Pagina's

Posts tonen met het label Broederlijk Delen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Broederlijk Delen. Alle posts tonen

woensdag 28 februari 2018

Help honger de wereld uit!




De campagne van Broederlijk Delen dit jaar staat in het thema ‘Help honger de wereld uit’ en gaat over hongerbestrijding op lange termijn. Voor 815 miljoen mensen is honger een dagelijkse realiteit. Drie vierde van de mensen die honger hebben, woont op het platteland. Het zijn veelal boeren uit ontwikkelingslanden. Eén van die landen is Oeganda, en daar focust de campagne van Broederlijk Delen zich dit jaar op.

Oeganda: parel van Afrika?
Oeganda, gelegen in Oost-Afrika, wordt ook wel eens ‘de parel van Afrika’ genoemd. Vooral in de regio van het Rwenzorigebergte met zijn groene heuvels, microklimaat en vruchtbare gronden, verwacht je overvloed. Maar schijn bedriegt. Door de grote bevolkingsgroei bezitten de meeste boeren er steeds kleinere stukken grond. Het wordt moeilijker om alle monden in het gezin te voeden. Bovendien produceren ze vaak teveel koolhydraatrijke voeding, weinig groenten en fruit, wat een bedreiging is voor de gezondheid.

De Oegandese overheid investeert vooral in marktgewassen zoals koffie, thee of cacao. Boeren kunnen er meer geld voor krijgen. Bij een slechte oogst of lage marktprijzen hebben ze echter niks om op terug te vallen. En slechte oogsten komen jammer genoeg steeds vaker voor door de klimaatverandering. Ook onaangepaste landbouwtechnieken maken dat de eens zo groene heuvels in onvruchtbare kale bergen veranderen waardoor de oogsten dalen. Jongeren staan dus niet te springen om nog te boeren. Zij zoeken andere mogelijkheden om geld te verdienen. Helaas liggen lucratieve jobs zelfs voor geschoolde jongeren niet voor het rapen.


Het verhaal van Grace
Grace Ninseka (41) leeft met haar man en zeven zonen in een lemen huis op een klein lapje grond. Een diploma heeft ze niet. In april 2015 kwam ze in contact met COSIL, een lokale organisatie waarmee Broederlijk Delen samenwerkt. COSIL identificeerde het gezin van Grace toen als een heel arm gezin. Grace en haar man werkten dagelijks lange uren op het land van iemand anders voor een hongerloon. Daarbovenop dronk haar man zijn zorgen weg.

Het contact met COSIL zorgde voor een keerpunt in hun leven. COSIL ging in gesprek met Grace en haar man. Samen kregen ze op die manier zicht op hoe de situatie kon verbeteren. Grace kreeg zicht op de belangrijkste uitdagingen voor haar gezin en zag terug mogelijkheden om uit de armoede te geraken. De bescheiden vrouw kreeg hoop en durfde dromen van een eigen onderneming. Bij de boeren uit het dorp koopt ze nu maniok aan die ze verwerkt tot meel en verkoopt aan winkels met winst. Grace beslist zelf waaraan ze haar verdiende centjes uitgeeft en die komen in de eerste plaats haar kinderen ten goede.

Samenleggen voor een spaarpotje
Grace verkoopt niet alleen maniokmeel. Ze werkt regelmatig tegen betaling op het veld van andere boeren. Het geld dat ze verdient is echter onvoldoende om haar onderneming uit te breiden. Een lening bij een gewone bank is voor vele Oegandese boerenfamilies niet haalbaar door de hoge rente. Daarom sloot Grace zich – op aanraden van COSIL – aan bij een lokale spaar- en kredietgroep. Dankzij de spaargroep kan Grace geld opzijleggen om te investeren in haar onderneming of om medische kosten of schoolgeld te betalen.

Milieuvriendelijk koken
Houtkap is een groot probleem in Oeganda. Veel gezinnen gebruiken namelijk stapels hout om maaltijden te bereiden. COSIL leerde de leden van de spaargroep koken op een houtbesparend kookvuur. Dat vraagt tot de helft minder brandhout en is tegelijk minder schadelijk voor de gezondheid.


Buurvrouw Claire
Claire (44), de buurvrouw van Grace, werd met haar gezin tien jaar geleden al ondersteund. Claire spoorde Grace aan om naar de wekelijkse bijeenkomsten van de spaargroep te komen. Ze hielp haar ook met het vinden van boeren die hun maniok wilden verkopen en inspireerde haar om te beginnen met een moestuin. Groenten uit die moestuin zijn een belangrijke aanvulling op de anders eenzijdige samenstelling van de maaltijden. COSIL leerde Claire composteren en hoe ze haar veldje moest irrigeren. Dankzij de steun van Broederlijk Delen en zijn partnerorganisatie eten de gezinnen van de twee buurvrouwen nu ook zelf gekweekte groenten, zoals witte kool, aubergine en spinazie.

De nieuwe droom van Grace
Voor de energieke Grace stopt dit verhaal echter niet. Ze kreeg beter grip op haar leven en daar hoort een nieuwe droom bij: ze wil volgend jaar extra geld verdienen met het kweken van kippen. Door de begeleiding van COSIL staat Grace er niet meer alleen voor. Zoals buurvrouw Claire voor haar een inspiratiebron was, is Grace nu zelf een voorbeeld voor vele vrouwen die vastzitten in armoede.

PETITIE
Zet een ander landbouw- en voedselsysteem op de politieke agenda
Zowel in Vlaanderen als in Oeganda houden boeren amper het hoofd boven water. De grootschalige, op export gerichte manier waarop we nu wereldwijd voedsel produceren legt enorme druk op het milieu en de boeren. Dit is niet langer houdbaar. Grondstoffen en kleine boerderijen verdwijnen aan een snel tempo.

Het kan echter anders. Door voedsel op een duurzame manier te produceren, met respect voor mens. dier en natuur. Agro-ecologische landbouw is dé sleutel om de grote uitdagingen waar we voor staan aan te pakken.
Broederlijk Delen vraagt Vlaamse, Belgische en Europese politici om wereldwijd werk te maken van een voedsel- en landbouwbeleid dat:
– goed is voor natuur en klimaat;
– wereldwijd een eerlijk loon garandeert voor landbouwers;
– investeert in boeren die produceren voor de lokale markt;
– de productie van gezond, gevarieerd en betaalbaar voedsel aanmoedigt voor iedereen.

Zet onze eisen kracht bij: zet jouw handtekening onder de petitie en vraag
jouw vrienden en familie om hetzelfde te doen: www.watishonger.be

zaterdag 25 februari 2017

Tot iedereen mee is


‘Broederlijk Delen’ reikt ons als centraal symbool in deze vastentijd de kieswijzer aan. Dat is een wegwijzer die ons wil helpen om bewust richting te kiezen. Wegwijzers helpen ons de weg te vinden. Welke richting ga ik met mijn leven? Door wie of wat laat ik me leiden? Welke waarden en normen doen me een richting kiezen? De veertigdagentijd geeft ons de kans om halt te houden en bij zo’n wijzer na te denken over de richting die wij christenen willen gaan. Broederlijk Delen wijst ons wereldwijd het pad naar de ‘liefde’ en de ‘rechtvaardigheid’.

Hoe het allemaal begon
Broederlijk Delen ontstond als een noodhulpactie. In de vastenperiode van 1961 riepen de Belgische bisschoppen de gelovigen op tot solidariteit met de noodlijdende bevolking in Congo. Na de onafhankelijkheid was in de Kasaï een hongersnood uitgebroken. De kerkgangers werden uitgenodigd om hun vasten op een geëngageerde manier te beleven. Wat men uitspaarde door soberheid, kon men ‘broederlijk delen’ met de noodlijdende bevolking in onze vroegere kolonie. De respons was groot. Een nieuwe vastenbeleving kreeg gestalte. Het klassieke drieluik ‘vasten als tijd van gebed, boete en werken van barmhartigheid’ werd vervangen door het nieuwe trio ‘tijd van bezinning, bekering en solidariteit’.

De band tussen solidariteit en versobering die toen werd gelegd, heeft Broederlijk Delen nooit meer losgelaten. Ook vandaag is de christelijke spiritualiteit het zingevingsmodel van waaruit de werking vertrekt. De grondtoon van de spiritualiteit van Broederlijk Delen bleef steeds dezelfde: vanuit het bijbelse visioen reflecteren op wat er in de wereld gebeurt, persoonlijke ommekeer (wat moet ik in mijn leven veranderen?) én concrete solidariteit met de armsten in de wereld. Vrij snel kreeg deze solidariteit een ruimere invulling. Persoonlijk engagement moet ook structureel en maatschappelijk vertaald worden om tot duurzame veranderingen te komen en tot een rechtvaardige wereld.


Populorum Progressio
In de sociale leer van de kerk zien we een gelijkaardige omslag. In Populorum Progressio, verschenen in 1967 en dus exact 50 jaar geleden, zegt paus Paulus VI dat er meer dan herverdeling van goederen nodig is voor de ontwikkeling van alle volkeren. Er spelen namelijk ook heel wat economische en politieke factoren mee. Hij heeft vooral kritiek op het kapitalisme dat ervan uitgaat dat de vrije markt automatisch zal leiden tot een rechtvaardige maatschappij. Hiertegenover plaatst de paus het concept van de integrale ontwikkeling van iedere mens en van de gehele mens. “Wij zijn het er niet mee eens, dat men het economische scheidt van het menselijke en dat men ontwikkeling losmaakt van de beschaving waartoe ze behoort. Wat voor ons telt, is de mens, iedere mens, iedere groep van mensen, tot de gehele mensengemeenschap toe.” (Populorum Progressio nr. 14) Ontwikkeling moet gerealiseerd worden door middel van hulp, rechtvaardige structuren en naastenliefde.

Rechtvaardigheid en duurzaamheid door de jaren
Populorum Progressio stimuleerde Broederlijk Delen om door te gaan op de ingeslagen weg. Elke vastencampagne informeren ze mensen rond wereldproblemen, maken ze analyses, vragen ze om solidair te zijn met arme bevolkingsgroepen in de ontwikkelingslanden en nodigen ze ons uit om stil te staan bij onze eigen manier van leven. In het Zuiden ondersteunen ze initiatieven van de lokale bevolking. Ze werken met het talent dat ter plaatse aanwezig is en met respect voor de lokale cultuur. De kerngedachte dat de wereld rechtvaardiger wordt als we steeds opnieuw delen en herverdelen, behoort tot het DNA van de organisatie. Langetermijnresultaten, die leiden tot duurzame veranderingen in het leven van de plaatselijke bevolking waren steeds het doel.

Deze kernidee van Broederlijk Delen werd doorheen de jaren verrijkt met nieuwe inzichten. In 1989 voerde Broederlijk Delen campagne voor het behoud van het tropisch regenwoud. Milieu werd een nieuw topic. In 2002 focuste de campagne op de ecologische draagkracht van de aarde en op de verantwoordelijkheid van het Noorden tegenover het Zuiden. Vanaf dan plaatst Broederlijk Delen de ecologische component centraal en zit zij ingebakken in onze visie, beleid, strategie en praktijk.

Het recente denken rond ontwikkelingssamenwerking binnen de kerk
De kerkelijke leer daarentegen zette het begrip ‘rechtvaardigheid’ steeds lager op de agenda. Onder paus Johannes Paulus II was dit te wijten aan zijn argwaan tegenover het communisme en ook tegenover de bevrijdingstheologie, die heel sterk inzette op maatschappelijke rechtvaardigheid. Onder paus Benedictus XVI lijkt de kerk zelfs te kiezen voor liefdadigheid als enige vorm van solidariteit. Paus Franciscus draait de zaken opnieuw om.

Het meest opvallende document in dit opzicht is zijn encycliek Laudato Si. Nieuw in vergelijking met Populorum Progressio is de verwijzing naar de ecologische crisis, waarvoor hij de mens verantwoordelijk acht. De ecologische uitdagingen worden in deze encycliek niet losgekoppeld van het denken rond sociale vraagstukken als wereldwijde armoede en uitsluiting. Meer zelfs, aspecten als zorg voor de natuur, rechtvaardigheid voor de armen, maatschappelijke inzet en innerlijke vrede zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De wereld staat onder druk en behoeft een globaal antwoord. Structurele veranderingen, waaronder een nieuw ontwikkelingsmodel en een andere definitie van vooruitgang zijn nodig, gekoppeld aan veranderingen in de individuele levensstijl.



Kiezen voor een nieuwe visie
Laudato Si daagt Broederlijk Delen en ons uit uit om opnieuw na te denken over wat we onder ontwikkeling verstaan. Het gangbare ontwikkelingsdenken houdt onvoldoende tot geen rekening met de draagkracht van onze aarde en schaadt onze levensnoodzakelijke ecosystemen. Het sluit ook grote groepen mensen in de samenleving uit. Overal neemt de ongelijkheid tussen arm en rijk toe. Zo kunnen we niet meer verder. Onze wereld heeft nood aan een nieuw maatschappelijk project. Dat vraagt om radicale keuzes, van ieder van ons maar ook van alle groepen, alle landen en de internationale gemeenschap.
Kiezen we voor alsmaar meer, alsmaar groter? Of kiezen we voor een alternatieve reële vooruitgang: met minder energie maar meer warmte, met minder ongelijkheid maar meer solidariteit? De grond van deze keuze is een debat over waarden. Een politiek en maatschappelijk debat waar de oproep klinkt om niet langer steeds dezelfde crisisrecepten uit de kast te halen.

De hamvraag luidt voor ons allemaal: hoe kunnen we goed leven met zoveel verschillende volkeren op één planeet met beperkte draagkracht? Dat is de uitdaging waar we voor staan. Met Broederlijk Delen kiezen we om deze nieuwe manier van denken het uitgangspunt van ons handelen te maken. Om zo mee te bouwen aan een rechtvaardigere wereld met een duurzame toekomst voor iedereen. Het ‘goede leven’ nemen we als richtsnoer en uitdaging om samen met anderen maatschappelijke verandering te realiseren in Europa, het Midden-Oosten, Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Vanuit de overtuiging dat dit de enige manier is om werk te maken van een wereld met toekomst voor iedereen, ook voor de volgende generaties. Tot iedereen mee is! Vanuit de overtuiging ook dat we zo de kern van vasten als ‘tijd van bezinning, ommekeer en solidariteit’ blijven waarmaken.

vrijdag 12 februari 2016

Met een leven speel je niet!


Soms vragen we ons oprecht af wat er toch aan de hand is met onze wereld. De voorbije maanden werd Europa overspoeld door een ongeziene vluchtelingenstroom. Mensen die hun have en goed achterlieten, hun leven en dat van hun familie op het spel zetten, op zoek naar een leefbaar bestaan.

De dreiging van geweld kwam opeens heel erg kortbij door de terreuraanslagen in Parijs. In Brussel werd het leven stil gelegd door de angst voor geweld en terreur. We maakten even aan den lijve mee wat voor vele burgers in het Midden Oosten dagelijkse kost is. Daarnaast kwamen toppolitici in Parijs samen om een klimaatakkoord te sluiten om zo op de valreep een catastrofe voor de hele mensheid te vermijden. Op dag één van diezelfde conferentie kreeg ons land de twijfelachtige titel van 'fossiel van de dag' toebedeeld, omdat onze Belgische politici het maar niet eens werden over de uitvoering van het vorige klimaatakkoord, dat intussen al zes jaar oud is. Je zou van minder de moed verliezen. En toch…


Paus Franciscus
En toch was het diezelfde wereld die de paus voor ogen had toen hij zijn apostolische exhortatie 'Evangelii Gaudium' schreef. In hoofdstuk 4 roept hij ons in niet mis te verstane bewoordingen op om het evangelie in daden om te zetten.
“Een echt geloof draagt in zich een diep verlangen om de wereld te veranderen, iets beter achter te laten na onze doortocht op aarde.... Alle christenen zijn geroepen om zich in te laten met de opbouw van een betere wereld (§ 183).”

In 'Laudato Si' klinkt dan weer duidelijk hoe dit is verweven met de aandacht voor ecologie.
“Alle mensen moeten zich bewust worden van de noodzaak om hun levensstijl, productie- en consumptiegewoonten te veranderen en om zo deze opwarming of ten minste de menselijke oorzaken die haar veroorzaken of verergeren, te bestrijden (§ 23)”

Dit is een uitdaging voor de hele mensheid. Voor christenen is ze bovendien geworteld in de Bijbelse visie die de mens als hoeder en rentmeester van de schepping ziet. Dit houdt in dat we durven ingaan tegen het recht van de sterkste, dat we zo vaak zien regeren:
“De visie die de willekeur van de sterkste ondersteunt, veroorzaakte voor het grootste deel van de mensheid een enorme ongelijkheid, onrecht en geweld omdat de natuurlijke rijkdom in de handen terecht komt van hen die als eerste aankomen of die de meeste macht hebben: de winnaar neemt alles. (§ 82)”
Het is een oproep om sociale en ecologische belangen te laten primeren op louter economische belangen.
“Het principe dat privébezit ondergeschikt is aan de universele bestemming van goederen en dat er bijgevolg een universeel recht is op het gebruik ervan, is een gouden regel van het sociaal gedrag en het basisprincipe van de hele ethisch- sociale ordening.(§ 93)”

De paus roept ons op om de moed niet te verliezen, maar wel duidelijke keuzes te maken. Om vanuit het Evangelie te kiezen voor een solidaire samenleving, om de vruchten van de aarde te delen met al haar bewoners en ook met de toekomstige generaties. Om te kiezen voor een economie die ten dienste staat van alle mensen.
Die keuze wil Broederlijk Delen elk jaar opnieuw maken.

Met een leven speel je niet
In de campagne 'Met een leven speel je niet' ban Broederlijk Delen maakten we in het vorige nummer al kennis met Celia, Deyanira en Fanny, drie sterke vrouwen uit het zuidwesten van Colombia:

Hun gemeenschappen leven met de voortdurende dreiging om hun leefgebied te verliezen. Steeds meer landbouwgronden worden bedreigd door toedoen van de overheid, door grote bedrijven en zelfs door gewapende groepen. De gevolgen zijn dan ook rampzalig. Mensen worden verjaagd van hun grond. De natuur wordt vernietigd, het drinkwater vervuild en de aarde onvruchtbaar. Aan traditionele landbouw doen kan niet meer. Dat is onrechtvaardig. Voor de Colombiaanse boerenfamilies is hun grond hun leven. Het is hun cultuur. Het is hun identiteit. Op de grond van hun voorouders woont hun gemeenschap en werken ze voor de toekomst van hun kinderen. Die toekomst staat nu op het spel.




Deyanira komt naar West-Vlaanderen
Elk jaar nodigt Broederlijk Delen tijdens de campagne een tiental mensen uit voor een uitwisseling. Deyanira is hier één van. Ze is één van de drie sterke vrouwen die centraal staat tijdens de Broederlijk Delencampagne van 2016. Deyanira is actief als vormingswerkster bij UOAFROC, een netwerk van Afro-colombiaanse organisaties in de regio Cauca. Het netwerk verdedigt de rechten van de Afro-colombiaanse gemeenschappen. De gemeenschappen beschikken over niet veel gronden omdat veel land in handen is van bedrijven die er grote suikerrietplantages begonnen. Er heerst grote werkloosheid en bovendien zijn ze slachtoffer van het geweld van de gewapende groepen. De doelstellingen van UOAFROC zijn organisaties versterken, gemeenschappen verenigen die momenteel erg verdeeld zijn, en de culturele identiteit van de Afro-Colombiaanse gemeenschappen bekrachtigen.

Mis deze kans niet en ontmoet haar in Koksijde op 19 februari om 19.00 u. in 't Oud Klooster te Sint- Idesbald en te Avelgem op 27 februari om 19.00 u. in OC Outryve.

donderdag 26 februari 2015

Water of mijnbouw?

De boer kiest!



In deze bijdrage stellen we de campagne van Broederlijk Delen voor van de veertigdagentijd. We volgen het leven van Marco in Cusco in Peru.

Marco Duerïas Guamani is 25. Hij is geboren in Ccoyani, Peru, een berggemeenschap die leeft op een hoogte van 3980 meter en op 4 uur rijden van Cusco. Hij woont samen met zijn vrouw Elisabeth en zijn zoontje Mark. Marco is een vlotte, optimistische jongeman. Het regenseizoen is net achter de rug en Marco heeft zijn handen vol met de oogst: aardappelen, groenten en graan. Genoeg om in zijn onderhoud te voorzien. Dankzij Cedep Ayllu, een partnerorganisatie van Broederlijk Delen, is water permanent beschikbaar. Zij installeerden irrigatiesystemen, zodat Marco niet afhankelijk is van de regen.

Het water van Marco en zijn gemeenschap wordt echter opnieuw bedreigd. Het gebied waar zij wonen, ligt onder concessie. Mijnbedrijven hebben bij de Peruaanse overheid het recht gekocht om te zoeken naar mineralen en deze vervolgens te ontginnen. De werkelijke ontginning kan maar nadat de gemeenschap, die eigenaar is van de vruchtbare bovengrond, toestemming heeft gegeven. De grote bedrijven oefenen veel druk uit om die toestemming te krijgen.

De nefaste impact van mijnbouw op de landbouw
Ccoyani is tot nog toe nog niet rechtstreeks in contact gekomen met een mijnbedrijf, maar er zijn tekenen dat er wel degelijk iets op til is. Als dat gebeurt, zal er veel veranderen voor Marco. De hele bergketen zal verdwijnen, waardoor de boeren geen grond meer hebben om te bewerken. En als ze hun grond al kunnen behouden, zal de gemeenschap veel van haar water verliezen, want mijnbouw verslindt en vervuilt duizenden liters water.

Welke impact een mijnbedrijf precies kan hebben op de leefomgeving en het leven van Peruaanse boeren, zien we in een ander werkgebied van Broederlijk Delen: Espinar. 33 jaar geleden begon hier het mijnbouwproject Tintaya. Vandaag gaapt er een put van 1 km diep en een oppervlakte van 4 km2. Bijna alle omwonenden trokken noodgedwongen weg, al dan niet gecompenseerd door de mijn. De enkelen die weigerden om hun grond te verlaten, strijden een ongelijke strijd.



Het verhaal van de boerin dona Melchora illustreert dit. Zij woont in een gemeenschap op een steenworp van de kolossale krater, die Tintaya achterliet. Er was drinkbaar water, de dieren waren gezond en de jaarlijkse oogst was mooi. Toen de mijn kwam, was ze optimistisch: het mijnbedrijf beloofde werk, een goed leven, vooruitgang. Dat de realiteit minder rooskleurig was, besefte Melchora zo'n 15 jaar geleden. Beetje bij beetje begon de oogst te dalen. Dieren werden ziek en stierven. Mensen ondergingen hetzelfde lot. Het leven naast Tintaya werd onmogelijk.

Samen sterk tegen de mijn
Dit wil Marco niet. Maar in je eentje neen zeggen tegen een mijnbedrijf is onbegonnen werk. Je moet er samen voor gaan. De gemeenschap heeft eindbeslissing over haar grondgebied. En waar al mijnbouw is, kan een sterke gemeenschap druk zetten op een bedrijf om correct gecompenseerd te worden, milieu- en andere richtlijnen te volgen.

Hier spelen Broederlijk Delen en zijn partnerorganisaties een belangrijke rol in. Zij begeleiden gemeenschappen als Ccoyani, die er bewust voor kiezen hun eigen plannen te realiseren en de lokale ontwikkeling niet te baseren op mijnbouw. Cruciaal hierbij is het correct informeren: over de impact van de mijnbouw, over de rechten van de gemeenschap en hoe die afdwingen, ... De partnerorganisaties informeren de gemeenschappen ook over de alternatieven als ze niet kiezen voor mijnbouw en ze begeleiden hen in het uitbouwen ervan.
Agro-ecologische landbouw is een waardig alternatief. Partnerorganisaties begeleiden boeren bij het in kaart brengen en beschermen van waterbronnen, het (opnieuw) vruchtbaar maken van gronden en het installeren van irrigatiekanalen.

Intimidatie
Ook vrouwen als dona Melchora kunnen rekenen op steun van Broederlijk Delen en zijn partnerorganisaties. Al vele jaren verheft ze haar stem voor een rechtvaardige behandeling en dat wordt haar niet in dank afgenomen. Als intimidatie en bedreigingen niet meer helpen, schuwen mijnbedrijven en overheden de grovere middelen niet. Het gebruik van geweld om protestmarsen te onderdrukken bijvoorbeeld. Ook juridische middelen worden ingeroepen: verdedigers van de rechten van de lokale bevolking krijgen de stempel van terrorist en hun acties worden beschouwd als misdaden. Op die manier kunnen ze officieel worden gearresteerd en gevangen gehouden. Verschillende partnerorganisaties van Broederlijk Delen geven juridische bijstand aan strijdvaardige vrouwen zoals Melchora of voeren strategische rechtszaken om het recht op een schoon milieu gerespecteerd te krijgen.

Info
www.broederlijkdelen.be/doe-mee/campagne-acties


zondag 23 maart 2014

Plan(t) de toekomst


Broederlijk Delen kiest voor duurzame, familiale landbouw. Op het platteland in Senegal is het niet eenvoudig om aan landbouw te doen. Broederlijk Delen werkt er samen met twaalf lokale partnerorganisaties, vooral in de streek van Thiès en Kaolack, een streek die traditioneel erg vruchtbaar was. Maar lange droogteperiodes, ontbossing en erosie maken het steeds moeilijker om de grond vruchtbaar te houden. Al meer dan de helft van de vruchtbare landbouwgrond is daardoor verloren gegaan. Er is tekort aan water en de grond is op veel plaatsen sterk verarmd door de jarenlange monocultuur van vooral pindanoten.

Veel boerenfamilies kunnen met het voedsel dat ze zelf kweken niet het hele jaar rondkomen. Veel jongeren laten dan ook het platteland achter zich en trekken noodgedwongen naar de stad, op zoek naar een job. De bevolking van de hoofdstad Dakar is zo aangegroeid tot meer dan 2,5 miljoen inwoners. In de stad proberen veel jonge mensen tijdelijk een inkomen te vergaren om dan meestal in het regenseizoen (juni tot oktober) met hun familie opnieuw het land te bewerken. Sommigen blijven in de stad, zoeken daar hun toekomst of wagen de oversteek naar Europa. In ieder geval is deze (seizoens)migratie op lange termijn geen oplossing. Maar hoe kan je dan als jongere in Senegal je toekomst plannen?

Boer zoekt toekomst
Ibrahima Dioné (25) woont in Nghémé, op het plateau van Thiès, een dorre en hete regio, waar hij op zijn velden voldoende voedsel probeert te telen voor zijn grote familie. Ook Ibrahima ging zijn geluk beproeven in de stad. Hij keerde echter terug naar zijn dorp en kreeg een stukje grond op een tuinbouwveld van een partnerorganisatie van Broederlijk Delen. Tuinbouw kan wel het hele jaar door. Omdat het over kleinere oppervlaktes gaat, kunnen de boeren de velden irrigeren. De partnerorganisatie van Broederlijk Delen installeerde de nodige infrastructuur om het grondwater op te pompen. Die partnerorganisatie is een boerenfederatie die acht tuinbouwvelden heeft ingericht. Op elk tuinbouwveld zijn een veertigtal leden actief. Broederlijk Delen en de boerenfederatie zorgen voor ondersteuning, vorming en infrastructuur. De boeren zijn zelf verantwoordelijk voor het beheer van het veld. Na elke oogst rekent iedereen zijn onkosten af en betaalt het lidgeld. Met dat lidgeld kan de boerenfederatie een spaarpotje aanleggen en nieuwe investeringen doen. Op termijn kunnen ze zo zonder onze steun verder.

De boeren die deze tuinbouwvelden uitbaten, schakelden met succes over naar biologische landbouw. Zij verrijkten de grond, plantten bomen en struiken aan en kweken nu verschillende soorten groenten. De maaltijden in hun familie zijn gevarieerder en er is voldoende om ook op de markt te verkopen. Vooral de tomaten- en de uienoogst brengen goed op. Tegelijk zorgen boerengroepen voor beter zaaigoed, voor gezamenlijke opslag en verkoop, voor vorming over ecologische bemesting en ziektebestrijding. Andere groepen sluiten zich aan bij programma's om de droge en moeilijke leefomgeving weer geschikt te maken voor de landbouw. Tijdens het regenseizoen kan er op korte tijd heel veel water vallen en wordt op veel plaatsen vruchtbare grond weggespoeld. Door het aanleggen van kleine dijkjes, het herstellen van waterkanalen en het aanplanten van nieuwe bomen slaagt men er in om het regenwater vast te houden en in de grond te laten insijpelen. Zo ontstaat een groen netwerk van nieuwe landbouwgronden, kunnen drooggevallen waterputten weer benut worden en groeien de kansen op een leefbare toekomst.

Lokale boerenorganisaties in Senegal zetten dus samen in op het stimuleren van duurzame landbouw, op samenwerking tussen landbouwers en op technieken om het lokale ecosysteem te bewaren of te herstellen. Daardoor zien steeds meer jongeren op het platteland in dat hun toekomst juist daar ligt. Zij zien de noodzaak en de uitdaging om het platteland opnieuw leefbaar te maken, om met nieuwe landbouwmethoden voldoende te produceren en om hun eigen leefomgeving duurzaam te beheren. Ze zijn er samen met de partnerorganisaties van Broederlijk Delen van overtuigd dat kleinschalige familiale landbouw voldoende garanties biedt om een goed leven op het platteland te kunnen leiden.

Voedselzekerheid én een uitweg uit de armoede
Kan een kleinschalige manier van landbouw volstaan om alle mensen voldoende te voeden? In 2050 zullen we wereldwijd met negen miljard mensen zijn. We zullen meer voedsel nodig hebben dan vandaag. Hoe moeten we dan aan landbouw doen? Nadenken over de toekomst van voedselproductie roept heel veel vragen op. Wat is de voedseluitdaging vandaag en morgen? Hebben we meer voedsel nodig, beter voedsel of vooral duurzamer voedsel? Is goedkoper voedsel de oplossing of net deel van het probleem? Is het belangrijk waar dit voedsel vandaan komt en wie het produceerde?

In 2009 stelde de FAO (Voedsel- en Landbouworganisatie van de UNO) dat er tegen 2050 maar liefst 70 procent meer voedsel zal moeten geproduceerd worden. Een boodschap die is aangekomen en die wordt herhaald door de pleitbezorgers van grootschalige industriële landbouwproductie en de grote spelers uit de agro-business. Met deze boodschap werd alles herleid tot 'meer productie'. Heel wat mensen en overheden verwachten er alle heil van.

Grootschalige industriële landbouw kan dan misschien wel veel voedsel produceren, maar zorgt momenteel slechts voor 30 procent van het voedsel in de wereld. Deze landbouwaanpak zorgt ook niet bepaald voor veel jobs, zeker niet in vergelijking met kleinschalige familiale landbouw. Bovendien zijn er heel wat ecologische problemen die deze vorm van landbouw misschien toch minder ideaal maken: bossen worden gekapt en je hebt enorm veel olie nodig voor de machines, het vervoer en de productie van kunstmest. Om één persoon een jaar lang te voeden via industriële landbouw heb je 1500 liter olie nodig. Als je dat voor negen miljard mensen wil doen, is de olievoorraad na twaalf jaar op. Industriële landbouw heeft daarenboven zeer grote stukken vruchtbaar land en veel water nodig. Die zijn dan niet meer beschikbaar voor de mensen die er vandaag en in de toekomst van moeten leven. En tenslotte produceert grootschalige landbouw eerder handelswaar dan basisvoedsel: alleen wie voldoende koopkracht heeft kan bepaalde landbouwproducten kopen in de vorm van voedsel maar even goed als veevoeder of als brandstof.

Meer voedsel produceren zal zeker nodig zijn in de toekomst maar belangrijker is de vraag wie dit voedsel zal produceren en hoe dat zal gebeuren. Om tegelijkertijd voedselzekerheid na te steven én armoede terug te dringen, moeten kleinschalige familiale landbouwers een sleutelrol krijgen bij deze toekomstplannen. Deze visie wordt gedeeld door vele wetenschappers, internationale instellingen en beleidsmensen.

Kleinschalige landbouw is immers de meest voorkomende vorm van landbouw in ontwikkelingslanden. Er bestaan zo'n 500 miljoen kleinschalige landbouwbedrijven in het Zuiden, die werk bieden aan een veelvoud van mensen. Veel studies en praktijkervaringen tonen aan dat investeren in familiale landbouw een enorm potentieel biedt om tot een duurzaam én zeer productief landbouwmodel te komen. Duurzame uitbouw van familiale landbouw op basis van wetenschap en technologische kennis, gecombineerd met lokale kennis en ervaring, is een recept dat al op verschillende plaatsen succesvol is, zowel voor het produceren van voedsel als voor het terugdringen van armoede. Op heel wat plaatsen over heel de wereld wordt vandaag al ingezet op wat men 'agro-eco-logie' noemt: een manier om het gehele landbouwsysteem op een duurzame manier te verbeteren en productiever te maken.

Boerenorganisaties in het Zuiden en ngo's in het Noorden trekken aan één zeel om hiervoor te pleiten, bijvoorbeeld in het comité voor voedselzekerheid van de FAO. Ook Broederlijk Delen vraagt onze overheid om resoluut de kaart te trekken voor duurzame familiale landbouw in het Zuiden én om dit beleid consequent te verdedigen op internationale fora.

Broederlijk Delen legt de nadruk op betere ondersteuning door de lokale overheid. Opleidingen, degelijke infrastructuur, mogelijkheden om een lening aan te gaan, toegang tot land, ... zijn vaak onvoldoende of onzeker. Als boer moet je je producten natuurlijk ook kunnen verkopen en het is soms moeilijk concurreren tegen goedkoop geïmporteerde producten. Familiale landbouwers moeten zich kunnen verenigen in organisaties om zo samen op te komen voor hun belangen. En dan is er nog dat veranderend klimaat, een uitdaging voor boeren in het Zuiden die samengaat met de noodzaak om zich aan te passen. Op al deze vlakken kan het beleid een belangrijke rol spelen.

Misschien wil je zelf wel kiezen welk toekomstscenario voor de landbouw je graag wil. Dat kan. Broederlijk Delen stelt drie mogelijke scenario's voor, telkens met een kort animatiefilmpje. Je kan ze bekijken op wvw.broederlijkdelen.be/ boerzoekttoekomst.
Stem op de toekomst die jij wil en ontdek waarom dat een goede of een minder goede keuze kan zijn. Met jouw stem kan Broederlijk Delen de Belgische politici aansporen om de juiste toekomst te planten in het Zuiden.

André Devos

donderdag 14 februari 2013

Decanale startavond

Broederlijk Delen


De voorbije weken berichtten we hier al uitvoerig over de nieuwe campagne van Broederlijk Delen. Op maandag 11 februari om 19.30 u. werd de actie decanaal op gang getrokken in het Auditorium van het Technisch Instituut H. Familie in Ieper. We kregen een persoonlijke getuigenis van Silke Beirens die een tijdje verbleef in Noord-Oeganda en een terugblik door zuster Lieve Desodt op de voorbije campagne samen met enkele voorbeelden van activiteiten die inspirerend kunnen zijn voor 2013.



Met het aperitiefconcert in het verschiet zong Jozef Delanote de lof van het Sint-Audomaruskoor van Passendale als lichtend voorbeeld. Er was een opgemerkte delegatie uit het kleine Zandvoorde die met veel karakter de bakens blijft verzetten. Priester Mathias Parret die de honneurs voor deken Roland Hemeryck waarnam kon in z'n woordje van dank en aanmoediging niet om het terugtreden van Paus Benedictus heen en maakte ons in het kort vertrouwd met diens visie op de vastentijd: 


“Het christelijk geloof en de aandrang om goed te doen zijn innig verbonden en kunnen nooit met mekaar in conflict zijn!” 



Achteraf werd nog een drankje en een typische Afrikaans hapje aangeboden. Eerder een flinke hap want onze honger was meteen de wereld uit.

vrijdag 8 februari 2013

Broederlijk delen

We kunnen de honger stoppen!

De overvloed aan kookprogramma's op TV en de massale verkoop van kookboeken laten ons zien hoe belangrijk wij ons voedsel vinden. Maar de grote aandacht die onze dagelijkse kost zo krijgt, versluiert wel dat 1 op 7 mensen op aarde met honger leven. Soms worden onze ogen geopend wanneer rampen en acute hongersnoden toeslaan. Dan staan media paraat met verschrikkelijke beelden en focust men op voedselhulp, jammer genoeg vaak de enige manier om het aantal slachtoffers te beperken. 

Broederlijk Delen vindt dat voorkomen beter is dan genezen.

Samen met haar partners in het Zuiden strijdt de organisatie tegen honger op lange termijn. Ook in Noord-Oeganda gaat dat zo. Molly Ebang is een 32-jarige weduwe en moeder van zes kinderen die het voedsel voor haar gezin en haar inkomen uit haar eigen landbouwactiviteiten moet halen. Haar man sneuvelde in de twintig jaar durende burgeroorlog waarin Joseph Kony en zijn 'Verzetsleger van de Heer' met de inzet van duizenden kindsoldaten dood en vernieling zaaiden. De hele streek werd verwoest, mensen moesten vluchten. Pas in 2006 kwam er vrede en konden de mensen terug naar hun verwaarloosde velden. Molly staat tijdens de komende Broederlijk Delen Campagne symbool voor de vele boerenfamilies die er de handen uit de mouwen steken om hun akkers opnieuw vruchtbaar te maken en zo de honger te bestrijden. Geen gemakkelijke zaak. Want honger blijft om zich heen grijpen, paradoxaal genoeg vooral op het platteland. Hoe komt dat en bestaat er een oplossing?

Waarom hebben mensen honger?

Wie honger zegt, denkt al snel aan een gebrek aan voedsel. Het lijkt logisch dat een grotere voedselproductie dan voor de hand ligt. Daar kan en moet op ingezet worden maar de aarde brengt nu eigenlijk al voldoende voedsel voort voor de hele wereldbevolking. En toch zijn er nog miljoenen mensen met honger. Schort er dan iets aan ons systeem van landbouw of voedselproductie?


In 1974, op de Wereldvoedselconferentie in Rome, werd al duidelijk gesteld dat de oorzaken van voedselonzekerheid niet liggen in een tekort aan voedsel in de wereld maar dat honger een structureel probleem is dat voortkomt uit armoede en te maken heeft met het feit dat de meest arme mensen in ontwikkelingslanden op het platteland wonen.

In Oeganda gaat bijvoorbeeld maar 4 procent van Bruto Nationaal Product naar landbouw hoewel 80 procent van de bevolking van de landbouw leeft. Ook in veel andere landen is er onvoldoende ondersteuning van de landbouw en van de ontwikkeling op het platteland. Deels is dit een gevolg van een bewust beleid in de voorbije dertig jaar. Onder druk van internationale instellingen als de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds waren landen genoodzaakt om vooral exportgewassen te kweken (koffie, thee, katoen,...). Zo konden ze meer inkomsten verwerven waarmee zij dan hun schulden konden afbetalen. Daardoor werd de (familiale) voedsellandbouw min of meer verwaarloosd. Boeren werden overlevers of dagloners bij de grote landbouwbedrijven. In veel gevallen moest de overheid ook overgaan tot de import van voedsel. Het was ook belangrijk om voldoende goedkoop voedsel te voorzien voor de stedelijke bevolking. Daar vreesde men meer onrust als er voedseltekort dreigde of als voedsel te duur werd. De prioriteit lag dus zelden bij de ontwikkeling van een gezonde plattelandseconomie.

De laatste jaren is er bij veel beleidsmakers meer aandacht voor voedsellandbouw, plattelandsontwikkeling en de plaats van kleine boeren daarin. Ook de Wereldbank erkende in 2008 het belang van kleinschalige landbouw als een weg om uit armoede te geraken. Maar ondertussen staken andere bekommernissen de kop op. Oorlogen, conflicten en een groeiende bevolkingsdruk kunnen voedselonzekerheid uitlokken of bestendigen. Maar ook klimaatverandering, stijgende voedselprijzen, de ontwikkeling van biobrandstoffen en landroof in het Zuiden maken dat voedselonzekerheid heel acuut blijft.

Landroof is een tamelijk recente praktijk waarbij grote bedrijven of landen grote stukken land in andere landen voor lange tijd huren ('leasen'). Die gronden willen zij gebruiken voor de voedselproductie voor hun eigen bevolking. Landbouwgrond wordt dan een langetermijn belegging. Op verschillende plaatsen werden mensen al met geweld van hun grond verjaagd om plaats te maken voor buitenlandse investeerders.


Oplossingen

Er zijn dikwijls grootse plannen gemaakt en goede bedoelingen geuit als het gaat over landbouwontwikkeling in het Zuiden. Grootschalige landbouw en hogere industriële productie worden nog altijd opgevoerd als dé oplossing om honger aan te pakken. Dit is echter een aanpak die nog meer problemen met zich meebrengt: watervervuiling en -schaarste, klimaatverandering, het afbrokkelen van biodiversiteit, de dalende vruchtbaarheid van de grond en ontbossing. 
En de massa armen op het platteland worden                   er ook niet onmiddellijk beter van.

Een productieverhoging is zeker nodig, vooral in Afrika. Maar een degelijk beleid rond voedselzekerheid kan niet zonder de inbreng van de grote groep kleine landbouwers. Door de juiste investeringen en het juiste beleid kan hun 'familiale landbouw' er sterk op vooruit gaan. Ze gaan meer produceren, er is meer voedsel voor hun families en ze kunnen verkopen op de markt. Hun voedselzekerheid neemt toe. 'Investeren in landbouwers' is minstens even belangrijk als 'investeren in de landbouw'. Goed gevormde en goed georganiseerde landbouwers en hun gezinnen zijn een garantie voor de toekomst, een zekerheid voor een duurzame ontwikkeling van een plattelandseconomie, een kans om de honger te stoppen.

De beste manier om dit mogelijk te maken, is de keuze voor agro-ecologie.
Deze aanpak gaat er van uit dat bij de landbouwproductie ecologische en sociale grenzen moeten gerespecteerd worden. In de plaats van de opbrengst van één soort plant te verhogen, wil deze methode het hele landbouwsysteem verbeteren: meer produceren én tegelijk de natuurlijke hulpbronnen beschermen. Via agro-ecologie is het mogelijk om de productie in bepaalde gebieden in 10 jaar tijd te verdubbelen. De negatieve gevolgen van grootschalige landbouw worden vermeden en miljoenen kleinschalige boeren kunnen vlot meestappen in dit systeem. Dit gaat natuurlijk niet vanzelf: enerzijds moeten lokale overheden, internationale organisaties en de internationale politiek investeren in zo'n landbouwmodel, en anderzijds moeten de lokale en regionale markten de tijd en ruimte krijgen om te groeien. Dit zal beter lukken als boeren zich verenigen in sterke organisaties die hun belangen kunnen verdedigen.

Dit is ook de manier waarop heel wat boeren en boerinnen in Oeganda aan de slag gaan, met soms niet meer dan hun eigen handen en hun hak om het land te bewerken maar ondersteund door krachtige boerenorganisaties. Heel wat groepen organiseren een eigen spaar- en kredietsysteem. Boeren kunnen ook kennismaken met nieuwe en duurzame productiemethodes, zij krijgen toegang tot zaaigoed van goede kwaliteit, gebruiken opnieuw ossen om het land te bewerken. Door de oogst beter te bewaren, gaat er minder voedsel verloren en door samen te verkopen, kunnen boeren een betere prijs bedingen voor grotere volumes. Kippen en geitjes kweken zorgt voor extra inkomsten en meer eiwitrijke voeding in het gezin. Om bij een mislukte oogst toch nog wat reserve te hebben, is er de kans om een beroep aan te leren. Jongeren leren fietsen herstellen, alleenstaande moeders maken samen schooluniformen.

Broederlijk Delen ondersteunt zes partnerorganisaties in de streek van Lango in Noord-Oeganda. Zij werken nauw samen en bereiken zo 13.000 gezinnen. Elke groep heeft zijn eigen specialisatie. Door samen te werken worden nieuwe technieken doorgegeven en ervaringen gedeeld.