... verschoning
een eigen gezicht, een dak boven het hoofd en wat voor één. In
nauwelijks anderhalf jaar tijd groeide Welzijnsschakel 't Zunnetje
uit tot een volwassen en gedragen initiatief in groot Zonnebeke. Zeg
maar in onze federatie want het mag gezegd, dat het een gezamelijk
project is van de de Zonnebeekse parochies. En dat is erg hoopvol
voor onze geloofsgemeenschap. Dat ze daarbij kan rekenen op de
gewaardeerde steun van de gemeente en het OCMW wijst er op dat de
neuzen in dezelfde richting staan. Het besef leeft dat middelen en
professionele aanpak – hoewel broodnodig – niet volstaan, dat het
ook meer dan een verhaal van rechten en plichten is, dat nabijheid
onontbeerlijk is. Vooral dat laatste is de troef en de meerwaarde van
een welzijnsschakel. Armoede vergt een gezamelijke aanpak.
Een
veelkoppig monster
Armoede
is een veelkoppig monster van alle tijden dat onder vele gedaanten en
op veel plaatsen opduikt. Ze presenteert zich hier nu anders dan
honderd jaar geleden of in Noord en Zuid. Uiteraard is er verschil
tussen ginds omkomen van honger, er moeten leven met 2 dollar per
dag, en hier onvoldoende inkomen hebben om in onze samenleving mee te
kunnen. De oorlogsverhalen van toen over wat er wel of niet te eten
was, de schaarste, en dan wat jaren later de omslag naar luxe en nog
later overconsumptie zijn ons bekend. Dus, zo zou je kunnen stellen,
wat hebben armen vandaag te klagen? Zo slecht als het toen was heeft
niemand het nu. We zijn er inderdaad met zijn allen op vooruitgegaan.
Maar
vandaag meten we armoede in relatieve termen, in verhouding tot het
gemiddelde inkomen. Een alleenstaande met een maandelijks inkomen van
om en bij de 1000 euro heeft het niet onder de markt en flirt met de
armoedegrens. De samenleving legt immers aan iedereen steeds nieuwe
en hogere normen op, de arbeidsmarkt vergt steeds betere kwalificaties. Wie deze trends om allerlei redenen niet kan volgen,
verzeilt in een buitenbaan en riskeert in een neerwaartse spiraal
terecht te komen.
Oude
armoede erf je ...
In
onze spontane voorstelling van mensen in armoede duikt vaak een heel
smal beeld op. Een beeld dat niet overeenkomt met het profiel van de
personen in risicosituaties. We denken vaak alleen maar aan
daklozen, mensen die in generatie-armoede leven in achtergestelde
buurten, die langdurig werkloos zijn en uit de bijzondere jeugdzorg
komen. De 'oude armen', de niet-modale mens want die behoort al
enkele jaren tot de middenklasse. Hun armoede is het meest zichtbaar.
Al bij al gaat het hier om 10 procent van het grote aantal, de 15
procent Belgen, dat in zeer risicovolle omstandigheden leeft. Toch
beïnvloedt dat beeld ons denken en het heeft ook een heel sterk
appellerend karakter. We worden getroffen of voelen ons ongemakkelijk
als we de bedelende mensen aan onze stations zien. We vinden dat er
iets moet gedaan worden voor mensen die honger hebben, geen dak boven
het hoofd hebben, voor kinderen die met een lege boterhamdoos naar
school komen. De oplossingen lijken dan voor de hand te liggen:
opvang, voedselhulp, jobs, hulpverlening om mensen op het rechte pad
te krijgen, de gevolgen van armoede aanpakken. Er is evenwel geen of
weinig aandacht voor maatschappelijke veranderingen, regelgeving, een
menswaardig inkomen, de aanpak van de oorzaken.

Nieuwe
armoede overvalt je ...
In
tegenstelling tot de vorige groep spreekt men over 'nieuwe armen',
wanneer het gaat over 'gewone' mensen die niet marginaal genoemd
worden, die jong of oud, man of vrouw, werkend of werkloos zijn,
kortom iedereen. De financiële en economische crisis van enkele
jaren geleden heeft die groep meer zichtbaar gemaakt. We kennen
allemaal wel iemand die zijn werk verloor, wiens gezin uiteenviel,
die een financiële tegenslag kreeg. Meer dan bij generatiearmoede
gaat het om een groep mensen die veel korter bij onze eigen manier
van leven staat, gaat het over mensen die we in onze
kennissen- of familiekring hebben.
Positief
en gemeenschappelijk voor de situatie van nieuwe armen is dat ze in
aanvang een sterker ondersteunend netwerk hebben dan generatiearmen,
dat ze nog heel wat sociale relaties hebben en dat de financiële
situatie nog niet tot vele andere vormen van uitsluiting heeft
geleid. Dat heeft voor een deel te maken met het feit dat hun
situatie niet zo zichtbaar anders is dan die van ons. Zo zullen zij
in eerste instantie minder met vooroordelen en veroordeling
geconfronteerd worden, als de situatie maar niet te lang aanhoudt.
Toch mogen we ons niet in slaap laten wiegen door de idee dat deze
nieuwe armoede van voorbijgaande aard is. Of dat ook die nieuwe
armoede weer zal dalen als het economisch beter gaat. Want ook binnen
de nieuwe armoede blijven het de meest kwetsbare mensen die het
eerst uit de boot vallen en het laatst uit het dal klimmen.
Wat doet
armoede met mensen?
Overtuigde
medestanders van de armoedebestrijding hebben geen concrete verhalen
nodig om te weten dat er iets grondig fout zit in ons maatschappelijk
systeem. Maar in ons dagelijks leven, in onze omgeving verandert de
bril die we opzetten om naar mensen in armoede te kijken, meestal pas
als we mogen binnenkijken in hun dagelijkse overlevingsstrijd. Als we
ervaren wat een leven in armoede met hen doet. Mensen in nieuwe
armoedesituaties dekken hun moeilijkheden toe binnen de eigen kring.
Ze proberen de oude levensstijl vol te houden. Schaamte en gevoel van
mislukking wil men niet uiten. Het enige alternatief is dan dikwijls
leningen aangaan en een schuldenberg opbouwen.
Aan
de andere kant is er nog altijd een gevoel van te kunnen terugvallen
op anderen, op familie en vrienden, zeker in een eerste fase. Het
zelfwaardegevoel is aangetast, maar (nog) niet fundamenteel
onderuitgehaald. Het gevoel van alles uitgesloten te zijn is er nog
niet, maar hoe langer de situatie duurt of hoe fundamenteler ze is,
hoe meer alle kenmerken van uitsluiting zich gaan voordoen. De kloof,
de breuk met de rest van de samenleving is misschien nog niet zo
groot als bij mensen in generatiearmoede, maar ze is dreigend
aanwezig.
Armoedebestrijding
Het gevoel
mislukt te zijn, uitgesloten te worden, aansluiting te missen, kansen
te missen op vele levensdomeinen is voor mensen in armoede even erg
als de financiële tekorten. Maar toch los je die armoede niet op
door alleen die binnenkant aan te pakken. Armoede
uitbannen kan maar in een rechtvaardige samenleving waarin iedereen
dezelfde kansen krijgt, waarin ieders rechten gerespecteerd worden en
waar niet het principe gehuldigd wordt “als het goed is voor de
rijken, dan ook voor de armen”. Om dat te bereiken is een breed
draagvlak van solidariteit nodig. Om armoede uit te bannen is er
vooral ook dialoog nodig in diep gegrond wederzijds respect. En ook
dat is niet zo makkelijk. Schaamte, onbeholpenheid om armoede een
taal te geven en vooroordelen aan de twee kanten, zijn drempels die
geëffend moeten worden.
Maar
mensen in armoede hebben nog meer nodig. De geraaktheid, de
betrokkenheid van de medemens, barmhartigheid die verder gaat dan
waar rechtvaardigheid stopt, liefde voor de (ook anonieme) medemens
als motor voor engagement en inzet in het concrete. Een 'warme
persoonlijke' solidariteit vanuit het hart als drijfveer om de
handen uit de mouwen te steken. Hopelijk kan dat ook als motivatie
dienen om te blijven investeren in de 'koude onpersoonlijke'
solidariteit van de regelgeving, die we realiseren via eerlijke
belastingen en een sterke sociale zekerheid die voor iedereen
toegankelijk is. Ook dat is gerechtigheid.
Wat
kunnen we als gelovigen doen?
Als
gelovigen vinden we in onze traditie en teksten aansporingen terug om
die twee vormen van solidariteit te beleven. De lezingen van de
advent en de de campagne van Welzijnszorg, bieden ons niet alleen een
toekomstperspectief, maar tegelijkertijd ook concrete pistes om die
solidariteit te beleven.
In
z'n commentaar bij de zondagslezingen van de derde zondag van de
Advent, wijst Luc Devisscher in editie 49 van dit blad erop dat uit
een onderzoeksproject van het Interdiocesaan Pastooraal Beraad (IPB)
gebleken is dat 'diaconie' naast 'liturgie' en 'catechese' één van
de drie kernopdrachten van een parochie, het 'astmatische sukkeltje'
is. Hoewel de zorg voor de zwaksten nog min of meer aanwezig lijkt in
'sterk' levende geloofsgemeenschappen, wordt het gebrek eraan in
'weinig' levende duidelijk als een gemis ervaren. Wat moeten we doen?
Het is vraag die eertijds aan Johannes de Doper werd gesteld?
Dezelfde
vraag van zoveel mensen van goede wil vandaag. Mensen die hun geloof
handen en voeten willen geven.
Mensen met een groot hart, dat ze ook vaak nog op de tong dragen.
Praktisch, creatief ingestelde mensen met dadendrang. Mensen met
principes. Een welzijnsschakel is een eigentijdse manier van doen die
hen op het lijf geschreven is. Zo kunnen ze anderen 'doende' nabij
zijn. Anderen de warmte geven die ze mankeert of die ze nooit ten
diepste mochten ervaren. Anderen het gevoel geven van 'je mag er
zijn'. Het scherpt hun eigenwaarde aan, geeft kracht om met vallen en
opstaan hun leven (terug) op de rails te plaatsen. Het vraagt van de
vrijwilliger heel wat geduld en hij moet tegen een stootje kunnen,
moedig zijn om her te beginnen en verder te doen. Bij uitstek
goddelijke vermogens die vanuit het geloof worden gevoed, wil je het
finaal volhouden. Zo'n mensen tref je aan in welzijnsschakel 't
Zunnetje. Misschien is dat ook jou manier van geloven? Welkom!
Eén
adres
Het
OCMW stelde een huis ter beschikking in de Wervikstraat
2 in Beselare.
Daar is o.a. een kledij- en speelgoeddepot in onder gebracht. Er is
ruimte om te vergaderen, voor gesprekken en activiteiten te
organiseren. De laatste tijd ging het nogal snel. Met man, vrouw en macht werd naar de officiële opening toe gewerkt. Het
resultaat en het enthousiasme van de meer dan 20 vrijwilligers
verraste bij de opening de vele genodigden.
De
aanwezigheid vrijdagavond 4 december
van o.a. burgemeester en schepenen, de secretaris, gemeente- en
OCMWraadsleden, de sociale dienst, mensen uit de gezondheidszorg, het
onderwijs en het verenigingsleven was meer dan een hart onder de
riem. De verschillende sprekers Christine Van Exem en Jef Carette ('t
Zunnetje), Fino Tratsaert (vrijgestelde Welzijnsschakels vzw W.-VL.)
en Maria Vander Meiren (OCMW-voorzitter) spraken hun diepe
bezorgdheid, betrokkenheid en dankbaarheid voor het initiatief uit.
De volgende dag zaterdagnamiddag 5 december was
het dan de beurt aan de doelgroep, onze 'Zunneleden' om samen met hun
kinderen te genieten van een gezellig samenzijn met een drankje en
een hapje. Ook zij waren bijzonder aangesproken en tevreden.
Op
de vergadering van woensdag 9 december werd
het hele gebeuren en de voorafgaande succesvolle kerstrozenverkoop
geëvalueerd, de manier van werken verder geoptimaliseerd, de laatste
voorbereidingen getroffen voor de Kerstevocatie
op zondag 20 december in
Zandvoorde-dorp.
(Programma zie parochienieuws Zandvoorde) en plannen gemaakt voor een
heus nieuwjaarsfeest voor onze Zunneleden. We houden jullie verder op
de hoogte.