Pagina's

woensdag 27 november 2013

Een geest van vreugde en kracht


Ter gelegenheid van de afsluit van het jaar van het geloof (2012-2013) dat door Paus Benedictus XVI werd afgekondigd, drukken we hier met Christus Koning, het einde van het kerkelijk jaar, de 'Brief van de Bisschoppen van België' af. Het lezen meer dan waard! Een fraai geïllustreerde uitgave ervan vind je wellicht nog terug in de infohoek van je parochiekerk. Een commentaar hierop van onze bisschop Jozef De Kesel kon je al lezen links bovenaan op pagina 6 van Kerk&leven, editie 47 van 20 november.

“Het Tweede Vaticaans Concilie was een mooi werk
van de heilige Geest. Maar hebben we alles uitgevoerd wat de Geest in het Concilie tot ons heeft gezegd?” (Paus Franciscus)

Zusters en broeders,
het geloof is een gave, een levende gave die we ontvangen bij ons doopsel. Voor iedere christen en voor heel de Kerk is het geloof een bron van levensmoed en van vreugde. Het Jaar van het Geloof, dat we zopas vierden, gaf aan ons geloof een nieuw elan en meer diepgang. Twee gebeurtenissen hebben mee de toon gezet: de 50ste verjaardag van de opening van het Tweede Vaticaans Concilie en de verkiezing van paus Franciscus.

“Een atheïstisch milieu is gunstig voor onze eigen bekering” (Madeleine Delbrêl)

Een getuige uit de 20ste eeuw
Een doorleefd geloofsgetuigenis werkt aanstekelijk. Zo bijvoorbeeld het getuigenis van Madeleine Delbrêl, die leefde in de 20ste eeuw in Frankrijk. Als jong meisje is ze een overtuigde atheïste. Op haar negentiende maakt ze aan de universiteit in Parijs kennis met het geloof, via haar vriend. Ze leert bidden en leest in de Bijbel. Ze kiest ervoor om te wonen en te werken in een buurt van industriearbeiders. Het ongeloof in haar omgeving maakt haar niet opstandig of neerslachtig; het versterkt en verlevendigt haar geloof. Zij beleeft deze omgeving als een kans om zelf de verfrissende nieuwheid van het evangelie te ontdekken. De vreugde en hoop, de droefheid en angst van haar tijdgenoten (Madeleine Delbrêl) raken Madeleine. Ze beluistert erin de stem van de Heer.

Mens en christen zijn vandaag
Vandaag, aan het begin van de 21ste eeuw, is de wereld nog steeds in volle beweging en beroering. De wereld is een groot dorp geworden. Bij velen leeft opnieuw angst en onzekerheid voor de toekomst. Er worden indringende vragen gesteld: Waarom vechten voor de kwaliteit van het leven of voor het gekwetste leven? Waarom iemand helpen, zomaar gratuit, zonder iets terug te vragen? “Waarom je toevertrouwen aan een ander, waarom huwen? Wat is de toekomst van onze planeet en van de mens? En wat heeft God hiermee te maken? Waar of hoe kun je Hem ontmoeten?”

“Vreugde en hoop, verdriet en angst van de mensen van vandaag, vooral van de armen en van hen die, hoe ook, te lijden hebben, zijn evenzeer de vreugde en de hoop, het verdriet en de angst van Christus' leerlingen.” (Vaticanum II, De kerk in de wereld van deze tijd, 1)

Het verlangen naar geluk
Bij veel van onze tijdgenoten leven deze vragen. We moeten ze niet ontwijken, maar erop ingaan en ze doorléven. Door samen na te denken over deze grondvragen - met gelovigen en ongelovigen - komen we het onstuitbare verlangen naar geluk en vrede van ieder mens op het spoor. Is dit verlangen niet de vonk die God zelf in ieder van ons heeft neergelegd? Waarom zouden we dan niet luisteren naar zijn Woord en naar de antwoorden die de Schrift ons aanreikt?

“Ik ben gekomen opdat ze leven mogen bezitten, en wel in overvloed” (Johannesevangelie 10,10)

Groeien in geloof
De heilige Schrift is het Woord van de levende God. Wij mogen het beluisteren met ons hart. Bijbellezing en liturgie bieden ons het meest kostbare aan: de aanwezigheid van Jezus en de ontmoeting met Hem. Ze helpen ons groeien in geloof en in christelijke volwassenheid.

“Jezus ontmoeten als de Waarheid in onze wereld? Alleen een biddende lezing van de Schrift brengt mij tot een persoonlijke relatie met Hem. Zo kan zijn Geest leven geven. Zo kan Jezus - de Zoon - ons brengen tot de Vader. Zo kan Gods liefde ons leven grondig veranderen. Geloof wordt ervaring. En wij getuigen." (Abt Lode Van Hecke, Orval)

Het geloof kijkt niet alleen naar Christus, maar kijkt vanuit het gezichtspunt van Jezus, met zijn ogen: het is deel hebben aan zijn manier van zien." (Lumen fidei, 18)

Eenvoud en broederlijkheid
De aanwezigheid van Jezus komt nog het duidelijkst aan het licht in een evangelische levensstijl, gekenmerkt door eenvoud en broederlijkheid. Jezus' aanwezigheid is als een licht op de berg. Zij maakt en markeert een verschil met de heersende mentaliteit. Is dat evangelische verschil niet het beste antwoord op de onverschilligheid die ons omgeeft en soms verlamt?

“Laat het ons niet vergeten: de onverschilligheid neemt toe naarmate het verschil verdwijnt.” (Enzo Bianchi)

De gave van de hoop
Het schoonste verschil dat wij als leerlingen van Jezus kunnen neerzetten, komt voort uit het geschenk van de hoop. Het raakt aan de kern van de Blijde Boodschap: Gods liefde is sterker dan alle dood, kwaad en angst. Te midden van de onzekerheid in onze samenleving mogen wij vertrouwen op God. Hij deed Jezus verrijzen en sloeg een bres in de dikste muren van wanhoop en twijfel. Tegenover de aarzeling van onze tijd willen wij getuigen van de hoop die in ons leeft.

“Er is altijd hoop. Vandaag heeft de Kerk in het Westen de unieke kans om haar boodschap zuiver te brengen, omdat ze geen politieke of economische macht meer vertegenwoordigt. Ze is arm in alle betekenissen. Haar eigen structuren moeten ook ontdaan worden van absolute macht. Dan zal echt een nieuwe Tijd aanbreken.” (Herman Van Rompuy)

Christen zijn in de Kerk
Nog een laatste zorg moet ons van het hart: het christelijke geloof is een geloof dat we samen met anderen beleven, in de kerkgemeenschap. De waarheid en de authenticiteit van ons geloof moeten eerst en vooral te zien zijn aan onze christelijke gemeenschappen. We mogen in onze christelijke gemeenschappen niet toegeven aan de gevaarlijke verleiding van angst, vrees of onverschilligheid. De Geest van Jezus is er geen van kleinmoedigheid, maar van vertrouwen, vreugde en liefde. Laat ons daarom elkaar tot steun zijn. Voor niets hebben we ontvangen, voor niets mogen we geven!

November 2013
De bisschoppen van België

“God heeft ons niet eeneen Geest geschonken van vreesachtigheid, maar van kracht, liefde en bezonnenheid.” (Tweede Timoteüsbrief)


Kerstrozen tegen armoede!


De actie Welzijnszorg (WZ) kan je beschouwen als het kleine zusje van de actie Broederlijk Delen (BD). Beiden vinden ze plaats in de sterke tijden van het kerkelijke jaar. WZ in de advent en BD in de vasten. WZ is recenter dan BD en stond altijd al wat in de schaduw. WZ focust op de Vierde Wereld, de armen van hier. BD op de Derde Wereld. Hoewel mensen zich soms afzetten tegen ontwikkelingshulp, engageren wij ons toch vaak gemakkelijker om eerder onduidelijke redenen voor de mensen uit het Zuiden. Wij kijken de armen-van-hier niet graag recht in de ogen. Ze zouden het aan zichzelf te wijten hebben. Ze zetten 'onze' sociale zekerheid onder druk alsof het ook de 'hunne' niet is ...

Augustinus zei, dat wie Christus – het kerstekind – in de minste van zijn broeders wou herkennen, zich klein moest maken, ja zich zelfs moest bukken want in die tijd lagen ze in de goot. Vandaag is er veel verdoken armoede, vooral op het platteland. Rond deze problematiek hangt nog altijd een taboesfeer. Ook wij leven hier op het platteland. We staan er misschien niet bij stil, wellicht omdat we onze schaapjes op het droge hebben. Niet iedereen is zo fortuinlijk. Velen weten het handig en met allerlei foefjes te maskeren. Iedere maand is het weer goochelen om rond te komen, de eindjes aan elkaar te knopen.

Het doet ons deugd dat we op de lokale bladzijden van dit blad in deze tijd van het jaar meer dan vroeger initiatieven zien opduiken die daar tegen in gaan. Ik denk aan de wenskaarten- en posterbeurs in Geluveld en Beselare, de verkoopsacties van de Bond zonder Naam in Beselare en Zonnebeke, de bijzondere kerstviering op 22 december in Zandvoorde. Ze steunen allemaal concrete initiatieven in 'onze' Vierde Wereld. Maar uitzonderlijk en hopelijk zet die trend zich verder, is er nu ook een gezamelijk initiatief van al onze parochies in de federatie t.v.v. Welzijnszorg: KERSTROZEN TEGEN ARMOEDE!


't Schoederkloptje
WZ bestrijdt dus de armoede in ons eigen land. De campagne focust dit jaar op de armoede op het platteland. Zo ondersteunt WZ bijvoorbeeld de welzijnsschakel Schoederkloptje in Zarren.
Een korte getuigenis vanuit deze organisatie:
Schoederkloptje is ontstaan op vraag van mensen in armoede zelf. Een vrouw die bekend was met Welzijnsschakel 't Hope uit Roeselare, vroeg: “Waarom is er hier niet zo n groep, waar we elkaar kunnen ontmoeten?”. Op 25 april 2001 gingen we van start in de zaal De Kring te Zarren: mensen met en zonder armoede-ervaring samen. Het zou het handelsmerk worden van onze groep: geen onderscheid, een houding van respect, open en luisterbereid. Sindsdien houden wij maandelijks een gespreksavond.
In 2003 werden we een vzw en sloten aan bij het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen. In juli 2004 gingen we voor het eerst samen met de kinderen, voor drie dagen op vakantie. Met een 10-tal vrijwilligers bouwen we de organisatie verder uit en werken we aan een beleid tegen sociale uitsluiting, verbetering van de leefsituatie, vertrouwen, kansen en ontspanning voor mensen met armoede-ervaring.
't Schoederkloptje werkt ook thema’s uit binnen de organisatie en in met andere organisaties.
Iedere maand is er een gespreksavond waar iedereen zijn verhaal kwijt kan en waar we thema’s aankaarten. We vergeten ook de maandelijkse maaltijd niet. Het is een moment van ontmoeting en ontspanning. Twee keer per maand worden computerlessen georganiseerd en één keer per maand is er ook een hobbyclubje. Via huisbezoeken komen vrijwilligers in contact met mensen in armoede. We leren elkaar kennen. Vier keer per jaar organiseren we een uitstap.

Concreet
Met de parochies van onze gemeente Zonnebeke steunen we Welzijnszorg door de verkoop van kerstrozen.
De prijs per kerstroos is 5 euro.
U kunt bestellen tegen vrijdag 6 december bij
Agnes Tyvaert (Zonnebeke)
tel. 057 36 37 51
Marie-Jeanne Ameele (Beselare)
tel. 057 46 76 18
gsm 0473 18 66 98
Lode Caes (Geluveld)
gsm 0478 32 52 55
Jozef Delanote (Passendale)
tel. 051 46 58 33
Christine van Exem (Zandvoorde)
tel. 057 46 69 75

Uw kerstroos kunt u afhalen in de parochiekerk in het weekend van 14 en 15 december na de eucharistieviering. We gaan er met z'n allen voor!


donderdag 21 november 2013

Armoede (op den) buiten

De geur van vers gemaaid gras en pas geoogst koren, genieten van mooie landschappen en vergezichten, een toevluchtsoord van rust uit het drukke stadsleven, gemoedelijkheid en persoonlijke contacten... Kortom: het platteland op zijn mooist, het platteland als een idyllische plaats, maar onzichtbaar en verborgen in dit plaatje is de harde realiteit van een leven in armoede.Voor de campagne van 2013 legt Welzijnszorg het accent op armoede 'op den buiten': armoede op het platteland, in gemeenten, dorpen of gehuchten, armoede achter de gevels van onze lintbebouwing.

In het armoededebat staat de (groot)stedelijke problematiek centraal. Het armoedebeleid is in de eerste plaats een stedelijk beleid en subsidies gaan naar de centrumsteden. Hierdoor verdwijnt het platteland uit het blikveld. Toch vormt een leven in armoede ook op het platteland een harde dagelijkse realiteit voor vele mensen. Armoede heeft een ander gezicht op het platteland: de armoedepercentages zijn er lager dan in de grote steden. Sommige groepen - zoals ouderen en alleenstaande ouders - lopen er meer risico. De uitgestrektheid van landelijke gemeenten zorgt voor een grotere verspreiding van de armoedeproblematiek. Bovendien durven veel plattelandsbewoners niet met hun problemen naar buiten komen uit schaamte. In een kleine dorpsgemeenschap is er minder anonimiteit en mensen zetten er niet zo snel de stap naar de formele hulpverlening. Dit maakt dat armoede op het platteland minder meetbaar en minder zichtbaar is en daarom vaak vergeten... Met de campagne 'Armoede (op den) buiten' wil Welzijnszorg deuren openen en de problematiek van plattelandsarmoede naar buiten brengen.

Diensten en voorzieningen
Een klein buurtwinkeltje, de warme bakker, de groenteboer, de slager en het café verdwijnen uit het dorpsbeeld. Mensen moeten noodgedwongen richting de grotere gemeenten of steden om hun boodschappen te doen. Post- en bankkantoren, zorg- en onderwijsinstellingen, sport- en culturele centra trekken ook weg naar meer centrale plaatsen. Landelijke gebieden worden gekenmerkt door een kleiner aantal aanwezige diensten en voorzieningen, waardoor regelmatige verplaatsingen een must zijn. Dit heeft negatieve gevolgen voor mensen met een beperkte mobiliteit. Door het wegtrekken van diensten en voorzieningen verzwakt ook het sociale weefsel binnen een dorp, want dit zijn traditioneel knooppunten van sociale contacten en ontmoetingen. Het zijn plaatsen waar mensen over koetjes en kalfjes kunnen praten en waar ze een sociaal netwerk kunnen uitbouwen. Een sterk sociaal netwerk dient als buffer tegen vereenzaming en sociaal isolement.

Mobiliteit
Paradoxaal genoeg neemt het openbaar vervoer op het platteland af met het wegtrekken van diensten en voorzieningen. Voldoende mogelijkheden hebben om je te kunnen verplaatsen, is belangrijk voor de leefbaarheid van kleinere dorpen en gemeenten. In realiteit is dit een belangrijk knelpunt. Niet iedereen beschikt over een wagen en heeft op deze manier vlot toegang tot de stedelijke voorzieningen zoals werk, ontspanning, gezondheidszorg... De bus brengt mensen van en naar grotere steden, maar de verbindingen zijn vaak slecht en beperkt. Daarnaast rijden er nauwelijks bussen tussen deelgemeenten. Een belbus blijkt vaak geen soelaas te bieden. Twee uur op voorhand moeten reserveren, niet vroeg in de ochtend of laat op de avond en een beperkt aantal opstapplaatsen, maakt de belbus geen ideale oplossing voor onder andere woon-werkverkeer. Door de uitgestrektheid, de beperkte aanwezigheid van voorzieningen en het beperkte aanbod van het openbaar vervoer, is er op het platteland steeds meer vervoersarmoede. Vervoersarmoede beknot mensen in het volwaardig deelnemen aan het openbare leven en in het voorzien in hun basisbehoeften.



Lokaal armoedebeleid
De keuze van een lokaal bestuur voor een sterk armoedebestrijdingsbeleid is niet eenvoudig. Wanneer armoede minder zichtbaar is, leeft dit minder bij de inwoners. De kleine gemeenten en OCMW's op het platteland krijgen ook te maken met een groeiend takenpakket zonder een evenredige groei in middelen. Hoe kleiner de gemeente, hoe kleiner ook het OCMW. De beperkte personeelsploeg van het OCMW moet grote afstanden afleggen om mensen te bereiken. Omgekeerd is ook voor de mensen zelf de afstand tot het OCMW groter en de bereikbaarheid kleiner. Daar komt ook nog de mentale drempel bovenop. In een kleine gemeente heb je niet de anonimiteit van de grote stad. De kans dat je iemand tegen het lijf loopt die je kent, is veel groter. Mensen schamen zich om de stap naar hulp te zetten.
Bepaalde groepen op het platteland, zoals ouderen en alleenstaanden, zijn het eerste slachtoffer van de beperkte draagkracht van gemeenten en OCMW's. Deze mensen lopen daardoor een hoger risico op onderbescherming, wat betekent dat ze geen gebruik maken van de diensten waar ze recht op hebben.

Huisvesting
Op het platteland zijn betaalbare huizen vaak talrijker dan in de steden. Dit trekt mensen in armoede aan. De kwaliteit van de woningen weerspiegelt echter vaak deze lage prijs. De gebrekkige isolatie van oudere woningen brengt hoge energiekosten met zich mee. De lagere huurprijs wordt teniet gedaan door hoge energierekeningen. Hoewel renovatiewerken aan de woningen op het eerste zicht een oplossing lijken, betekent de betere kwaliteit van de woning ook een stijging van de huurprijs. De bereikbaarheid speelt ook een rol. Afgelegen gebieden zijn goedkoper, andere zaken zoals de wekelijkse boodschappen worden moeilijker en duurder. Een buurtwinkeltje is nu eenmaal duurder dan de grote supermarkt. Die laatste kan je dan weer enkel bereiken met de wagen. Het aanbod op de sociale huisvestingsmarkt is in landelijke gebieden erg beperkt, waardoor veel kwetsbare mensen uit de boot vallen. We moeten wel waakzaam blijven wanneer we het aantal sociale woningen op het platteland opschroeven. Werk maken van sociale woningbouw op het platteland moet hand in hand gaan met een goede en vlot bereikbare dienstverlening.

KERSTROZEN TEGEN ARMOEDE

Met de parochies van onze plattelandsgemeente Zonnebeke steunen we de campagne Welzijnszorg door de verkoop van kerstrozen. De opbrengst reserveren we voor de Welzijnschakel 't Schoederkloptje uit Zarren.

De prijs per kerstroos is 5 euro.
U kunt nog bestellen tot en met uiterlijk zondag 8 december bij

Agnes Tyvaert (Zonnebeke)
tel. 057 36 37 51
Marie-Jeanne Ameele (Beselare)
tel. 057 46 76 18
gsm 0473 18 66 98
Lode Caes (Geluveld)
gsm 0478 32 52 55
Jozef Delanote (Passendale)
tel. 051 46 58 33
Christine van Exem (Zandvoorde)
tel. 057 46 69 75

Uw kerstroos kunt u afhalen in de parochiekerk in het weekend van 14 en 15 december na de eucharistieviering. We gaan er met z'n allen voor!


Familia Augustiniana

Ontmoetingsdag in Lindenholt Nijmegen



Een hoge opkomst, zaterdag 9 november. Dat had te maken met het onderwerp en zeker met de spreker, em. prof. dr. Jozef Wissink die reflecteerde op de relatie tussen de lekenorden die ontstaan zijn rondom de religieuze orden en de religieuze orden zelf.
Een verhaal, een gesprek op toegankelijke, invoelbare toon, kritisch en met humor.

De verhouding tussen lekengroepen en ordes – congregaties anderzijds behandelde Jozef Wissink aan de hand van de vernieuwing in het theologisch denken die na het Vaticanum II is ontstaan. De oude tegenstelling het geestelijke (goed) en het materiële (noodzakelijk) is doorbroken. De nieuwe theologie van het religieuze leven is niet langer gebaseerd op het zich zoveel mogelijk terugtrekken uit de wereld. De basis voor het denken werd de zorg voor de wereld: de zorg voor de wereld verbindt ons met God, leidt niet af van God. Wie voor een ander zorgt, dient God. Wie verzorging ontvangt, ervaart via zijn medemens de liefde van God. Het gewone leven is dus ook geestelijk van betekenis. Een groet of handdruk is ook betekenisvol. We spreken niet voor niets over de menswording van Christus.

Wees van God wanneer wij in de wereld staan – en dat is niet onze eigen kleine besloten wereld waar een ander niet binnenkomt. Wees aards, deze aarde is van God, in de betekenis van humilis, eenvoud. De mensen hier op aarde hebben verschillende charisma's, gaven, talenten. Niet iedereen hoeft elk charisma te hebben of in dezelfde mate. Charisma's zijn niet hoger of lager t.o.v. elkaar - zie de brief van Paulus (1 Kor. 12-13). In de Kerk zijn vele verschillende charisma's aanwezig en daarmee zijn we op elkaar aangewezen. In het verschil ontstaat de eenheid, de schoonheid. Door het verschil ontstaat er de juiste spanning, draagkracht voor harmonie. Belangrijk is met hoeveel wijsheid, liefde en kunde je met je eigen charisma omgaat. Paulus: alle charisma's zijn in dienst van de gemeenschap. Wie een gave heeft, is van dienst! Hoe ben je van dienst?

In het document over de vernieuwing van het religieus leven Perfectae caritatis (1965) kregen de religieuzen twee opdrachten mee die elkaar lijken tegen te spreken: men moest 'veralgemen' en 'specificeren'. Religieuzen moesten zich meer in het geheel van de Kerk plaatsen, zij zijn een van de vele charisma's in de Kerk. Daarnaast is aan elke orde gevraagd terug te gaan naar de oorsprong: wat is het eigene? Dan wordt namelijk zichtbaar wat de verschillen zijn en waartoe je je geroepen voelt. Een andere vernieuwing is de groei van bewegingen rondom de ordes, de lekenbewegingen met name. De laatste jaren is in deze bewegingen een duidelijker zelfbewustzijn ontwikkeld: wat van de oude ordes ontvangen is, gaan ze nu zelf verwerken. Dat mag er niet toe leiden dat lekenbewegingen zich zien of gezien worden als voortzetting van de oude orde. Zowel religieuzen als leken leven als een van de vele vormen van navolging van Christus. Beiden zijn gelijkwaardig maar niet gelijk. Het leerproces waarin leken en religieuzen van elkaar willen leren, verloopt beter als je de verschillen erkent en intact laat. De opdracht van de liefde is bij elkaar thuis raken en toch verschillend blijven. Leven als christenen moet een leerproces blijven: wat je al weet moet je blijven herontdekken, herdefiniëren, opnieuw onderbouwen. Lezen van Augustinus' teksten en met elkaar in het geloof leraar én leerling zijn, levert een interpretatie op die zich uit in het verlangen naar een betekenisvol leven. Als je bezig bent dit te realiseren, ben je een geleefde interpretatie van Augustinus. Religieuzen en leken kunnen elkaar daarin een spiegel voorhouden. Ruimte is nodig, elkaar vinden vraagt toeleg en geduld.

woensdag 13 november 2013

Gedenken wij dankbaar


Voor of na het herfstverlof – dit jaar op vrijdag 8 november – houdt basisschool De Biesweide jaarlijks een herdenkingsviering in de parochiekerk. En ook al lijkt het, dat ze nog tijd zat en de toekomst voor zich liggen hebben, dan nog kan het jonge volkje er niet om heen dat de dood bij het leven hoort. Getuigen daarvan de talrijke 'gedachtenissen' of 'rouwprentjes' die zij uit hun midden hadden meegebracht. We weten dat de liefde tussen kleinkinderen en hun grootouders zeer groot is en hun heengaan diepe sporen nalaat. Dit jaar de had de viering nog een extra dimensie. Enkele zusters van de congregatie Zusters Onze-Lieve-Vrouw van 7 Weeën te Ruiselede waren de eregasten. Hun directeur, priester Patrick Degrieck ging voor en wist de kinderen meteen te boeien. Stenen laten zich bij uitstek lenen om het geloof te beleven en te gedenken. De kerk van Beselare illustreert dat bovenmatig: geen pleisterwerk, rijzige pilaren en en een massief stenen altaar. November is een tijd van stenen. Zerken op het kerkhof, gedenkstenen voor onze lieve doden. Al eeuwenlang leeft de traditie onder christenen om in deze tijd een kring te maken rondom de graven en de mensen bij naam te noemen die er niet meer zijn en die we zo missen.

Zo wilden we ook stilstaan bij de vele zusters die ooit les gegeven hebben in de school van Beselare en er zo gedurende meer dan 100 jaar hun steentje hebben bijgedragen in de opvoeding en het onderwijs van vele oma's, opa's, mama's en papa's van de leerlingen. Ze hebben heel veel betekend voor de school en voor het dorp. Toen de voorganger er op wees dat het werk van de zusters al 325 jaar aan de gang was, konden enkele kinderen een kreetje van verwondering moeilijk onderdrukken. Alsof ze dachten dat de aanwezige zusters werkelijk zo'n gezegende leeftijd hadden bereikt. Het zijn hoe dan ook straffe madammen uit een vervlogen tijdperk. En al zijn ze niet meer lijfelijk aanwezig, blijven ze toch de scholengemeenschap steunen met zowel geldelijke middelen als met hun spiritueel gedachtengoed.

Na de viering toog het gezelschap in de gietende regen naar het kerkhof voor de onthulling van een gedenksteen. Daarop kan je lezen: “Door Gods liefde geroepen. De Zusters van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën herdenken hun medezusters Apostolinnen, stichteressen van het katholiek onderwijs in Beselare en actief in Beselare van 1867 tot 1997.”



Achteraf, tijdens de koffietafel in zaal Open Deur schonk zuster Christianne De Craene, algemeen overste, een prachtig zevenluik aan de school “De 7 weeën van Brody Neuenschwander” en lichtte het toe. Waarna het engelenkoor van meesters en juffen uitpakte
met “There's a new world somewhere, they call it Promised Land”

Brody Neuenschwander is geboren in 1958 te Houston, Texas. Hij is tekstkunstenaar en kalligraaf. Hij heeft onderwezen en tentoongesteld doorheen Europa, de Verenigde Staten en Japan.
Hij heeft de zeven kunstwerken ontworpen in opdracht van de Zusters O.L.V. van 7 Weeën n.a.v. hun 325-jarig bestaan. De werken zijn digitaal ontworpen en werden gedrukt met de nieuwe giclée kunst-druktechniek. Elk werk bestaat uit drie elementen.
Bovenaan: een beschrijving van de wee zelf, gebaseerd op een eeuwenoude traditie. De relevantie in de diepe geschiedenis. Gedrukt in een 'versleten' letter.
Centraal: een tekst van Oscar Romero aansluitend bij de wee. Teksten die iedereen aanspreken.

Fotomateriaal: de vrouw als symbool voor alle mensen. Polaroid foto's van fotograaf John Decoene, geboren in 1953 te Brugge.



zondag 10 november 2013

Sint-Hubertusviering


Zondag 3 november voltrok zich onder ruime belangstelling te Beselare de jaarlijkse Sint-Hubertusviering. Na een gesmaakte viering en wijding van het Sint-Hubertusbrood mengden Priester Paul Dejonghe en diaken Lode Caes zich met verhoogde hartslag tussen het paardenvolk. Paarden, ruiters, honden en jachtvogels konden niet ontkomen aan de heftige wijwatervlaag van de kwispelaars-van-dienst. Maar ook die-van-hierboven liet zich niet onbetuigd en deed er nog een flinke geut bovenop. Vele tientallen paarden van de meest diverse origine en de talrijke koetsen passeerden de revue. Van heinde en ver waren ze opnieuw naar Beselare afgezakt voor een dag vertier, animatie en bezinning.

Dit feest voor ruiters en menners was aan z'n 30ste editie toe. Een tiental jaren staan Michel en Sonja Forrest-Vlaminck, Andy Serroen en Katrien Verbeerst en Christophe en Isabelle Gesquière- Dewulf van de Sint-Hubertusvrienden in voor de organisatie. De oorsprong van het feest in Beselare gaat terug tot 1984.

Apostel van de Ardennen
Deze traditie zelf verwijst naar de heilige Hubertus. Hij werd geboren uit een vooraanstaand adellijk geslacht en huwde op jonge leeftijd. Zijn vrouw stierf kort na hun huwelijk bij de geboorte van hun eerste kind. Omdat hij met dit verlies niet overweg kon, trok Hubertus zich steeds vaker in het bos terug en zocht in de jacht naar vergetelheid. Op een dag zag hij er een hert met tussen het gewei een oplichtend kruis. Dit was voor Hubertus een teken dat hij zijn verder leven geheel aan God moest geven. Een tijd later ontving hij de priesterwijding en werkte vervolgens in Brabant en de Ardennen. Hiervoor kreeg hij de naam 'Apostel van de Ardennen'. Hij was in het begin van de 8ste eeuw bisschop in Maastricht. Hij vestigde zich in Luik en maakte deze stad tot bisschopszetel. Hubertus stierf op 30 mei 727 in Tervuren bij Brussel. In het jaar 825 werden de relieken van Hubertus overgebracht naar het klooster Andage (Saint Hubert).



De legende
Het gewei, het hert en het kruis in het gewei zijn drie symbolen in de legende van Sint Hubertus. Net als de legende zelf om wat van te leren, niet om ze voor waar aan te nemen.

Het gewei verbonden aan het Hubertuskruis, is met zekerheid van voor-christelijke oorsprong. De Keltische god Cernunnos droeg een hertengewei. Het gewei was bij de Kelten een symbool voor de wedergeboorte. Het gewei valt immers af en groeit weer aan. Zo een overname van heidense symbolen komen we vaker tegen in de nevelige overgang van heidendom naar christendom. Tot in de achtste eeuw was het een (heidense) gewoonte om hertshoornen grafgiften mee te geven aan overledenen. Ook weer als symbool van de wedergeboorte. Daarna werd dat verboden door de RK-kerk. Over het gewei is ook nog iets wonderlijks te melden. En dat is dat op Goede Vrijdag (Pasen is sinds 325 - toen zo vastgelegd op het Concilie van Nicea – op de eerste zondag na de volle maan na het begin van de lente op 21 maart) herten over het algemeen hun geweistangen hebben afgeworpen, dus geen gewei dragen. Toch een echt wonder?
Het hert is net als het lam en de pelikaan of de adelaar een verbeelding van Christus die in die gedaanten als goddelijke boodschapper optreedt. De oplettende lezer van Hubertus-literatuur en de bijbehorende plaatjes zal zien dat het hert meestal een '10-ender' is. Een hert dus met een gewei met 10 punten. Een verwijzing naar de 10 geboden.
Het stralende
kruis tussen de heidense gewei-
takken symboliseert ook de overwinning van het christendom op het heidendom.

Het verhaal van het lichtgevend hert komt uit Sri Lanka en ook andere heiligen ontmoetten een hert dat of licht gaf of een lichtend kruis tussen de geweitakken had, zoals Sint Eustachius, Meinolfus en Ida von Toggenburg. Het motief van de Hubertuslegende ligt nog ver voor de voorchristelijke tijd en komt voort uithet boeddhisme. Op Ceylon (Sri Lanka) bestaat een verhaal dat zich rond 270 voor Christus afspeelt. De koning Devanampiya Tissa ziet bij de jacht een hert met een als met edelstenen bezet opvlammend zilveren gewei, waarna hij zich bekeert tot het boeddhisme. Dit motief met het hert en het licht is uit Ceylon via India en Mesopotamië (het huidige Irak) naar Griekenland, Italië en naar West-Europa gekomen.

Sint-Hubertusbrood
Het naamfeest van Sint-Hubertus valt op 3 november en hij is patroonheilige van de jagers geworden. Omdat hij ooit een man van hondsdolheid genas, wordt hij speciaal aangeroepen tegen deze ziekte. Daartoe wordt nog altijd het zogenaamde Sint-Hubertusbrood gezegend. Sint Hubertus is verder de patroon van het Bisdom Luik, jagers, schutters, slagers, metaalarbeider, opticiens, metaalgieters, klokkengieters, makers van mathematische apparaten, wiskundigen, en jachthonden. Hij wordt aanroepen tegen hondenbeten, slangenbeten, hondsdolheid en watervrees. Samen met Antonius, Quirinus en Cornelius is hij een van de vier heilige maarschalken. Dat zijn bijzondere voorsprekers bij God.



Jägermeister
Het logo van de overbekende kruidenlikeur Jägermeister is gebaseerd op de legende van
Sint-Hubertus. Het toont de kop van een hert, met een verlicht kruis tussen de takken van
Het gewei. Op het etiket lezen we een gedicht van Otto von Riesenthal:
Vertaald in het Nederlands luidt dit gedicht:

Dit is het ereschild van de jager
het beschermt en voedt zijn wild
zodat hij jaagt zoals het behoort
en hij de Schepper in het schepsel eert.