Pagina's

donderdag 17 december 2015

Jouw mooiste moment



Merkwaardig is het toch om op kerstavond of in de morgen, om in de koude, de schemer of het duister je huis te verlaten, om in een kerk naar een verhaal te zitten luisteren dat je uit je hoofd kent. En niet alleen hier, het gebeurt in de hele wereld. Hoe verschillend we ook zijn, op een of andere manier voelen we daar een soort onderlinge verbondenheid. Misschien zijn we er voor de warmte of de sfeer. Misschien zijn we ook op zoek naar antwoorden op grote of kleine vragen waar we al een tijdje mee rond lopen.

Maar wat zou onze aanwezigheid daar voor gevolgen kunnen hebben? Schieten we er iets mee op? Worden we er beter of wijzer van? Alle verschillen of tegenstellingen tussen mensen worden er niet door opgeheven, en dat we er meteen antwoord zouden krijgen op onze meest pertinente vragen, is ook niet erg waarschijnlijk. Wij, mensen, zijn niet alleen heel verschillend, we leiden ook nog eens een onnavolgbaar en onverklaarbaar leven. Elk van ons is stuk voor stuk een groot en diep geheim. Iemand kan vandaag smoorverliefd zijn, teder bewogen of vergevensgezind. Een week later ziet hij het niet meer zitten en zegt hij dingen waar hij dan weer achteraf spijt van heeft. Echte, dikke vriendschap met iemand hebben en toch ook diep gekwetst kunnen worden door zomaar een losse opmerking die verkeerd aankomt. We hebben allemaal onze idealen, maar twijfelen al zodra een ander erom lacht of niet mee wil.

Een oud verhaal ...
Wie kan het allemaal verklaren? Wat is dat toch met ons, mensen? 
We zoeken antwoorden,
en af en toe vinden we er enkele in de uitverkoop. Er zijn ook heel oude antwoorden zoals in de Bijbel, maar die vertrouwen we niet helemaal, omdat we nogal vlug denken dat de mensen van vroeger niet zo slim waren als wij nu zijn.

Drieduizend jaar geleden begonnen ze een verhaal te schrijven om een antwoord te geven aan dat onrustige verstand van ons. Waar komen we vandaan en waar gaan we naartoe? Er zou een God zijn die ons uit liefde gemaakt heeft en ons het leven heeft ingeblazen. Hij had alles met de beste bedoelingen heel goed geordend en het een plek gegeven. Met dat verhaal begint een heel dik boek.

… en een update
Tweeduizend jaar geleden werd er een ander boek geschreven, en dat begon met een verhaal over een God die ons in het hart wilde raken. Hij kon het niet langer aanzien dat in de wereld arme mensen niet meetelden, en alles wat niet in de pas liep, opzij geduwd werd. Zijn antwoord was een kind. Een kind raakt ons hart. Het was een mooi antwoord op dat verwarrende bestaan van ons, en we hebben er dit kerstfeest aan overgehouden. Die twee boeken zijn samengevoegd, en dat geheel noemen we de Bijbel.

Terug naar af ...
Eeuwen later zei men: 'Er is geen God aan het begin, en ook niet aan het eind. Er is geen antwoord op de bittere armoede. Er is geen 'daarom' op een dodelijke ziekte. Iedereen moet het zelf maar uitzoeken. Iedereen gaat zijn eigen weg. Je mag zelf een antwoord zoeken en als je geen antwoord wilt, ook goed. Iedereen zoekt maar in de wildernis van deze wereld een eigen plek die hem veilig of heilig is. Er zijn duizenden verhalen en honderdduizend antwoorden. Er zijn geen grote namen meer als voorbeeld, geen verhalen meer die op alles antwoord geven.

… en opnieuw op zoek
Maar toch zijn we allemaal een beetje heilig, als we zomaar een goede dag hebben en een ander wat kunnen opvrolijken of vergeven. Het geheim van het leven ligt besloten in een kind dat naar je lacht. Ons leven is opgebouwd uit ontmoetingen. Waar je mee omgaat, daarmee word je besmet. We kunnen ons laten aanpraten dat de wereld slecht is, of we kunnen van de wijs gebracht worden door geweld of een grote mond. Er zijn ook ontmoetingen die ons mooi kunnen maken, bescheiden en behulpzaam. Het hangt er van af met wie je omgaat. Maar wanneer wij een kind ontmoeten, valt onze grootspraak weg. Van een kind kun je niets eisen. Van een kind kun je alleen maar ontvangen. Een kind geeft ons het geheim van ons leven terug. En daarom komt God als een kind. Daarom hebben we ook niet zo veel te eisen van God. Probeer te ontvangen wat Hij geeft.

Jouw moment
Wil je echt leven met minder geweld en minder harde woorden? Dan zit je op kerstavond of kerstdag zelf in goed gezelschap in de kerk. Ben je bereid gewoon te ontvangen zoals een arme herder die knielt en het wonder van ons bestaan ondergaat? Dan is dit jouw moment.
Wil je even geen antwoord op al die overspannen vragen, maar stilte en eerbiedige nabijheid? Je treft het, want dit is precies de goede plek.

Kerstmis is een oud verhaal 
maar goede verstaanders vinden er nog bruikbare woorden in.
Een ontmoeting die niets eist, maar ons leven een beetje lichter maakt. Willen of niet, we moeten toch verder in dit leven. Kerstmis geeft ons de gelegenheid om samen zingend een antwoord te vinden op onmogelijke vragen. Een ontmoeting met een kind, de spiegel van het diepste van onze ziel. Daar kun je alleen maar beter van worden.

donderdag 10 december 2015

't Zunnetje heeft een smoel


... verschoning een eigen gezicht, een dak boven het hoofd en wat voor één. In nauwelijks anderhalf jaar tijd groeide Welzijnsschakel 't Zunnetje uit tot een volwassen en gedragen initiatief in groot Zonnebeke. Zeg maar in onze federatie want het mag gezegd, dat het een gezamelijk project is van de de Zonnebeekse parochies. En dat is erg hoopvol voor onze geloofsgemeenschap. Dat ze daarbij kan rekenen op de gewaardeerde steun van de gemeente en het OCMW wijst er op dat de neuzen in dezelfde richting staan. Het besef leeft dat middelen en professionele aanpak – hoewel broodnodig – niet volstaan, dat het ook meer dan een verhaal van rechten en plichten is, dat nabijheid onontbeerlijk is. Vooral dat laatste is de troef en de meerwaarde van een welzijnsschakel. Armoede vergt een gezamelijke aanpak.

Een veelkoppig monster
Armoede is een veelkoppig monster van alle tijden dat onder vele gedaanten en op veel plaatsen opduikt. Ze presenteert zich hier nu anders dan honderd jaar geleden of in Noord en Zuid. Uiteraard is er verschil tussen ginds omkomen van honger, er moeten leven met 2 dollar per dag, en hier onvoldoende inkomen hebben om in onze samenleving mee te kunnen. De oorlogsverhalen van toen over wat er wel of niet te eten was, de schaarste, en dan wat jaren later de omslag naar luxe en nog later overconsumptie zijn ons bekend. Dus, zo zou je kunnen stellen, wat hebben armen vandaag te klagen? Zo slecht als het toen was heeft niemand het nu. We zijn er inderdaad met zijn allen op vooruitgegaan.

Maar vandaag meten we armoede in relatieve termen, in verhouding tot het gemiddelde inkomen. Een alleenstaande met een maandelijks inkomen van om en bij de 1000 euro heeft het niet onder de markt en flirt met de armoedegrens. De samenleving legt immers aan iedereen steeds nieuwe en hogere normen op, de arbeidsmarkt vergt steeds betere kwalificaties. Wie deze trends om allerlei redenen niet kan volgen, verzeilt in een buitenbaan en riskeert in een neerwaartse spiraal terecht te komen.


Oude armoede erf je ...
In onze spontane voorstelling van mensen in armoede duikt vaak een heel smal beeld op. Een beeld dat niet overeenkomt met het profiel van de personen in risicosituaties. We denken vaak alleen maar aan daklozen, mensen die in generatie-armoede leven in achtergestelde buurten, die langdurig werkloos zijn en uit de bijzondere jeugdzorg komen. De 'oude armen', de niet-modale mens want die behoort al enkele jaren tot de middenklasse. Hun armoede is het meest zichtbaar. Al bij al gaat het hier om 10 procent van het grote aantal, de 15 procent Belgen, dat in zeer risicovolle omstandigheden leeft. Toch beïnvloedt dat beeld ons denken en het heeft ook een heel sterk appellerend karakter. We worden getroffen of voelen ons ongemakkelijk als we de bedelende mensen aan onze stations zien. We vinden dat er iets moet gedaan worden voor mensen die honger hebben, geen dak boven het hoofd hebben, voor kinderen die met een lege boterhamdoos naar school komen. De oplossingen lijken dan voor de hand te liggen: opvang, voedselhulp, jobs, hulpverlening om mensen op het rechte pad te krijgen, de gevolgen van armoede aanpakken. Er is evenwel geen of weinig aandacht voor maatschappelijke veranderingen, regelgeving, een menswaardig inkomen, de aanpak van de oorzaken.



Nieuwe armoede overvalt je ...
In tegenstelling tot de vorige groep spreekt men over 'nieuwe armen', wanneer het gaat over 'gewone' mensen die niet marginaal genoemd worden, die jong of oud, man of vrouw, werkend of werkloos zijn, kortom iedereen. De financiële en economische crisis van enkele jaren geleden heeft die groep meer zichtbaar gemaakt. We kennen allemaal wel iemand die zijn werk verloor, wiens gezin uiteenviel, die een financiële tegenslag kreeg. Meer dan bij generatiearmoede gaat het om een groep mensen die veel korter bij onze eigen manier van leven staat, gaat het over mensen die we in onze kennissen- of familiekring hebben.

Positief en gemeenschappelijk voor de situatie van nieuwe armen is dat ze in aanvang een sterker ondersteunend netwerk hebben dan generatiearmen, dat ze nog heel wat sociale relaties hebben en dat de financiële situatie nog niet tot vele andere vormen van uitsluiting heeft geleid. Dat heeft voor een deel te maken met het feit dat hun situatie niet zo zichtbaar anders is dan die van ons. Zo zullen zij in eerste instantie minder met vooroordelen en veroordeling geconfronteerd worden, als de situatie maar niet te lang aanhoudt. Toch mogen we ons niet in slaap laten wiegen door de idee dat deze nieuwe armoede van voorbijgaande aard is. Of dat ook die nieuwe armoede weer zal dalen als het economisch beter gaat. Want ook binnen de nieuwe armoede blijven het de meest kwetsbare mensen die het eerst uit de boot vallen en het laatst uit het dal klimmen.



Wat doet armoede met mensen?
Overtuigde medestanders van de armoedebestrijding hebben geen concrete verhalen nodig om te weten dat er iets grondig fout zit in ons maatschappelijk systeem. Maar in ons dagelijks leven, in onze omgeving verandert de bril die we opzetten om naar mensen in armoede te kijken, meestal pas als we mogen binnenkijken in hun dagelijkse overlevingsstrijd. Als we ervaren wat een leven in armoede met hen doet. Mensen in nieuwe armoedesituaties dekken hun moeilijkheden toe binnen de eigen kring. Ze proberen de oude levensstijl vol te houden. Schaamte en gevoel van mislukking wil men niet uiten. Het enige alternatief is dan dikwijls leningen aangaan en een schuldenberg opbouwen.

Aan de andere kant is er nog altijd een gevoel van te kunnen terugvallen op anderen, op familie en vrienden, zeker in een eerste fase. Het zelfwaardegevoel is aangetast, maar (nog) niet fundamenteel onderuitgehaald. Het gevoel van alles uitgesloten te zijn is er nog niet, maar hoe langer de situatie duurt of hoe fundamenteler ze is, hoe meer alle kenmerken van uitsluiting zich gaan voordoen. De kloof, de breuk met de rest van de samenleving is misschien nog niet zo groot als bij mensen in generatiearmoede, maar ze is dreigend aanwezig.

Armoedebestrijding Het gevoel mislukt te zijn, uitgesloten te worden, aansluiting te missen, kansen te missen op vele levensdomeinen is voor mensen in armoede even erg als de financiële tekorten. Maar toch los je die armoede niet op door alleen die binnenkant aan te pakken. Armoede uitbannen kan maar in een rechtvaardige samenleving waarin iedereen dezelfde kansen krijgt, waarin ieders rechten gerespecteerd worden en waar niet het principe gehuldigd wordt “als het goed is voor de rijken, dan ook voor de armen”. Om dat te bereiken is een breed draagvlak van solidariteit nodig. Om armoede uit te bannen is er vooral ook dialoog nodig in diep gegrond wederzijds respect. En ook dat is niet zo makkelijk. Schaamte, onbeholpenheid om armoede een taal te geven en vooroordelen aan de twee kanten, zijn drempels die geëffend moeten worden.

Maar mensen in armoede hebben nog meer nodig. De geraaktheid, de betrokkenheid van de medemens, barmhartigheid die verder gaat dan waar rechtvaardigheid stopt, liefde voor de (ook anonieme) medemens als motor voor engagement en inzet in het concrete. Een 'warme persoonlijke' solidariteit vanuit het hart als drijfveer om de handen uit de mouwen te steken. Hopelijk kan dat ook als motivatie dienen om te blijven investeren in de 'koude onpersoonlijke' solidariteit van de regelgeving, die we realiseren via eerlijke belastingen en een sterke sociale zekerheid die voor iedereen toegankelijk is. Ook dat is gerechtigheid.



Wat kunnen we als gelovigen doen?
Als gelovigen vinden we in onze traditie en teksten aansporingen terug om die twee vormen van solidariteit te beleven. De lezingen van de advent en de de campagne van Welzijnszorg, bieden ons niet alleen een toekomstperspectief, maar tegelijkertijd ook concrete pistes om die solidariteit te beleven.

In z'n commentaar bij de zondagslezingen van de derde zondag van de Advent, wijst Luc Devisscher in editie 49 van dit blad erop dat uit een onderzoeksproject van het Interdiocesaan Pastooraal Beraad (IPB) gebleken is dat 'diaconie' naast 'liturgie' en 'catechese' één van de drie kernopdrachten van een parochie, het 'astmatische sukkeltje' is. Hoewel de zorg voor de zwaksten nog min of meer aanwezig lijkt in 'sterk' levende geloofsgemeenschappen, wordt het gebrek eraan in 'weinig' levende duidelijk als een gemis ervaren. Wat moeten we doen? Het is vraag die eertijds aan Johannes de Doper werd gesteld?

Dezelfde vraag van zoveel mensen van goede wil vandaag. Mensen die hun geloof handen en voeten willen geven. Mensen met een groot hart, dat ze ook vaak nog op de tong dragen. Praktisch, creatief ingestelde mensen met dadendrang. Mensen met principes. Een welzijnsschakel is een eigentijdse manier van doen die hen op het lijf geschreven is. Zo kunnen ze anderen 'doende' nabij zijn. Anderen de warmte geven die ze mankeert of die ze nooit ten diepste mochten ervaren. Anderen het gevoel geven van 'je mag er zijn'. Het scherpt hun eigenwaarde aan, geeft kracht om met vallen en opstaan hun leven (terug) op de rails te plaatsen. Het vraagt van de vrijwilliger heel wat geduld en hij moet tegen een stootje kunnen, moedig zijn om her te beginnen en verder te doen. Bij uitstek goddelijke vermogens die vanuit het geloof worden gevoed, wil je het finaal volhouden. Zo'n mensen tref je aan in welzijnsschakel 't Zunnetje. Misschien is dat ook jou manier van geloven? Welkom!



Eén adres
Het OCMW stelde een huis ter beschikking in de Wervikstraat 2 in Beselare. Daar is o.a. een kledij- en speelgoeddepot in onder gebracht. Er is ruimte om te vergaderen, voor gesprekken en activiteiten te organiseren. De laatste tijd ging het nogal snel. Met man, vrouw en macht werd naar de officiële opening toe gewerkt. Het resultaat en het enthousiasme van de meer dan 20 vrijwilligers verraste bij de opening de vele genodigden.

De aanwezigheid vrijdagavond 4 december van o.a. burgemeester en schepenen, de secretaris, gemeente- en OCMWraadsleden, de sociale dienst, mensen uit de gezondheidszorg, het onderwijs en het verenigingsleven was meer dan een hart onder de riem. De verschillende sprekers Christine Van Exem en Jef Carette ('t Zunnetje), Fino Tratsaert (vrijgestelde Welzijnsschakels vzw W.-VL.) en Maria Vander Meiren (OCMW-voorzitter) spraken hun diepe bezorgdheid, betrokkenheid en dankbaarheid voor het initiatief uit. De volgende dag zaterdagnamiddag 5 december was het dan de beurt aan de doelgroep, onze 'Zunneleden' om samen met hun kinderen te genieten van een gezellig samenzijn met een drankje en een hapje. Ook zij waren bijzonder aangesproken en tevreden.

Op de vergadering van woensdag 9 december werd het hele gebeuren en de voorafgaande succesvolle kerstrozenverkoop geëvalueerd, de manier van werken verder geoptimaliseerd, de laatste voorbereidingen getroffen voor de Kerstevocatie op zondag 20 december in Zandvoorde-dorp. (Programma zie parochienieuws Zandvoorde) en plannen gemaakt voor een heus nieuwjaarsfeest voor onze Zunneleden. We houden jullie verder op de hoogte.

zondag 29 november 2015

Een toekomst zonder armoede

Campagne Welzijnszorg



Dromen van een toekomst zonder armoede
Iedereen vraagt zich wel eens af wat de toekomst brengt. Hoe zal ons leven eruitzien? In welke wereld zullen we dan leven? ledereen wil kunnen dromen van een gelukkige toekomst: voor onszelf, onze kinderen, onze kleinkinderen. Niemand wil een toekomst in armoede.

En wat zijn jouw grote toekomstdromen? Wat wil je nog bereiken? Waar hoop je op voor jezelf, je familie, je (achter)(klein)kinderen, ...? Stel je het volgende even voor. Je bent een alleenstaande moeder of vader met vier kinderen. Het gaat moeilijk op het werk en financieel haal je het einde van de maand niet. Je kinderen halen constant kattenkwaad uit en vliegen elkaar in de haren. Ook op school gaat het niet goed. Het is elke morgen haasten en puzzelen om met heel het gezin via het openbaar vervoer op school of werk te geraken ... en vooral ook hopen dat bus en trein op tijd komen. Ze worden uitgesloten en gepest, waardoor hun cijfers ook niet goed zijn. Dit alles levert enorm veel stress op. Je probeert om in alle chaos de kinderen wat structuur aan te bieden, maar met je eigen problemen in het achterhoofd is het niet altijd makkelijk om nog helder te denken. Je wil je kinderen goed opvoeden, hen een goed leven geven. Je wil niet falen in je rol als ouder.

Wat zijn jouw dromen in zo'n situatie? Zou je nog kunnen dromen of zou je eerder van dag tot dag leven? Durf je dan nog dromen of doe je dat niet om jezelf ontgoocheling te besparen? Wat wens je jouw kinderen? Welke toekomst hoop je voor hen? Juist ja, je wenst voor je kinderen een mooie toekomst zonder zorgen of armoede. Je wil vooral hen de kans niet ontnemen om hun dromen te koesteren.

Dagdromen of eerder dromen van dag tot dag?
1 op 7 Belgen leeft momenteel in armoede. Zij hebben geen ruimte om te dromen en te hopen op een mooie toekomst. Ze leven van dag tot dag. Wie getroffen wordt door armoede, wordt bovendien uitgesloten op zowat alle domeinen van het leven. Wie in armoede leeft, krijgt geen kansen om te dromen van een mooie, duurzame toekomst.

En jij? Ben jij zo zeker van een toekomst zonder armoede? Ben jij zeker dat je nooit zwaar ziek zal worden en je de kosten niet meer zal kunnen betalen? Dat je nooit failliet zal gaan of ontslagen zal worden? Dat je nooit alleenstaande ouder zal worden? Dat onze wereld nog lang groen en gezond zal zijn? Dat onze samenleving nog veilig zal zijn en blijven? Dat je altijd een dak boven jouw hoofd zal hebben? Dat je nooit te ver zal wonen om letterlijk ergens te geraken? Dat onze samenleving en ons sterk sociaalzekerheidssysteem zal blijven volstaan om het hoofd boven water te houden? Ben je zo zeker dat je er dan niet alleen voor zal staan? En dat je je nooit alleen, uitgesloten of eenzaam zal voelen? Dat er altijd iemand voor jou zal klaarstaan? Dat onze samenleving jou niet in de steek zal laten? Als je op al deze vragen volmondig 'ja' kunt antwoorden, proficiat! U kunt nog dromen!

Bouwen aan een wereld als druppels van één stroom
Wat als ... we konden bouwen aan een wereld, een samenleving waar geen armoede is? Waar iedereen gelijk is? Waar iedereen gelijke rechten en kansen heeft? Waar iedereen beter wordt van onze samenleving? Klinkt mooi, hé? Wel, een wereld zonder armoede begint bij solidariteit. Samen aan zo'n nieuwe wereld bouwen: het is een gedeelde verantwoordelijkheid. Duurzame, structurele armoedebestrijding is de sleutel hiertoe. Want “Wij zijn de druppels van één stroom”. Wij zijn allen schakels van één grote keten. We hebben elke schakel, elke druppel nodig. En elke druppel moet zich verbinden met de anderen om met z'n allen de juiste stroom te kunnen uitvaren.

Een kinderwagen zet mensen in beweging
Welzijnszorg wil mensen in armoede hoop geven op een betere toekomst. Maar we kunnen dit niet alleen. De toekomstdroom van mensen in armoede is een zaak van iedereen die gelooft in een solidaire samenleving waar niemand uit de boot valt en ieder zijn rechten kan opnemen. Met de campagne van 2015 wil Welzijnszorg de aandacht vestigen op het belang van een duurzame armoedebestrijding om die solidaire samenleving vorm te geven.

Duurzaamheid en armoedebestrijding kunnen hand in hand gaan
We voeren dit jaar dus campagne over duurzaamheid en duurzame armoedebestrijding. Maar wat is duurzaam? Wat is duurzame armoedebestrijding?
In verschillende woordenboeken vinden we voor duurzaam en duurzaamheid volgende betekenis:
- van lange duur, op lange termijn;
- zowel op lokaal als wereldniveau;
- zo min mogelijk grondstoffen verbruikend, gebruik maken van herwinbare bronnen;
- een combinatie van sociale, economische en milieudoelstellingen;
- tegemoetkomen aan de noden van het heden, zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien in het gedrang te brengen.

Het is vooral de laatste betekenis die volledig past binnen de campagne. We moeten maatregelen nemen die enerzijds inspelen op de noden van nu, zonder een beloftevolle toekomst in gedrang te brengen. Daarom benadrukken we het belang van een duurzame armoedebestrijding om die solidaire samenleving te kunnen vormen. Ze pakt namelijk de oorzaken van armoede en ongelijkheid aan.

Ondanks dat we ons tijdens deze campagne focussen op het sociale aspect van duurzaamheid, mogen we ook het ecologische en economische aspect niet vergeten. Deze drie dimensies van duurzaamheid zijn namelijk onlosmakelijk verbonden en beïnvloeden mekaar. Als we maatregelen voorzien die kansen geven aan mensen in armoede, zullen we sowieso ook schikkingen moeten treffen die ecologisch en economisch duurzaam zijn. Pas dan wordt de wereld er beter van. Want, om het met de woorden van paus Franciscus te zeggen: “We moeten zowel de roep van de aarde als die van de armen horen.”





Een mooie toekomst waar iedereen van kan dromen is voor mensen in armoede duidelijk nog veraf. Vooral op het vlak van wonen, vervoer en gezondheid ontbreken nog heel wat duurzame maatregelen.

Een toekomst met en voor mobiliteit
Mensen in armoede geven aan dat mobiliteit een grote drempel vormt bij het vinden van werk, het beleven van de vrije tijd, boodschappen doen, medische zorg en familiebezoek. Financiële complicaties, gebrek aan of niet toegankelijk informatie, fysieke beperkingen of een ontoereikend aanbod zijn vaak gehoorde oorzaken. Je toekomst mag niet bepaald worden door het al dan niet bezitten van een eigen wagen, een goede fysieke conditie of het wonen in de stad. Mobiliteit is een basisrecht en pas echt duurzaam als het aanbod tot verplaatsen toereikend en betaalbaar is, ecologisch verantwoord is, veilig en rechtvaardig is. Een goede mobiliteit is de sleutel tot participatie in de samenleving. Daarom eist Welzijnszorg van het beleid betaalbaar en toegankelijk vervoer. Bestemmingen van sociaal, economisch belang moeten voor iedereen bereikbaar zijn: met het openbaar vervoer en waar nodig aangevuld met nieuwe vervoersmanieren zoals sociale taxi's.

Een toekomst in goede gezondheid
Arm maakt ziek, ziek maakt arm. Zowel lichaam als geest lijden onder een leven in armoede. Voor iedereen is gezond leven belangrijk. Genoeg bewegen, gezond en afwisselend eten, op tijd naar de dokter of de tandarts kunnen gaan, ... zorgen voor een gezonde geest in een gezond lichaam. Maar voortdurende stress weegt op je mentale en fysieke gezondheid. In die omstandigheden is het niet gemakkelijk om jezelf een gezonde levensstijl aan te meten. Een goede gezondheid betekent dus niet alleen dat je de nodige (gezondheids-)zorg krijgt, het is ook een kwestie van je goed voelen in je hoofd, van gezonde voeding, van voldoende beweging en van een gezonde leefomgeving. Goede informatie en hulp is hierbij noodzakelijk. Het middenveld kan zeker een rol spelen om mee kansen te bieden. We vragen aan de overheden om middelen vrij te maken voor bewegings- en voedingsdeskundigheid op maat van mensen in armoede zodat ze raad en begeleiding krijgen op lokale, toegankelijke ontmoetingsplaatsen, maar ook bij de dokter, de vereniging, ...

Een toekomst in een thuis
Welzijnszorg pleit al vele jaren voor een recht op (betaalbaar) wonen. Naast betaalbaar wonen moeten we ook werken aan een kwaliteitsvolle leefomgeving, met gezonde lucht, voldoende groene ruimte, ... Bovendien is ook de kwaliteit van de woning cruciaal. Een goede woning is voor mensen in armoede vaak beperkt tot een woning die min of meer betaalbaar is. Met alle gevolgen van dien: de energiekosten lopen hoog op, er zijn vochtproblemen of andere ernstige gebreken. Dit heeft grote gevolgen voor de mensen hun budget, gezondheid, sociaal leven én voor de hele samenleving en ons leefmilieu. Er zijn structurele oplossingen nodig die de (energie)kwaliteit van woningen verbeteren. Daarom eist Welzijnszorg een groot renovatiepact waarin extra middelen worden voorzien voor een versnelde renovatie binnen de sociale en de private huurmarkt. De toenemende vochtproblemen verdienen extra aandacht.

Opkomen tegen armoede: kijken naar onszelf en naar de wereld
“Wie tegen armoede en ongelijkheid wil opkomen, moet dit doen met een blik die verder reikt dan zijn eigen leven en omgeving. Wie de wereld wil veranderen, start best eerst in zijn eigen omgeving.” Werken aan een solidaire samenleving, waarin iedereen gelijkwaardig is, is een gedeelde verantwoordelijkheid. Duurzame ontwikkelingen zijn pas mogelijk als de nodige maatschappelijke voorwaarden aanwezig zijn. Het is aan de politiek om het beleid effectief af te stemmen op de noden van maatschappelijk kwetsbare groepen. Maar ook wij moeten ons steentje bijdragen: door solidair te zijn, door zelf ook duurzaam te leven. Pas dan zorgen we ervoor dat mensen in armoede echt vooruit kunnen. Vandaag en ook morgen, voor een toekomst zonder armoede. Daarom voert Welzijnszorg campagne, daarom hopen we dat ook jij meedoet.

Ook jouw warm hart hebben we nodig.

Geef een signaal van protest & teken mee de petitie! We zamelen opnieuw handtekeningen in om onze eisen kracht bij te zetten. Zet je handtekening op het petitieblad en vraag aan familie, collega's, vrienden, kennissen en buren om hetzelfde te doen. Eind januari 2016 bezorgt Welzijnszorg alle handtekeningen aan de betrokken ministers. 

Steun de acties en projecten in je omgeving tijdens de Advent: Welzijnsschakel 't Zunnetje en z'n kerstrozenactie in alle parochies, de kerstevocatie in Zandvoorde, de wenskaarten- en posterbeurs in Geluveld en Beselare, de collectes in de kerk op 12 en 13 december.

vrijdag 13 november 2015

Wat baten kaars en bril ...


als de uil niet zienen wil. Een symbolisch beeld genomen op de 32ste Sint-Hubertusviering op zondag 8 november in Beselare. Er valt van alles te beleven. Velen komen op die dag samen, gedreven door hun liefhebberij, maar misschien ook door het verlangen naar rust en stilte, om er in de natuur uit te waaien, of het kan ook de hunker zijn naar een goed woord en ontmoeting … een zondag waar de schepping, mens en milieu tot harmonie komen.

We beseffen het in deze omstandigheden misschien niet altijd, maar we staan op een kantelmoment in de geschiedenis. “We zijn tegelijkertijd de eerste generatie die de armoede kan stoppen en de laatste generatie die de klimaatopwarming kan stoppen.” Dat zijn woorden van VN-secretaris-generaal Ban Ki-Moon. Met zijn nieuwe encycliek 'Laudate Sii' drukt ook paus Franciscus uit hoezeer deze opdracht tot het hart van ons kerk-zijn behoort. Al die grote wereldproblemen komen op een heel concrete wijze tot bij ons, naar de plek waar wij wonen, werken en samenkomen. Als dierenliefhebbers – vergroeid met de natuur – zouden we daar als geen ander gevoelig moeten voor zijn. Omdat wij het op dat vlak vaak laten afweten, mogen we ons wel sterk verwant voelen aan die fameuze uil uit het spreekwoord.

De economische crisis en de financiële crisis waren direct voelbaar. Mensen zagen hun spaargeld, hun job en hun welvaart bedreigd. En toch, zo zeggen wetenschappers ons, is het échte probleem de wereldwijde milieu- en klimaatcrisis, die het gevolg is van onze ondoordachte westerse levensstijl. Wij, in ons welvarende Vlaanderen, behoren mede tot die 20% van de wereldbevolking die 80% van de goederen van de aarde bezit of consumeert. Het klimaatprobleem – en ruimer de milieucrisis – wortelt in deze realiteit. Om haar levensstijl te onderhouden, reserveert de westerse wereld de hele ecologische draagkracht van de aarde voor zichzelf. Zowel de armoede als de overconsumptie zijn een probleem voor het 'goede leven' in ons gezamenlijk huis dat 'aarde' heet. Een beschavingscrisis noemt Paus Franciscus het en hij voegt er zonder omhaal aan toe: “Dit is onze zonde, laten we ons bekeren tot een ontwikkelingsmodel dat weet hoe de schepping wel te respecteren.”

We weten dat gletsjers smelten, bossen sneuvelen, woestijnen groeien en oogsten mislukken, dat de klimaatverandering nu al tienduizenden slachtoffers maakt, vooral in de kwetsbaarste bevolkingsgroepen in het Zuiden. We beseffen dat we de oude vertrouwde paden moeten verlaten, dat we manieren moeten vinden om ongehoorzaam te worden aan de drie geboden die ons steeds verder opjagen: “Gij zult consumeren. Gij zult concurreren. Gij zult presteren.”

De klimaatverandering verschijnt als een immense opdracht om van onze zieke, mishandelde en gekneusde aarde opnieuw Gods vruchtbare en gastvrije thuis te maken, waar leven is voor al wat leeft. Je kunt dit onrealistisch vinden maar als we rondom ons kijken, kunnen we gelukkig zien dat die verandering, die bekering al volop bezig is. Mensen zijn bereid om iets te ondernemen en gaan sleutelen aan hun eigen levensstijl. Ze gaan zich stilaan anders verplaatsen, voeden of verwarmen. Ze gaan anders consumeren en verminderen hun verbruik van materiaal en energie. Ze nemen groene initiatieven in hun school, organisaties of bedrijf. Niet alleen het klimaat verandert maar ze veranderen ook zelf. Velen ervaren dit leven met een kleinere ecologische voetafdruk als een positieve verandering, een groei in levenskwaliteit. En leven vanuit een aanvoelen 'het-is-genoeg' heeft minder te maken met 'verliezen' of 'inbinden' dan wel met het scheppen van toekomstperspectief en ruimte voor 'het goede leven'. Tegelijk leveren doeners, denkers en milieu-economen ons ideeën voor een koolstofarme en grondstoffenarme economie.


De wereld beweegt en 2015 is een belangrijk jaar. In december is er de klimaattop in Parijs. De hele wereld kijkt daar over de schouders van de beleidsmakers mee. Om de onderhandelaars te oriënteren, liet paus Franciscus dan ook zijn 'groene' encycliek 'Laudate Sii' verschijnen. Hoe cruciaal ook, die initiatieven kunnen maar effect hebben als wij niet achterblijven. Of beter misschien, als we mee voorop gaan lopen. Als gelovigen willen we zeker meestappen in dit creatief avontuur. Door zelf groene keuzes te maken en door mensen aan te moedigen in hun persoonlijk leven diezelfde keuzes te maken. Ook als geloofsgemeenschap kunnen we een signaal uitsturen naar de samenleving waarin we leven. Aan ons om dit 'goede leven' te herontdekken, te koesteren en te verdedigen. En wel in godsnaam. 

Hoorden we al niet bij monde van Jesaja:
“En wanneer Hij komt, zal Hij de ogen van de blinden openen en de oren van de doven laten horen. De verlamde zal opspringen als een hert en wie niet kon praten, zal jubelen en zingen! In de wildernis zullen bronnen opwellen en in de woestijn zullen rivieren gaan stromen. Het gloeiende zand zal veranderen in een meer, het dorstige land in waterbronnen. Waar de woestijnjakhalzen leven, zal gras en riet groeien!”

De manier waarop JHWH hier ingrijpt, wordt door Jesaja beschreven als een nieuw scheppingsverhaal. De mens krijgt van Hem een hof van Eden, een paradijs ter beschikking, waarvan hij niet de eigenaar kan zijn, maar de behoeder. Het gaat pas mis als de mens 'als God' wil zijn, en eigenmachtig wil oordelen over goed en kwaad, als hij niet langer zoals Kaïn voor Abel 'de hoeder van zijn broeder' wil zijn, als hij de vrijheid neemt om louter voor zichzelf te leven wat ook de gevolgen zijn van die levensstijl voor mens of milieu.

Dat we ook Jezus verlossend woord horen: “Effeta, ga open. Geloof je oren. Wees niet langer onmondig. Laat je niet verlammen. Gooi je onmacht af. Je kan mee het verschil maken. Kom in actie.” Dit is een tijd bij uitstek voor een nieuwe Schepping.”

vrijdag 6 november 2015

Vluchten kan niet meer



Honderd jaar na de Eerste Wereldoorlog wordt die verschrikking hier, vier jaar aan één stuk, ononderbroken, in een niet te tellen, bijna gênant aantal initiatieven, massaal herdacht. Om vooral – want zo luidt toch steevast de leuze – niet te vergeten wat toen is voorgevallen. Om niet opnieuw in eenzelfde waanzin te verstrikken. Wat zich eerst aandiende als een lucratieve wandeling in het park wordt echter steeds nadrukkelijker overschaduwd door de 'vluchtelingencrisis' van vandaag. Die was er toen ook, met dat verschil dat 'wij' er lijfelijk 'niet' bij waren en we makkelijk praten hebben.

In elke familie circuleren er wel dergelijke verhalen. Hoe zij hals over kop, uit lijfsbehoud, gepakt en gezakt, op de vlucht sloegen en zonder enige vorm van sociale bescherming moesten zien te overleven in een voor hen allerminst vertrouwde, vaak vijandig gezinde omgeving. We worden soms lyrisch van zoveel veerkracht en moed. Maar nog eens, we waren er zelf niet bij en daar begint het schoentje te wringen. Want nu die vloed zelf over ons heen dreigt te spoelen, missen we de nodige empathie en voelen velen zich meteen bedreigd. Op die manier verliezen veel van onze herdenkingsinitiatieven aan glans en geloofwaardigheid. Grenzen in ons eigenste Europa worden met kilometers hekkens en prikkeldraad hermetisch afgesloten. Of het gebeurt al iets subtieler met ontradende maatregelen, paniekzaaierij, criminaliseren van vluchtelingen. Toestanden die dan weer door malafide mensensmokkelaars verder uitgebuit worden om er grof geld uit te slaan. Vanuit wat een onaantastbare, comfortabele positie leek, konden we ons algauw moreel superieur wanen maar het we zijn het allerminst.


In Westouter werd deze zomer, nog voor het hek van de dam was in deze heilloze crisis, een gedenktuin ingeplant, een ruimte van zowat 35 are die paalt aan de Hellegatstraat en de Hellegatbeek. Ze werd ingericht om niet te vergeten dat veel mensen – zeker in deze streek – kinderen en kleinkinderen zijn van vluchtelingen. Van oktober 1914 tot april 1918 waren er in Westouter, met toen 900 inwoners, ongeveer 2000 vluchtelingen. In april 1918 moesten ze allemaal vluchten. De meesten kwamen uiteindelijk terecht in Normandië.

Deze gedenkplaats is een initiatief van de Elfnovembergroep, al 38 jaar actief en ooit in 1977 opgericht binnen het Opbouwwerk Heuvelland. De concrete aanleiding was toen de herdenking van de Eerste Wereldoorlog in 1978 om aandacht te vragen voor de 'gewone mensen' die in deze oorlog betrokken waren: mannen, vrouwen, kinderen, soldaten uit de hele wereld, vluchtelingen. Toen was dit niet evident. Herdenkingen bleven meestal beperkt tot militaire parades en in de geschiedschrijving kwamen zo'n mensen zelden voor.
De tuin is niet af. Er wordt vooral verder gewerkt aan het verzamelen van vluchtroutes en zo gehoopt dat op die manier mensen aangemoedigd worden om op zoek te gaan naar hun eigen familiegeschiedenis. Op die manier kan men niet alleen iets bijleren over vluchten in de Eerste Wereldoorlog maar ook een beetje geraakt worden door de moeilijke situatie waarin vluchtelingen moeten zien te overleven toen en nu, hier en elders. Een aantal van die vluchtroutes ervan kan je voorafgaand door een algemene, bondige en
heldere uitleg aflezen op gele pancartes vastgemaakt op een houten palissade in de tuin zelf. Daaruit blijkt ook dat het vluchtelingenprobleem van alle tijden is.


Tot slot een korte getuigenis van iemand die het zelf aan de lijve meemaakte. Louise Parmentier was een jong meisje van negentien toen de oorlog begon. Haar ouders waren al gestorven en ze boerde samen met haar jongere broer en een oom in Wulvergem. Ze moesten vluchten, maar ze wilden niet naar Frankrijk. Louise zei: “Ik had drie oudere broers die aan het front waren en ik wilde dat ze een thuis hadden als ze op verlof mochten komen. We zijn de hele oorlog lang vluchtelingen geweest in ons eigen land. We doolden van hier naar daar. We hadden niets meer en altijd droegen we de naam 'vluchteling'. En dat is maar een rare naam.

Alle verdere informatie over de Elfnovembergroep, over dit, vroegere en komende projecten en hoe je kunt participeren kun je lezen op de website www.11nov.org.

't Zunnetje verhuist



gelukkig niet naar een ander sterrenstelsel maar van hun locatie in 't Zonnerad in Zonnebeke naar de Wervikstraat 2 in Beselare, waar de Welzijnsschakel een nieuwe stek vindt, een heuse winkelruimte met vitrine en een achterhuis om mensen-met-wat-minder een hart onder de riem te steken en te helpen aan een toekomst zonder zorgen. 't Zunnetje betekent vooral thuiskomen als mens ondanks alle beslommeringen. Vele handen maken licht werk en de verhuis, o.a. van het kledij- en speelgoeddepot, op donderdag 5 november verliep dan ook gezwind. In de aanloop van de officiële opening op vrijdag 4 december dient nog heelwat opsmuk te gebeuren.


Verder wordt de Kerstrozenactie van vorig jaar hernomen. Verkoop op 28 en 29 november in de kerk van Beselare, Passendale, Zandvoorde en Zonnebeke. Het zelfde weekend aan de Spar in Beselare en Zonnebeke, Delhaize en Okay in Passendale.
Op zondag 20 december om 15.00 u. maken we ons op voor opnieuw een Kerstevocatie in de kerk van Zandvoorde, een zinvolle mix van woord en muziek met medewerking van o.a. het Federaal Koor van de Molenarelst met Maud en Febe, De Fonteintjes, het Jongerenensemble Sint-Cecilia uit Zonnebeke, Goedgemutst, Bjorn, Sarah en Fien, Karin en Lieven, … met nadien nog een gezellig samenzijn in OC Santforde.


Zoals je terecht mag vermoeden wordt Welzijnsschakel 't Zunnetje gedragen door een enthousiaste schare vrijwilligers. Vrijwilligers en mensen in armoede gaan samen, op basis van respect en gelijkwaardigheid, de weg die leidt tot zelfrespect en moed om het eigen lot in handen te nemen. Er is ook een nauwe samenwerking en ondersteuning door de diensten van het OCMW. Allemaal mensen en zaken om erkentelijk te zijn.




woensdag 4 november 2015

Levende geloofsgemeenschappen

Ter plaatse, hier in onze lokale geloofsgemeenschappen, denken we samen na over hoe we onze parochies nieuw leven kunnen inblazen of tenminste hoe we ze levendig kunnen houden. Dat gebeurt in de 'federale stuurgroep', de 'parochieraden' als ze er zijn en in het 'open beraad'. Er bestaat landelijk ook zoiets als een 'Interdiocesaan Pastoraal Beraad' (IPB), waar dezelfde bekommernissen leven en waar we iets van kunnen opsteken.


Het IPB is een overlegorgaan van de katholieke Kerk in Vlaanderen. Gelovigen uit heel verschillende groepen, raden, organisaties en bewegingen brengen inzichten en bezorgdheden van hun achterban binnen in het overleg. Op die manier kan het IPB luisteren naar wat er in de wereld en de geloofsgemeenschappen leeft en als het ware een 'antennefunctie' opnemen. Evengoed vervult ze van daaruit een 'zenderfunctie' door deelname aan het binnenkerkelijke en wereldlijke debat en als 'denk- en oefenplaats van dialoog'. De IPB-leden komen vier maal per jaar samen om te zoeken hoe ze, vanuit het evangelie, de traditie en hun dagelijks leven een antwoord kunnen bieden op de uitdagingen en vragen van vandaag.

Het geloof in kaart gebracht
Een van de lopende projecten van het IPB is een bevraging naar 'Levende geloofsgemeenschappen' vandaag in Vlaanderen. Zowat 800 respondenten gingen het voorbije jaar daarop in. Zaterdag 24 okober werden de resultaten van deze enquête gepresenteerd in de vorm van aandachtspunten en beleidsadviezen op een studiedag in Leuven met de veelzeggende titel 'Geloven tussen droom en werkelijkheid'. Een tweede aspect van het project is het in kaart brengen van levende geloofsgemeenschappen in Vlaanderen. Die kaart is nu al letterlijk te raadplegen op de website www.gelovenbeweegt.be. Geïnteresseerden kunnen daar ook zoek gaan naar voorbeelden, contacten en websites van dynamische parochies, bewegingen, geloofsgroepen allerhande, woonzorgentra, ziekenhuizen, religieuze gemeenschappen ... heel inspirerend.



Wat maakt nu een geloofsgemeenschap levendig?
De sfeer? De betrokkenheid? Het aantal gelovigen op zondag in de eucharistie? Inzet van vrijwilligers? Deelname van jongeren en gezinnen? De manier waarop de liturgie of het sacramentele, het gebed, devoties, verkondiging en engagement verzorgd wordt en vorm krijgt? De beschikbaarheid van gewijde bedienaars of betaalde krachten? Continuïteit? Lokale verankering, een kerk op loopafstand? Het speelt allemaal een rol, het een versterkt het ander, zonder meteen te kunnen zeggen wat nu precies de eigenlijke sleutel is om van een levendige geloofsgemeenschap te kunnen spreken. In ieder geval vinden mensen een gedeeld ervaren spiritualiteit, als groep in eenzelfde geest verbonden samenkomen, zeer belangrijk. Dat mag vaag klinken maar je kan zoiets meteen aanvoelen. Mensen zijn ook bereid om in dat geval enkele kilometers verder te rijden en de lokale parochiekerk links te laten liggen omdat ze er gelovig niet aan hun trekken komen. Dat ligt niet altijd aan de voorganger want die is soms op beide plaatsen dezelfde maar aan de betrokkenheid van de gelovigen in die gemeenschap. Toch is het hoopvol dat waar het wat uitdooft of beduidend minder gaat, het verlangen naar meer inhoud duidelijk blijft leven. Elke groep kent op termijn ook z'n ups en downs.



Spanningsvelden rond liturgie
Een grote zorg is hoe we onze geloofsbeleving kunnen blijven waarborgen voor de toekomst.
Mensen beleven hun geloof zeer sacramenteel en zijn daarbij afhankelijk van gewijde bedienaars, priesters of in het geval van een doopsel of een huwelijk tenminste een diaken. Ontzegt de Kerk ons dat geloof omdat ze nauwelijks of geen priesters meer voortbrengt? Moeten de toelatingsvoorwaarden voor het ambt niet anders of ruimer gedefineerd worden? Wat met woord- en communiediensten in het weekend? Hoewel Vlamingen vrij getrouw de liturgie vieren volgens de richtlijnen van de Kerk, verbinden ze die vieringen ook graag met hun persoonlijk leven via voorbeden, profane lezingen, een creatieve inbreng omdat dat de betrokkenheid verhoogt. De link van wat er in de eucharistie gebeurt moet ook doorgetrokken worden buiten de muren van het kerkgebouw en dat in velerlei engagementen en vormen van verkondiging. Ons verhaal mag vrij beleefd en gedeeld worden. Vaak zien we – ook in onze federatie – dat samenwerking of het samenvoegen van parochies een nieuwe (door)start kan betekenen. Nieuwe initiatieven zien het daglicht en het beste uit die parochies krijgt binnen het geheel een prominente plaats.

Verkondiging en dienstbaarheid
Uit de bevraging blijkt verder dat het erfgoed van de Bijbel en de blijde boodschap van Jezus in elke parochie – levendig of niet – eerste bron van inspiratie blijft en gekoesterd wordt. Als die gekoppeld wordt aan het dagelijkse leven, in de hedendaagse context kan geduid worden, betekent ze ook veelal een boost voor de geloofsbeleving. Opmerkelijk en bemoedigend in deze tijd is een grote nood bij mensen aan zingeving en verdieping. Kunnen we daar als gelovigen vanuit onze geleefde ervaring een inbreng doen of is dat enkel voer voor therapeuten en dubieuze, sektaire initiatieven.Verkondiging vandaag is geen neerbuigende beweging meer van boven naar beneden. Wie er zich aan waagt moet naast de inhoud ervan zich ook gaan bekwamen in dialoog en kritische zin. Lekengelovigen kunnen zich zowel op het vlak van verkondiging en dienstbaarheid niet meer verschuilen achter het excuus van het priestertekort. Op dat vlak is er nog heelwat potentieel en groei mogelijk. Hier geldt de vraag: wie doet wat of waarom begin je er niet aan? Het is duidelijk ook een kwestie van verantwoordelijkheid opnemen, maar misschien niet zo evident omdat in het verleden alle initiatieven vanuit de clerus kwamen of erdoor werden gepatroneerd. Voor sommigen is dat nog altijd wennen.

Het belang van gemeenschapsopbouw
Het belang van een sterk samenhangende groep met een gedeelde spiritualteit, die elkaar tot steun is in een sterk geseculariseerde samenleving kan nauwelijks overschat worden. De uitstraling ervan – één van blije christenen – is een factor van belang voor een gelovige gemeenschap. Gemeenschapsopbouw kan ook buiten de liturgie in kleine en grote initiatieven om elkaar te ontmoeten en verbondenheid te scheppen. Het blijvend aandacht hebben voor de betrokkenheid-op-maat van alle leden, het optimaliseren van de verhoudingen tussen
beroepskrachten en vrijwilligers, gedeelde inbreng en verantwoordelijkheid, ondersteuning en een passende waardering of vergoeding van hun inbreng.

Samenvattend mogen we stellen dat er niet één norm is waaraan elke geloofsgemeenschap moet voldoen. Er is ruimte voor verscheidenheid. Niet iedereen moet alles aanbieden. Voor bepaalde activiteiten kan men ook aansluiten bij andere ook gemeentelijke initiatieven. Dat veronderstelt dan wel voldoende openheid. Al bij al is het bemoedigend dat er nog op zoveel plaatsen verlangen leeft en er dynamiek is. Een website als www.gelovenbeweegt.be kan dan ook de aanzet zijn om mekaar daarin te steunen en voouit te helpen. Laten we er verder voor gaan. De Geest gaat met ons mee.