheid in duo! We worden vergezeld door het muzikaal gezelschap Ishtar. Deze groep vertegenwoordigde in 2008 met succes ons land tijdens het Eurovisiesongfestival. Met De Reutelnoot brengen wij, naast een aantal eigen nummers, tal van liederen uit de Balkanlanden.


Historiek van de groep
De Reutelnoot kwam tot stand omdat wij destijds een vereniging wilden die volksliederen terug tot leven wou brengen. Al vlug vormden we een gezelschap van een 10-tal mensen. Onze naam De Reutelnoot, welke misschien niet zo vanzelfsprekend is, refereert naar het Beselaarse gehucht ‘De Reutel’.
Intussen hebben we gedurende 25 jaar 189 optredens voor publiek gebracht. Hoogtepunten hierbij waren onze deelname aan de Ieperse P-concerten (P2001, P2003, P2009, P2011 en P2013), het optreden naar aanleiding van de opening van het ‘Memorial Museum Passchendaele 1917’ te Zonnebeke (2004) en als kers op de taart ons eigen concert en CD-voorstelling ‘Rondje Reutelnoot’ te Beselare (2011).
Van ons repertoire bij de start is intussen niet veel meer overgebleven. Maar één zaak is wel gebleven: we brengen muziek waarvan we zelf genieten. Naast het muzikaal aspect is de hechte groepsband ook een constante gebleven. Intussen is de groep uitgegroeid tot een 30-tal zangers, zangeressen en muzikanten. Vijf van de pioniers zijn nog steeds lid van de groep: Chris Buyse, Geert Verschaeve, Benedicte Vermeersch, Stefaan Vander Meiren en Carine Forrez.

Reservatie voor ‘Zilver’
Kaarten in voorverkoop kosten 13 euro, 10 euro voor 55-plussers en 5 euro voor kinderen jonger dan 12 jaar.
Aan de deur betaal je 15 euro en 12 euro voor 55-plussers.
Na het optreden wordt ons Zilver beklonken met een gratis drankje in de foyer van de Leege Platse.
Wie van het concert ‘Zilver’ wil genieten kan kaarten bestellen
online via zilver@reutelnoot.be,
telefonisch 0495 88 50 95
van Roos Bauden of bij de leden van De Reutelnoot.