In
deze Goede Week komen er veel verhalen naar ons toe. Van Palmzondag
tot en met Pasen worden wij overspoeld met meestal bekende verhalen
uit de heilige Schrift. Ze zijn zo bekend dat we het onderhand wel
weten en ze dringen nauwelijks meer goed tot ons door. Vooral omdat
ons hoofd vol zit met onze eigen verhalen. Waarom worden die
eigenlijk niet verteld?
Echte,
menselijke verhalen over onze worsteling met een ziekte, over de
gespannen manier waarop wij ons werk moeten of willen doen, over het
gebrek aan tijd en daardoor het verlies van vrienden. Verhalen over
de gewetensnood die we hebben na het nemen van een verkeerde
beslissing of over het wanhopig zoeken naar wat troost in zware
dagen. Het kunnen ook verhalen zijn over hoe succesvol wij zijn omdat
we hard gewerkt hebben, over de geboorte van een kind of een
kleinkind.
De
Goede Week zou eigenlijk een vreugdevolle en interessante ontmoeting
moeten zijn tussen onze verhalen en de oude Bijbelse verhalen. Want
tussen al die oude en nieuwe verhalen door ritselt ons geloof. Ons
geloof is geen roerloos niet van z'n sokkel te krijgen standbeeld,
het is veeleer een zwerver die door ons leven doolt. Hier en daar
vinden we wat voedsel dat ons op de been houdt.
WITTE
DONDERDAG
Op
Witte Donderdag horen we een verhaal over een heel volk dat nieuwe
moed vindt en op weg gaat. Maar eerst eten ze samen. Droog brood en
gebraden lamsvlees. De stok in de hand. Ze trekken samen op en ze
weten dat God met hen meegaat. Zo vinden ze net genoeg geloof om
bevrijd te kunnen worden uit hun slavernij. En zo kunnen ook wij
elkaar vasthouden als het leven tegenzit, kunnen we onze rug recht
houden als wij verraden of in de steek gelaten worden, kunnen we de
juiste woorden spreken als er over ons geroddeld wordt of als we
onterecht beschuldigd worden.
Wij
hebben verhalen over mensen die elkaar de oren niet willen wassen en
de ander niet willen overladen met kritiek, maar die integendeel
elkaar de voeten wassen omdat de een geen baas over de ander wil
spelen, die elkaar als naaste willen ontmoeten en koesteren. Tijdens
een echte maaltijd delen wij brood en verhalen. De verhalen van God,
het brood van God, de beker met wijn, het verbond met God. En wij
delen ons geloof, ons vertrouwen. Wij mogen aanschuiven met onze
verhalen. Alle onze pijn en zorgen mogen gemengd in de levensbeker
van bitter en zoet. Want zo zit ook Jezus in de kring met het verraad
aan tafel, met de twijfel en de angst. Alles wordt gedeeld, lichaam
en bloed, leven en dood. Zo worden wij met elkaar verenigd door brood
en wijn, met oude en nieuwe verhalen, Gods liefde en ons gelovig
zoeken. Een grootse ontmoeting. Een sacrament.
GOEDE
VRIJDAG
Mooi,
te mooi om waar te zijn? 'Waar zijn ze allemaal?' Het is de
hartverscheurende vraag van mensen die zich in de steek gelaten
voelen. Ze zijn ontslagen, ziek geworden, met justitie in aanraking
gekomen, ze hebben een gehandicapt kind gekregen en opeens verdwijnen
er allerlei vrienden en bekenden. Ze worden gemeden, ze zijn een
probleem geworden. In onze huizen en in onze harten kan de wanhoop
toeslaan. We weten ons geen raad en voelen ons bij het vuil gezet.
Niet
minder aangrijpend is de klacht die mensen uiten aan het adres van
God. De God die zo vertrouwd en trouw leek, blijkt zijn naam niet
waar te maken. Want als alle rechtvaardigheid verdwenen is, als
mensonterende geweld de dienst uitmaakt, waar blijft dan die God?
Overal
op deze wereld klinkt die bittere klacht, wordt in stilte gehuild en
vertrekken gezichten van pijn. Het lijdensverhaal van Jezus wordt
eindeloos herhaald in deze wereld en zijn klacht aan het kruis klinkt
als een machteloze echo tot op onze dagen.
'God
verlaat ons niet.'
Dat
zeggen de oude woorden, dat is ons beloofd. Dat kan wel zijn, maar we
voelen het vaak anders. Als de wanhoop toeslaat, als het water ons
aan de lippen staat, dan lijkt het wel of we er helemaal alleen voor
staan. We laten het hoofd hangen en onze mond zit vol verwijten.
De
pijn neemt ons helemaal in beslag en maakt onze wereld opeens heel
klein. Pijn aan het lijf, pijn in het hart, we willen het niet en we
protesteren. Het lijkt wel of pijn alle liefde, alle hoop en ook ons
geloof opslokt en dat wij dan niets meer willen weten van de oude
beloftes en onze diepgewortelde overtuiging.
Ten onder gaan aan twijfel of je geloof verliezen. Voor veel mensen is het een breekpunt. Ze kunnen God niet meer gevonden krijgen na een groot verdriet of een vernietigend onrecht. Anderen gaan diep door het dal, maar verliezen hun vertrouwen niet. Ook al zien ze nergens een uitweg, ze weten dat het er op een dag weer zal zijn. Hun klacht is hevig, maar niet zonder vertrouwen. Zo is ook de dood genadeloos, maar niet zonder hoop. Het onrecht is misdadig, maar er zal bevrijding komen. Het verhaal van ons geloof is zo breekbaar, dat we het kunnen verliezen. Daarom moeten we het er blijvend over hebben, willen wij dit met elkaar delen. We geven het elkaar door op de dag van het kruis, uit naam van allen die gekruisigd worden in deze wereld, uit naam van allen die vergeten en alleen gelaten worden, uit naam van de ontroostbaren en van pijn verdoofde mensen. We lopen niet weg, we verloochenen niet, we zien het. We willen met hen verbonden zijn.
Ten onder gaan aan twijfel of je geloof verliezen. Voor veel mensen is het een breekpunt. Ze kunnen God niet meer gevonden krijgen na een groot verdriet of een vernietigend onrecht. Anderen gaan diep door het dal, maar verliezen hun vertrouwen niet. Ook al zien ze nergens een uitweg, ze weten dat het er op een dag weer zal zijn. Hun klacht is hevig, maar niet zonder vertrouwen. Zo is ook de dood genadeloos, maar niet zonder hoop. Het onrecht is misdadig, maar er zal bevrijding komen. Het verhaal van ons geloof is zo breekbaar, dat we het kunnen verliezen. Daarom moeten we het er blijvend over hebben, willen wij dit met elkaar delen. We geven het elkaar door op de dag van het kruis, uit naam van allen die gekruisigd worden in deze wereld, uit naam van allen die vergeten en alleen gelaten worden, uit naam van de ontroostbaren en van pijn verdoofde mensen. We lopen niet weg, we verloochenen niet, we zien het. We willen met hen verbonden zijn.







