Pagina's

woensdag 28 augustus 2013

Noveen Sint-Cornelius



Door de eeuwen heen valt er heel wat te vertellen over de verering voor Sint-Corneel in Zandvoorde die zich telkenjare verdicht in de noveen van 16 tot 24 september. Aan de hand van het Liber Memorialis van de Sint.-Bartholomeusparochie schreef pastoor Valeer Cools in het Zonneheem 2003 nr. 3 er een boeiend verslag. Dit gedenkboek begint in 1903 en eindigt op 1 oktober 1914.

Men kan zich om te beginnen al de vraag stellen hoe dit boek de Eerste Wereldoorlog heeft overleefd. Ofwel heeft de pastoor het boek meegenomen op de vlucht, ofwel is het boek bewaard gebleven onder het puin. Het zou ook kunnen dat het door Duitse soldaten werd gevonden, meegenomen en ergens werd achtergelaten of afgegeven aan een pastoor achter het front of aan de deken van Menen want Zandvoorde behoorde toen nog tot de dekenij Menen.

Raadgevingen en vermaningen
De pastoor met het mooie handschrift in het bewuste boek was E. H. Joannes Mervillie. Hij werd geboren te Wontergem op 26 september1839. Hij was pastoor te Zandvoorde van 1890 tot het uitbreken van de oorlog in 1914. Hij stierf te Watou op 21 april 1916. Door de citaten heen kan men een idee van de persoonlijkheid van de dorpsherder vormen. Hij hield van orde en tucht en wilde vooral dat de 'vreemden' een 'goed gedacht' hadden van de Zandvoordenaars. Als pastoor had hij veel aandacht voor de voorbereiding van de kerkelijke diensten. Wanneer bijvoorbeeld de klokken moesten geluid worden. Op hoog- en feestdagen al van vijf uur in de morgen. Of wat er moest gezongen worden, wie vooraan moest zitten, hoe de beelden moesten versierd worden enzovoort enzovoort. Vooral rond de kermis en de noveen van de H. Cornelius laten de raadgevingen en de vermaningen van pastoor Mervillie niets aan de verbeelding over. Bij de noveen van 1905 lezen we:

“De parochianen en namelijk de plaatsenaars zullen binst de negen dagen trachten uit te schijnen in vriendelijken aantrek, in dienstwilligen iever, in rappe neerstigheid om de bedevaarders alhier toegestroomd, te bedienen, als 't nodig is, met alle gulhertigheid; hun alle gevraagde en nuttige inlichtingen te geven nopens statie - uur - of orde in de kerkelijke diensten. De inwoners zullen, meen ik, ook niet nalaten goede voorbeelden te geven, en namelijk de congreganisten, met iever de diensten bijwonen. Matig zijn en gemanierd in woorden en werken. De herbergiers zullen treffelijk huishouden, hunnen deuren sluiten tegen over alle wanorde, dronkenschap, ontucht, baldadigheden en al wat aanleiding zou kunnen geven tot zedelijke misbruiken gedoemd door der H. Kerk, afgekeurd bij God en bij treffelijke mensen.”

Het hervonden beeld van Sint-Cornelius
Van het oud-gepolychromeerd houten beeld van St.-Cornelius van 1665 wordt beweerd dat Emma Vandamme van de ijzerwinkel in Ten Brielen het samen met Marie Ghesquière en Yvonne Tytgat in 1915 uit de gedeeltelijk vernielde kerk heeft gehaald en verborgen in haar tuin. In 1919, bij de terugkeer van de vlucht, werd het beeld ongeschonden teruggevonden. In 1920 werd het beeld dan teruggeschonken aan de kerk van Zandvoorde en aan de goede zorgen van pastoor E.H. Ernest Nevejan toevertrouwd.
Tot zover het Liber Memorialis aangehaald door pastoor Valeer Cools.

Over de terugvinding van het St.-Corneliusbeeld doet nog een andere versie de ronde. Het beeld werd door de Duitse soldaten van onder uit het puin van de kerk gehaald en naar een nabij gelegen hoeve gebracht. Maar ook deze mensen moesten voor het oorlogsgeweld op de vlucht en lieten alles achter. Na de oorlog vond men het terug in een gracht tussen Zandvoorde en Komen-ten-Brielen. De staf en het kruisje op de tiara waren vernield.

In het verslagboek van de kerkraad wordt uiteindelijk vermeld dat de voorzitter den H. H. Sigiez het beeld en het oude altaar van Sint-Cornelius terug naar de parochie heeft gebracht, (Kerkraad 3 oktober 1920). Op 2 januari 1921 wordt dan beslist om het beeld te laten herstellen.

Verder is er een oude postkaart uit de jaren twintig bewaard gebleven. Bemerk de zilveren reliekhouder aan de voet van het beeld. Wij citeren de bijgaande tekst op de postkaart:

Het beeld dagteekent van de jaren 1600; verdween tijdens den grooten oorlog; werd erna teruggevonden in de loopgrachten en bij brave menschen in bewaring genomen. In September-maand 1920 naar Zandvoorde teruggebracht en door de zorgen van E.H. Nevejan pastoor, prachtig hersteld ...

Pastoor Ernest Nevejan werd te Zandvoorde benoemd in 1920 en is de uitgever van deze postkaart. Het eikenhouten gepolychromeerd beeld is één meter hoog en werd hersteld in het atelier Bressers te Gent. Het wordt meestal gedateerd 1665, sommigen iets later 1685.

Guido Vermeulen
(De volksdevotie tot Sint-Cornelius en het kerkmeubilair, Zonnebeke 2012)

PROGRAMMA 2013

Maandag 16 september
begin van de noveen,
jaargetijde om 9.00 u.
met uitdeling van gedachtenissen
Woensdag 18 september
kinderzegen om 15.00 u.
Donderdag 19 september
Eucharistieviering om 15.00 u.
voor zieken en bejaarden
Daarna koffie en koekenbrood in het OC Santforde.
Zondag 22 september
Eucharistieviering om 9.00 u.
verzorgd door het West-Vlaams accordeonorkest
o.l.v. Rik Rabaey.
Zegen met de Relikwie van St. Cornelius.
Maandag 23 september
Einde van de noveen
Eucharistieviering om 18.00 u.
met herdenking van de sterfdatum van de H. P. Pio.
Zegen met de Relikwie van St. Cornelius.



woensdag 21 augustus 2013

Mariahulde

of hoe elk geluk klein begint


Op donderdag 15 augustus – het feest van Maria-tenhemelopneming – vond aan het kapelletje van Onze Lieve Vrouw van Lourdes, beheerd door de familie Borry, op de Westhoek-Zonnebeke (splitsing Grote Molenstraat en Nonnenbossenstraat), nu al voor de twintigste keer een Mariahulde plaats. Een viering in openlucht voor een kleine tweehonderd gelovigen, gedragen door gebed, zang en bezinning, bezield voorgegaan door Lieve Borry en afgerond door een vijfvoudige priesterlijke zegen. In zijn homilie wees priester Michel Goeman er op dat Maria in al haar eenvoud in alles naar Jezus verwijst en dat het geluk ook zo geboren wordt.


Elk jaar en vooral in de zomermaanden trekken duizenden pelgrims naar Lourdes. Dit dorpje aan de voet van de Pyreneeën is uitgegroeid tot een indrukwekkende bedevaartplaats waar zieken en gezonden, jongeren en volwassenen zich zonder onderscheid van rang of stand en zonder schroom zich massaal rond Maria komen scharen. Zij blijft tot op vandaag voor velen een toevlucht, een houvast.


Wanneer je als gelovige het Lourdesgebeuren meemaakt dan treft het hoezeer de lijdende en verrezen Christus daar in het midden staat. Niet zichzelf maar haar zoon wil ze op de eerste plaats. Hem mag je er ontmoeten in de dagelijkse eucharistieviering en in het sacrament van de verzoening. Onder Maria's beeld in de grot staat immers het altaar. Hij is het die zieken en bejaarden sterkt in de ziekenzalving. Hij is het ware licht dat 's avonds in processie in honderden kaarsen wordt rondgedragen. Die nederigheid van hart kenmerkte haar hele leven en dat is tot op vandaag niet anders. Omwille van haar eenvoud hebben vele generaties haar sindsdien uit eerbied en geloof de hemel ingeprezen, hebben ze haar met allerlei eretitels overladen. Zij verwierf zo de status van 'koningin van de hemel' die er in volle glorie troont naast de Heer. De Kerk is de mensen in die devotie schoorvoetend gevolgd. Wellicht uit voorzichtigheid omdat die verheven majesteit in wezen helemaal niet strookt met haar ware aard. In de Evangelies en de Handelingen leren we haar juist kennen als een heel nabije vrouw, die opvallend aanwezig is op de momenten die er echt toe doen in een mensenleven. Zij is de eerste getuige van wat God in Jezus mogelijk maakte en zo is ze bij uitstek het best geplaatst om ons naar Hem toe te leiden.


Dat begrijpen we niet altijd. De ervaring leert ons echter dat we in het leven pas later goed gaan beseffen hoe belangrijk sommige mensen wel voor ons waren. En hoe zij ons op weg door het leven hielpen. Hoe wij gaandeweg hun manier van denken en doen ons eigen hebben gemaakt en er ons voordeel mee hebben gedaan. Hoe we ons bijvoorbeeld – bewust of onbewust – gespiegeld hebben aan onze ouders en hoe ook wij onszelf met tijd weerspiegeld mogen zien in onze kinderen. Hoe meer we ons tot Maria richten hoe groter ook de kans dat haar eenvoud, zorg en goedheid zich ook op grootse wijze in ons gaan verwerkelijken. En dat is dan nog in de eerste plaats – zoals bij haar – ook Gods werk. Hij ziet onze kleinheid en kan er grote dingen mee doen als we ons tenminste door Hem willen laten doen. Maar die opperste zaligheid die wij haar toedichten toont aan welk geluk ook ons uiteindelijk ten deel kan vallen als we ons net zoals zij ons leven op haar Zoon willen afstemmen.


In ons geloof is Maria in de eerste plaats een toeverlaat voor mensen die zich kwetsbaar weten. Zelfs voor mensen die in de officiële Kerk nauwelijks of niet gehoord worden. Bedevaartplaatsen en Mariakapelletjes kennen over het algemeen een grotere toeloop dan de zondagse eucharistievieringen. Met het aansteken van een kaars en het uitspreken van een gebed voelen ze zich door Maria meer begrepen dan anders in de Kerk. Ze weten dat Maria met begrip en ontferming luistert naar wat er leeft diep in hun hart ook al is dat niet altijd fraai om mee naar buiten te komen.


Maar wat kunnen we nu verkrijgen als we ons in gebed tot haar willen richten?
Vele mensen komen vaak bedrogen uit in hun verwachtingen omdat ze gewoon de juiste dingen niet vragen en zo denken dat ze niet verhoord worden. Zaken die uiteindelijk niet bijdragen tot waarachtig geluk. Materiële welvaart en zelfs een goede gezondheid brengen ons wel comfort maar zijn uiteindelijk niet het hoogste goed. We moeten Maria onze eigenste geluksrecepten niet voorschrijven. We mogen haar wel vragen om geluk en daarbij vooral het welzijn van onze man of vrouw, kinderen, familieleden of wie dan ook vooropstellen. En het geluk schuilt vaak in een klein hoekje. Geluk is vooral weten zelf alles gedaan te hebben wat je kon en af en toe te mogen ervaren dat iemand daarvoor verrassend uit dat hoekje kwam met een gemeende dank-u-wel. Die momenten zijn vaak onbetaalbaar. In het dagelijkse leven verwijzen kleine attenties vaak meer naar Jezus dan bevlogen sermoenen. Dat is bij uitstek en boven alles uit 'mariaal'.




dinsdag 13 augustus 2013

Pastorale eenheid in de steigers



In onze landelijke gemeenten torenen onze kerkgebouwen er bovenuit. Ze drukken hun stempel op de omgeving. Het zijn bakens aan de horizon en ze horen bij het dorp. Een kerk is meer dan zomaar een kerk. Ze zijn niet onderling inwisselbaar. Je kan je bijvoorbeeld de kerk van Beselare moeilijk voorstellen in Passendale en omgekeerd. Het dorp zou het dorp niet meer zijn. Ze behoren tot het erfgoed al wordt het bijvoeglijk naamwoord daarvan 'kerkelijk' of 'religieus' stilaan naar de marge verdrongen. Desondanks vindt men ze waardevol. Daarom staan ze op gezette tijden in de steigers voor restauratie- of renovatiewerken. De kerk van Zonnebeke wordt bijvoorbeeld de eerste moderne kerk van het land genoemd en in de eerste plaats daarom mag de instandhouding wat kosten.

TERUG NAAR DE BRON
Gebouwen zijn aan erosie en verval onderhevig. Ook (gelovige) gemeenschappen, maatschappijen, bedrijven, verenigingen, instanties en partijen ontsnappen daar niet aan. Willen ze overleven dan moeten ze zich aanpassen, evolueren of zichzelf heruitvinden, 'back to basics'. Dat denkwerk is in kerkelijke middens min of meer achter de rug. De bisschop tekende de krijtlijnen voor de nieuwe parochie. Hij noemde ze een 'pastorale eenheid'. En we kunnen onmogelijk lijdzaam aan die zij- of krijtlijnen blijven staan en het veld niet betreden en doen alsof er niets aan de hand is. Er moet gehandeld worden.

Concreet betekent dat er een pastorale-eenheid-in-wording in de steigers komt te staan, de Sint-Augustinusparochie met verspreid over z'n grondgebied vijf parochiekernen: Sint-Martinus Beselare, Sint-Margaretha Geluveld, Sint-Audomarus Passendale, Sint-Bartholomeus Zandvoorde en Onze-Lieve-Vrouw Zonnebeke. Het startschot is gegeven, de kogel gaat door de kerk maar die moet nog een lang traject volgen. Voor we kunnen landen moet nog heel wat uitgeklaard en geactiveerd worden. Het totale plaatje moet immers kloppen. We voorzien een overgangsperiode van twee jaar. In die tijd zullen de vrijgestelden (de pastoors en de diaken) samen met de andere leden van een uitgebreide Federale Stuurgroep, volgens een vooropgezet plan, het huidige parochiale landschap evalueren en de nodige initiatieven nemen om er één vitale parochie-met-vijf-kernen van te maken. Diaken Geert Vervaecke, moderator van de diocesane dienst voor parochiepastoraal zal ons daarin sturen.

ZAAIER – HERDER – GASTHEER
Stellen we ons daarbij bescheiden op als een 'gemeenschap van leerlingen' als volgelingen van Jezus. Wat is daar voor nodig? Hoe deed Hij dat, Kerk-vormen?
Hij benaderde en verzamelde z'n leerlingen in grotere en kleinere, open kringen. Tussen de buitenkring en de binnenkring laat Hij vele schakeringen toe. Soms handelt Hij als een zaaier (verkondiging – catechese – het geloof leren), dan weer als een herder (zorg – diaconie – elkaar in geloof dienen), of dan weer als een gastheer (viering – liturgie – samen het geloof vieren). Als zaaier is hij niet kieskeurig maar kwistig en breed, als herder laat hij niemand verloren gaan, elk schap telt, als gastheer laat hij zich ten diepste kennen in woord en daad. Jezus en zijn leerlingen zijn nabij, eenvoudig en sluiten niemand uit. Dat is hun meerwaarde en zo onderscheiden zij zich van hun omgeving.

Uit het optreden van Jezus en zijn leerlingen zijn in navolging onze parochies geboren.
Iedere parochie trachtte er te zijn 'voor alles (catechese, liturgie, diaconie) en voor allen'. Toendertijd vond je in de gemeente, die met de parochie samenviel, ook vaak al het andere om van te leven: werk, voedsel, kleding, allerlei benodigdheden, administratie, basisonderwijs, medische verzorging, een levenspartner en vertier ...). Alleen leven mensen vandaag niet meer in kleinschalige gemeenschappen als vroeger. Door de schaalvergroting verplaatsen de meeste mensen zich zowat dagelijks voor zowat alles en nog wat in bredere kringen. Zo behoren ook onze dorpen al minstens veertig jaar tot één grote fusiegemeente. Jonge mensen weten zelfs van niet beter en malen er ook niet om. De oude vertrouwde manier van samenleven hebben zij nooit gekend. Zo is het leven nu. Niettemin blijven ook zij, net als de ouderen gehecht aan de plaats waar zij wonen, maar waar zij zelden nog werken, winkelen of uitgaan. Ook verlangen gelovigen ernaar om dichtbij huis in een vertrouwd kerkgebouw te kunnen vieren en bidden.

Het probleem is echter dat de gelovige praktijk keldert. Niet elke inwoner is nog parochiaan of handelt er nog naar. Daaruit volgt ook dat het animo, de bereidheid, de bekwaamheid en de interesse om zich als geëngageerde gelovige in te zetten uitzonderlijk wordt. Het aantal medewerkers en beschikbare voorgangers neemt af of vergrijst vlug en de levensvatbaarheid van de huidige parochies balanceert op het randje. Ze slagen er steeds minder in om het principe 'alles voor allen' binnen hun huidige territorium te realiseren. De geloofsoverdracht gebeurt niet meer vanzelf en heel wat diaconale initiatieven voltrekken zich niet meer binnen het traditionele kerkelijke circuit. ('Kom op tegen kanker', 'Het glazen huis', …) De diocesane betrokkenheid, het opnemen van impulsen en het volgen van vorming en opleiding zijn er te dikwijls teveel aan. Zelfs waar dat nog niet helemaal het geval lijkt, kan dat met het wegvallen van enkele sleutelfiguren snel veranderen. Het is duidelijk dat de parochies het op hun eentje niet meer kunnen rooien. Daarom dringt een nieuwe aanpak zich op. Zoals de meeste facetten van het dagelijkse leven zich nu afspelen op een dubbele schaal (dorp – gemeente of stad) moet ook de kerk zich vandaag organiseren met een aantrekkelijk project die recht doet aan Christus' zending van de Kerk.

Federaties brachten op dit vlak niet echt soelaas maar schepten wel toenadering tussen medewerkers onderling en inzicht in mogelijkheden en potentieel. Met die ervaring kan ingezet worden op de vorming van een pastorale eenheid. Bij federaties ging het om een samenwerking van parochies, bij een federale eenheid om een gemeenschappelijke werking van parochies die opgaan in een nieuw te vormen parochie met meerdere parochiekernen. De uitdaging wordt om de beschikbare middelen en mensen gerichter in te zetten voor de opdrachten die er werkelijk toe doen (liturgie, diaconie en catechese). Enerzijds om een nieuwe, volwaardige parochie neer te zetten met een kwalitatief aanbod op vlak van liturgie, catechese in de brede zin van het woord en de diaconie. Anderzijds om de Kerk ter plaatse toch dicht bij de mensen te houden.


vrijdag 9 augustus 2013

Romebedevaart acolieten

GEVONDEN, VERBONDEN, GEZONDEN

Onder dit thema, trokken opnieuw meer dan vijftig West-Vlaamse acolieten en begeleiders op bedevaart naar Rome. De werkgroep acolitaat bisdom Brugge stelt tevreden vast dat deze tweejaarlijkse diocesane Romebedevaart een begrip geworden is bij jongeren vanaf het derde jaar middelbaar onderwijs. Uit vele parochies hadden ze zich voor deze tiendaagse trip ingeschreven uit Avelgem, Beernem, Beselare (Justine Deleu), Diksmuide, Eernegem, Gullegem, Harelbeke, Heule, Izegem, Knokke-Heist, Koolskamp, Kortrijk, Langemark, Lendelede, Lo-Reninge, Poperinge, Menen, Pittem, Rekkem, Tielt, Vladslo, Waregem, Zande (Koekelare)en Zandvoorde (Charlotte en Sophie Iserbyt).

Het programma was opnieuw heel gevarieerd. De acolieten zijn een stukje in de sporen getreden van Petrus en Paulus, van Franciscus van Assisi en van de Heilige Clara. Ze brachten een bezoek aan Catharina in Siena (in Rome begraven) en ook aan Venetië, waar ze kennis maakten met de evangelist en apostel 'San Marco'.

Ontmoeting Paus Franciscus
Een duidelijk hoogtepunt van de reis was de nabije ontmoeting met paus Franciscus. Vier dagen lang waren zesduizend novicen en seminaristen uit de hele wereld, in het jaar van het geloof, samen in Rome. Zondag 7 juli mochten we samen met hen de eucharistie vieren in de Sint-Pietersbasiliek te Rome, met als voorganger paus Franciscus. Al wie een 'roeping' of 'zending' had in de Kerk, mocht deze eucharistieviering volgen. De paus wandelde zowel in de intrede- als in de slotprocessie, rustig door de middengang van de basiliek en begroette er op het eind van de viering de vele aanwezigen, waaronder ook onze misdienaarsgroep. Wat de jongeren gedurende de eucharistieviering bijzonder aansprak, was het gedragen zingen van het gregoriaanse Kyriale en het Onze Vader. Ook de aanwezigheid van zovele jonge novicen en seminaristen was een warm teken dat de Geest nog steeds heel actief werkzaam is in onze kerkgemeenschap. Bij het wachten om de Sint-Pietersbasiliek binnen te mogen gaan, spraken we met mensen uit werkelijk alle werelddelen. Uit de homilie onthouden de misdienaars vooral deze inspirerende zin van paus Franciscus:
“De verspreiding van het Evangelie wordt niet verzekerd door het aantal personen, noch door het aanzien van het instituut, noch door de hoeveel beschikbare middelen. Wat telt, is doordrongen zijn van de liefde van Christus, zich door de Heilige Geest laten leiden en zijn leven enten op de levensboom, het kruis van de Heer”.

Bij het Angelusgebed na de eucharistieviering las paus Franciscus niet alleen zijn voorbereide toespraak voor. Ook maakte hij tussendoor enkele spontane opmerkingen in een ongecompliceerde en spontane stijl. Zijn opmerkingen en humor vielen goed bij de aanwezigen op het Sint-Pietersplein. Velen lachten en juichten. Hij sprak alleen Italiaans, beginnend met Buon giorno (goedendag) en eindigend met Buon pranzo, waarmee hij de aanwezigen een goede lunch wenste.
Zijn voorgangers spraken de gelovigen altijd in verscheidene talen toe.
Na het mariaal middaggebed hoopten we onze groep vermeld te horen, doch er waren delegaties uit te veel landen aanwezig. Hij vermeldde de jongeren uit Rome die samen met paus Franciscus naar de wereldjongerendagen trekken. Uiteindelijk noemde hij ons bisdom niet maar besloot hij zo: “Ik richt mijn heel hartelijke groet aan u allen, dierbare gelovigen van Rome en vele pelgrims ! Aan U allen: moge de Maagd Maria U allen vergezellen op jullie weg. Ik wens jullie allemaal een goede zondag! Goede lunch! Tot ziens.”

Onder begeleiding van een ervaren team begeleiders baanden we ons vlot een weg door het drukke Rome en konden we zelfs eens ’s middags genieten van een pizza uit het vuistje op de Piazza Navona. Aan de hand van een boeiende kwis bezochten we Vaticaanstad en de St.-Pietersbasiliek. Rome is ook de stad van de Paus en ook het centrum van de wereldkerk. Priester Gaby Quicke uit ons bisdom, die thans in Rome werkzaam is, als staflid van de Pauselijke raad voor de bevordering van de Eenheid onder de Christenen, bracht een leerrijke getuigenis. Onder andere zijn bezoek aan Libanon en zijn kennismaking met christenen in de Arabische wereld via de studie van de islam en de Arabische taal kon de jongeren sterk boeien.



Assisi bracht - na het drukke Rome - de nodige rust en we konden er genieten van heerlijke panorama’s en de zin van het Zonnelied midden dit mooi ongerept natuurgebied. ’s Middags hadden we een heel boeiende ontmoeting met de gekende nederlandse Franciscaan Loek Bosh. Na een unieke bergtocht hadden we een sterk bezinnend moment met doorschuifsysteem in de bossen van de carceri.

Via Siena, werd het dan echt vakantie, in ons verblijf aan zee in Lido di Jesolo nabij Venetië. We vierden er ook eucharistie op het strand. Met een boottocht vanuit Punta Sabbioni bereikten we San Marco. Met een wandeling en wat vrije tijd genoten we ten volle van het heerlijke Venetië.

Op de terugweg naar België hielden we nog even halt in Verona, met een bezoek aan de arena en het balkon van Romeo en Julia en... natuurlijk wat tijd voor een afsluitende 'gelato' !

Het werd een prachtig geslaagde bedevaartreis, vooreerst omdat ze ook door de jongeren zelf en begeleiders samen werd voorbereid. We voelden er ons ook gevonden, verbonden, gezonden door onze goede God. Over de grenzen van de parochies heen ontstond er vriendschap en bemoedigend enthousiasme in de groep. De kerk heeft dit enthousiasme en vreugde van zoveel jongeren broodnodig. Moge dit enthousiasme in het komend school- en werkjaar verder aanwakkeren en doorgegeven worden aan anderen.

In Gullegem volgt er in oktober nog een terugkom-moment.

Van 10 tot 15 juli 2014 staat reeds een volgende bedevaartreis op het programma georganiseerd door de diocesane acolietenwerking in ons bisdom. Dan trekken we met acolieten vanaf 2e jaar secundair onderwijs naar Lourdes. Een aangename kennismaking voor jongeren met Lourdes, maar uiteraard ook met de heel mooie omgeving aldaar (Pic du Jer, Gavarnie, Bois de Lourdes...). Een aanrader om nu reeds vrij te houden in de agenda. 

Nieuw Passchendaele bier

Naar aanleiding van de herdenking van 100 jaar Groote Oorlog, heeft brouwerij Van Honsebrouck uit Ingelmustner een uitzonderlijk bier gebrouwen: de 'Passchendaele'. Dit bier verwijst naar de derde slag van Ieper, beter bekend als de Slag van Passendale of Passchendaele. Deze bloedige veldslag werd in 1917 uitgevochten door enerzijds Britse, Australische, Nieuw-Zeelandse (ANZAC) en Canadese troepen en het Duitse leger anderzijds. In een periode van 4 maanden verloren beide zijden maar liefst 450 000 man.

'Passchendaele' is een heerlijke, blonde dorstlesser van hoge gisting met toch met een laag alcoholgehalte (5.2 Vol.). Hij dankt zijn pittige afdronk aan een blend van geselecteerde Belgische hop, gekweekt in de frontstreek zelf. ‘Passchendaele’ is afgevuld in een typisch Engelse halve literfles en wordt geschonken in een Engelse 'pint' van 50 cl. of een 'half pint' van 25 cl., dit ter nagedachtenis van de duizenden, dappere jonge mannen uit Groot-Brittannië, Australië, Nieuw Zeeland en Canada die hier het leven hebben gelaten.
De fles en de 'pint' dragen het logo van het 'Memorial Passchendaele Museum 1917' en de klaproos of poppy, 

wederom ter herdenking aan alle gesneuvelden in 'Flanders fields'.
Een deel van de opbrengst wordt aan de gemeente Zonnebeke geschonken, om bij te dragen in het onderhoud van zijn oorlogsmonumenten.

Passchendaele is op fles verkrijgbaar vanaf januari 2014 in de grootdistributie en de betere drankenhandel. U kan er echter nu reeds van genieten, in de betere horecazaken, vooral in de frontstreek, waar hij van het vat wordt getapt. Op het etiket staat te lezen: “When opening a bottle of Passchendaele, please hold a minute of silence to commemorate those who fell on the battlefield”.
Proost!


donderdag 1 augustus 2013

The Legacy of Passchendaele

Vlaams minister van Toerisme Geert Bourgeois opende op vrijdag 12 juli de nieuwe museumvleugel van het Memorial Museum Passchendaele 1917 in Zonnebeke. Absolute blikvanger is het netwerk van Duitse en Britse loopgraven in openlucht, de zogenaamde ‘dug-outs’. Dit project is onderdeel van het masterplan 'The Legacy of Passchendaele'. “Met 'The Legacy of Passchendaele' realiseert de gemeente Zonnebeke tal van initiatieven in het kader van de herdenking van '100 jaar Groote Oorlog',” aldus de minister. Bedoeling is eerder gerealiseerde projecten, zoals het bezoekerscentrum van Tyne Cot Cemetery en het Memorial Museum Passchendaele op te nemen in een groter geheel. Dat kan gebeuren met de ontsluiting van de omliggende parken om te komen tot een Memorial Park, wandellussen, enz., zodat het museum ook echt de brug legt naar het landschap als laatste getuige. Daarmee is kous nog niet af. De legacy of de nalatenschap van de Groote Oorlog reikt nog veel verder ...

Gott mit uns
Tijdens het heropeningsweekend van 13-14 juli kon je in het kasteelpark je vergapen aan verschillende zogenaamde re-enactors. Re-enactors (her-opvoerders) zijn mensen die veelal in groepsverband als vrijetijdsbesteding een bepaalde periode van de geschiedenis weer tot leven brengen in (authentieke) kostuums of uniformen, attributen, optredens en dagelijkse handelingen van toen. Leven en overleven, daar was het de soldaat in de Eerste Wereldoorlog om te doen. Hoe geraak ik levend uit deze hel van modder, scherven, lood en vuur? Velen zochten daarvoor soelaas in hun geloof. De velddienst op zondag was een van die momenten om even het inferno achter zich te laten en de moraal op te krikken. Jammer genoeg werd religie ook gebruikt om de oorlogsmachine te blijven smeren en om gelovigen verder tegen elkaar op te zetten. De schaamteloze leuze als 'Gott mit Uns' getuigt daar van. In dit perspectief greep op zondag 14 juli een velddienst plaats. En hoewel die bijgewoond werd door tal van re-enactors oversteeg het gebeuren duidelijk het niveau van re-enacting. Het is immers een zinvolle gelegenheid om de slachtoffers van die wereldbrand te herinneren, om hun namen te laten klinken, te eren en te hopen dat ze allen bij de Heer zijn thuisgekomen, want zoals op vele zerken gegrift staat, zijn hun namen enkel bij God gekend. Een ogenblik ook om te bidden dat de vele inspanningen en bijdragen tot vrede 'blijvend' gestalte mogen krijgen. Dat de inzet van zovelen, die bereid waren en dat nog zijn, om het beste van zichzelf te geven, ook werkelijk wereldwijd naar vrede zou leiden. Voor een Kerk-in-crisis is het echter verre van evident om zonder gêne en met moreel gezag te spreken over goed en kwaad. Maar geloven, Christus volgen, is nog nooit vanzelfsprekend geweest en doet ons pijnlijk beseffen dat het christendom eigenlijk nog in z'n kinderschoenen staat. Daarom hoeven we ons christen-zijn straks niet te 're-enacten' in het museum, want we zijn nog niet verder geraakt dan het schuchtere 'pre-acten', vallen en opstaan.



Een appelboom van de hoop
Catastrofen horen blijkbaar bij het leven, ook in de persoonlijke levenssfeer en de geschiedenis spreekt dat niet tegen, integendeel. En toch wil het evangelie ons geruststellen.
“Geen haar van uw hoofd zal verloren gaan,” horen wij. We kunnen onze onrust en angst relativeren of zelfs overwinnen door 'getuigenis te geven' en door 'standvastigheid', staat er te lezen. De troost van het evangelie is zelfs niet dat er ooit wel 'betere tijden' zullen komen.
Dat het ooit een 'hemel op aarde' wordt. Dat het allemaal wel goed komt. Jezus is daarom nog geen onheilsprofeet of doemdenker, maar hij vluchtte ook de realiteit van het lijden niet, ook het zijne ging Hij niet uit de weg. Hij ging er overal middenin staan. Jezus vrijwaart ons niet voor lijden en dood. Hij gaat het wel te lijf en hij wil er ons wel in sterken en steunen. Hij trekt ons telkens terug in het concrete leven van iedere dag. Hij zet ons met beide voeten op de grond. Want het leven speelt zich hier en nu af. Maarten Luther zei eens in dit verband:
“Als ik zou horen dat morgen de wereld zou vergaan, zou ik vandaag nog een appelboom planten.” Ook hij liet zich dus niet afschrikken door zwartkijkers. Hij wou in elke situatie voluit leven. Ergens in het evangelie wordt gezegd dat iedere dag genoeg heeft aan zichzelf.
We leven ons leven met alle lief en leed inderdaad nu, vandaag. Dat leven nu beleven, nu ervaren, is het allerbelangrijkste. Daar moet al onze kracht, al onze moed, al ons geloof, al onze liefde blijvend naar uitgaan. Zo kunnen we veel ten goede keren. Natuurlijk mogen we rampspoed, en al het onheil en de catastrofen die mensen treffen, niet minimaliseren. Het zou erg zijn als wij het afschuwelijk lijden van massa's mensen niet meer ernstig zouden nemen,
als het ons niet zou raken of als we ons persoonlijk lijden zouden aangrijpen om heldhaftig (heilig!) over te komen of om de martelaar of het slachtoffer uit te hangen. Iedere vorm van dolorisme, dat is het zoeken of ophemelen van lijden is niet evangelisch.
Maar als het moeilijk gaat, laten we dan figuurlijk de appelboom van de hoop planten. En de uren van deze moeilijke dag zo zinvol mogelijk beleven. Het gaat erom in tijden van lijden
persoonlijk en wereldwijd, stand te houden in ons geloof. Vast te houden aan dat ijzersterke visioen dat God ons, ondanks alles, in liefde draagt. Dat geloof, in de betekenis van vertrouwen, overgave en hoop. Dat geloof dat volgens de profeet Jesaja zwaarden tot ploegscharen omsmeedt en speren tot snoeimessen, zodat geen enkel volk nog het zwaard zal opheffen tegen een ander volk, en dat zij de oorlog niet meer zullen leren.




Gambianen in Zonnebeke


Maandag 22 juli, kwamen drie Gambianen aan in Zonnebeke. Zij zijn hier op uitnodiging van de gemeente Zonnebeke die een jeugdwerkproject lopen heeft met een aantal Gambiaanse partners. Vorig jaar trokken zes jongeren uit Zonnebeke naar Gambia en hielpen daar mee een zomerkamp opzetten. Nu is het de beurt aan Mohamed, Edjatou en Fatoumata om in Zonnebeke een maand mee te draaien in het jeugdwerk, o.a. op kamp met Chiro Zonnezee en daarna meehelpen op Speelplein Klabetter in Passendale. Overnachten doen ze in een gastgezin in Beselare.
Op de foto’s zie je van links naar rechts: Sonja Hauspie (Noord-Zuid Zonnebeke), Muhammed (leraar in The Swallow), Kimberly Verbrugghe (Speelplein Klabetter en vorig jaar één van de Gambiagangers), Fatoumatta (scoutsbeweging Gambia), Luk Hoflack (schepen jeugd en internationale samenwerking Zonnebeke), Ejatou (verpleegster in een psychiatrisch centrum) en Stijn Dujardin (jeugddienst Zonnebeke).