als
de uil niet zienen wil. Een symbolisch beeld genomen op de 32ste
Sint-Hubertusviering op zondag 8 november in Beselare. Er valt van
alles te beleven. Velen komen op die dag samen, gedreven door hun
liefhebberij, maar misschien ook door het verlangen naar rust en
stilte, om er in de natuur uit te waaien, of het kan ook de hunker
zijn naar een goed woord en ontmoeting … een zondag waar de
schepping, mens en milieu tot harmonie komen.
We
beseffen het in deze omstandigheden misschien niet altijd, maar we
staan op een kantelmoment in de geschiedenis. “We
zijn tegelijkertijd de eerste generatie die de armoede kan stoppen en
de laatste generatie die de klimaatopwarming kan stoppen.”
Dat zijn woorden van VN-secretaris-generaal
Ban Ki-Moon.
Met zijn nieuwe encycliek
'Laudate Sii' drukt
ook paus
Franciscus
uit hoezeer deze opdracht tot het hart van ons kerk-zijn behoort. Al
die grote wereldproblemen komen op een heel concrete wijze tot bij
ons, naar de plek waar wij wonen, werken en samenkomen. Als
dierenliefhebbers – vergroeid met de natuur – zouden we daar als
geen ander gevoelig moeten voor zijn. Omdat wij het op dat vlak vaak
laten afweten, mogen we ons wel sterk verwant voelen aan die fameuze
uil uit het spreekwoord.
De
economische crisis en de financiële crisis waren direct voelbaar.
Mensen zagen hun spaargeld, hun job en hun welvaart bedreigd. En
toch, zo zeggen wetenschappers ons, is het échte probleem de
wereldwijde milieu- en klimaatcrisis, die het gevolg is van onze
ondoordachte westerse levensstijl. Wij, in ons welvarende Vlaanderen,
behoren mede tot die 20% van de wereldbevolking die 80% van de
goederen van de aarde bezit of consumeert. Het klimaatprobleem –
en ruimer de milieucrisis – wortelt in deze realiteit. Om haar
levensstijl te onderhouden, reserveert de westerse wereld de hele
ecologische draagkracht van de aarde voor zichzelf. Zowel de armoede
als de overconsumptie zijn een probleem voor het 'goede leven' in ons
gezamenlijk huis dat 'aarde' heet. Een beschavingscrisis noemt Paus
Franciscus het en hij voegt er zonder omhaal aan toe: “Dit
is onze zonde, laten we ons bekeren tot een ontwikkelingsmodel dat
weet hoe de schepping wel te respecteren.”
We
weten dat gletsjers smelten, bossen sneuvelen, woestijnen groeien en
oogsten mislukken, dat
de klimaatverandering nu al tienduizenden slachtoffers maakt, vooral
in de kwetsbaarste bevolkingsgroepen in het Zuiden. We beseffen dat
we de oude vertrouwde paden moeten verlaten, dat we manieren moeten
vinden om ongehoorzaam te worden aan de drie geboden die ons steeds
verder opjagen: “Gij zult consumeren. Gij zult concurreren. Gij
zult presteren.”
De
klimaatverandering verschijnt als een immense opdracht om van onze
zieke, mishandelde en gekneusde aarde opnieuw Gods vruchtbare en
gastvrije thuis te maken, waar leven is voor al wat leeft. Je kunt
dit onrealistisch vinden maar als we rondom ons kijken, kunnen we
gelukkig zien dat die verandering, die bekering al volop bezig is.
Mensen zijn bereid om iets te ondernemen en gaan sleutelen aan hun
eigen levensstijl. Ze gaan zich stilaan anders verplaatsen, voeden of
verwarmen. Ze gaan anders consumeren en verminderen hun verbruik van
materiaal en energie. Ze nemen groene initiatieven in hun school,
organisaties of bedrijf. Niet alleen het klimaat verandert maar ze
veranderen ook zelf. Velen ervaren dit leven met een kleinere
ecologische voetafdruk als een positieve verandering, een groei in
levenskwaliteit. En leven vanuit een aanvoelen 'het-is-genoeg' heeft
minder te maken met 'verliezen' of 'inbinden' dan wel met het
scheppen van toekomstperspectief en ruimte voor 'het goede leven'.
Tegelijk leveren doeners, denkers en milieu-economen ons ideeën voor
een koolstofarme en grondstoffenarme economie.
De
wereld beweegt en 2015 is een belangrijk jaar. In december is er de
klimaattop
in Parijs. De
hele wereld kijkt daar over de schouders van de beleidsmakers mee. Om
de onderhandelaars te oriënteren, liet paus Franciscus dan ook zijn
'groene' encycliek 'Laudate Sii' verschijnen. Hoe cruciaal ook, die
initiatieven kunnen maar effect hebben als wij niet achterblijven. Of
beter misschien, als we mee voorop gaan lopen. Als gelovigen willen
we zeker meestappen in dit creatief avontuur. Door zelf groene keuzes
te maken en door mensen aan te moedigen in hun persoonlijk leven
diezelfde keuzes te maken. Ook als geloofsgemeenschap kunnen we een
signaal uitsturen naar de samenleving waarin we leven. Aan
ons om dit 'goede leven' te herontdekken, te koesteren en te
verdedigen. En wel in godsnaam.
Hoorden we al niet bij monde van
Jesaja:
“En
wanneer Hij komt, zal Hij de ogen van de blinden openen en de oren
van de doven laten horen. De verlamde zal opspringen als een hert en
wie niet kon praten, zal jubelen en zingen! In
de wildernis zullen bronnen opwellen en in de woestijn zullen
rivieren gaan stromen. Het gloeiende zand zal veranderen in een meer,
het dorstige land in waterbronnen. Waar de woestijnjakhalzen leven,
zal gras en riet groeien!”
De
manier waarop JHWH hier ingrijpt, wordt door Jesaja beschreven als
een nieuw scheppingsverhaal. De mens krijgt van Hem een hof van Eden,
een paradijs ter beschikking, waarvan
hij niet de eigenaar kan zijn, maar de behoeder. Het gaat pas mis als
de mens 'als God' wil zijn, en eigenmachtig wil oordelen over goed en
kwaad, als hij niet langer zoals Kaïn voor Abel 'de hoeder van zijn
broeder' wil zijn, als hij de vrijheid neemt om louter voor zichzelf
te leven wat ook de gevolgen zijn van die levensstijl voor mens of
milieu.
Dat
we ook Jezus verlossend woord horen: “Effeta, ga open. Geloof je
oren. Wees niet langer onmondig. Laat je niet verlammen. Gooi je
onmacht af. Je kan mee het verschil maken. Kom in actie.” Dit is
een tijd bij uitstek voor een nieuwe Schepping.”




