Pagina's

donderdag 22 juni 2017

Noveen Sint-Margaretha Geluveld


Tijdens de jaarlijkse noveen – van 20 tot 28 juli – voor de Heilige Margareta, baadt Geluveldplaats in een lome zomerse rust, een ideaal moment om even te herbronnen, het laatste restje stress van het voorbije werkjaar af te schudden, de kerk even binnen te lopen, de koelte te zoeken en je daar te laten onderdompelen in een gewijde stilte van gebed, kaarsen- en wierookgeuren, misschien ook nog wel om te 'dienen', een dienst bij te wonen en er quasi ongestoord de ommegang te lopen.

Bij elke devotie ho(o)r(d)en wel – meestal afhankelijk van het initiatief, ijver of koopmanskunst van de plaatselijke pastoor – prentjes, vaantjes, medailles, noveenkaarsen en andere devotionalia. Ze werden in massa geproduceerd en/of aangekocht. Vroeg of laat raakte de voorraad evenwel op en was het al dan niet tijd voor iets nieuws. Zo werden ze zeldzaam en gegeerde verzamelobjecten. Je vindt ze met wat geluk nog op op antiek- en rommelmarkten waar ze te koop worden aangeboden, of op ruilbeurzen. We rommelden even in de oude doos en diepten enkele van de oudste en markantste exemplaren op ...

Eerste litanieën
Op 30 mei 1874 vroeg pastoor Josephus Verstraete te Gheluvelt aan de bisschop van Brugge de toelating voor het (her)uitgeven van een litanie van de H. Margareta. Het gaat waarschijnlijk om de litanie van de H. Margareta uit ‘De Schatkiste der litanieën’ uitgeven door Cornelis De Moor te Brugge. Volgens de tekst was zij ook ‘de toevlucht in zwangerheid en in den arbeid’.

Op 7 juli 1920 keurt Vic. Gen. H. Vanden Berghe op initiatief van E.H. Michel Delrue een litanie goed, van‘de H. Maagd en Martelares Margarita sinds oude tijden in de kerk van Gheluvelt vereerd’.( Drukk. J. Deleu-Loncke. Meenen.). Op 14 augustus 1924 hij opnieuw een litanie goed. (Drukk. Richard. Durnez. Zonnebeke.). Na het slotgebed komt een aanbeveling van de devotie:
“De H. Margarita is bijzonder aanroepen tot bekering der zondaars, gediend voor de gezegende vrouwen, voor het kiezen van een levensstaat, voor vrede en zegen in de huisgezinnen, tegen breuken, krampen, onbekende plagen en allerlei beproevingen en vereerd als beschermheilige van de jeugd.”

Op 16 mei 1946 wordt op aanvraag van pastoor Maximiliaan Geysen het eerste eigenlijke devotieprentje van de ‘H. Margarita Maagd en Martelares in de kerk van Geluveld haar toegewijd’ kerkelijk goedgekeurd door vicaris generaal Jer. Mahieu Het is een mooi gekleurde lithografie met de afbeelding van de heilige Margarita te Lichtervelde als martelares met een martelarenkroon op het hoofd, de zegepalm in de rechterhand en met de linkerhand houdt zij een schaap bij de leiband. Haar feestelijke gewaad is met goudbrokaat gestikt. In het gras staan enkele margrietjes. (foto)
Dit devotieprentje was reeds eerder in Lichtervelde in omloop. De pastoor van Geluveld kocht 10.000 blanco exemplaren en de gebeden en de litanie werd opnieuw gedrukt in de handelsdrukkerij van Richard Durnez te Zonnebeke.

Men kon deze litanie gebruiken tijdens de ommegang rond de kerk door bij elk van de acht staties een deeltje ervan te bidden, gevolgd door een ‘Onze Vader’, een ‘Wees Gegroet’ en een ‘Glorie zij de Vader’. Bij de toegangsdeur van de kerk gekomen las men het laatste deeltje bij het grote fronton dat de Bekroning van de H. Margareta voorstelt. In de kerk volgde dan nog de ommegang rond de rijve, een korte dankgebed en de zegen met de relikwie van de H. Margareta.

Op 26 augustus 1946 keurt Vic. Gen. Jos. Van der Meersch ook een ‘Franstalige litanie’ goed ter ere van ‘Sainte Marguerite vierge et martyre vénérée depuis les années 1100 dans l’église de Gheluvelt’.

Medailles
Tijdens de noveen werden na de HH. Missen de bedevaartssouvenirs te koop aangeboden door een kloosterzuster (foto) of door iemand daartoe door de pastoor speciaal aangesteld.
De ovalen zilveren medailles waren dezelfde als in Lichtervelde. De ronde medailles zijn uit Frankrijk afkomstig geleverd door de firma Duboccage. Pastoor Inghelram kocht de medailles te Sainte-Marguerite in Frankrijk.

Bij de zuster kon je ook terecht voor een inschrijving in het aloude ‘Broederschap of Confrerie van de H. Margareta’ dat in 1920 een nieuwe start kreeg. Toen betaalde men een jaarlijkse bijdrage van 1 frank per levende of zelfs reeds overleden persoon. De leden deelden in de verdiensten van een wekelijkse H. Mis en in de H. Mis van het plechtig jaargetijde voor de overleden leden van het Broederschap op de feestdag van St.-Margareta.



Kramplinten
Een bijzonder aantrekkelijke souvenir te Geluveld was het gewijde St.-Margaretalintje. Het was een wit biaislint van één meter lang waarmee kledingstukken worden afgeboord. Vroeger droegen deze linten een stempel met de aanroeping ‘H. Margareta Bid voor ons’. Ooit kocht een Poperingenaar tijdens de ommegang zelfs honderd linten. Vroeger werd regelmatig beroep gedaan op mensen die in opdracht van een zieke een bedevaart ondernamen en zich bevoorraadden van litanieën of gebedsprentjes én van Geluveldse St.-Margaretalintjes.

De H. Margareta wordt namelijk bijzonder aanroepen tegen de krampen. In haar heiligenleven wordt hierover uitdrukkelijk verhaald hoe zij de duivel met haar ceintuur vastbindt hoe het beest meteen mak werd. Het St.-Margaretalint werd bij de aanstaande moeders, die met barensweeën hadden af te rekenen, rond het lichaam gebonden. Het was niet uitzonderlijk dat dokters hun patiënten aanraadden om te gaan dienen. Ook coureurs (wielrenners) kochten na de ommegang een gewijd Margaretalintje tegen pijnlijk kuitkrampen tijden grote koersen. Al of niet vanuit zijn religieuze overtuiging deed de bedevaarder deze devotie en met succes. Dit bewijst dat het krampenlintje een magische en wezenlijke waarde had, wat zeer aannemelijk leek.



Bedevaartvaantje
Een bedevaartvaantje is een vaantje van papier of van textiel dat meegenomen wordt uit bedevaartsoorden. Ze worden per twee op een vel papier of stof gedrukt, zodat men, door het vel diagonaal door te snijden, twee vaantjes verkrijgt. Ze werden voornamelijk aan de fiets of de auto bevestigd ter bescherming in het verkeer.

Dit Geluvelds exemplaar (foto) van het type Hoyaux, vervaardigd in linnen met rechte zijde 18 cm en schuine zijde 33 cm. Een rode rand rondom. Aan de linker kant in kleurendruk de kerk en de heilige Margarita met een lam en haar rijve. Rechts korengalmen. De plaatsnaam Geluveld in rode gotische letters . In een schildje links onder de letters DAB. Dit vaantje is vermoedelijk ontstaan omstreeks 1946.

Ook op vandaag zijn in de kerk en tijdens de noveen o.a. de unieke noveenkaarsen en gedenkstenen met de afbeelding van de Geluveldse Margriet, kramplinten, medailles, gebeden en litanieën en 'Kleine Kroniek van de Margaretadagen te Geluveld' te koop.

Programma noveen

De noveen loopt van donderdag 20 juli tot vrijdag 28 juli 2017.
De kerk is open van 09.30 u. tot 11.30 u. en van 14.00 u. tot 17.30 u.
Op zaterdag 22 juli is er gezamelijke OMMEGANG om 18.00 u.
onmiddellijk gevolgd door een EUCHARISTIEVIERING
en aansluitend een RECEPTIE.
Op maandag 24 juli en woensdag 26 juli
is er EUCHARISTISCHE AANBIDDING (LOF) om 16.00 u.
Op vrijdag 28 juli sluiten we de noveen af
met een WOORDDIENST MET COMMUNIE om 18.00 u.

Bron:
'Kleine Kroniek van de Margaretadagen te Geluveld' – Guido Vermeulen.

Archief Marcel Pauwels

zaterdag 3 juni 2017

Franciscus

mysticus van nabijheid



Op een diocesane bezinningsdag van Adem-Tocht – een spiritualiteisbeweging van 60-plussers – kwamen op dinsdag 23 mei in Centrum Groenhove, Torhout kwamen bijna 200 mensen bijeen om te luisteren naar E.P. André Jansen, o.f.m.. Hij had het als franciscaan over mystiek en secularisatie, uiteraard in de traditie van Franciscus van Assissi zelf.

Karl Rahner, de grote Duitse theoloog zei ooit dat ‘het Christendom in de 21-ste eeuw mystiek zal zijn of niet zijn’. Anders gezegd, drijft de ‘secularisatie’ ons naar waar het in religie werkelijk om gaat en dat is nu juist ‘mystiek’.

Om de zaak meteen scherp te stellen. Een nuchtere Westvlaamse varkensboer omschreef ooit het wezen van de ‘secularisatie’ als volgt: “Vroeger ging ik iedere zondag naar de mis en mijn varkens werden niet ziek, nu ga ik nooit meer naar de mis en mijn varkens worden nog altijd niet ziek. Waarom zou je dan nog naar de mis gaan?” Het klinkt heel logisch maar is het niet de bedoeling dat de mens God dient en niet omgekeerd? Als de mens tot het besef komt dat God de mens niet dient, wordt Hij algauw gewoon aan de kant geschoven.

Toen een pastoor bij het brengen van de communie aan een demente vrouw in het bekende tv-programma ‘Man bijt hond’ om commentaar werd gevraagd, kwam hij ook niet verder dan de klaagzang “vroeger kwamen de mensen voor hun zieke dieren dienen bij Sint-Corneel, nu gaan ze naar de veearts”. Zo miste hij een uitgelezen kans om echt te duiden waar hij mee bezig was. De diepe zin van zijn ogenschijnlijk absurde handelen duidelijk te maken, nl. : in Gods ogen hoort zij er evengoed bij! Communie is hoe dan ook gemeenschap in naam van Jezus Christus.


Een zekere Charles Taylor, een Canadese filosoof, stelde in verband met die secularisatie, dat de mensen vroeger leefden met een ‘poreus zelf’. In de mens, in de werkelijkheid zijn als het ware gaten, poriën waardoor het mysterie, het sacrale binnendringt en dat vertaalde zich o.a. in allerlei devote praktijken. Mede door een sterk toegenomen, rationeel bewustzijn leeft de mens nu met een ‘gesloten, toegestopt zelf’ waardoor hij zichzelf beleeft als een ‘autonome zelf’: “Ik en niemand (A)nders bepaal of wil wat ik doe.”
Een pastoor of een kerk heeft daar totaal geen zeggingschap meer over.

De bron van ons willen
De bron van dat ‘willen’ is echter onduidelijk, mistig en het is nu juist naar die Bron waar de mystiek naar peilt. Mystiek begint met zelf-onderzoek om het mysterie in de diepte van zichzelf te ontdekken en op te diepen. Het ‘Heilige’ hoeft niet van buitenaf in onszelf te kunnen binnendringen, integendeel het huist ook diep in ons binnenste zelf. Het is een dimensie die – in tegenstelling tot het (zen)boeddhisme – lang door het christendom is verwaarloosd. Wat is de bron van ons ‘willen’? Kunnen wij in onze diepte een opening zijn naar wat ons overstijgt, het transcendente? Daar begint mystiek, de kern van ons christen-zijn.

Franciscus van Assissi
Hij kan ons helpen om aan te voelen waar het hem juist om gaat. Hij werd geboren omstreeks 1181 in de overgang van een feodale land- naar een markteconomie. In het zog van de kruistochten ontstonden er toen belangrijken handelsstromen tussen Oost en West. Dat ontwrichtte de maatschappelijke verhoudingen en leidde tot een ingewikkeld kluwen van bloedige conflicten, stadsoorlogen tussen de adel en de nieuwe rijken, de handelaars van toen waartoe ook Franciscus’ familie behoorde.

Op aansporing van Paus Innocentius III bereidt de ontstuimige Franciscus zich voor op een nieuwe kruistocht. Maar hij is nog niet goed en wel vertrokken of een stem stelt hem in een droom de volgende vraag: “Wie is er eigenlijk in staat je meer te geven, de Heer of zijn knecht?” Met de knecht wordt hier de aansturende paus bedoeld. “De Heer natuurlijk,” is zijn antwoord. “Wel, keer terug naar de streek waar je thuishoort, ga daar doen wat de Heer je zal openbaren.”

Doorbraak
Niet alleen bij heiligen, maar ook bij nogal wat mensen die tot geloof komen, is vaak zo’n plotse doorbraak aan te wijzen Het eigenlijke moment waarop voor hen een nieuw besef daagt. Dikwijls wordt dat ‘bekering’ genoemd. Dat woord heeft echter iets misleidends. Het suggereert dat iemand verdwaald was en nu terugkeert naar de schaapstal. Bekering wordt dan gezien in functie van het grote morele verhaal van de Kerk. De geschiedenis leert evenwel dat er bij de zogenaamde bekering van vele heiligen iets heel anders aan de hand was. Zij werden juist door een of ander gebeuren uit het grote verhaal gegooid en als het ware ‘ontworteld’.

Dat geldt zeker voor de heilige Franciscus van Assisi. Het luidt voor hem het begin in van een mystieke hergeboorte. Alles behalve een idyllisch gebeuren dat samengaat met een moeizame innerlijke strijd. Een pelgrimstocht die hem doet worstelen met zichzelf en ook met zijn omgeving. Confrontatie met teksten uit de Schrift zelf, psalmen en parabels, die zich heel ingrijpend in al hun puurheid uiteindelijk bevrijdend openbaren.


Pelgrimeren
is, ook in onze tijd, te voet trekken naar Assisi, Compostela, Rome... De vraag is dan: wat zoeken die pelgrims? Kennelijk niet de heilige plaats, want die is met de wagen of met het openbaar vervoer veel sneller en makkelijker te bereiken. Waarom verkiezen ze de ouderwetse manier van stappen, moe zijn, zweten onder een loden zon, dorst lijden, slapen op een harde mat?

Voor de pelgrim is het onderweg zijn in een weids landschap, het trage tempo van het stappen, het blij ontdekken van een bron, het zich invoegen in een oude traditie veel belangrijker dan het aankomen zelf. Zo'n tocht kan aanleiding geven tot een ‘mystieke’ ervaring. Het betreft lang niet altijd een vorm van hoge mystiek, want dan is voor velen de vervreemding wellicht groter dan de mogelijke herkenning. Hoe dan ook, een mystieke ‘geboorte’ dient zich vaker aan dan we vermoeden en ook vaker dan sommigen zich realiseren. Om dat te verduidelijk, een korte getuigenis van een deelnemer aan een pelgrimstocht naar Compostela:

“We vertrokken als (halve) vreemdelingen voor elkaar, maar naarmate de tocht vorderde, groeide er een band. 't Was geen vriendschap, 't was meer. Dieper, 't Was de ander graag zien om wie hij was, gewoon zichzelf. En het gaf een zalig gevoel te weten dat anderen je ook zo zagen. Nu weet ik het zeker: God is liefde en eenvoud. Met de hulp van anderen heb ik het leren zien.... We waren meer dan gewoon vrienden van elkaar. Het was een heel subtiele, fijne band met iedereen afzonderlijk, waardoor we ons zo sterk voelden op de meest moeilijke momenten.”

Dit fragment bevat zowel het verdiept besef van eigenheid en eigen waarde als het besef van een verbondenheid die reikt tot het mysterie van de schepping. Opeens staat er klaar en duidelijk: ‘Nu weet ik het zeker: God is liefde en eenvoud.’ De toevoeging ‘eenvoud’ verraadt de echtheid van de ervaring. Het is een broze vorm van ‘Verlichting’.

Het gedicht 'El Camino' van Herman Vos beschrijft een soortgelijke ervaring:

Jij hebt mijn brood gebroken
en ik jouw brood ...
Niets opvallends
was daaraan, toen niet.
Het was ons aller brood e
en niets was echt van mij
en niets was echt van jou.
En uit dezelfde kruik
hebben wij gedronken
daar was niets opvallends aan
het was hetzelfde water
uit dezelfde kruik.
En iemand
heeft de wijn gezegend
en het brood ...
Opvallend was
dat wij zo onopvallend
één konden zijn.

Herman Vos schreef dit gedicht na een pelgrimstocht naar Assisi, een tocht over oude paden en langs oude franciscaanse kluizenarijen zoals Greccio, Fonte Colombo, La Foresta, Poggio Bustone en Monte Luco, die leidde naar de geboortestad van Franciscus.

Opmerkelijk in het gedicht is de bijna naadloze en vanzelfsprekende overgang van het profane naar het sacrale door het woord ‘zegenen’. Dat is mogelijk omdat het sacrale in het unieke van het groepsgebeuren zelf aanwezig is. Enkele dagen samen optrekken, geduldig wachten op wie moe is, elkaar beurtelings dragen in de broosheid, alle besef van tijd, of beter: elk besef van de geordende tijd alsook dat van de eigen maatschappelijke positie verliezen, in dergelijke omstandigheden doen het weidse landschap, de oude paden en de oeroude heilige plekken langzaam de grenzen tussen mijn en dijn vervagen.

Naaste worden
Niet dat het individu verdwijnt in een vage fusie, integendeel. Het individu komt stilaan los van zijn functie en van de maatschappelijke ordening die ieders positie bepaalt. In plaats daarvan staat de persoon zelf helderder dan ooit op zowel in zijn broosheid als in zijn waarde, als een gegeven geschenk. In plaats van het masker van positie en functie, toont hij z eigen, authentieke gezicht. Dat is hoe dan ook een sacrale beleving.

Het delen van water, brood en wijn symboliseert die unieke waarde en die unieke band met het transcendente mysterie, het besef dat iedereen geworteld is in van daaruit zijn/ haar waarde krijgt. De overgang naar het ritueel zegenen wordt dan vanzelfsprekend, terwijl het zegenen tegelijk de diepte van het gebeuren bevestigt.

Het tilt je boven de gewone tijdsbeleving, boven de wereld van functie, positie, bezit, prestatie en nuttigheid en leidt even binnen in een andere tijd, een 'heilige' tijd, waarin alleen nog het gratuïtei geldt. Je wordt geheel en al ‘naaste’.

Over de mystieke dimensie van het ‘naaste worden’ schreef André Jansen het boek: “Franciscus van Assissi. Mysticus van nabijheid” verschenen bij Halewijn, Antwerpen, 2013, 240 blz., prijs 17 Euro, ISBN 978-90-8528-269-3

donderdag 1 juni 2017

Nu is't an gieder


Op zaterdag 20 mei vond te Geluveld de derde editie plaats van de ‘12-uren’. Veel muziek, ludieke animatie, sport en lekkere hapjes vormden de ingrediënten van dit spektakel. Maar er was ook verrassend plaats en ruimte voor enige diepgang. Alle plaatselijke verenigingen en ook de parochie zetten hun schouders onder de activiteit. Geluveldnaars zijn niet meteen pilaarbijters maar als het er op aan komt, dragen ze het hart op de juiste plaats. Ik heb me laten vertellen dat uit de gegevens van de ‘Grote Zonnebeekse Bevraging’ is gebleken dat deze deelgemeente van alle dorpen veruit de meest ‘sociale’ is. Op een dag als deze kon je dat moeilijk tegenspreken.


“Nu is’t an joen”, zo riep vintage-Lucie ons op om deze plaats nog beter te maken dan ze al 
is. Het is niet omdat café ‘‘t Paradijs’ op het grondgebied ligt, dat we hier alles zomaar op z’n beloop mogen laten. “Nu is’t an joen” of liever “nu is’t an gieder”, zei ook Jezus aan z’n maten in even onverstaanbaar Aramees, en “ge kunt da vele beter of ik, want ik ben er mee weg, naar ‘t Paradijs!”

Vamos Pra Lutar
Klokslag zes galmden toen de klokken van de Sint-Margarethakerk – misschien ietwat verrassend maar ook weer niet onaangekondigd – over het marktpleintje. Luim en ernst hoeven elkaar niet tegen te spreken. Ze horen bij het leven, stonden zelf geprogrammeerd op de affiche van de ‘12-uren’ met het optreden van ‘Vamos Pra Lutar’. Vamos is een vierstemmig gemengd strijdkoor dat het solidariteitsprincipe hoog in het vaandel draagt. Dat doen ze met liederen uit zowat alle werelddelen. Ze zingen voor vrede en gerechtigheid, tegen oorlog en verdrukking, armoede en uitbuiting, voor respect voor Moeder Aarde zelf.


Tussen Pasen en Pinksteren
Jezus vertelde dus aan zijn leerlingen dat voor Hem de tijd gekomen was om terug te gaan naar zijn Vader. “Maar geen paniek,” zegt Hij, “Ik stuur jullie een Helper: de Heilige Geest.” In deze tijd tussen Pasen en Pinksteren, en de tijd tussen de opstanding van Christus en de uiteindelijke opstanding van de leerlingen, worden we nog altijd uitgenodigd, geroepen om na te denken om te leven vanuit een Geest van waarheid, om de Liefde tot de grondwet van ons leven te maken. Maar zo te leven botst dan weer met de verleidingen van onze zakelijke, individualistisch georiënteerde samenleving En die zijn vaak te groot vaak om er in je eentje aan te weerstaan.

Kinderen van God 
Geloven is in onze tijd ook individueler geworden. Het is steeds meer een persoonlijke keuze geworden. Wij willen ook meegaan met de tijd, maar niet zonder een goddelijk woord dat ons hart kan raken, niet zonder een teken van gedeelde liefde, niet zonder een lied dat klank geeft aan onze diepe dankbaarheid of ons verborgen verdriet. Wij willen leven in vrijheid, zoals iedereen, maar wij willen meer dan alleen maar met rust gelaten te worden. Wij willen echte vrede die alleen God ons geeft. Wij willen meer dan welvaart alleen. Wij willen welzijn en onderlinge broederlijkheid, waarin mensen tot hun recht kunnen komen en verantwoordelijkheid willen dragen voor elkaar.

Wij willen leven als kinderen van God. Wij willen kunnen bidden en ons vertrouwen in Gods kracht uitspreken. Het begint al met onze onmacht te erkennen, met om vergeving en om geestkracht te vragen. Dat we niet onverschillig zouden staan tegenover onrecht, verraad, geweld en lijden omdat het ‘ons nu even’ niet raakt en dat we zo anderen het paradijs, een hemel op aarde ontzeggen. En dat we zo schamel en met lege handen voor onze Schepper en zijn schepping zouden komen te staan.


Gilbert(o) Pauwels
In september 2014 werd Geluveldnaar Gilbert Pauwels in aanwezigheid van dit koor Vamos Pra Lutar, hier in deze kerk als ereburger van de gemeente Zonnebeke gehuldigd. We vierden toen dat hij 50 jaar Oblaat was, en 40 jaar actief in Bolivia waar hij zich nog altijd – gedreven door z’n geloof – inzet voor de inheemse bevolking als antropoloog, ontwikkelings-, vormings-, sociaal werker en diaken.

Hij benadrukte toen, dat het niet alleen maar over die 50 en 40 jaar ging, maar ook en vooral over die eerste 18 jaar die er aan voorafgingen, zijn jeugdjaren in Geluveld. Toen werden immers de fundamenten gelegd, daar lagen de diepste wortels van wat daarna kon gedaan worden. Vanuit die fundamentele waarden die hier aangereikt en beleefd werden, heeft hij zijn leven kunnen uitbouwen. Hij vroeg dan ook dat we, wat onze ouders en voorouders in deze streek aan goeds hebben opgebouwd, zouden respecteren en niet laten verloren gaan. Hoe zij vroeger met de natuur omgingen en met mekaar, daar kunnen wij altijd nog veel van leren.

Voorkeurplaatsen
Tijdens de homilie in de viering toen, ging Gilberto daar nog verder op in. Hij had het over het kerkgebouw zelf dat in zijn leven zo belangrijk was: het was de ruimte voor zijn doopsel, eerste en plechtige communie, het vormsel, zijn misdienaar en Chiroleider-zijn. Vanuit die kerk trok hij naar de Oblaten en naar Bolivia. Maar hij herinnerde er ook aan dat we geleerd hebben dat God overal is. En, zei hij, van de kerkelijk gemeenschappen in 
Zuid-Amerika hebben we geleerd dat Hij toch ook wel zijn voorkeurplaatsen heeft.

Hij God, woont vooral onder de armsten, de zwaksten en de kleinsten, en leeft (werkt, lijdt en viert) met hen mee. Hij riep ons op er iets aan te doen. Laten we vermijden elkaar onderling leed te berokkenen en dat we zouden meehelpen om de onvermijdelijke pijn, die in elk mensenleven aanwezig is, te verzachten.

Standhouden
Maar wat houdt mij gaande en staande ? Hoe komt het, dat ik niet kopje onder ga in het leven? Hoe kom ik moeilijkheden te boven? Het zijn vragen van alle mensen, van alle tijden. In het leven gaat het ook ons niet altijd voor de wind. Problemen, levensvragen: we kunnen er niet aan voorbij. Misschien kunnen we er ons wel tegen wapenen. En wel door regelmatig ons de vraag te stellen vanuit welke geest we leven.

Er leeft in ieder van ons een diepe kracht die we mogen opdelven om het leven aan te kunnen.
Maar ze moet wel gevoed worden, geoefend, door regelmatig eens stil te staan. Bidden, een goed boek, samen te vieren: ze kunnen onze geest voeden en sterken. Een gesprek over wat ons ten diepste bezighoudt, ons samen bezinnen: eigenlijk kunnen we niet zonder.

Diep in ons leeft de beloofde Helper, ons geschonken door Jezus. Hij is onze Geestkracht, onze creativiteit. Het is die Geest die ons over de dode punten in het leven heen haalt. Hij blaast ons hoop en perspectief in: een Geest van vuur en liefde die alles overwint. Het is aanstekelijk en die Geest wist ook het koor als een pinkster-ervaring door te geven.