Pagina's

Posts tonen met het label Rik Torfs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Rik Torfs. Alle posts tonen

woensdag 9 maart 2016

Vrij en vrank


nuchter, gedurfd, tegen de tijdsgeest in en met de gekende scherts. 
Zo sprak professor Rik Torfs, praktiserend katholiek en BV, bevlogen en zonder complexen vanuit de maatschappelijk realiteit over enkele aspecten van gelovig leven vandaag op dinsdag 1 maart in Centrum Groenhove, Torhout. We geven jullie graag enkele van z’n gedachten mee. Z’n humor is vaak heel ‘ad rem’ en moeilijk spits weer te geven in een artikel. Maar daarmee vermijd je ook de foute beeldvorming bij sommige van z’n tegenstanders als dat Torfs gewoon een onnozelaar zou zijn en niets te zeggen heeft. Integendeel, een plezier om naar te luisteren en met inhoud.

Het is niet meer zo gemakkelijk als vroeger om openlijk christen, laat staan katholiek te zijn. Het brengt je meteen in een lastig parket, in de buurt van pausen, bisschoppen of mensen die daarop lijken. Het ‘instituut’ dat de individuele gelovige pakweg 50 jaar geleden nog vrijstelde van ‘zelf’ te denken. Daar had het kerkelijk apparaat een batterij aan theologen, paters van allerlei pluimage, intellectuelen en professoren voor die toen zelfs nog in de kranten over godsdienstige onderwerpen schreven. Je moest al – als je niet gelovig was – bewijzen dat je niet helemaal stompzinnig was. Vandaag lijkt het helemaal anders te zijn. Vlaanderen hield een enorme kater over aan haar ‘dominante’ katholieke verleden en nu is de bewijslast omgekeerd. Het uitgangspunt is dat je sowieso niet-gelovig bent en als je al een vorm van religieuze belangstelling hebt, zul je het verdomd goed moeten uitleggen om niet het voorwerp te worden van spotlust van allerlei verlichte geesten.

Atheïst? Neen, anti-theïst!
Vroeger ‘dachten’ nogal wat mensen dat ze gelovig waren, of bij gebrek daaraan gewoon omdat iedereen het was. Geleidelijk deed zich een verschuiving voor en werden ze dan maar ‘agnost’. Of God bestaat, laten ze nog in het ongewisse. Echt weten kun je het niet. En is nu juist niet een van Zijn sterkste punten dat Hij zich wonderwel goed verborgen weet te houden. ‘Atheïsme’ is dan weer het ‘geloof’ dat God niet bestaat. Je kan inderdaad geen sluitend wetenschappelijk bewijs voorleggen van Zijn bestaan. Maar de negatieve bewijslast, nl. dat Hij niet bestaat, is nog veel moeilijker. Hoe zou jij – als dat zo is – bewijzen dat je nog nooit in Parijs bent geweest? Begin er maar eens aan. Een volgende stap van ongeloof is ‘anti-theïsme’. Je kan het beschouwen als een missionaire vorm van atheïsme. Het probeert z’n gelijk te halen via de evolutietheorie en allerlei syllogismen. Het stelt ronduit dat geloven verwerpelijk en gevaarlijk is en dat het dus bestreden moet worden. De aarde moet bevrijd worden van elke vorm van religie. Een hele klus, want dan neem je het op tegen niet minder dan drie vierden van de wereldbevolking die niet in de absolute rede geloven.

Meer dan wetenschap alleen
Je kan best ook redelijk denken, wetenschap bedrijven en toch geloven. Om tot zekere kennis van de werkelijkheid te komen moet de wetenschap ze reduceren. Water wordt dan gewoon een scheikundige formule ‘H2O’. Daarmee is zeker niet alles gezegd over water. Over haar symbolische betekenis in religieuze rituelen. Bestaan er objectieve normen voor schoonheid? Wat doe je met liefde? Komt er na verliefdheid, echte liefde of juist niet? De indruk wekken dat het leven alleen maar een zaak van wetenschap is, klopt niet. Zo mis je veel. Er is meer dan dat en die werkelijkheid wordt verder benaderd door beeldende kunsten, poëzie en religie. Wetenschap is geen afdoende reden om zeker niet te geloven.

Geloof is echter voor alles een kwestie van ‘genade’. Je kan best een gezin hebben met meerdere kinderen die op dezelfde manier zijn gelovig opgevoed en waar de een toch meer neigt naar religiositeit dan de andere. Het kan zeker niet afgedwongen worden. Het gaat gepaard met een zekere openheid voor wat je te boven gaat en een zekere achtergrond en kennis terzake, maar voor de rest is er geen enkele garantie. Als je het ongedwongen ‘kan’ helpt het wel om het leven prettiger en aangenamer door te komen. Toch maakt het je niet persé ‘beter’ dan wie niet gelooft.

Geloof brengt rust
Toen de Europese grondwet werd opgesteld, kwam de vraag of er daar geen preambule in moest met de verwijzing naar God of de christelijke wortels van het continent. Een vreemde vraag in Belgenland waar de grondwet al sedert 1831 geen dergelijke toespeling kent. Neen dus! De Verlichting voor alles. Maar als je God aanroept in deze, dan poneer je tegelijk dat je niet alles ‘mag’ of ‘kan’ doen. Bepalen wie nog mag leven of niet en dan maar moet sterven. Het is rustgevend als niet alles afhangt van je eigen zelfbeschikking. Tomeloze ambitie leidt vooral tot ontgoocheling en het is bijzonder vermoeiend elke dag ‘geweldig’ te moeten zijn. Je mag als gelovige openstaan, vertrouwen in Iemand die groter is, al ontslaat het je niet van je eigen verantwoordelijkheid. Geloven in God betekent echter ook niet dat je alle lasten van de wereld op je schouders moet torsen. Geloven is meer dan moraal.

Oog om oog, tand om tand
Mensen hebben het graag over ‘zero-tolerance’. Jammer genoeg is dat dan weer een totaal gebrek aan moraal. Ook weer een zucht naar absolute zekerheid, een uiting van angst voor het onvoorziene. Er vallen hoegenaamd geen doden in het verkeer als gevolg van een enkele likeurpraline. Nul-tolerantie scheert alles over dezelfde kam zonder enig begrip voor de omstandigheden. Een afgewogen waarde-oordeel is dan niet meer nodig, gewetensvorming evenmin. Kort na de Tweede Wereldoorlog stond in een context van herstel van recht en orde op een fietsendiefstal één jaar effectieve opsluiting. Als je dat vandaag zou toepassen voor hetzelfde en even verwerpelijke vergrijp, kan je in Leuven nog enkel gaan lesgeven in de gevangenis van Leuven-Centraal. Iedereen gelijk voor de wet? Jawel maar de uitzondering is er om de regel met het nodige begrip te bevestigen, niet om ze ontkrachten. Van willekeur kan zeker geen sprake zijn.

Barmhartigheid en vergevingsgezindheid worden als bij uitstek christelijke principes in onze samenleving beschouwd als een zwaktebod. Het tegendeel is waar. Moord schreeuwt om de herinvoering van de doodstraf, seksueel misbruik om castratie … en meer van dergelijke barbarij. De echte vraag is hoe je de maatschappij kunt behoeden voor het kwaad en pure wraak. Het is de enige manier om een spiraal van geweld te verhinderen of te doorbreken.
Meer zelfs is het een zaak van welbegrepen eigenbelang omdat je dan van een last bevrijd bent.

Het onmogelijke wordt (een beetje) waar
In dezelfde sfeer mogen ook enkele controversiële bijbelzinnen als “biedt dan je andere wang aan” of “bemin je vijanden” begrepen worden. Het zijn veeleer uitingen van realisme dan van dwaas dolorisme. Het eerste is vooral bedoeld om de dader te confronteren met het absurde van zijn daad en mag niet als een uitnodiging gezien worden om zich willoos te laten afslachten. En voor je je vijanden kunt liefhebben moet je er eerst hebben. Daar is niets mis mee. Zonder vijanden kun je zelfs moeilijk christelijk leven. Enkel wie een totaal onbenullig leven leidt, kent geen vijanden. De minste ambitie of succesje wekt algauw afgunst op. Het komt er vooral op neer tegenstanders menselijk en respectvol te benaderen. Dat is al beminnen in de brede zin van het woord.

Het christelijk geloof vraagt van ons niet het onmogelijke, ook niet als het om vluchtelingen gaat. We worden niet boven onze mogelijkheden en draagkracht bevraagd. Maar we worden wel serieus geappeleerd om ons er toch niet te gemakkelijk van af te maken. Doen wat je echt aankan is al heel wat. Daar ontbreekt het vaak aan. We hoeven ons een beetje … maar niet helemaal weg te cijferen zoals we soms denken en dan maar afhaken.

Tot slot dulden belangrijke zaken als geloof en liefde een portie humor. Die brengt vaak de oplossing wanneer de weg lijkt dood te lopen, stellingen worden ingenomen, het speelveld te klein is geworden.