Pagina's

donderdag 26 juni 2014

Noveen Sint-Margaretha Geluveld


Tijdens de jaarlijkse noveen (dit jaar van 19 tot 27 juli) voor de Heilige Margareta, baadt Geluveldplaats in een lome zomerse rust, een ideaal moment om even te herbronnen, het laatste restje stress van het voorbije werkjaar af te schudden, de kerk even binnen te lopen, de koelte te zoeken en je daar te laten onderdompelen in een gewijde stilte van gebed, kaarsen- en wierookgeuren, misschien ook om te 'dienen', een dienst bij te wonen en er quasi ongestoord de ommegang te lopen.

Te Geluveld bestaat immers het aloude gebruik om de ommegang te doen. De circumambulatio, dit is het aantal keren dat men rond een sacrale ruimte of rond een cultusobject stapt, is zo oud als de bedevaart zelf. Hoewel de getallensymboliek varieerde, gaven de bedevaarders er eertijds de voorkeur aan driemaal rond de kerk, de kapel, het beeld of het kerkhof te wandelen. Dit deed men in processie of afzonderlijk.

De ommegang te Geluveld rond de kerk begint bij de afbeelding van het doopsel van Margareta en eindigt bij het fronton boven het kerkportaal. Vroeger geschiedde deze 'beeweg' driemaal, nu nog slechts eenmaal. Om deze ommegang zinvol te kunnen doen, stonden er staties langs de weg. Dit waren in het begin houten paaltjes met een plankje waarop de naam van de statie geschreven stond. Wanneer de pastoor een groepje bedevaarders vergezelde, improviseerde hij dan een toepasselijk verhaal over het leven van de heilige en een gebed bij iedere statie. Tegen de buitenmuur van het koor van de kerk was een kastje geplaatst met achter het glazen deurtje een mooi genadebeeld van Sint-Margareta.



Tegen de Sint-Margaretadagen van het jaar 1937 nam pastoor Serafien Inghelram een heel mooi initiatief, dat de ommegang heel sterk ten goede zou komen. De oude paaltjes werden vervangen door witstenen ingemetselde bas-reliëfs die het leven van Sint-Margaretha uitbeeldden. “Sindsdien gaat een talrijke schare, telken jare, zeer devoot de ommegang, rijkelijk gemotiveerd door de treffende uitbeelding”, zo vermeldt een krant uit die tijd.

Even terzijde. Bij de installatie van pastoor Inghelram hing er boven de kerkdeur het volgend opschrift: “Dat de goede Sint Margriete U van kop tot teen begiete met een vloed van welledaan en gij vrij van wreede krampen, rumatism en andere rampen moget hier gelukkig staan.” Sint Margriet was niet alleen de patroonheilige van de parochie maar van tientallen pasgedoopte meisjes van Geluveld. Pastoor Ingelram zei dan schalks “Wat een mooi meisje hebben jullie nu, de 'pare'’ van moeders kroon … maar Sinte Margeriet was wel hét mooiste!” Bij elke doopplechtigheid gaf hij de ouders de nodige uitleg over de betekenis van de naam Margaretha die uit het Grieks komt en 'parel' betekent. Maar waarschijnlijk gaat de naam terug op het Babylonische 'mar galliti': 'dochter van de zee' of 'kind van het licht'. Een mooier naam als meisje kon je je niet voorstellen. Toen hadden de pastoors nog
zeggingskracht over de doopnaam van pasgedoopte kinderen.



De pastoor vertrouwde de artistieke opdracht toe aan de Brugse allround kunstenaar Alfons Alloo. Hij werd geboren te Brugge op 25 oktober 1876. Hij leerde boetseren aan de Academie voor Schone Kunsten te Brugge. Aanvankelijk werkte hij op ateliers te Brugge en te Brussel waar hij hoofdzakelijk ornamentele en decoratieve werken deed. Omstreeks 1900 vestigde hij zich te Brugge als zelfstandig beeldhouwer. Alfons Alloo overleed te Brugge op 11 januari 1955. Zijn beeldhouwwerk treft men aan in en rond tal van Vlaamse parochiekerken.
Uit 1937 dateren dus van deze kunstenaar zes bedevaartstaties in bas-reliëf, die taferelen voorstellen uit het leven van Sint-Margaretha van Antiochië. Tegen de buitenmuur van het koor staat haar genadebeeld in een nis. Het grootste kunstwerk (3 m op 1 m) is het fronton boven de ingangsdeur van de kerk waarop de kroning van Sint-Margaretha staat afgebeeld.

Ten behoeve van de bedevaarder liet pastoor Giedoo De Reu (niet residerende pastoor te Geluveld van 1995 tot 2003) een stijlvolle ommegangskaart aanmaken, geschreven door zuster Caritas Van Houdt. Ze behelst acht staties, inclusief het genadebeeld en het fronton met de kroning, met een korte schets en een begeleidende bede. Terug in de kerk bidden wij:

God, wij bidden U:
dat het leven en het sterven van uw heilige niet vergeefs zijn geweest,
dat haar voorbeeld ons mag inspireren en aanmoedigen om standvastig te zijn in het geloof en trouw te blijven in het goede;
dat zij ons dichter mag brengen bij de Bron van het leven,
dat ook wij in goede en in kwade dagen tot vreugde mogen zijn van Hem die ons tot leven riep en van allen die ons omringen.

Heilige Margaretha, ga ons voor en bid voor ons.

Guido Vermeulen
 

PROGRAMMA NOVEEN SINT-MARGARETHA GELUVELD 2014
 
Op zaterdagnamiddag 19 juli start de noveen met de OMMEGANG om 15.30 u.
gevolgd door EUCHARISTISCHE AANBIDDING (LOF),
en zaterdagavond EUCHARISTIEVIERING om 18.15 u.
Op zondag 20 juli is er LOF om 16.00 u.

Van maandag 21 juli t.e.m. vrijdag 25 juli
is er telkens een WOORDDIENST MET COMMUNIE voorzien om 08.30 u.
en EUCHARISTISCHE AANBIDDING (LOF) om 16.00 u.

Op zaterdag 26 juli is er enkel EUCHARISTIEVIERING om 18.15 u.
Op zondag 27 juli sluiten we de noveen af met het LOF om 16.00 u.
Tijdens deze noveen zijn o.a. de unieke noveenkaarsen
en gedenkstenen met de afbeelding van de Geluveldse Margriet,
kramplinten, medailles, gebeden en litanieën
en 'Kleine Kroniek van de Margaretadagen te Geluveld' te koop.

De kerk is tijdens de week open van 8.15 u. tot 12.00 u. en van 13.45 u. tot 18.00 u.
en op zondag enkel in de namiddag van 14.30 u. tot 18.00 u.

Voor verder inlichtingen kan je contact opnemen met
Diaken Lode Caes, Gsm: 0478 32 52 55
Lode Caes, Gsm: 0478 32 52 55

donderdag 19 juni 2014

WAR-UM?

Ieder zijn oorlog



De gruwel van de Eerste Wereldoorlog staat met uitroepingsteken gegrift in de geschiedenis van de Westhoek. Vooral de Derde Slag om leper in 1917, ook gekend als de Slag om Passendale herleidde de streek toen tot een maanlandschap. 500.000 gesneuvelden om 8 kilometer terreinwinst. Dit kille cijfermateriaal gaat de verbeelding te boven. Toch is het waar. Het enorme verlies aan mensenlevens in verhouding tot de militaire operatie was buitensporig hoog. Passendale en leper zijn metaforen geworden voor het zinloze oorlogsgeweld. Ze worden hier tijdens de zomer in Zonnebeke geëvoceerd in de tentoonstelling 'WARUM? Ieder zijn oorlog', een artistieke interpretatie van het thema oorlog en vrede waaraan 27 beeldende kunstenaars hun medewerking verlenen.



Deze expositie presenteert werk op unieke locaties (O.L.V.-kerk, Memorial Museum Passchendaele 1917, het kasteeldomein en de bibliotheek De Letter-schuur) die nauw verweven zijn met de naoorlogse geschiedenis. Als een vooruitstrevende wederopbouwarchitect bracht Huib Hoste de moderniteit binnen in de frontstreek na de zware verwoestingen. De Onze-Lieve-Vrouwekerk van Zonnebeke kan gezien worden als een markant voorbeeld van moderne kerkbouw. Hoste wilde een kerk bouwen “die trilt van de liefde, die we zien in Gods werk: de natuur”. Een kerk bouwen was volgens hem “voor de christelijke bouwmeester de grootste en prachtigste opdracht”. De kerk in Zonnebeke is gebouwd in een modernistische vormentaal, maar die toch aansluit aan bij een lange traditie van kerkenbouw. Toen Iweins na de oorlog terugkeerde had hij helemaal geen affiniteit met het modernisme. Hij liet het Kasteel (thans Memorial Museum Passchendaele 1917) heropbouwen als een Normandische villa. Maar de pseudo-vakwerkbouw van het kasteel en de bibliotheek is een mooie illustratie van hoe traditionele architecten al omgingen met nieuwe materialen. Van dichtbij is te zien dat de gebouwen niets te maken hebben met de houten vakwerkbouw, maar dat het vakwerk geïmiteerd werd in een nieuw materiaal, beton. De nieuwbouw die deel uitmaakt van de bibliotheek is opgetrokken in cortenstaal en verwijst zo naar de oorlogssituatie. Het kasteelpark zelf kreeg de voorbije jaren een grondige facelift. Het verhaal van de vroegere Augustijnenabdij manifesteert er zich op een uitdrukkelijke manier. Daarnaast werden de littekens van de oorlog niet gemaskeerd en zo blijven het tastbare sporen van een woelig oorlogsverleden. Ook voor de deelnemende kunstenaars waren de locaties een bijkomende inspiratiebron om hun creativiteit vorm te geven.



“Aan onze helden” staat op ontelbare WO I-gedenktekens te lezen. Het monument voor oorlogsslachtoffers in Aartrijke benadert het anders: “Welk nut ligt er in het storten van ons bloed?” prijkt daar in bloedrode letters op de steen. Het is een betekenisvol pacifistisch alternatief voor oorlogsheroïek en patriottisme. Want WAAROM is die Groote Oorlog moeten gebeuren? Er is hard gevochten, maar waarvoor uiteindelijk? Was het een zaak voor het hele volk of een gewetenloze, zelfzuchtige poging van enkelingen aan de top om hun megalomane machtsdrang te bevredigen? WAAROM? Maar ook ten koste van wie? De breedste strook onderaan de militaire piramide - het voetvolk, het kanonnenvlees - telde vanzelfsprekend de meeste slachtoffers. En met hen werd ook hun omgeving gebroken en ge(k)raakt door angst en verlies. WO I heeft de wereld niet beter gemaakt en algemene wereldvrede is nog altijd ver weg. “WAR-UM?", vragen ook de kunstenaars in deze tentoonstelling zich af. En hoe ga je als kunstenaar met oorlog om? Hoe ver mag je in je fantasie gaan om zo'n verwonde werkelijkheid in beeld te brengen? Hoe breng je oorlog over op mensen die nauwelijks of niet meer weten wat oorlog is, die het nooit meemaakten, er hoogstens de effecten van hebben gezien, en bovenal de keuze hebben om zich wel dan niet in kunst en/of het thema oorlog te verdiepen? Hoe kan je kijkers prikkelen tot herinneren, herdenken, tot nadenken, het vormen van een opinie, tot voelen, aanvoelen, tot meevoelen? En welke zinvolle verbanden kan je smeden met de kunsttraditie?

In de loop van de geschiedenis heeft deze thematiek immers al heel wat kunstenaars aangesproken. Frans Masereel sneed de verschrikking van de oorlog en het verzet van de enkeling tegenover de verdwazing van de hele wereld in zijn aangrijpende houtsneden. Pablo Picasso verwerkte de ervaringen van de Spaanse Burgeroorlog in zijn 'Guernica'. De Duitse expressionist Otto Dix, die zelf aan het Vlaamse front vocht, legde dit traumatische gebeuren vast in tientallen werken, die in de jaren dertig resulteerden in een aanklacht tegen het fascisme. Käthe Kollwitz sculpteerde 'Het ouderpaar'. Wat in oorsprong bedoeld was als een monument voor haar eigen gesneuvelde zoon Peter groeide uit tot een zinnebeeld voor alle slachtoffers van alle wereldoorlogen.

Dezelfde benadering van oorlog is ook het leidmotief van de beeldende kunstenaars die deelnemen aan 'WARUM? Ieder zijn oorlog.' Elke kunstenaar heeft deze oorlog zijn eigen wijze her-dacht. Verre van vrijblijvend want deze kunst dwingt de toeschouwer tot kijken, tot nadenken, tot oordelen en tot her-denken. De bijtitel van deze tentoonstelling, 'Ieder zijn oorlog', trekt het gegeven van de Groote Oorlog bewust breder open. Niet alleen tot een symbool voor alle oorlogen, voor iedere vorm van onderdrukking en geweld en de daaraan verbonden gevoelens als verdriet, angst en schuld, maar ook naar onze multiculturele wereld en naar onze tijd. Opdat we makkelijker toegang zouden vinden, sneller zouden doorvoelen, doorzien. Herkenning kan wonderen verrichten als opstap naar inzicht.



Curator van deze tentoonstelling, Frans Vercoutere (foto) bracht heden en verleden op een serene manier samen. Hij inspireerde en tekende het geheel uit tot 25 verhalen die 'WARUM? leder zijn oorlog' kleuren. En waar geen of nauwelijks woorden voor zijn, kan echter soms worden getoond.

Praktisch
De tentoonstelling loopt van
15 juni tot 21 september op diverse locaties in Zonnebeke (bibliotheek De Letterschuur, kasteeldomein, Memorial Museum Passchendaele 1917, Berten Pilstraat 5 en kerk in Zonnebeke.)
Alle locaties zijn dagelijks toegankelijk van
9.00 tot 17.00 u. (uitgezonderd bibliotheek maandag van 9.00 tot 12.00 u., dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag van 14.30 tot 18.30 u., zaterdag van 13.00 tot 17.00 u.).
Finissage: zondag 21 september – bibliotheek De Letterschuur.
De
cataloog is gratis te verkrijgen in bibliotheek De Letterschuur en balie Memorial Museum Passchendaele 1917.
De tentoonstelling is vrij toegankelijk.
Organisatie: Dienst cultuur Zonnebeke, bibliotheek De Letterschuur in samenwerking met Memorial Museum Passchendaele 1917
cultuur@zonnebeke.be
bibliotheek@zonnebeke.be

051 48 00 61.

woensdag 11 juni 2014

Laat de kinderen tot mij komen


Op een eerste-communiefeest maken wij hetzelfde mee, wat er aan de apostelen, de vrienden van Jezus, een kleine tweeduizend jaar geleden gebeurde. Blijde, enthousiaste, overgelukkige kinderen aan de tafel van de Heer. Op die dag ontmoeten deze kinderen Jezus op een heel bijzondere wijze in het sacrament van de eucharistie. Wij zeggen dan: “Ze doen hun eerste communie”. En wie zouden wij wel zijn om hen dit cadeau te ontzeggen.

Als je ervoor open staat is wat dan gebeurd gewoon zalig zijn. Ik mocht het vroeger ooit nog ervaren op een repetitie. We hadden met de kinderen het evangelie doorgenomen. Het was alsof we vertellend, moeiteloos terug traden, in de tijd van toen. Ze waren één en al gehoor.
En na het verhaal bleef er eentje hangen en hij fluisterde me in het oor: “Jezus, mag ik jou iets vragen?” Ik was verrast zo aangesproken te worden, maar in de ban van het ogenblik, knikte ik. “Jezus, wat is jou lievelingskleur?” “Blauw”, zei ik, zonder te veel moeten nadenken. “Van mij ook”, zei het ventje en hij straalde als de zon in een helblauwe hemel. In een onbewaakt ogenblik was hij er in geslaagd Jezus te ontmoeten door mij heel even met Jezus zelf te verbinden, eventjes één te worden met Jezus. En dat is gewoon zalig, zo zou iedere communie op zondag mogen zijn.

Toch is dat bijlange niet altijd zo. Of we doen het routinematig, of we doen het met de nodige eerbied maar dan net iets te verkrampt. Veel zaligheid gaat er niet mee gepaard. Misschien kan het ons helpen wanneer we die fameuze woorden van Jezus ter harte nemen: “Wie niet als een kind openstaat voor Gods Koninkrijk zal er zeker niet binnengaan.”



Het is fascinerend om je te verdiepen in hoe onze kinderen zijn. Ja, ze kunnen, maar dan net als ons volwassenen wel eens lastig, onrustig en hebberig zijn, maar daartegenover staat vaak een grenzeloos vertrouwen, ze zijn zeer direct en eerlijk, stellen veel vragen, en staan onbevangen open voor iets nieuws. Men zegt soms dat kinderen hun ouders opvoeden. Wat kunnen wij dan van hen leren, nu zij nog kinderen zijn?

Dat is in de eerste plaats ontvankelijkheid:
Kinderen kunnen dankbaar ontvangen wat hun gegeven wordt. En ze zijn ook niet te trots om hun hand zonder enige gène open te houden. Ze voelen spontaan aan dat liefde puur een kwestie van geven en dus ook van krijgen is en dat die niet verdiend hoeft te worden.

Wat kunnen we nog van ze leren?
Dat is onbezorgd te zijn:
Kinderen weten en vertrouwen erop dat er voor hen gezorgd wordt en hoeven zich geen zorgen te maken over geld, kleding of eten. Zo kunnen ook wij al onze zorgen vertrouwvol in Gods handen leren te leggen.

Verder is dat een onvoorwaardelijke opstelling:
Kinderen stellen geen voorwaarden en hebben niet het gevoel dat ze aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen om geliefd te worden. Ook bij God geldt de regel dat je bij Jezus mag komen zoals je bent. Hij maakt dan nadien wel het beste in je los.

Kinderen zijn vaak ook onbevooroordeeld:
Kinderen kunnen nog onbevangen naar andere mensen kijken, zonder vooroordeel en ze zijn nog niet verzuurd. Ook Jezus leert ons af te oordelen of bevooroordeeld te zijn: iedereen mag voor Hem leven en krijgt alle kansen.

Kinderen zijn ook zeer leergierig:
Ze zijn als een onbeschreven blad. Ze staan open voor nieuwe dingen en inzichten. Ook bij Jezus gaat het erom dat we ons leven lang leerling blijven, nooit gearriveerd zijn.

En tenslotte is er hun overgave:
Kinderen willen klein zijn, verzetten zich soms groot te worden en beseffen uiteindelijk dat iemand anders het voor het zeggen heeft. Bij God betekent dat, dat we allemaal niets liever willen dan ons in alles te laten leiden door zijn Heilige Geest.



Ontvankelijkheid, onbezorgdheid, een onvoorwaardelijke opstelling, onbevooroordeeld te zijn, leergierigheid en overgave, we hebben al die kinderlijke eigenschappen nodig om ook geestelijk volwassen te worden. We zijn zo geneigd te denken dat dit infantiele, naieve eigenschappen zijn, dat enkel ons nuchter verstand alleen ons verder kan helpen. Jezus maant ons echter aan om ons gezond verstand te gebruiken en naast een dosis nuchterheid ook een soort tweede, hernieuwde kinderlijke naiëviteit aan te kweken.


Wij feliciteren van harte hierbij alle vaders en moeders, grootouders, peters en meters, nonkels en tantes, vrienden van deze families met deze kinderen. Het zijn niet alleen schatten van kinderen, ze bieden ons ook nog eens onvermoede schatten aan. Daarom is dit feest niet louter traditie en zonder al te veel inhoud. Het is een wissel op op de toekomst van ons allemaal. En die toekomst is het koninkrijk van God zelf, en dat begint met een hemel op aarde, een beetje zoals dit feest zelf!

donderdag 5 juni 2014

Deel ons verhaal


De jaarlijkse Impulsavond – dinsdag 3 juni - in Centrum Groenhove, Torhout geeft een inkijk, of zo je wilt een voorproef, een aperitief waar het, het volgend werkjaar in de parochies om te doen is. Na het jaarthema van de herbronning zetten we in 2014-2015 in op de evangelisatie. Beide aspecten van het christelijk leven zijn nauw met elkaar verbonden. We kunnen maar het evangelie bij mensen brengen als we zelf meer en meer van dat evangelie leven. Geen evangelisatie zonder herbronning. Maar ook het omgekeerde geldt: geen herbronning zonder verkondiging. Wie zich blijft voeden aan het evangelie, wie inzet op geloofsverdieping kan niet anders dan dat geloof ook willen delen. Waar het hart van vol is, loopt de mond van over, zegt de volksmond. “Deel Ons Verhaal”, klinkt het volgend werkjaar. Heel wat mogelijke initiatieven worden aangekaart: 'buurtgesprekken', 'jonge gezinnen op bezoek bij de bisschop', 'debatten met niet-kerkelijke partners' ...

Inspinazie ?!
Parallel blijft ook de samenvoeging van parochies of het vervellen van federaties tot nieuwe vitale pastorale eenheden cruciaal. Veranderingen wekken zowel enthousiasme als weerstanden. Een heel ontwapenende techniek om daar met veel geduld en humor mee om te gaan en er als vrijgestelden, teamleden en vrijwilligers door heen te spartelen, is improvisatietheater. Daarom werd op de Impulsavond voor de gelegenheid een beroep gedaan op Inspinazie. Met de hulp van het aanwezige publiek, aan de hand van opgeworpen trefwoorden worden bepaalde hete hangijzers via improvisatie in scene gebracht. Twee types pastoors worden bijvoorbeeld door de acteurs naar voren gebracht en tegen elkaar uitgespeeld. De ene is behoudsgezind, de ander is bepaald vooruitstrevend te noemen. Het publiek brengt vooraf de pro's en de contra's aan en het spel zit meteen op de wagen. Heel confronterend en grappig tegelijk! Eigenlijk gaat het over jezelf, wordt je een spiegel voorgehouden, waarin je jezelf zonder gêne kan uitlachen. Dat werkt heel bevrijdend. Zo passeren ook de teamleden en de parochianen-met-de-lastige-vragen en de heel precaire zorg voor de financies (de toegedekte en gekoesterde potjes) de revue.



Als Jozef bidt ...
Zelfs de aanwezige bisschop staat niet boven het krakeel en moet het zich laten welgevallen dat ook hij ongenadig mee door de molen wordt gehaald. Het veranderende kerklandschap is voor hem een bron van voortdurende onrust en zorg. Aangenomen mag worden dat het hem wel eens slapeloze nachten bezorgt of in het andere geval zelfs nachtmerries. De volgende scene wordt dan maar in gang gezet. De kerkvader begint zijn morgengebed en legt God een kwalijke droom voor. De twee acteurs moeten in hun spel rekening houden met volgende suggesties vanuit het publiek: een beroemd persoon (Bart De Wever), een niet alledaags gebruiksvoorwerp (een zeis) en een natuurfenomeen (de bliksem en een regenboog).
Om een lang verhaal kort te maken maakt God er Jozef op attent, dat hij er niet bepaald goed uitziet. Die begint stotterend zijn verhaal. Een steeds weerkerende droom die zijn ego streelt en waarbij de paus bij hem te biechte gaat, verandert van patroon en dat verwart hem. Hij weet niet of het iets met de verkiezingen te maken heeft, maar plots verschijnt het gezicht van Bart De Wever achter het schuifraam. God vindt dat schitterend en zegt: “Maar Jozef, dat is schoon, gij zijt de herder van de verloren schapen! Als Bart De Wever bij u te biechte komt, wil dat zeggen dat uw invloed zeer groot moet zijn en dat je goed bezig bent!” Maar wat moet hij dan met die vervaarlijke zeis waarmee hij zo wild en vernietigend tekeergaat? Maar ook hier ziet God in zijn alwetendheid direct klaar: “Maar Jozef, wat zijt gij een beetje kortzichtig, die zeis dient niet om dood en verderf te zaaien maar om het gewas te kortwieken opdat het later des te krachtiger zou opschieten. Zo is het ook met de Kerk.” Maar hoe zit het dan met die schrikwekkende bliksem? “Maar Jozef toch wat zijt gij toch traag van begrip, deel ons verhaal zegt gij, en ge snapt het zelf niet eens! Die bliksem staat voor het Pinkstervuur, de Geest die met veel gedruis door de Kerk raast en wanneer het stof neerdwarrelt verschijnt er een prachtige regenboog van hoop! Het is goed nieuws wat gij daar droomt, weet ge, straks ligt de ganse wereldkerk nog aan uw voeten!”



We kunnen niet zwijgen ... maar weten niet hoe te spreken
Het is niet omdat het zo simpel gebracht wordt of is, dat het eenvoudig is. We moeten erkennen dat vandaag over geloof spreken en van Jezus Christus te getuigen moeilijk is. Er leeft om allerlei redenen veel weerstand tegenover geloof en Kerk. Eeuwenlang werd het vanzelf van generatie op generatie doorgegeven. Nu dat automatisme er niet langer meer is, weten we niet goed hoe we geloof bij mensen kunnen oproepen. We voelen ons gauw machteloos, woordeloos. Bij verkondigen denken wij vooral aan spreken over het evangelie. Het kan vaak ook zonder woorden. Ook daden kunnen sprekend zijn. Het kan ook via gemeenschapsopbouw. Zo is de vorming van pastorale eenheden een oefening om elkaar beter te leren kennen als geloofsgenoten, nog meer dan als dorpsgenoten. Het kan ook door de liturgie en daarin de band met het leven sterker aan te halen.

Een nieuw begin
De Nederlandse schrijver Anto De Wit verwoordt alles wat hier voorafgaat heel kernachtig: “In het begin was er geen enkele christen. Toen werden allen christen, met als gevolg dat er opnieuw geen christenen meer waren. Dat werd het einde. Nu staan we weer aan het begin.”
Dat begin heeft twee grote uitdagingen: blijvende herbronning en met vallen en opstaan zoeken hoe we het evangelie vandaag bij mensen kunnen brengen. De jaarthemawerking 'Deel ons Verhaal' wil ons hierbij ondersteunen.