Pagina's

Posts tonen met het label Sint Hubertus. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sint Hubertus. Alle posts tonen

vrijdag 13 november 2015

Wat baten kaars en bril ...


als de uil niet zienen wil. Een symbolisch beeld genomen op de 32ste Sint-Hubertusviering op zondag 8 november in Beselare. Er valt van alles te beleven. Velen komen op die dag samen, gedreven door hun liefhebberij, maar misschien ook door het verlangen naar rust en stilte, om er in de natuur uit te waaien, of het kan ook de hunker zijn naar een goed woord en ontmoeting … een zondag waar de schepping, mens en milieu tot harmonie komen.

We beseffen het in deze omstandigheden misschien niet altijd, maar we staan op een kantelmoment in de geschiedenis. “We zijn tegelijkertijd de eerste generatie die de armoede kan stoppen en de laatste generatie die de klimaatopwarming kan stoppen.” Dat zijn woorden van VN-secretaris-generaal Ban Ki-Moon. Met zijn nieuwe encycliek 'Laudate Sii' drukt ook paus Franciscus uit hoezeer deze opdracht tot het hart van ons kerk-zijn behoort. Al die grote wereldproblemen komen op een heel concrete wijze tot bij ons, naar de plek waar wij wonen, werken en samenkomen. Als dierenliefhebbers – vergroeid met de natuur – zouden we daar als geen ander gevoelig moeten voor zijn. Omdat wij het op dat vlak vaak laten afweten, mogen we ons wel sterk verwant voelen aan die fameuze uil uit het spreekwoord.

De economische crisis en de financiële crisis waren direct voelbaar. Mensen zagen hun spaargeld, hun job en hun welvaart bedreigd. En toch, zo zeggen wetenschappers ons, is het échte probleem de wereldwijde milieu- en klimaatcrisis, die het gevolg is van onze ondoordachte westerse levensstijl. Wij, in ons welvarende Vlaanderen, behoren mede tot die 20% van de wereldbevolking die 80% van de goederen van de aarde bezit of consumeert. Het klimaatprobleem – en ruimer de milieucrisis – wortelt in deze realiteit. Om haar levensstijl te onderhouden, reserveert de westerse wereld de hele ecologische draagkracht van de aarde voor zichzelf. Zowel de armoede als de overconsumptie zijn een probleem voor het 'goede leven' in ons gezamenlijk huis dat 'aarde' heet. Een beschavingscrisis noemt Paus Franciscus het en hij voegt er zonder omhaal aan toe: “Dit is onze zonde, laten we ons bekeren tot een ontwikkelingsmodel dat weet hoe de schepping wel te respecteren.”

We weten dat gletsjers smelten, bossen sneuvelen, woestijnen groeien en oogsten mislukken, dat de klimaatverandering nu al tienduizenden slachtoffers maakt, vooral in de kwetsbaarste bevolkingsgroepen in het Zuiden. We beseffen dat we de oude vertrouwde paden moeten verlaten, dat we manieren moeten vinden om ongehoorzaam te worden aan de drie geboden die ons steeds verder opjagen: “Gij zult consumeren. Gij zult concurreren. Gij zult presteren.”

De klimaatverandering verschijnt als een immense opdracht om van onze zieke, mishandelde en gekneusde aarde opnieuw Gods vruchtbare en gastvrije thuis te maken, waar leven is voor al wat leeft. Je kunt dit onrealistisch vinden maar als we rondom ons kijken, kunnen we gelukkig zien dat die verandering, die bekering al volop bezig is. Mensen zijn bereid om iets te ondernemen en gaan sleutelen aan hun eigen levensstijl. Ze gaan zich stilaan anders verplaatsen, voeden of verwarmen. Ze gaan anders consumeren en verminderen hun verbruik van materiaal en energie. Ze nemen groene initiatieven in hun school, organisaties of bedrijf. Niet alleen het klimaat verandert maar ze veranderen ook zelf. Velen ervaren dit leven met een kleinere ecologische voetafdruk als een positieve verandering, een groei in levenskwaliteit. En leven vanuit een aanvoelen 'het-is-genoeg' heeft minder te maken met 'verliezen' of 'inbinden' dan wel met het scheppen van toekomstperspectief en ruimte voor 'het goede leven'. Tegelijk leveren doeners, denkers en milieu-economen ons ideeën voor een koolstofarme en grondstoffenarme economie.


De wereld beweegt en 2015 is een belangrijk jaar. In december is er de klimaattop in Parijs. De hele wereld kijkt daar over de schouders van de beleidsmakers mee. Om de onderhandelaars te oriënteren, liet paus Franciscus dan ook zijn 'groene' encycliek 'Laudate Sii' verschijnen. Hoe cruciaal ook, die initiatieven kunnen maar effect hebben als wij niet achterblijven. Of beter misschien, als we mee voorop gaan lopen. Als gelovigen willen we zeker meestappen in dit creatief avontuur. Door zelf groene keuzes te maken en door mensen aan te moedigen in hun persoonlijk leven diezelfde keuzes te maken. Ook als geloofsgemeenschap kunnen we een signaal uitsturen naar de samenleving waarin we leven. Aan ons om dit 'goede leven' te herontdekken, te koesteren en te verdedigen. En wel in godsnaam. 

Hoorden we al niet bij monde van Jesaja:
“En wanneer Hij komt, zal Hij de ogen van de blinden openen en de oren van de doven laten horen. De verlamde zal opspringen als een hert en wie niet kon praten, zal jubelen en zingen! In de wildernis zullen bronnen opwellen en in de woestijn zullen rivieren gaan stromen. Het gloeiende zand zal veranderen in een meer, het dorstige land in waterbronnen. Waar de woestijnjakhalzen leven, zal gras en riet groeien!”

De manier waarop JHWH hier ingrijpt, wordt door Jesaja beschreven als een nieuw scheppingsverhaal. De mens krijgt van Hem een hof van Eden, een paradijs ter beschikking, waarvan hij niet de eigenaar kan zijn, maar de behoeder. Het gaat pas mis als de mens 'als God' wil zijn, en eigenmachtig wil oordelen over goed en kwaad, als hij niet langer zoals Kaïn voor Abel 'de hoeder van zijn broeder' wil zijn, als hij de vrijheid neemt om louter voor zichzelf te leven wat ook de gevolgen zijn van die levensstijl voor mens of milieu.

Dat we ook Jezus verlossend woord horen: “Effeta, ga open. Geloof je oren. Wees niet langer onmondig. Laat je niet verlammen. Gooi je onmacht af. Je kan mee het verschil maken. Kom in actie.” Dit is een tijd bij uitstek voor een nieuwe Schepping.”

zondag 10 november 2013

Sint-Hubertusviering


Zondag 3 november voltrok zich onder ruime belangstelling te Beselare de jaarlijkse Sint-Hubertusviering. Na een gesmaakte viering en wijding van het Sint-Hubertusbrood mengden Priester Paul Dejonghe en diaken Lode Caes zich met verhoogde hartslag tussen het paardenvolk. Paarden, ruiters, honden en jachtvogels konden niet ontkomen aan de heftige wijwatervlaag van de kwispelaars-van-dienst. Maar ook die-van-hierboven liet zich niet onbetuigd en deed er nog een flinke geut bovenop. Vele tientallen paarden van de meest diverse origine en de talrijke koetsen passeerden de revue. Van heinde en ver waren ze opnieuw naar Beselare afgezakt voor een dag vertier, animatie en bezinning.

Dit feest voor ruiters en menners was aan z'n 30ste editie toe. Een tiental jaren staan Michel en Sonja Forrest-Vlaminck, Andy Serroen en Katrien Verbeerst en Christophe en Isabelle Gesquière- Dewulf van de Sint-Hubertusvrienden in voor de organisatie. De oorsprong van het feest in Beselare gaat terug tot 1984.

Apostel van de Ardennen
Deze traditie zelf verwijst naar de heilige Hubertus. Hij werd geboren uit een vooraanstaand adellijk geslacht en huwde op jonge leeftijd. Zijn vrouw stierf kort na hun huwelijk bij de geboorte van hun eerste kind. Omdat hij met dit verlies niet overweg kon, trok Hubertus zich steeds vaker in het bos terug en zocht in de jacht naar vergetelheid. Op een dag zag hij er een hert met tussen het gewei een oplichtend kruis. Dit was voor Hubertus een teken dat hij zijn verder leven geheel aan God moest geven. Een tijd later ontving hij de priesterwijding en werkte vervolgens in Brabant en de Ardennen. Hiervoor kreeg hij de naam 'Apostel van de Ardennen'. Hij was in het begin van de 8ste eeuw bisschop in Maastricht. Hij vestigde zich in Luik en maakte deze stad tot bisschopszetel. Hubertus stierf op 30 mei 727 in Tervuren bij Brussel. In het jaar 825 werden de relieken van Hubertus overgebracht naar het klooster Andage (Saint Hubert).



De legende
Het gewei, het hert en het kruis in het gewei zijn drie symbolen in de legende van Sint Hubertus. Net als de legende zelf om wat van te leren, niet om ze voor waar aan te nemen.

Het gewei verbonden aan het Hubertuskruis, is met zekerheid van voor-christelijke oorsprong. De Keltische god Cernunnos droeg een hertengewei. Het gewei was bij de Kelten een symbool voor de wedergeboorte. Het gewei valt immers af en groeit weer aan. Zo een overname van heidense symbolen komen we vaker tegen in de nevelige overgang van heidendom naar christendom. Tot in de achtste eeuw was het een (heidense) gewoonte om hertshoornen grafgiften mee te geven aan overledenen. Ook weer als symbool van de wedergeboorte. Daarna werd dat verboden door de RK-kerk. Over het gewei is ook nog iets wonderlijks te melden. En dat is dat op Goede Vrijdag (Pasen is sinds 325 - toen zo vastgelegd op het Concilie van Nicea – op de eerste zondag na de volle maan na het begin van de lente op 21 maart) herten over het algemeen hun geweistangen hebben afgeworpen, dus geen gewei dragen. Toch een echt wonder?
Het hert is net als het lam en de pelikaan of de adelaar een verbeelding van Christus die in die gedaanten als goddelijke boodschapper optreedt. De oplettende lezer van Hubertus-literatuur en de bijbehorende plaatjes zal zien dat het hert meestal een '10-ender' is. Een hert dus met een gewei met 10 punten. Een verwijzing naar de 10 geboden.
Het stralende
kruis tussen de heidense gewei-
takken symboliseert ook de overwinning van het christendom op het heidendom.

Het verhaal van het lichtgevend hert komt uit Sri Lanka en ook andere heiligen ontmoetten een hert dat of licht gaf of een lichtend kruis tussen de geweitakken had, zoals Sint Eustachius, Meinolfus en Ida von Toggenburg. Het motief van de Hubertuslegende ligt nog ver voor de voorchristelijke tijd en komt voort uithet boeddhisme. Op Ceylon (Sri Lanka) bestaat een verhaal dat zich rond 270 voor Christus afspeelt. De koning Devanampiya Tissa ziet bij de jacht een hert met een als met edelstenen bezet opvlammend zilveren gewei, waarna hij zich bekeert tot het boeddhisme. Dit motief met het hert en het licht is uit Ceylon via India en Mesopotamië (het huidige Irak) naar Griekenland, Italië en naar West-Europa gekomen.

Sint-Hubertusbrood
Het naamfeest van Sint-Hubertus valt op 3 november en hij is patroonheilige van de jagers geworden. Omdat hij ooit een man van hondsdolheid genas, wordt hij speciaal aangeroepen tegen deze ziekte. Daartoe wordt nog altijd het zogenaamde Sint-Hubertusbrood gezegend. Sint Hubertus is verder de patroon van het Bisdom Luik, jagers, schutters, slagers, metaalarbeider, opticiens, metaalgieters, klokkengieters, makers van mathematische apparaten, wiskundigen, en jachthonden. Hij wordt aanroepen tegen hondenbeten, slangenbeten, hondsdolheid en watervrees. Samen met Antonius, Quirinus en Cornelius is hij een van de vier heilige maarschalken. Dat zijn bijzondere voorsprekers bij God.



Jägermeister
Het logo van de overbekende kruidenlikeur Jägermeister is gebaseerd op de legende van
Sint-Hubertus. Het toont de kop van een hert, met een verlicht kruis tussen de takken van
Het gewei. Op het etiket lezen we een gedicht van Otto von Riesenthal:
Vertaald in het Nederlands luidt dit gedicht:

Dit is het ereschild van de jager
het beschermt en voedt zijn wild
zodat hij jaagt zoals het behoort
en hij de Schepper in het schepsel eert.