nuchter, gedurfd, tegen de tijdsgeest in en met de gekende scherts.
Zo sprak professor Rik Torfs, praktiserend katholiek en BV, bevlogen en zonder complexen vanuit de maatschappelijk realiteit over enkele aspecten van gelovig leven vandaag op dinsdag 1 maart in Centrum Groenhove, Torhout. We geven jullie graag enkele van z’n gedachten mee. Z’n humor is vaak heel ‘ad rem’ en moeilijk spits weer te geven in een artikel. Maar daarmee vermijd je ook de foute beeldvorming bij sommige van z’n tegenstanders als dat Torfs gewoon een onnozelaar zou zijn en niets te zeggen heeft. Integendeel, een plezier om naar te luisteren en met inhoud.
Het
is niet meer zo gemakkelijk als vroeger om openlijk christen, laat
staan katholiek te zijn. Het
brengt je meteen in een lastig parket, in de buurt van pausen,
bisschoppen of mensen die daarop lijken. Het ‘instituut’ dat de
individuele gelovige pakweg 50 jaar geleden nog vrijstelde van ‘zelf’
te denken. Daar had het kerkelijk apparaat een batterij aan
theologen, paters van allerlei pluimage, intellectuelen en
professoren voor die toen zelfs nog in de kranten over godsdienstige
onderwerpen schreven. Je moest al – als je niet gelovig was –
bewijzen dat je niet helemaal stompzinnig was. Vandaag lijkt het
helemaal anders te zijn. Vlaanderen hield een enorme kater over aan
haar ‘dominante’ katholieke verleden en nu is de bewijslast
omgekeerd. Het uitgangspunt is dat je sowieso niet-gelovig bent en
als je al een vorm van religieuze belangstelling hebt, zul je het
verdomd goed moeten uitleggen om niet het voorwerp te worden van
spotlust van allerlei verlichte geesten.
Atheïst?
Neen, anti-theïst!
Vroeger
‘dachten’ nogal wat mensen dat ze gelovig waren, of bij gebrek
daaraan gewoon omdat iedereen het was. Geleidelijk deed zich een
verschuiving voor en werden ze dan maar ‘agnost’.
Of God bestaat, laten ze nog in het ongewisse. Echt weten kun je het
niet. En is nu juist niet een van Zijn sterkste punten dat Hij zich
wonderwel goed verborgen weet te houden. ‘Atheïsme’
is dan weer het ‘geloof’ dat God niet bestaat. Je kan inderdaad
geen sluitend wetenschappelijk bewijs voorleggen van Zijn bestaan.
Maar de negatieve bewijslast, nl. dat Hij niet bestaat, is nog veel
moeilijker. Hoe zou jij – als dat zo is – bewijzen dat je nog
nooit in Parijs bent geweest? Begin er maar eens aan. Een volgende
stap van ongeloof is ‘anti-theïsme’. Je kan het
beschouwen als een missionaire vorm van atheïsme. Het probeert z’n
gelijk te halen via de evolutietheorie en allerlei syllogismen. Het
stelt ronduit dat geloven verwerpelijk en gevaarlijk is en dat het
dus bestreden moet worden. De aarde moet bevrijd worden van elke vorm
van religie. Een hele klus, want dan neem je het op tegen niet minder
dan drie vierden van de wereldbevolking die niet in de absolute rede
geloven.
Meer
dan wetenschap alleen
Je
kan best ook redelijk denken, wetenschap bedrijven en toch geloven.
Om tot zekere kennis van de werkelijkheid te komen moet de wetenschap
ze reduceren. Water wordt dan gewoon een scheikundige formule ‘H2O’.
Daarmee is zeker niet alles gezegd over water. Over haar symbolische
betekenis in religieuze rituelen. Bestaan er objectieve normen voor
schoonheid? Wat
doe je met liefde? Komt er na verliefdheid, echte liefde of juist
niet? De indruk wekken dat het leven alleen maar een zaak van
wetenschap is, klopt niet. Zo mis je veel. Er is meer dan dat en die
werkelijkheid wordt verder benaderd door beeldende kunsten, poëzie
en religie. Wetenschap
is geen afdoende reden om zeker niet te geloven.
Geloof
is echter voor alles een kwestie van ‘genade’. Je kan best een
gezin hebben met meerdere kinderen die op dezelfde manier zijn
gelovig opgevoed en waar de een toch meer neigt naar religiositeit
dan de andere. Het kan zeker niet afgedwongen worden. Het gaat
gepaard met een zekere openheid voor wat je te boven gaat en een
zekere achtergrond en kennis terzake, maar voor de rest is er geen
enkele garantie. Als je het ongedwongen ‘kan’ helpt het wel om
het leven prettiger en aangenamer door te komen. Toch maakt het je
niet persé ‘beter’ dan wie niet gelooft.
Geloof
brengt rust
Toen
de Europese grondwet werd opgesteld, kwam de vraag of er daar geen
preambule in moest met de verwijzing naar God of de christelijke
wortels van het continent. Een vreemde vraag in Belgenland waar de
grondwet al sedert 1831 geen dergelijke toespeling kent. Neen dus! De
Verlichting voor alles. Maar als je God aanroept in deze, dan poneer
je tegelijk dat je niet alles ‘mag’ of ‘kan’ doen. Bepalen
wie nog mag leven of niet en dan maar moet sterven. Het is rustgevend
als niet alles afhangt van je eigen zelfbeschikking. Tomeloze ambitie
leidt vooral tot ontgoocheling en het is bijzonder vermoeiend elke
dag ‘geweldig’ te moeten zijn. Je mag als gelovige openstaan,
vertrouwen in Iemand die groter is, al ontslaat het je niet van je
eigen verantwoordelijkheid. Geloven in God betekent echter ook niet
dat je alle lasten van de wereld op je schouders moet torsen. Geloven
is meer dan moraal.
Oog
om oog, tand om tand
Mensen
hebben het graag over ‘zero-tolerance’. Jammer
genoeg is dat dan weer een totaal gebrek aan moraal. Ook weer een
zucht naar absolute zekerheid, een uiting van angst voor het
onvoorziene. Er vallen hoegenaamd geen doden in het verkeer als
gevolg van een enkele likeurpraline. Nul-tolerantie scheert alles
over dezelfde kam zonder enig begrip voor de omstandigheden. Een
afgewogen waarde-oordeel is dan niet meer nodig, gewetensvorming
evenmin. Kort na de Tweede Wereldoorlog stond in een context van
herstel van recht en orde op een fietsendiefstal één jaar
effectieve opsluiting. Als je dat vandaag zou toepassen voor
hetzelfde en even verwerpelijke vergrijp, kan je in Leuven nog enkel
gaan lesgeven in de gevangenis van Leuven-Centraal. Iedereen gelijk
voor de wet? Jawel maar de uitzondering is er om de regel met het
nodige begrip te bevestigen, niet om ze ontkrachten. Van willekeur
kan zeker geen sprake zijn.
Barmhartigheid
en vergevingsgezindheid worden als bij uitstek christelijke principes
in onze samenleving beschouwd als een zwaktebod. Het tegendeel is
waar. Moord schreeuwt om de herinvoering van de doodstraf, seksueel
misbruik om castratie … en meer van dergelijke barbarij. De echte
vraag is hoe je de maatschappij kunt behoeden voor het kwaad en pure
wraak. Het is de enige manier om een spiraal van geweld te
verhinderen of te doorbreken.
Meer
zelfs is het een zaak van welbegrepen eigenbelang omdat je dan van
een last bevrijd bent.
Het
onmogelijke wordt (een beetje) waar
In
dezelfde sfeer mogen ook enkele controversiële bijbelzinnen als
“biedt dan je andere wang aan” of “bemin je
vijanden” begrepen
worden. Het zijn veeleer uitingen van realisme dan van dwaas
dolorisme. Het eerste is vooral bedoeld
om de dader te confronteren met het absurde van zijn daad en mag niet
als een uitnodiging gezien worden om zich willoos te laten
afslachten. En voor je je vijanden kunt liefhebben moet je er eerst
hebben. Daar is niets mis mee. Zonder
vijanden kun je zelfs moeilijk christelijk leven. Enkel wie een
totaal onbenullig leven leidt, kent geen vijanden. De minste ambitie
of succesje wekt algauw afgunst op. Het komt er vooral op neer
tegenstanders menselijk en respectvol te benaderen. Dat
is al beminnen in de brede zin van het woord.
Het
christelijk geloof vraagt van ons niet het onmogelijke, ook
niet als het om vluchtelingen gaat. We
worden niet
boven onze mogelijkheden en draagkracht bevraagd. Maar we worden wel
serieus geappeleerd om ons er toch niet te gemakkelijk van af te
maken. Doen wat je echt aankan is al heel wat. Daar ontbreekt het
vaak aan. We
hoeven ons een beetje … maar niet helemaal weg te cijferen zoals we
soms denken en dan maar afhaken.
Tot
slot dulden belangrijke zaken als geloof en liefde een portie humor.
Die brengt vaak de oplossing wanneer de weg lijkt dood te lopen,
stellingen worden ingenomen, het
speelveld te klein is geworden.
